1957-04-14 Valkenburg, Limburgs kampioenschap voor amateurs

Uit de plakboeken van Jan Hugens...
... met dank aan Rob Pelt die me zijn Hugens-archief ter beschikking stelde.
Eerste zege: meteen kampioen….

Jan Hugens greep onbedreigd Limburgse amateurtitel

Met ruim twintig seconden voorsprong stoof de slechts 18 jarige Jan Hugens uit Hoensbroek over de witte finishlijn, hetgeen meteen zijn eerste zegepraal bij de amateurs betekende, een victorie in het Limburgs kampioenschap, dat telde nog altijd dubbel.

Hugens heeft dit succes dubbel en dwars verdiend. Nauwelijks zat de eerste wedstrijdhelft erop, of hij toog alleen op zoek naar de overwinning.

Jan Hugens bij de laatste beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Voor velen langs het circuit leek deze ontsnapping te vroeg, maar de lange Hoensbroekenaar trok zich hiervan schijnbaar niets aan en slaagde er zelfs in een voorsprong te nemen van ruim anderhalve minuut.

De vierde beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Toen ontbonden een drietal moedigen hun duivels. Favoriet Lotz sprong achter demarant Willemsen aan en ook de pittige Knoops voegde zich hierbij. Dit drietal ontketende in de drie laatste ronden nog een furieuze jacht. Zij slaagden er dan ook in de voorsprong van Hugens aanmerkelijk te reduceren, maar hem ook maar enigszins te bedreigen konden zij niet.

Frits Knoops leidt de achtervolging op de Cauberg, foto archief Heemkundekring Echterlandj
Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Onbedreigd ging Jan Hugens door de finish, terwijl Rene Lotz op fraaie wijze via een uitstekende sprint, beslag legde op de tweede plaats door Frits Knoops en Jan Willemsen in deze volgorde te kloppen.

Jan Hugens heeft de buit binnen, drinkt samen met Jan Willemsen (4e) een verdiende frisdrank, foto Hugens-archief Rob Pelt

Acht minuten nadat de profs gestart waren voor het kampioenschap van Nederland, werd het vertreksein gegeven aan de 56 Limburgse amateurs, die elf ronden oftewel 99 km voor de wielen kregen. Reeds direct na de start volgde een uitlooppoging van het trio Roth, Moonen en Hub Harings, maar lang duurde dit feest niet, want bij de volgende beklimming van de Cauberg was weer alles tezamen. Vervolgens waren het in de derde ronde van Breugel en Doek, die er tussen uit trokken. Zij wisten het twee ronden vol te houden, maar werden bij de beklimming van de Cauberg weer bij hun kraag gegrepen.

“Hier rijd ik een ereronde langs de tribunes in Valkenburg”, beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Nauwelijks was de rust hersteld of de latere winnaar van dit Limburgs kampioenschap plaatste zijn beslissende demarrage. Hij nam honderd meter, die hij in de afdaling langs de Sibbergrubbe tot ruim een halve minuut wist uit te breiden en in de zesde ronde to bijna een minuut. Als op vleugels reed de Hoensbroekenaar nog harder tegen de Cauberg op en nog sneller nam hij de afdaling, hetgeen hem opnieuw winst opleverde. Ruim anderhalve minuut drukten de chronometers langs het circuit af, ofschoon Doek, Steuten, Vranken, van Breugel en Steenbakkers een heftig tegenoffensief hadden ingezet..

 

“Hier feliciteert Rene Lotz (2e) mij met het behalen van het kampioenschap van Limburg voor amateurs 1957” beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Met nog drie ronden voor de boeg noteerde Hugens nog steeds een voorsprong van één minuut vijftien seconden, een boni die wel iets slonk toen Willemsen, Lotz en Knoops twee ronden voor het einde een nieuwe poging ondernamen om Hugens’ voorsprong teniet te doen, doch zoals reeds verteld slaagden zij hierin niet.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Bij het ingaan van de laatste ronde hadden zij nog ruim één minuut goed te maken. Hugens kon het in deze laatste ronde dus wat kalmpjes aan doen, iets wat hij schijnbaar ook deed, want toen hij als glorieus overwinnaar over de witte streep stoof, bleek hij nog een voorsprong te bezitten van 21 seconden.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

De voorzitter van de KNWU, dr. P. van Dijk, verrichtte de huldigings-ceremonie en overhandigde de winnaar, die ietwat bedeesd deze ceremonie over zich heen liet gaan, de bloemen en de kampioenmedaille.

