1921-07-18 Benjamin Javaux

Benjamin Javaux neemt deel aan de Grande Boucle van 1921, er zijn 15 etappes met een totaal van 5484 kilometer. Hij draagt ​​het rugnummer 174. Tijdens de 12e etappe, die Genève (Gex) – Straatsburg over 371 km constateert Benjamin na een val dat een buis van zijn frame is gebroken en de vork van zijn fiets is verbogen …

Benjamin Javaux (geboren op 3 maart 1894 te Neffe, een gehucht bij Bastogne in de provincie Luxemburg, een dik uur rijden van Maastricht), had een pijnlijke jeugd. Zijn vader verdrinkt in de Maas, hij viel uit de sleepboot waarvan hij de kapitein was en dat we kort voor de geboorte van Benjamin, die de zelfde voornaam krijgt als zijn vader. Benjamin is de tweede zoon van het gezin. Het jaar waarin Benjamin zijn debuut in het wielrennen maakte, is niet precies bekend. Wat wel bekend is dat hij met de wielersport moet stoppen in verband met het uitbreken van de 1e wereldoorlog om zijn militaire dienst te vervullen. Op 20 jarige leeftijd, aan het begin van de oorlog, was Benjamin een artillerie-waarnemer in Fort van Dave. Het fort viel snel in handen van de vijand. Maar Benjamin ontsnapt, gaat in burgerkledij terug naar zijn woonplaats Dinant waar hij ontdekt dat 4 leden van zijn familie, waaronder zijn moeder, door de Duitsers zijn doodgeschoten tijdens de bloedbaden op 23 augustus 1914 te Dinant. Benjamin besluit daarom naar Nederland te gaan en van daaruit door naar Engeland om zich vervolgens aan te sluiten bij de “13th Belgian Field Artillary”. Hij keert terug naar België, neemt langdurig deel aan de slag bij Ieper.  Zijn oudere broer, Eugène, was na zijn studie aan de Atheneum van Dinant accountant geworden in Huy. Deze meldde zich aan als vrijwilliger bij de oorlog en werd gedood bij de slag om de IJser. Toen hij terugkeerde van de oorlog in Anseremme, was Benjamin de enig overgebleven telg van zijn familie. Hij werd hierop opgenomen door de familie Fabry van het Hôtel de la Gare. Hij besloot weer te gaan koersen.

Tour de France 1921 12e etappe Genève – Straatsburg, 371 km

We zijn ongeveer twintig kilometer van de finish als we in onze volgwagen een dorp doorkruisen, kort na Schlestadt. Er heeft zich net een val voorgedaan in het peloton … we hoorden de krijsende remmen. We komen aan bij het toneel van de valpartij, de mensen wijken naar achteren. Eén renner blijft achter, zijn dij en linker elleboog diep geschaafd … het is de jonge Belg Benjamin Javaux

Benjamin Javaux aan de finish te Straatsburg, 12e etappe, Tour de France 1921, Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

In een reflex pakt hij zijn fiets, maar realiseert zich onmiddellijk dat er iets mis is met zijn koersmachine, een buis van het frame is gebroken en de voorvork is verbogen. Doorgaan is niet mogelijk, hij heeft een andere fiets nodig heeft en vraagt aan alle omstanders om hulp. Een fiets! Javaux wil koste wat kost de etappe én de Tour voltooien. Hij weet ook, het is namelijk een van de wedstrijdreglementen in de Tour, dat hij met dezelfde fiets waarmee hij is gestart, ook de finishlijn moet overschrijden. Dat de fietsen van de arriveerde renners door de Tour organisatie zouden worden gecontroleerd dat stond vast

