1971-07-25 Ronde van Ulestraten

Jan Krekels in Ulestraten de beste der kampioenen. Klik en lees het Limburgs Dagblad van 26 juli 1971

Ulestraten op zijn kop voor Jan Krekels
Meer dan 12.000 toeschouwers in Ulestraten

Een lekke band in de twaalfde ronde bracht Jan Krekels in Ulestraten de zekerheid dat hij het rennersveld „aankon”. In twee ronden immers maakte hij na een lekke band zijn achterstand van ruim 300 meter goed. En vervolgens bleef hij waakzaam om in de 36e ronde het wiel van de demarrerende Joop Zoetemelk te pakken. In een felle eindsprint klopte hij tenslotte zijn vijf sterke medevluchters. Een eerste beslissing viel in de 22e ronde. Rini Wagtmans reed lek.

57 beroepsrenners aan de start.  Het organisatiecomité Ulestraten heeft een rennersveld gecontracteerd om je vingers bij af te likken. Op de eerste plaats de Mars Flandria-ploeg met Joop Zoetemelk en zijn meesterknecht Tino Tabak, Eef Dolman (in 1968 al winnaar te Ulestraten en dit jaar eerste in de Ronde van Vlaanderen),  Bravenboer en Müddeman. De Molteni’s verschijnen aan de start met Herman Vanspringel (Belgisch kampioen), Rini Wagtmans, Roger Swerts, Jos Spruyt, Anteunis en Barras. Peugeot is eveneens vertegenwoordigd met vijf man: de Duitse kampioen Tchan, Janboers, Wilfried David, Bilsland en Kellyher. Jan Janssen is de troef van Bic, waarvoor verder nog aantreden Geard Koel, E. Verhagen en F. de Bal. 
George Pintens, Willie Vekemans, Poppe, van Tyghem en De Geest zijn de Hertekamp-favorieten. Harry Jansen, winnaar in Obbicht, vertegenwoordigt ,net Daniël van Rijckegem en Teirlinck de ploeg van Solonor. Ton Visschers brengt maar liefst twaalf renners mee: Wim  Wanders , Karel Delnoy, Jo Moonen, Harm Ottenbros, Peter Kissner, Freijters, de Belg Moonen en Van Midden. De Goudsmit-Hoff renners Ger Harings, Jan Krekels, Mathijs de Koning en Daan Holst schreven in de permanence bij en als individueel wagen Flor de Bree, de gebroeders Jongkind, Aarts en van de Winden een greep naar de zege.

Op dat moment ging het peloton onder aanvoering van Zoetemelk en Jan Janssen de jacht openen op de ontsnapte Jan van Katwijk. Meteen viel er een kloof. Het kaf was van het koren gescheiden. Wagtmans kwam wel nog terug in de achtervolgersgroep en onder zijn leiderschap liep de achterstand op de hoofdmacht per ronde met seconden terug. Maar 12 kilometer verder kreeg Rini Wagtmans opnieuw een lekke band en toen kon hij het ook niet meer bolwerken.

In de 36e ronde dan gebeurde het: uit het peloton maakte Joop Zoetemelk zich met een flitsende demarrage los. Jan Krekels had het gezien en kon met de man uit Rijpwetering mee. Het tweetal ging enorm hard door. Herman Vanspringel zei een ronde verder zijn collega’s, op Eef Doman na, vaarwel en toen leek het er op dat dit viertal de strijd zou gaan beslissen. Maar tot enorme vreugde van de duizenden langs het parcours dacht Jan Janssen er anders over. Hij sprong weg, maar sleepte een andere Limburger mee Ger Harings. In de 41e ronde kwam het zestal tezamen.

door Breur Loffeld, foto’s Willy Vasmeer

Een bijzonder sterke groep. Een stel kampioenen: Joop Zoetemelk Nederlands kampioen Herman Vanspringel Belgisch kampioen, Jan Janssen ex-wereldkampioen. Jan Krekels Olympisch kampioen, Ger Harings amateurkampioen op de Adsteeg en Evert Dolman, ex-wereldkampioen bij de amateurs. Bovendien enkele „treinen”: Goudsmit- Hoff met Jan Krekels en Ger Harings, Mars-Flandria met Zoetemelk en Dolman, terwijl Van Springel en Jan Janssen als individuelen hun mannetje ook staan.

Jan Krekels, Joop Zoetemelk

Drie ronden voor het einde sprong Zoetemelk, toen het leidersgroepje een stel achterblijvers inliep, in de verwarring weg. Jan Krekels had het echter opnieuw gezien. In de 48e doorkomst aan de finish reed dit tweetal nog steeds afgescheiden aan de leiding, maar daarna was het afgelopen met hun voorsprong.

