1976-06-04 Amsterdam, Olympia’s Ronde van Nederland

Leo van Vliet echt de sterkste
Westlandse debutant winnaar van Olympia’s Ronde 1976

’s morgens: 8e etappe A: Nibbixwoud, individuele tijdrit 23,3 km:
De minuten van de waarheid. De eenzame confrontatie met de klok leverde Olympia’s Ronde een winnaar op. Want op tempobeul Arie Hassink na, maakte Leo van Vliet de beste tijd. Slechts 7 seconden verloor de westlander op zijn ploegmakker, die halverwege 10 tikken winst had veroverd. Gerrie van Gerwen, evenals Van Vliet een erg sterke finish, was 11 seconden langzamer dan Hassink. Verrassende Brokelman negentien. Michel Jacobs stelde teleur, al bleef hij Schür en Van Lamoen voor.

De pas 20-jarige Leonardus Quirinus Machutus van Vliet, op één na jongste zoon uit een gezin met negen kinderen toonde zich een compleet coureur. Liet zien in de waaier te durven duiken, spurtte als het erop aan kwam harder dan wie ook. Kwam in de Limburgse heuvels door pech niet toe aan een demonstratie van zijn capaciteiten als klimmer maar was steeds met de besten mee: eindwinst in het eind-, punten en combinatieklassement.

Voor Fons van Katwijk betekende dit, in oranje, een eind van de illusies. De SOKA-man kon niet tegen de spanning op, kreeg door zijn toppositie niet de inspiratie die nodig was om Van Vliet in supervorm te stuiten. Liefst 49 seconden moest hij prijsgeven. Veel meer dan de vijftien die hij in het voordeel was. De trui ging derhalve naar het Amstel-kamp. Krott: “voor het eerst heeft Leo zich echt leeggereden.

Door Henk Kruithof, weekblad “Wielersport”

Niet “tollend” ditmaal, maar op de veertien. Met een 53-blad voorop. “Ik heb wat tegen hem moeten praten om hem te overtuigen, maar nu heeft ie gezien dat ook hij dit kan”. Van Vliet zelf: “Voor Van Katwijk was ik in feite nooit bang. Veel meer angst had ik voor Schür en Van Gerwen. Dat zijn in dit werk de te kloppen mannen. Ongelofelijk dat ik die zomaar heb verslagen”.

Uitslag tijdrit:
1. A. Hassink (Amstel) 30.55 (met bon. 30.40), 2. L. van Vliet (Amstel) 31.02 (met bon. 30.52), 3. G. van Gerwen (Van Erp) 31.06 (met. bon. 31.01), 4. G. Brokelman (Bossche Staalbouw) 31.14, 5. M. Jacobs (Michelin) 31.16, 6. F. Schür (Ketting-Shimano) 31.26, 7. B. van Lamoen (Batavus) 31.32, 8. H. Lubberding (Van Erp-Saicis) 31.36, 9. T. Gevers (Bossche Staalbouw) 31.49, 10. P. Kuys (Batavus) 31.51, 11. F. van Katwijk (Soka-Gazelle) 31.51, 12. S. Tsjelpakov (Rusland) 31.54, 13. S. Gousseinov (Rusland) 31.56, 14. J. Bakker (Ketting-Shimano) 31.56, 15. A. Scheffer (Ketting-Shimano) 31.57, 16. P. Martinez (Spanje) 52.00, 17. V. Basko (Rusland) 32.02, 18. W. Lugtenburg (Michelin) 32.03, 19. G. Mak (Bossche Staalbouw) 32.06, 20. R. Akker (Bossche Staalbouw) 32.14, 21. G. Schipper (Michelin) 32.22, 22. A. van Houwelingen (Amstel) 32.26, 23. A. Deusing (Bik Sloopwerken) 32.29, 24, K.v. d. Wereld (Ketting-Shimano) 32.31, 25. M. Gutierrez (Spanje) 32.32, 26. M. Pronk (Batavus) 32.35, 27. T. Hogervorst (Bossche Staalbouw) 32.36, 28. J. van Houwelingen (Militairen) 32.36, 29. S. Kaleev (Rusland) 32.37, 30. J. Moral (Spanje) 32.37

’s middags: 8e etappe B:  Nibbixwoud – Amsterdam 86 km:
Nadat Leo van Vliet mentaal zo sterk was geweest om in de ochtenduren zijn oranje trui terug te pakken, kon hem in feite op weg naar de hoofdstad weinig gebeuren. Een finish als in 1967, toen Cees Zoontjes zich op de streep naar een overwinning rekende, was niet meer mogelijk. Zaak voor de Amstel-gelederen alles bij elkaar te houden en in hoog tempo naar Amsterdam te rijden.

In Amsterdam wint Fons van Katwijk de laatste etappe voor Arie Hassink Peer Maas en Gerrie van Gerwen

Die tactiek slaagde. Natuurlijk, er waren aanvallers, Lughtenburg en Brokelman bijvoorbeeld. Daarna vooral Limburger Michel Jacobs. Met Akker, Groenewegen en Brokelman, daarna met Havik: vervolgens met spanjaard Guturiez en Ad Prinsen; later nog eens met Piet van Leeuwen. Steeds zonder “echt” weg te komen echter.

Enige andere opmerkelijke feiten: de lekke banden van Schür en het afhaken van Nico Hilberink, die na een val op één van de gevaarlijke wegen in de ambulance terecht kwam. Altijd veel publiek in de finale, maar op een parcours dat te veel gevaar voor de vermoeide renners inhoudt.

De resterende vijf Krott-discipelen lieten zich niet meer verrassen. Het werd in de 1e van Swindenstraat een massale aankomst waarbij Fons van Katwijk met zijn tweede (SOKA-Gazelle’s derde) ritzege de Ronde voor zijn sponsor meer dan goed maakte. Hassink schoof aan het wiel van de winnaar over de meet. Precies de plaats die nodig was om het “zilver” vast te houden. In de groep nam Van Vliet geen risico meer. Zijn triomf was immers zeker. De prestatie-prijs in de achtste etappe was voor Michel Jacobs (Michelin Banden).

