2018-06-07 Arie den Hartog

De Zuidlander Arie den Hartog, die in 1966 van Voorne Putten naar Zuid-Limburg verhuisde, dichter bij zijn arbeidsterrein in België en Frankrijk, is van het levenstoneel verdwenen. Nadat hij eind vorig jaar getroffen werd door een hersenbloeding verbleef Arie in een verpleegtehuis waar hij uiteindelijk geveld door een longontsteking vroegtijdig kwam te overlijden. We wensen de familie den Hartog en Arie’s vrienden veel sterkte toe.

Arie den Hartog
De laatste keer dat hij als actief coureur in het nieuws kwam, was tijdens Bordeaux-Parijs 1970. Arie den Hartog legde ruim 400 kilometer van deze monsterklassieker af. Darmstoornissen maakten toen voortijdig een einde aan zijn seizoen. De blonde Zuidhollander/ Limburger reed nog wat wedstrijdjes in Frankrijk. Daarna kwam de klap waardoor zowat alle Nederlandse profwielrenners op de keien belandden: Caballero en Willem II-Gazelle werden opgeheven. Ongeveer vijfentwintig Nederlandse profs zaten destijds zonder contract. Tot die laatste categorie behoorde ook Arie den Hartog. Met de wielersportlente van 1971 voor de deur werd zijn naam voorgoed geschrapt uit de startlijsten.

Arie den Hartog, in 1964 beroeps geworden won dat jaar Parijs Camembert en de Ronde van Luxemburg. In 1965 won hij Milaan-San Remo. Hij stond aan het begin van een lucratieve wielerloopbaan. Door zijn zege in de „Primavera” had hij zich op slag in de kijker gereden.

In 1966 na zijn winst in de eindrangschikking van de Ronde van Catalonië vertrok hij als kopman van de Fordploeg in de Tour de France. Een valpartij en gekneusde ribben wierpen hem uit het peloton. Arie den Hartog kwam terug, won regelmatig zijn wedstrijden, vooral in Frankrijk, en veroverde een vaste plaats op de markt. Hij reed ook voor St.-Raphaël en BIC, fietste stukje bij beetje sociale zekerheid bij elkaar en bouwde in Elsloo een fraaie woning waar hij en zijn vrouw Marja elk jaar rustig konden overwinteren. Hij verdiende immers goed als hard fietsende seizoensarbeider. De opgaande lijn werd echter opnieuw afgebroken. Tijdens het wereldkampioenschap op de weg in Heerlen (1967) lag Arie den Hartog met een hersenschudding in bed.

Den Hartog eindigde in de Tour van 1968 als 26ste op bijna een half uur van zijn landgenoot. Hij herinnert zich dat het een merkwaardige editie was. „Er waren geen uitgesproken favorieten, geen supervedetten, geen echte winnaars. De rivaliteit bij de Belgen tussen Van Springel en Bracke heeft ons in de kaart gespeeld. Ik was en ben bepaald geen vriend van Janssen, maar toen ik geen kans meer had, heb ik voor hem gewerkt. Zo professioneel was ik wel. Ondanks het feit dat het tussen Jan en mij niet boterde. Hij zocht en zoekt de journalisten op. Zo ben ik niet. Als ik de kans kreeg piepte ik er tussenuit. Je zult me niet snel op de VIP-tribunes zien zitten. Ik sta liever tussen het publiek."
1 augustus 1965. Kampioenschappen wielrennen profs te Beek, Kopgroep Jo de Roo, rechts Arie den Hartog (Ford), achter hem Leo Knops, daarachter Henk Nijdam en tenslotte Peter Post

De laatste twee koersjaren maakte hij reclame voor Caballero, het eerste jaar minder, maar in 1970 kwam er weer schot in. Hij was de sterkste in de Zwitserse Alpen (winnaar bergklassement) en reikte naar een opvallende derde plaats in het eindklassement van de Zwitserse ronde. Caballero en Den Hartog begonnen uitstekend voorbereid aan de Ronde van Frankrijk. „Als ik de bergen maar haal, dan rijd ik een goede Tour”, voorspelde hij na de eerste, moordend snel gereden ritten door Noord-Frankrijk en België. Hij zag de bergen niet. Darmstoornissen, waarschijnlijk voedselvergiftiging, haalden in de rit naar Saarlouis een streep door de rekening. Niet Parijs, maar het Sittardse ziekenhuis was voor Den Hartog de eindstreep van wat aanvankelijk een succesvol seizoen leek te worden.

