1953-05-10 Limburgs kampioenschap voor amateurs

Tevens vertelt Henk Steevens over de, na zijn winst in het kampioenschap volgende, aanloop naar zijn deelname aan de Tour de France 1953

Verdiende zege van Henk Steevens, na sprintduel met van der Weyden, in het kampioenschap van Limburg

We lezen het artikel van Gerard Sillen in het blad “wielersport” van 13 mei 1953:

Henk Steevens na de finish van het kampioenschap van Limburg te Valkenburg, staand met de hoed burgemeester Hens van Valkenburg, zittend met hoed Joris van den Bergh, foto archief Peet Knops

Deelnemerslijst amateurs

Ditmaal waren de weergoden de Cauberg-races eens gunstig gezind, zodat de vele duizenden toeschouwers naar harte-lust van een brokje aardig uitziende wielersport konden genieten. De aandacht van een lang niet onbelangrijk gedeelte van deze menigte gold in het bijzonder de verrichtingen van de Limburgse amateurs, die gingen uitmaken wie na Nolten (1950 en 1951) en Nieskens (1952) zijn naam op de erelijst mocht schrijven. Onder de uitgebreide familie „liefhebbers” zitten verschillende knapen, die heel wat in hun ransel hebben.

De vraag is nu maar of dit er ook uitkomt, want er zijn allerlei factoren die een opmars kunnen remmen, terwijl anderzijds bepaalde hoedanigheden door ijver, liefde tot de sport en wilskracht beklemtoond dienen te worden.

Limburgs wielerkampioenschap voor de amateurs te Valkenburg, de huldiging van de eerste drie aankomenden door burgemeester Hens van Valkenburg, v.l.n.r: Thei Paas, Flor van der Weyden en Henk Steevens Foto: van Duinen / Anefo

Eén ding is zeker, in de galerij der Limburgse kampioenen nam zondagmiddag iemand plaats, die hierin zeker geen slecht figuur slaat: Henk Steevens. De gebr. Steevens beschikken over een flinke portie aanleg, een beduidende hoeveelheid energie en op bepaalde momenten over een vinnige wedstrijdmentaliteit. Vooral dit laatste onderdeel van de „bagage” vrezen de concurrenten, want dan verdrijven de heren Leo en Henk Steevens door deze explosieve wilskracht vermoeidheid en zijn niet bevreesd voor welke rivalen ook. Henk Steevens speelde in het Limburgse kampioenschap op de Cauberg een grote rol. Tijdens de gehele koers was de oudste van het (jonge) broederpaar ergens heel vooraan te vinden.

Scheidend Limburgs kampioen Jac. Nieskens 1952 feliciteert de nieuwe Limburgse kampioen Henk Steevens. foto archief Jac. Nieskens

Trachtte iemand aan de haal te gaan en zag het er naar uit, dat dit geval gevaar kon opleveren, dan wipte Henk netjes mee, om zodoende een oogje in het zeil te houden en om eventueel zelf de finale in te luiden. Tientallen deelnemers bleken niet opgewassen tegen de elf Cauberg-ronden van elf kilometer en de daarin opgesloten hindernissen van velerlei soort. De jonge Boelhouwers bleek uit het goede hout te zijn gesneden, Jan Willemsen huisde steevast in de eerste linie, Pierre Steenbakkers hoopte kennelijk op een goede afloop, kortom er zat nogal wat leven in de brouwerij. Vooral na half koers, toen Jacq. Nieskens, Piet v. d. Brekel, Thei Paas, Flor v. d. Weyden, Henk Steevens, Jan Bakkers, Kees Boelhouwers, Jacq. Fooy, Willy Gramser, Leo Stevens etc. serieus naar een hoofdrol dongen. Diverse leiders kreeg het gezelschap. Leiders van allerlei pluimage, maar drie ronden voor het einde viel de slag, toen Henk Steevens en Flor van der Weyden hun makkers een vaarwel toeriepen en zich niet meer lieten zien, alvorens deze 121 kilometer-affaire achter de rug was. Dit duo nam een kleine voorsprong en verdedigde deze winst tegen de aanstormende concurrentie met mannenmoed en mét kunde. Henk Steevens trok in de eindspurt duidelijk aan het langste eind. Zijn succes was verdiend en iedereen gunde hem dit fraaie kampioenschap.

Limburgs kampioenschap 1953: Beeld van de beklimming van de Cauberg foto: van Duinen, / Anefo

De uitslag luidde:

  1. Henk Steevens, Elsloo, 121 km in 3 uur 23 min. 3 sec.;
  2. Flor v. d. Weyden, Maastricht, z.t.; op 23 sec.
  3. Theo Paas, Munstergeleen
  4. Jan Bakkers, Puth-Schinnen
  5. Kees Boelhouwers, Bunde
  6. Jacq. Nieskens, Swalmen; op 27 sec.
  7. Piet v. d. Brekel, Echt
  8. Jac. Fooy, Maastricht
  9. Willy Gramser, Siebengewald
  10. Leo Steevens, Elsloo
  11. Pierre Steenbakkers, Maastricht
  12. A. Paas, Munstergeleen
  13. G. Rongen, Bunde; op 1 min. 31 sec.
  14. Arnold Ehlen, Broeksittard
  15. Harry Ehlen, Sittard

Henk Steevens: In maart 1953 liep mijn dienstplicht ten einde, ik reed dat jaar nog een 15 tot 20 wedstrijden bij de amateurs. Ik won menige wedstrijd o.a. Luik-Heuseux, Heerlen, Horion Hozemont, Amby en Nieuwstad. Joris van den Bergh (hij stierf een maand later), hij had me zien rijden bij het Limburgs kampioenschap zei “je komt in aanmerking voor selectie van de Nederlandse ploeg voor het wereldkampioenschap in het Zwitserse Lugano. Hij nodigde me uit me te bewijzen in de “Grote Continental Prijs” te Hannover (Zondag 17 mei 1953) waarmee ik  een plek in de WK selectie kon afdwingen. Alle internationale amateurtoppers stonden daar aan de start. De donderdag ervoor (14 mei) moest ik echter nog met mijn club TWC Maastricht startten in de “Grote prijs van Aken”, 180km. Ook daar behaalde ik afgetekend de zege!!