Evert Dolman, Jan Janssen

Juichend ging Herman Vanspringel de ronde erna over de finish, ofschoon duidelijk genoeg was vermeld dat het kopgroepje nóg een ronde moest afleggen. Maar Van Springel, die plotseling enkele Molteni-ploegmakkers ontwaarde vroeg hen hoeveel ronden er nog te rijden waren. „Een” zeiden zij. En voor die achterblijvers was dat ook het geval, zo had de jury beslist. Zo maakte Vanspringel de blunder van de dag.

Ger Harings, Jan Janssen

De ingelopenen gingen de eindsprint aan, maar de „zes” hadden nog een ronde van 2 kilometer voor de wieltjes. Het werd een boeiende finish tenslotte waarin de drie Limburgers overheersten. Met duidelijk verschil klopte Jan Krekels zijn ploegmakker Ger Harings en Eef Dolman in de eindsprint. Jan Janssen werd vierde, Herman Vanspringel vijfde en Joop Zoetemelk die op het laatst het nut van nog meesprinten niet meer zag, op 4 seconden zesde.

Herman Vanspringel

Het werd aldus een opwindend wielerfestijn voor de meer dan 12.000 kijkers, die alleen enkele malen voor een fikse regenbui moesten vluchten, maar voor het overige geen spijt kunnen hebben van hun entreekaartje. Het is overigens ook de eerste keer dat het organiserende comité eens niet met een nadelig saldo komt te zitten.

Jan Janssen

Jan Krekels verklaarde na afloop dat hij. toen het er in de laatste ronden op aankwam, de meeste angst had gehad voor de eindsprint van Eef Dolman: „Ik vond het jammer dat Zoetemelk niet meeging, toen we nog twee rondjes te rijden hadden. Maar Joop stopte telkens als hij zag dat ik met hem meeging. Hij heeft het ettelijke keren geprobeerd, maar was duidelijk bang voor mijn eindsprint”. En terecht, zoals later bleek. Het is de vierde overwinning van Jan Krekels dit seizoen. Zoetemelk was teleurgesteld en verdween direct na de wedstrijd.

Joop Zoetemelk

Voor de aanvang van de profkoers had Krekels verteld dat hij van Pellenaars mocht starten als hij een startgeld kreeg dat ”voldoende” was. Zoals bekend had de hele Goudsmit-Hoffploeg ingeschreven, maar een voor de organisatie te hoog bedrag gevraagd. Toen dit niet haalbaar bleek hebben meerdere GH-rijders individueel ingeschreven: voor vijf was er startgeld, De Koning en Holst ontvingen dit niet, maar reden toch.

Evert Dolman, Jan Janssen, Herman Vanspringel

De 18-jarige Sjaak Smeets uit Beek won bij de amateurs. Ook in deze klasse was de strijd het aanzien meer dan waard. Op overtuigende manier legde Sjaak Smeets zijn wil aan de overige deelnemers op. Niettemin kreeg hij direct na aankomst aan de jurywagen een fikse berisping omdat hij enkele tientallen meters met de armen juichend omhoog gereden had. En aangezien dit gevaarlijk is – een der juryleden: „hij doet dat ook wel eens in een massaspurt en de gevolgen kunnen dan verdraaid groot zijn” — was de uitbrander verdiend. Uiteraard doet dit niets af aan de zege van de Bekenaar. Na 30 overwinningen bij de adspiranten stapte hij vier weken geleden over naar de rijen van de amateurs. Het was zijn eerste zege in deze klasse: “Ik ben nu de jongste amateur van Nederland. Ik moet zeggen dat de overgang van de nieuwelingen naar de klasse waarin ik nu rij, me niet is meegevallen. Je moet je veel meet geven, aldus deze krantenbezorger dit dagelijks zon 100 tot 120 kilometers traint.

Ulestraten op zijn kop voor Jan Krekels, klik en lees de Telegraaf van 26 juli 1971

Met duidelijk verschil gaat Jan Krekels hier als eerste over de eindstreep, vóór ploeggenoot Ger Harings en Eef Dolman. Op de achtergrond sprinten Jan Janssen en Herman Vanspringel, die een ronde eerder al aan het eind meende te zijn, om de vierde en vijfde plaats. Joop Zoetemelk sprintte niet mee met het illustere zestal. Hij wist zich bij voorbaat kansloos… Foto Archief René Kerkhoffs

De uitslagen luidden:

Professionals: 1. Jan Krekels, de 100 kilometer (50 ronden) in 2 uur 30 min en 4 sec; 2. G. Harings; 3. Dolman; 4 Jan Janssen; 5. Van Springel; 6. op 4 seconden: Zoetemelk; 7. De Bal op 2.35 8. Janbroers z.t.; 9. Harry Jansen z.t. 10. Van Katwijk z.t.; 11. Bravenboer z.t. 12. De Koning z.t.; 13. Benjamins z.t.; 14 De Geest z.t; 15. Prinssen z.t.; 16 Swerts z.t.; 17. Van Bilslant z.t.; 18. op één ronde: Serpenti; 19. David; 20. Verhagen; 21. Barras; 22. Van Rijckeghem 23. Delnoy; 24. Moonen; 25. Gerrits; 26 Holst; 27. Zoontjes; 28. Antheunis; 29 Wesselius. Er gingen 57 beroepsrenners van start.

