1971-06-20 Nederlands wegkampioenschap profs Valkenburg

Joop Zoetemelk, een waardige kampioen.

De 24-jarige wielerprof uit Rijpwetering behoorde bij die groep van dertien renners, die zich in de tweede ronde van het bijna tien kilometer lange circuit afscheidde van het peloton. Als makkers had hij Eef Dolman en Wim Bravenboer bij zich, maar van dit tweetal heeft de bruisend enthousiaste Zoetemelk in zijn 170 kilometer durende strijd tegen zes vertegenwoordigers van Pellenaars’ Goudsmit-Hoff equipe pas in de slotfase van Eef Dolman de hulp gekregen waarop hij recht had. Toen Zoetemelk namelijk op ongeveer vijftig kilometer voor het einde meesprong met de taaie Wim Prinsen, was het Dolman, die de gretige Gerben Karstens de doorgang belette.

Joop Zoetemelk, foto Wiel Vasmeer

Zo kreeg het nationale kampioenschap een boeiend slot met het duo Zoetemelk in eerste linie. Karstens, afgeremd door Dolman, op anderhalve minuut, daarachter de „Franse” renners Janbroers (Peugeot) en Harry Jansen (Sonolor) met als bewaker Matthijs de Koning in de wielen. Heel even dreigden er moeilijkheden tussen de twee aan kop toen Prinsen weigerde deel te nemen aan het zware werk. “Kom op”, schreeuwde Zoetemelk. “Nee” antwoordde Prinsen. „Dan stop ik ook” dreigde de Mars-Flandriaman. „Dan wordt Karstens kampioen” repliceerde de kleinste man van Pellenaars. „Of Dolman”, brieste Zoetemelk. Dat was voldoende. Prinsen wist maar al te goed, dat vrijwel geen renner zo snel de meters van een stijgend parkoers neemt als Dolman. Prinsen zette zich opnieuw in de pedalen. Hij nam overmoedig de leiding bij de beklimming van de laatste Cauberg aan de top waarvan de finish lag. De slimme Zoetemelk trok zonder moeite mee omhoog om op ongeveer honderd meter voor het spandoek genadeloos toe te slaan.

Rini Wagtmans en Joop Zoetemelk, foto Wiel Vasmeer

Rene Pijnen en Joop Zoetemelk, foto Wiel Vasmeer

Evert Dolman en Jan Krekels, foto Wiel Vasmeer

Plaatselijk favoriet Ton Habets en Rini Wagtmans, foto Wiel Vasmeer

Voorbeschouwing

FAVORIETEN WEER OP CAUBERG

Strijd om de wielertitels wordt boeiender dan ooit

Limburgs Dagblad 12 juni 1971

Zondagmiddag om 1 uur gaan de beroepsrenners van start voor jaarlijkse koers waarbij het Nederlands kampioenschap te verdienen of te verdedigen valt. Op de Valkenburgse Cauberg- Op een parcours dat door de jaren heen wereldvermaardheid heeft verworven. Een helling van 12 procent die als de grote „brokkenmaker” kan fungeren. Ken helling ook die vele wielercracks al de das heeft omgedaan. Of hen soms in één grandioze klap tot de top van de wielersport heeft gebracht.

Caubergcircuit NK 1971

Enkele jaren heeft de Adsteeg in Beek als een uitstekende plaatsvervanger gefungeerd. Er zijn daar in Beek adembenemende koersen gehouden. Uitstekend georganiseerd. Met duizenden toeschouwers. Maar Valkenburg hééft nou eenmaal die naam in de wielersport die de wielermassa doet vergeten dat ook andere plaatsen dan het Geulstadje in staat zijn evenement op dit niveau te organiseren. Valkenburg heeft namelijk de beschikking over een „beul” die zijn weerga in de vaderlandse wielersport niet vindt: de Cauberg.

deelnemerslijst NK 1971

Door, de keuze van het parcours is het uitgesloten dat het een saai koersje gaat worden. Ken Wim van Est, een Wout Wagtmans. kenners van het vak dus, voorspellen dat het juist dit jaar enorm zal gaan spannen. Het is niet doenlijk om een winnaar te voorspellen maar de namen van Gerben Karstens. Jan Krekels en Harrie Stevens springen toch duidelijk naar voren.

V.l.n.r: Harry van Leeuwen, Cees Rentmeester, Leo Duijndam, Jan Krekels, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Wim Wanders, Harrie Steevens, Rene Pijnen, Joop Zoetemelk, Gerben Karstens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Mat Gerrits, Jan van Katwijk, Rini Wagtmans, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Gerben Karstens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Als favoriet nummer 1 geldt echter de momenteel zeer sterk rijdende Wim Schepers. Wie gezien heeft met welk een gemak de coureur onlangs in Simpelveld de Hulsberg nam, hoe soepel Schepers daar dansend naar boven ging moet toegeven dat de man uit Meers-Elsloo ook op de Cauberg een beste kans maakt. Een hele beste.

Jos van der Vleuten, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Tino Tabak, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Direct na hem dient Joop Zoetemelk genoemd te worden. Hij steekt in grote vorm en behoort ook tot de betere klimmers. Evenals ook Rini Wagtmans. En dan is er nog altijd een zekere Jan Janssen. Deze coureur waarvan men zegt dat hij in zijn „nadagen” rijdt kan zeer zeker voor een verrassing zorgen. Jan Janssen werd wereldkampioen, Jan Janssen won de Tour de France. Hij fietste van de ene zege naar de andere. En nu, in 1971, is deze coureur, die gezegd heeft dat hij geen Tour de France meer zal rijden, al weer en nog altijd enkele malen in de voorste gelederen geëindigd. Jan Janssen, met een bijzonder sterke Limburgse supportersclub achter zich, geldt als de grote outsider voor dit kampioenschap.

V.l.n.r: Wim Prinsen, Joop Zoetemelk, Gerben Karstens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Mat Gerrits, Harry van Leeuwen, Gerard Vianen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Er bestaat voorts ook nog een Goudsmit-Hofploeg. Met coureurs die als het moet allemaal uitstekend voor de dag kunnen komen. Het prijzenschema is zodanig dat elke coureur verdient. Zondag  20 juni  1971. Historische dagen voor Valkenburg. Omdat de kampioenschap er na dertien jaren terug van is. Topsport voor het Geulstadje.