Grote Prijs van Aken. Deze wegwedstrijd voor amateurs over 113 km leverde een eerste plaats op voor de Limburger Henk Stevens. Met Boelhouwers en Van de Weijden had hij een minuut voorsprong op Fooy, Muller (voor de afwisseling eens een Duitser), Anton Paas, Theo Paas en Steenbakkers. Een uitslag, die klinkt als een klok. Vooral de vereniging „TWC Maastricht” zal er tevreden mee zijn geweest. (De Waarheid 15 mei 1953)

Met onder andere Joris Van den Bergh en mecanieker Piet Gommans toog ik zaterdags naar Hannover voor de WK-selectiewedstrijd. Aangekomen in Hannover, geen hotel of pension hoor, we sliepen bij gewone mensen thuis, kreeg ’s avonds een paar boterhammen. Om half vijf s’morgens ging de wekker want de start van de wedstrijd was al om 6 uur !!
Ik vroeg aan de vrouw des huizes of ik nog een paar boterhammen mocht hebben want ik had verder niks om te eten in de koers, geen fruit, nee helemaal niks… Ik kreeg 4 sneetjes brood en en bol rauw gehakt mee, dat stak ik in mijn tas. Snel op naar de koers !!
Op weg naar de start, we hadden ons ook nog verreden, we kwamen bijna te laat. Door de speakers klonk het “wir warten noch fünf minuten auf die Holländer… ”
De gehele wereldtop stond daar aan de start.

Op ca. 60 km van de finish reed ik lek, uiteraard zelf het bandje omleggen, dat was toen normaal hè, ik stapte weer op de fiets en maar rije rije rije.. de kopgroep had nog een halve minuut voorsprong. Met nog één lange beklimming voor de boeg verder, rije rije rije… In een vloek en een zucht zag ik de koploper voor me rijden… Nu moet ik het goed gaan spelen, dacht ik bij mezelf. De toppers Hennes Junckermann en Walter Becker keken om, ze kenden me al van afgelopen donderdag in Aken. Boven op de top kwamen de motoren langszij de kopgroep met mij in het zog, broem broemm… Ik fietste, verstopt, naast een van die motoren en min of meer uit het zicht van de concurrentie langs de kopgroep. Ik nam snel ca. 300 meter. Ze hadden me niet voorbij zien rijden, ik was er tussen uit geknepen, was weg, en blééf weg… ik kwam met bijna 2 minuten voorsprong aan bij de eindstreep.

Henk Stevens, die we nu al willen tippen voor de wegkampioenschappen van 3 Juli, deed het Zondag eens dunnetjes over in de Continental-prijs te Hannover. Duitsers, Luxemburgers en Zwitsers namen daaraan deel. Een wedstrijd over 186 kilometer, te beschouwen als gelijkwaardig aan een klassieker als de Ronde van Midden-Nederland, maar nog iets geaccidenteerder. Op de Nienstedterberg schudde Stevens al zijn concurrenten van zich af. Met 80 seconden voorsprong kwam hij zegevierend in Hannover terug. De winnaar van de Ronde van de Saar, Becker, werd tweede. Slechts 19 van de 106 deelnemers bereikten het eindpunt. (De Waarheid 18 mei 1953)

Kees Pellenaars had me op de Cauberg zien rijden, wist ook van de overwinningen in Aken en Hannover etc, en wilde mij, want Dekkers en Faanhof waren niet in vorm, mee nemen naar de Tour de France dat jaar. Ik ga niet mee meneer Pellenaars…, Ik was stellig: Nee, ik ga NIET mee. Hij zocht me op in Elsloo, Nee, nee, NEE, ik ben te jong… De Pel: Je mag een andere oudere coureur meenemen, (Sjefke of Jan) en dit jaar mee om te leren, en volgend jaar neem ik je mee, dan moet je doorbreken..

Officiele mededelingen der NWU (tijdschrift Wielersport 25 juni 1953)

Uiteindelijk vroeg ik toch een beroepsrennerslicentie aan en ging ik mee naar de Tour, mede ook voor de duiten..

Nieuwe Tilburgsche Courant 2 juli 1953

Henk verteld kort over zijn ervaringen in de Tour: Ik reed lek, Kees Pellenaars reed langs, hij leek me niet te zien, ik riep hard “héé”, hij gooide een tube uit de auto. Ik kwam weer terug in het peloton… “héé Heintje je moet je wiel afgeven, Wout Wagtmans heeft lek”… met de tong op de schoenen weer terug naar het peloton gereden…. toen kwam Wim van Est: “Heintje ga me effe wat donker bier halen in dat café daar”… Waterdragen? Ik haalde water voor iederéén van de ploeg, voor mij zelf bleef niks over, ik heb er wel van geleerd…

De huldiging van de Tour de France ploeg 1953 in het Olympisch stadion in Amsterdam. foto: J.D. Noske / Anefo

Uiteindelijk  na een val, waarbij ik een spier scheurde, viel ik oververmoeid uit. Dat was na de 6e etappe, bij de finish in Le Mans, maar mijn bijdrage in de Ronde werd gelukkig toch alom gewaardeerd. Uiteraard was ik ook aanwezig bij de na-Tour huldiging in het Olympisch stadion in Amsterdam.