Amateurs: 1. J. Smeets 1 uur 45 min. er 34 sec; 2. J. Langen; 3. J. Roemerman op 7 sec; 4. B. Ceulen op 1.31; 5. W Meys z.t.; 6. J. Lonissen z.t; 7. L Meijers z.t.; 8. W. Delahaye z.t.; 9. M Dohmen z.t.; 10. H. Dohmen z.t.; 11. H Geilenkirchen z.t.; 12. H. Hamers z.t. 13. C. Boersma z.t.; 14. H. Goderey z.t. 15. J. Claessen op 1 ronde; 16. J. Raven 17. N. Ritzen; 18. M. Kerff; 19. J Diesveld; 20. J. Geurts.

Adspiranten: 1. H. Lempers, 24 min. er 55 sec; 2. H. Neven op 17 sec; 2. M Jacobs z.t.; 4. E. Visschers z.t.; 5. H Geerkens z.t.; 6. P. Bierkens z4.; 7. M de Vos z.t.; 8. Badjou z.t.; 8. J. Schlenter z.t.; 10. P. Nijkamp z.t.

1971-06-19 Nederlands wegkampioenschap amateurs Valkenburg

Limburgers vooraan in magnifiek amateurschouwspel

JAN SPETGENS: „HALF KOERS WIST IK DAT HET ERIN ZAT”

VALKENBURG, 21 juni 1971- De 24-jarige Jan Spetgens uit Someren is zaterdag in Valkenburg op overtuigende  wijze Nederlands kampioen op de weg bij de amateurs geworden. Met de fantastisch rijdende Wim Kelleners uit Born, door zijn aanvalsdrift de meest bejubelde held van het honderdvijfentwintig renners tellende veld, de uitgekookt en intelligent koersende Mathieu Pustjens uit Roosteren, en de favoriet par excellence, Fedor den Hertog, zorgde de Oostbrabantse tegelzetter voor een magnifieke ontknoping van een van de attractiefste amateurkampioenschappen van de laatste jaren.

door Harry Muré (Limburgs Dagblad)

Na een barre tocht van 171 kilometer met achttien moordende klims over de Cauberg tooide „De Spet” – vijf jaar amateur en afgezien van een zege in de Omloop van de Baronie in 1969 steeds in de schaduw van de groten vertoevend – zich min of meer verrassend, maar volledig verdiend, met de hoogste eer.

Foto’s Johan van Gurp, BN De Stem, met dan aan het stadsarchief Breda.

Hoe spijtig het ook is voor de Limburgers (Kelleners werd tweede en Pustjens derde), aan het kampioenschap 1971 ie kolossaal sterk klimmende Spetgens valt niets af te dingen. Kelleners en Pustjens bezorgden Limburg niettemin eindelijk de „kick” waar de zuidelijke supporters al maanden vergeefs op gewacht hebben. Met Jo van Pol (achtste) verpulverde dit duo eindelijk  de Hollandse suprematie, in de wedstrijd de waarheid.

Limburgs Dagblad 19 juni 1971 voorbeschouwing

Cees Koeken

Cees Koeken

Arie Hassink

Wim Kelleners en Mathieu Pustjens konden hun optimale vorm niet met een complete triomf bekronen, deels  door pech, deels misschien door gebrek aan oplettendheid In de laatste achthonderd meter lange klim van twaalf procent naar de streep boven op de Cauberg. Pech gold in dit geval niet als excuus, want ook  Jan Spetgens heeft zijn deel gehad. Vele malen blokkeerde zijn ketting; hij moest viermaal een nieuwe fiets nemen.

vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 80 van Pol

vlnr 115 Vrancken, 36 Den Hertog, 16 van Bragt, 91 Smit, 66 Luppers

vlnr 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 82 Priem, 53 Koeken, 80 van Pol, 64 vd Loo, 88 Schür

vlnr 80 van Pol, 31Duyker, 88 Schür, 111 Vlot, 64 vd Loo, 97 Spetgens, 82 Priem

vlnr 106 van Venrooy, 36 den Hertog, 53 Koeken, 116 de Waal

vlnr 31 Duyker, 116 de Waal, 97 Spetgens,

17 Broere

116 Wim de Waal

vlnr 64 Theo vd Loo, 20, Toine vd Bunder

vlnr 53 Cees Koeken, 82 Cees Priem

In de geweldig spannende finale zegevierde echter het intellect van Jan Spetgens. Kelleners, Pustjens, Den Hertog en Spetgens hadden in de voorlaatste ronde de achtervolgers definitief verslagen. Toen was duidelijk dat bij dit viertal de winnaar zat. ..Eén tegen drie, er was geen beginnen aan”, verzuchtte Fedor den Hertog teleurgesteld na afloop. Inderdaad’, Kelleners,  Pustjens en Spetgens, drie leden van Mars Flandria, rekenden kordaat af met de „eenzame” Den Hertog die in de voorlaatste ronde gelost werd maar nog één keer op eigen kracht aansluiting kreeg. Maar aan de voet van de laatste klim brak zijn verzet. Hij schakelde verkeerd en moest lossen. De drie „spoten” omhoog. Honderd meter voor de finish lag Mathieu Pustjens in de beste positie. Een te wilde pedaalbeweging werd de 22-jarige bankwerker uit Roosteren noodlottig. Jan Spetgens zag het vlak vóór zich gebeuren.

vlnr 9 Berkhout, 83 Prinsen, 45 Kamper

37 Aad van den Hoek

Cees bal heeft pech

Cees Bal

Op dat moment reed de hoogblonde, slanke coureur uit Someren alles of niets. Met een vernietigende sprint-omhoog schoot Spetgens het Limburgse tweetal voorbij, Kelleners en Pustjens waren verslagen! Gejoel voor Fedor een Hertog die in de laatste klim twintig seconden moest prijsgeven, teleurstelling bij Wim Kelleners en Mathieu Pustjens („Als mijn voet niet uit de toeclip was geschoten, dan was ik kampioen geweest”) en dolle vreugde bij de aanhang van Jan Spetgens. Bondscoach Joop Middelink: „Spetgens heeft het dik verdiend. Wat die jongen allemaal gedaan heeft. Hij reed volledig geconcentreerd.  Hij schakelde niet meer in de laatste klim en behield daardoor de juiste cadans.” Die soepele cadans, gekoppeld aan enorme kracht en koersinzicht in de laatste kilometers, was het geheime wapen van Jan Spetgens. „Ik ben geen moment bang geweest voor de Cauberg, al had ik hem pas een paar keer gezien. Vanaf half koers had ik het gevoel dat het erin zat. Ik kreeg toen plotseling zoveel zelfvertrouwen dat ik helemaal voor mijn eigen kans ging rijden. Ik had voor de laatste klim 53×14 staan. Dat heb ik zo gelaten en ben daarna in de laatste klim meteen in de aanval gegaan. Wat ben ik bij! Zon overwinning in zon grote wedstrijd! Daarvan kun je alleen maar dromen.”

vlnr 88 Schür, 10 Beurskens, 111 Vlot, 29 van Dongen, 1 Aling, 97 Spetgens, 82 Priem, 36 den Hertog, 34 Hassink

vlnr 84 Math Pustjens, 26 Karel Delnoy

vlnr 29 vd Donk, 1 Aling, 59 Kuiper, 47 Kelleners

vlnr 24 Cornelissen, 20 vd Bunder, 41 Hulzebosch, 46 F van Katwijk

Jo van Pol: „Den Hertog zat slecht op het valse plat”

Het amateurkampioenschap in Valkenburg is de wedstrijd van de Limburgers geworden. Behalve Wim Kelleners en Mathieu Pustjens onderscheidden zich ook veel andere Limburgse coureurs temidden van de elite. Zoals Jo van Pol die ruim tevreden was over zijn achtste plaats. Commentaar van de man uit Montfort: „Ik heb griep gehad. Daarom had ik niet zoveel ambitie. Op het laatst heb ik me ingehouden, omdat mijn ploeggenoten Kelleners en Pustjens vooruit zaten. Anders was ik zeker nog verder naar voren gekomen. Fedor den Hertog heeft verloren omdat hij elke keer op het valse plat boven op de Cauberg heel moeilijk zat. Normaal zou hij daar ongenadig hebben toegeslagen, maar hij kón het niet. Dat valse plat heeft hem de das om gedaan. Ik heb duidelijk gezien dat hij daar elke ronde enorm slecht zat.”

