1976-03-27 Amstel Gold Race

Bennie en Freddy

Zuid Limburg, met zijn heuvels, die wij bergen mogen noemen, zijn trage glooiingen met mozaïek van weiden en geploegd akkerland, met zijn bospartijen en zijn menselijke nederzettingen. Het ligt er op deze zaterdag 27 maart winters guur en winderig bij, Men ziet de ze van ver  aankomen, men viert de Amstel Goldrace 1976.

Amstel Gold Race 1976 met Raymond Poulidor, Freddy Maertens, André Gevers, Michel Pollentier en Ferdinand Bracke

De nederzettingen zijn ervoor uitgelopen naar de afgezette kruispunten, wegen en weggetjes voor de doortochten.  Een handvol politieauto’s onder huilende sirene en blauw zwaailicht. Nog een handvol politiemotoren, die witgejaste en –gehelmde reuzen dragen, luid over de velden tierende reclame-auto’s, Amstel Gold auto’s  met wakkere Amstel Gold-officials en met KNWU-officials, een Mercedes-bolide met als gekoesterde lading de Amstel Gold-Miss en nog meer auto’s, wier luidsprekers veel te luide muziek lozen. Een zwerm van pakweg 4 dozijn grommende Harley Davidsons en BMW’s verkondigen de Amstel Goldrace: kakelbont beschilderde Volvo’s en Peugeots, die op hun ruggen glimmende, ranke racefietsen dragen en veel te dikke ploegleiders aan boord hebben.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Diverse auto’s die opzichtig melden toe te behoren aan De gazet van Antwerpen, L’equipe of Avro’s Sportpanorama, tientallen auto’s met NL, B, F en D nummerborden, die anoniem, maar niet minder vloekend, scheldend en tierend met de claxons, hun mannen van de media door bochten en over de heuvels sleuren. Geschatte lengte van deze wolk van lawaai en benzinedampen, van kop tot staart, een paar kilometer.  In de zich snel verplaatsende wolk, bij het begin van de race, in Heerlen, 120 hoofdrolspelers, die duwend op de pedalen en trekkend aan de sturen als wielerprofs het dagelijks brood verdienen.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

We staan onder aan de Adsteeg, in de jaren zestig toneel van enkele opeenvolgende Nederlands Kampioenschappen op de weg, Bennie Ceulen supporteren, de enige (Nederlands-) Limburgse coureur in koers.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Daar is het peloton; in de rug gedekt door een wielerregisseur, die zich in zijn volle lengte, door het open dak van zijn wagen, gebarend, wenkend, zwaaiend met zijn rode vlag, door Zuid Limburg laat rollen.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops
Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Op kop onder andere Michel Pollentier en Piet van Katwijk, we zien Jan Raas, wereldkampioen Hennie Kuiper, Nidi en Fedor den Hertog, Andre Gevers, Freddy Maertens, , Marc Demeyer, Bert Pronk, Ferdi Bracke.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops
Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Waar is Bennie, heb je hem gezien? Ik meen van wel, of toch niet? In de verte een Maes Pils Rokado renner eenzaam in de achtervolging, full speed de Adsteeg opsprintend, het  h’m, onze Limburgse favoriet, teruggeslagen door pech, maar hij geeft niet op, hup, Bennie hup!!

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Bennie Ceulen, de enige Limburgse beroepsrenner in de Amstel Gold Race, kwam méér tegen dan alleen hechte ploegentactiek van de Flandria’s. De jonge Maastrichtenaar werd reeds vroeg door een lekke band getroffen. Na een felle jacht keerde hij weliswaar in de straten van Valkenburg (61 km) terug in de staart van het peloton, maar een nieuwe tube zonder lucht en een gebroken pion betekenden definitief het einde.

Bennie Ceulen, lekke band in de aanloop van Elsloo naar de Adsteeg in Beek, ©Peter Knops

„Tegen die pech was ik niet opgewassen”, aldus een ontgoochelde Bennie Ceulen. De enige troost was dat later niemand van zijn landgenoten, opgewassen bleek tegen het geweld van een superieure Maertens.