De uitslag luidde:

  1. en provinciaal kampioen van Limburg 1957: Jan Hugens, Hoensbroek
  2. R Lotz, Stein op 21 seconden
  3. Fr Knoops, Koningsbosch
  4. J. Willemsen, Nuth
  5. J. Doek, Heerlerheide op 1 min.
  6. J. Roth, Waubach
  7. P. Steenbakkers, Maastricht op 1 min. 10 seconden
  8. H. Harings, Sibbe
  9. J. Vranken, Eijsden op 1 min. 20 seconden
  10. J. Pieters, Maastricht
  11. H. Ehlen, Sittard
  12. F. Steuten, Weert
  13. P. Kohlen, Heerlerheide
  14. Fr. Ramakers, Echt
  15. W. Kamphuis, Sittard
  16. A. van Breugel, Heerlen
  17. J. van Kollenburg, Broeksittard
  18. M. Mater, Geleen
  19. G. Scholte, geleen
  20. J. van Eck, Schinnen
“Hier werd ik een paar dagen na het behalen van het kampioenschap gehuldigd” Hugens-archief Rob Pelt
Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt
Piet Gommans geeft zijn mening.. Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

2018-06-07 Arie den Hartog

De Zuidlander Arie den Hartog, die in 1966 van Voorne Putten naar Zuid-Limburg verhuisde, dichter bij zijn arbeidsterrein in België en Frankrijk, is van het levenstoneel verdwenen. Nadat hij eind vorig jaar getroffen werd door een hersenbloeding verbleef Arie in een verpleegtehuis waar hij uiteindelijk geveld door een longontsteking vroegtijdig kwam te overlijden. We wensen de familie den Hartog en Arie’s vrienden veel sterkte toe.

Arie den Hartog
De laatste keer dat hij als actief coureur in het nieuws kwam, was tijdens Bordeaux-Parijs 1970. Arie den Hartog legde ruim 400 kilometer van deze monsterklassieker af. Darmstoornissen maakten toen voortijdig een einde aan zijn seizoen. De blonde Zuidhollander/ Limburger reed nog wat wedstrijdjes in Frankrijk. Daarna kwam de klap waardoor zowat alle Nederlandse profwielrenners op de keien belandden: Caballero en Willem II-Gazelle werden opgeheven. Ongeveer vijfentwintig Nederlandse profs zaten destijds zonder contract. Tot die laatste categorie behoorde ook Arie den Hartog. Met de wielersportlente van 1971 voor de deur werd zijn naam voorgoed geschrapt uit de startlijsten.

Arie den Hartog, in 1964 beroeps geworden won dat jaar Parijs Camembert en de Ronde van Luxemburg. In 1965 won hij Milaan-San Remo. Hij stond aan het begin van een lucratieve wielerloopbaan. Door zijn zege in de „Primavera” had hij zich op slag in de kijker gereden.

In 1966 na zijn winst in de eindrangschikking van de Ronde van Catalonië vertrok hij als kopman van de Fordploeg in de Tour de France. Een valpartij en gekneusde ribben wierpen hem uit het peloton. Arie den Hartog kwam terug, won regelmatig zijn wedstrijden, vooral in Frankrijk, en veroverde een vaste plaats op de markt. Hij reed ook voor St.-Raphaël en BIC, fietste stukje bij beetje sociale zekerheid bij elkaar en bouwde in Elsloo een fraaie woning waar hij en zijn vrouw Marja elk jaar rustig konden overwinteren. Hij verdiende immers goed als hard fietsende seizoensarbeider. De opgaande lijn werd echter opnieuw afgebroken. Tijdens het wereldkampioenschap op de weg in Heerlen (1967) lag Arie den Hartog met een hersenschudding in bed.

