2018-06-07 Arie den Hartog

De Zuidlander Arie den Hartog, die in 1966 van Voorne Putten naar Zuid-Limburg verhuisde, dichter bij zijn arbeidsterrein in België en Frankrijk, is van het levenstoneel verdwenen. Nadat hij eind vorig jaar getroffen werd door een hersenbloeding verbleef Arie in een verpleegtehuis waar hij uiteindelijk geveld door een longontsteking vroegtijdig kwam te overlijden. We wensen de familie den Hartog en Arie’s vrienden veel sterkte toe.

Arie den Hartog

De laatste keer dat hij als actief coureur in het nieuws kwam, was tijdens Bordeaux-Parijs 1970. Arie den Hartog legde ruim 400 kilometer van deze monsterklassieker af. Darmstoornissen maakten toen voortijdig een einde aan zijn seizoen. De blonde Zuidhollander/ Limburger reed nog wat wedstrijdjes in Frankrijk. Daarna kwam de klap waardoor zowat alle Nederlandse profwielrenners op de keien belandden: Caballero en Willem II-Gazelle werden opgeheven. Ongeveer vijfentwintig Nederlandse profs zaten destijds zonder contract. Tot die laatste categorie behoorde ook Arie den Hartog. Met de wielersportlente van 1971 voor de deur werd zijn naam voorgoed geschrapt uit de startlijsten.

Arie den Hartog, in 1964 beroeps geworden won dat jaar Parijs Camembert en de Ronde van Luxemburg. In 1965 won hij Milaan-San Remo. Hij stond aan het begin van een lucratieve wielerloopbaan. Door zijn zege in de „Primavera” had hij zich op slag in de kijker gereden.

In 1966 na zijn winst in de eindrangschikking van de Ronde van Catalonië vertrok hij als kopman van de Fordploeg in de Tour de France. Een valpartij en gekneusde ribben wierpen hem uit het peloton. Arie den Hartog kwam terug, won regelmatig zijn wedstrijden, vooral in Frankrijk, en veroverde een vaste plaats op de markt. Hij reed ook voor St.-Raphaël en BIC, fietste stukje bij beetje sociale zekerheid bij elkaar en bouwde in Elsloo een fraaie woning waar hij en zijn vrouw Marja elk jaar rustig konden overwinteren. Hij verdiende immers goed als hard fietsende seizoensarbeider. De opgaande lijn werd echter opnieuw afgebroken. Tijdens het wereldkampioenschap op de weg in Heerlen (1967) lag Arie den Hartog met een hersenschudding in bed.

Den Hartog eindigde in de Tour van 1968 als 26ste op bijna een half uur van zijn landgenoot. Hij herinnert zich dat het een merkwaardige editie was. „Er waren geen uitgesproken favorieten, geen supervedetten, geen echte winnaars. De rivaliteit bij de Belgen tussen Van Springel en Bracke heeft ons in de kaart gespeeld. Ik was en ben bepaald geen vriend van Janssen, maar toen ik geen kans meer had, heb ik voor hem gewerkt. Zo professioneel was ik wel. Ondanks het feit dat het tussen Jan en mij niet boterde. Hij zocht en zoekt de journalisten op. Zo ben ik niet. Als ik de kans kreeg piepte ik er tussenuit. Je zult me niet snel op de VIP-tribunes zien zitten. Ik sta liever tussen het publiek.”

1 augustus 1965. Kampioenschappen wielrennen profs te Beek, Kopgroep Jo de Roo, rechts Arie den Hartog (Ford), achter hem Leo Knops, daarachter Henk Nijdam en tenslotte Peter Post

De laatste twee koersjaren maakte hij reclame voor Caballero, het eerste jaar minder, maar in 1970 kwam er weer schot in. Hij was de sterkste in de Zwitserse Alpen (winnaar bergklassement) en reikte naar een opvallende derde plaats in het eindklassement van de Zwitserse ronde. Caballero en Den Hartog begonnen uitstekend voorbereid aan de Ronde van Frankrijk. „Als ik de bergen maar haal, dan rijd ik een goede Tour”, voorspelde hij na de eerste, moordend snel gereden ritten door Noord-Frankrijk en België. Hij zag de bergen niet. Darmstoornissen, waarschijnlijk voedselvergiftiging, haalden in de rit naar Saarlouis een streep door de rekening. Niet Parijs, maar het Sittardse ziekenhuis was voor Den Hartog de eindstreep van wat aanvankelijk een succesvol seizoen leek te worden.

