1932-12-04 Kerkrade – Köln, wegwedstrijden voor Aspriranten en Nieuwelingen, 85km

Jan Lambrichs: Ik had op een doek wel „Ziel” zien staan, maar wist ik niet, dat daarmee de finish was bedoeld.

„Ik zou het echt nog wel eens willen overdoen. Maar dan zou ik het beslist niet anders doen”, verzekert oud-wielrenner Jan Lambrichs die op 21 juni 1915 in Bunde werd geboren.

Goedlachse Jan was de jongste uit een gezin, van acht kinderen. Zijn vader was chef-molenaar op een papierfabriek in Meerssen. Toen vader hogerop moest, wat hij niet wilde, werd hij landbouwer. Ik zou hem zijn opgevolgd als mijn broer Andre zaliger me niet in het zadel van een renfiets had geholpen”.

„Mijn debuut als beginneling was hoopgevend. Al in de eerste beste wedstrijd op een grasbaan in Bunde waren de bloemen voor mij.

Het jaar daarop had ik zelfs de beginnelingenklassieker (aspiranten) Kerkrade -Keulen kunnen winnen, als ik beter Duits had gekend. Ik had op een doek wel „Ziel” zien staan, maar wist ik niet, dat daarmee de finish was bedoeld. Daardoor kon mijn medevluchter de ereronde maken op de wielerbaan van Keulen.

Ik kwam laatste weer in contact met Roger Peusmans, als amateur reed hij nog bij TWC Maastricht, ik was zijn ploegleider destijds. Roger is een achterneef van Jan Lambrichs en drijft samen met zijn vrouw Sandra een goed geoutilleerde rijwielzaak aan de St. Pieterstraat 59 in Kerkrade: Tweewielers Bisschops, CUBE is zijn merk. Hij beheert het "Lambrichs archief". Daarin trof ik bijgaande "DRU Ere Oorkonde" aan, voor mij een reden voor nader onderzoek naar deze koers en Jan Lambrichs' anekdote over de "Fernfahrt Kerkrade/Kaalheide - Köln/Birkendorf, gr pk
DRU Oorkonde Kerkrade – Köln 4 Dezember 1932, Zweiter Sieger Jan Lambriex bij de aspiranten, collectie Roger Peusmans
Belangrijkste uitslagen Jan Lambrichs

1939 2e in de 2e etappe Ronde van Frankrijk, 8e in eindklassement Ronde van Frankrijk

1944 2e in Oupeye

1946 1e in de 6e etappe Ronde van Spanje, 1e in de 10e etappe Ronde van Spanje, 3e in eindklassement Ronde van Spanje

1948 1e in 7e etappe Ronde van Nederland, 1e in GP Rotterdam

1951 1e in de Ronde van de 3 Meren (Zwitserland), 2e in 5e etappe Ronde van Duitsland

1952 2e in 8e etappe Ronde van Duitsland

1953 1e in de Ronde van de 4 Kantons (Zwitserland), 2e in de Ronde van Haspengouw

1954 2e in de Ronde van de 4 Kantons (Zwitserland), 3e in de 6e etappe Ronde van Zwitserland
Klik en ga naar Tweewielers Bisschops
Links Jan Lambrichs, 1934
Limburgsch Dagblad 17 november 1932:
VOORBESCHOUWING

GROTE VAARDIGHEIDSRIT

VAN KAALHEIDE NAAR KEULEN.

De renclub „Vooruit” te Kaalheide houdt in samenwerking met de wielerclub „Schwalbe” te Keulen de 4e December een vaardigheidsrit. De prijzen worden gesteld door de club te Keulen: o.a. Beker, diploma’s en kunstvoorwerpen. Vooraleer de renclub „Vooruit” op het verzoek voor samenwerking is ingegaan, heeft die aanvrage een punt van bespreking uitgemaakt in de bestuursvergadering van „Vooruit” te Kaalheide. Op deze vergadering werd van verschillende bestuursleden gevraagd, of het niet mogelijk was de directie van de zesdaagse te Keulen voor deze wedstrijd te interesseren. Door het bestuur werd besloten een bestuurslid naar Keulen te zenden, om daar die zaak te gaan bezien, om een oplossing te vinden. In de Rheinlandhalle heeft toen een bespreking plaats gevonden met dhr. Schweitzer, directeur der Rheinlandhalle. Het voorstel van „Vooruit” werd hem uiteengezet en hij nam het voorstel aan. Dhr. Schweitzer stelde voor het volgende: de directie der Rheinlandhalle zet als prijs voor de winnaar van de Nieuwelingen als voor de Aspiranten een lauwerkrans met sjerp. Op de ene kant van de sjerp komt te staan: „Ter herinnering aan de Vaardigheidsrit Kaalheide—Keulen”, op de andere zijde: „Gesticht door de directie der Rheinhandhalle te Keulen 1932.” De kransen worden in de Rheinlandhalle aan de winnaars aangeboden, waarna een ereronde wordt gereden. De namen van de winnaars worden bij het uitzenden van het verslag der zesdaagse door de radio mede vermeld.

Limburgsch Dagblad donderdag 17 november 1932

In het gesprek verklaarde de heer directeur: U kunt aan de sportvrienden in Limburg zeggen; dat hij als directeur der Wielerbaan te Keulen, de prestaties der Limburgse renners weet te schatten, en dat hij vast voornemens is vier a vijf Limburgse jongens bij de zesdaagse te Keulen te laten starten, en daarbij heeft hij namen genoemd als: Vroomen, Klignet, Kisters, Bokkum en Muller. Op de vraag van het bestuurslid van Vooruit of bovengenoemde renners al hadden gecontracteerd, werd hem geantwoord: Het was alleen nog maar een kwestie van getal, maar op vier konden de Limburgse sportvrienden vast rekenen. Op de vraag welke klasse van renners „Vooruit” wou laten starten, werd hem medegedeeld „nieuwelingen en aspiranten”. Dat heeft „Vooruit” menen te moeten doen om ook de jeugdige renners aan te moedigen. Voor de winnaars van beide groepen is zodoende kans om eer te behalen en naam te maken. De renclub „Vooruit” hoopt dat hun vertrouwen in Nieuwelingen en Aspiranten in Keulen niet beschaamd zal worden, en dat zij zullen tonen dat de Limburgse jongens kunnen rijden niet alleen in mooi, maar óók in slecht weer. Het traject van de wedstrijd loopt: Kaalheide, Herzogenrath, Alsdorf, Heugen, Julich, Bergheim, Keulen. Tot achter Herzogenrath is de wedstrijd geneutraliseerd en dienen de groepen bij elkaar te blijven. Tot Bergheim wordt gereden onder controle van „Vooruit” en vandaar tot aan de eindstreep neemt de Keulse club de controle over. Om verkeerd rijden te voorkomen is afgesproken, dat op elke hoek waar moet worden ingereden een renner van Keulen staat met een vlag, om den weg aan onzen jongens aan te geven. Mocht ’t zijn dat de renners na den wedstrijd het huldigingsfeest, aangeboden door de Keulse club, of de zesdaagse willen bij wonen, hun kleren bij het bestuur tezamen gebonden en met hun naam af geven, dan nemen de controle-auto’s die kleren mede naar Keulen. Met ’t oog op het publiek dat de wedstrijd tot Keulen zou willen volgen, is de volgende regeling getroffen. Tot en met 28 November kunnen diegenen die mede willen gaan hun eigen opgeven bij het rijwielmagazijn „Limburgia” H. Groothedde Kleingraverstraat Spekholzerhelde. Bij genoegzame deelname wordt door „Vooruit” gezorgd voor bussen aan normale prijs. Deze vaardigheidsrit is alleen voor nieuwelingen en aspiranten en deze moeten zich dan ook voor den 28ste November hebben opgegeven in ’t nieuwe clublokaal van „Vooruit” bij H. Dörr, Dahliastraat Kaalheide. Na den 28sten November worden geen aanmeldingen meer aangenomen, wegens het regelen van den rit.

