1924-08-02 Parijs, Wereldkampioenschap op de weg voor amateurs

Parijs 1924, het wereldkampioenschap op de weg voor amateurs

De wereldkampioenschap op de weg voor beroepsrenners werd voor het eerst georganiseerd in 1927, sinds 1921 werden er echter wel al wegkampioenschappen om de wereldtitel gehouden voor amateurs. In 1924 vond dit WK plaats op 2 augustus te Parijs.
De wedstrijd was 180 kilometer lang en ging voor een groot gedeelte over grindwegen, zodat er zeer veel lekke banden waren. 
De Nederlander Jan Maas reed bijvoorbeeld 7 maal lek; hij eindigde op de twintigste plaats op bijna 47 minuten van de winnaar. De Belg Henri Hoevenaers moest door herhaaldelijke bandenpech opgeven.

We lezen het dagblad “Het vaderland” van 4 augustus 1924:

Heden volgden wij het Wereldkampioenschap voor amateurs op den weg, waaraan 30 renners van 9 nationaliteiten deelnamen, nl. de Franschen Leducq, Blanchonnet, Wambst en Hamel, de Belgen Hoevenaars, de Cat, van den Bosch en Saive, de Zwitsers Antenen, Blattman, Lauppi en Lehner, de Engelsen Hunter, Marsh, Pilcher en Wilson, de Denen Henry Hensen en J. Johansen, de Italianen Bresciani, Ferrario, Magnotti en Piemontesi, de Polen Bochsman, Krzeninski, Garley en Muller en onze Nederlandse amateurs Jan Maas, Cees Heeren, Daan van Dijk en Nol Muller.

De Nederlandse deelnemers, v.l.n.r: Daan van Dijk, Nol Muller, Cees Heeren en Jan Maas

Zoals vooruit te voorzien was kon op een dusdanig slechten weg, die over minstens 80 km vol met zeer scherp kiezel en vlijmscherpe glasharde stenen lag, van een regelmatig verloop van den wedstrijd geen sprake zijn, Het wordt den Fransen dan ook kwalijk genomen, dat, terwijl zij in de omgeving van Parijs over ten onzent ongekend mooie wegen beschikken, voor een wereldkampioenschap een zoo treurig traject hebben uitgekozen. Het zijn niet alleen de “kwaaddenkendsten”, die enig opzet hier achter zoeken.

Versailles (Yvelines), de start

Onze gedelegeerde, de heer Hoornberg, heeft, nadat onze jongens bij een proefrit 14 lekke banden kregen, tevergeefs getracht het parcours gewijzigd te Krijgen. Ditmaal heeft Jan Maas alleen 7, Heeren 5, van Dijk 4 en Muller eveneens 4 banden stuk gereden. Aan de nodige zorgen voor banden materiaal heelt het niet ontbroken; verschillende fabrikaten, als Pouchois, Wolber, Hutchison, Tabucchi, zelfs Vredestein’s Browns zijn beproefd en al deze soorten zijn in den wedstrijd dooreen gereden. Niets bleek tegen de scherpe stenen bestand.

te Chartres, op kop Blanchonnet

Onze jongens hadden ook wel bijzonder pech. Het is een ieder onbegrijpelijk hoe het équipe der Fransen er door kwam met resp. 0, 1, 2 en 2 banddefecten, tesamen dus niet eens ’t aantal, hetwelk Jan Maas alleen had. Ook de Belgen verloren hun besten man Hoevenaars door aanhoudende bandenpech. Zou een wereld Kampioenschap in Nederland een dergelijk verloop hebben, dan zouden zekerde leidende mannen in de wielersport zich schamen. De Fransen verheugen zich in het succes van hun mannen. Wij hebben respect voor liet kunnen dezer renners en geloven, dat ook bij een uiterst regelmatig verloop zij van de anderen de meerderen hadden kunnen zijn, des te meer echter betreuren wij het, dat die flinke renners een zoo onwaardige overwinning hebben behaald.

te Chartres, het 2e peloton aangevoerd door Otto Lehner

Het is onmogelijk bij een groten wedstrijd een overzicht over het gehele verloop te geven. Wij waren gezeten in een auto, welke bij den staart diende te blijven en behielden dus een juist overzicht van de achterblijvers en pechvogels. Reeds na 1 km moest een Deen loslaten, hij geraakte 100 meter achter, doch wist weer bij het peloton te komen. Dan zien we den Pool Krzeninski afzakken en merken op dat hij op een baanfiets met wegwielen en zonder remmen rijdt. Een gevaarlijke onderneming over het bergachtige traject. Hij bleef achter en wij zagen hem niet meer terug. Zijn landgenoot Bochsman kan dan het tempo niet volgen en geraakt achter. Plotseling zien wij Maas alleen voor ons, hij vertelde te zijn gevallen en daardoor losgeraakt. Maar jakkert wat hij kan en komt weer bij het hoofdpeloton. De Pool Muller, die ook was losgeraakt, trachtte met Maas mede te komen, doch kon zijn wiel niet houden; hij bleef achter en wij hébben hem niet meer terug gezien.