Fedor den Hertog

Opvallend goed was ook het rijden van de Maastrichtenaar Benny Ceulen, Theo van de Loo uit Weert en Cor Boersma uit Treebeek.

vlnr 29 van Dongen, 49 Piet Kleine, 61 Jacob Langen, 116 Wim de Waal

Vooral de Prestatie van de tweede jaars-amateur Jacob Langen uit Kerkrade dwong respect af. Zijn zestiende plaats is zeer verdienstelijk.

vlnr 61 Jacob Langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer

Ook Huub Dohmen uit Rothem reed boven zijn kunnen. Reactie van de 20-jarige Rothemmer: ..Dit kampioenschap was voor mij een uitdaging. Ik had veel korter kunnen komen, maar ik heb geen risico’s genomen in de slotfase. Ik reken mij nu tot de dertig sterkste amateurs van Nederland.”

vlnr 46 Fons van Katwijk, 5 Cees Bal, 27 Huub Dohmen

Ben Koken komt niet in de uitslag voor, ofschoon de Grevenbichtenaar lange tijd op jacht is geweest naar de kopgroep. Zijn commentaar op de uitslag: „Nu weten ze daarboven in Holland tenminste dat Limburg er bij hoort. Ik zelf was er ook zeker bij geweest maar ik kon in de laatste klims niet meer aan het stuur trekken.” Ben Koken heeft nog steeds veel last van zijn gewonde rechterhand, een blessure die hij opliep in het recente kampioenschap Van Limburg.

vlnr 61 Langen, 46 van Katwijk, 89 Sengers, 43 Joore, 119 Zuidweg, 109 Verwey, 114 de Vos, 32 Geldens, 35 van Helvoirt, 63 Lenferink, 28 Math Dohmen

vlnr 53 Koeken, 82 Priem, 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 88 Schür, 29 van Dongen, 112 Vlot, 34 Hassink, 84 Pustjens, 24 Cornelissen, 36 den Hertog, 97 Spetgens

vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 46 van Katwijk, 59 Kuiper, 82 Priem, 80 van Pol, 24 Cornelissen, 35 van Helvoirt, 64 Theo vd Loo 112, Vlot, 97 Spetgens, 36 den Hertog, 116 de Waal

Limburgs Dagblad 21 juni 1971

„Cauberg grandioos parcours”

Sjefke Janssen, chef d’equipe van Mars Flandria’s amateurs was een van de gelukkigste mensen van het afgelopen weekeinde waarin het Limburgs Dagblad wieler minnend Nederland weer een Cauberg als wedstrijdmaker gebracht heeft.

door Breur Loffeld (Limburgs Dagblad)

De man uit Elsloo was al méér dan content toen hij zaterdagmiddag de drie eerstaankomenden als “zijn” jongens kon feliciteren. Jefke Janssen voelde zich de koning te rijk toen hij, als groots “plaatsvervanger van Briek Schotte zondagmiddag bij de finish van de profs opnieuw een overbekende Mars-Flandria-figuur als eerste over de eindstreep zag gaan: een waardig kampioen in de eigenlijk te frêle figuur van Joop Zoetemelk.

vlnr 97 Spetgens, 36 den Hertog, 84, Putjens 34 Hassink

vlnr Fedor den Hertog, Cees Priem

vlnr 115 Jo Vrancken, 16 van Bragt

vlnr 28 Math Dohmen, 16 C van Bragt

Hennie Kuiper

vlnr 36 Fedor den Hertog, 80 Jo van Pol, 34 Arie Hassink

vlnr 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog, 59 Hennie Kuiper, 82 Cees Priem, 34 Arie Hassink

vlnr 84 Math Pustjens, 34 Arie Hassink, 81 Henk Poppe, 47 Wim Kelleners

En zaterdagavond zei diezelfde Jefke Janssen, onnoemlijk blij: „Wat wil je als ploegleider nog meer? De eerste drie plaatsen. Note bene. En als Jo van Pol niet ziek was geweest, — hij eindigde als 8e op slechts 23 seconden! — waren het de eerste vier plaatsen geworden. Maar we hebben er wel wat aan gedaan: veertien dagen op de Cauberg getraind. In Luik gekoerst. En na afloop met de fiets terug. ledereen vroeg me of ik gek geworden was, maar Janssen wist verdraaid goed wat hij deed. We hebben deelgenomen aan een wedstrijd vlak bij de Franse grens. Om maar kilometers te maken. En je ziet dat het niet voor niets geweest is”.

vlnr 84 Math Pustjens 97 Jan Spetgens

vlnr 59 Hennie Kuiper, 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog

vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners, 97 Jan Spetgens

Fedor den Hertog en Jan Spetgens

vlnr 82 Cees Priem, 1 Jan Aling

vlnr 47 Wim kelleners, 84 Math Pustjens, 36 Fedor den Hertog

vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners

vlnr 97 Jan Spetgens, 47 Wim Kelleners

vlnr 61 Jacob langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer

Jan Spetgens, kampioen van Nederland 1971

Fedor den Hertog 4e

Cees van Dongen 6e

Toine van de Bunder 12e

Cees Priem 18e

De Uitslag:

  1. J. Spetgens. Someren 171 km in 4.17.06
  2. W. Kelleners. Born
  3. M. Pustjens. Roosteren
  4. F. den Hertog, Ermelo op 20 sec
  5. H. Poppe. Nijverdal op 23 sec
  6. G. v. Dongen. Oud Gastel
  7. A. Hassink, Neede
  8. J. van Pol. Montfort
  9. F. Schür, Hoogezand
  10. H. Kuiper, Denekamp op 31 sec
  11. A. Scheffer. Zelhem op 4.00
  12. A. v.d. Bunder. IJzendijke
  13. S. Berkhout. Schipluiden op 4.07
  14. A. v.d. Hoek, Dirksland
  15. M. v. Venrooy. Heesch
  16. J. Langen. Kerkrade
  17. J .Aling, Bunnerveen op 5.29
  18. C. Priem. Goes
  19. B. Ceulen. Maastricht op 6.29
  20. W. Albersen, Wierden op 6.33
  21. P. v. Stralen. Heerhugowaard op 6.37
  22. G. Kamper, Koedijk op 6.43
  23. P. Kleine. Hollandseveld
  24. Th. v.d. Loo. Weert op 6.53
  25. C. Boersma, Treebeek
  26. H. Perfors Rotterdam
  27. W. de Vlam. Sambeek op 11.24
  28. H. Dohmen, Rothem op 12.34
  29. A. Hulzebosch, Nijeveen op 15.40
  30. H. Prinsen. Hank
  31. J. Vrancken. Linne
  32. H. Botterhuis. Sambeek
  33. H. Lenierink. Geesteren

Bewegende beelden van het NK’71 met dank aan Fabio Farelli: Lees meer op Fabio’s blog

2e Wim Kelleners, 1e Jan Spetgens, 3e Math Pustjens

De waarheid 21 juni 1971

Fedor den Hertog drukte stempel op koers bij amateurs, maar..

Vernietigende eindspurt van Jan Spetgens

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet” stond op het spandoek dat de trouwste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteld weer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18 Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Jan Spetgens was kampioen van Nederland. Hij was ook tegen zijn eigen verwachting in („ik had het wel gehoopt voorin te eindigen, maar aan de titel had ik niet durven denken”) terecht gekomen op de plaats die men i eerder had toegedacht aan Fedor den Hertog of de bijzonder sterk rijdende Limburger Wim Kelleners. Vooral die twee hadden namelijk hun stempel gedrukt op de moeilijke koers, die dooide af en toe stromende regen dubbel zwaar werd. Hun namen ook werden het meest genoemd toen er tenslotte na een levendige en spectaculaire strijd een kopgroep van vier overbleef met Den Hertog, Kelleners, Spetgens en de Limburger Mathieu Pustjens. Maar Den Hertog werd al in het begin van de laatste klim gelost en vlak onder de top vormden ook Kelleners en de „wieltjesplakker” Pustjens geen probleem voor Spetgens. Er was een nieuwe wereld voor deze renner open gegaan. „Ik heb nooit plannen gehad beroepsrenner te worden, maar nu is de situatie, toch iets veranderd”, zei hij na de huldiging. Spetgens had een vérklaring voor het falen van Den Hertog: „Die Cauberg is voor hem te steil. Fedor is geen echte klimmer. Hij gaat teveel op zijn kracht naar boven”. Toch was Spetgens bang geweest voor de man die overal op de wereld successen op de weg boekt, maar geen kampioen van Nederland op de weg kan worden. „Wij vreesden dat Fedor op het vlakke stuk zou demarreren en dan zou hij nauwelijks te houden zijn geweest”. Den Hertog probeerde dat ook wel, maar hij kon niet ontsnappen aan de Brabants-Limburgse coalitie. Hij had een excuus: „Ik heb in het begin van de koers veel te veel gedaan en dat heeft zich tegen het einde gewroken. Toen wij met zijn vieren na de afdaling van de Dalhemerweg op het vlakke kwamen, gingen zij met elkaar zitten samenspannen. Toen moest ik van kop demarreren. Het leek af en toe wel een sprintwedstrijd op de baan. Zo reden wij vijftig en dan weer kropen wij met zijn vieren over de weg. Dat is geen doen.”