In dezelfde krant: HET 24 UUR RECORD

Naar we vernemen is de oud-renner M. Snackers uit Eygelshoven van plan het 24 uur record aan te vallen. Hij heeft hiervoor eer speciale stayerfiets vervaardigd, waarmee hij zal proberen om het record te verbeteren. Hij is thans van plan om Zaterdag 19 Nov. des morgen om 8 uur een proefrit te doen naar Amsterdam achter de motor en zal hierin worden geholpen voor de bekende motorrijder C. v. d. Hoven welke hem zal gangmaken.

We wenschen de heeren veel succes bij hun proefneming.

Selectiewedstrijden voor Kerkrade – Keulen:
Limburgsch Dagblad donderdag 24 november 1932
Limburger Koerier dinsdag 29 november 1932
Limburgsch Dagblad vrijdag 2 december 1932
Limburgsch Dagblad donderdag 7 december 1932
Limburger Koerier 7-12-1932:
WEDSTRIJDVERSLAGEN

KAALHEIDE—KEULEN 85 km

Janssen en Geilenkirchen winnaars.

De belangstelling, welke er bestond voor deze betrouwbaarheidsrit Kaalheide—Keulen, deed het beste verwachten. De verwachtingen werden dan ook niet beschaamd en er verschenen 77 rijders, beginnelingen en nieuwelingen aan den start. Het traject bedroeg 85 K.M. Het Duitse grondgebied, dat aldra bereikt was, werkte aanstekelijk, want daar werd er al direct onophoudelijk gejaagd.

Limburgsch Dagblad donderdag 7 december 1932

Bij de nieuwelingen toonde zich de renner Pfennings uit Sittard een renner met uitstekende kwaliteiten. Onophoudelijk rukte deze het peloton uit elkaar, zodat na 40 K.M. nog slechts 12 renners het hoofdpeloton vormden. Diverse valpartijen deden er zich voor. welke het peloton in 3 groepen splitste. In de eerste groep merken wij op Pex, Janssen, Schols, Reull, Janssen, v. d. Laan en Klot. Ongeveer 15 K.M. voor de finish ontmoeten wij een flinke helling, waar Janssen uit Kerkrade ontsnapt. Op 500 M. volgden Janssen en Kloot, daarachter Koffler, Pex en v. d. Laar. De strijd was nu voor goed ontbrand, Janssen hield alleen dapper stand en behield zijn voorsprong, alzo na juist 2 uur rijden als winnaar eindigende

Uitslag Nieuwelingen wedstrijd: 

1e Janssen (Kerkrade)

2e Janssen (Brunssum)

3e Kloot (Geleen)

4e Koffler (Brunssum)

5e Pex (Maastricht)

6 v. d. Laan (Sittard)

De Aspiranten volgden 17 min. later, waarvan Geilenkirchen en Lambrix zich eveneens op bovengenoemde berg losrukten. De kleine Lambrix kwam in de sprint slechts een half wiel te kort en moest de overwinning aan Geilenkirchen laten. Deze deden er 2 uur 17 minuten over. Bij de beginnelingen mogen wij de kleine Lambrix (Bunde) wel de uitblinker noemen. Ongetwijfeld zal dit moedige ventje zijn weg wel vinden.

Uitslag Aspriranten wedstrijd: 

1e Geilenkirchen (Kerkrade)

2e Lambrix (Bunde)

3e Wolfhagen (Schinveld)

4e Gevers

5e Hutarts

 6e Haarkens
Jan Lambrichs

Na afloop had er een huldiging plaats in het clublokaal der rennersclub „Die Schwalbe” te Keulen, waarna des avonds op de Rheinlandhalle een ereronde voegde, en de zesdagenrijders eerbiedig den onderkant der baan voor deze jeugdige pedaalridders vrijlieten. De grondleggers van dezen rit waren de leiders van de R. C. „Vooruit” Kaalheide, welke de dankbare steun ondervond van de M. R. C. „Kettinggangers” De ontvangst der Hollandse renners en leiders in Duitsland was oprecht hartelijk, er werd menig woordje gesproken door Duitse sportfiguren, die gaarne hoopten, dat thans een vriendschapsbond gelegd was tussen de Nederlandsche en Duitse wielerverenigingen, waarvan zij het volgende seizoen nog meer hopen te merken. Van Nederlandsche zijde dankte dhr. Frederix voor deze spontane woorden, en hij zal terwille de productiviteit der wielersport in Duitsland en Nederland gaarne zijne medewerking verlenen. Na afloop hiervan werd er een bezoek gebracht aan de Rheinlandhalle, waar wij de verrichtingen der zesdagen-mannen eens gingen bewonderen.

Limburgsch Dagblad vrijdag 8 december 1932

Eerst echter reden zoals reeds aangehaald de twee winnaars onder luide toejuichingen een ereronde. Hierna sprak dhr. H. Hasch uit Spekholzerheide door de microfoon enkele woordjes tot de Duitse sportvrienden. Daarna ging onze aandacht naar de Zesdagenmannen, in het bijzonder naar de Limburgers, waarbij wij opmerkten, dat Vroomen uitstekend reed, Clignet niet veel voor hem onderdeed en Müller door diverse valpartijen zeer gehandicapt was. Onnodig te zeggen, dat wij na zulk een lange en zware dagtaak naar huis verlangden, waar wij pas om 4 uur een verdiende rust vonden.