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Hij heeft tranende ogen, verdrietig loopt hij verder met zijn kapotte fiets, hij zoekt mensen die hem kunnen helpen Straatsburg te bereiken, er is nog slechts zo’n twintig kilometer te gaan. Zijn verwondingen aan zijn dij, zijn gescheurde korte broek, hij heeft er geen oog voor, het maakt hem niet uit. Hij bloedt, het bloed vermengt zich met de schaamte en het stof van de weg. We zijn getuige van een tafereel, het zielige beeld van deze radeloze, gewonde coureur, die aan zichzelf is overgelaten, aan de rand van een onbekende weg, die hem in verlegenheid brengt. Zijn blik verraad de ellende waarin hij verkeerd. Hij wordt achtervolgd door het afschuwelijke spook van verlatenheid nu het peloton al ver weg is, de laatste officials zijn reeds gepasseerd. Net nu, als het moeilijkste deel van de Tour achter de rug lijkt, met Parijs in zicht.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Maar plots komt een jonge man, zijn fiets voortduwend, uit de dubbele rij toeschouwers: “Hier, mijnheer,” zei hij, zijn fiets aanbiedend. Ik kom hem straks wel ophalen in Straatsburg, veel geluk !! Javaux stond verbluft, hij kon het niet geloven, beseft plots dat hij in staat zal zijn om zijn weg, de etappe en de Tour te vervolgen, het is een geschenk uit de hemel. Het moment is een aangrijpend moment, ook de jongen die Javaux uit de brand hielp zal zich zijn dankzeggingen vast nog lang herinneren. Javaux had al de tas van zijn fiets geopend en nam een sleutel waarmee hij het zadel van zijn vervangende fiets snel op hoogte zette. Vervolgens nam hij met een grote zwaai de zware last, van zijn gebroken fiets, op zijn schouders. Met een brede glimlach voor degenen die hem hielpen ging hij weer op pad en zijn eerste pedaalslagen ontketenden een applaus.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

De bestuurder van onze auto heeft net de motor opnieuw opgestart, mijn keuze is snel gemaakt: we gaan niet achter het peloton aan om getuige te zijn van de aankomst  maar blijven Jarvaux volgen. Als deze man er in slaagt, deze moedige coureur, om de finish te bereiken, dan zal hij de held van de dag zijn! Het is daarom dat we hem moeten volgen, zodat hij zich minder alleen voelt in zijn worsteling, nu de menigte langs de weg beetje bij beetje achterwege blijft. Logies want ze zullen denken dat de laatste renners al wel voorbij zullen zijn. Ondanks de vermoeidheid, de moeite om goed in lijn te blijven met die fiets die op de schouders hangt, houdt rugnummer 174, Benjamin Jarvaux, een uitstekend tempo. Van tijd tot tijd moet hij zijn stuur met de rechterhand loslaten om het frame dat om zijn nek knelt een beetje op te wippen. We hebben nu Benfeld bereikt, het nemen van de hoofdstraat, kasseien, is een echte beproeving voor de man die voor ons op zijn leenmachine voort koerst. Het publiek is verbijsterd, men moedigt hem aan, juicht hem toe.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Bij het uitrijden van de stad gaan we naast Jarvaux rijden, het is onze beurt om hem aan te moedigen, mede ook omdat zijn tempo sterk is afgenomen. Op zo’n 5 kilometer van de arrivé rijden we langs hem, “we wachten op je bij de finish … Bravo!” Ondanks dat hij, zichtbaar, behoorlijk afziet slaagt Javaux er nog steeds in om ons een glimlach toe te werpen! Straatsburg, het is niet meer ver. Nog slechts een paar nare gaten in de weg moet hij vermijden om zijn beproeving niet nog meer te verergeren. En dan is het tijd voor de verlossing! We haasten ons naar de finishlijn om de jury te waarschuwen dat rugnummer “174” niet heeft opgegeven, dat deze elk moment en zeker nog op tijd zal aankomen. En nu stijgt een geroezemoes op in de menigte op, die nu rondwandelt op de plaatsen waar de aankomst eerder werd betwist. Daar, in de richting van de fluiten die we horen, zien we een fiets verschijnen. Het is “zijn fiets”, deze lijkt te glijden over de hoofden van de menigte. Het is Javaux die arriveert, voorafgegaan door gendarmes die voor hem uit rennen om de weg naar de finish voor hem vrij te maken. Benjamin Javaux is aan het einde van zijn latijn. Hij leverde een fantastische maar pijnlijke prestatie en wordt spontaan toegejuicht door de toeschouwers die hun ogen niet kunnen geloven!