Uitslag:
1. F. van Katwijk (Soka-Gazelle) 1.51.06 (met bon. 1.50.51) 2. A. Hassink (Amstel) 1.51.06 (met bon. 1.50.56), 3. P. Maas (Soka-Gazelle) 1.51.06 (met bon. 1.51.01), 4. G. van Gerwen (Van Erp-Saicis) 1.51.06, 5. M. Purzla (Tsj.) z.t., 6. R. van Trigt (Michelin) z.t., 7. B. Huveneers (Olympia) z.t., 8. G. Nederlof (Bik Sloopwerken) z.t., 9. P. v. d. Kruys (Van Erp-Saicis) z.t., 10. P. Kuys (Batavus) zt. 11. J.v. d. Weide (Olympia) z.t., 12. G. Schipper (Michelin) z.t., 13. A. Scheffer (Ketting-Shimano) z.t., 14. C. Groenewegen (Olympia) z.t., 15. S. Kaleev (Rusland) z.t., 16. R. de Vries (Olympia) z.t., 17. T. Huyzen (Batavus) z.t., 18. R. Groen (Michelin) z.t., 19. V. Tsjapovalov (Rusl.) z.t., 20. M. Caldara (Italië) z.t., 21. L. van Vliet (Amstel) z.t., 22. F. Schür (Ketting- Shimano) z.t., 23. A. van Houwelingen (Amstel) z.t., 24. W. Lugtenburg (Michelin) z.t., 25. J. Bakker (Ketting-Shimano) z.t., 26. P. van Leeuwen (Van Erp-Saicis) zt, 27. A. Deusing (Bik Sloopwerken) 1.51.16, 28. S. Tsjelpakov (Rusland) z.t., 29. B. Alfonsel (Spanje) z.t., 30. R. Akker (Bossche Staalbouw) z.t.
De pechvogelprijs werd toegekend aan Nico Hilberink (Amstel Bier).

2e etappezege voor Fons van Katwijk

Fons van Katwijk en de eindwinnaar van het sprint-klassement Peer Maas

Waardig slot van Olympia’s Ronde
LEO VAN VLIET WINNAAR MET VEEL ALLURE

Dus toch Leo van Vliet Dus toch de man van wie zesdaagse-keizer Peter Post gistermiddag met smakkende lippen zei: „Góóóóh, wat een coureurtje zeg, is dat even klasse…”

Herman Krott

Donderdagavond nog leek Van Vliet de eindzege in Olympia’s Ronde van Nederland te hebben vergokt. Een kleine rekenfout op de Afsluitdijk kostte hem het oranje leiderstricot. Maar nadat in Nibbixwoud de eerste teleurstelling met een dikke keel was weggeslikt, sprak van Vliet al: „Die ronde, die heb ik nog niet verloren. Van Katwijk is in de tijdrit te pakken.” .

En Van Vliet, hij kreeg gelijk. Het gelijk van de sterkste. Het gelijk van de man, die van het hele peloton het meeste recht had op de eindzege in Olympia’s Ronde van Nederland. Twintig jaar is hij, deze zoon van een Westlandse transporteur, maar hij krijgt nu al de allure van een vedette. Hij praat goed hij gebruikt z’n hersens goed en vooral: hij fietst goed.

Natuurlijk, Leo van Vliet won de tijdrit niet. Daarvoor mankeert het hem nog aan pure kracht. Maar wie hem gisterochtend door de weidse polders rondom Nibbixwoud heeft zien jagen, moet toch op z’n minst onder de indruk zijn gekomen. Plat op z’n fiets, het koppie schuin naar voren en alleen maar bewegend met de benen, suisde hij als een grote, laagvliegende zwaan onder de grijze wolken door. Ploegleider Herman Krott: „Als ik die goser zie rijden, dan heb ik steeds de neiging om te roepen: „harder, harder.” Je ziet gewoon niet, dat hij zich inspant.”

Je ziet het inderdaad niet, maar hij doet het uiteraard wel. Leo van Vliet gaat desnoods door de grens. Dan doet het hem blijkbaar niets als die zeurende pijn in zijn bovenbenen steeds sterker wordt. Dan interesseert het hem blijkbaar helemaal niet als het slijm zich als watten vastpropt in het strottenhoofd.

door Rob van Dobbelsteen, Het Parool

Dan vergeet hij blijkbaar de zweetdruppels die zich vanaf het voorhoofd bijtend vastzetten in de ogen. Leo van Vliet nadat h j na de tijdrit te Nibbixwoud wel vijf minuten nodig had om weer enigszins op adem te komen met schorre stem: „Ik ben tot de bodem gegaan … tot de bodem … voor het eerst van m’n leven.”

Een instelling dan die Van Vliet de tweede plaats in de tijdrit opleverde. Achter Arie Hassink. die het 23 kilometer lange parkoers nog juist 7 seconden sneller aflegde. Van Vliet nadat hij de vreugdetranen met slinkse gebaren van de wangen had geboend: „Ik had er wel rekening mee gehouden, dat ik Fons van Katwijk zou pakken, maar dat ik zo dicht bij Arie zou eindigen en dat ik Gerrie van Gerwen zelfs zou kloppen, dat had ik nooit gedacht. Alleen maar gehoopt. Ik heb nu toch zeker weer de oranje trui, hè?”

Leo van Vliet had ‘m inderdaad weer. Fons van Katwijk immers werd op bijna een minuut gereden door Van Vliet, die na lang aarzelen zomaar een blad met 53 tandjes had laten monteren. Van Vliet: „Dat had ik nog nooit gereden. Ik rij normaal een 52. Ik heb vandaag mezelf ontdekt. Maar het was nu ook alles of niets.”

Op het podium de huldiging van de winnaars van het ploegenklassement: Van Erp-Saicis we zien v.l.n.r: Gerrie van Gerwen. Henk Mutsaers en Henk Lubberding

Het werd dus alles. Na een Ronde waarin hij bijzonder veel indruk maakte. Waarin hij de oranjetrui, de groene puntentrui en de witte trui van het combinatie klassement bemachtigde. Hij, debutant nota bene, werd ook door Arie Hassink (ploegmakker en tweede in het algemeen eindklassement) zonder veel omhaal als „de sterkste” aangemerkt. Arie, die met enig tandengeknars pas na de etappe naar Bladel (maandag) het kopmanschap van Van Vliet had aanvaard: „De beste heeft hier gewonnen.”

