1957-06-06 Giro d’Italia 18e etappe Como – Monte Bondone

Al voor de Bondone was Gaul geklopt

Poblet etappe-winnaar, rosé trui voor Nencini

De beruchte Bondone in de 18de etappe van de Giro heeft opnieuw voor sensatie gezorgd. Charley Gaul, de Luxemburgse klim-specialist die vorig jaar in een sneeuwstorm op de Bondone zijn slag sloeg en nu de grote favoriet was in deze rit, kwam tien minuten na de winnaar Miguel Poblet als een verslagen man over de streep. Hij was zijn rosé trui kwijt — Gastone Nencini, een van de Italianen die bovenaan in het klassement op hun kans hebben zitten wachten, trok die aan — en zijn kans op de eindzege is in de drie resterende vlakke etappes uiterst klein. Het gaat nu verder vermoedelijk tussen de felle Nencini en Louison Bobet. die ook goed profiteerde van Gaul’s opzienbarend terugvallen naar de vierde plaats. De Nederlanders hebben goed gereden. Wagtmans, Van Est en Voorting streden lang in het voorste gelid en Wout is opgeklommen naar de eervolle negende plaats.

In 1956 won Jan Nolten de 12e etappe van de Giro d’Italia, In 1957 was hij er weer bij (zijn 3e deelname). Hier rijdend voor squadra Girardengo in gezelschap van Charly Gaul, In 1957 klasseerde hij zich als 34e in het algemeen klassement, het was zijn beste klassering in de Ronde van Italië. Afbeelding: archief Huub Breuls.

Feitelijk is het niet juist, dat Gaul een nederlaag leed op de Bondone. Hij had die al eerder te pakken, raakte op de vlakke weg zover achter, dat hij al voor de 12 kilometer lange klim naar de finish leeg was en juist daar waar normaal zijn hoogste troeven liggen nog groter klap kreeg. De uitgekookte renners in het peloton hadden goed begrepen, dat zij de rosé trui-drager liet mee moesten slepen naar de Bondore, want in het klimmen is Gaul alle anderen de baas. Daarom ontstaken Bobet, Nencini, Poblet en Defilippis halverwege de etappe al vuurwerk en zij zs.ten zo stevig aan, dat al spoedig een minuut was genomen.

Charly Gaul, Giro 1957

Gaul zag het gevaar wel, maar hij kan op de vlakke weg niet zo schitteren als in de bergen en menige renner sprong over hem heen naar de kopgroep, die spoedig uit een 20 min bestond. Wagtmans, Van Est en Voorting waren er ook bij. En het ging hard, vaak lag het tempo boven de 50 km. Poblet en Rik van Steenbergen pikten onderweg vette prijzen in bij een „vliegende finish”. Wat Gaul, die o. a. gezelschap had van Jan Nolten, ook probeerde, het peloton raakte steeds verder achter. Het werd voor hem moeilijker, toen Geminiani door een lek bandje in het peloton terugviel en daar, omdat Bobet mee vooraan zat, het tempo probeerde te drukken. Wel kwam Charly nog even weg, maar zijn drie maten konden hem niet steunen

Aan de voet van de Bondone lag Gaul een minuut of vijf achter. Hij had toen in de klim geen reserves meer en zag zijn achterstand in de laatste kilometers verdubbeld.

Gastone Nencini, winnaar van de Giro d’Italia 1957

De kopgroep bleef in de lange eindspurt ook niet „heel”. Poblet reed zich los en won onbedreigd met bijna anderhalve minuut voorsprong op Baldini en Bobet. Laatstgenoemde won twee seconden op Nencini, maar de rose trui was voor de Italiaan. Het kan nu spannend worden, want Nencini staat maar 19 seconden voor op Bobet, die dus prachtig terug gekomen is. Toch zal de Fransman, ook al heeft hij aan Geminiani een prima steun, het moeilijk krijgen tussen een zwerm Italianen.

Wagtmans staat nu 9de, Van Est 11de en Voorting 20ste. Er zit voor onze renners geen overwinning in, maar toch rijden zij goed. Onze laatste man, de jonge Kersten, heeft met zijn 43ste plaats nog altijd de helft van het veld achter zich.