Den Hartog eindigde in de Tour van 1968 als 26ste op bijna een half uur van zijn landgenoot. Hij herinnert zich dat het een merkwaardige editie was. „Er waren geen uitgesproken favorieten, geen supervedetten, geen echte winnaars. De rivaliteit bij de Belgen tussen Van Springel en Bracke heeft ons in de kaart gespeeld. Ik was en ben bepaald geen vriend van Janssen, maar toen ik geen kans meer had, heb ik voor hem gewerkt. Zo professioneel was ik wel. Ondanks het feit dat het tussen Jan en mij niet boterde. Hij zocht en zoekt de journalisten op. Zo ben ik niet. Als ik de kans kreeg piepte ik er tussenuit. Je zult me niet snel op de VIP-tribunes zien zitten. Ik sta liever tussen het publiek."
1 augustus 1965. Kampioenschappen wielrennen profs te Beek, Kopgroep Jo de Roo, rechts Arie den Hartog (Ford), achter hem Leo Knops, daarachter Henk Nijdam en tenslotte Peter Post

De laatste twee koersjaren maakte hij reclame voor Caballero, het eerste jaar minder, maar in 1970 kwam er weer schot in. Hij was de sterkste in de Zwitserse Alpen (winnaar bergklassement) en reikte naar een opvallende derde plaats in het eindklassement van de Zwitserse ronde. Caballero en Den Hartog begonnen uitstekend voorbereid aan de Ronde van Frankrijk. „Als ik de bergen maar haal, dan rijd ik een goede Tour”, voorspelde hij na de eerste, moordend snel gereden ritten door Noord-Frankrijk en België. Hij zag de bergen niet. Darmstoornissen, waarschijnlijk voedselvergiftiging, haalden in de rit naar Saarlouis een streep door de rekening. Niet Parijs, maar het Sittardse ziekenhuis was voor Den Hartog de eindstreep van wat aanvankelijk een succesvol seizoen leek te worden.

Amstel Gold Race 1967
Arie wint de Amstel Gold Race 1967
Video: Amstel Gold Race 1967

„In de Tour heb ik zó’n klap gehad dat het seizoen voorbij was voordat ik hersteld was. Ik was enorm verzwakt en heb een streng dieet gehad. In Bordeaux-Parijs kreeg ik dezelfde klachten.

Arie voelde zich wel nog capabel genoeg voor grote of kleine wedstrijden.  Als voorbereiding van het seizoen  1971 had hij in de winter deels „op de rollen”, deels in het bos doorgebracht. Conditietraining die gevolgd wordt door trainingskilometers op de fiets, zo vlug de wegen weer berijdbaar waren. Den Hartog bleef een gunstig object voor een extra sportieve firma, maar een contract heeft hij niet meer getekend. „De ene keer belden ze op met de mededeling: het is bijna voor elkaar. De volgende dag hoorde ik: het is nog niet rond. Ik wilde dolgraag blijven rijden, maar niet onder de prijs. Als ik er geld op zou moeten toeleggen, dan is de rekening snel opgemaakt.” Normaal zeggen ze dat je in de lange afstandssporten rond je dertigste het sterkste bent, Arie den Hartog was 29 jaar jong toen hij stopte met koersen op het hoogste niveau.

Milaan Sanremo 1965

Na zijn afscheid van het metier heeft hij nog even gefunctioneerd als ploegleider van een amateurploeg en volgde hij het hedendaagse wielrennen via de media nog op de voet. Klassiekers als Amstel Gold Race, Luik- Bastenaken-Luik en Ronde van Vlaanderen bezocht hij.

Na zijn carrière importeerde hij fietsen en onderdelen. De rijwielhandel in Sittard deed hij later van de hand, hij er een goede prijs voor kon krijgen. Maar hij had geen zin te niksen en startte hierop in Spaubeek een groothandel in marmer en graniet. Later volgde ook nog een rijwielzaak in Kerkrade en had hij ook een fietsenwinkel in Nieuwstadt.

Arie den Hartog

Voormalige beroepswielrenners hebben doorgaans de gewoonte sterk af te geven op de huidige generatie. De vedetten van weleer verwijten de laatste lichting gemak- en geldzucht. Den Hartog vormde een verfrissende uitzondering. „Het is gemakkelijk vanuit je luie stoel iets af te breken”, zei hij. “lk denk dat het te maken heeft met jaloezie. Wij verdienden in verhouding niks, maar je kunt die jongens niet kwalijk nemen dat ze scheppen geld krijgen. Als ik nu wielrenner was geweest had ik ook geen nee gezegd. Daarom vind ik dat vergelijken zinloos is”.
Arie den Hartog werd 77 jaar.