De ploeg Van Erp-Saicis, winnaar van het ploegenklassement, v.l.n.r: Henk Mutsaers, Henk Lubberding, Piet van der Kruys en Piet van Leeuwen

Maar wat nu? Leo van Vliet is er nog niet helemaal uit. Hij is voorzichtig. Waakt zich ervoor al teveel hooi op de vork te nemen. Werkt nu naar het Nederlands kampioenschap toe èn uiteraard naar de Olympische Spelen. Maar daarna… ? Van Vliet: „Ik weet het nog niet. Aan prof worden, daar heb ik natuurlijk wel aan gedacht, maar wanneer, dat weet ik niet. Ik haast me niet.”

V.l.n.r: Gerrie van Gerwen. Henk Mutsaers, Henk Lubberding (verscholen achter de rondemiss Piet van der Kruys) en Piet van Leeuwen. Niet op de foto Hans Koot

Vader Piet van Vliet echter, vader van negen kinderen: „Toen-ie zestien was, toen haalde-ie zijn MAVO-diploma. Kwam-ie bij me op kantoor. Maar dat hield-ie niet uit. Is-ie bij mij bulldozermachinist  geworden. Dat ging wel. Maar van toen af-aan heeft hij wel steeds gezegd, pa ik wil wielrenner worden. En ik heb altijd gedacht, dat kan-ie. Want, meneer, het toch zon hete hè. Dat brandt van binnen bij die jongen.”

Wat onder meer bleek in zijn laatste jaar als junior. Leo van Vliet zaaide schrik en verderf onder zijn arme leeftijdsgenoten, ging 26 keer als eerste over de eindstreep en stapte als een „grote belofte” over naar de amateurs. Die „grote belofte” is hij nu helemaal. Vooral na zijn imponerende zege in  deze Olympia’s Ronde. Van Vliet zal zich internationaal natuurlijk nog moeten bewijzen en lijkt met dat magere lijfje van ‘m lichamelijk vrij breekbaar. Herman Krott echter, de man die hem zo voorzichtig mogelijk naar de top wil leiden: „Fausto Coppi… dat was toch ook zo’n iel ventje?”

Leo van Vliet, naast de eindzege in het Algemeen Klassement ook winnaar van het Punten- en Combinatieklassement !!

LEO VAN VLIET, de terechte winnaar van Olympia’s Ronde, en de rondemiss in de bloemen
Michel Jacobs stelde in tijdrit teleur Oranje trui definitief voor Leo van Vliet

Olympia’s Ronde van Nederland eindigde zoals hij negen dagen eerder begon. Met Leo van Vliet op de eerste en zijn ploegmakker Arie Hassink op de tweede plaats. In de tijdrace over 23 kilometer, die de korte slotetappe naar Amsterdam vooraf ging, toonden de twee Amstelrijders van Herman Krott dat zij met reden de dubbele victorie voor hun ploeg opeisten. Niemand bleek in deze tijdrace opgewassen tegen van Vliet en Hassink.

door Wiel Verheesen, Limburgs Dagblad

Herman Krott stond glunderend tussen zijn twee paradepaartjes die een gezonde rivaliteit tijdens de ronde niet uit de weg waren gegaan. Maar die elkaar toch niet in de wielen reden toen daags na het Limburgse weekeinde, de strategie voor de resterende etappes werd uitgestippeld. De tijdrace in Nibbixwoud verbrijzelde vooral de illusies van Fons van Katwijk. Het oranje leiderstricot die hij een dag eerder, tijdens een onvergetelijke etappe over de Afsluitdijk, had veroverd, moest hij voor de laatste rit begon weer ruilen voor het roodwitte tricot van de Sokaploeg.

In de 23 kilometer met het horloge als scherprechter was een ontketende Hassink („Eindelijk weer een tijdritoverwinning sinds drie jaar”) bijna een volle minuut en van Vliet 49 Seconden sneller dan van Katwijk. Fons van Katwijk revancheerde zich in de middaguren. Zijn woorden: „Pas op! De ronde is nog niet beslist en ik zal gegarandeerd nog aanvallen”, werden weliswaar niet bewaarheid, maar de Brabander slaagde er wél in de massasprint in de hoofdstad te winnen. Dat Hassink tweede werd en derhalve via voldoende bonificatie in het algemeen klassement eveneens op deze plaats bleef, deerde van Katwijk niet. „Deze nieuwe ritzege maakt Olympia’s Ronde voor mij toch weer helemaal goed”, aldus de enkele uren eerder diep ontgoochelde Sokacoureur. In de tijdrit waren overigens meerdere verliezers dan alleen maar van Katwijk. Gerrie van Gerwen bijvoorbeeld. Van een Michel-Jacobs-explosie bleek evenmin sprake. De rit die de enige Limburgse deelnemer een triomf had moeten bezorgen om althans zijn prestige ie redden, beëindigde hij in vijfde stelling. En dat was gezien zijn reputatie dit seizoen (2e in de tijdrit tijdens de Driedaagse van Noord-Holland en winnaar in het gevecht tegen de klok in de Ronde van Zeeuws Vlaanderen) wel enigszins teleurstellend. Op weg naar Amsterdam joeg Jacobs weliswaar onophoudelijk de ruimte in, maar de Amstelbrigade riep iedere onruststoker tot de orde.

Leo van Vliet dus op het erepodium. De coureur uit Honselersdijk was geen gelegenheidstriomfator. Hij behoorde reeds tot de Olympische selectie nog vóór hij onlangs de Ronde van de Haarlemmermeer won. Zijn naam had reeds een landelijke bekendheid nog vóór hij na de machtige proloog het eerste leiderstricot van Olympia’s Ronde mocht aantrekken. Hij verdween sedert die eerste kilometers in Scheveningen niet meer uit de voorste gelederen. Gedurende vijf etappes droeg hij het oranje tricot. „Toen ik aan de tijdrit begon geloofde ik overigens niet in het heroveren van de leiderstrui” zei hij naderhand. Herman Krott joeg zijn pupil extra hard op door hem toe te schreeuwen dat hij halverwege niet reeds veertig maar slechts tien seconden sneller had gereden dan van Katwijk. „Voor van Katwijk was ik echter niet bang, maar ik dacht zeker dat ik ten opzichte van Van Gerwen tekort zou schieten”, aldus van Vliet.