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Ik zie hem afstappen, de finishlijn uiteindelijk overschreden, die kerel van een man, verwoest door vermoeidheid, met pijn in zijn schouder en nek die lijkt in brand te staan. Ik denk terug aan Eugène Christophe die zijn gebroken vork repareert in die oude smidse in het dal van een vallei in de Pyreneeën en ik zeg tegen mezelf dat het deze mannen zijn, die met hun acties en hun vastberadenheid, die de legende van de Tour de France gemaakt hebben.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Met een leenfiets, met op zijn rug zijn kapotte koersvelo, eindigt Benjamin in zijn eentje deze etappe zelfs nog op een schitterende 12e plaats op 29 minuut, 12 seconden van de winnaar, de Franse Honoré Barthélémy die de rit beëindigd na 15 uur, 37 minuten op het zadel te hebben gezeten. De  tragische gebeurtenissen die Benjamin tijdens zijn jeugd had meegemaakt hadden beslist hun invloed op de enorme wilskracht die deze coureur ten toon spreiden om een ​​evenement af te sluiten dat zo prestigieus was als de Tour de France, terwijl hij nog geen middelen had om door te gaan de professionele wielercarrière die hij had gekozen.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

In Parijs, aan het einde van de Ronde van Frankrijk, eindigt Benjamin op de 21e plaats op 25 uur, 25 minuten van de winnaar, een andere Belg, Léon Scieur. In het eindklassement van de geïsoleerde renners, tot welke categorie hij feitelijk behoorde, eindigde hij op de 12e plaats. Winnaar van de Tour de France in deze categorie is de Tongenaar Victor Lenaers

Victor Lenaers, de Limburgse winnaar van het eindklassement in de categorie geïsoleerde renners 1921

Bij de terugkeer van zijn schitterende Tour de France werd Benjamin gevierd door de stad Dinant. Nadat hij daar uit de trein stapte, werd hij per koets naar het stadhuis gebracht waar hij een mooi cadeau aangeboden kreeg ter herinnering aan zijn geleverde prestaties in de voorbije Tour, een 18-karaats gouden zakhorloge.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

rituitslag:
1. Honoré Barthélemy: 15hr 7min 53sec
2. Hector Heusghem z.t.
3. Léon Scieur z.t.
4. Jean Belvaux @ 27min 33sec
5. Luigi Lucotti z.t.
6. Louis Mottiat z.t.
7. Félix Sellier z.t.
8. Eugène Dhers z.t.
9. Hector Tiberghien z.t.
10.Léon Despontin z.t.
12. Benjamin Javaux @ 29min 12sec

algemeen classement na de 12e etappe:
1. Léon Scieur: 177hr 47min 35sec
2. Hector Heusghem @ 21min 47sec
3. Honoré Barthélemy @ 1hr 58min 35sec

L’Auto 31 juillet 1921

1973-07-02 Herman Van Springel ziet geel en groen

Tour de France 1973:

Herman Van Springel:

Gele trui is een hemels geschenk

Bekend is zijn verlies van de gele trui in de laatste etappe van de Tour de France in 1968, hij kwam 38 seconden tekort voor de Tourzege. Hij werd ook nog eens tweede in de Ronde van Italië (1971) en derde in de Ronde van Spanje 1970. Hij pakte ook twee keer naast de zege in Paris-Roubaix. Bij het Wereldkampioenschap van 1968 stuitte hij op de Italiaan Vittorio Adorni en moest hij genoegen nemen met de zilveren medaille.

Herman van Springel Omloop het Volk 1973 foto: Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

In 1971 had Van Springel een contract getekend bij de Molteni ploeg van Eddy Merckx. De Kempenaar werd dus een superknecht voor de kannibaal en mocht slechts af en toe voor zijn eigen kansen rijden.

In 1972 werd de meesterknecht op het allerlaatste moment uit de Tourploeg geschrapt, omdat hij voor het volgende jaar al een overeenkomst had getekend met Rokado. In de periode na de Tour mocht hij geen grote wedstrijden meer rijden en kwam hij als enige van zijn ploeg aan de start in Zottegem toch wist hij de overwinning te behalen.

Na de 2e etappe in de Tour van 1973 te Roubaix is Van Springel leider in het algemeen klassement, Nino Tomadesso van het Limburgs Dagblad zoekt hem op:

Het gele shirt misstaat Van Springel niet. Het fleurt hem wat op. Het maakt zijn droevig, melancholiek gezicht vrolijker. Het geeft hem als Coureur nieuwe glans. Hij ervaart dat als een geschenk uit de hemel.