V.l.n.r: Evert Dolman, Harry Jansen, Wim Prinsen, Joop Zoetemelk, Gerben Karstens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Ben Janbroers, René Pijnen, Wim Bravenboer, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Dankzij het Limburgs Dagblad. In de eerste week van juni al was het op de Cauberg een wielrendrukte van belang: er werd en wordt getraind dat de stukken er af vliegen. Eén ding staat vast: de Cauberg heeft een egaal wegdek gekregen. Hetgeen de heer Goud van de KNWU de opmerking ontlokte: Hier vliegen de renners naar boven. Maar dat zal nog moeten blijken. Wij houden het toch meer op de uitspraak van oud-consul. de heer Pisters: de Cauberg is ook nu, moeilijker dan men denkt.

Rini Wagtmans, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Harrie Steevens, Wim Bravenboer, Mathijs de Koning, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

wedstrijdverslag

Nederlaag voor Goudsmit Hoff

JOOP ZOETEMELK STERKE KAMPIOEN

Limburgs Dagblad 21 juni 1971

Na het kampioenschap voor de Dames (winnares Keetie van Oosten- Hage) en de Amateurs (winnaar Jan Spetgens, lees het uitgebreide fotoverslag alhier) was het op zondag 20 juni 1971 de beurt aan de beroepsrenners. Joop Zoetemelk is een waardige en sterke landskampioen van de beroepsrenners geworden. Drie ronden voor het einde zei hij met Wim Prinsen de kopgroep van twaalf man vaarwel en eendrachtig samenwerkend bouwde dit tweetal aan een onoverbrugbare voorsprong welke bij het ingaan van de laatste de ronde anderhalve minuut bedroeg.

Links Leo Duijndam en Evert Dolman, Rechts Cees Stam en René Pijnen in actie op de Cauberg, foto Wiel Vasmeer

Aan het wiel van Prinsen ging Zoetemelk voor de laatste maal tegen de Cauberg op. Maar voor de kenners stond al vast wie dit duel ging winnen, bij het ingaan van de laatste steile bocht demarreerde de klimmer Zoetemelk en met een voorsprong van wel twintig meter op Prinsen ging hij zegevierend over de eindstreep. Veel later arriveerde een gedesillusioneerde Gerben Karstens, die beslag legde op de derde plaats voor Evert Dolman die zijn taak als hulp voor Zoetemelk weer voortreffelijk had gedaan.  Hoewel de strijd om de nationale titel niet tussen ploegen hoort en pleegt te gaan was het dat in feite wel al betrof het nu slechts twee groeperingen.

Ger Harings, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Jos van Beers, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Jan van Katwijk, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Gerard Vianen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Rini Wagtmans, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Het dertiental waaruit tenslotte de winnaar kwam en dat vanaf de vierde ronde de strijd heeft beheerst, bestond immers uit zes mannen van Goudsmit Hoff: Gerben Karstens, Harry Steevens, Cees Rentmeester, Mathijs de Koning, Wim Prinsen en Leo Duyndam terwijl Mars Flandria was vertegenwoordigd door het drietal  Joop Zoetemelk, Eef Dolman en Jan Bravenboer.

Valkenburger Ton Habets in actie op zijn Cauberg, foto Wiel Vasmeer

Dan waren er nog de eenlingen Harry Janssen van Sonolor Lejeune, Ben Janboers van Peugeot en René Pijnen van Bic. Eerder behoorde Cees Stam van Ketting ook nog tot de kopgroep, maar hij raakte achterop door materiaalpech en staakte tenslotte de strijd. In feite heeft het Mars-trio door beter koersinzicht het Goudsmit Hoff-zestal een duidelijke nederlaag toegebracht. Dolman en Bravenboer stelden zich volledig in dienst van hun beste troef Zoetemelk en deze deed het voortreffelijk. Hij was het, die alle demarrages meteen beantwoordde.

V.l.n.r: Gerben Karstens, Evert Dolman, Wim Bravenboer, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Daan Holst, Harrie Steevens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Jo Moonen, Gerard Vianen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Leo Duijndam, Wim Bravenboer, Harrie Steevens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Ben janbroers, Gerben Karstens, René Pijnen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: René Pijnen, Leo Duijndam, Evert Dolman, Gerben Karstens, Joop Zoetemelk, Harry Jansen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Cees Stam, Evert Dolman, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Gerben Karstens, Harry Jansen, Harrie Steevens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Rini Wagtmans, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Vijf ronden voor het einde begon Gerben Karsten aan een fel offensief, maar Zoetemelk bleef aan zijn wiel. Laatstgenoemde wist, dat hij met Karstens minder kans zou hebben op de eindzege en daarom deed hij ook geen kopwerk.

door Harry Theunissen

Limburgs Dagblad 21 juni 1971

Alle pogingen van het Pellenaars-zestal om Zoetemelk „onder het behang te plakken” liepen op niets uit. Toen Prinsen in de achttiende ronde demarreerde, zag Zoetemelk daar wél perspectief in. Aanvankelijk voelde Prinsen weinig voor een vlucht met de Mars-man, maar na een kort overleg met Zoetemelk besloot de discipel van de Pel het te wagen. En hij verloor. Karstens begreep wel wie van de twee koplopers het duel ging winnen. Hij stelde nog alles in het werk om het tweetal te achterhalen, maar hij kreeg Dolman aan zijn achterwiel en daardoor kon de Karst het gat niet meer dichten.

Henk Benjamins, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Zo kreeg de laatste fase van dit kampioenschap van de broodrijders nog een alleszins interessant slot dat de vijftienduizend toeschouwers met de grootste belangstelling volgden. Zoals gezegd, ontstond de definitieve afscheiding al in de vierde ronde. Wagtmans, Benjamins, Krekels, Serpenti, Van der Vleuten, Vianen en Van Leeuwen misten de aansluiting en hadden al vlug een achterstand van een minuut. Wagtmans probeerde nog weg te komen, maar de Molteni-man kreeg niet de minste steun en daarom viel hij uit.

