2019-12-03 Jacques Nieskens

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets”

Kueb (Jacques) Nieskens, 87 inmiddels, was in de eerste helft van de jaren vijftig, vorige eeuw een van de beste amateurs in het Limburgse land. Naar eigen zeggen waren de jaren ’52, ’53 en ’54 zijn beste jaren. Dat het inderdaad beste jaren waren is ook terug te zien aan zijn palmares. Ik lees in zijn plakboeken o.a. een keer Limburgs kampioen, 3e in het eindklassement van de Ronde van Belgisch Limburg, etappezege’s in de Ronde van Limburg en de Ster van Namen en Ronde van de Twaalf Kantons, 8e in het eindklassement van Île de France. Winnaar van tal van criteriums in België, Duitsland en Nederland. Ook was hij enkele keren als 1e reserve geselecteerd voor de WK’s maar het is er nooit van gekomen. Ik was graag meegegaan naar enkele van die mooie WK‘s, ik noem met name Solingen in ’54 waar Mart van der Borgh nog mooi 3e werd.

Jacq. Nieskens met z’n zoveelste overwinningskrans

Kueb kon goed bergop maar was daarnaast ook nog eens een rappe eindspurt.  Hij maakte deel van een uitstekende lichting Limburgse amateurs en onafhankelijken, ik noem Jan Nolten, Piet Haan, de gebroeders Steevens, Kees Boelhouwers, Jef Lahaye, de gebroeders Gelissen, Piet van den Brekel, Flor van der Weijden, Harry Schoenmakers, Mart van den Borgh, Sjra Vergooszen, Nol Ehlen, en zeker nog een tiental namen moeten in dit rijtje eigenlijk ook nog benoemd worden, b.v. Fons Steuten, Willy Gramser, …

V.l.n.r: ploegleider Toine Gense, Jacq, Nieskens, Flor van der Weijden en Mart van der Borgh

In 1932 geboren in Swalmen, niet ver van Roermond. “Ik  was een echte Schwaamer zoals ze dat zeggen, ze daar allemaal “enne slaag van de meule”. Ja, Jacq kan goed vertellen over de koers en meer, en dit met, zoals meteen al met deze uitspraak blijkt, veel humor.

Bij Swalmen denk ik al meteen aan de wielerpionier Mathieu Cordang die daar ook woonachtig was. Ja zegt Jacq, ik heb hem nog gekend, al was ik toen nog een kwajongen van een jaar of tien. Hij had aan de provinciale weg in Swalmen een garage. Er waren 2 benzinepompen voor de deur, een met diesel en een met benzine. Ik zat ooit aan een van de hendels van zo’n pomp te frunniken, ik had niks in de gaten tot ik plots van achteren een oorvijg kreeg, het was Mathieu Cordang zelf… Een jaar later schat ik, dat hij is overleden, dat was in de oorlog, in 1942”.

Onthulling van het monument ter ere van Mathieu Cordang in Swalmen , 29 augustus 2018, geheel links Jacq. Nieskens. Inzet rechts: Het monument

“Ik was een knaap van zo’n 14 jaar toen ik begon met werken, dat was in Swalmen bij de houtfabriek. “Een oom van me  die was daar machinist, die wilde graag hebben dat ik daar kwam werken. Na verloop van tijd, niet lang nadat ik er was begonnen, zei tegen oom Willem, Ik blijf hier niet, ik kreeg meteen een draai om mijn oren, jij blijft hier en je word net als ik ook machinist op die stoommachine. Maar ik wilde dat niet. Ik zag in de krant staan dat er in Tegelen, bij een machinefabriek, mensen gevraagd werden waarop ik tegen mijn vader zei dat ik daar heen ging om te vragen of ik er mocht beginnen want dat hout, het interesseerde me totaal niet”. Het enige wat hij zei “als er maar brood op de plank komt”.

De Ronde van (Belgisch) Limburg, TWC Maastricht (10 renners per ploeg) vóór de start, Kueb Nieskens, 3e van links nam 4 maal deel aan deze 5 daagse etappekoers, en won een etappe en 3e in het eindklassement

Ik ben toen met mijn fiets, er zaten niet eens banden op dus op de velgen, naar Tegelen gereden. Ik stond er aan de poort te kijken toen de baas me zag staan en vroeg:  “Jong, wat kumste doon? Of ik er mocht komen werken. Morgen zei hij, wat mij betreft morgen, morgen mag je beginnen! Maar ik moest eerst nog ontslag nemen op de houtfabriek in Swalmen. Twee weken later stond aan de zaagmachine, ijzer te zagen. Ik reed al een week op en neer naar Tegelen, toch een dikke 15 km enkele reis met mijn fiets, op de velgen toen hij van mijn collega’s vernam. Hij kwam naar me toe en vroeg “Joong, heb je geen geld voor banden?  Ik kreeg wel 3 gulden 60 reiskosten vergoeding per week, die hield ik fijn mijn zak. Ik was de benjamin van het bedrijf en moest ook wel eens boodschappen hiervoor doen, met die fiets zonder banden. Hij kwam naar me toe en zei: “En straks ga je naar Strouken, die naam vergeet ik nooit. Rijwielzaak Strouken dat was in Tegelen, je gaat daar een stel binnen en buitenbanden halen, en morgen dan kom je naar je werk met je fiets mét banden! ’s Anderendaags stond hij mij al bij de fietsenkelder op te wachten, ik heb er uiteindelijk 6 jaar gewerkt. Ik heb er een super leerschool gehad, die baas, die man was als een vader voor me.