Amstel Gold Race 1967
Arie wint de Amstel Gold Race 1967
Video: Amstel Gold Race 1967

„In de Tour heb ik zó’n klap gehad dat het seizoen voorbij was voordat ik hersteld was. Ik was enorm verzwakt en heb een streng dieet gehad. In Bordeaux-Parijs kreeg ik dezelfde klachten.

Arie voelde zich wel nog capabel genoeg voor grote of kleine wedstrijden.  Als voorbereiding van het seizoen  1971 had hij in de winter deels „op de rollen”, deels in het bos doorgebracht. Conditietraining die gevolgd wordt door trainingskilometers op de fiets, zo vlug de wegen weer berijdbaar waren. Den Hartog bleef een gunstig object voor een extra sportieve firma, maar een contract heeft hij niet meer getekend. „De ene keer belden ze op met de mededeling: het is bijna voor elkaar. De volgende dag hoorde ik: het is nog niet rond. Ik wilde dolgraag blijven rijden, maar niet onder de prijs. Als ik er geld op zou moeten toeleggen, dan is de rekening snel opgemaakt.” Normaal zeggen ze dat je in de lange afstandssporten rond je dertigste het sterkste bent, Arie den Hartog was 29 jaar jong toen hij stopte met koersen op het hoogste niveau.

Milaan Sanremo 1965

Na zijn afscheid van het metier heeft hij nog even gefunctioneerd als ploegleider van een amateurploeg en volgde hij het hedendaagse wielrennen via de media nog op de voet. Klassiekers als Amstel Gold Race, Luik- Bastenaken-Luik en Ronde van Vlaanderen bezocht hij.

Na zijn carrière importeerde hij fietsen en onderdelen. De rijwielhandel in Sittard deed hij later van de hand, hij er een goede prijs voor kon krijgen. Maar hij had geen zin te niksen en startte hierop in Spaubeek een groothandel in marmer en graniet. Later volgde ook nog een rijwielzaak in Kerkrade en had hij ook een fietsenwinkel in Nieuwstadt.

Arie den Hartog

Voormalige beroepswielrenners hebben doorgaans de gewoonte sterk af te geven op de huidige generatie. De vedetten van weleer verwijten de laatste lichting gemak- en geldzucht. Den Hartog vormde een verfrissende uitzondering. „Het is gemakkelijk vanuit je luie stoel iets af te breken”, zei hij. “lk denk dat het te maken heeft met jaloezie. Wij verdienden in verhouding niks, maar je kunt die jongens niet kwalijk nemen dat ze scheppen geld krijgen. Als ik nu wielrenner was geweest had ik ook geen nee gezegd. Daarom vind ik dat vergelijken zinloos is”.
Arie den Hartog werd 77 jaar.

Janssen draagt Tourzege aan Den Hartog op

Beluister het recent radio-interview met Jan Janssen naar aanleiding van Arie's overlijden:

"Ik zocht hem op in het ziekenhuis, Ja, huilen toen 'ie mij zag..." Vanwege het infarct zat Den Hartog vastgebonden in een rolstoel. "Het was een zielig hoopje mens, dat is alleen maar tragisch. Zo wilde hij niet leven."

"Hij was van ongelofelijke waarde. En heeft hij alles gegeven, tot de laatste dag. Mijn Tourzege draag ik ook echt wel een beetje aan hem op", vertelt Janssen in Langs de Lijn En Omstreken.