Fedor den Hertog, die inderdaad van het begin af bij elke ontsnappingspoging betrokken was geweest en vaak nog had geprobeerd alleen, hetzij met anderen, de beslissing te vervroegen, was zeer teleurgesteld. Daarin stond hij dan niet alleen, want uiteraard nog meer renners die met vertrouwen in eigen kunnen naar Zuid-Limburg waren gekomen. De Cauberg was echter voor de meesten een te harde scherprechter. Bijvoorbeeld voor Cees Priem, die „gerodeerd” uit de ronde van Oostenrijk ‘was gekomen, maar op de Cauberg geen rol van betekenis kon spelen. Deze Zeeuw, winnaar van Olympia’s ronde, miste ook de eerste slag in de openingsronde, waarin zich meteen al een vluchtgroep afscheidde, die een groot aantal favorieten herbergde. Jan Aling, Fedor den Hertog, Gerrie Knetemann, Theo van der Loo, Frits Schür, Jan Spetgens, Mari van Venrooy, Wicher Vlot, Jo van Pol, Wim Kelleners en de verdedigende titelhouder Kees Koeken forceerden toen al een tempoverhoging, die veel, minder grote, coureurs noodlottig werd.

Zij kregen gezelschap. Toch van Cees Priem, Adrie Duyker, de pas 18-jarige maar zeer sterk fietsende Henk Poppe, Arie Hassink, Jans Vlot, Hennie Kuiper en Cees Bal om er een aantal te noemen. Die schermutselingen in de vuurlinie, waarbij Wim Kelleners zijn krachten toonde door na een lekke band alleen terug te komen, deden het veld steeds verder afbrokkelen. Ook voorin gebeurde er het een en ander. Het strijdgewoel resulteerde tenslotte in een groep van dertien renners na tachtig kilometer, die verder het beeld bepaalden: Den Hertog, Kuiper, Spetgens, Aling, Van Dongen, Hassink, Kelleners, Van Pol, Poppe, Schür, Van Venrooy en Jans Vlot. Uit de achterhoede kon later alleen nog Pustjens naar voren springen. Na zijn intocht waarbij hij werd gelanceerd door een later zeer boze Karel Delnoy („die Pustjens had steeds aan mijn wiel gezeten en demarreerde plotseling over mij heen toen het gat overzichtelijk was geworden”) ging de deur dicht voor het restant van het veld, dat tenslotte nog uit 34 renners bestond. Van die 34 speelden er maar-weinigen een rol van betekenis in de ontknoping. Het begon met een vlucht van Henk Poppe na 100 kilometer. Hij werd teruggepakt, maar bleef niet lang rustig. Achter elkaar kwamen er aanvallen van Spetgens met Kelleners, van Den Hertog met Van Pol, weer van Poppe, van Kelleners en Pustjens. Die vlucht van de twee Limburgers leidde de beslissende slag in. Het gebeurde na 140 kilometer en alleen Den Hertog en Spetgens konden nog attent reageren.

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet;’ stond op het spandoek dat de trouivste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteldiveer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18’Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Vooral van Spetgens was het zeer verdienstelijk, want de Brabander had intussen door pech met zijn ketting en later aan zijn versnellingsapparatuur vier keer van fiets moeten verwisselen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Fedor den Hertog het merendeel van het werk moest doen om de tegenactie succesvol te laten verlopen. Hij klaagde er later over: „Ik heb Spetgens in mijn eentje naar voren moeten brengen”, maar hij had geen andere keus. Intussen werd de hoop op een Limburgse zege op de Cauberg door de aankomst van Den Hertog en Spetgens bij het leidende tweetal aanmerkelijk geringer. Men vreesde niet alleen Den Hertog, maar ook Spetgens, die in de laatste ronde van Olympia zich juist op deze Cauberg zulk een voortreffelijk klauteraar had getoond. Spetgens immers mag dan als all-rounder te kort schieten, klimmen kan hij. Dat had hij ook in 1969 al laten zien in de Ronde van de Toekomst, waarin hij als 21e eindigde, maar afstand moest doen van kansen op een hogere klassering als „knecht” van de groten als winnaar Zoetemelk, Den Hertog en Oosterhof. Toch moesten de Limburgers wel een verbond met die Spetgens aangaan om Den Hertog te temmen. Dat was overigens niet zo moeilijk, want Kelleners, Pustjens en Spetgens maken deel uit van de Mars-Flandria ploeg van Sjefke Janssen. Samenwerken in het nationaal kampioenschap is dan wel niet toegestaan, maar wie bewijst de coalitie. En toen Den Hertog was afgeschud, gingen de drie weer elk voor eigen „rekening” verder, waarbij Spetgens zijn iets betere klimcapaciteiten demonstreerde. De hoogste eer ging dus naar Jan Spetgens. Zijn eerste reactie was: „Ik ben door de wielrennerij al overal geweest, behalve naar de wereldkampioenschappen. Dat kunnen ze mij nu niet meer onthouden.”