foto Tonny Strouken

Hoe ik aan het fietsen toe gekomen ben? Nou, op de fabriek in Tegelen daar kwamen 20 fietsen aan, Peugeot, sportfietsen, die kostten toen 125 gulden per stuk, super sportfietsen.  Sjaak, zei mijn baas, geef je op, dan krijg je ook een fiets. Ik dacht dat ik geen kans op een fiets zou hebben maar hij zei, Sjaak, geef je op, dan krijg je er een, ik zorg daar voor! En zo was het, ik kreeg een fiets, een Peugeot sportfiets, mét spatborden, maar die waren er al af voordat ik thuis was. Er zat wel nog geen koersstuur op. Nog geen 100 meter van ons huis was een vuilnisbelt, daar heb ik een oud stuur van een omafiets af gehaald, omgedraaid, afgezaagd en nog wat aan gelast en kijk, ik had een koersfiets! Zo ben ik aan wielrennen toe gekomen. Mijn eerste wedstrijden reed ik bij de “wielerbelang’ ( de latere NWB), dat was meen ik in 1946. De eerste wedstrijd die ik heb gewonnen, dat was in Haelen, ook dat vergeet ik nooit van mijn leven,want ik klopte daar Hans Voesten. Die Voesten won destijds bijna alles maar toen ik in Haelen met hem op de streep afkwam…Tjoep… de bloemen. Ik had wel inmiddels een andere fiets. Ik  kocht een frame van Sjef Janssen in Elsloo, Sjefke had toen nog geen winkel, het was een frame dat hij afdankte. Ik moet zeggen, ik was er erg blij mee. Met het frame op mijn rug reed ik van Elsloo naar terug naar huis. Die renfiets heb deze toen zelf opgebouwd, Sjef Janssen had me er nog enkele onderdelen bij gedaan, ja, ik koester ook goede herinneringen aan Sjef, een sympathieke man met een groot wielerhart.

Jacq. Nieskens met zijn trotse ouders

Valpartijen? Ik? Ik durf het niet te zeggen, zo vaak, ik heb mijn rechter sleutelbeen in een koers gebroken, wáár was dat ook alweer? Een flinke valpartij, hup naar het ziekenhuis, ik kreeg een harnas aan. Na verloop van tijd ging het toch kriebelen. Ik zei tegen mijn moeder, ik woonde nog thuis, Mam, ik ga wat fietsen. Kijk uit zei ze, dat je niet op je beest valt. Via de dakkapel heb ik mijn koerskleren naar buiten gegooid, mijn vriend Jef stond buiten te wachten, op naar Overpelt in België, met de fiets natuurlijk, we gingen altijd met de fiets naar de koers. Mijn ploegleider Wouters zei nog Nies, ge gaat toch niet koersen met die arm? Gelukkig waren er geen kasseien. Ik werd 2e, als ik dat niet met die arm had gehad, dan had ik gewonnen, ik kon rechts niet aan het stuur trekken. Mijn moeder wist van niks, maar ik had toch weer een mooie cent, nee frank verdient. Bij de omloop Het Volk van 1956, de aankomst was op de baan, het zogenaamde Kuipke van Gent. Bij het binnenrijden van de piste kwam ik ten val, ik brak de knieschijf van mijn rechter been, het betekende het einde van mijn wielercarrière dus van valpartijen, ik weet er alles van! In 1957 ben definitief ik gestopt.

Limburgs Dagblad 16 juni 1952

Ik ben in bezit van een gouden, zilveren en bronzen medaille van de KNWU, een keer 1e, 2e en een keer 3e in het Limburgs kampioenschap. Dat kampioenschap dat ik behaalde op het Caubergcircuit. Die Cauberg vlóóg ik altijd omhoog, ik hoefde niet eens uit het zadel te komen, ik woog immers maar een kilo of 53. Het was in 1952 dat ik het Limburgs kampioenschap won, wat was me dat een heisa daar aan de streep. Velen meenden dat ik daar onterecht op het hoogste schavot stond, dat het Hein Gelissen was, Gibson noemden we hem, die de ware kampioen was die dag. Hein zou het eerst zijn wiel over de streep hebben geduwd. Maar Sjra Sillen, de bekende sportredacteur zei later “Jacq, ze hebben je willen besodemieteren, die foto’s van de finish, die hebben ze verdraaid” Hoe dat gaat weet ik ook niet, maar ik ben en blijf toch de Kampioen van Limburg van 1952.

vooruitblik uit de krant van juni 1956 met de uitslagen van de vijf voorafgaande jaren

Piet Haan klopte ik in zijn eigen dorp Mechelen, dat was een van mijn mooiste overwinningen, toch de koers waar ik de mooiste herinneringen aan heb. Het was mijn tweede of derde wedstrijd bij de amateurs. Mijn supporters van Swalmen die wilden me zelf naar Mechelen brengen met de auto. Dat was niks voor mij, ik ben met de trein naar Maastricht gereden en van daaruit met een rugzak op de fiets naar Mechelen. Ik had me nota bene bij Piet thuis omgekleed, hij had me dat zelf aangeboden. Een man vijf  hadden afspraken gemaakt, Piet zou voor eigen publiek mogen winnen, maar mij was daarover niks verteld.

foto Tonny Strouken

De dag erna, op maandag,  moesten we in Maastricht fietsen. Radium Ronde meen ik dat het was. Ik kwam Pietje voor de koers tegen, “Sjaak, zei hij, je hebt me gisteren de das om gedaan, wil je me hier niet helpen want hier heb ik ook veel supporters zitten. Ik zelf had trouwens ook een grote supportersclub met meer dan 500 leden, die gaven iedere maandag een kwartje.  Als mijn sponsor, dhr. Evers het goed vind ga ik akkoord. Nou, die vond het na die overwinning in Mechelen wel goed. En Piet Haan? Die won hierop de Radium Ronde van Maastricht. Ik kon met Piet Haan goed door één deur, we waren goede vrienden. Met  de andere coureurs kon ik ook goed mee overweg, behalve met Harry Ehlen….