Jos van der Vleuten, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Jan Krekels, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Ton Habets, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Daan Holst, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Gerard Vianen, Wim Prinsen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Wim Prinsen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

René Pijnen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Halverwege de wedstrijd, waaraan slechts 39 profs deelnamen, kwam het peloton nog tot op 35 seconden van de hoofdmacht, maar toen daar het tempo werd opgevoerd door demarrages van de Goudsmit Hoff-zes waren de achtervolgers op het zware parkoers met veel tegenwind maar gelukkig zonder regen, kansloos en liep hun achterstand op tot vele minuten, Jan Krekels was een van de velen die er geen heil meer in zag en afstapte.

Harrie Steevens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Mathijs de Koning, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Mathijs de Koning, Evert Dolman, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Harry van Leeuwen, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

René Pijnen, Harrie Steevens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

De achterhoede die meer dan een kwartier achterstand had, bestond uit het vijftal Holst, Gerrits, Van Deene, Van den Berg, en Aarts. Zij behoorden tot de 21 die de wedstrijd uitreden en daarmee een prijs van ongeveer honderd gulden verdienden.

Vanaf de 4e ronde vormde een kopgroep van 13 coureurs het verdere verloop van het kampioenschap

Joop Zoetemelk: „Cauberg mijn enige kans”

Die Cauberg was mijn enige kans om ooit kampioen van Nederland te worden. Als we volgend jaar weer ergens anders rijden, dan gaat de titel naar iemand als Peter Kissner”. Deze woorden van Joop Zoetemelk logen er niet om. Maar de kersverse kampioen bij de profs liet hierna onmiddellijk volgen, dat hij in de Ronde van Spanje veel routine had opgedaan in bergsprints.

v.l.n.r. Joop Zoetemelk, Eef Dolman en Mathijs de Koning op de top van de Cauberg, foto Wiel Vasmeer

„Daarom wist ik ook precies hoe ik Wim Prinsen moest aanpakken als het zo ver was. Op het vlakke stuk voor de laatste bocht wilde hij wéér niet overnemen. Maar hij moest volgens mijn plannen op kop rijden in de klim. Daarom bracht ik een kunstje in de praktijk, dat ik van Eric de Vlaeminck heb afgekeken. Ik versnelde, ging schuin links voor Prinsen rijden en toen hij aanzette, kneep ik heel even in mijn remmen. Prinsen schoot me toen voorbij. Hij moest nu wel omhoog. Ik heb erg goed op hem zitten letten.” In zijn rood-wit-blauwe tricot glunderde Joop Zoetemelk nog na over het slagen van zijn tactiek en verduidelijkte hierna hoe hij zijn rivaal tenslotte versloeg. „Na de laatste bult in de Cauberg schakelde ik naar een sprintversnelling en toen Prinsen dat zag zette hij aan. Daarna heb ik alles op alles gezet. Ik ging met 53×18 naar boven en schakelde een paar honderd meter voor het einde naar een versnelling van 53×13. Met alle kracht die ik in me had stoof ik naar boven en hierna was Wim Prinsen een verslagen man.”

Aan de voet van de Cauberg, vijf ronden voor het einde begon Gerben Karsten aan een fel offensief, Karstens leidt hier voor Wim Bravenboer, in de achtergrond Zoetemelk en Prinsen, foto nationaal archief

Gerben Karstens leidt voor Wim Bravenboer, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

HONDERDDUIZEND FRANCS VAN MARS-FLANDRIA
Leuk extraatje voor kampioen Zoetemelk
Wagtmans: „Cauberg grandioos parcours”

Sjefke Janssen, chef d’equipe van Mars Flandria’s amateurs was een van de gelukkigste mensen van het afgelopen weekeinde waarin het Limburgs Dagblad wielerminnend Nederland weer een Cauberg als wedstrijdmaker gebracht heeft. De man uit Elsloo was al méér dan content toen hij zaterdagmiddag bij de amateurstrijd de drie eerstaankomenden als “zijn” jongens kon feliciteren.

Wim prinsen, Joop Zoetemelk, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Wim prinsen, Joop Zoetemelk, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Zoetemelk springt halverwege de Cauberg, op ongeveer vijftig kilometer voor het einde, met de taaie Wim Prinsen mee, foto nationaal archief

Jefke Janssen voelde zich de koning te rijk toen hij, als groots “plaatsvervanger van Briek Schotte zondagmiddag bij de finish van de profs opnieuw een overbekende Mars-Flandria-figuur als eerste over de eindstreep zag gaan: een waardig kampioen in de eigenlijk te frêle figuur van Joop Zoetemelk.

Wim prinsen, Joop Zoetemelk, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Gerben Karstens, Evert Dolman, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Aanvankelijk voelde Prinsen weinig voor een vlucht met Joop Zoetemelk, maar na een kort overleg met de Mars-Flandriaman besloot de discipel van de Pel het te wagen. En hij verloor, foto nationaal archief

door Breur Loffeld

Zoetemelk een NAAM in de internationale wielersport.

Janssen: „Mars-Flandria had 100.000 Belgische franken extra uitgeloofd als een Mars-Flandriaan de titel kon wegsiepen. Joop reed enorm sterk. Hij had bovendien de niet te onderschatten steun van Eef Dolman en Wim Bravenboer. Twee jongens die alles uit hun kast verreden hebben om Joop te helpen. Zoetemelk heeft door deze overwinning enorm veel zelfvertrouwen gekregen. Joop gaat nu ineens op een heel andere manier naar de Tour de France dan alleen maar om zijn tweede plaats van verleden jaar te verdedigen”.

helaas geen goeie “Vasmeer” finishfoto van de nieuwe kampioen

Limburgs Dagblad 21 juni 1971: Daar gaat Joop, mede dank zij Mars kampioen bij de profs

De laatste meter voor Joop Zoetemelk, de nieuwe kampioen van Nederland op de weg voor beroepsrenners, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Rini Wagtmans voelde zich sterk. En was ook sportief: „Ik ben blij dat de trui bij een vedette terecht is gekomen. De naam Zoetemelk zegt echt wel iets in het buitenland. Overigens was het hier een formidabel parkoers. Ik hoop dat het volgend jaar de kampioenschappen weer hier op de Cauberg gehouden worden”.