Limburgsch Dagblad vrijdag 8 december 1932
Limburger Koerier zaterdag 9 december 1932

De zesdagen van Keulen in vogelvlucht:

Klik op het artikel om de krant te lezen

Limburgsch Dagblad vrijdag 2 december 1932
dag 1, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier zaterdag 3 december 1932
dag 2 en 3, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 5 december 1932
dag 4, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 6 december 1932
dag 5, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 7 december 1932
dag 6, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 8 december 1932
nabeschouwing zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 9 december 1932
Nabeschouwing zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 12 december 1932
Sechstagerennen in der Rheinlandhalle Köln

Am 10. Oktober 1928 fiel der Startschuss für das erste Kölner Sechstagerennen in der Rheinlandhalle in Köln-Ehrenfeld. Die 166,66 Meter lange Radrennbahn aus Holz war vom Münsteraner Architekten Clemens Schürmann geplant worden. Es gewannen die Kölner Lokalmatadoren Gottfried Hürtgen und Viktor Rausch, und Willi Ostermann textete: „Das war ein Spurt, das war ein Spürtchen, es lebe Rausch, es lebe Hürtgen!“ Die „schwarzen Husaren“ Rausch/Hürtgen konnten mit der Austragung von 1930 das Kölner Sechstagerennen ein zweites Mal für sich entscheiden. Das letzte Rennen vor dem Zweiten Weltkrieg fand 1933 statt. Die NS-Sportführung hatte die Regeln für Sechstagerennen so geändert, dass sie finanziell nicht mehr lukrativ waren; auch stand ein mögliches Verbot im Raum.

1903-07-19 Marcel Kerff

De vergeten Limburgse Tourheld

Marcel Kerff uit Teuven, St. Maartensvoeren werd 6e in het eindklassement en daarmee de best geklasseerde Belg in de eerste Tour de France, waarmee hij zeker een plaats in de geschiedenisboeken van de wielersport verdiend. Marcel, een slagerszoon, stond bekend om zijn stalen uithoudingsvermogen. Vanuit zijn woonplaats in de Voerstreek fietste hij blijkbaar regelmatig met zijn broers naar Parijs om daar in de groothandel grote stukken vlees te kopen. Een tripje van 600 km waarover ze slechts twee dagen deden. Het vlees werd uiteraard met winst in de familiale beenhouwerij verkocht. Alleen al door die prestaties verdient Kerff de titel van Eerste Flandrien. Op de eerste dag van de Eerste Wereldoorlog werd Marcel gevangen genomen. Ze verdachten hem er van om een spion te zijn. Toen hij zijn protest uitschreeuwde, sneden de Duitsers zijn tong uit en werd de ongelukkige opgehangen en met andere burgers en gedumpt in een massagraf. Op het kruispunt van Moelingen-Gravensvoeren staat een monument ter nagedachtenis van de overleden renner, een gepaste locatie: haast op de kruising van de wielerklassiekers Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik.

Ik las in het Limburgs dagblad van 2 Juli 1988 dit interessante artikel destijds geschreven door DE Nederlandse kenner van de Tour:

Bennie Ceulen

Precies vijfentachtig jaar geleden werkte Henri Desgranges, de hoofdredacteur van de toenmalige Franse sportkrant I’Auto, het idee uit van zijn rechterhand Géo Lefèvre. De geboorte van de Tour de France werd op de eerste rittenwedstrijd in de nog jonge wielergeschiedenis omvatte zes monsteretappes. Het was het tijdperk van de heroïek. Slechte wegen, loodzware fietsen zonder versnellingsapparaten, geen volgauto’s met reservemateriaal, geen gereserveerde hotels en vrijwel geen verzorging. De renners, die toentertijd als onwezenlijke supermensen beschreven werden, waren volledig op zichzelf aangewezen. De Fransman Maurice Garin won de eerste editie van de Ronde van Frankrijk. In het eindklassement van die memorabele Tour eindigde ook een Belg in de voorste gelederen: Marcel Kerfl uit het op een boogscheut afstand van Eijsden gelegen grensplaatsje ’s Gravenvoeren.

Marcel Kerff finishte als zesde. Een ereplaats, die in het oertijdperk van het cyclisme van grote betekenis was. Niettemin hebben de Belgische scribenten in hun Tourverhalen nooit of te nimmer aandacht aan de voormalige wielerheld uit de woonplaats van de omstreden José Happart besteed. Getipt door de in ’s Gravenvoeren wonende Nederlandse kunstschilder Rob Brouwers, vond het Limburgs Dagblad het de moeite waard om ter gelegenheid van de 75e uitgave van la Grande Boucle de eerste Belgische Tourpionier uit de vergetelheid te halen.

Limburgs Dagblad 2 juli 1988, klik en ga naar de krant

Rob Brouwers, ooit een verdienstelijk amateurrenner van Toer- en Wielerclub Maastricht, verdiept zich sinds jaar en dag in de geschiedenis van het in de taalstrijd verwikkelde kerkdorpje ’s Gravenvoeren. Sinds geruime tijd heeft vooral Marcel Kerff zijn aandacht. „Voeren mag trots zijn op Marcel Kerff. Hij was immers de best-geklasseerde Belg in de eerste Tour de France,” vertelt Rob Brouwers. „Het is helaas jammer, dat Marcel Kerff in België helemaal vergeten is. Met uitzondering van de Voerenaren is bijna niemand in ons land op de hoogte van Kerff’s Tourverleden. Dat betreur ik.

Sinds mijn jeugd heb ik me altijd voor zijn prestaties geïnteresseerd. Zesde in de eerste Tour de France. Dat resultaat heeft me altijd enorm aangesproken.” Hoewel in wielerarchieven vrijwel niets over Marcel Kerff is terug te vinden, heeft Rob Brouwers in de loop der jaren wat documentatiemateriaal over de vergeten Tourheid bij elkaar weten te sprokkelen. „Het heeft me ontzettend veel moeite gekost om een en ander over Marcel Kerff aan de weet te komen. Zelfs zijn familie, die nog nog steeds in de Voerstreek woont, kon me niet helpen. Het meest weet ik eigenlijk van mijn grootmoeder. Zij was een generatiegenote van Marcel, wiens broer Charel ook een verdienstelijk coureur was. Beide renners kwamen uit een gezin van tien kinderen. Mijn grootmoeder, Clémentine Jongen, baatte vroeger een café in het dorp uit. Daar kwamen de Kerffsen veel over de vloer. Marcel en Charel dronken altijd melk. Beiden gingen voor hun moeder met de fiets altijd naar Maastricht om haringen te kopen. Een van hun geliefde trainingstochten was met manden vol vlees, gemonteerd voor en achter op hun fietsen, naar de Hallen in Parijs te rijden. Na één overnachting fietsten ze vervolgens terug naar Voeren. Charel schonk mijn grootmoeder zelfs een keer zijn in Berlijn gewonnen zegebloemen. Laurent Rutten, die de Kerffsen ook goed heeft gekend, vertelde me ooit, dat Marcel een lange, houterige man met slingerarmen was.”