Amstel Gold Race 1967

Arie wint de Amstel Gold Race 1967

Video: Amstel Gold Race 1967

„In de Tour heb ik zó’n klap gehad dat het seizoen voorbij was voordat ik hersteld was. Ik was enorm verzwakt en heb een streng dieet gehad. In Bordeaux-Parijs kreeg ik dezelfde klachten.

Arie voelde zich wel nog capabel genoeg voor grote of kleine wedstrijden.  Als voorbereiding van het seizoen  1971 had hij in de winter deels „op de rollen”, deels in het bos doorgebracht. Conditietraining die gevolgd wordt door trainingskilometers op de fiets, zo vlug de wegen weer berijdbaar waren. Den Hartog bleef een gunstig object voor een extra sportieve firma, maar een contract heeft hij niet meer getekend. „De ene keer belden ze op met de mededeling: het is bijna voor elkaar. De volgende dag hoorde ik: het is nog niet rond. Ik wilde dolgraag blijven rijden, maar niet onder de prijs. Als ik er geld op zou moeten toeleggen, dan is de rekening snel opgemaakt.” Normaal zeggen ze dat je in de lange afstandssporten rond je dertigste het sterkste bent, Arie den Hartog was 29 jaar jong toen hij stopte met koersen op het hoogste niveau.

Milaan Sanremo 1965

Na zijn afscheid van het metier heeft hij nog even gefunctioneerd als ploegleider van een amateurploeg en volgde hij het hedendaagse wielrennen via de media nog op de voet. Klassiekers als Amstel Gold Race, Luik- Bastenaken-Luik en Ronde van Vlaanderen bezocht hij.

Na zijn carrière importeerde hij fietsen en onderdelen. De rijwielhandel in Sittard deed hij later van de hand, hij er een goede prijs voor kon krijgen. Maar hij had geen zin te niksen en startte hierop in Spaubeek een groothandel in marmer en graniet. Later volgde ook nog een rijwielzaak in Kerkrade en had hij ook een fietsenwinkel in Nieuwstadt.

Arie den Hartog

Voormalige beroepswielrenners hebben doorgaans de gewoonte sterk af te geven op de huidige generatie. De vedetten van weleer verwijten de laatste lichting gemak- en geldzucht. Den Hartog vormde een verfrissende uitzondering. „Het is gemakkelijk vanuit je luie stoel iets af te breken”, zei hij. “lk denk dat het te maken heeft met jaloezie. Wij verdienden in verhouding niks, maar je kunt die jongens niet kwalijk nemen dat ze scheppen geld krijgen. Als ik nu wielrenner was geweest had ik ook geen nee gezegd. Daarom vind ik dat vergelijken zinloos is”.
Arie den Hartog werd 77 jaar.

Janssen draagt Tourzege aan Den Hartog op Beluister het recent radio-interview met Jan Janssen naar aanleiding van Arie’s overlijden: “Ik zocht hem op in het ziekenhuis, Ja, huilen toen ‘ie mij zag…” Vanwege het infarct zat Den Hartog vastgebonden in een rolstoel. “Het was een zielig hoopje mens, dat is alleen maar tragisch. Zo wilde hij niet leven.” “Hij was van ongelofelijke waarde. En heeft hij alles gegeven, tot de laatste dag. Mijn Tourzege draag ik ook echt wel een beetje aan hem op”, vertelt Janssen in Langs de Lijn En Omstreken. In de Tour de France van 1968, na de Alpen waren er nog vier renners over, onder wie Den Hartog. “Hij heeft me echt bijzonder gesteund. Als je tegen Arie zei ‘de kopgroep rijdt op 2 minuten’, dan reed hij net zolang op kop tot we erbij waren. Het was een tempobeul, een allrounder.” Janssen vergeet de laatste ontmoeting niet snel. “Ik heb met betraande ogen en een brok in mijn keel dat ziekenhuis weer verlaten en zei tegen mijn vrouw: dat gaat niet lang meer duren.” Wat overblijft is de herinnering, aan een man die vooral zijn pedalen liet spreken. “Hij was een beetje introvert. Hij werkte zich naar goede ploegen toe, zeer verdienstelijk maar Arie was niet zo’n prater. Een vriendelijke man, maar een beetje gesloten.”