Janssen draagt Tourzege aan Den Hartog op

Beluister het recent radio-interview met Jan Janssen naar aanleiding van Arie's overlijden:

"Ik zocht hem op in het ziekenhuis, Ja, huilen toen 'ie mij zag..." Vanwege het infarct zat Den Hartog vastgebonden in een rolstoel. "Het was een zielig hoopje mens, dat is alleen maar tragisch. Zo wilde hij niet leven."

"Hij was van ongelofelijke waarde. En heeft hij alles gegeven, tot de laatste dag. Mijn Tourzege draag ik ook echt wel een beetje aan hem op", vertelt Janssen in Langs de Lijn En Omstreken.

In de Tour de France van 1968, na de Alpen waren er nog vier renners over, onder wie Den Hartog. "Hij heeft me echt bijzonder gesteund. Als je tegen Arie zei 'de kopgroep rijdt op 2 minuten', dan reed hij net zolang op kop tot we erbij waren. Het was een tempobeul, een allrounder."

Janssen vergeet de laatste ontmoeting niet snel. "Ik heb met betraande ogen en een brok in mijn keel dat ziekenhuis weer verlaten en zei tegen mijn vrouw: dat gaat niet lang meer duren."

Wat overblijft is de herinnering, aan een man die vooral zijn pedalen liet spreken. "Hij was een beetje introvert. Hij werkte zich naar goede ploegen toe, zeer verdienstelijk maar Arie was niet zo'n prater. Een vriendelijke man, maar een beetje gesloten."

De strijdbijl over de rechtszaak die Jan Janssen in 1993 aanspande tegen Arie Den Hartog (op het laatste moment afgeblazen) naar aanleiding over diens uitspraken over het niet nakomen van Janssen's financiële verplichtingen na de Tour 1968 is inmiddels diep begraven, maar goed ook, zie de video "Jan Janssen met een brief aan Arie den Hartog" :
Video: Zuidland (1962) Arie den Hartog Hangjeugd en Zangvereniging Ring

1924-08-02 Parijs, Wereldkampioenschap op de weg voor amateurs

Parijs 1924, het wereldkampioenschap op de weg voor amateurs

De wereldkampioenschap op de weg voor beroepsrenners werd voor het eerst georganiseerd in 1927, sinds 1921 werden er echter wel al wegkampioenschappen om de wereldtitel gehouden voor amateurs. In 1924 vond dit WK plaats op 2 augustus te Parijs.
De wedstrijd was 180 kilometer lang en ging voor een groot gedeelte over grindwegen, zodat er zeer veel lekke banden waren. 
De Nederlander Jan Maas reed bijvoorbeeld 7 maal lek; hij eindigde op de twintigste plaats op bijna 47 minuten van de winnaar. De Belg Henri Hoevenaers moest door herhaaldelijke bandenpech opgeven.

We lezen het dagblad “Het vaderland” van 4 augustus 1924:

Heden volgden wij het Wereldkampioenschap voor amateurs op den weg, waaraan 30 renners van 9 nationaliteiten deelnamen, nl. de Franschen Leducq, Blanchonnet, Wambst en Hamel, de Belgen Hoevenaars, de Cat, van den Bosch en Saive, de Zwitsers Antenen, Blattman, Lauppi en Lehner, de Engelsen Hunter, Marsh, Pilcher en Wilson, de Denen Henry Hensen en J. Johansen, de Italianen Bresciani, Ferrario, Magnotti en Piemontesi, de Polen Bochsman, Krzeninski, Garley en Muller en onze Nederlandse amateurs Jan Maas, Cees Heeren, Daan van Dijk en Nol Muller.

De Nederlandse deelnemers, v.l.n.r: Daan van Dijk, Nol Muller, Cees Heeren en Jan Maas

Zoals vooruit te voorzien was kon op een dusdanig slechten weg, die over minstens 80 km vol met zeer scherp kiezel en vlijmscherpe glasharde stenen lag, van een regelmatig verloop van den wedstrijd geen sprake zijn, Het wordt den Fransen dan ook kwalijk genomen, dat, terwijl zij in de omgeving van Parijs over ten onzent ongekend mooie wegen beschikken, voor een wereldkampioenschap een zoo treurig traject hebben uitgekozen. Het zijn niet alleen de “kwaaddenkendsten”, die enig opzet hier achter zoeken.