Rob Brouwers steekt zijn bewondering voor de gebroeders Kerff niet onder stoelen of banken. „Ik vind het geweldig, dat eindelijk een krant een verhaal over Marcel Kerff publiceert. Dat is nog nóóit gebeurd. Nu komen de mensen gelukkig te weten, dat de eerste Belgische Tourheid een Voerenaar was. Maar Charel Kerff was ook een heel goeie coureur. In 1901 werd hij zelfs kampioen van België honderd kilometer met gangmaking. In datzelfde jaar eindigde hij als zevende in de monsterklassieker Parijs-Brest-Parijs. En Charel was zelfs de eerste Belgische renner die naar Amerika ging om deel te nemen aan de zesdaagse van New Vork. Aan de carrière van Charel Kerff kwam in 1902 echter een tragisch einde. Met zijn broer Marcel was hij in de klassieker Marseille-Parijs, eigenlijk de voorloper van de Tour de France, over liefst twaalfhonderd kilometer van start gegaan. Het was die dag erbarmelijk slecht weer. Wat er precies met Charel in de helletocht gebeurd is, is nooit duidelijk geworden. Wel is bekend, dat Charel bij de laatste controlepost in de voorste gelederen passeerde. Daarna is hij in een verlaten streek dood langs de weg gevonden. De officiële versie luidde, dat zijn dood het gevolg was van een bloedstolling wegens de ijzige kou. Marcel, die als vijfde geëindigd was, kreeg na afloop pas te horen dat zijn broer gestorven was.”

In het artikel wordt de broer van Marcel Kerff genoemd, Charles Kerff. Zie hier een krantenknipsel over diens dood in 1902 in de wedstrijd Marseille Parijs over 940km !! Nieuws van de dag 24-05-1902
Het volk 22-05-1902

Volgens de overlevering had de dood van Charel Kerff een andere oorzaak. Brouwers: „Charel zou, op het moment dat hij koploper Lucien Lesna dreigde in te halen, door chauvinistische Franse supporters van de fiets zijn getrokken en dood geslagen. Dergelijke aanslagen waren in de oertijd van de wielersport geen zeldzaamheid. Het is dus niet onmogelijk, dat Charel Kerff zo aan zijn einde is gekomen. Overigens beweerden boze tongen ook. dat hij als gevolg van dopinggebruik dood van zijn fiets was gevallen. Nu nog weet niemand de juiste oorzaak.”

De mysterieuze dood van zijn oudere broer was voor Marcel Kerff daarentegen geen aanleiding om het metier vaarwel te zeggen. „Marcel Kerff startte één jaar later in de eerste Tour de France,” weet Rob Brouwers. „Zes etappes kregen de zestig deelnemers voor de wielen geschoven. In totaal bijna vijfentwintighonderd kilometer. De langste rit. Parijs-Lyon. was liefst vierhonderdzevenenzestig kilometer lang. Onmenselijke afstanden, zeker voor die tijd. De renners moesten zelfs in het donker de hele nacht doorploeteren om de finish te bereiken. Onvoorstelbare taferelen moeten zich in die tijd hebben afgespeeld. De koers werd gecontroleerd door commissarissen, die het te volgen traject gedeeltelijk met de fiets, de trein ofwel in een zeldzame automobiel volgden. Het verloop van de rit werd via telegrammen doorgeseind.” Maurice Garin ging als eerste triomfator van de Tornde France de geschiedenis in. „Garin had in de eindstand bijna drie uur voorsprong op Lucien Pottier. Derde werd Fernand Augereau, vierde Rodolfo Muller, vijfde Jean Fischer. Onze moedige Marcel Kerff eindigde als eerste Belg in zesde stelling. Een geweldige prestatie, want de buitenlanders waren enorm benadeeld ten opzichte van de Fransen, die toen al in merkenteams waren opgenomen. Een ‘isolé’ als Marcel Kerff moest alles in zijn eentje klaren.”

Volgens Rob Brouwers verdiende Marcel Kerff 400 Franse franks aan zijn eerste en naar later bleek enige Touravontuur. „Marcel Kerff moet nadien niet lang meer gefietst hebben. Zijn naam is nergens meer in uitslagenlijsten terug te vinden. Wel weet ik. dat hij na zijn wielerloopbaan als bode werkte op het kasteel van graaf de Secilion in Teuven. Evenals zijn broer Ct kwam ook Marcel op tragische wijze om het leven. Hij werd bij het uitbreken van de eerste Wereldoorlog in Moelingen door de Duitsers vermoord.” Rob Brouwers vertelt, dat Marcel Kerff ondanks waarschuwingen van dorpsgenoten op 7 augustus 1914 uit nieuwsgierigheid met zijn motorfiets poolshoogte ging nemen bij het in Moelingen geplaatste kampement van het Duitse leger. „Onze dorpsheid ke> nooit meer terug naar ’s Gravenvoeren. Blijkbaar dacht van spionage werd Marcel als onschuldige burger door de Duitsers opgehangen. Een jaar later werd hij samen met enkele andere streekgenoten in een massagraf langs de weg Eijsden-Battice teruggevonden.

5 februari 1933

Ter herinnering werd langs dezelfde weg ter hoogte van het kruispunt Withuis-Berneau en ’s Gravenvoeren-Moelingen een monument opgericht.

Ik ben er jaren lang regelmatig voorbij gefietst, nooit geweten voor wie het monument ter nagedachtenis was… In de 2e wereldoorlog is het monument totaal verwoest maar opnieuw opgericht na de oorlog.

Dagelijks passeren vele wielrenners en trimmers het betonnen kruis. Vrijwel niemand weet echter, dat het monument de enige tastbare herinnering aan de eerste Belgische Tourpionier is.” Wellicht haalt deze reportage Voerenaar Marcel Kerff eindelijk uit de vergetelheid. „Hij heeft het beslist verdiend,” vindt Rob Brouwers.