In de laatste honderden meters naar de finish werd Wim Prinsen volledig verrast door de man uit Rijpwetering. Wim prinsen passeert de streep als 2e, foto nationaal archief

Brons voor Gerben Karstens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Evert Dolman, 4e in de uitslag. Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Harry Jansen (5e), voor  Ben Janbroers (6e), Mathijs de Koning (7e) en René Pijnen (8e) Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

De eerste Limburger die zondag over de eindstreep ging was Harry Stevens: „Ik reed goed. Maar ik kreeg een lekke band toen de slag viel. Ik ben natuurlijk toch gedemarreerd om weer bij te komen, maar toen ik nog zo’n 50 meter van het kopgroep je was, reed ik wéér plat. En toch ben ik bij de kopgroep gekomen. En in de laatste ronde, het was of de duvel ermee speelde, kreeg ik opnieuw een kapotte band. Nou. dan ben je wel weg, hè? We zullen maar zeggen dat ik geen geluk gehad heb.”

Cees Rentmeester (9e) Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

WIELERSPORT NIET „DOOD”

De pessimisten hebben ongelijk gekregen. De pessimisten die de laatste maanden uitbazuinden, dat de Nederlandse wielersport op weg is naar haar graf. Zaterdag en zondag is op de even befaamde als beruchte Valkenburgse Cauberg het bewijs geleverd, dat de „levensgeesten” waarachtig nog niet zijn geweken. De tienduizenden, die ondanks de vaak erbarmelijke weersomstandigheden twee dagen de klim omzoomden, hebben kunnen constateren dat ook in ons land een wielerwedstrijd nog altijd een bijzonder boeiende bezigheid kan zijn.

door Will J. Poulssen

Joop Zoetemelk met zijn eerste (bij de profs behaalde) nationale kampioenstricot, foto’s Wiel Vasmeer

Joop Zoetemelk, van wie zo lang werd beweerd, dat hij o zo moeilijk in het offensief durfde te gaan, trotseerde op het Caubergcircuit niet alleen alle aanvallen, maar liet in de beslissende slotfase duidelijk zien, dat hij het eigen initiatief beslist niet schuwt.

Hij moest optornen tegen de aanvalsdrift van de mannen uit de „colonne” van Kees Pellenaars. Vooral tegen de kleine Wim Prinsen die van geen wijken wist en als snelle sprinter terecht door Joop Zoetemelk werd gevreesd. In de laatste honderden meters naar de finish werd de „vlo uit Hank” echter volledig verrast door de man uit Rijpwetering.

Enfin: twee dagen wielersport van hoog gehalte hebben bewezen, dat deze sport heus nog niet „dood” is. Dat was overigens niet in het laatst te danken aan bet Caubergcircuit. Na dertien jaar bleek overduidelijk, dat men voor een titelstrijd met allure en sfeer in het Geulstadje moet zijn. Het Limburgs Dagblad heeft dit met de organisatie van dit evenement duidelijk aangetoond. Met deze wetenschap verlieten de duizenden dan ook gisteravond de Valkenburgse contreien.

Zoetemelk op het hoogste schavot, verdient winnaar en tevens fl 5000,- rijker door de extra premie van Mars-Flandria, foto nationaal archief

Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

V.l.n.r: Wim Prinsen, Joop Zoetemelk, Gerben Karstens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Op het podium tijdens het spelen van de nationale hymne, v.l.n.r. Wim Prinsen, Miss Limburgs Dagblad, Joop Zoetemelk en Gerben Karstens, foto nationaal archief

Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Uitslag NK 1971 bij de beroepsrenners:

  1. J. Zoetemelk, Rijpwetering, 190 km in 4.49.04
  2. W. Prinsen, Hank
  3. G. Karstens. Prinsenbeek op 1.06
  4. E. Dolman. ‘s-Gravendeel op 1.12
  5. H. Janssen, Westzaan op 3.01
  6. B. Janbroers, Amsterdam
  7. M. de Koning, Scherpenzeel
  8. R. Pijnen. Woensdrecht
  9. C. Rentmeester, Ovezande op 3.05
  10. W. Bravenboer, Klaaswaal op 4.55
  11. H. Stevens. Elsloo op 5.08
  12. H. van Leeuwen, Den Haag op 10.46
  13. H. Benjamins. Hollandseveld op 10.54
  14. W. Wanders. Meerssen
  15. J. Serpenti, Wijk aan Zee op 10.59
  16. J. v.d. Vleuten. Helmond op 11.17
  17. D. Holst. Amsterdam op 17.23
  18. M. Gerrits. Oploo op 22.51
  19. G. van Deene. Den Haag op 36.49
  20. W. v.d. Berg, Wateringen
  21. W. Aarts. Gronsveld op 44.25

foto nationaal archief, volg de link

Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

foto nationaal archief, volg de link

V.l.n.r: Wim Prinsen, Joop Zoetemelk, Françoise Duchaussoy, Gerben Karstens, Collectie BN De Stem / Johan van Gurp Identificatienummer JVG19710620743

September 2018, Joop Zoetemelk trekt voor de volkskrant zijn Nederlandse kampioenentrui van 1971 nog eens aan. de Volkskrant Foto FaceBook ©Stephan Vanfleteren

1971-06-19 Nederlands wegkampioenschap amateurs Valkenburg

Limburgers vooraan in magnifiek amateurschouwspel

JAN SPETGENS: „HALF KOERS WIST IK DAT HET ERIN ZAT”

VALKENBURG, 21 juni 1971- De 24-jarige Jan Spetgens uit Someren is zaterdag in Valkenburg op overtuigende  wijze Nederlands kampioen op de weg bij de amateurs geworden. Met de fantastisch rijdende Wim Kelleners uit Born, door zijn aanvalsdrift de meest bejubelde held van het honderdvijfentwintig renners tellende veld, de uitgekookt en intelligent koersende Mathieu Pustjens uit Roosteren, en de favoriet par excellence, Fedor den Hertog, zorgde de Oostbrabantse tegelzetter voor een magnifieke ontknoping van een van de attractiefste amateurkampioenschappen van de laatste jaren.

door Harry Muré (Limburgs Dagblad)

Na een barre tocht van 171 kilometer met achttien moordende klims over de Cauberg tooide „De Spet” – vijf jaar amateur en afgezien van een zege in de Omloop van de Baronie in 1969 steeds in de schaduw van de groten vertoevend – zich min of meer verrassend, maar volledig verdiend, met de hoogste eer.

Foto’s Johan van Gurp, BN De Stem, met dan aan het stadsarchief Breda.