Later dat jaar, op 10 september, won Henk Steevens nog de Ronde van Roosendaal

1938-05-29 Djursholm: vierlandenwedstrijd voor amateurs

Nederlandse amateurs naar Zweden. De N.W.U. nodigt zes gegadigden uit.
Piet Smits onder de genodigden

De N.W.U. heeft van de Zweedse Wielerbond een uitnodiging ontvangen tot deelneming aan een internationale landenwedstrijd voor amateurs, welke is geaccepteerd. Deze wedstrijd zal verreden worden op zondag 29 Mei 1938 op een parcours in Djursholm bij Stockholm. De afstand bedraagt 100 km. Vier Nederlanders mogen deelnemen. Volgens „Sportecho” zijn door den heer Swaab de Beer, in overleg met de sportcommissie van de N.W.U. de navolgende zes renners uitgenodigd: P. Smits, Tegelen, A. Zwartepoorte, Amsterdam, O. Moeke, Weespercarspel, J. Demmenie, Rotterdam, H. de Hoog, Amsterdam en A. Steenbakkers. St. Michielsgestel.

Voormalig beroepsrenner Piet Smits uit Tegelen, voor de 2e wereldoorlog een vermaard crack op de piste én beste vriend en koppelgenoot van oud-wereldkampioen Jan Derksen

Opvallend is de keuze wat betreft de drie eerstgenoemden, die immers niet tot het weg-rennersgilde behoren. Nu zijn wij onkundig van de aard van het parcours. Zou dit zijn als bijvoorbeeld bij het wielercriterium te Oosterhout, dan kunnen pistiers met sprintkwaliteiten als Smits, Zwartepoorte en Moeke er wellicht goede resultaten boeken, doch in het andere geval had men wellicht beter gedaan het oog op amateurs „van de weg” te laten vallen. Demmenie, de Hoog en Steenbakkers zullen zeker hun mannetje staan. Blijft natuurlijk de vraag of de jongelui er voor zullen gevoelen de verre reis te doen, want er zullen ook wel financiële kanten aan die uitzending verbonden zijn.

Uit de plakboeken van Piet Smits: Amsterdam 25 mei 1938, het vertrek van de Nederlandse amateurploeg naar Stockholm: Piet Smits, Tegelen (in het midden); Adrie Zwartepoorte Amsterdam; Joop Demmenie Rotterdam; Antoon Steenbakkers St. Michielsgestel, De equipe staat onder  leiding van chef d’equipe dhr. B. Swaab de Beer en worden verzorgd door de N W. U.-trainer, Guus Schilling (geheel rechts),

NEDERLAND WINT DE VIERLANDENWEDSTRIJD IN ZWEDEN.
Gedurende de wedstrijd was het slecht weer.
6000 toeschouwers woonden de wedstrijd bij.

Op initiatief van den Zweedse Wielerbond werd 29 Mei op het circuit van Djursholm (in de nabijheid van Stockholm) de vier landen-wedstrijd voor amateus verreden, die in een fraaie Nederlandse overwinning geëindigd is. Aan deze wedstrijd werd deelgenomen door Zweden, Denemarken, Duitsland en Nederland. Elk land mocht vier renners afvaardigen, waarvan er drie geplaatst werden voor het landen-klassement. De ploegen zagen er als volgt uit: Zweden met Johansson, Ericsson, Berg en Jansson; Denemarken met Sörensen, Nielsen, Glöwen en Andersen; Duitsland met Bartoskiewitz, Siegel, Schmidt en Schulze; Nederland met Joop Demmenie, Adrie Zwartepoorte, Piet Smits en Toon Steenbakkers. Andere niet officiële renners completeerden het veld. In het totaal moesten er dertig ronden van 3,6 K.M. verreden worden.

Hoewel de Deen Frode Sörensen (vice-wereldkampioen 1937) als algemeen individueel favoriet gestart was, stond Nederland bij de landenploeg als beste genoteerd. Daarom is de uitslag gedeeltelijk een verrassing geworden en ligt gedeeltelijk geheel in de lijn der verwachtingen. Niet Sörensen, maar de Zweed Sven Johansson werd winnaar met een voorsprong van anderhalve minuut. Reeds in het begin van de wedstrijd (in de zevende ronde) was het de Zweeds nationale kampioen Johansson op de vlucht geslagen en had de Duitser Matthusias en de Nederlander Joop Demmenie met zich meegenomen. Dit drietal draaide een buitengewoon hoog tempo en slaagde er binnen enkele ronden in een voorsprong van 2 min. te behalen. Deze voorsprong zou nog aanzienlijk vergroot zijn geworden, indien de Duitser op dat ogenblik niet een lekke band gekregen had. Hij viel terug en moest door het hoge tempo, waarmee het peloton de vluchtelingen trachtte te achterhalen opgeven. Demmenie en Johansson gaven echter de moed niet verloren. Vooral Johansson ging buitengewoon goed en… enkele ronden vóór het einde maakt hij zich van Demmenie los en spurtte alleen naar de finish, waarbij met bijna anderhalve minuut voorsprong arriveerde. Demmenie raakte spoedig over zijn inzinking heen en kwam met vrij grote voorsprong op het hoofdpeloton als tweede binnen.