Amstel Gold Race 1976 — met Aad van den Hoek, Hennie Kuiper, Gerard Vianen, Jos Schipper, Didi Thurau, Günter Haritz, Joop Zoetemelk en Cees Priem in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops
Amstel Gold Race 1976 — met Michel Laurent, Roger Swerts, Christian Seznec, Cees van Dongen, Freddy Maertens, Joop Zoetemelk, Wim de Waal, Michel Pollentier, Jos Schipper, Régis Ovion en Piet van Katwijk in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops
Amstel Gold Race 1976 — met Cees Bal, Jean-Pierre Danguillaume, Roy Schuiten en Jan Raas in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops
Richting voet van de Cauberg, Bennie Ceulen heeft alweer aangepikt bij de staart van het peloton Amstel Gold Race 1976 — met Bennie Ceulen, Willy Van Malderghem, Herve Vermeeren en Richard Bukacki in Strabeek, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops.

Zes uren en 230 kilometer later, als de finishplaats Meerssen wordt binnengereden, zijn het er nog 42 renners in koers. Freddy Maertens heeft het hardst gefietst van allemaal en wint.

Amstel Gold Race 1976, Heerlen – Meerssen, 230km, 27 Maart 1976 In de beginfase ontsnapt Wim de Waal, hij wordt op de 2e beklimming van de Keutenberg ingelopen door Jan Raas, Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk en Freddy Maertens.
Freddy Maertens zet de demarrage door en fietst solo naar de finish.
Amstel Goldrace 1976, winnaar Maertens met Amstel Goldrace trophee

Freddy Maertens wint. De Gold Race-Miss zendt hem haar glimlach en kust hem. Ook beurt hij een goudglanzend horreur; te groot voor een naar menselijke maat geschapen prijzenkast.

Het Parool 03-04-1976 WIM JUNGMAN, Limburgsch dagblad 29-03-1976 NINO TOMADESSO

1 Freddy Maertens (Flandria-Velda) 5hr 53min 8sec
2 Jan Raas (TI-Raleigh-Campagnolo) op 4’29”
3 Luc Leman (Miko-De Gribaldy-Superia) 5’19”
4 Patrick Béon (Peugeot-Esso-Michelin)
5 Hennie Kuiper (TI-Raleigh-Campagnolo)
6 Joop Zoetemelk (Gan-Mercier-Hutchinson) 5’32”
7 Roger Swerts (Molteni-Campagnolo) 6’36”
8 Roy Schuiten (Lejeune-BP) 6’47”
9 Frans Verbeeck (Ijsboerke-Colnago)
10 Cornelius ‘Cees’ Bal (Molteni-Campagnolo)
11 Cees Priem (Frisol-Gazelle)
12 Piet Van Katwijk (TI-Raleigh-Campagnolo)
13 Eric Van De Wiele (Maes Pils-Rokado)
14 Marc Lievens (Molteni-Campagnolo)
15 Régis Ovion (Peugeot-Esso-Michelin)
16 Jean-Pierre Danguillaume (Peugeot-Esso-Michelin)
17 Willy Van Neste (Frisol-Gazelle)
18 Henk Prinsen (Frisol-Gazelle)
19 Paul Lannoo (Frisol-Gazelle)
20 Raymond Poulidor (Gan-Mercier-Hutchinson)
21 Michel Pollentier (Flandria-Velda)
22 Ghislain Van Landeghem (Maes Pils-Rokado)
23 Bert Pronk (TI-Raleigh-Campagnolo)
24 Christian Seznec (Gan-Mercier-Hutchinson)
25 Wim De Waal (Lejeune-BP)
26 Michel Laurent (Miko-De Gribaldy-Superia)
27 Patrick Perret (Miko-De Gribaldy-Superia)
28 Raymond Delisle (Peugeot-Esso-Michelin)
29 Ferdinand Bracke (Lejeune-BP)
30 Fedor Den Hertog (Frisol-Gazelle) 10’46”
31 André Gevers (Lejeune-BP)
32 Roger Gilson (Frisol-Gazelle) 12’51”
33 Wim Prinsen (Gero-Eurosol)
34 Co Hoogendoorn (TI-Raleigh-Campagnolo)
35 Adri Jos Schipper (Ormas-Sharp)
36 Nidi Den Hertog (Frisol-Gazelle)
37 Gérard Tabak (Frisol-Gazelle)
38 Karl-Heinz Bohnen (Maes Pils-Rokado)
39 Jean-Pierre Berckmans (Molteni-Campagnolo)
40 Roland Smet (Lejeune-BP)
41 Albert Hulzebosch (Ormas-Sharp)
42 Giovanni Jimenez Ocampo (Gero-Eurosol)