Hoe spijtig het ook is voor de Limburgers (Kelleners werd tweede en Pustjens derde), aan het kampioenschap 1971 ie kolossaal sterk klimmende Spetgens valt niets af te dingen. Kelleners en Pustjens bezorgden Limburg niettemin eindelijk de „kick” waar de zuidelijke supporters al maanden vergeefs op gewacht hebben. Met Jo van Pol (achtste) verpulverde dit duo eindelijk  de Hollandse suprematie, in de wedstrijd de waarheid.

Limburgs Dagblad 19 juni 1971 voorbeschouwing

Cees Koeken

Cees Koeken

Arie Hassink

Wim Kelleners en Mathieu Pustjens konden hun optimale vorm niet met een complete triomf bekronen, deels  door pech, deels misschien door gebrek aan oplettendheid In de laatste achthonderd meter lange klim van twaalf procent naar de streep boven op de Cauberg. Pech gold in dit geval niet als excuus, want ook  Jan Spetgens heeft zijn deel gehad. Vele malen blokkeerde zijn ketting; hij moest viermaal een nieuwe fiets nemen.

vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 80 van Pol

vlnr 115 Vrancken, 36 Den Hertog, 16 van Bragt, 91 Smit, 66 Luppers

vlnr 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 82 Priem, 53 Koeken, 80 van Pol, 64 vd Loo, 88 Schür

vlnr 80 van Pol, 31Duyker, 88 Schür, 111 Vlot, 64 vd Loo, 97 Spetgens, 82 Priem

vlnr 106 van Venrooy, 36 den Hertog, 53 Koeken, 116 de Waal

vlnr 31 Duyker, 116 de Waal, 97 Spetgens,

17 Broere

116 Wim de Waal

vlnr 64 Theo vd Loo, 20, Toine vd Bunder

vlnr 53 Cees Koeken, 82 Cees Priem

In de geweldig spannende finale zegevierde echter het intellect van Jan Spetgens. Kelleners, Pustjens, Den Hertog en Spetgens hadden in de voorlaatste ronde de achtervolgers definitief verslagen. Toen was duidelijk dat bij dit viertal de winnaar zat. ..Eén tegen drie, er was geen beginnen aan”, verzuchtte Fedor den Hertog teleurgesteld na afloop. Inderdaad’, Kelleners,  Pustjens en Spetgens, drie leden van Mars Flandria, rekenden kordaat af met de „eenzame” Den Hertog die in de voorlaatste ronde gelost werd maar nog één keer op eigen kracht aansluiting kreeg. Maar aan de voet van de laatste klim brak zijn verzet. Hij schakelde verkeerd en moest lossen. De drie „spoten” omhoog. Honderd meter voor de finish lag Mathieu Pustjens in de beste positie. Een te wilde pedaalbeweging werd de 22-jarige bankwerker uit Roosteren noodlottig. Jan Spetgens zag het vlak vóór zich gebeuren.

vlnr 9 Berkhout, 83 Prinsen, 45 Kamper

37 Aad van den Hoek

Cees bal heeft pech

Cees Bal

Op dat moment reed de hoogblonde, slanke coureur uit Someren alles of niets. Met een vernietigende sprint-omhoog schoot Spetgens het Limburgse tweetal voorbij, Kelleners en Pustjens waren verslagen! Gejoel voor Fedor een Hertog die in de laatste klim twintig seconden moest prijsgeven, teleurstelling bij Wim Kelleners en Mathieu Pustjens („Als mijn voet niet uit de toeclip was geschoten, dan was ik kampioen geweest”) en dolle vreugde bij de aanhang van Jan Spetgens. Bondscoach Joop Middelink: „Spetgens heeft het dik verdiend. Wat die jongen allemaal gedaan heeft. Hij reed volledig geconcentreerd.  Hij schakelde niet meer in de laatste klim en behield daardoor de juiste cadans.” Die soepele cadans, gekoppeld aan enorme kracht en koersinzicht in de laatste kilometers, was het geheime wapen van Jan Spetgens. „Ik ben geen moment bang geweest voor de Cauberg, al had ik hem pas een paar keer gezien. Vanaf half koers had ik het gevoel dat het erin zat. Ik kreeg toen plotseling zoveel zelfvertrouwen dat ik helemaal voor mijn eigen kans ging rijden. Ik had voor de laatste klim 53×14 staan. Dat heb ik zo gelaten en ben daarna in de laatste klim meteen in de aanval gegaan. Wat ben ik bij! Zon overwinning in zon grote wedstrijd! Daarvan kun je alleen maar dromen.”

vlnr 88 Schür, 10 Beurskens, 111 Vlot, 29 van Dongen, 1 Aling, 97 Spetgens, 82 Priem, 36 den Hertog, 34 Hassink

vlnr 84 Math Pustjens, 26 Karel Delnoy

vlnr 29 vd Donk, 1 Aling, 59 Kuiper, 47 Kelleners

vlnr 24 Cornelissen, 20 vd Bunder, 41 Hulzebosch, 46 F van Katwijk

Jo van Pol: „Den Hertog zat slecht op het valse plat”

Het amateurkampioenschap in Valkenburg is de wedstrijd van de Limburgers geworden. Behalve Wim Kelleners en Mathieu Pustjens onderscheidden zich ook veel andere Limburgse coureurs temidden van de elite. Zoals Jo van Pol die ruim tevreden was over zijn achtste plaats. Commentaar van de man uit Montfort: „Ik heb griep gehad. Daarom had ik niet zoveel ambitie. Op het laatst heb ik me ingehouden, omdat mijn ploeggenoten Kelleners en Pustjens vooruit zaten. Anders was ik zeker nog verder naar voren gekomen. Fedor den Hertog heeft verloren omdat hij elke keer op het valse plat boven op de Cauberg heel moeilijk zat. Normaal zou hij daar ongenadig hebben toegeslagen, maar hij kón het niet. Dat valse plat heeft hem de das om gedaan. Ik heb duidelijk gezien dat hij daar elke ronde enorm slecht zat.”