Uit de plakboeken van Piet Smits: De finish van het peloton voor de 4e plaats. In de eindsprint werd Smits tweede na de favoriet Sörensen en bezette hiermee de 5e plaats.

In het hoofdpeloton was in die tijd zeer veel gebeurd. Herhaaldelijk hadden de renners geprobeerd er tussen uit te trekken, doch vrijwel steeds zonder succes… totdat Adrie Zwartepoorte zich losrukte en alleen de uitlopers achterna ging. Ook hij werd niet meer door het peloton achterhaald en eindigde dus als derde met bijna 6 minuten voorsprong op het hoofdpeloton. Toon Steenbakkers scheen langen tijd Nederlands’ derde man te zullen worden, totdat hij door een lek bandje uit den strijd geworpen werd. Onze vierde man Piet Smits bevond zich echter gelukkig nog in het hoofdpeloton en werd bij de eindsprint tweede na de favoriet Sörensen. Hierdoor had Nederland de landoverwinning veroverd. De Duitsers hadden pech en verloren voor het einde Schmidt en Matthusias door bandenpech en kon daardoor niet geklasseerd worden in het landenklassement.

De Nederlandse renners, die hebben deelgenomen aan de vierlandenwedstrijd, welke nabij Stockholm is gehouden, en door Nederland is gewonnen. V.I.n.r.: Smits, Demmenie en Zwartepoorte, die individueel geklasseerd zijn als vijfde, tweede en derde.

 

De uitslag luidde:
1. Johansson 108 KM. in 3 uur 1 min. 53,6 sec;
2. Demmenie in 3 uur 3 min. 8 sec;
3. Zwartepoorte in 3 uur 3 min. 58,6 sec;
4. Sörensen in 3 uur 9 min. 31,2 sec;
5. P. Smits;
6. Nielsen;
7. Schulze;
8. Bartoskiewitz;
9. Ericksson.

Landenklassement:
1. Nederland met 29 pnt.;
2. Zweden met 21 pnt.;
3. Denemarken met 21 pnt.;
Duitschland uitgevallen.

 

 

 

1951-07-01 Ronde van Belgisch Limburg

10 Nederlandse amateurs bekampen de vooral op eigen wegen uitermate sterke Belgen, 5 Ned. Limburgers van de partij

Voorveschouwing Limburgsch Dagblad 27 juni 1951:

HASSELT, 26 Juni 1951: Vandaag start de Ronde van Belgisch Limburg. De Oranjeploeg die in samenwerking met “TWC Maastricht” en de sportcommissie van de N.W.U. werd samengesteld bestond uit Limburgse en Brabantse renners: Jan Plantaz, Antoon Geluk, Adri Suykerbuyk, Herman Brinkman, Ed. Koeman en de Limburgers Jan Nolten, Arnold Ehlen, Jeu Jöris, Thei Paas en Piet Haan. De coureurs nemen het van heden woensdag, tot en met zondag op de „kasseien” en andere hindernissen op tegen de sterkste Belgische ploegen. naar deze tien Nederlandse jongeren blikt ons geheel wielerwereldje met begrijpelijke interesse.

Liefst zeven combinaties, samengesteld volgens provincies- of streeksgewijze, zijn de tegenstanders van ons tiental. Zes keer werd deze zware etappekoers verreden. Zes keer legde een Belg op de ereplaats beslag in 1945 eindigden Raymond Impanis en Gustaaf Wuyckens gelijk, in 1946 Raymond Impanis, in 1947 Marcel Vermeiren, in 1948 Jean van Briel, in 1949 Giel Hendrikx, in 1950 Gerard Deborre. Zwaar is derhalve de concurrentie, lastig de koers. Wat presteert de Nederlandse ploeg tegen deze overmacht? Met een behoorlijke portie optimisme steekt dit tiental ongetwijfeld van wal.

Jan Plantaz won de laatste weken zowat alles, werd b.v. zaterdag te Wouw kampioen van Noord Brabant en zegevierde zondag in de ronde van Mierlo. Jan Nolten’s prima resultaten zijn eveneens overbekend. Verleden zaterdag schreef de combinatie Nolten – Jöris nog een lang niet malse sintelbaanrace te Geleen op haar naam. Piet Haan kent het klappen van de zweep, wat ook van Ed Koeman, Herman Brinkman en Adrie Suykerbuyck gezegd kan worden. De jonge en succesvolle Nol Ehlen ondergaat hier de vuurdoop in het etappegenre. Van Jeu Jöris en Thei Paas wordt zeker iets lovends verwacht.

Aan de verzorging wordt alle, aandacht geschonken, de Nederlandse ploeg rijdt op Ceylon-tubes, in Jan Vermeer hebben onze jongens een kundig ploegleider. En al met al nemen we dus aan dat iets behoorlijks uit de bus komt.