De triomfator van Olympia’s Ronde heeft voorlopig nog slechts één wens. Hij hoopt niet lang na de Olympische Spelen de stap naar het professionalisme te kunnen zetten. „Ik zit binnenkort negen jaar op de fiets”, verduidelijkte de bulldozermachinist uit het Westland. Nu wordt het langzamerhand tijd om te kijken of ik van de wielersport mijn beroep kan maken.”

„Leo van Vliet is grootste talent van Nederland…”

Wie Leo van Vliet (20), de winnaar van Olympia’s amateurronde, wil portretteren kan er haast niet onderuit ploegleider Herman Krott van Amstel te raadplegen. Krott immers is de voornaamste leermeester van de renner uit Honselersdijk, die reeds op piepjonge leeftijd de top heeft bereikt.

Krott: „Van Vliet is het grootste talent van Nederland. Hij kan een heel grote crack worden”. Een gedurfde uitspraak van Krott. Maar misschien wel een juiste. Leo van Vliet heeft inderdaad erg veel méé. Dat hij kan klimmen bewees hij vorig jaar in de Spaanse Vuelta à Navarra, waar hij in het wiel bleef van. ’s werelds beste amateurs. Dat hij in wind en regen voor geen ander behoeft onder te doen bleek in diverse nationale klassiekers én in Olympia’s Ronde.

En dat hij als tijdrijder een renner van kaliber is, liet hij gisterochtend zien in de beslissende race van Olympia’s Ronde. Dat was de race tegen de klok in Nibbixwoud, waar hij als tweede finishte. Leo van Vliet, een  coureur met perspectief. Sommige insiders vergelijken hem met Joop Zoetemelk, Nederlands beste professional. En inderdaad bestaat er overeenkomst Van Vliet heeft dezelfde fraaie zit, lijkt in lichaamsbouw op Zoetemelk, en hij is een all-rounder. Maar daarmee is” niet gezegd dat Van Vliet ook een vedette zal worden. De weg naar de top van de beroepsrenners (Van Vliet wil volgend jaar overstappen) is nog lang. Herman Krott: „Leo is nog niet volgroeid. Hij moet bovendien nog veel leren en veel geduld hebben”. Het troetelkind van Krott zit als het ware op school. Hij doet ervaring op en test zichzelf.

Door Guido de Vries NRC Handelsblad

Gisteren heeft Van Vliet zich volgens zijn zeggen tenminste, voor het eerst in zijn leven compleet leeggereden. „De andere dagen in Olympia’s Ronde”, zegt hij, „ben ik niet eens tot op de bodem van mijn kunnen gegaan”. Dat klinkt wel wat overdreven uit de mond van een jonge winnaar, die wat public relations betreft overigens ver voor ligt op bijvoorbeeld Joop

Zoetemelk, de man, die de verzamelde wielerpers gewoonlijk maar bar weinig heeft te melden. Maar Leo van Vliet, het blijkt steeds weer, is dan ook bijzonder zelfbewust Hij zou er verstandig aan doen ervoor te waken dat dat geloof in eigen kunnen niet leidt tot zelfoverschatting. In dat verband kan het gedrag van zijn supporters zeer nadelig werken. Overal waar Van Vliet fietst wordt hij bejubeld en verafgood door een uitgebreide fanclub, waarvan zijn vader zo’n beetje het opperhoofd is. Het is in deze clan enkel en alleen „Vlietje”, die in tel is. Andere renners ziet men niet staan. Herman Krott probeert zijn leerling zoveel mogelijk aan deze boze invloeden, die gepaard gaan met goedbedoelde, maar ondeskundige adviezen, te onttrekken. En ook Van Vliet zelf lijkt er uiterlijk tamelijk koel. onder. Maar het blijft oppassen geblazen.

Peter Post, ploegleider van de profstal Raleigh, zei gisteren in Nibbixwoud: „Door de bemoeienissen van ouders en andere leken is er menige carrière van een aankomend talent naar de bliksem gegaan. Dat gedoe rond zo’n jongen als Van Vliet heb ik hier eens bekeken. “nee, zo hoort het niet. ’t is gevaarlijk”. Van Vliet, die zijn debuut maakte in Olympia’s Ronde, is opgenomen in de voorlopige Olympische wegselectie.

Zijn kans op definitieve uitzending heeft hij door deze zege uiteraard vergroot, temeer, daar het parcours in Montreal heuvelachtig en Van Vliet een klimmer is. Bondscoach Joop Middelink laat nog niets los over zijn keuze voor de Spelen, maar het kan bijna niet anders of Leo van Vliet gaat naar Montreal.

EINDKLASSEMENTEN:

Algemeen individueel:
1. L. van Vliet (Amstel) 28.07.52, 2. A. Hassink (Amstel) 28.08.18, 3. F. van Katwijk (Soka-Gazelle) 28.08.21, 4. G. van Gerwen (Van Erp-Saicis) 28.08.46, 5. J. Bakker (Ketting-Shimano) 28.09.15, 6. B. van Lamoen (Batavus) 28.09.17, 7. F. Schür (Ketting-Shimano) 28.09.24, 8. H.  Lubberding (Van Erp-Saicis) 28.10.05, 9. K. v. d. Wereld (Ketting-Shimano) 28.10.09, 10. A. Scheffer (Ketting-Shimano) 28.10.86, 11. P. v. d. Kruys (Van Erp-Saicis) 28.11.22, 12. M. Jacobs (Michelin) 28.18.46, 13. S. Gousseinov (Rusland) 28.14.07, 14. A. van Houwelingen (Amstel) 28.14.53, 15. A. v. d. Steen (Militairen) 28.15.08, 16. P. Kuys (Batavus) 28.15.14, 17. J. Huisjes (Soka-Gazelle) 28.15.45, 18. S. Kaleev (Rusland) 28.16.07, 19. P. Maas (Soka-Gazelle) 28.16.48, 20. M. Caldara (Italië) 28.17.30, 21. J. J. Moral (Spanje) 28.17.54, 22. M. Havik (Ketting-Shimano) 28.18.00, 23. T. de Lange (Michelin) 28.18.06, 24. V. Tsjapovalov (Rusland) 28.18.24, 25. K. Sint Nicolaas (Ketting-Shimano) 28.18.38, 26. T. ter Harmsel (Amstel) 28.19.57, 27. E. Koersen (Batavus) 28.20.20, 28. G. Mak (Bossche Staalbouw) 28.21.26, 29. R. Akker (Bossche Staalbouw) 28.23.17, 30. T. Gevers (Bossche Staalbouw) 28.24.53, 81. R. Groen (Michelin) 28.25.01, 32. A. Kramer (Soka-Gazelle 28.28.19, 33. FF. Pirard (Amstel) 28.28.21, 34. P. van Leeuwen (Van Erp-Saicis) 28.29.37, 35. P. Matousek (Tsj.) 28.31.01, 36. R. van Trigt (Michelin) 28.31.24, 837. M. Pronk (Batavus) 28.32.18, 38. T. Huyzen (Batavus) 28.32.37, 39. T. Zijlstra (Militairen) 28.32.38, 40, C. Daminelli (Itaië) 28.32.55, 41. M. Purzla (‘Tsj.) 28.34.45, 42. V. Basko (Rusland) 28.35.17, 43. G. Brokelman (Bossche Staalbouw) 28.35.53, 44, W. Lugtenburg (Michelin) 28.35.59, 45. S. Tsjelpakov (Rusland) 28.37.30, 46. Th. Hogervorst (Bossche Staalbouw) 28.40.09, 47. A. Deusing (Bik Sloopwerken) 28.41.09, 48. J. van Houwelingen (Militairen) 28.43.56, 49. G. Nederlof (Bik Sloopwerken) 28.44.46, 50. B. Huveneers (ASC Olympia) 28.45.54, Bl. J. Olde Meule (Militairen) 28.46.35, 52. P. Hoekstra (Batavus) 28.46.55, 53. P. Martinez (Spanje) 28.47.33, 54. M. Gutierrez (Spanje) 28.47.40, 55. A. van Trijen (Militairen) 28.48.04, 56. P. Buchacek (Tsj.) 28.49.44, 57. H. Mutsaars (Van Erp-Saicis) 28.50.55, 58. J. v. d. Weide (ASC Olympia) 28.51.09, 59. C. Groenewegen (ASC Olympia) 28.52.00, 60. A. Prinsen (Soka-Gazelle) 28.52.46, 61. B. Alfonsel (Spanje) 28.52.59, 62. J. Poslusny (Tsj.) 28.54.03, 68. J. Kuiken (Militairen) 29.00.44, 64. F. Francissen (ASC Olympia) 29.04.22, 65. G. Schipper (Michelin Banden) 29.06.28, 66. C. Tuit (Bossche Staalbouw) 29.11.48, 67. A. de Groot (Bik Sloopwerken) 29.12.04, 68. R. de Vries (ASC Olympia) 29.22.30.

Punten:
1. L. van Vliet (Amstel) 135 pnt. 2. F. van Katwijk (Soka-Gazelle) 128 pnt., 8. G. van Gerwen (Van Erp-Saicis) 127 pnt., 4. A. Hassink (Amstel) 121 pnt., 5. B. v. Lamoen (Batavus) 78 pnt., 6. P. Kuys (Batavus) 73 pnt., 7. J. Bakker (Ketting-Shimano) 72 pnt, 8. P. v. d. Kruys (Van Erp-Saicis) 58 pnt. 9, P. Maas (Soka-Gazelle) 55 pnt., 10. J. Huisjes (Soka-Gazelle) 55 pnt. 11. R. van Trigt (Michelin) 52 pnt.  52. V. Tsjapovalov (Rusland) 50 pnt.

 

Combinatie:
1. L. van Vliet (Amstel) 11 pnt, 2. B. van Lamoen (Batavus) 13 pnt., 3. F. van Katwijk (Soka-Gazelle) 15 pnt. 4. G. van Gerwen (Van Erp-Saicis) 18 pnt, 5. A. Hassink (Amstel) 21 pnt., 6. F. Schür (Ketting-Shimano) 25 pnt., 7. P. Maas (Soka-Gazelle) 29 pnt. 8. P. v. d. Kruys (Van Erp-Saicis) 32 pnt, 9. J. Bakker (Ketting-Shimano) 39 pnt. 10. A.v. d. Steen (Militairen) 40 pnt.

Sprint:
1. P. Maas (Soka-Gazelle) 66 pnt. 2. B. van Lamoen (Batavus) 51 pnt. 3. A. v. d. Steen (Militairen) 39 pnt. 4. E. Koersen (Batavus) 29 pnt., 5. F. Schür (Ketting-Shimano) 29 pnt. 6. V. Basko (Rusland) 23 pnt, 7. M. Purzla (Tsj.) 21 pnt., 8. P. Hoekstra (Batavus) 13 pnt, 9. L. van Vliet (Amstel) 12 pnt, 10. F. van Katwijk (Soka-Gazelle) 11 pnt.

Ploegen:
1. J. van Erp-Saicis 82.58.24, 2. Amstel Bier 82.59.25, 3. Ketting-Shimano 82.59.35, 4, Batavus 83.03.16, 5. Soka-Gazelle 83.11.48, 6. Rusland 83.13.32, 7. Michelin Banden 83.21.11, 8. Bossche Staalbouw 83.26.07, 9. Militairen 83.30.12, 10. Tsjechoslowakije 83.57.13, 11. Spanje 84.09.16, 12. ASC Olympia 84.25.54, 18. Bik Sloopwerken 85.01.42.

De prijs voor de grootste pechvogel kreeg Henk Mutsaars (Van Erp-Saicis).
De prestatie-prijs gedurende de gehele Ronde werd toegekend aan B. van Lamoen (Batavus).

 

 

 

1979-08-25 Valkenburg Wereld Kampioenschap op de weg voor amateurs

Solo optreden van Adje levert net geen prijs op

Klasse verloochent zich niet als het moment daar is. Voor Adje Wijnands was het grote ogenblik om zichzelf te bewijzen op zaterdag 25 augustus 1979 aangebroken.De twintigjarige Maastrichtenaar presenteerde zich nadrukkelijk in de strijd om de regenboogtrui voor amateurs. Als enige van de bepaald toch niet zwakke Oranje-brigade was Wijnands in staat constant in de voorste gelederen de strijd aan te binden met de zoveel oudere, doorgewinterde Russen, Oost-Duitsers, Zwitsers en Polen.