Versailles (Yvelines), de start

Onze gedelegeerde, de heer Hoornberg, heeft, nadat onze jongens bij een proefrit 14 lekke banden kregen, tevergeefs getracht het parcours gewijzigd te Krijgen. Ditmaal heeft Jan Maas alleen 7, Heeren 5, van Dijk 4 en Muller eveneens 4 banden stuk gereden. Aan de nodige zorgen voor banden materiaal heelt het niet ontbroken; verschillende fabrikaten, als Pouchois, Wolber, Hutchison, Tabucchi, zelfs Vredestein’s Browns zijn beproefd en al deze soorten zijn in den wedstrijd dooreen gereden. Niets bleek tegen de scherpe stenen bestand.

te Chartres, op kop Blanchonnet

Onze jongens hadden ook wel bijzonder pech. Het is een ieder onbegrijpelijk hoe het équipe der Fransen er door kwam met resp. 0, 1, 2 en 2 banddefecten, tesamen dus niet eens ’t aantal, hetwelk Jan Maas alleen had. Ook de Belgen verloren hun besten man Hoevenaars door aanhoudende bandenpech. Zou een wereld Kampioenschap in Nederland een dergelijk verloop hebben, dan zouden zekerde leidende mannen in de wielersport zich schamen. De Fransen verheugen zich in het succes van hun mannen. Wij hebben respect voor liet kunnen dezer renners en geloven, dat ook bij een uiterst regelmatig verloop zij van de anderen de meerderen hadden kunnen zijn, des te meer echter betreuren wij het, dat die flinke renners een zoo onwaardige overwinning hebben behaald.

te Chartres, het 2e peloton aangevoerd door Otto Lehner

Het is onmogelijk bij een groten wedstrijd een overzicht over het gehele verloop te geven. Wij waren gezeten in een auto, welke bij den staart diende te blijven en behielden dus een juist overzicht van de achterblijvers en pechvogels. Reeds na 1 km moest een Deen loslaten, hij geraakte 100 meter achter, doch wist weer bij het peloton te komen. Dan zien we den Pool Krzeninski afzakken en merken op dat hij op een baanfiets met wegwielen en zonder remmen rijdt. Een gevaarlijke onderneming over het bergachtige traject. Hij bleef achter en wij zagen hem niet meer terug. Zijn landgenoot Bochsman kan dan het tempo niet volgen en geraakt achter. Plotseling zien wij Maas alleen voor ons, hij vertelde te zijn gevallen en daardoor losgeraakt. Maar jakkert wat hij kan en komt weer bij het hoofdpeloton. De Pool Muller, die ook was losgeraakt, trachtte met Maas mede te komen, doch kon zijn wiel niet houden; hij bleef achter en wij hébben hem niet meer terug gezien.

te Houdan, de kopgroep

Dan staan wij voor Skoeld, de bekende Zweed, die in 1921 het wereldkampioenschap won. Hij staat huilend van spijt bij zijn rijwiel, waarvan onder het rijden door de onderbuis van het frame, bij het balhoofd door midden was gebroken. De jongen viel gelukkig zonder zich te bezeren. Wij namen hem met zijn rijwiel, dat netjes in tweeën werd gebroken op en hebben hem tot het einde bij ons gehad. Nog vóór er 40 km zijn gereden, zijn reeds een 8-tal renners uit het hoofdpeloton achter gebleven, terwijl de Fransen Hamel en Leducq met den Belg Hoevenaars een voorsprong van ongeveer 500 meter hebben genomen. Achteraan het hoofdpeloton zit op enige minuten een groep van 2 Engelsen, een Deen, een Italiaan en een Zweed. Maas is de eerste die een lekke band krijgt en wij geloven, dat hij er ook de meeste van alle deelnemers hoeft gekregen, juist voor Houdan (op 42 km) staat hij te verwisselen.

Onze jongens hadden ook wel bijzonder pech. Het is een ieder onbegrijpelijk hoe het équipe der Fransen er door kwam met resp. 0, 1, 2 en 2 banddefecten, tesamen dus niet eens ’t aantal van 7 maal, hetwelk Jan Maas alleen al had. Hier zien we Jan Maas de zoveelste lekke band repareren.