1900-09-15 Grand Prix Bol d’Or Paris: Mathieu Cordang

15 september 1900
De Groote Prijs Bol d’Or te Parijs

Mathieu Cordang heeft den 24 uurs wedstrijd gewonnen
Laatste nieuws: Harrie Meyers stopt !

De in sportkringen terecht geestdriftig ontvangen overwinning van de Maastrichtenaar Harrie Meyers in het korte afstand nummer om de hoofdprijs der “wereldtentoonstelling” te Parijs is drie dagen later gevolgd door een tweede overwinning in het lange afstandsnummer, welke direct weer onze nationale trots aangaat. Men moge dan al zeggen, ”het is maar sport” toch zullen er weinigen zijn die niet met een stil genoegen vernemen dat de 2 Nederlandse, Limburgse, jongens, meedingend aan de internationaalste aller internationale wedstrijden, die wellicht ooit op sportgebied werden geleverd zich elk in een van beide hoofdnummers op de eerste plaats hebben gesteld. Voorlopig staat ons land voor 1900 reeds aan de spits van een wereld-wielersport en dat is al iets! 
 
We zijn Zaterdagavond in Parijs, op de baan naast de tentoonstelling der automobielen en rijwielen. Het is 6 uur in de avond. De grote wedstrijd om den Bol d'or zal zo aanstonds beginnen.
L’Auto-vélo 15 mai 1897: journal comique & illustré / rédacteur en chef Mascabille

In een bocht van de baan zit Mathieu Cordang. Hij heeft zich het gehele jaar van deelneming aan wedstrijden onthouden, alleen met grote doel in het oog houdend en daarvoor ook steeds ijverig trainerend. Hoe dichter de dag van den Bol d’Or naakte hoe meer werk hij van zijn training maakt.

Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900;

Van uit Maastricht ondernam hij dagelijks tochtjes van een paar honderd km en zijn vrienden beweren, dat hij sneller en taaier is dan ooit. Cordang heeft achteruit-gebouwde tandems te zijner beschikking, bemand met de beste Hollandse equipiers. Tot zijn gangmakers behoren: Jan Mulder, van der Tuijn, Diehle, Schmidt, van der Knoop, Willem Mulder, Viruly en Durenkamp.


Er zijn 4 speciale machines gebouwd van een Duits rijwielmerk, de “Niederrheinische Fahrradwerke Fabrik” te Kempen, zijn sponsor, twee van deze hebben een gearing van 104, beide andere van 112 inches.

De gangmaking wordt geleid door de bekende heer Diehle. Cordang is verreweg favoriet bij het publiek. Bij mij volstrekt niet, omdat zijne gangmaking niet kon opwegen tegen die van Walters en Huret, zelfs niet bij die van Rohl en Garin. Hij wilde per se niet starten. Alle moeite is in het werk gesteld om andere tandems te engageren. Het lukte niet. Natuurlijk was er geen denken aan, toe te geven aan zijn wil. Hij moest starten. Op zijn uitdrukkelijk verlangen heeft Chevallier voor zijn keuken zorg gedragen.

Chevalier, zijn trainer, masseert hem. Cordang is opgewekt, vol ernstige moed. Kort daarna is het voor de rijders tijd om zich naar den afrit te begeven. Eer allen gereed zijn en een fotograaf in de reeds vallende schemering een kiekje genomen heeft is het reeds een kwartier over den bepaalde tijd en mijn chronometer wijst kwart over zes als het startschot valt. In het geheel zijn 12 renners voor den Bol d’Or ingeschreven, te weten Cordang (Nederland), Walters (Engeland), Foureaux (Frankrijk), Oliver (Frankrijk), Garin (Frankrijk), Chevalier (Frankrijk), Huret (Frankrijk), Muller (Italië) Frederick (Zwitserland), Robl (Duitschland). Fischer, Ariès en Alleaume ontbreken op het appèl..

De laatste minuut voor aanvang van de 14uurs race met gangmaking. Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900

Het eerste pistoolschot valt, Walter vliegt voort, direct achterna gezet door Huret en Cordang; hun motortandemtweewielers vangen hen op en voort gaat ’t in woeste vaart.

Walter zet door, na korte tijd is hij zijn mededingers al een baan voor. Hij rijdt de kilometer in 60-65 seconden. Cordang doet ’t op zijn dode gemak. Hij schijnt niets geen haast te willen maken, werkt zich na drie kwartier een paar ronden achter.

In het eerst uur:
1. Walters 55KM 125M
2. Huret op 2 ronden
3. Robl op 9 ronden
4. Garin op 13 ronden
5. Fréderick op 13 ronden
6. Foureau op 13 ronden
7. Muller op 18 ronden
8. Cordang op 28 ronden
9. Chevalier op 30 ronden
10. Olivier op 40 ronden

Na ongeveer 1 uur te hebben gereden had ik mij even van het middenterrein verwijderd. Toen ik terugkwam zocht ik tevergeefs naar Cordang. Meneer was afgestapt en naar zijn box gegaan om zich aan te kleden! Ik er natuurlijk direct heen, pakte ‘m beet, trok hem ’t middenterrein op, plakte ‘m op z’n kar, gaf ’t sein aan een der gangmakers om eveneens op te stappen en toen trok Cordang, onder donderend applaus, er van door. De tandems liepen echter niet zo hard als die van Walters, maar toch peddelde hij er hardnekkig achter, evenwel steeds nog in de overtuiging, dat hij het zó tegen den Engelsman niet houden kon. Het is nu 7 uur en ’t wordt donker. De petroleumverlichting werpt spookachtige schijnsels op de door woeste kreten opgehitste renners. ’t Weer is prachtig.




In het tweede uur:
1. Walters 106 KM. 105 M.
2. Huret op 11 ronden, 100 KM. 600 M
3. Robl op 13 ronden, 99 KM. 500 M
4. Fréderick op 21 ronden, 96 KM. 150 M
5. Garin op 22 ronden, 95 KM. 150 M
6. Foureau op 23 ronden
7. Cordang op 37 ronden
8. Muller op 39 ronden
9. Chevallier op 64 ronden
10. Olivier op 78 ronden

In het derde uur:
1. Walters 150 KM. 560 M.
2. Huret op 13 ronden, 145 KM. 600 M
3. Robl op 16 ronden, 143 KM. 560 M
4. Garin op 20 ronden, 141 KM
5. Fréderick op 24 ronden, 139 KM. 560 M
6. Foureau op 27 ronden, 138 KM. 500 M
7. Cordang op 39 ronden, 132 KM. 560 M
8. Muller op 57 ronden, 123 KM. 500 M
9. Chevallier op 93 ronden, 104 KM. 500 M
10. Olivier op 106 ronden, 101 KM. 260 M

Het zeer talrijke publiek juichte vooral voor Walter. Hij sloeg toen zijn eigen record, dat op 196 KM. 666 M. stond.