te Houdan, de kopgroep

Dan staan wij voor Skoeld, de bekende Zweed, die in 1921 het wereldkampioenschap won. Hij staat huilend van spijt bij zijn rijwiel, waarvan onder het rijden door de onderbuis van het frame, bij het balhoofd door midden was gebroken. De jongen viel gelukkig zonder zich te bezeren. Wij namen hem met zijn rijwiel, dat netjes in tweeën werd gebroken op en hebben hem tot het einde bij ons gehad. Nog vóór er 40 km zijn gereden, zijn reeds een 8-tal renners uit het hoofdpeloton achter gebleven, terwijl de Fransen Hamel en Leducq met den Belg Hoevenaars een voorsprong van ongeveer 500 meter hebben genomen. Achteraan het hoofdpeloton zit op enige minuten een groep van 2 Engelsen, een Deen, een Italiaan en een Zweed. Maas is de eerste die een lekke band krijgt en wij geloven, dat hij er ook de meeste van alle deelnemers hoeft gekregen, juist voor Houdan (op 42 km) staat hij te verwisselen.

Onze jongens hadden ook wel bijzonder pech. Het is een ieder onbegrijpelijk hoe het équipe der Fransen er door kwam met resp. 0, 1, 2 en 2 banddefecten, tesamen dus niet eens ’t aantal van 7 maal, hetwelk Jan Maas alleen al had. Hier zien we Jan Maas de zoveelste lekke band repareren.

Wij zien dan respectievelijk door bandenpech achterblijven de beide Denen, Heeren, de Belg Saive, Maas, die met den Pool Bochsman aan komt zetten, haalt de Deen Johanssen in, ziet dan Heeren in nood, houdt een beetje in en als Heeren zich bij hem aansluit, gaat het full speed verder. De Belg Saive zit er 200 M. achter en kan niet bijkomen. Wij verwachten, dat het onzen landgenoten zal gelukken het hoofdpeloton nog te halen, ondanks het scherpe tempo, dat er daar ingehouden wordt. De Zweed Frimodig wordt ingehaald en met 5 man gaat de jacht verder.

te Versailles, de Zwitser Otto Lehner

Bij de  vliegende controle te Dreux komt de Belg bij hen en vertrekt van daar zelfs voor hen. In suizende vaart gaat het dan weer voort. Na Dreux ontmoeten wij den Engelsman Munter die opgeeft en de Zwitser Blattman, die op zijn gemak terug peddelt. Niet lang daarna is Maas weer slachtoffer, dan Heeren en Saive. Wij wachten en volgen de laatste. Weer vooruitkomende zien wij Saive heel kameraadschappelijk voor de Italiaan Magnotti, die banddefect heeft, zijn pomp lenen, zelfs een paar slagen mede pompen. Hij springt weer op en vertrekt 100 meter voor de Italiaan. Wij vinden dan ook Blattman weer met een lekken band, kort vóór hem Maas en Heeren met Johanssen daarvoor de Zwitser Lauppi. Zo wordt Chateau Neuf, de eerste vaste controle, op 75 km van de start, bereikt. Wij vernemen daar, dat de Fransman Hamel aan het hoofd zit, daarachter Leducq met Hoevenaars op een halve minuut, dan een 2e peloton een minuut later, waarin onze Muller, een derde peloton op 5 minuten achter hen, een peloton waarin van Dijk, die ook al had moeten verwisselen.

te Chartres, alleen op kop de Fransman René Hamel

Van Chateau Neuf af begon de erbarmelijk slechte weg. Het eerst zien we alweer Maas sukkelen, daarna is er geen bijhouden meer aan. Maas en Heeren moeten vrij aardig om beurten van band verwisselen. In Chartres vernemen wij, dat Hoevenaars ook al door defecten veel is achter geraakt en dat Hamel, Leducq en kort daarachter Blanchonnet aan het hoofd gaan. Wij komen dan eindelijk weer eens bij van Dijk, die met de Fransman Wambst samenzit: beiden zijn door banddefecten achter geraakt.