In de Tour de France van 1968, na de Alpen waren er nog vier renners over, onder wie Den Hartog. "Hij heeft me echt bijzonder gesteund. Als je tegen Arie zei 'de kopgroep rijdt op 2 minuten', dan reed hij net zolang op kop tot we erbij waren. Het was een tempobeul, een allrounder."

Janssen vergeet de laatste ontmoeting niet snel. "Ik heb met betraande ogen en een brok in mijn keel dat ziekenhuis weer verlaten en zei tegen mijn vrouw: dat gaat niet lang meer duren."

Wat overblijft is de herinnering, aan een man die vooral zijn pedalen liet spreken. "Hij was een beetje introvert. Hij werkte zich naar goede ploegen toe, zeer verdienstelijk maar Arie was niet zo'n prater. Een vriendelijke man, maar een beetje gesloten."

De strijdbijl over de rechtszaak die Jan Janssen in 1993 aanspande tegen Arie Den Hartog (op het laatste moment afgeblazen) naar aanleiding over diens uitspraken over het niet nakomen van Janssen's financiële verplichtingen na de Tour 1968 is inmiddels diep begraven, maar goed ook, zie de video "Jan Janssen met een brief aan Arie den Hartog" :
Video: Zuidland (1962) Arie den Hartog Hangjeugd en Zangvereniging Ring

1964-07-26 Beek Nederlands kampioenschap op de weg

Nederlands kampioenschap op de weg voor beroepsrenners 1964

Briljante koers van excellente kampioen JO DE ROO

Jo de Roo met aan zijn wiel Cees Haast.

Zeventig kilometers torste Jo de Roo – letterlijk en figuur­lijk – de hitte van de dag, zeventig zware finale-kilo­meters over het door bijna 40.000 kijkers omzoomde Adsteeg­circuit, een bijzonder gewaardeerde ontknoping, want heel duidelijk ging de sympathie van de menigte naar de in grote stijl en allure rijdende 27-jarige Zeeuw uit, die alle werk­zaamheden aan de (verre) tocht verbonden in zijn eentje moest opknappen, daar gezel Kees Haast zonder ook maar een moment aanstalten te maken een handje toe te steken, aan het wiel van de inderdaad superieure aanvoerder bleef plakken. Deze strategie bood Kees Haast de enige kans om eventueel aan bod te kunnen komen, mits Jo de Roo een tik zou krijgen, een decorwisseling die evenwel radicaal uitbleef. Ronde na ronde – steeds weer die Adsteeg en die Holleweg op, door de kronkelende soms nauwe straten – bleef De Roo op kop en het was heel logisch dat zodoende zowat alle aan­wezigen innig hoopten, dat het kampioenschap 1964 bij hem terecht zou komen. De beste, de sterkste, de koersbezieler triomfeerde met glans. Cees Haast mocht tot aan de laatste klim in het kielzog van zijn excellente voorganger blijven, toen was het volledig gedaan, want nauwelijks daagde – het slot – de Adsteeg op, of Jo de Roo “vertrok”, rende weg met een verbluffend gemak, om reeds zestig meter voor de streep juichend de handen de hoogte in te gooien. Een ovatie was de eerste beloning, gevolgd door de bekende ceremonie, bloe­men en verdere huldigingen, gelukwensen van Dr. Van Dijk en meerdere officials. En doordat een groot kampioen op zo’n tintelende wijze de landstitel verwierf, gingen de vele en vele duizenden tevreden huiswaarts, na aanvankelijk met mis­noegen bepaalde reglementaire beslissingen van de wedstrijd­commissarissen, van luidruchtige kritische opmerkingen te hebben voorzien.