Fedor den Hertog

Opvallend goed was ook het rijden van de Maastrichtenaar Benny Ceulen, Theo van de Loo uit Weert en Cor Boersma uit Treebeek.

vlnr 29 van Dongen, 49 Piet Kleine, 61 Jacob Langen, 116 Wim de Waal

Vooral de Prestatie van de tweede jaars-amateur Jacob Langen uit Kerkrade dwong respect af. Zijn zestiende plaats is zeer verdienstelijk.

vlnr 61 Jacob Langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer

Ook Huub Dohmen uit Rothem reed boven zijn kunnen. Reactie van de 20-jarige Rothemmer: ..Dit kampioenschap was voor mij een uitdaging. Ik had veel korter kunnen komen, maar ik heb geen risico’s genomen in de slotfase. Ik reken mij nu tot de dertig sterkste amateurs van Nederland.”

vlnr 46 Fons van Katwijk, 5 Cees Bal, 27 Huub Dohmen

Ben Koken komt niet in de uitslag voor, ofschoon de Grevenbichtenaar lange tijd op jacht is geweest naar de kopgroep. Zijn commentaar op de uitslag: „Nu weten ze daarboven in Holland tenminste dat Limburg er bij hoort. Ik zelf was er ook zeker bij geweest maar ik kon in de laatste klims niet meer aan het stuur trekken.” Ben Koken heeft nog steeds veel last van zijn gewonde rechterhand, een blessure die hij opliep in het recente kampioenschap Van Limburg.

vlnr 61 Langen, 46 van Katwijk, 89 Sengers, 43 Joore, 119 Zuidweg, 109 Verwey, 114 de Vos, 32 Geldens, 35 van Helvoirt, 63 Lenferink, 28 Math Dohmen

vlnr 53 Koeken, 82 Priem, 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 88 Schür, 29 van Dongen, 112 Vlot, 34 Hassink, 84 Pustjens, 24 Cornelissen, 36 den Hertog, 97 Spetgens

vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 46 van Katwijk, 59 Kuiper, 82 Priem, 80 van Pol, 24 Cornelissen, 35 van Helvoirt, 64 Theo vd Loo 112, Vlot, 97 Spetgens, 36 den Hertog, 116 de Waal

Limburgs Dagblad 21 juni 1971

„Cauberg grandioos parcours”

Sjefke Janssen, chef d’equipe van Mars Flandria’s amateurs was een van de gelukkigste mensen van het afgelopen weekeinde waarin het Limburgs Dagblad wieler minnend Nederland weer een Cauberg als wedstrijdmaker gebracht heeft.

door Breur Loffeld (Limburgs Dagblad)

De man uit Elsloo was al méér dan content toen hij zaterdagmiddag de drie eerstaankomenden als “zijn” jongens kon feliciteren. Jefke Janssen voelde zich de koning te rijk toen hij, als groots “plaatsvervanger van Briek Schotte zondagmiddag bij de finish van de profs opnieuw een overbekende Mars-Flandria-figuur als eerste over de eindstreep zag gaan: een waardig kampioen in de eigenlijk te frêle figuur van Joop Zoetemelk.

vlnr 97 Spetgens, 36 den Hertog, 84, Putjens 34 Hassink

vlnr Fedor den Hertog, Cees Priem

vlnr 115 Jo Vrancken, 16 van Bragt

vlnr 28 Math Dohmen, 16 C van Bragt

Hennie Kuiper

vlnr 36 Fedor den Hertog, 80 Jo van Pol, 34 Arie Hassink

vlnr 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog, 59 Hennie Kuiper, 82 Cees Priem, 34 Arie Hassink

vlnr 84 Math Pustjens, 34 Arie Hassink, 81 Henk Poppe, 47 Wim Kelleners

En zaterdagavond zei diezelfde Jefke Janssen, onnoemlijk blij: „Wat wil je als ploegleider nog meer? De eerste drie plaatsen. Note bene. En als Jo van Pol niet ziek was geweest, — hij eindigde als 8e op slechts 23 seconden! — waren het de eerste vier plaatsen geworden. Maar we hebben er wel wat aan gedaan: veertien dagen op de Cauberg getraind. In Luik gekoerst. En na afloop met de fiets terug. ledereen vroeg me of ik gek geworden was, maar Janssen wist verdraaid goed wat hij deed. We hebben deelgenomen aan een wedstrijd vlak bij de Franse grens. Om maar kilometers te maken. En je ziet dat het niet voor niets geweest is”.

vlnr 84 Math Pustjens 97 Jan Spetgens

vlnr 59 Hennie Kuiper, 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog

vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners, 97 Jan Spetgens

Fedor den Hertog en Jan Spetgens

vlnr 82 Cees Priem, 1 Jan Aling

vlnr 47 Wim kelleners, 84 Math Pustjens, 36 Fedor den Hertog

vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners

vlnr 97 Jan Spetgens, 47 Wim Kelleners

vlnr 61 Jacob langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer

Jan Spetgens, kampioen van Nederland 1971

Fedor den Hertog 4e

Cees van Dongen 6e

Toine van de Bunder 12e

Cees Priem 18e

De Uitslag:

  1. J. Spetgens. Someren 171 km in 4.17.06
  2. W. Kelleners. Born
  3. M. Pustjens. Roosteren
  4. F. den Hertog, Ermelo op 20 sec
  5. H. Poppe. Nijverdal op 23 sec
  6. G. v. Dongen. Oud Gastel
  7. A. Hassink, Neede
  8. J. van Pol. Montfort
  9. F. Schür, Hoogezand
  10. H. Kuiper, Denekamp op 31 sec
  11. A. Scheffer. Zelhem op 4.00
  12. A. v.d. Bunder. IJzendijke
  13. S. Berkhout. Schipluiden op 4.07
  14. A. v.d. Hoek, Dirksland
  15. M. v. Venrooy. Heesch
  16. J. Langen. Kerkrade
  17. J .Aling, Bunnerveen op 5.29
  18. C. Priem. Goes
  19. B. Ceulen. Maastricht op 6.29
  20. W. Albersen, Wierden op 6.33
  21. P. v. Stralen. Heerhugowaard op 6.37
  22. G. Kamper, Koedijk op 6.43
  23. P. Kleine. Hollandseveld
  24. Th. v.d. Loo. Weert op 6.53
  25. C. Boersma, Treebeek
  26. H. Perfors Rotterdam
  27. W. de Vlam. Sambeek op 11.24
  28. H. Dohmen, Rothem op 12.34
  29. A. Hulzebosch, Nijeveen op 15.40
  30. H. Prinsen. Hank
  31. J. Vrancken. Linne
  32. H. Botterhuis. Sambeek
  33. H. Lenierink. Geesteren

Bewegende beelden van het NK’71 met dank aan Fabio Farelli: Lees meer op Fabio’s blog

2e Wim Kelleners, 1e Jan Spetgens, 3e Math Pustjens

De waarheid 21 juni 1971

Fedor den Hertog drukte stempel op koers bij amateurs, maar..

