1928-05-02 Joep Franssen breekt 24 uur record

Joep Franssen’s 24-uur recordpoging op de weg

Op woensdag 2 Mei 1928 deed de regerend Nederlandse kampioen op de weg, de Limburgse beroepsrenner Joep Franssen een poging om het 24 uurs-record op de weg te verbeteren. Om hierin te slagen zou hij in dit tijdvak méér dan 680 km moeten afleggen. Als traject was gekozen de weg van Grathem naar Blerick visa versa. Voor gangmaking en verzorging stonden hem enkele auto’s, twee koks, een masseur en tal van helpers ter beschikking.

Het eerste 24-uurs record werd in 1885 gereden en wel op een 3-wieler. Hart, Nibbrig en Holst reden toen In 24 uren 273 K.M. Wanneer men bedenkt dat hun „racekarretje'” ongeveer 30 kg woog, zo moest men ook met het oog op de toestand der wegen, enz. dit een mooie prestatie noemen. In 1886 reed Joh. Huijser 274.5 km daarna lukte het aan J. W. Holst op een “half hoog model” ’t nog tot 317 km te brengen. Toen was de beurt aan Joh. Faber, die in 20 uren reeds 406 km afgelegd had, maar daarna staakte. Dan volgen :
1897  Jhr. de Jong v. Beek en Donk 440 km 948 meter
1898  J. Schrauwen 487 km. 744 meter
1901  J. Okon 526 km 60 meter
1901  J. D. Diehle 545 km 40 meter
1921  A. v. Amelsbeek 607 km 500 meter.
1922  J. Höhle 643 km
1928  H. J. Bruining 680 km.

Men zal begrijpen dat voor zulk een 24 uur rit heel wat komt kijken en dat verzorging, voorbereiding, enzovoort zeer omvangrijk zijn. Een vroeger recordhouder had bijv. in 24 uren tijd ook 24 lekke bandjes, terwijl zijn gangmaak-auto 7 keer van band verwisselen moest.

Franssen heeft voor zijn onderneming de Bergougnan banden gebruikt, welke bij vroegere soortgelijke ritten uitstekend voldeden. Met grote spanning werd het resultaat van deze rit door de Nederlandse wielersportvrienden tegemoet gezien maar dat het hierbij niet van een leien dakje verliep zal duidelijk worden uit onderstaande verzameling foto’s en krantenknipsels. Bij de ringoven te Neer bijvoorbeeld was men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg.

Tot twee keer toe passeerde Jüpke Franssen een stuk weg, waarop basalt keien waren gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Op beide plaatsen versperden telkens twee zware walsen de weg. Evenwel werd de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeiden dat toe. Feit was dat circa 10 km van het traject in zeer slechte staat was maar het bracht Joep Franssen niet van zijn stuk en verbeterde het record met bijna 100 km. Een record dat 42 jaar stand hield tot dat Jos Raaymakers uit Hoensbroek op 25 augustus 1970 het record verpulverde door maar liefst 1401 km 600 meter in één etmaal te rijden achter een auto met vergelijkbaar windscherm als waar Franssen mee reed, op het traject Brunssum – Posterholt visa versa. Dit record is door de KNWU echter nooit erkend omdat deze zich niet meer bezig hielden met dergelijke record-pogingen 

Tilburgse courant 10 april 1928

Limburgsch Dagblad 17 april 1928

Limburger Koerier 21 april 1928

We lezen het Limburgs Dagblad van 03 mei 1928:

FRANSSEN’S AANVAL OP HET 24-UUR RECORD.

De Limburger, Joep Franssen van Ubachsberg, die reeds het Limburgse en het Nederlandse wegkampioenschap wist te veroveren, begon gisteren zijn aanval op het 24-uurrecord, onlangs door de Amsterdammer H. J. Bruining verbeterd en gebracht op 680 km.

Om 9.00 uur begon er een gezellige drukte te heersen en het Kerkplein te Heerlen, waar reeds Franssen met zijn verzorger, de bekende Camille Bayens van de Brusselse winterbaan, waren gearriveerd. Kort na elkaar kwamen toen ook de verschillende auto’s binnen, die den tocht geheel of gedeeltelijk zouden meemaken. Daarbij waren er drie van de heren Hanssen, Ir. Koster en Wolf en Hertzdahl, die als gangmaker waren ingericht. Nadat de zaken geregeld waren, werd naar Roermond gereden, waar gestopt werd voor  restaurant Cox. Hier verzamelden zich de verschillende officials enz. De heer Darmstadt uit Roermond, de voorzitter van het comité tot voorbereiding van deze tocht, heette allen hartelijk welkom bij deze recordpoging van Franssen. Toen enkele weken geleden de renner Bruining het 24-uur record op 680 km bracht stelden velen zich de vraag of er geen Limburger zou kunnen gevonden worden, om dit te verbeteren. En Franssen, die er natuurlijk voor gevraagd werd, verklaarde liever vandaag een poging te doen dan morgen.