Jo de Roo voor de start

Verzorging was uitsluitend toegestaan boven op de Adsteeg, 200 meter voorbij de finish. Voor het vertrek was duidelijk verteld, dat in verband met de hitte elke ronde (8,5 km) ver­zorging mogelijk was. De “incidenten” werden in de 19e toer ingeluid, toen Jan Schröder elders in Beek van een toeschou­wer drinken aannam, een overtreding die door een official werd geconstateerd. Schroder werd om dit “vergrijp” uit de koers genomen, een op de reglementen gebaseerd besluit, een maatregel die echter geen weerklank bij het publiek vond. Schroder’s verzorger protesteerde heftig en het rumoer was nog niet bedaard of Wim van Est werd aangemaand de arena te verlaten, eveneens om eenzelfde overtreding. Wim gaf – voor de jurytent – een kernachtige uitleg, met als conclusie en advies de gehele groep – uitlopers ingesloten – te doen afstappen, want iedereen dronk “verboden” verversingen: de renner die het flesje bier of limonade accepteerde gaf dit – aldus Van Est – aan in zijn buurt zijnde makkers door en zo ging het verder. Het geloei nam in hevigheid toe, toen Jan Janssen en Hub. Zilverberg de aanzegging kregen de strijd to staken – zij reden lustig verder -, even later werd dit vonnis over Cees Lute uitgesproken en voordat de gemoede­ren waren bedaard was dit lot Jos Linders en Leo Knops be­schoren. Zeven renners op het zondaarsbankje: is een en an­der van invloed geweest op de uitslag, vooral op de afwikke­ling van de finale? Wie zal het precies vermogen te zeggen?

Wim van Est voor de start
VAN DE ZEVEN Limburgse deelnemers op de Adsteeg was Hub Harings het best geklasseerd. Een zesde plaats vlak achter de in de laatste beklimming uit het peloton weggesprongen Den Hartog, mag er zijn. Harings bewees hiermee wel degelijk in het profmilieu thuis te horen. Samen met hem zetten ook Kersten, Steuten en de gediskwalificeerde Knops een punt achter de 255 km rit. Beckers overleefde de strijd niet, maar zorgde wel voor een attractieve beginfase. Jean Bastin verdween pas in de laatste kilometers en Schröder zou vast en zeker in de prijzen zijn gevallen als er niet de reeds vaker geciteerde verzorging was geweest. Voor het overige hebben de bijna 40.000 wieler-enthousiasten die op en rond het circuit een plaatsje hadden gevonden, zich behalve met de strijd-der-matadoren bezig kunnen houden met de  jacht op drinken. Hoeveel bier en limonade er in Beek gedronken is valt niet te schatten, maar dat er — ook in de ijsverkoop — goede , zaken zijn gedaan, staat vast.

Youtube video over het NK 1964: Jo de Roo wielerkampioen 1964

Toen Janssen en Hub. Zilverberg aan de jas werden getrok­ken (25ste ronde) zaten zij in de groep, die een achterstand van 2,30 minuut had op Jo de Roo en Kees Haast, een duo dat op 24 sec. door Rik Wouters en Cees van Amsterdam werd gevolgd. Had Jan Janssen met succes de sprong alsnog kun­nen ondernemen? Zeker is, dat onze Tour-vedette danig werd „bewaakt”, aangezien de mannen die dezelfde trui als Kees Haast droegen – in de troep – klaarblijkelijk alleen oog voor Jan Janssen hadden en zich uitsluitend met hem onledig hielden. Koerstaetiek? Ploegverband in een voor individuelen uitgeschreven kampioenschap? De race werd natuurlijk – zeven coureurs voor de rechtbank is veel – gedevalueerd en vanuit dit oogpunt was het daarom dubbel gelukkig, dat Jo de Roo – door klasse en kunde, door de bezielende wil om te slagen – niet alleen de strijd redde, maar bovenal een wer­kelijk groot kampioenschap veroverde. Was Jo de Roo – al­les is mogelijk – in de eindfase b.v. op pech gestrand, dan hadden we deze nu geslaagde affaire, op de tweede rang moe­ten rangschikken, een produkt hoogstens geschikt voor de uitverkoop.