Vernietigende eindspurt van Jan Spetgens

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet” stond op het spandoek dat de trouwste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteld weer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18 Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Jan Spetgens was kampioen van Nederland. Hij was ook tegen zijn eigen verwachting in („ik had het wel gehoopt voorin te eindigen, maar aan de titel had ik niet durven denken”) terecht gekomen op de plaats die men i eerder had toegedacht aan Fedor den Hertog of de bijzonder sterk rijdende Limburger Wim Kelleners. Vooral die twee hadden namelijk hun stempel gedrukt op de moeilijke koers, die dooide af en toe stromende regen dubbel zwaar werd. Hun namen ook werden het meest genoemd toen er tenslotte na een levendige en spectaculaire strijd een kopgroep van vier overbleef met Den Hertog, Kelleners, Spetgens en de Limburger Mathieu Pustjens. Maar Den Hertog werd al in het begin van de laatste klim gelost en vlak onder de top vormden ook Kelleners en de „wieltjesplakker” Pustjens geen probleem voor Spetgens. Er was een nieuwe wereld voor deze renner open gegaan. „Ik heb nooit plannen gehad beroepsrenner te worden, maar nu is de situatie, toch iets veranderd”, zei hij na de huldiging. Spetgens had een vérklaring voor het falen van Den Hertog: „Die Cauberg is voor hem te steil. Fedor is geen echte klimmer. Hij gaat teveel op zijn kracht naar boven”. Toch was Spetgens bang geweest voor de man die overal op de wereld successen op de weg boekt, maar geen kampioen van Nederland op de weg kan worden. „Wij vreesden dat Fedor op het vlakke stuk zou demarreren en dan zou hij nauwelijks te houden zijn geweest”. Den Hertog probeerde dat ook wel, maar hij kon niet ontsnappen aan de Brabants-Limburgse coalitie. Hij had een excuus: „Ik heb in het begin van de koers veel te veel gedaan en dat heeft zich tegen het einde gewroken. Toen wij met zijn vieren na de afdaling van de Dalhemerweg op het vlakke kwamen, gingen zij met elkaar zitten samenspannen. Toen moest ik van kop demarreren. Het leek af en toe wel een sprintwedstrijd op de baan. Zo reden wij vijftig en dan weer kropen wij met zijn vieren over de weg. Dat is geen doen.”

Fedor den Hertog, die inderdaad van het begin af bij elke ontsnappingspoging betrokken was geweest en vaak nog had geprobeerd alleen, hetzij met anderen, de beslissing te vervroegen, was zeer teleurgesteld. Daarin stond hij dan niet alleen, want uiteraard nog meer renners die met vertrouwen in eigen kunnen naar Zuid-Limburg waren gekomen. De Cauberg was echter voor de meesten een te harde scherprechter. Bijvoorbeeld voor Cees Priem, die „gerodeerd” uit de ronde van Oostenrijk ‘was gekomen, maar op de Cauberg geen rol van betekenis kon spelen. Deze Zeeuw, winnaar van Olympia’s ronde, miste ook de eerste slag in de openingsronde, waarin zich meteen al een vluchtgroep afscheidde, die een groot aantal favorieten herbergde. Jan Aling, Fedor den Hertog, Gerrie Knetemann, Theo van der Loo, Frits Schür, Jan Spetgens, Mari van Venrooy, Wicher Vlot, Jo van Pol, Wim Kelleners en de verdedigende titelhouder Kees Koeken forceerden toen al een tempoverhoging, die veel, minder grote, coureurs noodlottig werd.

Zij kregen gezelschap. Toch van Cees Priem, Adrie Duyker, de pas 18-jarige maar zeer sterk fietsende Henk Poppe, Arie Hassink, Jans Vlot, Hennie Kuiper en Cees Bal om er een aantal te noemen. Die schermutselingen in de vuurlinie, waarbij Wim Kelleners zijn krachten toonde door na een lekke band alleen terug te komen, deden het veld steeds verder afbrokkelen. Ook voorin gebeurde er het een en ander. Het strijdgewoel resulteerde tenslotte in een groep van dertien renners na tachtig kilometer, die verder het beeld bepaalden: Den Hertog, Kuiper, Spetgens, Aling, Van Dongen, Hassink, Kelleners, Van Pol, Poppe, Schür, Van Venrooy en Jans Vlot. Uit de achterhoede kon later alleen nog Pustjens naar voren springen. Na zijn intocht waarbij hij werd gelanceerd door een later zeer boze Karel Delnoy („die Pustjens had steeds aan mijn wiel gezeten en demarreerde plotseling over mij heen toen het gat overzichtelijk was geworden”) ging de deur dicht voor het restant van het veld, dat tenslotte nog uit 34 renners bestond. Van die 34 speelden er maar-weinigen een rol van betekenis in de ontknoping. Het begon met een vlucht van Henk Poppe na 100 kilometer. Hij werd teruggepakt, maar bleef niet lang rustig. Achter elkaar kwamen er aanvallen van Spetgens met Kelleners, van Den Hertog met Van Pol, weer van Poppe, van Kelleners en Pustjens. Die vlucht van de twee Limburgers leidde de beslissende slag in. Het gebeurde na 140 kilometer en alleen Den Hertog en Spetgens konden nog attent reageren.