Vlak voor de finish, Leducq lost Blanchonnet

Als wij hen hebben laten gaan en op de achtersten wachten, verschijnt het eerst Saive, die ons beduidt reeds 5 lekke banden te hebben gehad. Bij de tweede vaste controle te Ably vernemen wij, dat Muller en van Dijk pech hebben gehad en tezamen zijn gekomen; zij hadden daar 18 minuten achterstand op de leider Leducq. Wij nemen dan den Fransman Hamel met defect voorwiel op; hij moet de strijd staken; even later ook de Zweed Svensson. Wij zullen niet verder gaan met het eindeloze relaas van pech en nog slechts de uitslag vermelden.

De finish van de nieuwe wereldkampioen op de weg 1924: André Leducq
  1. André Leducq (Fransman) 5 u. 30 min. 34 4/5 sec.
  2. Otto Lehner (Zwitser) 5 u. 31 min. 36 3/5 sec.
  3. Armand Blanchonnet (Franschman) 5u. 34 min. 27 sec.
  4. Libero Ferrario (Italiaan)
  5. Georges Wambst (Franschman)
  6. Georges Antenen (Zwitser)
  7. Arturo Bresciani (Italiaan)
  8. Alfons de Cat
  9. v. d. Bosch
  10. Pilcher
  11. Piemontesi
  12. Bohlin
  13. Wilson
  14. j. G. van Dijk 6 u. 2 min. 15 sec.
  15. Magnotti
  16. Lauppi
  17. Johanssen
  18. Hansen
  19. Bochsman
  20. Jan Maas 6 u. 17 min. 10 sec.
  21. Cees Heeren 6u. 17 mm. 52 sec.
Links Otto Lehner 2e, rechts André Leducq 1e
Links Armand Blanchonnet 3e, rechts André Leducq in zijn verworven regenboogtrui
Libero Ferrario, de regerend wereldkampioen van 1923 bezette nu de 4e plaats

In de landenclassificatie is Frankrijk eerste, Italië tweede, Zwitserland derde en Nederland vierde. Er namen tien naties deel.

Limburgsch Dagblad 4 augustus 1924
Het Vaderland 4 augustus 1924

 

1962-07-15 Tour de l’Avenir ’62

Tour de l’Avenir 1962

Ploegleider Sjef Janssen, wiens tweede Kleine Tour dit was, nadat hij zelf een aantal jaren aan de Grote Tour als renner had deelgenomen, had zich na de ervaringen van het vorig jaar tot doel gesteld te proberen de ploegprijs te pakken te krijgen.

Hij slaagde hierin met vlag en wimpel, het ploegenklassement was prooi voor de Nederlandse equipe. Meer nog, na 8 dagen waren er reeds 6 etappezeges voor de Nederlanders ( drie voor Jan Janssen en een ritzege voor Jan Hugens,  Lex van Kreuningen en Leo Knops) te noteren en waren er die Oranjemannen. Janssen, Hugens en Nijdam, reeds drager van de gele trui geweest. De volgers waren stom verbaast.

In het krantenverslag van de negende etappe staat te lezen:

….de volgers wreven hun ogen uit van verbazing, controleerden voor alle zekerheid nog even de opgegeven rugnummers, maar het was inderdaad waar: in de kopgroep van elf, was de Nederlandse equipe niet vertegenwoordigd!?

Uiteindelijk wist de Nederlandse equipe de schade in deze etappe nog te beperken, maar in het verder verloop van de Kleine Tour kon de eindzege van de Ronde niet veilig gesteld worden. Het was Jan Hugens die met zijn zege in de 13e etappe het totaal aantal ritzeges op 7 bracht, de helft van het totaal aantal van 14 etappes, een prestatie die ook nu nog vaak aangehaald wordt, in ieder geval voor mij reden het www op beschikbare items over de 2e uitgave van de “Ronde van de Toekomst” af te struinen op krantenknipsels en beelden, onderstaand de gevonden resultaten op een rijtje.

Voor elke etappe is telkens op een aparte pagina een verslag met foto’s gemaakt. Deze zijn te bekijken door op de betreffende link te klikken die bij elk van de onderstaande etappes is voorzien, veel leesplezier…

Peter Knops, 8 december 2017

Limburgs Dagblad 12 februari 1962
Limburgs Dagblad 11 april 1962
Limburgs Dagblad 16 mei 1962
Olympia's Tour: 7-daags wieleravontuur geldt tevens als selectie voor Tour de l'Avenir
Limburgs Dagblad 24 mei 1962

Limburgs Dagblad 28 juni 1962
De Telegraaf 2 juli 1962
Ploegleider Sjef Janssen
Het vrije Volk 2 juli 1962
Der waarheid 2 juli 1962
Henk Nijdam, wereldkampioen achtervolging Kopman van Nederlandse ploeg
Podium van de voorbije “vredeskoers” links favoriet Henk Nijdam
Geen Sovjet ploeg in de Toekomstronde 1962 Miroir du Cyclisme 1962-19
1962: Tweede uitgave van de Tour de l’Avenir, 136 deelnemers Miroir du Cyclisme 1962-19
1962-07-02 – Miroir Sprint – 839

