1921-07-18 Benjamin Javaux

Benjamin Javaux neemt deel aan de Grande Boucle van 1921, er zijn 15 etappes met een totaal van 5484 kilometer. Hij draagt ​​het rugnummer 174. Tijdens de 12e etappe, die Genève (Gex) – Straatsburg over 371 km constateert Benjamin na een val dat een buis van zijn frame is gebroken en de vork van zijn fiets is verbogen …

Benjamin Javaux (geboren op 3 maart 1894 te Neffe, een gehucht bij Bastogne in de provincie Luxemburg, een dik uur rijden van Maastricht), had een pijnlijke jeugd. Zijn vader verdrinkt in de Maas, hij viel uit de sleepboot waarvan hij de kapitein was en dat we kort voor de geboorte van Benjamin, die de zelfde voornaam krijgt als zijn vader. Benjamin is de tweede zoon van het gezin. Het jaar waarin Benjamin zijn debuut in het wielrennen maakte, is niet precies bekend. Wat wel bekend is dat hij met de wielersport moet stoppen in verband met het uitbreken van de 1e wereldoorlog om zijn militaire dienst te vervullen. Op 20 jarige leeftijd, aan het begin van de oorlog, was Benjamin een artillerie-waarnemer in Fort van Dave. Het fort viel snel in handen van de vijand. Maar Benjamin ontsnapt, gaat in burgerkledij terug naar zijn woonplaats Dinant waar hij ontdekt dat 4 leden van zijn familie, waaronder zijn moeder, door de Duitsers zijn doodgeschoten tijdens de bloedbaden op 23 augustus 1914 te Dinant. Benjamin besluit daarom naar Nederland te gaan en van daaruit door naar Engeland om zich vervolgens aan te sluiten bij de “13th Belgian Field Artillary”. Hij keert terug naar België, neemt langdurig deel aan de slag bij Ieper.  Zijn oudere broer, Eugène, was na zijn studie aan de Atheneum van Dinant accountant geworden in Huy. Deze meldde zich aan als vrijwilliger bij de oorlog en werd gedood bij de slag om de IJser. Toen hij terugkeerde van de oorlog in Anseremme, was Benjamin de enig overgebleven telg van zijn familie. Hij werd hierop opgenomen door de familie Fabry van het Hôtel de la Gare. Hij besloot weer te gaan koersen.

Tour de France 1921 12e etappe Genève – Straatsburg, 371 km

We zijn ongeveer twintig kilometer van de finish als we in onze volgwagen een dorp doorkruisen, kort na Schlestadt. Er heeft zich net een val voorgedaan in het peloton … we hoorden de krijsende remmen. We komen aan bij het toneel van de valpartij, de mensen wijken naar achteren. Eén renner blijft achter, zijn dij en linker elleboog diep geschaafd … het is de jonge Belg Benjamin Javaux

Benjamin Javaux aan de finish te Straatsburg, 12e etappe, Tour de France 1921, Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

In een reflex pakt hij zijn fiets, maar realiseert zich onmiddellijk dat er iets mis is met zijn koersmachine, een buis van het frame is gebroken en de voorvork is verbogen. Doorgaan is niet mogelijk, hij heeft een andere fiets nodig heeft en vraagt aan alle omstanders om hulp. Een fiets! Javaux wil koste wat kost de etappe én de Tour voltooien. Hij weet ook, het is namelijk een van de wedstrijdreglementen in de Tour, dat hij met dezelfde fiets waarmee hij is gestart, ook de finishlijn moet overschrijden. Dat de fietsen van de arriveerde renners door de Tour organisatie zouden worden gecontroleerd dat stond vast

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Hij heeft tranende ogen, verdrietig loopt hij verder met zijn kapotte fiets, hij zoekt mensen die hem kunnen helpen Straatsburg te bereiken, er is nog slechts zo’n twintig kilometer te gaan. Zijn verwondingen aan zijn dij, zijn gescheurde korte broek, hij heeft er geen oog voor, het maakt hem niet uit. Hij bloedt, het bloed vermengt zich met de schaamte en het stof van de weg. We zijn getuige van een tafereel, het zielige beeld van deze radeloze, gewonde coureur, die aan zichzelf is overgelaten, aan de rand van een onbekende weg, die hem in verlegenheid brengt. Zijn blik verraad de ellende waarin hij verkeerd. Hij wordt achtervolgd door het afschuwelijke spook van verlatenheid nu het peloton al ver weg is, de laatste officials zijn reeds gepasseerd. Net nu, als het moeilijkste deel van de Tour achter de rug lijkt, met Parijs in zicht.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Maar plots komt een jonge man, zijn fiets voortduwend, uit de dubbele rij toeschouwers: “Hier, mijnheer,” zei hij, zijn fiets aanbiedend. Ik kom hem straks wel ophalen in Straatsburg, veel geluk !! Javaux stond verbluft, hij kon het niet geloven, beseft plots dat hij in staat zal zijn om zijn weg, de etappe en de Tour te vervolgen, het is een geschenk uit de hemel. Het moment is een aangrijpend moment, ook de jongen die Javaux uit de brand hielp zal zich zijn dankzeggingen vast nog lang herinneren. Javaux had al de tas van zijn fiets geopend en nam een sleutel waarmee hij het zadel van zijn vervangende fiets snel op hoogte zette. Vervolgens nam hij met een grote zwaai de zware last, van zijn gebroken fiets, op zijn schouders. Met een brede glimlach voor degenen die hem hielpen ging hij weer op pad en zijn eerste pedaalslagen ontketenden een applaus.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