Limburgs Dagblad 15 september 1952

Ronde van Mechelen 1952, met Piet Haan op de foto van sportfotograaf Tonny Strouken

Harry was een neef van Nol Ehlen. Nol was een geweldig coureur, en altijd eerlijk. Dat laatste kon ik van Harry niet zeggen. Het had allemaal te maken met de Ronde van Swalmen van 1956. Ik zat in de slag met Fons Steuten  en Harry Ehlen, we zaten samen in de kopgroep en de afspraak was dat ik zou winnen, met niet veel machtsvertoon. Ze wisten wel dat ik niet te kloppen was. We kwamen de laatste bocht uit, ik op kop, zet niet al te hard aan, ik kijk naar Fons Steuten en flits, de “schmale remmel” vliegt me voorbij… hij klopte me en ik was zó kwaad, mijn fiets vloog over een heg en ik snoeksprongde er ook nog overheen, ik was niet moe, helemaal niet. Klaartje, de vader van Harry, die kwam naar met toe, “Sjaak , zei hij, wat die witte van mij vandaag geflikt heeft, zal je hem wel nooit vergeven”. Ik zei, over drie weken dan is de Ronde van Geleen… daar wint hij nog niet één cent !! Oei, was zijn reactie, je gaat toch geen kloterijen uithalen Sjaak? Nee dat niet, maar ik ga er wel alles aan doen, dat heeft hij nog nooit meegemaakt!

Drie weken later de thuiswedstrijd van Harry Ehlen. Ik had al een paar premies voor de neus van Harry weggekaapt en hem er nog eens op gewezen dat hij geen cent ging verdienen.  Winand Kamphuis, die was ook uit Sittard, komt naast me rijden “Kuub, als ik nu wegspring, kom je dan terughalen?”, Nee Winand, jou niet, maar die “kruppel“ die zal achter ons eindigen.

Winand sprong weg, ik haalde hem niet terug, maar een ronde of drie, vier voor het einde wordt hij weer bijgehaald. Ik zat midden in de groep, ik hield alleen Harry in de gaten. We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen, ik heb er nog krantenartikel van, ge-wel-dig.

We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen

Ik reed al die jaren bij een Belgische ploeg, Victory (Jozef Schaeken Maaseik). Voor elke wedstrijd die ik won kreeg ik 100 gulden. En natuurlijk een fiets, koerskleding en tubes (maar niet zo veel tubes). De Victory fiets heb in nog steeds, al ligt hij wel uit elkaar, het frame de onderdelen en de wielen zijn er nog. Op een gegeven moment kwam er min of meer herrie, men wilde dat ik Belg zou worden, maar dat wilde ik niet, en mijn ouders al helemaal niet. Toen ben ik overgestapt naar de Eroba ploeg van Toine Gense.

V.l.n.r: Jozef Schaeken, (Victory rijwielen) met zijn dochter, Jacq Nieskens en rechts achter Kees Boelhouwers

Ronde van Epen 1952, jonge joong, wat was het slecht weer, wat een modderballet. Piet Haan moest daar winnen, hij was weggesprongen met Leo Steevens. Ik ben daar toen alleen naar toe gereden. Toen ik er bij zat zei Pietje tegen mij “Sjaak, ik wil hier graag winnen, dan delen we de prijzen en premies” Ik vond het goed, dat hebben we daarna nog vaak gedaan, de prijzen gedeeld.

Ronde van Epen 1952, v.l.n.r: Jacq Nieskens, Piet Haan en Leo Steevens. foto Tonny Strouken

Waar ik ook een gouden herinnering aan heb overgehouden is de 3e rit van de Ster van Namen, Stavelot– Jupille in 1955. Leo Stevens, die reed in de gele leiderstrui die hij na een geweldige tijdrit om de schouders had. In die derde etappe naar Juplille was op een gegeven moment mijn derailleur kapot, ik lag ruim een minuut achter. Mijn ploegleider, Toine Gense stopte met zijn Jeep naast me, Chris van Dooren zat achter het stuur. Ik kreeg de reservefiets van Harry Schoenmakers, die had dezelfde maat fiets als mij. Gense riep “als je maar zorgt dat je binnen de tijdslimiet binnenkomt!”. Tijdslimiet? Hoezo, tijdslimiet? Als je niet maakt, dat je snel wegkomt, dan, slinger ik deze bidon naar je hoofd! En er hoeft ook niemand op me te wachten, ik kom gemakkelijk alleen terug!!

Jacq. met zijn clubgenoten van TWC Maastricht

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets” Een motorrijder bleef bij me, die vroeg op een gegeven moment of ik nog goed wijs was, zo hard ging ik bergaf. Voor mij was het geen nieuws, dalen kon ik als de beste, ja, met doodsverachting! Zoals ook bij de criteriums, ik trapte in de bochten gewoon door, velen durfden me niet te volgen. Onder aan een berg kon ik weer aansluiten en dacht, als ze nu maar niet gaan demarreren want dan word ik er zo weer afgepiert, maar het viel mee, gedurende de beklimming schoof ik al doende steeds iets meer naar voren. De Gens kwam naast me rijden en stak zijn duim op. Bij de beklimming van de Hallembaye koos ik de aanval. En niemand kon me volgen, ik won de etappe met 31 seconden voorsprong.