1e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 44

1962-07-06 – Miroir Sprint – 839B – 30
klik en ga naar het verslag van de 1e etappe

2e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 44 2

1962-07-06 – Miroir Sprint – 839B – 30
klik en ga naar het verslag van de 2e etappe

3e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 52

1962-07-06 – Miroir des Sports – 917 – 30
Gele trui voor Henk Nijdam, regerend wereldkampioen achtervolging
klik en ga naar het verslag van de 3e etappe

4e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 52

1962-07-06 – Miroir des Sports – 917 – 29

klik en ga naar het verslag van de 4e etappe

5e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 52

klik en ga naar het verslag van de 5e etappe

6e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 54
Het vrije Volk 9 juli 1962
1962-07-09 – Miroir Sprint – 840A – 29 1
Lex van kreuningen
klik en ga naar het verslag van de 6e en 7e etappe

7e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 54

1962-07-09 – Miroir Sprint – 840A – 29
1962 Jan Janssen

8e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 54

Leo Knops wint de 9e etappe te Aix-en-Provence
Leo Knops
klik en ga naar het verslag van de 8e etappe

9e etappe

1962-07-12 – Miroir Sprint – 840B

1962-07-12 – Miroir Sprint – 840B – 27
Limburgs Dagblad 11 juli 1962
Henk Nijdam redde geel
klik en ga naar het verslag van de 9e etappe

10e etappe

1962-07-12 – Miroir Sprint – 840B

1962 – L’Histoire du Tour – 58
1962-07-12 – Miroir des Sports – 919 – 28
klik en ga naar het verslag van de 10e etappe

11e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 60

1962-07-16 – Miroir des Sports – 841 – 26
klik en ga naar het verslag van de 11e etappe

12e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 60

1962-07-16 – Miroir des Sports – 920 – 30
klik en ga naar het verslag van de 12e etappe

13e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 60 3

1962-07-16 – Miroir des Sports – 841 – 26
Jan Hugens, Jef Janssen en Jan Hugens
klik en ga naar het verslag van de 13 en 14e etappe

14e etappe

1962 – Miroir du Cyclisme – 21 – 60
Het vrije volk 16 juli 1971
1962-07-16 – Miroir des Sports – 841 – 29 1
1962-07-16 – Miroir des Sports – 841 – 29
1962 – L’Histoire du Tour – 60

Het vrije volk 16 juli 1971
Auto van ploegleider Sjef Janssen liep averij op.
Limburgse Tourrenners strandden in Frankrijk.
Limburgs Dagblad 17 juli 1962
Weinig belangstelling voor huldiging in Amsterdam

Het is de Limburgse vertegenwoordigers in de Tour de l’Avenir na de aankomst van deze Tour in Parijs niet voor de wind gegaan. Ploegleider Sjefke Janssen, mecanicien Jan Willemse, Jan Hugens en Leo Knops overnachtten van zondag op maandag in de Franse hoofdstad. Zij deden zulks om in de vroege ochtenduren van maandag in het Parc des Princes het materiaal op te halen.

Om zeven uur in de ochtend vervoegden zij zich aan de poorten van het Parc, doch deze bleken gesloten. Zij gingen eerst tegen negenen open. Na het materiaal opgeladen te hebben spoedde zich het viertal in hun wagens naar Limburg. In de Franse plaats Rocroi kwam de auto van Sjef Janssen echter in botsing en bleek volkomen onklaar te zijn. Door dit accident liep het gezelschap veel vertraging op. Er werd daarom besloten dat Willemsen en Leo Knops van Rocroi uit meteen naar Amsterdam zouden rijden waar in de avonduren een huldiging van de ploeg in het Olympisch Stadion te wachten stond.

Sjef Janssen en Jan Hugens bleven bij de kapotte auto in Rocroi en belden naar Limburg met het verzoek een wagen te sturen om hen op te halen. Maandagavond om half zes vertrok ijlings een Limburgse supporter naar Frankrijk om de twee gestrande Limburgers op te halen. Verwacht werd dat zij in de nacht van maandag op dinsdag in Limburg zouden arriveren.

De huldiging in Amsterdam waarheen de overige leden van de ploeg reeds zondagavond waren vertrokken, is geen succes geworden. Amper duizend toeschouwers gaven van hun aanwezigheid blijk. Directeur Dick Bessem van het Olympisch Stadion en dr. van Dijk namens de KNWU huldigden de jongens voor hun prestaties waarna men de gebruikelijke ereronde met bloemen en fanfares in het stadion maakte.