Vijf ritten worden daarginder afgewerkt:
Woensdag 27 Juni: Hasselt – Halen, 152 km
Donderdag 28 juni: Halen – Tongeren, 150 km
Vrijdag 29 juni: Tongeren – Lanaken, 78 km
Zaterdag 30 juni: Lanaken – Hamont, 147 km
Zondag 1 juli: Hamont – Hasselt, 150 km

De Nederlandse amateurploeg in Hasselt vóór de start van de Ronde van Belgisch Limburg. Jan Plantaz, Jan Nolten, Arnold Ehlen, Antoon Geluk, Jeu Jöris, Ed. Koeman, Thei Paas, Adri Suykerbuyk, Herman Brinkman, Piet Haan en ploegleider Jan Vermeer

1e etappe: Limburgse amateurs hadden pech
Paas achtste in eerste etappe

Limburgsch Dagblad 28 juni 1951

HALEN, 27 Juni 1951:  Jan Plantaz, de ‘knappe’ coureur uit Eindhoven die dit seizoen al zestien keer het ererondje reed, liet zich na amper 40 km koers in de buurt van Lanklaar afzakken om ploegleider Jan Verveer iets minder prettigs toe te roepen: zadel gebroken! Zulk euvel herstellen kost zeker een minuut of tien, een reden om in dit prille begin van de vijfdaagse etapperace door het Belgisch Limburg het zadel van een ploegmakker te „vorderen” was zeker niet aanwezig en dus zat er voor Plantaz niets anders op, dan de zaken zo goed mogelijk verder af te wikkelen. Met dit mankement begon de pech, want nauwelijks zat deze overwinningenfabrikant heel op zijn gemak te midden van de lange sliert of daar sneuvelde een tube. Jan Nolten en Jeu Joris gaven, zonder enige aandrang, van een prima ploeggeest blijk, wachtten op hun onfortuinlijke kameraad en begonnen vervolgens aan een achtervolging, die het mooiste brokje sport van de gehele middag betekende. Tien Nederlanders handhaafden zich dus, nadat het trio Nolten, Joris en Plantaz de rest inhaalde, behoorlijk op het voorplan en er zat derhalve een aardig kansje in. Want de Oranje-garde telde verschillende „snellen”, die in staat werden geacht om straks een duit in het zakje te doen. Zover kwam het niet. Alleen Thei Paas snelde uiteindelijk in de voorste gelederen — na een zware race door regen, nog eens regen en „kasseien” — het eindpunt Halen binnen. Voorbij Bree (67 km) trapte Plantaz een bandje aan diggelen, waarna de al eventjes aangestipte achtervolging de volgersstoet in bewondering bracht. Na de doortocht, voor de eerste keer wel te verstaan in Halen, gebeurde evenwel een complete serie bepaald akelige dingen. Een 125 km hadden de „coureurs” er op opzitten, toen de prima marcherende Piet Haan een nieuw bandje moest monteren. Weg kans op een vet prijsje. Een honderd meter verder stond Koeman, winnaar van de meeste Nederlandse „klassiekers” voor amateurs, getroffen door hetzelfde euvel langs de kant van de weg. Het drama werd op hetzelfde stuk „kasseien” voltooid; Plantaz sukkelde nogmaals

De Nederlandse equipe werd door de Belgen hoog aangeslagen. Dat bleek op de kantoren van „Het Belang van Limburg”, welk dagblad jaarlijks deze mooie koers organiseert. Antwerpen of Nederland? Deze vraag werd door velen gesteld. Niet te denken, dat een paar uurtjes later deze schone verwachtingen een knak van belang kregen. Plantaz, op zijn ondeugend zadel, maakte in het eerste gedeelte van de doorlopend door regen geplaagde rit een allerbeste indruk en behoudens enkele zwakkere broeders trok de bonte karavaan door het (Belgische) Limburgse land, zo nu en dan een kleine poging doende om een afscheiding teweeg te brengen. Voordat de gememoreerde achtervolging van ons Nederlands drietal aan de orde was, gebeurden evenwel geen opmerkelijke dingen. Plantaz reed dus een tube aan diggelen, Nolten en Jöris wachtten en daarna werd van leer getrokken. Drie minuten achterstand is heel wat. De Oranje-shirts kregen aansluiting en gezelschap van de knappe Severeyns, de Backer en Parmentier en wonnen terrein. Een jacht, een bijzonder mooie jacht ontstond en bij het ingaan van Hasselt (95 km) werd het succes geboekt. De zaak was weer verenigd. Toen begon het pechduiveltje een woordje mee te spreken. Glad waren de wegen, kilometers kasseien vergden een zekere inspanning. Plantaz, Koeman en Haan beleefde de geschetste voorvallen en bijna was onze volgauto een nog erger iets overkomen. Met de schrik, de bleke gezichten van de inzittenden en gegil van de toeschouwers, werd dit slip-avontuur tenslotte overwonnen 15 km voor het eindpunt incasseerden Nolten, Jöris, Geluk, Ehlen en Suykerbuyk een zekere achterstand en de rest stoof op de finish af, waar de Antwerpenaar Karel Borgmans de sprint netjes in de wacht sleepte. Paas werd 8ste in de zelfde tijd van de winnaar.

De uitslag van de eerste etappe van de Ronde van Belgisch Limburg luidt als volgt:
1. Karel Borgmans (Antwerpen) 150 km in 3 uur 52 min. 10 sec.
2. Leo Buyst (Antwerpen)
3. Raymond van Hoven (Brabant)
4. Rudy Demunster (West Vlaanderen)
5. Frans Bral (Oost Vlaanderen)
6. Salembier (West Vlaanderen)
7. Roger Demeyer (West Vlaanderen)
8: 13 renners waaronder Theo Paas in dezelfde tijd van Borgmans
41. Herman Brinkman, in 3 uur 53 min. 5 sec.
44. Adri Suykerbuyk, in 3.55.10
45. Nol Ehlen, in dezelfde tijd
48. Toon Geluk, in 3.55.35
49. Jan Nolten, z.t.
50. Jeu Joris, z.t.
51. Piet Haan, in 3.58.15
58. Jan Plantaz, in 4.01.20
62. Edm. Koeman, in 4.04.40

 