Giro d'Italia 1957 Monte Bondone

18de etappe (van Como naar Trento Alta over 242 km): 
1. Poblet (Spanje) 6.15.08, gem. snelheid 38.705 km; 
2. Baldini (It.) 6.16.34; 
3. Louison Bobet (Fr.) z. t.;
4. Nencini (It.) 6.16.36; 
5. Grassi (It.) "6.16.58; 
6. Astrua (It.) 6.17.50; 
7. Moser (It) 6.18.05; 
8. Fornara (It.) 6.18.14; 
9. Sabbadin (It.) 6.18.28; 
10. Fallarini (It.) 6.18.40; 
12. Wagtmans (Ned.) 6.19.02; 
13. Van Est 6.19.45; 
17. Gerrit Voorting 6.20.26; 
23. Kersten 6.21.32; 
40. De Groot 6.27.39; 
44. Nolten 6.28.08; 
49. Donker 6.28.46.
Algemeen klassement na de 18e etappe: 
1. Nencini (It.) 86.43.34; 
2. Louison Bobet (Fr.) 86.43.53; 
3. Baldini (It.) 86.49.33; 
4. Gaul (Lux.) 86.51.12; 
5  Fornara (It.) 86.52.18; 
6. Poblet (Spanje) 86.55.12; 
7. Fabbri (It.) 86.56.25; 
8. Defilippis (It.) 86.57.10; 
9. Wout Wagtmans (Ned.) 86.59.55; 
10. Geminiani (Fr.) 87.01.04; 
11. Wim van Est 87.02.34; 
20. Gerrit Voorting 87.16.40; 
31. Nolten 87.40.57; 32. De Groot 87.40.57; 
42. Donker 87.54.57; 43. Kersten 87.56.14.
Il Giro d'Italia a Coccaglio (1957)

 

http://bikeraceinfo.com/giro/giro1957.html

Friese Koerier 7 juni 1957

Kees  Boelhouwers, over zijn kleurrijk wielerverleden

“De Boelhauwer”

…over zijn kleurrijk wielerverleden gesproken
Mia en Kees Boelhouwers

Herinneringen aan Kees Boelhouwers gaan meestal gepaard met een glimlach, wat dan weer duidt op het prettige ervan. “De Boelhauwer “(de Franse pers schreef steevast Caisse Pull-over) zoals hij vroeger genoemd werd was inderdaad een wielrenner die altijd kleur aan een wedstrijd gaf. Kees Boelhouwers,  iemand die ook amusant kon vertellen over het wel en wee van “de wielrenner”, hij is niet meer, zondag 18 maart jl. overleden op 88 jarige leeftijd.

Wijk bij Duurstede, 15 September 1954, met zijn clubmaten aan de start van het Nederlandse Clubkampioenschap op de weg, TWC Maastricht (4e geklasseerd die dag), v.l.n.r: Henk Steevens, Martin van den Borgh, Jan Nolten, Kees Boelhouwers, Flor van der Weyden en Leo Steevens
Hij wist nog exact hoe hij spurters als Rik van Looy en Willy Vannitsen klopte. Hoe hij klom met Jan Nolten. Of hoe Gerrit Voorting hem de overwinning wou verkopen nadat hij van start tot finish aan de leiding was geweest. Elke van zijn overwinningen, o.a. in 22 wilde rondes en 61 bij de amateurs, kon hij nog voor de geest halen, een bijzondere man, de sympathieke Kees

Kees Boelhouwers kon goed spurten, tijdrijden, was een redelijke klimmer maar was bovenal „leep”. Voor vele rijders in de jaren ’47 tot ’57 was Boelhouwers „de gesel” als hij deel uitmaakte van het peloton.

Kees Boelhouwers
Niet alleen van de anderen maar ook van zijn eigen vergde hij enorm veel. Soms klapte hij wegens een verkeerde krachtsdosering vlak voor de finish in elkaar. Na de finish moest hij vaak lang wachten om weer „mens" te worden. De supporters van de andere renners waren dan gauw met hun visie klaar: „Hij is weer gedrogeerd" zoals men dat noemde.

“Men heeft mij vaak, uit jaloezie, ten onrechte hiervan beticht. Ik was hard voor mezelf en ging steeds tot het uiterste met de daaraan gekoppelde gevolgen. Natuurlijk heb ik vroeger, net zoals elkeen, wel eens gepakt. Maar niet in die mate als men beweerde. De rijders die na ons zijn gekomen, die hebben veel meer gepakt en dan ook nog bewust. Het woord doping bestond toen nog niet. Het waren vooral de Belgen die altijd wel een pilleke of „erwt" hadden. Zo iemand werd dan gifslikker genoemd. We wisten nog niet eens de naam van het spul laat staan dat we wisten hoe iets werkte. Nee als ik alles eens overdenk en vergelijk met nu dan waren wij vroeger heiligen of stommeriken".