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet;’ stond op het spandoek dat de trouivste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteldiveer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18’Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Vooral van Spetgens was het zeer verdienstelijk, want de Brabander had intussen door pech met zijn ketting en later aan zijn versnellingsapparatuur vier keer van fiets moeten verwisselen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Fedor den Hertog het merendeel van het werk moest doen om de tegenactie succesvol te laten verlopen. Hij klaagde er later over: „Ik heb Spetgens in mijn eentje naar voren moeten brengen”, maar hij had geen andere keus. Intussen werd de hoop op een Limburgse zege op de Cauberg door de aankomst van Den Hertog en Spetgens bij het leidende tweetal aanmerkelijk geringer. Men vreesde niet alleen Den Hertog, maar ook Spetgens, die in de laatste ronde van Olympia zich juist op deze Cauberg zulk een voortreffelijk klauteraar had getoond. Spetgens immers mag dan als all-rounder te kort schieten, klimmen kan hij. Dat had hij ook in 1969 al laten zien in de Ronde van de Toekomst, waarin hij als 21e eindigde, maar afstand moest doen van kansen op een hogere klassering als „knecht” van de groten als winnaar Zoetemelk, Den Hertog en Oosterhof. Toch moesten de Limburgers wel een verbond met die Spetgens aangaan om Den Hertog te temmen. Dat was overigens niet zo moeilijk, want Kelleners, Pustjens en Spetgens maken deel uit van de Mars-Flandria ploeg van Sjefke Janssen. Samenwerken in het nationaal kampioenschap is dan wel niet toegestaan, maar wie bewijst de coalitie. En toen Den Hertog was afgeschud, gingen de drie weer elk voor eigen „rekening” verder, waarbij Spetgens zijn iets betere klimcapaciteiten demonstreerde. De hoogste eer ging dus naar Jan Spetgens. Zijn eerste reactie was: „Ik ben door de wielrennerij al overal geweest, behalve naar de wereldkampioenschappen. Dat kunnen ze mij nu niet meer onthouden.”

Het vrije volk 21 juni 1971

JANSENS ZUDELIJKE PARADEPAARDJES MAKEN GEEN FOUT

Spetgens wint slijtageslag Van onze verslaggever PETER OUWERKERK

Mars/Flandria-amateurploegleider Sjefke Jansen wist: als er een keer een kans lag om zijn zuidelijke paradepaardjes  in het Nederlandse wielerkampioenschap voor amateurs naar voren te schuiven, dan was het wel op deze Cauberg. De recente Ronde van Limburg had het als het ware aangegeven.

Echter, de tactische fouten dié toen waren gemaakt, moesten wél achterwege blij ven. Was het een kwestie van mentaliteit, van nervositeit of van een gebrek aan solidariteit? Jansen wist het niet, en hij gokte maar op alle drie. Met een man of tien trok hij een paar dagen naar de te nemen Cauberg, hij bezocht een koers aan de Franse grens en het hele spul ging mee naar Dolhain in de Belgische Ardennen. .

Toen iedereen dacht dat de voorbereiding daarmee wel zijn hoogtepunt zou hebben bereikt, had Jansen nog een pijnlijke surprise voor de heren. Als een soort strafexpeditie werd hun opgedragen de afstand Dolhain-Elsloo voor dit keer maar eens niet per auto, maar op de fiets af te leggen. Leuk vond het er niet een.

Het resultaat van dit interim schrikbewind van de anders zo goedmoedige Jansen was zaterdag voor vriend en vijand te zien. Niet alleen in de uitslag: 1. Spetgens, 2. Kelleners; 3. Pustjens (alledrie van Jansens Mars- Flandria A-ploeg), maar ook in de koers. Ze hadden geleerd van hun fatale fouten in de Ronde van Limburg. Aanvallen vanaf het eerste moment, het aanspreken van de reserves nog voor de wezenlijke finale begon, het onbewust tegen elkaar rijden — dat alles was er zaterdag niet bij.

Goed, men zorgde, dat de spectaculaire slijtageslag  voorin kon worden overzien; zomaar niet-zuidelijke pionnen een schijnbaar beslissende slag laten slaan, dat zou te ver gaan. Maar het instappen van Spetgens in de Den Hertogtrein richting vluchters Pustjens en Kelleners op een moment dus waarop de solidariteit als gevolg van Fedors attaque ophield te bestaan, was b.v. tekenend voor  de new-look van Mars-Flandria. Kelleners en Pustjens „dreven af” toen er nog goed twee ronden waren te rijden. De oersterke klimmer Kelleners had al van het begin af aan in de kopgroep van 15 man (soms verbrokkelend, dan weer in complete groep) meegedraaid, de rappe spurter-bergop Pustjens was als een van de laatsten via een prachtige solo bijgekomen. Niemand sprak toen meer van de lekke band van Den Hertog, van de val van Arie Hassink, van de plasproblemen van’ Aling of van het verkeerde wiel, dat Priem na een lekke band kreeg  gestoken. Hassink was op, Aling vond eindelijk “rust” achter de  kopgroep en Priem had ook te veel inspanning door dat wiel moeten doen om nog bij te blijven.

Nee, alleen Den Hertog zou nog roet in het Mars-Flandria-eten kunnen gooien. Hij was de hele dag al in het geweer geweest, dus waarom zouden zijn nukken het niet  tot het laatste metertje vol kunnen houden?

Den Hertog en Spetgens kwamen er in de laatste omloop bij. En hoe Fedor het ook probeerde op -het vlakke gedeelte, ook toen weer bleek dat het Jansen-regime succes zou oogsten. Voor deze ene keer voelde Spetgens zich Limburger tussen Kelleners en Pustjens en hoewel er nauwelijks zichtbaar in „ploegverband” werd gereden, moeilijk te concluderen,  dat het trio de titel aan iedereen behalve aan Den Hertog gunde,  was het niet.

Fedor moest er in de laatste klim af. Hij betaalde de tol van de vroegere uren en de Mars-Flandrianen konden in de klim zelf uitmaken wie de sterkste was.

Pustjens als beste sprinter leek te gaan winnen. Maar op een dramatisch moment, nog geen 200 meter van de finish, schoot zijn linkervoet uit de toeclips. Spetgens, die zijn wiel had gekozen zag het onmiddellijk en hij klopte Kelleners — die even schrok van de ietwat merkwaardige reactie van Pustjens — met ruim verschil.

De opvolger van Cees Koeken was opnieuw een Brabander, een Peel-bewoner, die zich zaterdag op de Cauberg ‘ onbetwist de allersterkste toonde..

Niets meer aan te doen: Spetgens kampioen.

Nieuwsblad van het noorden 21 juni 1971

NRC handelsblad 21 juni 1971

Met  8.000 betalende bezoekers op zaterdag en bijna 20.000 op zondag kwam de organisatie financieel rond.