 

Video: Zuidland (1962) Arie den Hartog Hangjeugd en Zangvereniging Ring

1969-04-30 Ronde van Geleen

Voorbeschouwing, we lezen het Limburgs Dagblad van 29 april 1969

Caballero-ploeg in Ronde van Geleen

Het was menens toen Ton Vissers via Joep Voots het bestuur van de wielerclub „De Ster” liet weten, dat zijn Bureau Sportreclame geen medewerking zou verlenen aan de Ronde van Geleen. „Dat was een slag. We hebben echter doorgezet. We moesten wel, want 19 Caballero-renners hadden we al gecontracteerd en zouden ook zonder wedstrijd uitbetaald moeten worden. We zochten een nieuwe sponsor. Gelukkig stak het Limburgs Dagblad ons de helpende hand toe”, aldus voorzitter Beursgens van „De Ster” uit Geleen. Koninginnedag draait voor de derde keer de wielerronde, waarvan de twee voorafgaande edities zo veel wielerliefhebbers naar de „Waereltsjtad” trokken.

Foto’s Wiel Vasmeer

Als grote vedette zou dit jaar Tourwinnaar Jan Janssen van start gaan. Het contract was getekend en Jan zou voor zijn talrijke supporters in Limburg eens extra op zijn tarnden bijten. Opeens die vervelende schorsing. Janssen belde ons op, dat die schorsing waarschijnlijk niet internationaal zou worden doorgevoerd. Dat bleek niet juist. Probeer die ronde te verzetten naar een latere datum in mei, vroeg Jan Janssen me nog. Dit was echter onmogelijk. Weer een tegenslag, maar daaraan waren we immers gewend. De manager van Eddy Merckx, de heer Van Bruggenhout, dacht een uitweg te vinden. Hij stelde ons voor om Eddy en Rik van Looy dan maar te nemen. Zij zouden naar Geleen komen voor een slordige 5200 gulden. Hij dacht nog, dat hij ons een gunst bewees, merkte penningmeester Smets op. Voorzitter Beursgens vervolgde: „Merckx kostte verleden jaar meer dan 3000 gulden en wat liet hij zien…?

Kees Pellenaars geeft 1000 gulden voor de winnaar

Als 23e en voorlaatste kwam hij over de finish. „Is dat die dure Merckx” werd ons gevraagd. Die dure knapen innen een grote som geld, maar soms vertikken ze het om werkelijk te fietsen. Dus jaar wordt het anders. De mensen zullen waar voor hun geld krijgen. Ik heb eens met Kees Pellenaars gepraat over die laksheid van die kopstukken. Hij had niet alleen een formidabel idee, maar voegde tevens de daad bij het woord. „Ik geef 1000 gulden voor de winnaar als Grote Televizierprijs.” Moet je eens kijken wat er „gevlamd” wordt”, verzekerde „De Pel”. We zijn ook afgestapt van die belachelijke hoge reiskostenvergoedingen. ledere coureur krijgt 25 gulden. Meer niet. Alle renners worden over één kam geschoren. Als ze werkelijk beter zijn dan anderen dan moeten ze dat maar bewijzen. Voor hen die willen koersen zijn er prijzen zoals ze die nergens zullen vinden. De dertigste prijs is nog 25 gulden. Belanden ze bij de eerste tien, dan hebben ze een flink „weekloon”. Meer dan 4000 gulden liggen voor de heren renners klaar.”