In het vierde uur:
1. Walters 210 KM. en 18 M. (wereldrecord)
2. Robl op 28 ronden, 186 KM
3. Garin op 32 ronden, 184 KM
4. Fréderick op 37 ronden, 181 KM
5. Cordang op 41 ronden, 179 KM
6. Huret op 43 ronden, 177 KM
7. Foureau op 44 ronden, 177 KM
8. Muller op 85 ronden, 166 KM
9. Chevallier op 119 ronden,
10. Olivier op 136 ronden,

Huret heeft malheur: zijn begeleidende motor vliegt in brand, aan blussen valt niet te denken, temeer nog daar een paar onverstandigen door water het hunne bijdragen om het petroleum zich nog meer te doen verspreiden. De machine die Huret voor deze gelegenheid speciaal had laten maken kostte 6000 francs, hij was geheel ontredderd. Huret die sterk favoriet was, had al zeer weinig geluk, daar in het eerste uur ook al een achterband van zijn rijwiel sprong..


Huret was kapot en verzekerde, nooit ofte nimmer meer te zullen rijden, gaf den strijd op. De gangmakers kwamen naar mij toe, en boden nu aan om Cordang te pacen. Wat te doen in zo’n kritiek geval ? Natuurlijk “top”: de affaire was beklonken en Cordang keek als werd hij door den bliksem getroffen, toen hij den motortriplet van Huret achter zich hoorde om hem kond te doen, dat deze, plus twee prachtige tandems, ter zijner beschikking was. Dat was naar zijn zin! Het gaf hem moed om alsnu “met versnelden pas” er tussen uit te trekken. Walters liep ondertussen maar geregeld in snel tempo door en uur voor uur werd aangekondigd, dat hij steeds meer en meer op Cordang uitliep. Deze had evenwel niet de minste vrees voor Walters, wel wetende wat er na het 12e of zeker na het 18e uur gebeuren zou. Niet alleen dat Cordang weet, dat hij op het laatst verreweg in de beste conditie is, maar ook, omdat elk sportman kon zien, dat Walters aan zijne wilskracht het te wijten had, dat hij zich op ’t laatst geheel uitgeput zou gevoelen. Cordang krijgt dus gangmakende tandems van Huret ter beschikking en zet nu voor het eerst door. Kolossaal loopt hij in, telkens als hij Walter inhaalt en voorbij trapt dondert ’t van het gejuich.

In het vijfde uur:
1. Walters 248 KM. 455 M. (vroeger record van Walter was 246 km. 300 m.)
2. Robl op 37 ronden, 230 KM
3. Cordang op 46 ronden, 225 KM., 455 M
4. Garin op 53 ronden, 222 KM. 400 M
5. Fréderick op 53 ronden, 222 KM. 300 M
6. Foureau op 72 ronden, 212 KM. 455 M
7. Muller op 109 ronden 194, KM. 300 M
8. Chevallier op 138 ronden, 178 KM. 300 M
9. Olivier op 166 ronden

Om één uur (7e uur) is de stand :
1. Walters 296 KM. 300 M.,
2. Robl 275 KM. 800 M.,
3. Cordang 266 KM. 800 M.,
4. Fréderick 264 KM. 300 M.,
5. Garin 256KM. 300 M.,
6. Foureau 250 KM.,
7. Muller 223 KM.
8. Chevallier 223 KM.,
9. Olivier 196 KM. 300 M.


Een beetje na het zesde uur valt de Hollandsche gangmaking, die Rohl aanzette. Een der gangmakers is vrij ernstig gewond.

In het zevende uur is de volgorde:
1. Walters 338 KM. 210 M.,
2. Robl 317 KM. 750 M.,
3. Fréderick 303 KM. 710 M.,
4. Cordang 303 KM. 210 M.,
5. Garin 288 KM.,
6. Foureau 285 KM.,
7. Muller 255 KM., 710 M.
8. Chevalier is 84 KM. achter en Olivier 110 KM. achter.
Walters wordt toegejuicht.

In het achtste uur:
1. Walters 381 KM. 568 M.
2. Robl 356 KM.; Cordang 345 K M.;
3. Fréderick 339 KM.;
4. Garin 929 KM.;
5. Foureau 322 K.M. Alle anderen zijn ver achter.

Het negende uur,
1. Walters brengt zijn negen-uur record dat 420 K.M. 566 M. was op 428 K.M. 550 M.
2. Robl 396 K.M.;
3. Cordang 890 K.M.;
4. Garin 370 K.M.;
5. Fréderick 368 K.M.;
6. Foureau 322 K.M.

Zeker 2000 mensen hebben, voorzien van proviand. 24 uren achtereen naar de racers gekeken „Fanatieken” noemt men hen. Tegen 5 uur in den ochtend, toen ’t begon te schemeren, lagen de meesten hunner aan weerskanten van de leuning om de baan te slapen, op enkelen na, die de arme, afgetobde rijders maar gillend aanvuurden. In dat zeurig grijze licht, bij die verveling van de toeschouwers, werden de meeste rijders door onmacht bevangen. Dat eerste ochtenduur is het „klassieke uur van de onmacht” bij 24 uurs wedstrijden.
Alleen Walters, Robl en Cordang houden hun razende vaart vol.

Het dertiende uur:
1. Walters 600 KM. 50 M.;
2. Cordang 550 KM.;
3. Robl 533 KM.;
4. Garin 522 KM.;
5. Fréderick 508 KM.;
6. Foureau 492 KM.

Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900

Na 15 uur krijgt Cordang hevige spierkrampen. Hij stijgt af en gaat naar zijn kamertje, na een geweldige massage is hij weer geheel hersteld. Hij steekt met gymnastische passen de baan over en begint opnieuw. Het publiek brengt hem een ovatie.

In het achttiende uur is Walter Cordang nog meer dan 50 KM. voor. Na 18 uur schijnt de zon zo fel op de baan, dat de afgematte rijders slechts met moeite hun gangmakers volgen. Ook Cordang, die heus niet aan overgevoeligheid lijdt, geeft telkens tekens van te willen rusten. De tong hangt allen uit de mond. Walters laat zich bij elke ronde het hoofd natspuiten Bij Cordang gaat de moed er uit. Hij schijnt geen hoop meer te hebben op de eerste plaats.

Het achtiende uur:
1. Walters 794 KM. 50 M.;
2. Cordang 742 KM.;
3. Robl 700KM.;
4. Fréderick 691 KM.;
5. Garin 668 KM.;
6. Foureau 646 KM.