2e etappe: Limburgers weerden zich dapper, Piet Haan werd vierde

Limburgsch Dagblad 29 juni 1951

TONGEREN, 28 Juni 1951:  De tweede rit van de Ronde va-n Belgisch Limburg was heus geen makkie. Vooral de laatste vijf en twintig kilometer van dit hartig: brokje werden bij voorbaat gevreesd daar de wegen van de dorpjes Sluizen, Rukkelingen, Millen enz. nu juist’ niet voor gezellige fietstochtjes zijn bestemd. Bochten en allerlei andere kronkelingen, stijgingen en natuurlijk de hier onvermijdelijke „kasseien” bemoeilijkten de etappe Halen- Tongeren aanzienlijk. De beslissing zou daar vallen, dat scheen zowat een wet van Meden en Perzen. Inderdaad gebeurden op deze vijf en twintig kilometer rake en interessante dingen, maar de zaken een wending van belang geven, vermochten al deze hindernissen niet. En ten aanschouwe van een finaal uitgelopen Tongeren stoven liefst dertien kranige jongelui op de streep af en vlak daarachter huisde een volgend gezelschap. Weer won via een vinnig spurtje een Antwerpenaar. Ditmaal waren de bloemen en de zoen van een Tongerse schone voor Leo Buyst bestemd en daar leider Borgmans te samen met zijn ploegmakker de finish passeerde, voelde deze laatste zich, ondanks alle inspanningen, heel behaaglijk in de begeerde gele trui. Nederland sprak echter ook een geducht woordje mee. Piet Haan en Jan Nolten behoorden tot het dertiental dapperen dat de plaat poetste, de jonge Ehlen, Paas en Brinkman boekten geen noemenswaardige achterstand. Ook ditmaal bleef Nederland niet van pech verschoond. Met zulke minder gewenste belevenissen moet men nu eenmaal in een rittenkoers rekening houden. De grootste opdoffers incasseerde evenwel de (Belgische) Limburgse A ploeg. Nu eens gaf een tube de geest, dan vertikte en derailleur het, vervolgens was een valpartij een nieuwe handicap. Bij Tessenderloo (25 km) bezweek Jöris’ achterbandje. Hoewel de sympathieke Jeu met de Belgen Delmul en Schoubben en daarna met nog enkele andere onfortuinlijk heel dapper aan een achtervolging begon, zag hij en zijn partners de kop niet meer terug. Bij de eerste doortocht van Tongeren (114 km) kreeg Geluk een lekke band.

Gezien het zware traject, van de 150 km gingen er zeker een dikke 100 over kasseien, werden natuurlijk velen door tegenslagen in velerlei soort getroffen. Ook enkele valpartijen speelden een rol. Hierbij was ook Suykerbuyk betrokken, doch gelukkig zat Jan Verveer er vlak op, die pardoes Suykerbuyk op zijn fiets stopte en hem meteen de weg opstuurde. De pech van Joris nabij Tessenderloo werd al aangestipt, waarbij direct een pluimpje aansluit want Jöris liet zich door dit voorval, nadat hij bij het opleggen van een nieuw bandje onnodig tijd verspeelde, niet in de luren leggen, zette door en kreeg een behoorlijke notering in de uitslag. In Heusden maakten de karavaan een aardig intermezzo mee. Ergens daar in de buurt vond tevens een Profkoers plaats en plots belandden uit een zijweg Raymond Impanis en Joseph van Stayen pardoes te midden van de Ronde van Limburg-stoet. Impanis nam meteen de kop, dartelde een heel tijdje , netjes mee om uiteindelijk zijn eigen weg te vervolgen. De West-Vlamingen roerden zich aan de kop van de lange sliert geducht. Dat wordt oppassen oordeelde Borgmans in zijn geel shirt. Tenslotte boekten Malfait, Demeyere, (allen van West-Vlaanderen), Bral (Oost-Vlaanderen), Schroeders (Brabant) enige terreinwinst. Dit was niet naar de zin van de weer best marcherende Piet Haan, van Brabant (Belg Limburg A), Dedry en Claes. Een fleurige jacht ontstond, terwijl uit de grote groep na 114 km Geluk en Koeman wegvielen door de aangehaalde tegenslagen. Het laatste brokje telde in alle opzichten dubbel. Jan Nolten en Verplaetse volgden het voorbeeld van Buyst, Batsle. van Daele e.a. De strijd kwam nu in een beslissend stadium. Vooraan zaten inmiddels Haan en gezellen. Nolten en Verplaetse jumpten in een goede kilometer eveneens naar de leidende gelederen. Nol Ehlen verliet zowaar de grote groep en vocht moedig voor een ereplaats. Paas en Brinkman gaven geen krimp. Slachtoffers vielen links en rechts. Suykerbuyk, een heel eind achter de groep, kreeg van een toeschouwer een andere fiets. De Belgische A. combinatie boerde nog meer achteruit. Dertien man trokken Tongeren binnen. Jan Nolten sleurde aan de kop om de snellere Haan in een gunstige positie te brengen. Het was evenwel de Antwerpenaar Buyst die de rit Halen – Tongeren op zijn naam schreef.

De uitslag van de tweede etappe van de Ronde van Belgisch-Limburg luidde als volgt:
1. Leo Buyst (Antwerpen) 150 km in 3 uur 53 min. 45 sec
2. Roger Batsle (Oost- Vlaanderen)
3. Leon van Daele (West- Vlaanderen)
4. Piet Haan (Ned.)
5. Frans Bral (Oost-Vlaanderen)
6. Karel Borgmans (Antwerpen)
7. B. Verplaetse (Oost-Vlaanderen)
8. Noël Malfait (West- Vlaanderen)
9. Roger Demeyere (West- Vlaanderen)
10. Jan Nolten (Ned.)
15. Arnold Ehlen (Ned ) op 15 sec
30. Thei Paas (Ned.) 3.54.15
33. Herman Brinkman (Ned.) z.t.
39. Jan Plantaz op 1 min.
60. Jeu Jöris op 16 min.