De hoge prijzenpot bleek inderdaad een goede lokaas voor onze vaderlandse en buitenlandse broodrijders. Bij de Cabellero’s schuilen enkele Limburgers, die in eigen streek best de ereronde willen rijden. Allereerst Harrie Steevens, die verleden jaar ook al de Ronde van Geleen voor zich opeiste. Dat Wim Scheepers op het ogenblik in een blakende vorm verkeert zal hij vlak bij huis beslist willen demonstreren. De gebroeders Harings, John Scheepers, Arie den Hartog en Jan Krekels zijn eveneens tuk op succes. En wat dacht u van renners als Gerard Vianen, Leo Duyndam en Cees Zoontjes? Willem II verschijnt eveneens met een ploeg aan de start. Onder hen o.a. Maarten Breure, Leen Poortvliet, Jo van Seggelen, Herman Hoogzaad en Jan van Katwijk. Jos van der Vleuten was ook al gecontracteerd, maar die schorsing betekent voor hem eveneens startverbod. De Batavusploeg beschikt over enkele sterke renners: Dieter Kemper. Horst Oldenburg, Ehrenfried Ruhdolf en de Nederlanders Bart Zoet en Matje Gerrits.

De Italiaanse kleuren worden onder meer verdedigd door Ugo Colombo (Filotex). Snelle jongens zijn natuurlijk ook tientallen Belgen. Onder hen onder meer: Frans Verbeeck, Michel Jacquemin, Willy van de Eynden. Reeds meer dan zeventig profs hebben ingeschreven. Dat zullen er nog meer worden, want de renners kunnen tot een half uur voor de start — die om 15.30 uur plaats vindt — inschrijven. Men verwacht daarom nog een „leger” Belgen.

Om 12.30 uur valt het startschot voor de nieuwelingen. Kanshebbers? Spronckmans, Klinkers, Sijen, Dohmen en de plaatselijke coureurs Raven, Keyers, Geraeds. De amateurs beginnen om 13.30 uur aan hum „verplichte nummer”. Er wordt getipt op Deckers, Siega, Lucassen, Vrancken, Kellenens en Pustjens. Het parcours in Lindenheuvel-Geleen is voor de toeschouwers aantrekkelijk. De renners koersen vrijwel geheel op de Burgemeester Lemmensstraat. De groenstrook vormt voor dit evenement een prachtige afscheiding, zodat men de coureurs iedere ronde twee maal kan zien.

 

Limburgs Dagblad 29 april 1969

De Koers, we lezen het Limburgs Dagblad van 1 mei 1969

Dieter Kemper versloeg favorieten van Caballero

Cor Schuring wilde ook geld verdienen

Wim Poot, de ploegleider van de Batavus-ploeg, had het reeds voorspeld. Terwijl het talrijke publiek aan de Burgemeester Lemmensstraat in Geleen de kansen van Harrie Steevens op een nieuwe zege in deze Geleense ronde bijzonder groot achtte, tipte de grijzende ploegleider op zijn man … Dieter Kemper. „Hij heeft zich de laatste tien kilometer opvallend rustig gehouden. Reken er op, dat hij nog kracht in zijn body heeft”. Wim Poot kreeg gelijk. De 31-jarige Duitser klopte inderdaad in een felle eindsprint de zes medevluchters. Harrie Steevens moest zelfs Cor Schuuring voor laten gaan. Toch was het juist deze Amsterdammer, die de Caballeroploeg de zege had ontnomen.

Door Nico Jessen, Limburgs Dagblad 1 mei 1969

De Elsloose coureur had niet veel vriendelijke woorden over voor Schuuring. „Onbegrijpelijk wat die knaap deed. In de voorlaatste ronde demarreerde ik uit alle macht. Ik krijg alleen Johnny Brouwer aan mijn wiel. We nemen een veilige voorsprong. Wie sleurde de andere knapen er weer bij… Schuuring. In de eindsprint lag ik als het ware in winnende positie. De drie knapen van de Batavus-ploeg waren geslagen. Opeens schoof Schuuring naar voren met in zijn wiel die Kemper die hem natuurlijk klopte. Onbegrijpelijk…”

Terwijl Harrie Steevens zich nog steeds opwond gaf Dieter Kemper volmondig toe, dat de Caballero-renners de zekere overwinning uit handen hadden gegeven. Ik had me al verzoend met een derde plaats. Opeens sprong die Schuuring naar Steevens en Brouwer toe. Dit is de derde wegkoers, die ik fiets. Dat belooft dit jaar wat” merkt de overwinnaar op.