De ploeg reed vervolgens een wedstrijd over 5 km met vijf klassementen. Aan deze wedstrijd deed Jan Janssen, die geplaagd wordt door een steenpuist, niet mee. Henk Nijdam won alle vijf klassementen en daarmee de wedstrijd. De uitslag luidde: 1 Henk Nijdam 30 punten; 2 Lex van Kreuningen 17 punten; 3 Kees de Jongh 16 punten; 4 Leo Knops 14 punten; 5 Miel Verstraete 13 punten.

Zoals reeds gemeld wordt Jan Hugens heden, dinsdagavond, in Amstenrade door B en W en zijn supporters gehuldigd.

Ongetwijfeld zullen er in Amstenrade heel wat meer wieler-enthousiasten op de been zijn dan in Amsterdam. Verwacht wordt dat wieler-minnend Amstenrade zal vlaggen, teneinde op deze manier blijk te geven van het medeleven van de bevolking met de prachtige prestaties van de Nederlandse ploeg en in het bijzonder natuurlijk met de prestaties van plaatsgenoot Jan Hugens.

Spontane ontvangst van Jan Hugens in Amstenrade
Limburgs Dagblad 18 juli 1962
Limburgs Dagblad 18 juli 1962
Na weken van keiharde wielersport.
Limburgers keerden terug uit Tour de l’Avenir.
Limburgs Dagblad 19 juli 1962
Alle verwachtingen ver overtroffen
De Limburgse „moot" van de Nederlandse Tour de l'Avenir ploeg, ploegleider Jef Janssen, mecanicien Jan Willemsen en de beide renners Jan Hugens en Leo Knops, zijn weer thuis. Willemsen en Knops kwamen terug via Amsterdam, Janssen en Hugens, via autopech ergens in Noord- Frankrijk, arriveerden in de nacht van maandag op dinsdag in hun respectievelijke haardsteden. Gevieren sliepen zij dinsdag een flink stuk in de dag, waarna zij zich weer in slagorde moesten stellen voor interviews en huldigingen, die nu eenmaal bij zo iets horen als het zout in de soep.

Heerlijk bruin verbrand, stuk voor stuk iets vermagerd, maar tevreden, uiterst tevreden over alles wat daar in “la douce France” bereikt werd, zijn onze Limburgse vertegenwoordigers alle vier. Ploegleider Jef Janssen had wel het een en ander verwacht van zijn ploeg, die hij uitstekend voorbereidde, maar dat er zeven ritten gewonnen zouden worden, eveneens zeven dagen een zijner renners de gele trui zou dragen en zesmaal het dagploegenklassement veroverd zou worden met het eindploegenklassement als klap op de vuurpijl, neen dat had al zijn verwachtingen overtroffen. „We hadden een fijne ploeg, allemaal kameraden en het had nog beter gekund als Jan Janssen niet tijdens de laatste ritten ziek was geworden ten gevolge van een pijnlijk abces en Jan Hugens iets meer geluk had gehad in de bergritten”, aldus de sympathieke Elsloose rijwielhandelaar, 43 jaar oud en een wielersportstrateeg van het eerste plan. De sterke Jan Hugens, die twee ritten won, waaronder de tijdrit, achtste in het eindklassement werd én drie dagen met de gele leiderstrui reed deelt deze tevredenheid van zijn ploegleider. „We hebben uitstekend verdiend en als ik ook maar een heel klein beetje meer geluk had gehad, dan zou ik zeker derde geworden zijn in het eindklassement”. Hugens vertelde ons, dat hij in een der bergritten liefst twaalf minuten verloor door twee lekke banden en een val en is al lang weer vergeten, dat hij door zijn eigen ploegmaten de leiding verspeelde. Iets dat hij, toen het gebeurde, niet leuk vond, want hij had toch o zo graag nog enkele ritten in de „maillot jaune” willen blijven rijden met de stille hoop ermee de ereronde in het Parc des Princes te kunnen rijden. Hugens begrijpt nu dat dit toch niet gelukt was, ook al had zijn ploegleider het anders gespeeld. Ook de robuuste Leo Knops is bijzonder tevreden over wat hij bereikte. Vijftiende in het eindklassement en een etappe overwinning, hij had er wel van gedroomd, maar echt verwacht toch niet, temeer omdat hij vanaf de eerste dag helpersdiensten moest verrichten voor Janssen, Nijdam en Hugens, die beurtelings in de gele trui reden. De Bocholtzenaar, die verleden jaar nog amateur was, is dan ook een gelukkige mens. Hij bereikte door intensieve voorbereiding en training een zijner idealen.

