2018-03-18 Kees  Boelhouwers, over zijn kleurrijk wielerverleden

“De Boelhauwer”

…over zijn kleurrijk wielerverleden gesproken

Mia en Kees Boelhouwers

Herinneringen aan Kees Boelhouwers gaan meestal gepaard met een glimlach, wat dan weer duidt op het prettige ervan. “De Boelhauwer “(de Franse pers schreef steevast Caisse Pull-over) zoals hij vroeger genoemd werd was inderdaad een wielrenner die altijd kleur aan een wedstrijd gaf. Kees Boelhouwers,  iemand die ook amusant kon vertellen over het wel en wee van “de wielrenner”, hij is niet meer, zondag 18 maart jl. overleden op 88 jarige leeftijd.

Wijk bij Duurstede, 15 September 1954, met zijn clubmaten aan de start van het Nederlandse Clubkampioenschap op de weg, TWC Maastricht (4e geklasseerd die dag), v.l.n.r: Henk Steevens, Martin van den Borgh, Jan Nolten, Kees Boelhouwers, Flor van der Weyden en Leo Steevens

Hij wist nog exact hoe hij spurters als Rik van Looy en Willy Vannitsen klopte. Hoe hij klom met Jan Nolten. Of hoe Gerrit Voorting hem de overwinning wou verkopen nadat hij van start tot finish aan de leiding was geweest. Elke van zijn overwinningen, o.a. in 22 wilde rondes en 61 bij de amateurs, kon hij nog voor de geest halen, een bijzondere man, de sympathieke Kees

Kees Boelhouwers kon goed spurten, tijdrijden, was een redelijke klimmer maar was bovenal „leep”. Voor vele rijders in de jaren ’47 tot ’57 was Boelhouwers „de gesel” als hij deel uitmaakte van het peloton.

Kees Boelhouwers

Niet alleen van de anderen maar ook van zijn eigen vergde hij enorm veel. Soms klapte hij wegens een verkeerde krachtsdosering vlak voor de finish in elkaar. Na de finish moest hij vaak lang wachten om weer „mens” te worden. De supporters van de andere renners waren dan gauw met hun visie klaar: „Hij is weer gedrogeerd” zoals men dat noemde. “Men heeft mij vaak, uit jaloezie, ten onrechte hiervan beticht. Ik was hard voor mezelf en ging steeds tot het uiterste met de daaraan gekoppelde gevolgen. Natuurlijk heb ik vroeger, net zoals elkeen, wel eens gepakt. Maar niet in die mate als men beweerde. De rijders die na ons zijn gekomen, die hebben veel meer gepakt en dan ook nog bewust. Het woord doping bestond toen nog niet. Het waren vooral de Belgen die altijd wel een pilleke of „erwt” hadden. Zo iemand werd dan gifslikker genoemd. We wisten nog niet eens de naam van het spul laat staan dat we wisten hoe iets werkte. Nee als ik alles eens overdenk en vergelijk met nu dan waren wij vroeger heiligen of stommeriken”. Toch was het juist Kees Boelhouwers zelf die vaak voedsel aan die geruchten gaf. Zo kon het wel eens gebeuren dat hij voor de start van een wedstrijd de tegenstander een flesje (met water) liet zien. Zijn woorden: „Als dit ontploft” verlamde dan vaak de anderen voordat de pedalen ook maar één keer waren rondgegaan. Kees, een man met humor. “Nee, de dokters verdienden nog geen snee droog brood aan me!”

Limburgs dagblad 8 Juli 1954

Boelhouwers had het wielrennen niet van een vreemde. Niemand minder dan Jan Lambrichs, zijn oom, was zijn leermeester. Volgens Boelhouwers was deze niet alleen de beste wielrijder maar ook de meest harde leermeester die het Nederlandse wielrennen ooit gehad heeft. Dat was per week minstens 2 keer 250 km trainen. Of ’s middags nog „even” naar Brussel heen en weer om een contactje te tekenen. Deze hardheid moest een toprijder bezitten om mee te kunnen.