Want, nog geen veertien dagen geleden twijfelde Kempen- Zoon Van Springel aan zich zelf. Aan de vooravond van het Belgische kampioenschap op de weg, op het krachtenslopende circuit Van Soumage, vroeg Herman aan zijn vertrouwensman Harings: „Hub, wat denk je? Ben ik nog een goede coureur? Kan ik het nog?” Harings antwoordde: „Dat ben je zeker, Herman. Bewijs het maar tijdens het kampioenschap”. Die titelstrijd. Van Springel sloeg in de voorlaatste ronde op de vlucht. Hij nam in  een vloek en een zucht bijna een minuut voorsprong. Toch verloor hij het kampioenschap. Waarom? Omdat Van Springel een door veel onfortuin betroffen schlemiel is. Normaal zou hij kampioen van België zijn geworden als niet…. Lomme Driessens die dag zijn ploegleider was geweest. De afspraak luidde dat Driessens zijn Rokadorenners (Gerben Karstens, Hennie Kuiper) tijdens het Nederlands kampioenschap op de Cauberg zou coachen en dat Florent van Vaerenbergh in Soumagne die taak op zich nemen zou. Driessens hield zich niet aan de spraak. Hij ging niet naar Valkenburg, maar naar Soumagne. Het is bekend: tussen Eddy Merckx en Lomme Driessens botert het niet. Die twee kunnen elkaars bloed wel drinken. Toen Van Springel die voorlaatste ronde op het Ardennenparcours op de vlucht sloeg, toen was het Eddy Merckx die de jacht op de vluchter opende. Omdat Merckx, zo zeggen zij die thuis zijn achter de schermen van de Belgische wielersport, Van Springels overwinning aan Lomme Driessens niet gunde. Uitspraak van een Brusselse journalist (..Noem mijn naam niet”): „Als Van Varenbergh in Soumagne was geweest, dan zou Merckx niet als een wilde achter Van Springel gejaagd hebben. Florent en Eddy zijn goede vrienden….” Omdat Merckx zijn vijand Driessens treffen wilde, werd Van Springel geen kampioen van België. Zo zeggen zij die het weten kunnen.

Herman van Springel werd vijfde in dat kampioenschap. Maar hij was niettemin tevreden. Hij vond op de flanken der Ardennen het zelfvertrouwen terug. Nu draagt hij de gele trui. Maar hij is geen leider met allure. Hij speelt de rol van vedette niet. Doodeenvoudig omdat hij dat niet durft, omdat zijn bescheidenheid hem een verlegen renner doet zijn. Zonder kapsones, zonder brutaliteit. Gistermorgen vroeg ik Herman: „je gaat je gele trui toch verdedigen?” Hij keek me aan met zijn trouwe, bruine ogen. Hij trok een grimas a la Fernandel en antwoordde: „Ik zal er mijn best voor doen. Meer kan ik niet. Als ik de gele trui weer kwijt raak is dat  toch niet  zo’n ramp. Belangrijker vind ik dat ik er weer helemaal bij behoor….” Niemand gelooft dat Van Springel de gele trui nog dragen zal: Hij weet dit, maar het laat hem koud. Hij is nu eenmaal geen streber. Hij is een coureur zonder vurig temperament. Hij is een stugge harde werker op het zadel. Hij is zeker niet een artiest die met zijn tegenstanders speelt. Herman is niettemin tevreden. Van Springel: „Ik zou liegen als ik zou zeggen: ik kan de Tour winnen. Ik geloof dat namelijk niet. Ik weet dat er een dag komt dat ik de trui verliezen zal. Ik heb me er al mee verzoend….”

Herman van Springel Omloop het Volk 1973 foto: Collectie BN De Stem / Johan van Gurp

Wellicht heeft hij daarom zoveel plezier nu leider in het algemeen klassement te zijn. Hij geniet ervan. Hij geeft na afloop van de etappe minutenlange interviews, hij laat zich van camera naar camera zeulen. En hij blijft, als andere renners al onder de douches staan, rustig handtekeningen uitdelen. Geen snelle krabbels, maar duidelijk leesbare signaturen. Verleden jaar nog was hij de luitenant van Eddy Merckx. Maar hij kreeg er genoeg van. Ik was het beu schaduw van Merckx te leven. Dat klinkt gek uit de mond van de brave Herman. Men is een dergelijke uitspraak van mij niet gewend. Ik ben een eenvoudige jongen. Ik ben over het algemeen kalm en neem alles  filosofisch op. Maar het deed me pijn dat alles om Merckx draaide. Midden in het seizoen nog teken ik een  contract met Rokado. Eddy is er erg boos over geweest. Van  Springel wordt langzamerhand een oudere renner. Zijn carrière loopt af. Een, twee seizoenen nog kan hij mee. Dan is het definitief gedaan. „Ik ben nog geen versleten coureur. Ik heb nog kracht en ik durf nog”. Afgelopen winter bereidde hij zich gewetensvol voor op een seizoen waarin hij dacht met succes de strijd te kunnen opnemen tegen Eddy Merckx. Het was een verkeerde veronderstelling. In alle ééndagsklassiekers werd hij verslagen. Van Springel, de man van de zandgronden, koos de zee uit om zijn conditie te vinden. „Dagenlang ging ik op zee vissen. Heerlijk was dat. Dagenlang ook heb ik gejaagd. Toen het seizoen begon, was ik klaar. Ik had meer dan vierduizend trainingskilometers in de benen. Maar ik won niet. Eddy won alles. Dat maakte mij stuk. Ik droomde zelfs van Merckx.”