Het algemeen klassement luidt:
1. Buyst (B.) 7.45.55
2. Bormans (B.) z.t.
3. Bral (B.) z.t.
14. Paas (Ned.) 7.46.55
29. Brinkman (Ned.) 7.46.55
31. Nolten (Ned.) 7 49.20
32. Ehlen (Ned ) 7.49.28
37. Haan (Ned.) 7 52.00
44. Plantaz (Ned.) 7.56.05
47. Geluk (Ned.) 8.2.1
52. Suykerbuyk (Ned ) 8.5.5
53. Jöris (Ned.) 8.6.10
55. Koeman (Ned.) 8.8.0

In de ploegenrangschikking bezet de Nederlandse ploeg de zesde plaats.

 

3e etappe: De Limburgers reden in defensief, Paas staat 14e in het alg. klassement

Limburgsch Dagblad 2 juli 1951

LANAKEN, 29 Juni 1951:  „Aanvallen”, luidde het parool. Altijd vooraan zitten en meespringen met elke uitloper of zelf de lont aan het vuur steken. Rustig ergens aan het eindje van de lange sliert bengelen, was zeker in deze korte rit Tongeren-Lanaken, afstand slechts 78 km, totaal uit de boze. Zoals te voorzien ging direct na de start ’n groepje dapperen aan de haal. Daarbij was geen Nederlander. Na enkele tientallen kilometers sprong weer een viertal durvers weg. Bij deze vier was geen Oranje-shirt. En pas in Lanaken aan de finish zag de grote groep de uitlopers terug, die zich aldaar gezamenlijk presenteerden en de dikke prijzen via een sprint verdeelden. Meteen is dus de kardinale fout van de Nederlandse equipe gememoreerd. De Oranje-shirts zaten steevast in de groep en het kostte Jan Verveer nog heel wat woorden om de heren duidelijk te maken, dat vooral een plaatsje achteraan waarachtig gevaar Inhield. In het eerste uur werden 44 km afgelegd, een bewijs van het tempo dat de derde rit van de Ronde van Belgisch Limburg kenmerkte. Meteen ging een troepje op zoek naar winst, waaronder de (Belgisch) Limburgers Grondelaers, Sneyers, Claes en Marquillier. Het publiek langs de wegen vond dit offensief van de streekgenoten prima en vergat zodoende eventjes dat de kampioen van Geneugden in de tweede rit zijn sleutelbeen brak en andere kwetsuren opliep. Pardoes riep het wederom terdege kloppend Antwerps legertje de groep ook een vaarwel toe en onder aanvoering van de beide leiders Buyst en Borgmans werd na een felle jacht aansluiting met de koplopers verkregen.

Eventjes voor Opglabeek (31 km) vertoonde het stuur van Paas erg rare dingen. En zoals van tevoren afgesproken stelde Koeman zijn karretje ter beschikking van Paas en trachtte zelf er van te maken wat er van te maken was. Tenslotte zeulde Koeman met een half uur achterstand Lanaken binnen, om hier voorgoed de pijp aan Maarten te geven. Eventjes zag het erna uit, dat Nederland nog een woordje in het midden ging brengen. Met een drietal gezellen sloegen Geluk en Plantaz op de vlucht en bleven diverse kilometertjes tussen kop en groep hangen. Uiteindelijk strandde ten gevolge van het helse tempo deze poging, zodat een groot gezelschap Lanaken binnentrok. Inmiddels won de Antwerpenaar Leo Buyst aldaar de spurt van de tien uitlopers, behaalde zodoende zijn tweede achtereenvolgende victorie en daar zijn ploegmakker en mede-leider Karel Borgmans netjes derde werd, stond Antwerpen er tevens magnifiek op. Behalve Koeman arriveerde de Nederlandse equipe met een minuut veertien seconden achterstand. Plantaz werd 18de, Brinkman 22ste, Ehlen 23ste, Geluk 24 en de rest gezamenlijk 26ste.

De uitslag van de derde etappe Lanaken-Hamont van de Ronde van Belgisch Limburg luidde als volgt:
1. Leo Buyst, Antwerpen, 78 km. in 1 uur 47 min. 40 sec
2. Alfons Jacobs, Belg. Limburg A;
3. Karel Borgmans, Antwerpen
18. Jan Plantaz, Nederland
22. Herman Brinkman, Nederland
23. Arnold Ehlen. Nederland
24. Arie Geluk, Nederland
26. o.m. Paas, Suykerbuyk, Jöris, Nolten, Haan
70. Edm. Koeman, Nederland.

Algemeen klassement;
1. Leo Buyst, Antwerpen, 9 33 35
2. Karel Borgmans z.t.
3. Lucien Claes, Limburg A, 9 34 12
14. Thei Paas, Ned., 9 35 45
23. Herman Brinkman. Ned., 9 36 44
26. Jan Nolten, Ned., 9 38 44
27. Arnold Ehlen, Ned., 9 38 22
31. Piet Haan, Ned., 9 40 54
37. Jan Plantaz, Ned., 9 44 59
44. Arie Geluk, Ned., 9 50 55
48. Adri Suykerbuyk, Ned., 9 53 49
49. Mathieu Jöris, Ned., 9 55 40
68. Ed. Koeman, Ned., 10 26 30

Ploegenklassement: 1 Antwerpen 38 17 18; 2 West Vlaanderen 38 20 10; 3 Oost Vlaanderen 38 21 28; 4 Nederland 28 29 90. Nederland steeg dus twee plaatsen in het ploegenklassement.