Jacq. Nieskens winnaar van de Grosser Mücken Preis in Krefeld, ik won daar een sportfiets. Wat doen we daar mee? vroeg mijn broer Ton. Rij er maar mee naar huis, dan is hij van jou !! zei ik.

 

2019-06-22 TeleVizier: rebellenclub op wielen

Voorpremière Andere Tijden Sport  met gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga op het Sportpark de Laguiten in Rijsbergen.

Op zaterdag 22 juni, de vooravond van de pijl was in er Wielerdorp Rijsbergen een première. De Andere Tijden Sport  uitzending “rebellenclub op wielen” van Wiep Idzenga en Bas Steman te zien. De eerste Nederlandse sponsorploeg in de Ronde van Frankrijk, we schrijven 1964, het seizoen was al begonnen, groen licht moest nog gegeven worden om de TeleVizier ploeg te formeren. De uitzending richt zich vooral op de vrijbuitersrol die de ploeg drie jaren lang in de Tour de France met succes en tegenslag vervulde.

In de Tour (8 TeleVizier etappe zeges) en Vuelta (17 TeleVizier dagzeges) speelt Kees Haast als de aangewezen man voor het klassement bij de TeleVizier ploeg. Een belangrijke rol, zo ook in de documentaire, allicht, hij was de kopman. Maar het liep niet van een leien dakje…

TeleVizier, dat was iets nieuws, een jonge, homogene puur Nederlandse ploeg. Waren het een soort van musketiers, zo van “een voor alleen allen voor één”?  Er zijn in ieder geval drie jaren lang veel avonturen beleefd. En er waren kansen voor iedereen en niet onbelangrijk voor een beroepsrenner: Poen! Fl. 16000 poer man in de Tour werd gezegd, maar het zou ook fl 13000 kunnen zijn geweest. Dan kun je thuis toch zeker zeggen dat het een goede Tour was geweest, niet? Geen geringe bedragen in de jaren zestig. Een van de TeleVizieren vertelde me dat hij, ondanks dat hij de Tour vroegtijdig moest verlaten, toch nog mooi 5000 florijnen kreeg. Ja, bij TeleVizier zat je blijkbaar goed.

De coureurs waren in dienst van een stichting. Verzekeringen, sociale voorzieningen, ww…? In de wielersport destijds had men er nog niet van gehoord. TeleVizier liet zien hoe het moest…. Al was het niet duidelijk of er, zoals werd aangehaald, ook kinderbijslag door de coureurs werd ontvangen. Volgens de twee aanwezige TeleVizier anciens hebben ze dat dan blijkbaar nog te goed van de Pel, ze konden zich niet herinneren ooit kinderbijslag te hebben ontvangen destijds.

De indruk is wel dat je bij de Pel op tijd betaald kreeg, je deel van het prijzengeld volgens afspraak kreeg etc. Akkoordjes met andere ploegen betekende soms een financieel extraatje in het laatje van de Pel, als je er achter kwam kreeg je je deel alsnog uitbetaald. Zo niet,dan had je gewoon pech. Men zegt dat er een Pellenaars van de jaren vijftig en een Pellenaars van de jaren zestig is. In ieder geval waren er veel coureurs, die in Franse dienst reden omdat er bij de Nederlandse ploegen niet veel te verdienen was. TeleVizier was nieuw, je reed met een  degelijke contract en er was voldoende poen te verdienen. De stelling dat TeleVizier een aantrekkelijk merk was om als coureur voor te rijden mag men best voor waar nemen. Als verzorger, mecanicien had je het ook niet slecht. De nieuwe Pel was sociaal, veel renners in buitenlandse dienst hadden het goed begrepen, daar wilden ze ook bij horen….

De gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga

De docu “TeleVizier, rebellenclub op wielen” van Wiep Idzenga en Bas Steman met o.a.  Jo de Roo, Gerben Karstens, Cees van Espen, Bas Maliepaard, Hub Harings,  Kees Pellenaars, de mecaniekers John Krijnen en Geert Polak en noem maar op! Ze spreken nog een aardig woordje wielertaal. De uitzending is voor het eerst te zien op 7 juli 2019, NPO1.

De opkomst in Rijsbergen was licht bedroevend, maar degene die aanwezig waren hebben zich kostelijk vermaakt, van de overgebleven TeleVizieren waren slechts vertegenwoordigd door Hub Harings en Bas Maliepaard, mannen met humor. Zo ook twee van de TeveVizier-mecaniekers Johnny Krijnen en Geert Polak daarnaast ook nog Rijsbergens Tourcrack Jacques Hanegraaf. Ook Monique, de dochter van Kees Haast, schoof ook aan bij het tafelgesprek.

Nadat de voorpremière van de documentaire die geschiedenis van de vrijbuitersploeg en vooral, met de komende 2019 editie in kort verschiet, de drie Tour de France deelnames van de ploeg van de Pel, de eerste Nederlandse sponsorploeg in la grande boucle belicht.

In 1965 leek Kees Haast als eerste Nederlander op weg naar het podium in de Tour de France, tot een valpartij een einde maakte aan zijn droom. In de aflevering van Andere Tijden Sport spreken Haast en een aantal voormalig ploeggenoten over die teleurstelling. Het interview met Haast werd opgenomen vlak voordat hij in januari van dit jaar overleed.