De bestuurder van onze auto heeft net de motor opnieuw opgestart, mijn keuze is snel gemaakt: we gaan niet achter het peloton aan om getuige te zijn van de aankomst  maar blijven Jarvaux volgen. Als deze man er in slaagt, deze moedige coureur, om de finish te bereiken, dan zal hij de held van de dag zijn! Het is daarom dat we hem moeten volgen, zodat hij zich minder alleen voelt in zijn worsteling, nu de menigte langs de weg beetje bij beetje achterwege blijft. Logies want ze zullen denken dat de laatste renners al wel voorbij zullen zijn. Ondanks de vermoeidheid, de moeite om goed in lijn te blijven met die fiets die op de schouders hangt, houdt rugnummer 174, Benjamin Jarvaux, een uitstekend tempo. Van tijd tot tijd moet hij zijn stuur met de rechterhand loslaten om het frame dat om zijn nek knelt een beetje op te wippen. We hebben nu Benfeld bereikt, het nemen van de hoofdstraat, kasseien, is een echte beproeving voor de man die voor ons op zijn leenmachine voort koerst. Het publiek is verbijsterd, men moedigt hem aan, juicht hem toe.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Bij het uitrijden van de stad gaan we naast Jarvaux rijden, het is onze beurt om hem aan te moedigen, mede ook omdat zijn tempo sterk is afgenomen. Op zo’n 5 kilometer van de arrivé rijden we langs hem, “we wachten op je bij de finish … Bravo!” Ondanks dat hij, zichtbaar, behoorlijk afziet slaagt Javaux er nog steeds in om ons een glimlach toe te werpen! Straatsburg, het is niet meer ver. Nog slechts een paar nare gaten in de weg moet hij vermijden om zijn beproeving niet nog meer te verergeren. En dan is het tijd voor de verlossing! We haasten ons naar de finishlijn om de jury te waarschuwen dat rugnummer “174” niet heeft opgegeven, dat deze elk moment en zeker nog op tijd zal aankomen. En nu stijgt een geroezemoes op in de menigte op, die nu rondwandelt op de plaatsen waar de aankomst eerder werd betwist. Daar, in de richting van de fluiten die we horen, zien we een fiets verschijnen. Het is “zijn fiets”, deze lijkt te glijden over de hoofden van de menigte. Het is Javaux die arriveert, voorafgegaan door gendarmes die voor hem uit rennen om de weg naar de finish voor hem vrij te maken. Benjamin Javaux is aan het einde van zijn latijn. Hij leverde een fantastische maar pijnlijke prestatie en wordt spontaan toegejuicht door de toeschouwers die hun ogen niet kunnen geloven!

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Ik zie hem afstappen, de finishlijn uiteindelijk overschreden, die kerel van een man, verwoest door vermoeidheid, met pijn in zijn schouder en nek die lijkt in brand te staan. Ik denk terug aan Eugène Christophe die zijn gebroken vork repareert in die oude smidse in het dal van een vallei in de Pyreneeën en ik zeg tegen mezelf dat het deze mannen zijn, die met hun acties en hun vastberadenheid, die de legende van de Tour de France gemaakt hebben.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Met een leenfiets, met op zijn rug zijn kapotte koersvelo, eindigt Benjamin in zijn eentje deze etappe zelfs nog op een schitterende 12e plaats op 29 minuut, 12 seconden van de winnaar, de Franse Honoré Barthélémy die de rit beëindigd na 15 uur, 37 minuten op het zadel te hebben gezeten. De  tragische gebeurtenissen die Benjamin tijdens zijn jeugd had meegemaakt hadden beslist hun invloed op de enorme wilskracht die deze coureur ten toon spreiden om een ​​evenement af te sluiten dat zo prestigieus was als de Tour de France, terwijl hij nog geen middelen had om door te gaan de professionele wielercarrière die hij had gekozen.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

In Parijs, aan het einde van de Ronde van Frankrijk, eindigt Benjamin op de 21e plaats op 25 uur, 25 minuten van de winnaar, een andere Belg, Léon Scieur. In het eindklassement van de geïsoleerde renners, tot welke categorie hij feitelijk behoorde, eindigde hij op de 12e plaats. Winnaar van de Tour de France in deze categorie is de Tongenaar Victor Lenaers

Victor Lenaers, de Limburgse winnaar van het eindklassement in de categorie geïsoleerde renners 1921

Bij de terugkeer van zijn schitterende Tour de France werd Benjamin gevierd door de stad Dinant. Nadat hij daar uit de trein stapte, werd hij per koets naar het stadhuis gebracht waar hij een mooi cadeau aangeboden kreeg ter herinnering aan zijn geleverde prestaties in de voorbije Tour, een 18-karaats gouden zakhorloge.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

rituitslag:
1. Honoré Barthélemy: 15hr 7min 53sec
2. Hector Heusghem z.t.
3. Léon Scieur z.t.
4. Jean Belvaux @ 27min 33sec
5. Luigi Lucotti z.t.
6. Louis Mottiat z.t.
7. Félix Sellier z.t.
8. Eugène Dhers z.t.
9. Hector Tiberghien z.t.
10.Léon Despontin z.t.
12. Benjamin Javaux @ 29min 12sec

algemeen classement na de 12e etappe:
1. Léon Scieur: 177hr 47min 35sec
2. Hector Heusghem @ 21min 47sec
3. Honoré Barthélemy @ 1hr 58min 35sec

L’Auto 31 juillet 1921