Hij is eerlijk, de goede Herman van Springel. Hij zei: „Ik klim lang niet meer zo goed als drie, vier jaar geleden. In de Ronde van Zwitserland die ik als voorbereiding op de Tour reed, verloor ik meer dan een half uur op Fuente. Die man is er nu weer bij. Voor mij is hij zeker een mogelijke Tourwinnaar.”

Mecaniciën Hub Harings over Van Springel: „Herman vindt alles goed. Naar zijn fiets kijkt hij niet om. Hub, zegt hij, je bent de beste mecaniciën die ik ken. Er zijn vele coureurs die zelf aan hun fietsen sleutelen, die ze poetsen en verzorgen als speelgoed. Van Springel niet. Hij maakt er zich helemaal niet druk om. Herman is een ijzersterke renner. Hij fietst tot hij niet meer kan. Hij is er nog één van de oude stempel. Zo’n echte dwangarbeider van de weg….” Een dwangarbeider. Vlak voor het Belgisch wegkampioenschap in 1971 liep Herman een zware verkoudheid op. Zijn hele lichaam deed hem pijn. Hij telefoneerde met Lomme Driessens en zei dat hij niet van plan was van start te gaan. Driessens Praatte hem om. Van Springel de coureur die nooit neen kan zeggen, kroop toch op de fiets. En… hij deed méér. Hij begon aan een ontsnapping die bijna 130 kilometer duurde. Vergeten was de ziekte, vergeten was de pijn in zijn lichaam (hij ontving voor de start overigens twee pijnstillende injecties).

Hij ging die dag, in de regen en in de koude van Martelange, als winnaar over de streep. Hij kroonde zich als kampioen van België. Zo is Herman van Springel. Geen artiest op de fiets maar alleen een arbeider.

Tour de France 1973, 1e etappe B, Rotterdam – Sint-Niklaas, José Catieau pakt de zege, Herman van Springel in het geel, Miroir du Cyclisme-174

Limburgs Dagblad 3 Juli 1973

En verder…. in 1973 pakte hij (als niet-sprinter) toch de groene trui van het puntenklassement.

Met zeven overwinningen is Herman Van Springel de recordman in de monsterrit Bordeaux-Parijs. Rond 2 uur met slaperige ogen verzamelen in het duister van Bordeaux. Vervolgens in Poitiers achter de derny en 560 km achter de derny en fietsen naar Parijs. In 1974 deelde hij met de Fransman Régis Délépine de eerste prijs na de verkeerde weg te zijn opgestuurd.

Op zijn indrukwekkende erelijst staan bijna alle grote eendagskoersen. Zo won hij Gent-Wevelgem (1966), de Ronde van Lombardije (1968), de Omloop Het Volk (1968), Parijs-Tours (1969), de Grote Landenprijs (1969, 1970), de Trofeo Baracchi (1969), de Brabantse Pijl (1970, 1974), het Kampioenschap van Zürich (1971), het Belgisch kampioenschap (1971) en de E3-Prijs (1974). In de grote ronden behaalde hij ritzeges en ereplaatsen. Zo werd hij in 1970 in de Vuelta derde en in 1971 in de Giro tweede. In de zeventien jaar dat Herman Van Springel beroepsrenner was, won hij in totaal 136 wegwedstrijden.