Voor de start Jos van der Vleuten in gesprek met Arie den Hartog

Peter Post kon niet present zijn (de motieven zijn genoeg­zaam bekend), Mart. v. d. Borgh kwam tijdens een trainings­rit ten val, Jan Hugens was nog niet hersteld van zijn bles­sures, Lex van Kreuningen sukkelde met een ziekte, Leo van Dongen (sleutelbeenbreuk), Ab Geldermans (operatie aman­delen), Joop v. d. Putten en Bart Solaro werden eveneens gemist, toen de zaak op gang werd gebracht. Fons Steuten en Werner Swaneveld leden dra bandbreuk, kwamen weer bij en intussen – al in de eerste ronde – riepen Eugene Beckers, Leo Coehorst en Bas Maliepaard zich tot aanvoer­ders uit: 1 minuut winst was zo voor elkaar en daar bleef het om schommelen (1.24 min. in de vierde omloop), totdat Beckers in zijn eentje aan de zesde ronde begon, om even nadien gezelsehap te krijgen van Werner Swaneveld en de strijdlustige Wim de Jager. De wielermannen vonden deze korte vluchten natuurlijk fijn, evenals zij Andre van Aert succes toewensten. Het gat (15 sec. op Jacob Tolhoek) was klein en voorin de meute peddelden steevast Jan Jans­sen, Hub. Zilverberg, Henk Nijdam, Jo de Roo, Arie den Har­tog.

HET KAMPIOENSCHAP van Nederland 1964 op de weg voor professionals en onafhankelijken, op het zonovergoten 8,5 km lange Adsteeg-circuit, in Beek verreden, heeft 'n groot winnaar opgeleverd. Jo de Roo immers behoort al enige jaren tot de upper-ten van de vaderlandse wielersport en is met zijn dubbele victories in de Ronde van Lombardije en Parijs-Tours, alsmede zijn klinkende victorie in Bordeaux-Parijs van enkele seizoenen terug, een van de na-oorlogse wielercoryfeeën. De eerste prijs in Beek was voor De Roo dus niet 't begin van een grootse carrière, maar betekende de vervulling van een lang gekoesterde wens. Begin september start de donkere Zeeuw ook als favoriet in de strijd om het wereldkampioenschap te Sallanches aan de voet van de Mont Blanc in Frankrijk.
V.l.n.r: Dick Enthoven, Leo Knops, Bart van de Ven, Kees Haast, Henk de Jong en Piet van Est.

We kregen Cees Snepvangers aan het bewind, een fase die in de 9e ronde werd ingeluid en die een winst bracht van 1.07 min. op Den Hartog, Leo Hermens, Dick Groeneweg en het vlak hierna voorbij stuivende peloton. Snepvangers ging voort: 1.37 min. in de 10e tour (Jan Schroder sleurde aan de groep), 1,25 min. in de 11e doorkomst – in deze periode kre­gen Cees van Espen en Lambert v. d. Ven een lege tube, kwamen snel bij, 1.50 min. op Schroder, Rentmeester, Lute en Damen in de 13e ronde, 1 min. hierna op v. d. Klundert die in de 15e ronde leider werd. Weg was Snepvangers, een nuk­ken vertonend achterwiel en een functie als toeschouwer.

Half koers twee bandbreuken van Kees Haast, leider werd Jacq. v. d. Klundert met op 45 sec. Wim de Jager, op 2.30 min. de door Buuts en Jo de Haan gedirigeerde troep. Van der Klundert scheen de smaak te pakken te hebben, 3.11 min. in de 17e ronde – Wim de Jager kwam in de stoet terecht – de „tert” werd bonkiger, de pedaalslag moeilijker en toen Jan Janssen en Cees Lute aan de troep begonnen te sleuren begon in feite de koers pas voorgoed. De “groten” zaten vooraan en inmiddels waren Le Grand, Jongejan, Pos, Snepvangers, Steenvoorden, v. d. Ven, Merckx, Coehorst en Dekkers van het lijstje geschrapt. Nog hield v. d. Klundert even stand: 58 sec., 20 sec. en het was gedaan. Andre van Aert solliciteerde naar een zekere rol, Jan Schroder moest afstappen – de Ruberg-sportbestuurder Wolfgang Gronen maakte dus de verre reis tevergeefs -, Eugene Beckers staakte en juist toen de jury het druk kreeg met de elders omschreven “drank­overtredingen” viel de slag, werd een definitief gewaad aan­getrokken.