 

4e etappe: Nederlandse Amateurploeg had met pech te kampen, Nolten best geklasseerde Nederlander

Limburgsch Dagblad 2 juli 1951

HAMONT 30 juni 1951: De Nederlandse familie wierp in de 4de etappe van de Ronde van Belgisch Limburg alle defensieve inzichten finaal overboord. De jongens kwamen na al die vaderlijke vermaningen van Jan Verveer tot het inzicht, dat vooraan resultaten werden geboekt. En dus blonken direct na de start te Lanaken de Oranje-shirts in de voorste gelederen. Jöris maakte dra een minder gewenst voorval mee. Zijn stuur geraakte defect, zodat de bout met een stuk ijzer werd vastgeslagen. Haan en Geluk kregen opdracht om te wachten, waarna dit trio enkele kilometers nodig had om deze zaak weer in het reine te brengen. Nederland had in het offensief dat bij Beverst (24 km) via Haan, Nolten en Paas een zeker aandeel, doch in de straten van Diepenbroek was alles netjes verenigd. Door allerlei voorvallen bleef de strijd een aantrekkelijk karakter behouden. In de omgeving van Leopoldsburg gebeurden dingen die bij de vaderlandse volgers niet zo in de smaak vielen. Brinkman, onze tweede man in de ploegenrangschikking, bekwam een lek bandje. Geluk stond meteen zijn wiel af en ons troepje lag pardoes uit elkaar Jöris en Suykerbuyk werden in het peloton gewaarschuwd, om Brinkman een handje te helpen. Geluk sloot zich hierbij aan en vier Nederlandse jongens stoomden best samenwerkend voorwaarts. De koplui bezweken niet. De vier onfortuinlijke Oranje-knapen met een serie West-Vlamingen bleven op ongeveer dezelfde achterstand hangen. Wel een bewijs, dat het hard ging. Vooraan gaven Nolten, Plantaz, van Hoven, v. Daele, Sneyers, Wellens, Claes, van Cauter, Borgmans vol gas.

En zo kreeg deze fraaie rit de volgende uitslag:
1. Raymond van Hoven (Brabant) 147 km in 3.40.30;
2. Leon van Daele (West Brabant) z.t.;
3. Josef Sneyers (Limburg A) z.t.;
9. Jan Nolten (Nederland) z.t.
24. 31 renners w.o. Nol Ehlen Piet Haan en Thei Paas in 3.43.38.

5e etappe: De laatste dag op de kasseien, Ronde van Belgisch Limburg werd gewonnen door Karel Borgmans

HASSELT 1 juli 1951: Kort na de start van de 5e etappe Hamont – Hasselt sloegen Nolten, Ehlen en zeven andere dapperen op de vlucht, kennelijk met de bedoeling om via dit offensief een geduchte voorsprong te bereiken. Tot ruim een halve minuut brachten de leiders het, doch meer niet, daar de groep er hoegenaamd niets voor voelde om het contact met de vluchters geheel en al te verliezen. Ehlen viel in de groep terug en bij het passeren van Hasselt na 61 km bestond het leidend troepje uit Nolten, Hayen, van Cauter, Remy en Janssens. Op een halve minuut trok het grote peloton door Hasselt, waarin Joris ontbrak. In een grote lus werd nu rondom de Hasseltse contreien getrokken om na 105 km koers deze plaats opnieuw te passeren. De zaken kwamen nu in een beslissend stadium. De Belgische Limburgers sloegen op de grote trom, zetten fluks en vooral met energie een offensief op touw en gingen op zoek naar winst. Eerst hadden Jacobs en Sneyers een 30 sec. voorsprong op Grondelaars en Demunster, doch spoedig trok dit viertal gezamenlijk verder. Met een voorsprong  van 1 minuut 45 sec. werd het eindpunt bereikt, waar Jacobs zijn gezellen de overwinning voor de neus wegkaapte. Jan Plantaz zorgde dat Nederland ook in de prijzen viel. In een felle eindspurt bleef Plantaz baas over de gevreesde Severeyns en werd netjes vijfde. De rest liep te midden van de groep Hasselt binnen.

De uitslag Hamont – Hasselt (150 km)  luidde:
1. Alfons Jacobs (Belg. Limburg A) in 3.40.36
2. Robert Grondelaars (Belg. Limburg A) z.t.
3. Jos Sneyers (Belg. Limburg A) z.t.
5. Jan Plantaz (Ned.) 3.41.21.
15. Een grote  groep aequo w.o. Haan, Geluk, Ehlen, Nolten, Suykerbuyk en Brinkman allen 3.41.31.

Het eindklassement luidt:
1. Karel Borgmans (Antwerpen) 16.55.38
2. Lucien Claes (Belg. Limb. A) 16.56.15
3. Leon van Daele (West Vlaanderen) in 16.57.52
4. Raymond van Hove (Brabant) 16.58.22
5. Leo Buyst (Antwerpen) 16.58. 22
12. Jan Nolten (Nederland) 17.00.38
23. Arnold Ehlen (Nederland) 17.03.33
28. Piet Haan (Nederland) 17.06.05
29. Herman Brinkman (Nederland) 17.06.32
30. Jan Plantaz (Nederland) 17.06.50
44.  Arie Geluk (Nederland) 17.23.47

In het ploegenklassement einjdigde Nederland op de vijfde plaats.