Er bleven toen slechts acht mededingers over.

Bij het twintigste uur is de stand:
1. Walters 829 KM. 900 M.;
2. Cordang 814 KM. 500 M.;
3. Robl 764 KM.;
4. Fréderick 757 KM. 500 M.;
de vier anderen ver achter.

Walter schijnt zeer vermoeid; Chevallier heeft het reeds lang opgegeven. Na het negentiende uur is Walter uitgeput. Hij lijdt vooral pijn aan zijn knie. Frederick en Cordang naderen in steeds sneller tempo Walters’s record. Bij het begin van het twintigste uur kwam een dier afschuwelijke incidenten van deze afbeulende sport. Sedert enige tijd reeds gaf Walters duidelijk blijken dodelijk vermoeid te zijn. Hij spande al zijn wilskracht in om zijn tegenstanders het hoofd te bieden. En plotseling, na gekampt te hebben tot de uiterste grens van zijn kracht, liet hij zich als een zak van zijn wiel vallen, van zijn stuurloos zwaaiend wiel. De man was zo overspannen, dat hij ijlde. Men kon hem moeilijk in bedwang houden, in zijn opgewondenheid wilde hij weer opstijgen, gillende om zijn rijwiel. Maar toen hij eindelijk weer bijkwam, was hij zo zwak, dat er van opnieuw beginnen geen sprake was. Na ongeveer een half uur alles te hebben geprobeerd, vroeg men hem om verder te rijden, waarna hij antwoordde “deze race behoort mij, geef me mijne machine, opdat ik verder rijde.”

Hij stond op, of liever men hielp hem opstaan, maar even ras viel hij weer in en sliep dadelijk. Toen droeg men hem weg en… . hij is weggebleven. Tussen twee haakjes, zij gezegd dat ik nog nooit een wielrenner vóór den start zoo wild heb zien kijken als Walters. Het was alsof hij dol was; z’n ogen rolden heen en weer zonder bepaald iemand aan te zien. In één woord: hij was als krankzinnig. Aller vermakelijkst was het, te zien hoe Cordang, als hij Walters passeerde, dezen aankeek. Het was alsof hij zeggen wilde: “Stakker, het loopt af met je!”

De stakker had de tranen in de ogen. Erg spijtig moest hij de wedstrijd opgeven, die hij anders zeer waarschijnlijk zou hebben gewonnen Men was dan ook zeer sympathiek voor den Engelsman gestemd. Hij had alle records van 4 tot 20 uur verbeterd. Doch het ongeluk van den een is het geluk van den ander; nu was Cordang eerste.

Een-en-twintigste uur:
1. Cordang 851 KM. 800 M.;
2. Walter 829 KM. 900 M.;
3. Robl 62 KM. achter Cordang;
4. Fréderick 76 KM. achter Cordang.


Cordang bleef een en dezelfde gang houden, maar alleszins was zichtbaar, dat hij niet in goede conditie was, want hij stapte telkens af, dan voor dit, dan voor dat. Den voorsprong, dien Walters met het 18e uur had, zou Cordang niet meer hebben kunnen inlopen, wanneer deze rijder had doorgereden. Maar, in het 16e uur was reeds duidelijk te zien, dat Walters zeer moeilijk trapte, hoewel Cordang geregeld met dezelfde snelheid doorgingen gemakkelijk voort peddelde. Dat gaf hem dan ook moed genoeg om voort te gaan. Bij ’t ogenblik, dat Walters afstapte, ging Cordang er van door om den verloren afstand in te halen. Hij was overtuigd, dat hij slechts een half uur behoefde door te peddelen, dan mocht Walters weer komen, want dan was er geen kans meer voor hem. Toen Walters geheel van de baan verdween, maakte Cordang zich niet meer moe om de eenvoudige reden, dat de andere rijders hem geen kwaad konden doen.

Het laatste uur legde hij zelfs heel kalm af, iets dat anders zijne gewoonte niet is. Daarin kwam hij ook nog te vallen en wilde toen niet meer opstappen omdat het niet nodig was, daar de andere rijders hem onmogelijk meer konden inhalen. Het publiek moedigde hem evenwel zozeer aan, dat hij ten slotte weer opstapte en zonder gangmaking alsnu op zijn gemak ging toeren. Aan het applaus kwam toen geen einde. Steeds luider wordt hij toegejuicht: “Allez, de Boer”, schreeuwden de mensen. Onvermoeibaar bij die ovaties trapte hij voort, kilometer na kilometer. Eindelijk, bij zijn eindspurt als van een wedstrijd op de korte baan, rijdt hij tegen het wiel van zijn gangmaker aan, valt, en bezeert zich deerlijk. Toen nog weer wilde hij het opgeven. Maar zijn vrienden geven hem weer moed.

Als de laatste minuten aangekondigd worden spurten alle mededingers. En het laatste pistoolschot verrast het publiek, dat zijn toejuichingen niet spaart voor de in zéér goede gang eindigende strijders. En onder een uiterste opgewondenheid van het gillende, met hoeden en zakdoeken zwaaiende publiek, eindigt Cordang eerste.

Cordang, vainqueur du Bol d’Or

Cordang, de winnaar, won, maar hij heeft niet gegeven wat hij kon. Hij reed 956 K.M. 778 M. en bleef daarmee ruim 73 K.M. onder ’t geen hij verleden jaar in den Haag heeft gedaan. Men beweert, dat hij ontevreden was over zijn gangmakers. Walter, de verslagene, heeft tot het 18e uur zijn eigen records van het vorig jaar overtroffen. Cordang was achter toen Walter naar ’t gasthuis werd gebracht. Doch dat bewast niets. Cordang was toen fris en slechts 50 km achter, een klein getal op 4 uur rijden.

Een kwartier later verlaten de overwinnaars de baan, voorop Cordang met zijn legendarische grote sigaar in den mond. Het publiek brengt hun een laatste ovatie en poetst hem dadelijk naar zijn kamertje, nam een koude douche, liet zijn onbeduidende kwetsuren even verbinden, kleedde zich aan, stapte in een rijtuig, reed met zijne vrienden naar het hotel en begaf zich ter ruste. ’s Nachts belde hij de lui op en vroeg om eten. ’s Morgens te 6 uur was hij weer present en ging ene wandeling maken. Hij gevoelt zich weer springlevend en fris en is tevreden Walters te hebben geklopt. Hij zegt tenminste dat hij dezen rijder altijd op de 24 uur zal kunnen slaan, omdat de Engelsman geen krachten heeft voor dezen afstand.