Ad Wijnands

Geen enkele ontsnapping miste hij. Behalve dan die ene, die laatste, belangrijke en beslissende. Omdat hij toen volkomen was opgebrand. Hij is niet groot, zeer bescheiden, zwijgzaam, nuchter en slim, uitzonderlijk slim. Wat hij al zo vaak het afgelopen jaar in koersen op eigen bodem liet zien, demonstreerde Wijnands zaterdag eens te meer. Geen seconde was hij weg uit de voorste tien. Steeds zorgvuldig een „gangmaker”, uitzoekend. Nooit koos hij verkeerd, geen moment kwam hij zelf aan de leiding.

Jos Lammertink leidt het peloton bij de beklimming van de Cauberg, links Theo de Rooij

Wat Wijnands echter tegen zat, was dat er vanaf het startschot vrijwel „plankgas” werd gereden. De Oranje-renners waren daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Wagtmans had hen dagen achtereen op het hart gedrukt, zelfs gesmeekt, om de eerste drie ronden voluit te rijden. De bondscoach werd compleet gek bij de gedachte, dat in het immense veld (175 renners) één van zijn troeven door een schlemielige valpartij zou afvallen. Nederland bleek echter niet alleen die tactiek te hanteren. De sterkste ploegen deden precies hetzelfde.
door Harry ten Asbroek

Beklimming van de Cauberg

Nooit zakte het tempo. „Ik voelde dat het moeilijk zou worden. Er werd te hard gereden om nog wat te proberen. In de laatste ronde besefte ik dat het voor mij mislukt was, ik zat kapot alhoewel, mislukt …” reageerde Wijnands toch tevreden. Teleurstelling was onvoldoende aanwezig bij zijn vijf collega’s. Er viel weinig af te dingen op het feit dat zij alle vluchten van Wijnands afschermden.

Beklimming Bemelerberg

Maar waar de concurrentie steeds met drie, vier man was vertegenwoordigd, reed Nederland (Wijnands) alleen. Toegegeven, in de grote groep van 47 renners waaruit uiteindelijk de beslissende vluchters wegglipten, waren vier oranje-truien aanwezig. Maar het niveau waarop Wijnands reed, had minimaal door nog één, eigenlijk twee Nederlanders geëvenaard moeten worden. De excuses „de dagvorm was niet de topvorm” uit vijf monden, klonk wel bijzonder pover.

Beklimming van de Bemelerberg

beklimming BemelerbergWie meer dan alle anderen in topvorm verkeerde, was de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen. Toen de Oost-Duitser Drogan, de Pool Jankiewicz en de Brit Millar de groep met Wijnands al ver achter zich hadden gelaten, daverde Giacomini als een trein naar de leiders toe. Een opvallend staaltje machtsvertoon van een even opmerkelijk renner.

Bemelerberg

Giacomini veroverde in 1976 als Junior in het Belgische Gooik zijn eerste wereldtitel. Een Jaar later werd hij voor de wielersport afgeschreven wegens een ernstige longaandoening. Via een aangepast schema van de arts van Francesco Moser kon hij toch weer in het zadel klimmen en geleidelijk aan terugkomen.

Wereldkampioene Petra de Bruin, in haar zojuist verworven regenboog trui, zoekt vrienden op tussen het publiek

Vorig Jaar werd hij militair wereldkampioen op de ploegenachtervolging en de individuele wedstrijd. Dit Jaar wrong Giacomini zich als enige Europeaan tijdens de Spartakiade tussen het voltallige Russische machtsblok, hij werd tweede. Gisteren haalde hij met een krachtige eindsprint zijn vierde gouden habijt binnen.

Het Parool 27 augustus 1979

Geen loon naar werken voor amateur Wijnands

Ad Wijnands stond er zaterdagmiddag in Valkenburg teleurgesteld bij. Een kleine vier en een half uur lang had de 20-jarige wielrenner zich voor eigen publiek uitgesloofd. Bij bijna elke ontsnapping was de Limburger attent van de partij geweest, maar het loon voor die enorme inspanning was nihil. Als „onzichtbare” gleed Wijnands in 39ste positie over de eindstreep, terwijl de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen bij de amateurs, door een dringende mensenmassa naar het erepodium werd gestuwd. „Ik denk”, zuchtte Wijnands, „dat dit toernooi voor mij een jaar te vroeg is gekomen. Misschien was ik nog te jong en te onervaren om ook in de laatste ronde ( de “liefhebbers” moesten elf lussen van 16 kilometer afleggen) met de besten mee te gaan. Ineens blokkeerde ik tegen die Cauberg op, voelde ik de krachten uit mijn benen wegvloeien.”

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Het peloton met vooraan Theo de Rooij in de achtervolging op Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Bondscoach Rini Wagtmans van de KNWU, die niet terugschrikt voor gepeperde en overdreven uitspraken, noemde de prestatie van Wijnands van wereldklasse. „Van verschillende landen”, aldus de Brabantse insider, „zijn de coaches en ploegleiders vanmiddag naar me toegekomen. Allemaal met soortgelijke teksten. Zo van: „Tjonge, wat is die Wijnands een klasbak”.
door Guido de Vries

Boven op de Cauberg

Vooraan in het peloton Theo de Rooij met in zijn wiel Jan Bogaert

Doodzonde natuurlijk dat hij zijn prachtige race niet met een medaille heeft kunnen bekronen. Echt, ik durf te wedden dat hij met iets meer routine in het bezit van de regenboogtrui was gekomen. Het optreden van Ad Wijnands, de enige van de zes nationale renners die zich zaterdag in de kijker reed, belooft misschien iets moois voor de Olympische Spelen van 1980. „Ik hoop daar als een volgroeide coureur aan de start te komen”, zegt Wijnands, „en nog beter voorbereid dan nu het geval was.” Gelet op zijn leeftijd en zijn talent kan Wijnands een goede coureur worden.