Kees Boelhouwers 24 jaar in de ronde van Joegoslavië (1954) Foto FB: ‎Sanne Boelhouwers

Kees Boelhouwers, zijn  verhalen doorspekt met humor en heroïek logen er niet om. Zo verhaalde hij met een verwrongen gezicht hoe hij in ’54 in de Ronde van Joegoslavië, waarin hij uiteindelijk 7de werd, over de berg Vrsic moest. „De wegen waren geheel niet geasfalteerd. Ik liep in die ene etappe alleen al 9 platte banden op. Het was op die flanken bitter koud en ik had thee over mijn handen gegooid om het toch maar warm te krijgen. Terwijl ik weer een platte band had en aan sterven dacht kwam mijn ploeggenoot Jack Gelissen langs. Hij heeft toen kunnen voorkomen dat ik mijn fiets in het ravijn zou smijten van ellende. Om weer warm te krijgen heeft hij mij toen maar over mijn handen geplast”.

Kees Boelhouwers

Al zijn wielerervaringen zijn minutieus in zijn geheugen gegrift. Zijn carrière als amateur was kort maar succesvol,  hij won tientallen wedstrijden, waarbij onder meer de gerenommeerde Luxemburgse Omloop der 12 Kantons.  Kees ook naam met zijn goede rijden in La Route de France en de Ronde van Belgisch Limburg, de Ster van Namen, de Ronde van Joegoslavië. Daarnaast was hij “eerste reserve” voor het WK in Solingen  1954 en reed hij in vrijwel alle landen van West Europa, en waar hij routine en ervaring opdeed.

Limburgs Dagblad 20 Juni 1955

In het voorjaar van 1955 vond Kees dat het tijd was over te stappen naar de Onafhankelijken. Hij was net 25 jaar geworden en was vast besloten als onafhankelijke dezelfde successen te behalen als amateur en hoopte binnen afzienbare tijd professional te worden, precies zoals zijn oom “old-horse” Jan Lambrichs. In 1955 was zijn deelname in de Ronde van Zuid-Oost Frankrijk, hij was de enige Nederlander die met de besten ( Gaul, Debruyne, Anquetil, Stablinsky, Privat) mee kon,  werkelijks veelbelovend, zo ook zijn rijden in de Ronde van België.

Limburgs Dagblad 9 oktober 1955

Kees werd in 1955 nog Clubkampioen van TWC Maastricht, was 2e achter Gerrit Voorting op het St. Pietersberg circuit en was bij de selectie die afgevaardigd werd naar Rome voor het Criterium der Naties.

Limburgs Dagblad 9 Maart 1956

In 1956 kwam Kees als beroepsrenner onder dak bij de Eroba ploeg, onder leiding van Toine Gense.

Limburgs Dagblad 19 maart 1956

In het voorseizoen 1956 behaalde Kees Boelhouwers enkele ereplaatsen en behaalde voor de 2e keer de titel van Clubkampioen van TWC Maastricht categorie Beroepsrenners en onafhankelijken.

Kees Boelhouwers 1956, voor de tweede maal in successie Clubkampioen van TWC Maastricht bij de categorie Beroepsrenners en Onafhankelijken, foto René Bovens (Wei is van Meersje-Wes)

Zijn abrupt afscheid dat zelfde voorjaar uit het peloton stond Kees nog  levendig voor zijn geest. Hij was aangewezen om het Ardeens Weekend (Waalse Pijl en Luik Bastenaken Luik) te rijden. „Ik dacht leep te zijn”, zei hij. „Ik wilde graag Luik-Bastenaken-Luik winnen. Om daar fris aan de start te komen meldde hij zich bij Toine Gense de ploegleider af voor de eerste koers van het Ardeens weekend, de Waalse Pijl. Hij waarschuwde me nog, ik zou en moest toch aan de start komen ondanks dat ik voorwendde dat ik me niet lekker voelde. “Terwijl ik daar aan de start stond werd er omgeroepen dat ik toch niet mocht starten. Twan Gense kwam mij persoonlijk mijn rugnummer afspelden. Ik vond dit zo erg, dat ik ter plekke  besliste om meteen met wielrennen te stoppen !!”