25 Jun 1964 Vorst-wielrennen-ronde Van Frankrijk Voor de vierde etappe van de ronde van frankrijk bespraken een aantal nederlandse renners hun kansen. Vlnr: leo van dongen jan janssen (drager van de groene trui) henk nijdam en piet damen. Auteur: Ge Van Der Werff  In: Vorst

Tour de France 1965, TeleVizier, 16 Juni 1965 Ten huize van ploegleider Kees Pellenaars vond de tourploeg voorstelling plaats— met Gerben Karstens, Kees Pellenaars, Bas Maliepaard, Cees Haast, Rik Wouters, Leo van Dongen, Huub Harings, Cees van Espen, Jo de Roo, Jo de Haan en Henk Nijdam

14 juni 1966 TeleVizierploeg voor Tour de France 1966

Mooi dat ook de Ronde van Spanje ter sprake kwam, waar bij twee deelnames niet minder dan 17 etappezeges werden behaald, toch geen geringe prestaties. Keest Haast, de kopman tijdens de drie door TeleVizier gereden Ronden van Frankrijk vormde de rode draad tijdens de gesprekken. Tevens waren er weer wielertruien van verzamelaar Henk Theuns te bewonderen, maar ook 2 originele Tour de France koersmachines van de vermaarde TeleVizierploeg.

De TeleVizier Batavus 1966 (Leo Knops) van Remy Rijwielen Ossendrecht

De locomotief Tour de France van Bas Maliepaard, gerestaureerd door zijn mecanicien en goede vriend Geert Polak

Bekijk Andere Tijden Sport: Televizier, de Brabantse cowboys in de Tour de France hier op nos.nl :

Na de video kwamen de gesprekken over de enthousiast ontvangen docu op gang. Tenslotte werd de deelnemers gevraagd te vertellen wat de wielersport voor hen betekende, een anekdote, een bijzonder moment of wellicht wat ze met Kees Haast hebben gedeeld.

Bas Maliepaard: Niks verdiend en toch gelachen. Ik had getekend bij Pellenaars voor een paar banden en een trui, toen was ik nog amateur, later werd ik toen prof, in 1959, in het zelfde jaar nog, en moest ik voor Vredestein gaan rijden. Ik kreeg een brief van een advocaat dat ik verplicht werd voor Vredestein te gaan rijden. Ik zeg, ik heb helemaal niet getekend, ik ga naar Frankrijk. Dat vonden ze niet goed. Ja zei ik, ik ga toch. Joop Middelink van de bandenfabriek Radium die wilde mij in zijn ploeg, die zei je hebt getekend bij Vredestein, NIKS DAARVAN ik heb helemaal NIKS getekend. Toen ben ik naar Pellenaars gegaan, die had onder mijn contract, van die banden en een trainingsbroek, eronder bijgetikt dat ik als ik prof werd dat ik voor Vredestein zou gaan rijden. Dat was een slecht kant van de Pel. Hij was een man met twee gezichten, misschien wel drie. Een goeie kant was dat toen ik thuis zat zonder werk, belde hij me ’s avonds om 11 uur op, Bas zei hij, heb je al werk? Nee nog niet, hij zei dan moet je naar die en die ingenieur gaan die heb werk voor je, dus toch wel mooi dat hij aan me dacht. Ik vond hem erg sociaal voelend.

Bas Maliepaard

Johnny Krijnen: Ik wil nog effe terug komen op het bekende geval van Cees Haast in de tunnel, het is al vele malen verteld, het mooie was, ik kom ’s avonds bij het hotel, daar zat hij dan met zijn tulband op. Ik zeg Kees hoe gaat het? Ja goed jong, hij nog vrij vlug, kom we gaan een bierke pakken. Mag dat dan wel met die kop van jouw? Ha, zei Kees, ik hoef niet met mijn kop te drinken ik drink met mijn mond, haha, maar je heb wel mijn leven gered. Dat klopt want Haast lag daar half bewusteloos, voor het zelfde geld was hij daar verdronken.

Ondanks zijn hoofdwonde blijft Kees Haast dapper doorstrijden in de Ronde van Frankrijk Na de achttiende etappe staat hij als beste man van de televizier-ploeg geklasseerd in het algemeen klassement. ANPFOTO. 11-07-1966.

Over het sociale gedrag van Pellenaars het volgende. Ik heb zelfs bij Pellenaars ingewoond. Ik woonde in Bussum, dat was 112km heen en weer, over Raamsdonkveer en Utrecht enz. Soms was ik daar de hele week en op donderdag “sodemieter nu maar op en kom zaterdag maar terug want dan zijn de klassiekers”. Ik herinner me dat ik jarig was, dat was dan maar één keer per jaar, ik kreeg van mevrouw Pellenaars een enveloppe met 150 gulden en de Pel zei dat ik naar een bepaald autobedrijf moest rijden. En laat daar maar van mij, op die ouwe auto van jouw 4 nieuwe banden zetten, ja ik heb er heel goeie herinneringen aan.

Hub Harings: Voor Gerben Karstens en Jo de Roo moest ik samen met Jo de Haan drinken halen, we stopten bij een café, we moesten daar de kelder in, we graaiden naar een paar flessen maar toen we weer naar boven wilden was de deur dichtgeklapt en konden we niet meer naar buiten. We hebben daar 5 minuten in de kelder opgesloten gezeten, gelukkig, de fietsen er staan er nog. We konden aan de voet van een col weer terug aansluiten bij het peloton, toen hebben we alle flessen toch maar weggegooid. Dat was met wijlen Jo de Haan.