Wij zien dan respectievelijk door bandenpech achterblijven de beide Denen, Heeren, de Belg Saive, Maas, die met den Pool Bochsman aan komt zetten, haalt de Deen Johanssen in, ziet dan Heeren in nood, houdt een beetje in en als Heeren zich bij hem aansluit, gaat het full speed verder. De Belg Saive zit er 200 M. achter en kan niet bijkomen. Wij verwachten, dat het onzen landgenoten zal gelukken het hoofdpeloton nog te halen, ondanks het scherpe tempo, dat er daar ingehouden wordt. De Zweed Frimodig wordt ingehaald en met 5 man gaat de jacht verder.

te Versailles, de Zwitser Otto Lehner

Bij de  vliegende controle te Dreux komt de Belg bij hen en vertrekt van daar zelfs voor hen. In suizende vaart gaat het dan weer voort. Na Dreux ontmoeten wij den Engelsman Munter die opgeeft en de Zwitser Blattman, die op zijn gemak terug peddelt. Niet lang daarna is Maas weer slachtoffer, dan Heeren en Saive. Wij wachten en volgen de laatste. Weer vooruitkomende zien wij Saive heel kameraadschappelijk voor de Italiaan Magnotti, die banddefect heeft, zijn pomp lenen, zelfs een paar slagen mede pompen. Hij springt weer op en vertrekt 100 meter voor de Italiaan. Wij vinden dan ook Blattman weer met een lekken band, kort vóór hem Maas en Heeren met Johanssen daarvoor de Zwitser Lauppi. Zo wordt Chateau Neuf, de eerste vaste controle, op 75 km van de start, bereikt. Wij vernemen daar, dat de Fransman Hamel aan het hoofd zit, daarachter Leducq met Hoevenaars op een halve minuut, dan een 2e peloton een minuut later, waarin onze Muller, een derde peloton op 5 minuten achter hen, een peloton waarin van Dijk, die ook al had moeten verwisselen.

te Chartres, alleen op kop de Fransman René Hamel

Van Chateau Neuf af begon de erbarmelijk slechte weg. Het eerst zien we alweer Maas sukkelen, daarna is er geen bijhouden meer aan. Maas en Heeren moeten vrij aardig om beurten van band verwisselen. In Chartres vernemen wij, dat Hoevenaars ook al door defecten veel is achter geraakt en dat Hamel, Leducq en kort daarachter Blanchonnet aan het hoofd gaan. Wij komen dan eindelijk weer eens bij van Dijk, die met de Fransman Wambst samenzit: beiden zijn door banddefecten achter geraakt.

Vlak voor de finish, Leducq lost Blanchonnet

Als wij hen hebben laten gaan en op de achtersten wachten, verschijnt het eerst Saive, die ons beduidt reeds 5 lekke banden te hebben gehad. Bij de tweede vaste controle te Ably vernemen wij, dat Muller en van Dijk pech hebben gehad en tezamen zijn gekomen; zij hadden daar 18 minuten achterstand op de leider Leducq. Wij nemen dan den Fransman Hamel met defect voorwiel op; hij moet de strijd staken; even later ook de Zweed Svensson. Wij zullen niet verder gaan met het eindeloze relaas van pech en nog slechts de uitslag vermelden.

De finish van de nieuwe wereldkampioen op de weg 1924: André Leducq
  1. André Leducq (Fransman) 5 u. 30 min. 34 4/5 sec.
  2. Otto Lehner (Zwitser) 5 u. 31 min. 36 3/5 sec.
  3. Armand Blanchonnet (Franschman) 5u. 34 min. 27 sec.
  4. Libero Ferrario (Italiaan)
  5. Georges Wambst (Franschman)
  6. Georges Antenen (Zwitser)
  7. Arturo Bresciani (Italiaan)
  8. Alfons de Cat
  9. v. d. Bosch
  10. Pilcher
  11. Piemontesi
  12. Bohlin
  13. Wilson
  14. j. G. van Dijk 6 u. 2 min. 15 sec.
  15. Magnotti
  16. Lauppi
  17. Johanssen
  18. Hansen
  19. Bochsman
  20. Jan Maas 6 u. 17 min. 10 sec.
  21. Cees Heeren 6u. 17 mm. 52 sec.
Links Otto Lehner 2e, rechts André Leducq 1e
Links Armand Blanchonnet 3e, rechts André Leducq in zijn verworven regenboogtrui
Libero Ferrario, de regerend wereldkampioen van 1923 bezette nu de 4e plaats

In de landenclassificatie is Frankrijk eerste, Italië tweede, Zwitserland derde en Nederland vierde. Er namen tien naties deel.

Limburgsch Dagblad 4 augustus 1924
Het Vaderland 4 augustus 1924