1957-04-14 Valkenburg, Limburgs kampioenschap voor amateurs

Uit de plakboeken van Jan Hugens...
... met dank aan Rob Pelt die me zijn Hugens-archief ter beschikking stelde.
Eerste zege: meteen kampioen….

Jan Hugens greep onbedreigd Limburgse amateurtitel

Met ruim twintig seconden voorsprong stoof de slechts 18 jarige Jan Hugens uit Hoensbroek over de witte finishlijn, hetgeen meteen zijn eerste zegepraal bij de amateurs betekende, een victorie in het Limburgs kampioenschap, dat telde nog altijd dubbel.

Hugens heeft dit succes dubbel en dwars verdiend. Nauwelijks zat de eerste wedstrijdhelft erop, of hij toog alleen op zoek naar de overwinning.

Jan Hugens bij de laatste beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Voor velen langs het circuit leek deze ontsnapping te vroeg, maar de lange Hoensbroekenaar trok zich hiervan schijnbaar niets aan en slaagde er zelfs in een voorsprong te nemen van ruim anderhalve minuut.

De vierde beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Toen ontbonden een drietal moedigen hun duivels. Favoriet Lotz sprong achter demarant Willemsen aan en ook de pittige Knoops voegde zich hierbij. Dit drietal ontketende in de drie laatste ronden nog een furieuze jacht. Zij slaagden er dan ook in de voorsprong van Hugens aanmerkelijk te reduceren, maar hem ook maar enigszins te bedreigen konden zij niet.

Frits Knoops leidt de achtervolging op de Cauberg, foto archief Heemkundekring Echterlandj
Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Onbedreigd ging Jan Hugens door de finish, terwijl Rene Lotz op fraaie wijze via een uitstekende sprint, beslag legde op de tweede plaats door Frits Knoops en Jan Willemsen in deze volgorde te kloppen.

Jan Hugens heeft de buit binnen, drinkt samen met Jan Willemsen (4e) een verdiende frisdrank, foto Hugens-archief Rob Pelt

Acht minuten nadat de profs gestart waren voor het kampioenschap van Nederland, werd het vertreksein gegeven aan de 56 Limburgse amateurs, die elf ronden oftewel 99 km voor de wielen kregen. Reeds direct na de start volgde een uitlooppoging van het trio Roth, Moonen en Hub Harings, maar lang duurde dit feest niet, want bij de volgende beklimming van de Cauberg was weer alles tezamen. Vervolgens waren het in de derde ronde van Breugel en Doek, die er tussen uit trokken. Zij wisten het twee ronden vol te houden, maar werden bij de beklimming van de Cauberg weer bij hun kraag gegrepen.

“Hier rijd ik een ereronde langs de tribunes in Valkenburg”, beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Nauwelijks was de rust hersteld of de latere winnaar van dit Limburgs kampioenschap plaatste zijn beslissende demarrage. Hij nam honderd meter, die hij in de afdaling langs de Sibbergrubbe tot ruim een halve minuut wist uit te breiden en in de zesde ronde to bijna een minuut. Als op vleugels reed de Hoensbroekenaar nog harder tegen de Cauberg op en nog sneller nam hij de afdaling, hetgeen hem opnieuw winst opleverde. Ruim anderhalve minuut drukten de chronometers langs het circuit af, ofschoon Doek, Steuten, Vranken, van Breugel en Steenbakkers een heftig tegenoffensief hadden ingezet..