Limburgs dagblad 7 mei 1956 Tot de ingeschreven die niet aan de start kwamen behoorden de Nederlanders Boelhouwers, Plantaz en van Oers

Limburgs Dagblad 8 Mei 1956, Mosterd na de maaltijd. “De leiding van de Eroba-ploeg heeft zaterdag het besluit genomen om Kees Boelhouwers ook niet te laten starten in Duinkerken”. Kees had inmiddels de pijp al aan maarten gegeven….

In 1962 vroeg Kees nog eens een licentie aan om deel te nemen aan de Limburgse criteria, enkele mooie ereplaatsen kon hij nog bemachtigen.

Limburgs Dagblad 23 Maart 1962, de comeback…

Bron: Limburgs Dagblad 27 december 1980, de basis voor dit bericht, klik en lees deze krant

Recente foto van Kees (facebook)

Regelmatig was hij aanwezig bij de wielercafés van de Vriendenclub van 100, ik had hem nog van alles willen vragen, het mocht niet meer zijn. Tot voor kort reed hij nog met speels gemak op zijn fiets toertochten van 60 à 70 km, een bijzondere man, Kees Boelhouwers, we zullen hem missen..

Kees Boelhouwers, Henk Steevens en Hub Harings, present bij de Vrienden Club van Honderd Reünie Limburgse oud renners op 1 december 2015

 

1957-06-06 Giro d’Italia 18e etappe Como – Monte Bondone

Al voor de Bondone was Gaul geklopt

Poblet etappe-winnaar, rosé trui voor Nencini

De beruchte Bondone in de 18de etappe van de Giro heeft opnieuw voor sensatie gezorgd. Charley Gaul, de Luxemburgse klim-specialist die vorig jaar in een sneeuwstorm op de Bondone zijn slag sloeg en nu de grote favoriet was in deze rit, kwam tien minuten na de winnaar Miguel Poblet als een verslagen man over de streep. Hij was zijn rosé trui kwijt — Gastone Nencini, een van de Italianen die bovenaan in het klassement op hun kans hebben zitten wachten, trok die aan — en zijn kans op de eindzege is in de drie resterende vlakke etappes uiterst klein. Het gaat nu verder vermoedelijk tussen de felle Nencini en Louison Bobet. die ook goed profiteerde van Gaul’s opzienbarend terugvallen naar de vierde plaats. De Nederlanders hebben goed gereden. Wagtmans, Van Est en Voorting streden lang in het voorste gelid en Wout is opgeklommen naar de eervolle negende plaats.

In 1956 won Jan Nolten de 12e etappe van de Giro d’Italia, In 1957 was hij er weer bij (zijn 3e deelname). Hier rijdend voor squadra Girardengo in gezelschap van Charly Gaul, In 1957 klasseerde hij zich als 34e in het algemeen klassement, het was zijn beste klassering in de Ronde van Italië. Afbeelding: archief Huub Breuls.

Feitelijk is het niet juist, dat Gaul een nederlaag leed op de Bondone. Hij had die al eerder te pakken, raakte op de vlakke weg zover achter, dat hij al voor de 12 kilometer lange klim naar de finish leeg was en juist daar waar normaal zijn hoogste troeven liggen nog groter klap kreeg. De uitgekookte renners in het peloton hadden goed begrepen, dat zij de rosé trui-drager liet mee moesten slepen naar de Bondore, want in het klimmen is Gaul alle anderen de baas. Daarom ontstaken Bobet, Nencini, Poblet en Defilippis halverwege de etappe al vuurwerk en zij zs.ten zo stevig aan, dat al spoedig een minuut was genomen.