Het vertrek van Joep Franssen uit Heerlen bij zijn poging om het 24-uur record te verbeteren, in beeld ook 3 van de van windscherm voorziene gangmakerauto’s.

Het was inmiddels al wat later geworden, dan men verwachtte. Om rond 13.00 uur werd eerst uit Roermond, waar de start plaats had, vertrokken. Daar werden de laatste toebereidselen gemaakt en te precies half twee gaf de heer Hintackers, burgemeester van Heel, het startsein. Franssen begon zijn 24-uurrit op het traject Grathem – Horn – Haelen – Neer – Kessel – Baarlo – Hout-Blerick – Blerick van km paal 43 tot km paal 72, 200 meter voorbij de Blerickse Wielerbaan, een weg dus van 29 km, die Franssen op en neer rijdt.

Franssen begon na de start om 13.30 uur met een 40 km gangetje. Het eerste gedeelte van de weg is goed. Na een kwartier rijden heeft Franssen voor het eerst pech. Bij de ringoven te Neer is men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg. Oponthoud! De auto kan niet verder, Franssen gaat er alleen van door en later, wanneer de boom is opgeruimd, kan hij weer achter zijn gangmaker gaan liggen. Dat doet hij schitterend. Hij zit prachtig op zijn fiets, lost de wagen niet één keer, maar spoort telkens aan tot groter snelheid. Onder Baarlo heeft hij die zelfs tot 60 km opgevoerd.

Er zijn echter grote belemmeringen. Zo goed als het eerste gedeelte van het traject is, zo slecht is het tweede. Tot twee keer toe passeren we een stuk weg, waarop basalt is gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Franssen foetert er over, alléén de auto moet weer achterblijven, want op beide plaatsen versperren telkens twee zware walsen de weg. Evenwel wordt de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeggen dat toe. Op de terugweg hebben we eens precies nagegaan welk gedeelte van de weg goed, welk slecht is.  Van Blerick af is de weg over een afstand van 5 km goed, dan volgt 1,5 km vol gaten, 5,5 km is weer goed, maar dan komt 1 km vol gaten en kuilen, kortom een zeer slechte weg. Hier werken de vier walsen, volgt 1 km goede en weer 6 km slechte weg. De laatste 7 km zijn goed. Van een 20 km lang traject is dus 10 km bepaald slecht. Op de eerste terugtocht van Blerick heeft Franssen weer twee keer pech. Zijn gangmaker moet voor de overweg wachten en hij moet alleen een 5 km weg rijden. Wanneer de gangmaker hem heeft ingehaald knapt een band. De reservefiets is niet direct bij de hand weer vijf minuten oponthoud. En toch, toch hebben we goede moed. Want Franssen heeft over de eerste 25 km 7 minuten minder gedaan dan Bruining.

Het eerste uur maakte hij 43 km (Bruining 34km) dus 9 km meer. Het gaat dus meteen al goed met Franssen’s poging. We geven hier naast elkaar de resultaten die Bruining voor enkele weken en Franssen gisteren behaalde:

Toen Franssen dus ongeveer kwart na zeven vier keer het traject Grathem—Blerick had afgelegd, nam hij enkele ogenblikken rust. Zijn verzorger bood hem de nodige hulp en na een klein kwartiertje gerust te hebben stapte „Jüpke” weer op zijn fiets. Hij voelde zich nog uitnemend en ieder kan gemakkelijk berekenen met welke gemiddelde snelheid Franssen langs de weg vliegt. Gelukkig heeft hij alle medewerking van de mensen die langs de weg met bomenkappen en wegverbetering bezig zijn. De wegmakers zorgden telkens een gedeelte van de weg ingewalst te hebben, wanneer Franssen kwam, de boomkappers zorgden dat er geen bomen meer over de weg lagen, wanneer de kampioen arriveerde. Daarenboven hebben de wegwerkers thans tegen de nacht hun gedeelte geheel gewalst en geen basaltblokken meer los op de weg laten liggen. De gangmaking is thans overgenomen door de wagen van de heren Wolf en Hertzdahl, De wagen van ir. Koster heeft tot nu toe dienst gedaan.