Hub Harings in gesprek met Jacques Hanegraaf

Jacq Hanegraaf: Zo’n anekdote heb ik niet, mijn plaatsgenoot Kees Haast is van een andere generatie dan ik ben, maar als ik de verhalen zo hoor, en ook uit eigen ervaring tijdens en na mijn eigen wielercarrière opmaak is dat er in die tijd van Kees bij de Televizier ploeg heel veel van hem werd verwacht. Hij was de kopman, om zo maar te gaan voor het klassement van de Ronde van Frankrijk, er was in die tijd geen voorbereiding, er was geen parcourskennis. En kennis over techniekbeheersing, het afdalen bijvoorbeeld zoals ze dat nu met Chris Froome en al die andere wel doen. Onze Kees Haast ging er voor, er werd veel van hem verwacht. Als je dan ook ziet hoe hij in het video fragment dat we net zagen zijn verwondingen bagatelliseert, als je het goed bekijkt is hij bijna gescalpeerd, maar onze Kees Haast zegt “we gaan er weer voor, en morgen is er weer een nieuwe dag”. Ik moet eerlijk zeggen, nu ik de documentaire van “Andere Tijden Sport” heb gezien, heb ik nog veel meer respect voor Kees, dan ik al in mijn jeugd had, tijdens mijn wielercarrière had. Want ik begrijp nu wat er in hem omging. Postuum durf ik te zeggen, Kees, ik ben blij dat je de laatste jaren zo trots bent geweest want wij zijn ook oh zo trots.

Geert Polak

Geert Polak: Ik zou graag vertellen wat het wielrennen voor mij betekend want het loopt nog steeds als een rode draad door mijn leven. Toen Bas Maliepaard en ik zestien jaar waren, zijn we samen gaan koersen. Bas is een echte grote geworden, hij heeft de Tour de France gereden maar ik heb ook een aantal Tour de France’en mogen doen. Weliswaar als mecanieker, maar ik heb toch de Tour gedaan. Ik word nog regelmatig betrokken bij dingen die met het wielrennen te maken hebben, zie vandaag. Het doet me goed er vandaag ook weer bij te zijn. Het was een fantastische tijd, een tijd die je bij blijft en waar ik een goed gevoel over heb.

Tenslotte is Monique, de dochter van Kees Haast aan het woord. Ik ben heel trots op ons Pa, hij is altijd een hele lieve zorgzame hartelijke man geweest. Hierop volgend  werd gezamenlijk nog het glas geheven op Kees, TeleVizier en de  documentaire, én natuurlijk Johan van der Velde, hou je haaks Johan

TeleVizier Tour de France ploeg 1964:

Tour de France 1964, 1e etappe, Rennes – Lisieux, 215 km Laatste voorbereidingen voor de start van de Tour 1964 — met Jacques van der Klundert, Leo van Dongen, Cees van Espen en Cees Haast in Rennes.

Eerste Nederlandse sponsorploeg in de Tour de France. Het overblijfsel van de TeleVizier-ploeg bij de ereronde aan het eind van de Tour de France 1964. Vanaf links: Jo de Haan, Cees Haast, Henk Nijdam, Rik Wouters en ploegleider Kees Pellenaars. foto privé-collectie Rik Wouters. . — met Cees Haast, Rik Wouters, Kees Pellenaars, Jo de Haan en Henk Nijdam in Parijs Frankrijk.

Tour de France 1964, 22e etappe B, Versailles – Paris, individuele tijdrit, 26,5 km. Jacques Anquetil wint de afsluitende tijdrit en de gele trui, Jan Janssen wint de groene trui. -met Kees Pellenaars, Jan Janssen, Cees Haast, Jo de Haan, Rik Wouters en Henk Nijdam bij Parc des Princes.

TeleVizier Tour de France ploeg 1965:

Klik voor TeleVizier in de Tour van ’65

TeleVizier Batavus Tour de France ploeg 1966:

Tour de France 1966, 3e etappe A, Tournai 20.8 km, ploegentijdrit, 23 Juni Mannen van Pellenaars vormden snelste equipe Succes voor de Televizieren in de ploegentijdrit over 20 km (2 ronden), die donderdagmorgen rond Doornik werd gehouden. De mannen van Pellenaars slaagden er namelijk in om in deze rit, die alleen meetelde voor het ploegenklassement, te winnen. Nu moet gezegd worden, dat niet alle formaties de indruk gaven deze rit tegen het horloge au serieux te nemen. De voornaamste concurrenten waren dan ook de ploegen met Belgen, die voor het talrijke eigen publiek wel wat wilden laten zien. Maar tegen het geweld van de rood-witte Nederlanders, die steunden op de treinlopers Zilverberg, Nijdam en Karstens, waren zij niet opgewassen Al na de eerste ronde, waarin Pellenaar’s formatie Rik Wouters (“Ik had die eerste kilometers op kop moeten rijden en dat kan ik nu eenmaal niet”) en Leo van Dongen (lekke band) kwijt raakten, werd het duidelijk, dat dc mannen van de Pel hoge ogen zouden gaan gooien. Zij bleven namelijk met 13 min. 58 sec. als enigen onder de veertien minuten in deze eerste ronde. Het dichtst bij kwam die Belgische ploeg van Guillaume Driessens met groene truidrager Reybroeck (14.03). Teleurstellend waren toen al de tijden van Peugeot met die wereldkampioenen Ferdinand Bracke en Tommy Simpson (14.14), de onder leiding staande Belgische formatie van Marien met Rik van Looy en Ward Sels (14.18) en vooral van de Fordploeg, die ondanks Anquetil niet verder dan 14.24 kwam. In de eerste ronde werden de televizieren (13.56) slechts door Pelfothen van Jan Janssen. Tenslotte bleek de tijdrit die de kas van de Televizierploeg weer behoorlijk spekte, het volgende resultaat opgeleverd: 1. Televizier: 27 min 54sec 2. Smiths op 15sec 3. Pelforth-Sauvage-Lejeune op 21sec 4. Mann-Grundig op 1min 45sec 5. Solo-Superia op 2min 45sec 6. KAS-Kaskol op 3min 40sec 7. Ford France op 3min 55sec 8. Molteni-Hutchinson op 4min 20sec 9. Fagor op 5min 10. Mercier op 5min 55sec 11. Filotex-Fiorelli op 7min 12. Kamome-Dilecta-Dunlop op 8min 30sec 13. Peugeot-BP op 9min 40sec