De stemming van het publiek: … et ils tournaient toujours

1e Cordang met 956 K.M. 775 M.
2e Robl, 894 K.M. 775 M.;
3e Garin, 890 K.M. 275 M.;
4e Fréderick, 872 K.M. 775 M.;
5e Foureau, 844 K.M. 275 M.;
6e Walter 829 K.M. 900 M.;
7e Muller 739 K.M. 275 M.;
8e Olivier 630 K.M. 775 M.

De premies zijn:
7 fr. per kilometer voor den tweeden aangekomene; 4 fr. voor den derden; 2 fr. 50 voor den vierden; 2 fr. voor den vijfden, 1 fr. 50 voor den zesden. Walter krijgt 3000 fr., als eerste na zes, na twaalf en na achttien uur rijden.

Mathieu Cordang was professional van 1896 tot 1900. In 1897 ontging hem de winst in Parijs-Roubaix toen hij op de wielerbaan van Roubaix (Robaais) ten val kwam. De latere tourwinnaar Maurice Garin wachtte niet op de gevallen Cordang en won met twee meter voorsprong de koers. Garin was uitgeput en Cordang werd toegejuicht door het publiek. Hij rookte – zoals zo vaak – een dikke Gigerl sigaar op het middenterrein. Daaraan ontleende hij zijn bijnaam ‘Mister Tabacco’. Het hoogtepunt van zijn profcarrière kwam in hetzelfde jaar. Op de wielerbaan in Crystal Palace in Londen reed hij maar liefst vijf wereldrecords. Zo reed hij de tijdens de Bol d’Or 1900 een werelddagrecord, door (met gangmaking) in 24 uur 999 kilometer en 651 meter te fietsen. Daarna legde Cordang zich weer toe op het stayeren. In 1898 won hij de Grote Prijs van Amsterdam. Tijdens de Olympische Zomerspelen 1900 in Parijs won hij goud op de 3 kilometer, maar deze koers van professionals werd later niet officieel erkend door het IOC. Voor hij beroepsrenner werd was Cordang matroos op de grote vaart. Na zijn wielercarrière had hij een garagebedrijf in Swalmen. Hij overleed in 1942 op 72-jarige leeftijd aan een longontsteking.
Een jaar eerder, klik en lees het verslag van Cordang’s wereldrecord Den Haag 1899:
Op 17 september 1899 brak de Limburger Mathieu Cordang het wereldrecord over 24 uur achter de motortandem van John D. Diehle op de Scheveningse baan. Hij reed 1030 kilometer en 110 meter of een gemiddelde van 42 kilometer en 921 meter per uur, terwijl Diehle urenlang uit de baan moest met zijn tandem, omdat het stroomde van de regen, waarop Cordang alleen verder reed. Le record de 24 heures au chiffre colossal de 1030 kilomètres. Klik en lees verder….
Harrie Meijers

Wij menen met grote zekerheid te weten, dat Harrie Meijers met deze eeuw ook inderdaad zijn racerscarrière zal besluiten. Hij gaat bij zijn vader in de zaak, die te Maastricht een bloeiende brouwerij heeft. Men kan dus zeggen, dat Meijers — die met enige banen nog contract heeft en van wie we dus nog enkele overwinningen zullen hebben te boeken — met de Grand Prix de l’Exposition de kroon heeft gezet op al zijn overwinningen. En daarom is het hier de plaats nog even in liet kort na te gaan, wat Meijers op de baan gepresteerd heeft.

De 2e December 1879 te Maastricht geboren, begon Meijers in 1895 te racen. Hij kwam dat jaar verscheidene malen uit als amateur en niet minder dan 22 prijzen -enkel de eerste en tweede geteld- waren zijn deel. In 1896 vergrootte hij zijn collectie medailles en kunstvoorwerpen met niet weinige. Ze alle op te noemen, de overwinningen, die hij toen behaalde, het ware waarlijk ondoenlijk. Herinneren wij er slechts aan, dat hij hielp het Jaap Eden-vaandel winnen. In 1897 won Meijers het kampioenschap van Nederland en verder, tegen Kingma en Guerry, den brassard. Te Brussel klopte hij Fischer en Van den Born, te Amsterdam niemand minder dan Arend….

Harrie Meyers (1879 – 1928) wielerpionier. Limburger Harrie Meyers behoorde tot de eerste generatie van de internationaal succesvolle wielrenners uit Nederland. De Maastrichtenaar, slechts 16 jaar oud was hij toen hij professional werd. Gespecialiseerd in de sprint. In 1897 werd hij Nederlands kampioen in deze discipline en herhaalde dit nog vier keer in 1898, 1899, 1900 en 1902. In de eerste UCI Track World Championships in 1900 eindigde hij tweede in de sprint, in tandem race en werd samen met Gian Ferdinando Tomaselli wereldkampioen. In 1902 werd hij opnieuw tweede in de sprint en in 1903 eindigde hij op de derde plaats in het wereldkampioenschap. Tweemaal won Harrie Meyers de Sprint Classic Grand Prix de Paris en eindigde ook twee keer 2e.

Meijers heeft op alle banen van Europa en op enige in Amerika met afwisselend geluk gestreden. In vele zeer belangrijke wedstrijden kwam hij eerste aan, in de allerbelangrijkste wist hij zich toch minstens in de finale te plaatsen. Het kampioenschap van Nederland — ce n’est pas gros jurer, toegegeven, maar we herinneren er gaarne aan om ons nog eens zijn mooie, zelf geziene eindspurten te binnen te brengen — zijn match tegen Howard, zijn rijden in den Koninginnenprijs En geen sprinter is zo groot of hij heeft wel eens het achterwiel van Meijers gezien. Nu viert Meijers straks zijn lustrum. En zijn feest zal tevens zijn vaarwel zijn aan den rensport Den 2e December wordt hij 21 jaar. Op dien dag wensen we hem een huldeblijk aan te bieden namens allen, die bewondering gevoelen voor den kranige Nederlandse renner.

Harrie Meyers (1879 – 1928) een Nederlandse wielerpionier. Hoewel de Limburger bekend stond als sprinter startte Harrie Meyers ook in de eerste zesdaagse in 1899 in New York’s “Madison Square Garden”. In de officieus verreden tandem race over 2000 meter bij de Olympische Spelen van 1900 in Parijs Meyers won de gouden medaille, samen met Tomaselli. Hij won ook de sprint voor professionals, de “Grand Prix de l’Exposition”. De prijs was 15 000 frank, dat was het grootste bedrag dat ooit, vóór de Eerste Wereldoorlog, werd betaald voor een sprintzege.