Tenslotte nog iets over Jan Willemsen, de fietsende mecanicien uit Nuth. Maar al te veel wordt het werk van de mecaniciens en soigneurs over het hoofd gezien. Alleen insiders weten hoe belangrijk hun werkzaamheden zijn en dat meestal het succes van de ploeg en haar renners ermee staat of valt. Willemsen heeft daarom eveneens recht op een deel der successen. Dag en nacht heeft hij tijdens de Tour de l'Avenir gewerkt. De renners zijn stuk voor stuk vol lof over hem, die het mogelijk nog lastiger gehad heeft dan zij zelf. Want tijdens de ritten moet hij steeds aandachtig het wedstrijdverloop volgen, om bij pech de handen uit de mouwen te steken. Na de aankomsten begint het tweede deel van Willemsen's dagtaak. Het gehele materiaal en reservemateriaal dient geheel nagekeken te worden, een werk dat uren in beslag neemt. Ook voor Jan Willemsen dus onze pet af.

Terugblik van Ruud de Grood op Kleine Tour
Limburgs Dagblad 20 juli 1962
Ploegleider SJEF JANSSEN liet Nijdam te grote voorsprong toe.
Jan Hugens en Janssen leden daardoor te veel schade.
Amsterdam heeft een grote Nederlandse ploeg gehuldigd! De zeven Nederlanders die de Kleine Ronde van Frankrijk vrijwel van het begin tot het einde beheerst hebben, waren deze huldiging waardiger dan veel van de beroepsrenners, die in de afgelopen jaren dezelfde onderscheiding ontvingen. Hetzelfde kan van hun ploegleider, Jef Janssen, gezegd worden. Als  ik in Amsterdam was geweest, dan zou ik om het hardst geapplaudisseerd hebben, omdat ik gedeeltelijk getuige ben geweest van hun prestaties, van hun moeilijkheden, van hun lijden, maar vooral van de verbetenheid waarmee zij zich geheel hebben opgeofferd om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen. En het was lang, heel lang geleden dat ik op de route van de Ronde van Frankrijk een dergelijke houding van Nederlandse renners had gezien...

Deze uitbundige lof, die ik de zeven renners en hun ploegleider hierbij toezwaai en die uit de volheid van mijn hart komt, mag mij evenwel niet beletten om enkele opmerkingen te maken over en kritiek uit te oefenen op de wijze waarop deze Nederlandse ploeg deze wedstrijd gereden heeft en daardoor de grootste overwinning die deze ploeg kon behalen — een eerste plaats in het individuele klassement — grandioos heeft gemist. Laat ik voorop stellen dat ik deze kritiek niet lever, omdat er nu eenmaal kritiek moet zijn of omdat deze bezigheid nu eenmaal in onze vaderlandse aard ligt, maar in de eerste plaats tot lering bij volgende voorkomende soortgelijke gebeurtenissen; in de tweede plaats omdat — en niemand, die de Kleine Tour van het begin tot het einde heeft gevolgd, zal dit kunnen ontkennen — deze individuele overwinning zo gemakkelijk behaald had kunnen worden.

Daarom wil ik even teruggaan tot de start van deze Ronde van de Toekomst. Ploegleider Janssen, wiens tweede Kleine Tour dit was, nadat hij zelf een aantal jaren aan de Grote Tour als renner had deelgenomen, had zich na de ervaringen van het vorig jaar tot doel gesteld te proberen de ploegprijs te pakken te krijgen. Een uitermate verstandig besluit; men moet nu eenmaal in een dergelijk avontuur niet te hoog grijpen, vooral als men de krachtsverhoudingen in het veld niet kent. Daarom moet het voor hem een uitermate grote voldoening zijn geweest te zien, hoe deze ploeg te Bordeaux en Bayonne de dagelijkse ploegprijs won en daarmee een voorsprong van 2-0 op het gehele veld nam. Te Pau veroverde Nijdam de gele trui, die hij in de Pyreneeën-etappe weer verloor, ondanks 'n overwinning van Janssen, en daags daarna, in een tijdrit te St. Girons won Hugens, veroverde tegelijk de gele trui en won Nederland de derde maal de ploegprijs.