Tour de France 1966, Privas – Bourg d’Oisans, 203.5 km, 6 Juli 1966 Bij warm weer is voor iedere renner water een eerste vereiste. Gelukkig hebben de mensen die langs de route wonen daar begrip voor zoals hier een lieve dame de bidon van Jos van der Vleuten vult.

 

De Televizier etappezeges in de Ronde van Frankrijk waren voor:

27-06-1964 6e etappe: Henk Nijdam
26-06-1965 5e etappe deel a : Cees Van Espen
29-06-1965 8e etappe: Jo De Roo
23-06-1966 21e etappe: Gerben Karstens
23-06-1966 3e etappe A, ploegentijdrit: TeleVizier
23-06-1966 3e etappe B: Gerben Karstens
05-07-1966 14e etappe deel a: Jo De Roo
12-07-1966 20e etappe: Henk Nijdam

Voor iedereen die de wereldpremière gemist heeft, TeleVizier: rebellenclub op wielen wordt zondagavond 7 juli 2019 uitgezonden op NPO1.

2018-06-07 Arie den Hartog

De Zuidlander Arie den Hartog, die in 1966 van Voorne Putten naar Zuid-Limburg verhuisde, dichter bij zijn arbeidsterrein in België en Frankrijk, is van het levenstoneel verdwenen. Nadat hij eind vorig jaar getroffen werd door een hersenbloeding verbleef Arie in een verpleegtehuis waar hij uiteindelijk geveld door een longontsteking vroegtijdig kwam te overlijden. We wensen de familie den Hartog en Arie’s vrienden veel sterkte toe.

Arie den Hartog

De laatste keer dat hij als actief coureur in het nieuws kwam, was tijdens Bordeaux-Parijs 1970. Arie den Hartog legde ruim 400 kilometer van deze monsterklassieker af. Darmstoornissen maakten toen voortijdig een einde aan zijn seizoen. De blonde Zuidhollander/ Limburger reed nog wat wedstrijdjes in Frankrijk. Daarna kwam de klap waardoor zowat alle Nederlandse profwielrenners op de keien belandden: Caballero en Willem II-Gazelle werden opgeheven. Ongeveer vijfentwintig Nederlandse profs zaten destijds zonder contract. Tot die laatste categorie behoorde ook Arie den Hartog. Met de wielersportlente van 1971 voor de deur werd zijn naam voorgoed geschrapt uit de startlijsten.

Arie den Hartog, in 1964 beroeps geworden won dat jaar Parijs Camembert en de Ronde van Luxemburg. In 1965 won hij Milaan-San Remo. Hij stond aan het begin van een lucratieve wielerloopbaan. Door zijn zege in de „Primavera” had hij zich op slag in de kijker gereden.

In 1966 na zijn winst in de eindrangschikking van de Ronde van Catalonië vertrok hij als kopman van de Fordploeg in de Tour de France. Een valpartij en gekneusde ribben wierpen hem uit het peloton. Arie den Hartog kwam terug, won regelmatig zijn wedstrijden, vooral in Frankrijk, en veroverde een vaste plaats op de markt. Hij reed ook voor St.-Raphaël en BIC, fietste stukje bij beetje sociale zekerheid bij elkaar en bouwde in Elsloo een fraaie woning waar hij en zijn vrouw Marja elk jaar rustig konden overwinteren. Hij verdiende immers goed als hard fietsende seizoensarbeider. De opgaande lijn werd echter opnieuw afgebroken. Tijdens het wereldkampioenschap op de weg in Heerlen (1967) lag Arie den Hartog met een hersenschudding in bed.

Den Hartog eindigde in de Tour van 1968 als 26ste op bijna een half uur van zijn landgenoot. Hij herinnert zich dat het een merkwaardige editie was. „Er waren geen uitgesproken favorieten, geen supervedetten, geen echte winnaars. De rivaliteit bij de Belgen tussen Van Springel en Bracke heeft ons in de kaart gespeeld. Ik was en ben bepaald geen vriend van Janssen, maar toen ik geen kans meer had, heb ik voor hem gewerkt. Zo professioneel was ik wel. Ondanks het feit dat het tussen Jan en mij niet boterde. Hij zocht en zoekt de journalisten op. Zo ben ik niet. Als ik de kans kreeg piepte ik er tussenuit. Je zult me niet snel op de VIP-tribunes zien zitten. Ik sta liever tussen het publiek.”