 

“Hier feliciteert Rene Lotz (2e) mij met het behalen van het kampioenschap van Limburg voor amateurs 1957” beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Met nog drie ronden voor de boeg noteerde Hugens nog steeds een voorsprong van één minuut vijftien seconden, een boni die wel iets slonk toen Willemsen, Lotz en Knoops twee ronden voor het einde een nieuwe poging ondernamen om Hugens’ voorsprong teniet te doen, doch zoals reeds verteld slaagden zij hierin niet.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Bij het ingaan van de laatste ronde hadden zij nog ruim één minuut goed te maken. Hugens kon het in deze laatste ronde dus wat kalmpjes aan doen, iets wat hij schijnbaar ook deed, want toen hij als glorieus overwinnaar over de witte streep stoof, bleek hij nog een voorsprong te bezitten van 21 seconden.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

De voorzitter van de KNWU, dr. P. van Dijk, verrichtte de huldigings-ceremonie en overhandigde de winnaar, die ietwat bedeesd deze ceremonie over zich heen liet gaan, de bloemen en de kampioenmedaille.

De uitslag luidde:

  1. en provinciaal kampioen van Limburg 1957: Jan Hugens, Hoensbroek
  2. R Lotz, Stein op 21 seconden
  3. Fr Knoops, Koningsbosch
  4. J. Willemsen, Nuth
  5. J. Doek, Heerlerheide op 1 min.
  6. J. Roth, Waubach
  7. P. Steenbakkers, Maastricht op 1 min. 10 seconden
  8. H. Harings, Sibbe
  9. J. Vranken, Eijsden op 1 min. 20 seconden
  10. J. Pieters, Maastricht
  11. H. Ehlen, Sittard
  12. F. Steuten, Weert
  13. P. Kohlen, Heerlerheide
  14. Fr. Ramakers, Echt
  15. W. Kamphuis, Sittard
  16. A. van Breugel, Heerlen
  17. J. van Kollenburg, Broeksittard
  18. M. Mater, Geleen
  19. G. Scholte, geleen
  20. J. van Eck, Schinnen
“Hier werd ik een paar dagen na het behalen van het kampioenschap gehuldigd” Hugens-archief Rob Pelt
Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt
Piet Gommans geeft zijn mening.. Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

2018-06-07 Arie den Hartog

De Zuidlander Arie den Hartog, die in 1966 van Voorne Putten naar Zuid-Limburg verhuisde, dichter bij zijn arbeidsterrein in België en Frankrijk, is van het levenstoneel verdwenen. Nadat hij eind vorig jaar getroffen werd door een hersenbloeding verbleef Arie in een verpleegtehuis waar hij uiteindelijk geveld door een longontsteking vroegtijdig kwam te overlijden. We wensen de familie den Hartog en Arie’s vrienden veel sterkte toe.

Arie den Hartog
De laatste keer dat hij als actief coureur in het nieuws kwam, was tijdens Bordeaux-Parijs 1970. Arie den Hartog legde ruim 400 kilometer van deze monsterklassieker af. Darmstoornissen maakten toen voortijdig een einde aan zijn seizoen. De blonde Zuidhollander/ Limburger reed nog wat wedstrijdjes in Frankrijk. Daarna kwam de klap waardoor zowat alle Nederlandse profwielrenners op de keien belandden: Caballero en Willem II-Gazelle werden opgeheven. Ongeveer vijfentwintig Nederlandse profs zaten destijds zonder contract. Tot die laatste categorie behoorde ook Arie den Hartog. Met de wielersportlente van 1971 voor de deur werd zijn naam voorgoed geschrapt uit de startlijsten.