Trouwens, het afgelopen jaar toonde de Maastrichtenaar met tien overwinningen aan tot de nationale top te behoren. Zoals zoveel amateurs droomt Wijnands van een carrière als professional. „Na de Spelen van Moskou”, vertelt hij, „wil ik de overgang maken. Ik denk dat ik als ronderenner kan slagen. Joop Zoetemelk is mijn grote voorbeeld. Wie weet kom ik nog wel eens bij hem in de ploeg.” Wat dat laatste betreft had Wijnands uitstekende papieren gehad als hij zich zaterdag in de hoofdprijzen had gereden. Een wereldkampioen bij de amateurs bijvoorbeeld is verzekerd van tal van aanbiedingen van „beroepsstallen”.

Op de rechte lijn naar de finish Adrie van der Poel op kop

Gianni Giacomini zit dus goed. Maar de nieuwe drager van de regenboogtrui wil voor hij „broodfietser” wordt „Moskou” meemaken. De 21-jarige renner uit Cima Dolmo geldt in Rusland nu al als een van de kanshebbers. Ter herinnering: op het afschuwelijke parcours van volgend jaar wist hij zich onlangs bij de Spartakiade als tweede te klasseren.  Gianni Giacomini heeft al een glansrijke loopbaan achter de rug. In ’76 veroverde hij de wereldtitel bij de junioren, vorig jaar pakte hij het goud bij het WK voor militairen en dit seizoen stond hij in Italië talloze malen op het erepodium. „Eigenlijk”, vind de Italiaan, „is het met mij gek gelopen. Vier jaar geleden dachten de artsen dat ik tbc had. Weg fiets, weg sport ging het bij die onderzoeken door mij heen. Aan die vervelende affaire heb ik net bij de prijsuitreiking nog even teruggedacht. Gelukkig echter zijn er nu mooie tijden voor me aangebroken. Een profcontract trekt me. Stel je voor: ik samen in de koers met die geweldige klimmer Bataglin, met die prachtige achtervolger Moser, met die slimme Saronni en die geweldige allrounders Zoetemelk en Hinault. Heerlijk toch, of niet soms?”

NRC Handelsblad 27 augustus 1979

Giacomini grossiert in wereldtitels

Wijnands geeft Oranje nog een beetje kleur

Tot twee ronden voor het eind .leek er geen vuiltje aan de zwaar bewolkte lucht voor de Nederlandse amateurformatie. Tot dat moment, na 150 kilometer, was de tactiek van bondscoach Rini Wagtmans perfect uitgevoerd. Met vier Oranje-klanten  in de eerste groep  van zo’n vijftig coureurs hadden de 30 à 40.000 enthousiaste toeschouwers nog alle hoop op een Hollandse wereldkampioen.
door Cees Olsthoorn

Finish van het WK voor Amateurs

Maar toen de strijd dan echt losbarstte moesten ze stuk voor stuk afhaken. Toen bleek toch dat de Nederlanders hun favorietenrol op eigen bodem niet konden waarmaken. Toen ook betaalde de absolute uitblinker Ad Wijnands de tol voor een race waarin hij constant mee aan de leiding is geweest. Het verloop van de schitterende finale maakte dat duidelijk. Uit een licht afgescheiden groep van twaalf renners demarreerde de Amerikaan George Mount De Engelse kampioen Robert Millar en Wijnands, de 20-jarige Maastrichtenaar die het parcours rond Valkenburg kent als zijn broekzak, sluiten snel aan. Bij het ingaan van de laatste omloop van 16 kilometer voegt ook de Pool Jan Jankiewicz zich bij hen.

Vier man op kop, maar niet voor lang. Uit de achterhoede  duiken de Oostduitser Bernd Drogan, de Deen Kim Anderson en de Italiaan Gianni Giacomini op. Drogan gaat meteen keihard door. Millar volgt met Jankiewicz. Als de voorsprong van dat drietal honderd meter bedraagt gaat Giacomini op de pedalen; staan en overbrugt met een fantastische rush het „gat”.. De volledig uitgebluste Ad Wijnands, Mount en Anderson blijven achter en worden uiteindelijk nog opgeslokt door het fel jagende peloton. De winnaar moet bij het kwartet voor op worden gezocht. Op de laatste beklimming van de Cauberg moet Millar lossen. Hij komt toch weer terug en waagt op 500 meter van de streep een alles- of-niets-poging. Jankiewicz rekent hem in, waarna de even slimme als klasserijke Giacomini uit het wiel van de Pool gemakkelijk naar de  regenboogtrui sprint. Na Claudio Corti in 1977 in Venezuela heeft Italië opnieuw een wereldkampioen bij de amateurs.

Gianni Giacomini verslaat Jan Jankiewicz en Bernd Drogan

Vreugde in het kamp van de Tifosi, teleurstelling bij de Nederlanders die tenslotte met lege handen achterbleven. Een blik op de uitslag leert dat Adrie van der Poel met een 30ste plaats onze beste landgenoot was. Rini Wagtmans wilde desondanks het woord afgang niet in de mond nemen. „Er is volgens plan gereden” aldus de opmerkelijk rustige bondscoach na afloop. „Om het gevaar van valpartijen te ontlopen zou er in de eerste drie ronden hard aan worden getrokken. Daarna moesten ze de koers controleren. Zorgen dat bij iedere ontsnapping een mannetje mee was. Zoveel mogelijk profiteren van het werk van de concurrentie en dan in de finale toeslaan luidde de opdracht” De oranje-rijders hielden zich lange tijd voorbeeldig aan dat script. En zeker Ad Wijnands.

1e Gianni Giacomini, 2e Jan Jankiewicz en 3e Bernd Drogan

De Limburgse lichtgewicht was vanaf de start niet uit de eerste rij weg te slaan. Hij behoorde dan ook tot de zeventien renners die in de vierde ronde op avontuur trokken. Twee ronden verder kreeg een groepje van zeven aansluiting, met daarbij Adrie van der Poel. Hij moest echter bij de beklimming van de Cauberg lossen. Maar met Theo de Rooy kwam Van der Poel later toch weer terug in een waaier van zestien amateurs.