Toch was het juist Kees Boelhouwers zelf die vaak voedsel aan die geruchten gaf. Zo kon het wel eens gebeuren dat hij voor de start van een wedstrijd de tegenstander een flesje (met water) liet zien. Zijn woorden: „Als dit ontploft" verlamde dan vaak de anderen voordat de pedalen ook maar één keer waren rondgegaan. Kees, een man met humor. “Nee, de dokters verdienden nog geen snee droog brood aan me!"
Limburgs dagblad 8 Juli 1954

Boelhouwers had het wielrennen niet van een vreemde. Niemand minder dan Jan Lambrichs, zijn oom, was zijn leermeester. Volgens Boelhouwers was deze niet alleen de beste wielrijder maar ook de meest harde leermeester die het Nederlandse wielrennen ooit gehad heeft. Dat was per week minstens 2 keer 250 km trainen. Of ’s middags nog „even” naar Brussel heen en weer om een contactje te tekenen. Deze hardheid moest een toprijder bezitten om mee te kunnen.

Kees Boelhouwers 24 jaar in de ronde van Joegoslavië (1954) Foto FB: ‎Sanne Boelhouwers

Kees Boelhouwers, zijn  verhalen doorspekt met humor en heroïek logen er niet om. Zo verhaalde hij met een verwrongen gezicht hoe hij in ’54 in de Ronde van Joegoslavië, waarin hij uiteindelijk 7de werd, over de berg Vrsic moest. „De wegen waren geheel niet geasfalteerd. Ik liep in die ene etappe alleen al 9 platte banden op. Het was op die flanken bitter koud en ik had thee over mijn handen gegooid om het toch maar warm te krijgen. Terwijl ik weer een platte band had en aan sterven dacht kwam mijn ploeggenoot Jack Gelissen langs. Hij heeft toen kunnen voorkomen dat ik mijn fiets in het ravijn zou smijten van ellende. Om weer warm te krijgen heeft hij mij toen maar over mijn handen geplast”.

Kees Boelhouwers

Al zijn wielerervaringen zijn minutieus in zijn geheugen gegrift. Zijn carrière als amateur was kort maar succesvol,  hij won tientallen wedstrijden, waarbij onder meer de gerenommeerde Luxemburgse Omloop der 12 Kantons.  Kees ook naam met zijn goede rijden in La Route de France en de Ronde van Belgisch Limburg, de Ster van Namen, de Ronde van Joegoslavië. Daarnaast was hij “eerste reserve” voor het WK in Solingen  1954 en reed hij in vrijwel alle landen van West Europa, en waar hij routine en ervaring opdeed.

Limburgs Dagblad 20 Juni 1955

In het voorjaar van 1955 vond Kees dat het tijd was over te stappen naar de Onafhankelijken. Hij was net 25 jaar geworden en was vast besloten als onafhankelijke dezelfde successen te behalen als amateur en hoopte binnen afzienbare tijd professional te worden, precies zoals zijn oom “old-horse” Jan Lambrichs. In 1955 was zijn deelname in de Ronde van Zuid-Oost Frankrijk, hij was de enige Nederlander die met de besten ( Gaul, Debruyne, Anquetil, Stablinsky, Privat) mee kon,  werkelijks veelbelovend, zo ook zijn rijden in de Ronde van België.

Limburgs Dagblad 9 oktober 1955

Kees werd in 1955 nog Clubkampioen van TWC Maastricht, was 2e achter Gerrit Voorting op het St. Pietersberg circuit en was bij de selectie die afgevaardigd werd naar Rome voor het Criterium der Naties.

Limburgs Dagblad 9 Maart 1956

In 1956 kwam Kees als beroepsrenner onder dak bij de Eroba ploeg, onder leiding van Toine Gense.

Limburgs Dagblad 19 maart 1956

In het voorseizoen 1956 behaalde Kees Boelhouwers enkele ereplaatsen en behaalde voor de 2e keer de titel van Clubkampioen van TWC Maastricht categorie Beroepsrenners en onafhankelijken.