Charly Gaul, Giro 1957

Gaul zag het gevaar wel, maar hij kan op de vlakke weg niet zo schitteren als in de bergen en menige renner sprong over hem heen naar de kopgroep, die spoedig uit een 20 min bestond. Wagtmans, Van Est en Voorting waren er ook bij. En het ging hard, vaak lag het tempo boven de 50 km. Poblet en Rik van Steenbergen pikten onderweg vette prijzen in bij een „vliegende finish”. Wat Gaul, die o. a. gezelschap had van Jan Nolten, ook probeerde, het peloton raakte steeds verder achter. Het werd voor hem moeilijker, toen Geminiani door een lek bandje in het peloton terugviel en daar, omdat Bobet mee vooraan zat, het tempo probeerde te drukken. Wel kwam Charly nog even weg, maar zijn drie maten konden hem niet steunen

Aan de voet van de Bondone lag Gaul een minuut of vijf achter. Hij had toen in de klim geen reserves meer en zag zijn achterstand in de laatste kilometers verdubbeld.

Gastone Nencini, winnaar van de Giro d’Italia 1957

De kopgroep bleef in de lange eindspurt ook niet „heel”. Poblet reed zich los en won onbedreigd met bijna anderhalve minuut voorsprong op Baldini en Bobet. Laatstgenoemde won twee seconden op Nencini, maar de rose trui was voor de Italiaan. Het kan nu spannend worden, want Nencini staat maar 19 seconden voor op Bobet, die dus prachtig terug gekomen is. Toch zal de Fransman, ook al heeft hij aan Geminiani een prima steun, het moeilijk krijgen tussen een zwerm Italianen.

Wagtmans staat nu 9de, Van Est 11de en Voorting 20ste. Er zit voor onze renners geen overwinning in, maar toch rijden zij goed. Onze laatste man, de jonge Kersten, heeft met zijn 43ste plaats nog altijd de helft van het veld achter zich.

Giro d'Italia 1957 Monte Bondone

18de etappe (van Como naar Trento Alta over 242 km): 
1. Poblet (Spanje) 6.15.08, gem. snelheid 38.705 km; 
2. Baldini (It.) 6.16.34; 
3. Louison Bobet (Fr.) z. t.;
4. Nencini (It.) 6.16.36; 
5. Grassi (It.) "6.16.58; 
6. Astrua (It.) 6.17.50; 
7. Moser (It) 6.18.05; 
8. Fornara (It.) 6.18.14; 
9. Sabbadin (It.) 6.18.28; 
10. Fallarini (It.) 6.18.40; 
12. Wagtmans (Ned.) 6.19.02; 
13. Van Est 6.19.45; 
17. Gerrit Voorting 6.20.26; 
23. Kersten 6.21.32; 
40. De Groot 6.27.39; 
44. Nolten 6.28.08; 
49. Donker 6.28.46.
Algemeen klassement na de 18e etappe: 
1. Nencini (It.) 86.43.34; 
2. Louison Bobet (Fr.) 86.43.53; 
3. Baldini (It.) 86.49.33; 
4. Gaul (Lux.) 86.51.12; 
5  Fornara (It.) 86.52.18; 
6. Poblet (Spanje) 86.55.12; 
7. Fabbri (It.) 86.56.25; 
8. Defilippis (It.) 86.57.10; 
9. Wout Wagtmans (Ned.) 86.59.55; 
10. Geminiani (Fr.) 87.01.04; 
11. Wim van Est 87.02.34; 
20. Gerrit Voorting 87.16.40; 
31. Nolten 87.40.57; 32. De Groot 87.40.57; 
42. Donker 87.54.57; 43. Kersten 87.56.14.
Il Giro d'Italia a Coccaglio (1957)

 

http://bikeraceinfo.com/giro/giro1957.html

Friese Koerier 7 juni 1957