Het vrije volk 21 juni 1971

JANSENS ZUDELIJKE PARADEPAARDJES MAKEN GEEN FOUT

Spetgens wint slijtageslag Van onze verslaggever PETER OUWERKERK

Mars/Flandria-amateurploegleider Sjefke Jansen wist: als er een keer een kans lag om zijn zuidelijke paradepaardjes  in het Nederlandse wielerkampioenschap voor amateurs naar voren te schuiven, dan was het wel op deze Cauberg. De recente Ronde van Limburg had het als het ware aangegeven.

Echter, de tactische fouten dié toen waren gemaakt, moesten wél achterwege blij ven. Was het een kwestie van mentaliteit, van nervositeit of van een gebrek aan solidariteit? Jansen wist het niet, en hij gokte maar op alle drie. Met een man of tien trok hij een paar dagen naar de te nemen Cauberg, hij bezocht een koers aan de Franse grens en het hele spul ging mee naar Dolhain in de Belgische Ardennen. .

Toen iedereen dacht dat de voorbereiding daarmee wel zijn hoogtepunt zou hebben bereikt, had Jansen nog een pijnlijke surprise voor de heren. Als een soort strafexpeditie werd hun opgedragen de afstand Dolhain-Elsloo voor dit keer maar eens niet per auto, maar op de fiets af te leggen. Leuk vond het er niet een.

Het resultaat van dit interim schrikbewind van de anders zo goedmoedige Jansen was zaterdag voor vriend en vijand te zien. Niet alleen in de uitslag: 1. Spetgens, 2. Kelleners; 3. Pustjens (alledrie van Jansens Mars- Flandria A-ploeg), maar ook in de koers. Ze hadden geleerd van hun fatale fouten in de Ronde van Limburg. Aanvallen vanaf het eerste moment, het aanspreken van de reserves nog voor de wezenlijke finale begon, het onbewust tegen elkaar rijden — dat alles was er zaterdag niet bij.

Goed, men zorgde, dat de spectaculaire slijtageslag  voorin kon worden overzien; zomaar niet-zuidelijke pionnen een schijnbaar beslissende slag laten slaan, dat zou te ver gaan. Maar het instappen van Spetgens in de Den Hertogtrein richting vluchters Pustjens en Kelleners op een moment dus waarop de solidariteit als gevolg van Fedors attaque ophield te bestaan, was b.v. tekenend voor  de new-look van Mars-Flandria. Kelleners en Pustjens „dreven af” toen er nog goed twee ronden waren te rijden. De oersterke klimmer Kelleners had al van het begin af aan in de kopgroep van 15 man (soms verbrokkelend, dan weer in complete groep) meegedraaid, de rappe spurter-bergop Pustjens was als een van de laatsten via een prachtige solo bijgekomen. Niemand sprak toen meer van de lekke band van Den Hertog, van de val van Arie Hassink, van de plasproblemen van’ Aling of van het verkeerde wiel, dat Priem na een lekke band kreeg  gestoken. Hassink was op, Aling vond eindelijk “rust” achter de  kopgroep en Priem had ook te veel inspanning door dat wiel moeten doen om nog bij te blijven.

Nee, alleen Den Hertog zou nog roet in het Mars-Flandria-eten kunnen gooien. Hij was de hele dag al in het geweer geweest, dus waarom zouden zijn nukken het niet  tot het laatste metertje vol kunnen houden?

Den Hertog en Spetgens kwamen er in de laatste omloop bij. En hoe Fedor het ook probeerde op -het vlakke gedeelte, ook toen weer bleek dat het Jansen-regime succes zou oogsten. Voor deze ene keer voelde Spetgens zich Limburger tussen Kelleners en Pustjens en hoewel er nauwelijks zichtbaar in „ploegverband” werd gereden, moeilijk te concluderen,  dat het trio de titel aan iedereen behalve aan Den Hertog gunde,  was het niet.

Fedor moest er in de laatste klim af. Hij betaalde de tol van de vroegere uren en de Mars-Flandrianen konden in de klim zelf uitmaken wie de sterkste was.

Pustjens als beste sprinter leek te gaan winnen. Maar op een dramatisch moment, nog geen 200 meter van de finish, schoot zijn linkervoet uit de toeclips. Spetgens, die zijn wiel had gekozen zag het onmiddellijk en hij klopte Kelleners — die even schrok van de ietwat merkwaardige reactie van Pustjens — met ruim verschil.

De opvolger van Cees Koeken was opnieuw een Brabander, een Peel-bewoner, die zich zaterdag op de Cauberg ‘ onbetwist de allersterkste toonde..

Niets meer aan te doen: Spetgens kampioen.

Nieuwsblad van het noorden 21 juni 1971

NRC handelsblad 21 juni 1971

Met  8.000 betalende bezoekers op zaterdag en bijna 20.000 op zondag kwam de organisatie financieel rond.