Zie Herman’s voor palmares: https://nl.wikipedia.org/wiki/Herman_Van_Springel

1962-07-15 Tour de l’Avenir, 13e & 14e etappe, Lyon – Nevers , 232 km & Nevers – Paris 178 km

Tactiek van ploegleider Sjef Janssen leidde tot volledig succes

Gomez del Moral eiste hoogste eer op in Ronde van Toekomst

1962-07-16 – Miroir des Sports – 920

JAN HUGENS ZEGEVIERDE IN DE VOORLAATSTE ETAPPE

De hoogste eer in de tweede Ronde van de Toekomst was voor Antoine Gomez del Moral. De 22- jarige Spaanse onafhankelijke, zoon van een kolenhandelaar uit Cabra, bracht de gele leiderstrui, die hij in de’ Alpenrit van Barcelonnette naar Briangon op onze landgenoot Henk Nijdam had veroverd, ongeschonden naar Parijs. Zonder moeilijkheden is dat niet gegaan, want vooral de Italianen en de Nederlanders hebben na de beide alpenetappes nog wel getracht verandering in de situatie te brengen. Gomez del Moral hield echter, voortreffelijk gesteund door zijn ploeggenoten, stand tot in het Parc des Princes, waar hij door vele duizenden enthousiaste Fransen als overwinnaar kon worden bejubeld.

Antonio Gomez del Moral en Ferdi Kubler 1962-07-16 – Miroir des Sports – 841

De ereronde was voor de Spanjaard ongetwijfeld het mooiste ogenblik uit zijn jonge wielerloopbaan. Even later was echter de glorie voor zeven oranjemannen, die als overwinnaars van het ploegenklassement met fier geheven hoofden naar het Wilhelmus luisterden. Toen zij onder daverend applaus nog eenmaal de baan rondgingen kon iedere Nederlander in het Parc des Princes met recht trots zijn.

Limburgs Dagblad 16 juli 1962

Spanje en Nederland, die enige twee ploegen, die geheel uit onafhankelijken bestonden, hebben het leeuwendeel van de triomfen voor zich opgeëist De veertien gele truien werden broederlijk gedeeld. Van de Spanjaarden was José Momene een dag leider en Gomez del Moral zesmaal; wat de Nederlanders betreft reden Henk Nijdam en Jan Hugens driemaal in het leiderstricot en Jan Janssen eenmaal. De Nootdorper, bevoorrecht met een sterke eindsprint, won niet minder dan drie etappes; Jan Hugens (2x), Leo Knops en Lex van Kreuningen brachten het aantal rit-overwinningen op zeven. Het belangrijkste was voor de equipe van Jefke Jansen echter ongetwijfeld de eindzege in het ploegen rangschikking, bewerkstelligd door zes eerste plaatsen in de dagklassementen. Dit alles alsmede de fraaie klasseringen  van Jan Janssen (3e), Jan Hugens (8e) en Henk Nijdam (9e) in de individuele eindrangschikking maakten deze tour voor Nederland tot een zeer succesvolle.

1962-07-16 – Miroir des Sports – 841

Jan Janssen, de nerveuze rouleur-sprinter uit het Zuid-Hollandse Nootdorp, kwam van de zeven Nederlanders die de rit volbrachten (de selectie van Raf Gysel bleek een volslagen misgreep te zijn geweest) tot de beste prestatie. Zijn drie etappezeges werden reeds gememoreerd, maar belangrijker was misschien nog dat hij in de Alpen niet al te veel tijd verloor. Toen in Aix-les-Bains de bergen achter de rug waren bedroeg zijn achterstand op Gomex del Moral slechts 2 minuten 3 seconden. Zijn positie scheen toen nog niet kansloos, mede door de bonificaties welke eventueel door zijn sterke eindspurt nog zou kunnen veroveren. Mogelijk zou Janssen inderdaad nog verder zijn gekomen dan deze derde plaats, indien zijn ploeggenoten in de laatste drie etappes met wat meer overleg te werk waren gegaan. Lex van Kreuningen verspeelde bijv. zaterdag nutteloos zijn krachten in een lange vlucht en Jan Hugens boekte toen wél zijn tweede eindzege, maar met zijn demarrage op ruim 10 km. voor die finish ontman hij tegelijkertijd Janssen diens kansen op de eerste plaats.