Jo de Roo, Cees van Amsterdam en Kees Haast demarreerden op de Adsteeg (26 sec.), gingen naarstig door en de slag was in de maak, de ontknoping hing in de lucht. De Roo – soepel en welbewust, stug kijkend – had veel haast, de voorsprong van dit trio steeg tot een min. (23ste ronde) en toen opnieuw de Adsteeg in het gering kwam, kreeg Van Amsterdam kram­pen, werd afgehaakt en kwam bij Rik Wouters terecht, die naderbij kwam.

De stand: op kop Jo de Roo en Kees Haast, op 49 sec. Van Amsterdam en Wouters, op 1.44 min. Wim de Jager, op 2.07 min. de groep. Wim van Est moest afstappen, Jan Janssen en Hub. Zilverberg kregen dit vervolgens te ho­ren: Zouden Wouters en Van Amsterdam nog bij de kopman­nen komen? Het verschil bleef gering: 30 sec. in de 26ste ronde, 50 sec. in de 27ste en de winnaar moest toen onder dit viertal schuilen, daar De Jager op 4.15 min. doorkwam en het “wandelend” peloton op 5.05 min.

Op verschillende plaatsen langs het circuit werden de renners met tuinslangen verkoeling gebracht
OVER DIE JURYBESLUITEN waardoor Schröder, Knops, Janssen, Zilverberg, Linders, Lute, en Wim van Est uit de strijd werden genomen is heel wat te doen geweest. Wij blijven er echter bij dat reglementen er zijn om nageleefd te worden, maar van de andere kant was de toepassing ervan toch evenmin waterdicht. Wim v. Est bv. verklaarde dat hij zelf geen drinken van het publiek had aangenomen maar een slok had gekregen van Zilverberg die wél een.. fles bier van een toeschouwer had gegrepen. „En als jullie dat willen bestraffen", zei een verbolgen van Est „dan kunnen jullie het hele peloton uit de strijd nemen". De zeven genoemde renners hebben overigens tegen het jurybesluit protest ingediend bij de KNWU.

Meer en meer steeg het saldo van de twee leiders: 2 min., 3.12 min. Altijd Jo de Roo voorop, altijd Kees Haast aan het wiel van de briljante Zeeuw geplakt. Het publiek begon zich te roeren, begon De Roo aan te moedigen: “gooi hem los”. Jo de Roo keek verbe­ten, lachte even toen de bel voor de laatste ronde ging. Hij was zeker van zijn zaak, hij was de rapste en de sterkste at­leet. Hij schudde heel gemakkelijk Kees Haast van zich af en werd een gevierd kampioen. De vlucht van Jo de Roo, Kees Haast en Cees van Amsterdam luidde de afrekening in, na­derhand vochten Rik Wouters en Van Amsterdam manmoe­dig om de schade te beperken.

De ontknoping deed de mensenzee rechtveren en de bijna 40.000 toeschouwers – wat een meeleven – vonden het een tintelende finale, waren dik content, omdat Jo de Roo met de macht en de klasse van een grootmeester regelrecht op de kampioenstrui afreed. Een verdiende beloning, een succes waarop hij volstrekt recht had. Natuurlijk aan de finish een glunderende organisator, de heer Boss sr., die fier de massa overschouwde, die wel enige moeite had om Miss Beek op te diepen. Veertigduizend toeschouwers: kwam dit soms ook – gedeeltelijk – omdat de Limburgse kranten een voorbe­schouwing van een volle pagina publiceerden?