Er waren toen vijf etappes gereden en Janssen had dus voldoende ervaring met zijn ploeg op gedaan om zijn oorspronkelijke strijdplan aan de praktijk te kunnen toetsen. Ik meen dat hij hier zijn eerste fout maakte door dit niet te doen en zo hij het al deed, daaruit niet de noodzakelijke consequenties te trekken. Wat was op dat ogenblik zijn balans? Aan de positieve kant stond, dat deze Nederlandse ploeg met dit rennersveld kon doen en laten wat zij wilde. Verder dat de ploeg een sprinter van het grootste formaat, Janssen, bezat, die elke etappe, waarin zich vrijwel het gehele peloton aan de eindstreep presenteerde, kon winnen. In de derde plaats, dat de ploeg twee jongens, Janssen en Hugens, rijk was die redelijk klommen en die, gezien de weinige bergen die er verder in de Tour nog voorkwamen, niet veel op de specifieke klimmers behoefden te verliezen. In de vierde plaats dat de ploeg als zodanig een goed geheel vormde, zonder openlijke tegenstellingen. Aan de negatieve zijde behoefde hij slechts twee punten te noteren:
1. Nijdam, die zich dicht in de buurt van de gele trui bevond, kon geen bergen opkomen, zoals de Pyreneeën geleerd hadden
2. Met uitzondering van Janssen, Hugens en Nijdam waren de andere jongens slechts goede helpers, doch geen favorieten
Persoonlijk prefereerde ik echter dit laatste punt aan de positieve kant, als aansluiting op het vierde positieve punt, te plaatsen. Welke conclusies leverde deze balans op? 

In de eerste plaats, dat deze Nederlandse ploeg zich geen enkele zorg behoefde te maken over het winnen van de ploegprijs in Parijs. Met de gele trui in handen behoefde men bij voorkomende aanvallen slechts voldoende Nederlanders mee te sturen om, bij wijze van spreken, elke dag de ploegprijs te kunnen winnen. In de tweede plaats, dat er twee jongens Janssen en Hugens, uitermate gunstig geplaatst waren om deze Tour te winnen doch dat, om dit te bereiken, Jansen in het algemeen klassement nog iets naar voren, diende te worden gebracht, ten koste van Nijdam, die met de Alpen nog voor de boeg volkomen kansloos was voor de overwinning. De enige tactiek die zich op dat ogenblik als het ware opdrong, was de dubbele troefkaart Hugens-Janssen te spelen, indien de aanvallen te zwaar werden, de wacht van hem kon overnemen. Desnoods kon Nijdam voorlopig in reserve worden gehouden. Het leek mij kinderspel toe om, gezien de magistrale kracht van deze ploeg, een Nederlander als winnaar in Parijs terug te brengen. Wat gebeurde er? Te Carcassonne won Van Kreuningen, maar Hugens bleef in de gele trui. Te Montpellier kwam Jansen door een overwinning inderdaad naar voren, Hugens behield de gele trui en Nederland won opnieuw de ploegprijs. Het spel scheen inderdaad uitstekend gespeeld te worden en ik maakte er me geen enkele zorg over dat Nederland in deze Kleine Tour alles zou winnen wat er te winnen was. De rit naar Aix-en-Provence luidde de catastrofe in. Zeker, Knops won, Nederland haalde zijn vijfde ploegprijs binnen en Nijdam veroverde de gele trui op Hugens. Maar Janssen en Hugens werden naar de achtergrond gereden met zo veel minuten achterstand, dat het de vraag was of zij de trui nog ooit zouden kunnen bemachtigen, terwijl juist Nijdam in deze gele trui, deze onder geen enkele voorwaarde zou kunnen behouden.

Kijk, hier maakte mijns inziens ploegleider Janssen zijn grootste fout. Nooit had hij mogen toestaan dat Nijdam met zijn partners een zo grote voorsprong nam. Ik zeg met opzet niet dat Nijdam niet de gele trui had mogen pakken, maar ploegleider Janssen was op die dag verplicht geweest de schade voor Jan Hugens en Jan Janssen tot een minimum te beperken. Al had hij de gehele rest van de Nederlandse ploeg achter Nijdam moeten aansturen, zoals Anquetil dit deed op de dag dat Geldermans naar de gele trui reed. Zou hij dit hebben gedaan dan zou hij niet alleen drie ijzers in het vuur gehad hebben, maar hij zou tevens hebben voorkomen dat er de volgende dag, op weg naar Antibes, revanchegevoelens in de boezem van de Nederlandse ploeg waren opgekomen, waarvan de toekomstige winnaar van de Tour Gomez del Moral en de tweede aankomende Maino, uitstekend geprofiteerd hebben. De uitslag laat het zien. Na de beide Alpenetappes die Janssen met een verlies van nauwelijks twee minuten op Gomez del Moral was doorgeworsteld, was evenwel nog niet alles verloren. Janssen had toch nog als winnaar uit deze Tour tevoorschijn kunnen komen indien… Nou ja, het gebeurde niet en daarmede had Nederland vermoedelijk zijn grootste en gemakkelijkste kans om een Tour-winnaar te bezitten, al was het maar de kleine Tour, verspeeld.

Hoewel ik het jammer vind wil ik er Jef Janssen geen verwijt van maken, omdat ik weet dat ook het vak van ploegleider geleerd moet worden en hij te weinig kansen heeft gehad om zich hierin te bekwamen.