Toch hadden de coureurs in Geleen gewaarschuwd moeten zijn. Zondag klasseerde Dieter Kemper zich verrassend als tweede in Kamp-Lintfort achter de sterke Italiaan Colombo. Cor Schuuring wees alle verwijten rigoureus van de hand. ..De eerste prijs was duizend gulden. Nou die wilde ik ook wel verdienen. Het was toch een individuele wedstrijd” merkte hij op.

Dat was het nu juist niet. Volgens de regels van de K.N.W.U. mocht er geen ploegentactiek aan te pas komen, maar is dat nog mogelijk als er twintig Caballero-renners van de zeventig coureurs aan de start verschijnen. Dat bleek reeds na een twintigtal kilometers. Door een verkeerde handeling van Van der Horst smakte Harrie Steevens tegen het asfalt. Hub Harings wachtte op zijn ploegmakker. Toen de aansluiting op het wandelende peloton – gestopt door enkele Caballero’s – niet snel genoeg tot stand kwam, liet ook Jan Harings zich terugvallen. Jan van der Horst dacht er hetzelfde over en dit kwartet kreeg opnieuw aansluiting.

Even bleef het rustig. Daarna kwamen de plaagstootjes van de renners van Gerard Peeters, Leo Duyndam, Cees Zoontjes en Wim Scheepers zochten regelmatig de ruimte. Vooral de Batavus-renners wilde de suprematie van de Caballero’s intomen. Dertig kilometer voor het einde demarreerde Ger Bongers. Hij nam 25 seconden voorsprong. De reactie kwam natuurlijk van de Batavus-mannen. Wim Deelen, Johnny Brouwer en Dieter Kemper gingen op avontuur, maar kregen Harrie Steevens, Cor Schuuring en Arie den Hartog mee aan hun wiel. De voorsprong van de moegestreden Bongers slonk als sneeuw onder de zon.

Vier vluchters: Harrie Steevens, Jan van der Horst, Jan Harings en Huub Harings (foto LD)

Met nog vijftien kilometer voor de boeg leek de strijd beslist. Zeven renners op kop: vier sterke Caballero-coureurs en drie Batavus-renners, die in de wielerwereld gerekend worden tot pedaleurs van het tweede plan. Harrie Steevens greep twee ronden voor het einde zijn kans. Met een prachtige sprong en luid aangemoedigd door het Limburgse publiek snelde hij vooruit. Alleen Johnny Brouwer kon met moeite zijn wiel houden. „Ik riep nog tegen Harrie, dat ik niet mee zou spurten, als hij me maar naar de meet bracht” erkende de kleine Rotterdammer eerlijk. De strijd was dus gestreden. Cor Schuuring dacht er echter anders over. Hij zette het groepje tot meer activiteit aan. Dieter Kemper lachte in zijn vuistje. Zonder veel inspanning werd deze snelle coureur naar de twee koplopers gebracht. Arie den Hartog trachtte in de laatste ronde nog enkele keren te demarreren, maar zonder resultaat. In de lange eindsprint zou Steevens toch nog de bloemen grijpen. De gevaarlijke Kemper was ingesloten. Schuuring forceerde een opening en Kemper glipte in het opengevallen gaatje. Wim Scheepers was woedend na deze ontactische zet van zijn ploegmakker. „Voor het publiek is het misschien eens aardig wanneer er eens een niet-Caballero-renner wint, want we krijgen dezelfde situatie als enkele jaren geleden met de TeleVizier.” Voor Harrie Steevens was het slechts een schrale troost.