BRON GERARD SILLEN

Jo de Roo (winnaar) met rondemiss
Beroepsrenners: 1. en kampioen J. de Roo, Kruiningen, lie. 1, 255 km in 6.35.25 uur; 2. C. Haast,-Rijsbergen, lie. 64, 6.35.34 uur; 3. H. Wouters, Baarle Hertog, be. 65, 6.37.57 uur; 4. C. van Amsterdam, Bre­da, lie. 17, 6.38.11 uur; 5. A. den Hartog,; Zuidland, lie. 27, 6.40.36 uur; 6. H. Harings, Scheulder, lie. 153, 6.40.36 uur; 7. J. van der Klundert, Hoogerheide, lie. 56, 6.40.43 uur; 8. M. Breure, Rotterdam, lie. 78, z.t.; 9. J. de Haan, Huybergen, lie. 2, z.t.; 10. D. Groeneweg, Numansdorp, lie. 53, z.t.; 11. B. Maliepaard, Willemstad, lie. 13, z.t.; 12. P. Rentmeester, Al­benga Logrono, lie. 3, z.t.; 13. T. Sythoff, IJsselmonde, lie. 60, z.t.; 14. C. van Espen, Arnhem, lie. 58, z.t.; 15. J. Kersten, Siebengewald, lie. 50, z.t.; 16. W. de Jager, Den Haag, lie. 83, z.t.; 17. H. de Jong, St. Willebrord, lie. 85, z.t.; 18. P. Damen, Helmond, lie. 51, z.t.; 19. A. van Aert, Zundert, lie. 48, z.t.; 20. F. Steuten, Weert, lie. 70, z.t.; 21. H. Nijdam, Zundert, lie. 42, z.t.; 22. D. Enthoven, Stekene Waes, lie. 19, z.t.; 23. A. Donker, Amsterdam, lie. 166, 6.41.25 uur.

Wim van Est moest van de jury afstappen, hier bij de jury.
DUYCKER KAMPIOEN VETERANEN

Met een race over 25,5 km voor veteranen – eveneens om het nationaal kampioenschap – werd dit zonnig wielerfeest geopend. Schermutselingen, licht kaliber, meteen. Nu een drie man, dan vier aan de leiding, uiteindelijk zeven kop­lopers, waarvan eentje ietwat – een paar seconden – tekort schoot. De 38-jarige Duycker zegevierde; met 60 jaar was de Tilburger Otten de oudste deelnemer, de 58-jarige Rotter­dammer P. v. d. Broeck deed in jaren weinig voor hem onder.

Veteranen kampioen 1964 Willem Duyker
Veteranen: 1. en kampioen Willem Duyker, Amsterdam, lie. 3237, 25 1/2km. in 39.40 uur; 2. A. Geelhoed, Zwammerdam, lie. 3250, z.t.; 3. W. Zuiker, Etten, lie. 3208, z.t.; 4. A. Post, Baarn, lie. 3209, z.t.; 5. H. Hordijk, Rotterdam, lie. 3217, z.t.; 6. D. Vroege, Arkel, lie. 3225, z.t.; 7. A. Uitbeijerse, Rotterdam, lie. 3280, 39.44 uur; 8. J. Harmsen, Rotterdam, lie. 3234, 39.57 uur; 9. J. de Ruyter, Amsterdam, lie. 3240, z.t.; 10. D. Visser, Dordrecht, lie. 3241, z.t.; 11. F. Buijink, Den Haag, lie. 3214, z.t.; 12. M. de Bruijn, Roosendaal, lie. 3268, z.t.; 13 T. Valkhof, Spijkenisse, lie. 3256, z.t.; 14. J. de Klerk, Breda, lie. 3267, z.t.; 15. H. Heiden, Rotterdam, lie. 3245, z.t.

Foto’s Leo Knops & fotocollectie Nationaal Archief

tekst: http://www.fotokoos.info/2020.1964.02.htm