Limburgsch Dagblad 7 mei 1928

De 300 km werden afgelegd in 8 uur 23 minuten 15 seconden, 350 km in 10.5.15 en de 400 km in 11.27.42. Den gehele acht door was er overal langs de weg een enorme belangstelling. Joep werd telkens en telkens luid toegeroepen en beantwoordde alles met een lachende hoofdknik Franssen heeft momenten gehad, soms 10 minuten tot een kwartier van 70 a 72 km per uur; en dan nog gaf hij tekens van harder, harder, doch de gang maker achtte het wenselijk niet harder te rijder, hetgeen, gezien den komende nacht, zeer wijs gehandeld was.

Terugkomend van Blerick op ongeveer 10 km afstand van de startplaats knapte de band van de gangmaker-auto. Hierdoor ging de auto aan het slingeren en Franssen viel. Bij de laatste rust klaagde bij ten gevolge hiervan over kramp. Ook zijn gemiddelde snelheid is in deze voor-middernachtelijke uren enigszins verminderd en bedroeg de laatste uren 37 km. Toch loopt hij nog voortdurend op Bruining uit, hetgeen uit onderstaande vergelijking moge blijken.

 

Omstreeks 23.30 uur kreeg Franssen de 3e lekke band. en er werd weer van karretje verwisseld.Overal langs de weg is grote belangstelling. Onverminderd duurt de belangstelling van het publiek voort, ook thans om 24.00 uur nog, in de nacht van Woensdag op Donderdag, nu we dit schrijven.

Tijdens de nachturen bereikte Franssen een gemiddelde snelheid van 38 km. Om 2.00 uur moest hij enige kilometers op eigen kracht rijden, daar de lantaarns defect raakten.

Zo juist is Franssen weer vertrokken. Hij had wederom tweemaal het traject gereden achter de wagen van dhr. Hanssen, die een keurige achter verlichting had. Het weer is Franssen gunstig. Gedurende den gehele rijtijd al is het ongeveer blad stil. Nu in de avond- en voornachtsuren wordt Franssen’s poging gunstig door maanlicht.

Om 3.00 uur is Franssen nog geheel fris. Toen hij meende in Grathem even te moeten afstappen voor massage, kreeg hij de boodschap om door te rijden naar Blerick, alwaar zijn bad klaar stond. Met een glimlach zegt Joep : „Gank fort, dan rie ich noa Blierik !”

Tijdens de nacht speelden zich verschillende toneeltjes af, d.w.z na het vertrek van Joep om 3.00 uur nodigde de kok Lindelauf het rustende peloton uit om te komen dineren. Het menu bestond uit een heerlijk bordje „snert” Zo gaat het gewoonlijk : wanneer de soldaten op nachtdienst zijn, geeft het snert, zo ook hier.

De bijkok Kuijpers uit Heerlen was de gehelen nacht een uitstekende hulp. Tijdens den nacht maakte de Burgemeester van Grathem en de burgemeester van Heel de toer eenmaal mee, alsook de wachtmeester Hulsman en rijksveldwachter Vilu. Aan deze heren komt een woord van warmen dank toe voor de goede hulp en steun. Gaarne en met alle bereidwilligheid werden alle wensen van het comité door voornoemde heren vervuld.

Thans zijn wij gekomen aan het kritieke moment, de overgang van de nacht naar de dag. Zij, die niet met de wielersport op de hoogte zijn, zullen het niet weten, doch het aanbreken van de dag is voor den renner ’t zwaarste uur, waaraan het al of niet welslagen van strijd gelegen ligt.

Om 3.30 uur stapt Franssen te Blerick af, en wordt hij in een warm bad gestopt. De verzorger blijft dan ruim een half uur met hem bezig, masseren, wassen, voeding enz. Toen Franssen om 4.15 uur weer opstapte kon men zien, dat de zonsopgang ook parten speelde. Met een heel kalm gangetje ging het naar Grathem. Na een uur rijden tekende zich het voor de renner gunstige verloop en begon hij weer steeds harder te rijden en spoedig was hij weer in vorm.