Wel hou ik staande dat een geroutineerde rot als Pellenaars dit niet overkomen zou zijn, evenmin als Binda, Bidot of Wiegant. Maar zij hebben dan ook een naam hard te zijn voor hun mensen en te veel van hen eisen, ondanks het feit dat zij de enigen zijn die Tour-winnaars tevoorschijn kunnen brengen.
1962-07-16 – Miroir des Sports – 920 – 29

Lezers schrijven: De Tour de Avenir

Limburgs dagblad 26 juli 1962
Als ploegleider van de Nederlandse ploeg in de Tour de l'Avenir ben ik uiterst tevreden over de prestaties van onze jonge wielrenners. Dat een jonge ploeg in een ronde als de Toer van de Toekomst tot dergelijke prestaties zou komen is mijns inziens een unicum voor Nederland en deze prestaties werden zeer zeker door niemand verwacht. Wij kunnen de toekomst beslist met meer vertrouwen tegemoet zien, mits de renners goed voorbereid worden als zij aan dergelijke zware wedstrijden deelnemen.

Het doet mij als ploegleider dan ook een groot genoegen en het verstevigt mijn vertrouwen in de toekomst, dat een journalist als de heer De Groot het de moeite waard vond enige aanwijzingen omtrent het beleid te geven en achteraf te kritiseren. Juist hieruit trek ik de conclusie, dat wij met onze ploeg alle verwachtingen overtroffen hebben. Hadden wij niets gepresteerd, dan waren alle aanwijzingen immers overbodig geweest en waren deze vanzelfsprekend achterwege gebleven. Ik ben het met de heer De Groot geheel eens, dat ieder vak geleerd moet worden en dat routine de beste lering is. Maar ik meen ook, dat de eerste ploegleider nog altijd gevonden moet worden, die vooraf kan bewijzen, dat een Nederlander een dergelijke tour zal winnen en die dan deze bewering ook waar zal maken. Welke ploegleider zou in een dergelijke ronde foutloos handelen? 

De rit van Montpellier naar Aix-en-Provence, waarbij de heer De Groot mijn leiding afkeurt of in twijfel trekt, wil ik gaarne toelichten. Juist in deze etappe ben ik mij van geen regiefouten bewust. De verdediging van de gele trui van Jan Hugens had op dit moment, gezien de nog komende etappes, volgens ,mij weinig zin. Daarom lanceerde ik een aanval van twee Nederlanders, n.l. Knops en Janssen, waarbij zich later Nijdam voegde. Zoals de heer De Groot kan zien, was Janssen er wel degelijk bij omdat ik uit ondervinding van verleden jaar wist, dat Janssen op dat tijdstip nog altijd mijn grootste troef en favoriet voor de eindzege was. Bekijkt u eens de uitslag van deze etappe: 1 Knops 4.39.56: 2 Nijdam 4.40.47; 3 Monty 4.40.47; 4 Janssen 4.40.47. De algemene rangschikking zag er na deze 8e rit als volgt uit: 1 Nijdam; 2 Janssen op 1.18; 3 Carton op 2.58; 4 Hugens op 5.41. Uit deze stand mocht toch zeker geconcludeerd worden dat wij de rangschikking, wat de Nederlander betrof, toch heel zeker hadden verbeterd. 

Dat wij in deze etappe de kans op de eindzege hebben verspeeld, is zeker niet waar. Neen, deze kans verspeelden wij in de volgende etappe. Voor de start wees ik de jongens er herhaaldelijk op, dat het hun taak was bij iedere ontsnappingspoging mee te gaan. Desondanks was er geen Nederlander bij de elf ontsnapten. Om nog enigszins het verlies voor ons goed te kunnen maken moesten de jongens toen gedurende de gehele etappe het tempo in het peloton zo hoog mogelijk opvoeren en dit kostte enorm veel inspanning. In deze rit heeft mijns inziens Janssen de kans op de eindzege verspeeld. 

Hij ondervond in de daarna volgende Alpen-etappe de weerslag van de grote inspanningen van de dag ervoor, want hij kon het tempo van Gomez del Moral niet volgen. Inderdaad is mijn beleid niet foutloos geweest, dat geef ik gaarne toe maar desondanks ben ik er thans nog van overtuigd, dat Janssen deze tour had kunnen winnen als hij niet zeer zwaar gehandicapt was geweest door een grote steenpuist op zijn zitvlak, waardoor hij veel pijn leed, zo erg zelfs, dat hij de laatste drie nachten niet heeft kunnen slapen. Hij, en met hem de gehele ploeg, was gedwongen defensief te gaan rijden in plaats van offensief, om te behouden wat we hadden.

ELSLOO J.JANSSEN