De eindsprint tussen de Caballero’s en Batavussen: van links naar rechts Arie den Hartog (6e), Cor Schuuring (2e), Dieter Kemper (1e), Harrie Steevens (3e) en Johnny Brouwer (4e). (Foto LD)

Uitslag Professionals.

  1. Dieter Kemper (Duitsland) 90 km in 2.15.40 u.
  2. Cor Schuuring.
  3. Harrie Steevens.
  4. Johnny Brouwer.
  5. Ger Bongers.
  6. Arie den Hartog.
  7. Wim Deelen.
  8. Gerard Vianen op 12 sec.
  9. Jan van der Horst.
  10. Bart Zoet.
  11. Cees Zoontjes op 18 sec.
  12. Henk Marinus
  13. Gerrit v.d Winden.
  14. Pieter Nassen (België),
  15. Jan Krekels op 22 sec
  16. Matje Gerrits
  17. Maarten Breure.
  18. Gerard Koel.
  19. Jo van Seggelen.
  20. Wim Schepers.
  21. Martin van Ginneken.
  22. Piet de Wit.
  23. Michel Jacquemin.
  24. Dies Kosten.

Limburgs Dagblad 1 mei 1969

Karel Delnoye versloeg Van Elburg op de meet

Voordat de profs in Geleen van start gingen kreeg het publiek een smakelijk aperitief voorgeschoteld. De NIEWELINGEN bleken weer vol energie te zitten. Het scheen dat elke ontsnapping gedoemd was te mislukken. Enkele ronden voor het einde maakte Fons van Katwijk een geslaagde sprong. Hoe men in het peloton ook „vlamde”, de Oploose renner bleef buiten hun bereik. Math Dohmen uit Born won de sprint van het peloton. Hij wees de snelle Jac Spronckmans en Koos Klinkers terug naar de volgende ereplaatsen.

Bij de AMATEURS had Giuseppe Siega er schijnbaar alle zinnen op gezet om na de overwinningen in zijn eigen woonplaats de zege te behalen. Het is er niet van gekomen. In de beginfase deden. Kelleners. Slüper, Klinkers en Lucassen een hardnekkige poging om een flinke bres te slaan. Het had er wel alle schijn van toen een sterke kopgroep van negen man — Lucassen, Beurskens, Sassen. Greymans, Slüper, Buckx, Wanders, Siega en Kelleners — aan de haal waren. De samenwerking liet te wensen over, zodat ook deze vluchtpoging op niets uitliep. Met nog twee ronden voor de wielen deden Gerrit van Elburg, Hans Geilenkirchen. Karel Delnoye een geslaagde sprong naar de vrijheid. De 20-jarige Delnoye uit Nijswiller klopte Van Elburg op de meet.

UITSLAGEN:

Nieuwelingen:

  1. F. van Katwijk. 35 km m 58 min. 40 sec
  2. M. Dohmen Born op 19 sec
  3. J. Spronckmans Elsloo
  4. J. Klinkers Hoensbroek
  5. J. Sijen Maastricht
  6. W. Wilms Munstergeleen
  7. H. Dassen Maastricht
  8. T. Paulssen Buchten
  9. J. Sweelsen Bunde
  10. R. Janssen Geulle
  11. J. Geraeds Geleen
  12. J. Geelen Monfort
  13. B. Tichler Stein
  14. J. Claessens Urmond
  15. N. Wessels Heer

Amateurs:

  1. K. Delnoye Nijswiller in 1.37.34 uur
  2. G. van Elburg Eijgelshoven
  3. H. Geilenkirchen Schaesberg
  4. J. Vrancken Linne op 4 sec
  5. J. Deckers Guttecoven
  6. F. de Bree Schinveld
  7. F. Slüper Terwingelen
  8. M. Bunnet Engeland
  9. H. Schetters Meersen
  10. J. Petterson Noorwegen
  11. t.m. 22. ex aequo H. van Vught Boxtel, J. Odekerken uit Meerssen, B. Koken Grevenbicht, L. Brouns Heerlen. W. Wanders, M. Pustjens Roosteren. J. Grant Engeland, J. Courage Sittard, H. Lucassen Geleen, F. Hendrikx Valkenburg, L. Godefroye Waubach en B. Daemen Elsloo

Limburgs Dagblad 1 mei 1969: Gebroeders De Vlaeminck naar Schinnen en Ulestraten

 

1965-03-19 Milaan – San Remo

Milano – Sanremo 1965, 287km, 19 Maart 1965

Grandioze Nederlandse zege
Arie den Hartog versloeg in sprint de Italianen Adorni en Balmanion.