Arie den Hartog, in 1964 beroeps geworden won dat jaar Parijs Camembert en de Ronde van Luxemburg. In 1965 won hij Milaan-San Remo. Hij stond aan het begin van een lucratieve wielerloopbaan. Door zijn zege in de „Primavera” had hij zich op slag in de kijker gereden.

In 1966 na zijn winst in de eindrangschikking van de Ronde van Catalonië vertrok hij als kopman van de Fordploeg in de Tour de France. Een valpartij en gekneusde ribben wierpen hem uit het peloton. Arie den Hartog kwam terug, won regelmatig zijn wedstrijden, vooral in Frankrijk, en veroverde een vaste plaats op de markt. Hij reed ook voor St.-Raphaël en BIC, fietste stukje bij beetje sociale zekerheid bij elkaar en bouwde in Elsloo een fraaie woning waar hij en zijn vrouw Marja elk jaar rustig konden overwinteren. Hij verdiende immers goed als hard fietsende seizoensarbeider. De opgaande lijn werd echter opnieuw afgebroken. Tijdens het wereldkampioenschap op de weg in Heerlen (1967) lag Arie den Hartog met een hersenschudding in bed.

Den Hartog eindigde in de Tour van 1968 als 26ste op bijna een half uur van zijn landgenoot. Hij herinnert zich dat het een merkwaardige editie was. „Er waren geen uitgesproken favorieten, geen supervedetten, geen echte winnaars. De rivaliteit bij de Belgen tussen Van Springel en Bracke heeft ons in de kaart gespeeld. Ik was en ben bepaald geen vriend van Janssen, maar toen ik geen kans meer had, heb ik voor hem gewerkt. Zo professioneel was ik wel. Ondanks het feit dat het tussen Jan en mij niet boterde. Hij zocht en zoekt de journalisten op. Zo ben ik niet. Als ik de kans kreeg piepte ik er tussenuit. Je zult me niet snel op de VIP-tribunes zien zitten. Ik sta liever tussen het publiek."
1 augustus 1965. Kampioenschappen wielrennen profs te Beek, Kopgroep Jo de Roo, rechts Arie den Hartog (Ford), achter hem Leo Knops, daarachter Henk Nijdam en tenslotte Peter Post

De laatste twee koersjaren maakte hij reclame voor Caballero, het eerste jaar minder, maar in 1970 kwam er weer schot in. Hij was de sterkste in de Zwitserse Alpen (winnaar bergklassement) en reikte naar een opvallende derde plaats in het eindklassement van de Zwitserse ronde. Caballero en Den Hartog begonnen uitstekend voorbereid aan de Ronde van Frankrijk. „Als ik de bergen maar haal, dan rijd ik een goede Tour”, voorspelde hij na de eerste, moordend snel gereden ritten door Noord-Frankrijk en België. Hij zag de bergen niet. Darmstoornissen, waarschijnlijk voedselvergiftiging, haalden in de rit naar Saarlouis een streep door de rekening. Niet Parijs, maar het Sittardse ziekenhuis was voor Den Hartog de eindstreep van wat aanvankelijk een succesvol seizoen leek te worden.

Amstel Gold Race 1967
Arie wint de Amstel Gold Race 1967
Video: Amstel Gold Race 1967

„In de Tour heb ik zó’n klap gehad dat het seizoen voorbij was voordat ik hersteld was. Ik was enorm verzwakt en heb een streng dieet gehad. In Bordeaux-Parijs kreeg ik dezelfde klachten.