Antonio Gomez del Moral 1962 – L’Histoire du Tour – 57

Het Nederlandse team heeft tot die Alpen de karavaan met strenge hand geregeerd. Slechts eenmaal liet men zich. in de rit van Aix-en-Provence naar Juan les Pins, verrassen en dat kwam op kostbaar verlies te staan. Zoals echter altijd het geval is geweest met de Nederlanders, verspeelde ook deze jongens, al waren zij „op het vlakke” nog zo sterk, vrij veel tijd in de Alpen, met uitzondering van Jan Janssen die slechts één plaats in het klassement zakte. Desondanks toch alle hulde voor Janssen, Henk Nijdam, Jan Hugens, Leo Knops, Kees de Jongh, Lex van Kreuningen, Miel  Verstraete en chef d’equipe Jefke Janssen. Het team heeft zich terdege laten gelden en tussen Bordeaux en Parijs werd op voortreffelijke wijze de Nederlandse eer hoog gehouden.

1962-07-16 – Miroir des Sports – 841

De twee laatste ritten hadden vrijwel  geen betekenis meer. Vooral de etappe naar Parijs verliep bijzonder vlak. Drie Oostenrijkers, Damm, Venar en Varga, lieten al snel de groep achter zich. Men liet hen rustig gaan, maar toen zij meer dan 5 minuten voorsprong hadden, volgde een reactie. De activiteit in het peloton resulteerde tenslotte in een achtervolging van vier renners. Onze landgenoot Kees de Jongh kreeg met de Fransman Alban Cauvet het eerst aansluiting, kort voor Parijs voegden ook Cauvet’s landgenoot Bachelot en de Marokkaan El Farouki zich bij de leiders.  In het Parc des Princes toonden de beide Fransen zich superieur in de sprint Bachelot zegevierde voor Cauvet, terwijl de Jongh met een zesde plaats genoegen moest nemen. In het peloton, dat precies 15 seconden later de piste opstormde, bevond zich een gelukkig lachende Antonio Gomez del Moral, de grote triomfator van de ronde.

1962-07-16 – Miroir des Sports – 841

Dank zij Jan Hugens kon de Nederlandse ploeg er reeds prat op gaan in deze tweede ronde van de toekomst de helft van het totaal aantal etappes te hebben gewonnen. De Limburger was ruim 4 km voor de finish in Nevers na een hergroepering ontsnapt uit bet peloton tezamen met de ler Peter Grinnion, de Italiaan Remaito Bongioni en de Fransman Pierre Maitignion, de winnaar van de derde rit. Hugens, zich bewust van zijn zwakke eindschot, nam 1 km. voor het einde de kop en voerde daarna het tempo steeds meer op, er voor zorgend dat niemand hem passeerde. Doordat zijn concurrenten al evenmin pure sprinters waren, lukte deze tactiek. Als eerste kwam Hugens de wielerbaan op en als eerste ging hij over die eindstreep, ondanks de verwoede aanval van Bongioni op de laatste meters. De zege was voor Nederland dubbel lucratief omdat door de minuut bonificatie tevens beslag werd gelegd op de eerste plaats in het dagploegenklassement.

1962-07-16 – Miroir des Sports – 920

Een zinloze verspilling van krachten door Lex van Kreuningen had de 232 km. lange etappe van Lyon waar Nevers gekarakteriseerd. De Utrechter, die na ongeveer  75 km. met de Spanjaard José Momene op jacht was gegaan, naar de uit het peloton weggelopen Zuidslaviër Frank Skerl, bleef, nadat deze laatste was achterhaald, ruim 100 km. vrijwel zonder onderbreking aan die kop. Van Kreuningen bereikte er niets mee, want nadat de voorsprong, die nooit meer dan 3,5 minuten had bedragen, tot minder dan 50 seconden was teruggelopen, was hij dermate vermoeid dat hij ’n demarrage van de nog betrekkelijk fitte Momene, de Spanjaard was tevoren rustig aan het wiel van onze landgenoot gebleven,  niet meer  kon beantwoorden.

Slechts dankzij de activiteiten van Jan Hugens en zijn metgezellen kreeg de rit voor Nederland toch nog een prettig slot.

 

1962 – Miroir du Cyclisme – 21

Rituitslag 13e etappe:

1.Jan Hugens(NED)232km/5.44’36”
2.Renato Bongioni(ITA)
3.Pierre Matignon(FRA)
4.Peter Crinnion(IRL)
5.Jupp Ripfel(SWE)53″

1962 – Miroir du Cyclisme – 21

Rituitslag 14e etappe:

1.Jacques Bachelot(FRA)178km/4.16’54”
2.Alban Cauvet(FRA)
3.Abderaman El Farouki(MAR)
4.Robert Csenar(AUT)
5.Felix Damm(AUT)