Het heeft er lang naar uitgezien dat de grote openingsklassieker van het wielerseizoen, Milaan-San Remo, eindelijk weer eens door een Italiaan zou worden gewonnen. Een tiental kilometers voor de ook aan de Nederlanders zo bekende Rivièraplaats hadden Franco Balmanion en Vittorio Adorni gezamenlijk de leiding.
Niets scheen een Italiaanse triomf in de weg te staan. Elf jaar achtereen hadden Fransen, Belgen en Spanjaarden de eer in San Remo voor zich opgeëist en dat was de fanatieke „tifosi” bepaald niet naar de zin. Kort voor het laatste obstakel van de „Primavera”, de lastige Poggio di San Remo, voegde zich een kleine blonde coureur bij het tweetal.

Arie den Hartog, 23 jaar en 2e jaars beroepsrenner, wint Milaan – San Remo, ploegmaat van Jacques Anquetil, vóór Vittorio Adorni.

Het was de 23-jarige Zuidlander Arie den Hartog, een van de grootste beloften van de Nederlandse wielersport. De Italianen zagen onmiddellijk het gevaar in. Om beurten poogden zij de „Olandese” van het wiel te rijden. Den Hartog, die gemakkelijk klimt, verloor zijn tegenstrevers echter geen moment uit het oog. Toch leek hij, bepaald geen sprinter-bij – uitstek, kansloos in de finale op de brede en snelle Via Rome.

Op het laatste, 250 meter lange gedeelte trokken de Italianen de spurt aan. Zij probeerden daarbij Den Hartog tussen zich in te krijgen. De slimme Zuidlander speelde het spel echter meesterlijk. Op de laatste 50 meter kwam hij onweerstaanbaar buitenom. Vlak voor de duizenden enthousiaste toeschouwers haalde hij centimeter voor centimeter in. Tien meter voor de finish stond het resultaat vast. De 56-ste Milaan-San Remo was voor de eerste maal door een Nederlander gewonnen.

In zijn tweede seizoen als prof kwam Den Hartog, in zijn amateurtijd al een klasse-renner en vorig jaar opmerkelijk in het prof milieu debuterend, tot zijn eerste grote overwinning.

De Primavera heeft overigens weer aangetoond, dat de uitblinkers uit Parijs-Nice — de eerste grote etappekoers van het seizoen — de meeste kans op de overwinning hebben. Den Hartog, die al in de Ronde van Sardinië tot opvallende prestaties kwam en in Parijs-Nice vervolgens de aandacht van de kenners op zich vestigde met een zesde plaats, was door velen al als een van de favorieten getipt. De Italianen rekenden vooral op „coming men” als Italo Zilioli en Gianni Motta om aam de al elf jaar durende reeks van nederlagen een eind te maken.
Rik van Looy werd eens te meer een grote verliezer. De meervoudige wereldkampioen, die met zijn overwinning in de Ronde van Sardinië al vroeg in vorm leek, wenste niet in Parijs-Nice te starten en trainde met zijn Solo’s aan het Gardameer. Hij eindigde ontgoocheld in het grote peloton. …

Niet minder dan 153 renners startten voor de 237 kilometer zware rit. Hoewel het aanvankelijk droog was, bleef het gedurende het eerste gedeelte mistig en koud. Onder de grote afwezigen bevonden zich Jacques Anquetil, kopman van Ford Gitane en dus van Den Hartog, ex-wereldkampioen Benoni Beheyt, de juist donderdag ziek geworden Rudi Altig, onze eigen Amstelveense alles-kunnende troef Peter Post en de winnaar van 1963, de Fransman Joseph Groussard. Dat nam niet weg dat alles bij elkaar een imposant rennersveld om, half tien ’s morgens op weg ging naar het grote avontuur.