Nu kwam het hoogtepunt van het oude record in zicht (680 km). Franssen zelf had men zo goed als niets gezegd hoe hij er eigenlijk voor stond, tot dat hij om plusminus 10.45 uur de 680 km bereikte; toen had hij nog ruim 2,5 uur tijd om te verbeteren, hetgeen hij schitterend volbracht. Toen hij om 13.30 uur den laatste zogenaamde sprint maakte, bereikte Franssen een snelheid van 68 km per uur. Na de eindsprint naar Grathem, alwaar hij onder geschreeuw en gejoel van het zeer groot aantal opgekomen publiek naar binnen werd gedragen, werd hij toevertrouwd aan zijn verzorger.

Onder geschreeuw en gejoel van het in zeer groot aantal opgekomen publiek wordt Joep Franssen naar binnen gedragen.

De verzorging en opfrissing van Fransen nam 2,5 uur in beslag, gedurende welke tijd nog steeds meer wielersportenenthousiasten zich op het eindpunt verzamelden. Omstreeks 16.00 uur wordt na het nemen van enkele foto ’s het sein tot vertrek gegeven. Franssen was weer de oude van voorheen, alleen zijn benen begonnen stijf te worden. Aangezien te Blerick geweldig veel voor het welslagen van dit record is gedaan vooral door de Heeren v. Heukelom, Houben, Hufsmit enz. werd besloten den recordhouder naar Blerick te brengen, en namens hem alle sportvrienden te bedanken voor de goede hulp aldaar ondervonden. Te Blerick werd Franssen verrast door 2 kransen, namelijk een van de Wielerclub „De Valk” en een van meerdere sportliefhebbers. De hulp in Blerick was uitstekend.

Vandaar ging het via Venlo naar Roermond Hotel Cox. waar even werd gepauzeerd. De Heeren Kirschen en v.d. Berg resp. Secretaris N.W.B, en Hoofdredacteur van Sport-Echo waren juist vertrokken, zodat te Roermond het officiële gedeelte voor wat betreft de sluiting van de „course” kwam te vervallen.

Te Roermond was een geweldige belangstelling om Jüpke, de recordhouder, te feliciteren. Omstreeks 18.00 uur vertrok de rij van auto’s naar Heerlen, eerst werd te Sittard bij N.V. Becco nog eens gepauzeerd waarna een foto aldaar werd gemaakt. Op de Sittarderweg te Heerlen werd halt gehouden bij J. Kessels. broodfabrikant, alwaar Franssen werd gehuldigd door dhr. S. Herzdahl, hem werd een prachtige krans aangeboden. Dhr. Hertzdahl sprak warme woorden van hulde en sympathie aan Franssen, dat hij het record met bijna 100 km wist te verbeteren.

Daarna sprak dhr. Meens uit Sittard warme woorden van hulde uit namens de sportbroeders van Sittard. Dhr. van Els sprak daarna een woord hartelijke dank uit aan de dhr. Hertzdahl, die op zo’n schitterende wijze aan het welslagen van deze tour had medegewerkt, en speciaal zijn chauffeur mr. Ramakers verdiende een extra pluimpje. Zoals reeds eerder gezegd waren dhrn. Hertzdahl, Hanssen en ir. Koster de gangmakers van Franssen en het welslagen van de recordpoging is mede aan hen te danken. Met erewijn en een „lang zal hij leven”, werd Joep bij Kessels spontaan gehuldigd.

Daarna bracht het muziekkorps St. Franciscus Joep een serenade en bood dhr. Kessels Franssen namens voornoemde vereniging een prachtig bouquet bloemen aan. Ondertussen was een geweldige massa volk op straat verschenen. Dhr. Kessels had reeds gezorgd voor een optocht en zo trok de muziek van St. Franciscus gevolgd door alle wagens die hadden deelgenomen spelende door Heerlens straten; het was overal zwart van de mensen. Bij Lindelouf Kerkplein werd de stoet geëindigd en het was de gehelen avond nog zeer druk van mensen die Joep kwamen feliciteren.

Ten overvloedde volgen hier de tijden en het aantal afgelegde K.M. per 25 km: 

Limburgs Dagblad 4 mei 1928

Limburger Koerier 7 mei 1928

Joep Franssen met krans werd zondag 6 mei 1928 gehuldigd na het behalen van het 24 uur record, 777km 400m door het bestuur van de Heerlense Wielerbaan aldaar

Limburger Koerier 12 mei 1928

Nieuwe Venlosche courant 4 juni 1928

Nieuwe Venlosche courant 23 juni 1928