Kees Boelhouwers 1956, voor de tweede maal in successie Clubkampioen van TWC Maastricht bij de categorie Beroepsrenners en Onafhankelijken, foto René Bovens (Wei is van Meersje-Wes)

Zijn abrupt afscheid dat zelfde voorjaar uit het peloton stond Kees nog  levendig voor zijn geest. Hij was aangewezen om het Ardeens Weekend (Waalse Pijl en Luik Bastenaken Luik) te rijden. „Ik dacht leep te zijn”, zei hij. „Ik wilde graag Luik-Bastenaken-Luik winnen. Om daar fris aan de start te komen meldde hij zich bij Toine Gense de ploegleider af voor de eerste koers van het Ardeens weekend, de Waalse Pijl. Hij waarschuwde me nog, ik zou en moest toch aan de start komen ondanks dat ik voorwendde dat ik me niet lekker voelde. “Terwijl ik daar aan de start stond werd er omgeroepen dat ik toch niet mocht starten. Twan Gense kwam mij persoonlijk mijn rugnummer afspelden. Ik vond dit zo erg, dat ik ter plekke  besliste om meteen met wielrennen te stoppen !!”

Limburgs dagblad 7 mei 1956 Tot de ingeschreven die niet aan de start kwamen behoorden de Nederlanders Boelhouwers, Plantaz en van Oers
Limburgs Dagblad 8 Mei 1956, Mosterd na de maaltijd. “De leiding van de Eroba-ploeg heeft zaterdag het besluit genomen om Kees Boelhouwers ook niet te laten starten in Duinkerken”. Kees had inmiddels de pijp al aan maarten gegeven….

In 1962 vroeg Kees nog eens een licentie aan om deel te nemen aan de Limburgse criteria, enkele mooie ereplaatsen kon hij nog bemachtigen.

Limburgs Dagblad 23 Maart 1962, de comeback…
Bron: Limburgs Dagblad 27 december 1980, de basis voor dit bericht, klik en lees deze krant
Recente foto van Kees (facebook)

Regelmatig was hij aanwezig bij de wielercafés van de Vriendenclub van 100, ik had hem nog van alles willen vragen, het mocht niet meer zijn. Tot voor kort reed hij nog met speels gemak op zijn fiets toertochten van 60 à 70 km, een bijzondere man, Kees Boelhouwers, we zullen hem missen..

Kees Boelhouwers, Henk Steevens en Hub Harings, present bij de Vrienden Club van Honderd Reünie Limburgse oud renners op 1 december 2015

 

1953-08-05 Acht van Chaam

Machtige Wim van Est won Acht van Chaam

Brabants wielerfeest bracht sensatie

DE CLIMAX van de Acht van Chaam kon het — grotendeels door een wat te geëmotioneerde microfonist —zo langzamerhand aan een wieler-delirium lijdende publiek niet meer normaal verwerken, wat dan ook een fnuikende invloed had op de slotfase van deze course. Wagtmans, Suykerbuyk en de Belg Jochums — sprintend om de vierde plaats — smakten tegen de ruige, niet bepaald veerkrachtige keien. Wim van Est, na een indrukwekkende solo winnaar, werd toen reeds door het buiten zich zelf geraakte publiek bijna verkreukeld, Wagtmans moest groggy over de eindstreep worden getild.

Mevrouw Van Est kon zich worstelend nauwelijks staande houden en burgemeester A. J. M. Schram trachtte tevergeefs de microfoon te bereiken. Het was rondom de jurytent een niet van echt te onderscheiden paniek. Dit waren de verwarde slottaferelen van een Brabants wielerfeest, dat de organisatoren op het einde door de enorme belangstelling (40.000 mensen) en de nogal opgeschroefde emoties helaas wat uit de handen liep.

Om tien minuten over drie gaf de burgemeester de baan vrij ‘aan de professionals voor hun achttien ronden, totaal 144 kilometer.

De kampioen van Luxemburg, Ernzer, verving de Fransman Tonello, wat hem niet zo bijster goed afging. In de eerste ronde kwam. hij reeds met een grote achterstand door. Hans Dekkers, gespitst op een rehabilitatie, had een nieuwe fiets nodig. Hij kreeg die van Van Gerwen. Ook Donker incasseerde in dit voor hem nieuwe milieu spoedig een grote achterstand. Na twee ronden toonde de Fransman Caput zijn grote sprintcapaciteiten door Nolten, die enige meters was uitgelopen, nog net op de streep naar de tweede plaats te verwijzen.
Van Est voelde ook iets voor de eenzaamheid en zocht deze vijftig meter voor het toen reeds geheel uiteengeraakte, peloton. Peters ging van zijn fiets voor een lekke band en bleef dit. De Fransman Renaud eveneens.