Toen vervolgens in de achtste omloop ook Jac van Meer attent meesprong met weer, een klein groepje, toen leek de positie van Nederland, met vier jongens in een eerste peloton van zo’n vijftig amateurs, bijzonder riant. Het pakte, totaal anders uit Theo de Rooy: „Ik had niet zo’n beste dag vandaag. Vorig jaar op: de Nürbürgring (toen De Rooy pas op 200 meter van de streep werd  teruggepakt) kon ik bij wijze van spreken alles, nu niet. Niet dat ik slecht reed, maar dat beetje extra wat je bij ‘ zo’n wereldkampioenschap nodig hebt ontbrak gewoon. Jac van Meer liet zijn in gelijke bewoordingen uit, terwijl Adrie van der Poel wees op de valpartij waarbij hij, even na half koers, betrokken was, én de uiterste krachtsinspanning daarna om terug te komen.De enige Nederlander die wél voortreffelijk marcheerde was derhalve Ad Wijnands. Hij moest echter de tol betalen voor zijn gretigheid. Voor hem duurde het WK juist een ronde te lang. „Ik was uitgeblust” beaamde hij later nauwelijks teleurgesteld.

2e Jan Jankiewicz, 1e Gianni Giacomini, 3e Bernd Drogan

„Achteraf had ik me misschien meer moeten sparen. Maar ik voelde me goed, bovendien heb ik zo zuinig mogelijk gereden. Nee, ik hoef mezelf niks te verwijten.” Rini Wagtmans knikte bevestigend: „Ad is nog te jong om wereldkampioen te worden. Hij mist nog de macht die daarvoor nodig is. Maar het is natuurlijk geweldig wat hij hier heeft laten zien. Pure klasse. Ik ben blij dat hij amateur blijft tot na de Olympische Spelen. Is ook het beste voor hem. Geestelijk en lichamelijk is hij nog niet aan een overstap naar de beroepsrenners toe. Wie hem nu zou willen overhalen prof te worden vermoordt Wijnands als coureur.”

Resteren Jos Lammertink en Hennie Stamsnijder, de twee neven uit Twente, die zaterdag geen rol van betekenis konden spelen. „Toch had ik goeie benen,” liet Stamsnijder die in Valkenburg zijn amateur carrière afsloot, weten. „Maar toen ik in de vierde ronde lek reed, was het wereldkampioenschap voor mij voorbij. Daarna heb ik me volledig in dienst van de ploeg gesteld.” Jos Lammertink, stelde ronduit teleur. Vooraf door Wagtmans tot de grote favoriet gebombardeerd, bleef hij gedurende de hele koers vrijwel onzichtbaar: „De Cauberg heeft me opgebroken. Die was vijftig meter te lang voor mij. Wagtmans had gezegd om in m’n eigen tempo naar boven te rijden. Anders zou ik onherroepelijk kapot gaan. Dat heb ik gedaan, maar mijn tempo, was gewoonte laag om me te kunnen meten met de rest. Eén troost voor Jos Lammertink; deze week krijgt hij in het Olympisch Stadion de kans om zich op de individuele achtervolging te revancheren.

Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen op de weg

Gianni Giacomini, net 21 jaar, student geometrie, is bepaald niet een toevallige winnaar. De Italiaan die qua uiterlijk een beetje aan Saronni doet denken, is een grossier in wereldtitels. In 1976 werd hij in het Belgische Gooik wereldkampioen bij de junioren. Vorig jaar voegde hij er twee militaire WK-titels aan toe. De een in de individuele wedstrijd, de andere in de 100 km-ploegentijdrit, een onderdeel waarop hij afgelopen woensdag met de Italiaanse equipe zevende werd.

Tot vijf jaar geleden deed Giacomini aan atletiek (midden afstanden), maar vond daarna zijl weg als wielrenner. In ’77 werd hij ernstig ziek. Zijn huisdokter adviseerde toen om de fiets definitief op te bergen. De arts van Francesco Moser, dokter Falai, besliste na een uitgebreid onderzoek anders. Met een aangepast trainingsschema kon Giacomini best blijven wielrennen meende dit niet zonder reden. De ster van Gianni is daarna snel gestegen. Het ene succes volgde het ander op, met als voorlopig hoogtepunt de regenboogtrui zaterdag in  Valkenburg. Over het parcours zei Giacomini, die zeker niet voor de Olympische spelen prof wordt: „Niet zo zwaar. De wind  was lastiger dan de twee klimmetjes”.

Het vrije volk 27 augustus 1979

 

De uitslag:

1             Gianni Giacomini (ITA)               178,8 km in  4 uur 19 min. 26 sec.

2             Jan Jankiewicz (POL)

3             Bernd Drogan (GER)               op 1 sec

4             Robert Millar (GBR)              op 4 sec

5             Andreas Petermann (GDR)      op 12 sec

6             Jan Bogaert (BEL)                 op 25 sec

7             Jan Krawczyk (POL)

8             Ryzsard Szurkowski (POL)

9             Richard Trinkler (SUI)

10           Nencho Staikov (BUL)           op 34 sec

11           Thomas Barth (GER)

12           Geir Digerud (NOR)

13           Kurt Ehrensperger (SUI)

14           Giuseppe Petito (ITA)

15           Harry Hannus (FIN)

16           Charly Bérard (FRA)

17           Tommy Prim (SWE)

18           Falk Boden (GER)

19           Kim Andersen (DEN)

20           George Mount (USA)

21           Daniel Muller (SUI)

22           Herbert Spindler (AUT)            op 45 sec

23           Ludek Kubias (TCH)

24           Dieter Flögel (GER)

25           Yury Kashirin (URS)

26           Francis Castaing (FRA)

27           Aleksandr Averin (URS)

28           Volker Kassun (GER)

29           Jan Wijnants (BEL)

30           Adrie Van Der Poel (NED)

31           Urs Grobli (SUI)

32           Jostein Wilmann (NOR)

33           Leopold Karner (AUT)

34           Mustapha Nejjari (MAR)

35           Steph Jones (GBR)

36           Pierre Harvey (CAN)

37           Rocco Cattaneo (SUI)

38           Käri Puisto (FIN)

39           Ad Wijnands (NED)

40           Theo De Rooy (NED)

41           Dale Stetina (USA)

42           Ladislav Novak (TCH)

43           Francis Duteil (FRA)

44           Miguel Acha Mindeguia (ESP)         op 1 min 15 sec

45           Jac van Meer (NED)

46           Jan Hoegh (DEN)                op 4 min 56 sec

47           Fr Von Loeffelholz (GER)

48           Alexander Gousiatnikov (URS)

49           Dirk Demol (BEL)

50           Ole Kristian Silseth (NOR)          op 4 min 58 sec