Arie voelde zich wel nog capabel genoeg voor grote of kleine wedstrijden.  Als voorbereiding van het seizoen  1971 had hij in de winter deels „op de rollen”, deels in het bos doorgebracht. Conditietraining die gevolgd wordt door trainingskilometers op de fiets, zo vlug de wegen weer berijdbaar waren. Den Hartog bleef een gunstig object voor een extra sportieve firma, maar een contract heeft hij niet meer getekend. „De ene keer belden ze op met de mededeling: het is bijna voor elkaar. De volgende dag hoorde ik: het is nog niet rond. Ik wilde dolgraag blijven rijden, maar niet onder de prijs. Als ik er geld op zou moeten toeleggen, dan is de rekening snel opgemaakt.” Normaal zeggen ze dat je in de lange afstandssporten rond je dertigste het sterkste bent, Arie den Hartog was 29 jaar jong toen hij stopte met koersen op het hoogste niveau.

Milaan Sanremo 1965

Na zijn afscheid van het metier heeft hij nog even gefunctioneerd als ploegleider van een amateurploeg en volgde hij het hedendaagse wielrennen via de media nog op de voet. Klassiekers als Amstel Gold Race, Luik- Bastenaken-Luik en Ronde van Vlaanderen bezocht hij.

Na zijn carrière importeerde hij fietsen en onderdelen. De rijwielhandel in Sittard deed hij later van de hand, hij er een goede prijs voor kon krijgen. Maar hij had geen zin te niksen en startte hierop in Spaubeek een groothandel in marmer en graniet. Later volgde ook nog een rijwielzaak in Kerkrade en had hij ook een fietsenwinkel in Nieuwstadt.

Arie den Hartog

Voormalige beroepswielrenners hebben doorgaans de gewoonte sterk af te geven op de huidige generatie. De vedetten van weleer verwijten de laatste lichting gemak- en geldzucht. Den Hartog vormde een verfrissende uitzondering. „Het is gemakkelijk vanuit je luie stoel iets af te breken”, zei hij. “lk denk dat het te maken heeft met jaloezie. Wij verdienden in verhouding niks, maar je kunt die jongens niet kwalijk nemen dat ze scheppen geld krijgen. Als ik nu wielrenner was geweest had ik ook geen nee gezegd. Daarom vind ik dat vergelijken zinloos is”.
Arie den Hartog werd 77 jaar.

Janssen draagt Tourzege aan Den Hartog op

Beluister het recent radio-interview met Jan Janssen naar aanleiding van Arie's overlijden:

"Ik zocht hem op in het ziekenhuis, Ja, huilen toen 'ie mij zag..." Vanwege het infarct zat Den Hartog vastgebonden in een rolstoel. "Het was een zielig hoopje mens, dat is alleen maar tragisch. Zo wilde hij niet leven."

"Hij was van ongelofelijke waarde. En heeft hij alles gegeven, tot de laatste dag. Mijn Tourzege draag ik ook echt wel een beetje aan hem op", vertelt Janssen in Langs de Lijn En Omstreken.

In de Tour de France van 1968, na de Alpen waren er nog vier renners over, onder wie Den Hartog. "Hij heeft me echt bijzonder gesteund. Als je tegen Arie zei 'de kopgroep rijdt op 2 minuten', dan reed hij net zolang op kop tot we erbij waren. Het was een tempobeul, een allrounder."

Janssen vergeet de laatste ontmoeting niet snel. "Ik heb met betraande ogen en een brok in mijn keel dat ziekenhuis weer verlaten en zei tegen mijn vrouw: dat gaat niet lang meer duren."

Wat overblijft is de herinnering, aan een man die vooral zijn pedalen liet spreken. "Hij was een beetje introvert. Hij werkte zich naar goede ploegen toe, zeer verdienstelijk maar Arie was niet zo'n prater. Een vriendelijke man, maar een beetje gesloten."

De strijdbijl over de rechtszaak die Jan Janssen in 1993 aanspande tegen Arie Den Hartog (op het laatste moment afgeblazen) naar aanleiding over diens uitspraken over het niet nakomen van Janssen's financiële verplichtingen na de Tour 1968 is inmiddels diep begraven, maar goed ook, zie de video "Jan Janssen met een brief aan Arie den Hartog" :
Video: Zuidland (1962) Arie den Hartog Hangjeugd en Zangvereniging Ring