Een paar regenwolken vonden het noodzakelijk om boven het met zijn rulle paden en venijnige keien dus toch al niet erg gemakkelijke parcours, te knappen. Het inspireerde Nolten. Omgezwiept door spreekkoren ondernam de lange Limburger een solo, die hem 37 seconden voor het peloton bracht. Wagtmans kent dit soort stunts van Nolten zo langzamerhand en doorgrondde tijdig het gevaar. Na twee ronden had hij weer aansluiting. Van Est, Gerrit Voorting en Van Oers gunden dit kwieke tweetal dé leiding niet en zetten een zeer effectieve achtervolging in. Wagtmans liet zich inlopen, . Nolten nog niet. De volgende ronde passeerde Nolten. nog .steeds alleen op kop, echter mismoedigd gebarend naar de jury. Hij had een. lekke band en stapte enige meters verder definitief af.

In de dertiende ronde werd de beslissing gesmeed. Wagtmans, Van Breenen, Suykerbuyk, Schulte, Roks en Adri Voorting rukten met driest geweld naar voren met een moyenne van 45 km. Gerrit Voorting, Van Est en de Belg Jochums begonnen spoedig aan een opwindende jacht. Met succes. – Negen man nu op kop en deze zouden het blijven, ondanks het feit dat Gerrit Voorting een ronde bijna staande . moest afleggen om ondertussen een zadelmoer te repareren.
Wij’ hadden: ons al verzoend met een massasprint tot dat sensationele bericht doorkwam, dat Van Est met enorm veel machtsvertoon een voorsprong van 150 meter had genomen. En … van Est hield deze voorsprong.

Het publiek drong steeds meer op, waar Van Est in zijn, solo niet zoveel last van had. Gerrit Voorting en Adri, Voorting braken ook nog los, wat Gerrit aan een glorieuze tweede plaats hielp. Om .de vierde’ plaats voerden Wagtmans, Schulte, Suykerbuyk en Jochums een . enerverende sprint op, tot Wagtmans enige meters voor de, finish heel licht het achterwiel van Schulte toucheerde. Genoeg echter om deze tegen de straat te smakken met als struikelblok voor Suykerbuyk en Jochums. Slechts Wagtmans bleef liggen. Het bleek later gelukkig nogal mee te vallen.

De uitslag werd: 1 Van Est, 3 uur 21 min. 31 sec; 2 G. Voorting; 3 A. Voorting; 4 Roks; 5 Van Breenen; 6 Schulte; 7 Jochums; 8 Suykerbuyk; 9 Wagtmans; 10 Haan; 11 Van der Zande; ;12: Steevens; 13 Vos; 14 Schoenmakers; 15 Vermeiren (Belg.)

 

Het vrije volk 06-08-2017
http://proxy.handle.net/…/a9109256-d0b4-102d-bcf8-003048976…

Van Est weet van geen ophouden: 1e in Chaam..
“ieder jaar is de „Acht van Chaam’ een grote gebeurtenis voor de Brabantse wielerliefhebbers. Dit jaar was de belangstelling enorm. De toeschouwers kregen waar voor hun geld want de gehele Nederlandse Tour-ploeg reed mee. Voorts waren aan de start verschenen Gerrit Schulte, Piet Haan, Piet Evers, de Fransman Louis Caput en nog vele andere prominenten. Het is een spannende strijd geworden. Wout Wagtmans bond vijftig kilometer voor het einde de kat de bel aan. Schutte zat tezamen met zes andere Tour-renners in deze groep. Het mocht niet baten; „Ie fou pedalant” kon het alleen tegen deze overmacht niet redden. Hij kwam als zesde binnen, Wim van Est reed alles los en eindigde als eerste. Jan Nolten reed weer een wonderlijke race. Lange tijd „draaide” hij alleen. Slimme Wout Wagtmans volgde hem. Wat het peloton ook deed ze konden de lange tanige Limburger maar niet te pakken krijgen. Een lekke band betekende het einde van deze moedige solorit.
Friese koerier 6-8-1953.