Daarbij maren alle Italiaanse favorieten. De Azzuri hadden om een overwinning gesmeekt. Was de opzet van Milaan- San Remo niet veranderd in het voordeel van hun landgenoten? Hadden zij in Michele Dancelli, Gianni Motta en Italo Zilioli niet uitblinkers uit Parijs-Nice? En outsiders als de „herboren” Romeo Venturellie de Giro-revelatie Franco Bitossi, Vito Taccone, Guido de Rosso en jonge renners als Durante, Vigna, Sambi en Zadegu waren op hun bekende wegen toch zeker in staat tot een verrassing?

Het eerste gedeelte van de koers kenmerkte zich uiteraard door vele ontsnappingspogingen die echter – terecht – niet serieus werden genomen. Gevaar dreigde er pas toen vlak voor de top van de eerste col (Col de Turchino na 124 km) Franco Bitossi demarreerde. In de snelle afdaling voerde de Italiaan zijn voorsprong voortdurend op en enkele kilometers verder lag het peloton, dart Venturelli door een valpartij was kwijtgeraakt, al op 50 seconden.

Dat Arie den Hartog z’n latere zege verdiende, blijkt wel uit het feit, dat juist de goedlachse Eilander de tegenaanval organiseerde. Met die hulp van o.a. Dancelli, Hoevenaars en Francisco Gabica werd het verschil steeds geringer en bij Varazze (164 km) gaf de viervoudige etappewinnaar van de Giro 1964 zich gewonnen. Even later streek ook het door valpartijen – het was lichtjes gaan regenen – uitgedunde peloton op de kopgroep neer.

Lees het Limburgs Dagblad van 20 maart 1965

Na deze opwindende passage bleef het even rustig in de meute. Want de dit jaar voor het eerst als prof rijdende Brabander Jos van der Vleuten was de promotor van de tweede belangrijke aanval.
Samen met Julien Stevens, Jan Boonen, Edgar Sorgeloos, Jean Stablinsky en een handvol Italianen, omder wie Sambi en Enzo Moser, bouwde de Mierlohouter een voorsprong op.Toen ook Dancelli een geslaagde sprong naar de vluchters deed, achtte die onvermoeibare Den Hartog het opnieuw tijd om in te grijpen. Ditmaal vond hij de Spanjaard Perez Frances aan zijn zijde gevolgd door Adorni. Het achtervolgende groepje bevatte louter grote namen: Motta, Adorni, Dancelli, Jan Janssen, Perez Frances, Poulidor, Taccone, Durante, Mugnaini en natuurlijk Den Hartog. Alleen de laatste had reserves genoeg om de vluchters te bereiken, het slot kent u.

1. Arie den Hartog (Ned) in 6h 53′ 32″
2. Vittorio Adorni (Ita)
3. Franco Balmamion (Ita)
4. Rolf Wolfshohl (Ger) à 51″
5. Willy Vannitsen (Bel) à 55″
6. Jan Janssen (Hol)
7. Franco Cribiori (Ita)
8. Guido Reybrouck (Ita)
9. Gianni Motta (Ita)
10. Flaviano Vicentini (Ita)

Ab Geldermans werd, eveneens in dezelfde tijd, 40ste ex aequo geklasseerd. Jos van der Vleuten en Cor Schuuring eindigden, met een achterstand van 6.54, resp. als 80ste en 81ste.

Door zijn zege in Milaan-San Remo bezet Den Hartog meteen de eerste plaats in het klassement Super Prestige Pernod, de belangrijkste geldprijs van het seizoen. Zijn kopman van de Ford-Gitane-ploeg, Jacques Anquetil, is door diens zege in Parijs-Nice tweede. 1. Den Hartog 60 punten 2. Anquetil 55 punten 3. Adorni 40 punten 4. Balmanion 30 punten 5. Altig 25 punten.