1 augustus 1965. Kampioenschappen wielrennen profs te Beek, Kopgroep Jo de Roo, rechts Arie den Hartog (Ford), achter hem Leo Knops, daarachter Henk Nijdam en tenslotte Peter Post

De laatste twee koersjaren maakte hij reclame voor Caballero, het eerste jaar minder, maar in 1970 kwam er weer schot in. Hij was de sterkste in de Zwitserse Alpen (winnaar bergklassement) en reikte naar een opvallende derde plaats in het eindklassement van de Zwitserse ronde. Caballero en Den Hartog begonnen uitstekend voorbereid aan de Ronde van Frankrijk. „Als ik de bergen maar haal, dan rijd ik een goede Tour”, voorspelde hij na de eerste, moordend snel gereden ritten door Noord-Frankrijk en België. Hij zag de bergen niet. Darmstoornissen, waarschijnlijk voedselvergiftiging, haalden in de rit naar Saarlouis een streep door de rekening. Niet Parijs, maar het Sittardse ziekenhuis was voor Den Hartog de eindstreep van wat aanvankelijk een succesvol seizoen leek te worden.

Amstel Gold Race 1967

Arie wint de Amstel Gold Race 1967

Video: Amstel Gold Race 1967

„In de Tour heb ik zó’n klap gehad dat het seizoen voorbij was voordat ik hersteld was. Ik was enorm verzwakt en heb een streng dieet gehad. In Bordeaux-Parijs kreeg ik dezelfde klachten.

Arie voelde zich wel nog capabel genoeg voor grote of kleine wedstrijden.  Als voorbereiding van het seizoen  1971 had hij in de winter deels „op de rollen”, deels in het bos doorgebracht. Conditietraining die gevolgd wordt door trainingskilometers op de fiets, zo vlug de wegen weer berijdbaar waren. Den Hartog bleef een gunstig object voor een extra sportieve firma, maar een contract heeft hij niet meer getekend. „De ene keer belden ze op met de mededeling: het is bijna voor elkaar. De volgende dag hoorde ik: het is nog niet rond. Ik wilde dolgraag blijven rijden, maar niet onder de prijs. Als ik er geld op zou moeten toeleggen, dan is de rekening snel opgemaakt.” Normaal zeggen ze dat je in de lange afstandssporten rond je dertigste het sterkste bent, Arie den Hartog was 29 jaar jong toen hij stopte met koersen op het hoogste niveau.

Milaan Sanremo 1965

Na zijn afscheid van het metier heeft hij nog even gefunctioneerd als ploegleider van een amateurploeg en volgde hij het hedendaagse wielrennen via de media nog op de voet. Klassiekers als Amstel Gold Race, Luik- Bastenaken-Luik en Ronde van Vlaanderen bezocht hij.

Na zijn carrière importeerde hij fietsen en onderdelen. De rijwielhandel in Sittard deed hij later van de hand, hij er een goede prijs voor kon krijgen. Maar hij had geen zin te niksen en startte hierop in Spaubeek een groothandel in marmer en graniet. Later volgde ook nog een rijwielzaak in Kerkrade en had hij ook een fietsenwinkel in Nieuwstadt.

Arie den Hartog

Voormalige beroepswielrenners hebben doorgaans de gewoonte sterk af te geven op de huidige generatie. De vedetten van weleer verwijten de laatste lichting gemak- en geldzucht. Den Hartog vormde een verfrissende uitzondering. „Het is gemakkelijk vanuit je luie stoel iets af te breken”, zei hij. “lk denk dat het te maken heeft met jaloezie. Wij verdienden in verhouding niks, maar je kunt die jongens niet kwalijk nemen dat ze scheppen geld krijgen. Als ik nu wielrenner was geweest had ik ook geen nee gezegd. Daarom vind ik dat vergelijken zinloos is”.
Arie den Hartog werd 77 jaar.

Janssen draagt Tourzege aan Den Hartog op Beluister het recent radio-interview met Jan Janssen naar aanleiding van Arie’s overlijden: “Ik zocht hem op in het ziekenhuis, Ja, huilen toen ‘ie mij zag…” Vanwege het infarct zat Den Hartog vastgebonden in een rolstoel. “Het was een zielig hoopje mens, dat is alleen maar tragisch. Zo wilde hij niet leven.” “Hij was van ongelofelijke waarde. En heeft hij alles gegeven, tot de laatste dag. Mijn Tourzege draag ik ook echt wel een beetje aan hem op”, vertelt Janssen in Langs de Lijn En Omstreken. In de Tour de France van 1968, na de Alpen waren er nog vier renners over, onder wie Den Hartog. “Hij heeft me echt bijzonder gesteund. Als je tegen Arie zei ‘de kopgroep rijdt op 2 minuten’, dan reed hij net zolang op kop tot we erbij waren. Het was een tempobeul, een allrounder.” Janssen vergeet de laatste ontmoeting niet snel. “Ik heb met betraande ogen en een brok in mijn keel dat ziekenhuis weer verlaten en zei tegen mijn vrouw: dat gaat niet lang meer duren.” Wat overblijft is de herinnering, aan een man die vooral zijn pedalen liet spreken. “Hij was een beetje introvert. Hij werkte zich naar goede ploegen toe, zeer verdienstelijk maar Arie was niet zo’n prater. Een vriendelijke man, maar een beetje gesloten.”

Video: Zuidland (1962) Arie den Hartog Hangjeugd en Zangvereniging Ring