2019-12-03 Jacques Nieskens

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets”

Kueb (Jacques) Nieskens, 87 inmiddels, was in de eerste helft van de jaren vijftig, vorige eeuw een van de beste amateurs in het Limburgse land. Naar eigen zeggen waren de jaren ’52, ’53 en ’54 zijn beste jaren. Dat het inderdaad beste jaren waren is ook terug te zien aan zijn palmares. Ik lees in zijn plakboeken o.a. een keer Limburgs kampioen, 3e in het eindklassement van de Ronde van Belgisch Limburg, etappezege’s in de Ronde van Limburg en de Ster van Namen en Ronde van de Twaalf Kantons, 8e in het eindklassement van Île de France. Winnaar van tal van criteriums in België, Duitsland en Nederland. Ook was hij enkele keren als 1e reserve geselecteerd voor de WK’s maar het is er nooit van gekomen. Ik was graag meegegaan naar enkele van die mooie WK‘s, ik noem met name Solingen in ’54 waar Mart van der Borgh nog mooi 3e werd.

Jacq. Nieskens met z’n zoveelste overwinningskrans

Kueb kon goed bergop maar was daarnaast ook nog eens een rappe eindspurt.  Hij maakte deel van een uitstekende lichting Limburgse amateurs en onafhankelijken, ik noem Jan Nolten, Piet Haan, de gebroeders Steevens, Kees Boelhouwers, Jef Lahaye, de gebroeders Gelissen, Piet van den Brekel, Flor van der Weijden, Harry Schoenmakers, Mart van den Borgh, Sjra Vergooszen, Nol Ehlen, en zeker nog een tiental namen moeten in dit rijtje eigenlijk ook nog benoemd worden, b.v. Fons Steuten, Willy Gramser, …

V.l.n.r: ploegleider Toine Gense, Jacq, Nieskens, Flor van der Weijden en Mart van der Borgh

In 1932 geboren in Swalmen, niet ver van Roermond. “Ik  was een echte Schwaamer zoals ze dat zeggen, ze daar allemaal “enne slaag van de meule”. Ja, Jacq kan goed vertellen over de koers en meer, en dit met, zoals meteen al met deze uitspraak blijkt, veel humor.

Bij Swalmen denk ik al meteen aan de wielerpionier Mathieu Cordang die daar ook woonachtig was. Ja zegt Jacq, ik heb hem nog gekend, al was ik toen nog een kwajongen van een jaar of tien. Hij had aan de provinciale weg in Swalmen een garage. Er waren 2 benzinepompen voor de deur, een met diesel en een met benzine. Ik zat ooit aan een van de hendels van zo’n pomp te frunniken, ik had niks in de gaten tot ik plots van achteren een oorvijg kreeg, het was Mathieu Cordang zelf… Een jaar later schat ik, dat hij is overleden, dat was in de oorlog, in 1942”.

Onthulling van het monument ter ere van Mathieu Cordang in Swalmen , 29 augustus 2018, geheel links Jacq. Nieskens. Inzet rechts: Het monument

“Ik was een knaap van zo’n 14 jaar toen ik begon met werken, dat was in Swalmen bij de houtfabriek. “Een oom van me  die was daar machinist, die wilde graag hebben dat ik daar kwam werken. Na verloop van tijd, niet lang nadat ik er was begonnen, zei tegen oom Willem, Ik blijf hier niet, ik kreeg meteen een draai om mijn oren, jij blijft hier en je word net als ik ook machinist op die stoommachine. Maar ik wilde dat niet. Ik zag in de krant staan dat er in Tegelen, bij een machinefabriek, mensen gevraagd werden waarop ik tegen mijn vader zei dat ik daar heen ging om te vragen of ik er mocht beginnen want dat hout, het interesseerde me totaal niet”. Het enige wat hij zei “als er maar brood op de plank komt”.

De Ronde van (Belgisch) Limburg, TWC Maastricht (10 renners per ploeg) vóór de start, Kueb Nieskens, 3e van links nam 4 maal deel aan deze 5 daagse etappekoers, en won een etappe en 3e in het eindklassement

Ik ben toen met mijn fiets, er zaten niet eens banden op dus op de velgen, naar Tegelen gereden. Ik stond er aan de poort te kijken toen de baas me zag staan en vroeg:  “Jong, wat kumste doon? Of ik er mocht komen werken. Morgen zei hij, wat mij betreft morgen, morgen mag je beginnen! Maar ik moest eerst nog ontslag nemen op de houtfabriek in Swalmen. Twee weken later stond aan de zaagmachine, ijzer te zagen. Ik reed al een week op en neer naar Tegelen, toch een dikke 15 km enkele reis met mijn fiets, op de velgen toen hij van mijn collega’s vernam. Hij kwam naar me toe en vroeg “Joong, heb je geen geld voor banden?  Ik kreeg wel 3 gulden 60 reiskosten vergoeding per week, die hield ik fijn mijn zak. Ik was de benjamin van het bedrijf en moest ook wel eens boodschappen hiervoor doen, met die fiets zonder banden. Hij kwam naar me toe en zei: “En straks ga je naar Strouken, die naam vergeet ik nooit. Rijwielzaak Strouken dat was in Tegelen, je gaat daar een stel binnen en buitenbanden halen, en morgen dan kom je naar je werk met je fiets mét banden! ’s Anderendaags stond hij mij al bij de fietsenkelder op te wachten, ik heb er uiteindelijk 6 jaar gewerkt. Ik heb er een super leerschool gehad, die baas, die man was als een vader voor me.

foto Tonny Strouken

Hoe ik aan het fietsen toe gekomen ben? Nou, op de fabriek in Tegelen daar kwamen 20 fietsen aan, Peugeot, sportfietsen, die kostten toen 125 gulden per stuk, super sportfietsen.  Sjaak, zei mijn baas, geef je op, dan krijg je ook een fiets. Ik dacht dat ik geen kans op een fiets zou hebben maar hij zei, Sjaak, geef je op, dan krijg je er een, ik zorg daar voor! En zo was het, ik kreeg een fiets, een Peugeot sportfiets, mét spatborden, maar die waren er al af voordat ik thuis was. Er zat wel nog geen koersstuur op. Nog geen 100 meter van ons huis was een vuilnisbelt, daar heb ik een oud stuur van een omafiets af gehaald, omgedraaid, afgezaagd en nog wat aan gelast en kijk, ik had een koersfiets! Zo ben ik aan wielrennen toe gekomen. Mijn eerste wedstrijden reed ik bij de “wielerbelang’ ( de latere NWB), dat was meen ik in 1946. De eerste wedstrijd die ik heb gewonnen, dat was in Haelen, ook dat vergeet ik nooit van mijn leven,want ik klopte daar Hans Voesten. Die Voesten won destijds bijna alles maar toen ik in Haelen met hem op de streep afkwam…Tjoep… de bloemen. Ik had wel inmiddels een andere fiets. Ik  kocht een frame van Sjef Janssen in Elsloo, Sjefke had toen nog geen winkel, het was een frame dat hij afdankte. Ik moet zeggen, ik was er erg blij mee. Met het frame op mijn rug reed ik van Elsloo naar terug naar huis. Die renfiets heb deze toen zelf opgebouwd, Sjef Janssen had me er nog enkele onderdelen bij gedaan, ja, ik koester ook goede herinneringen aan Sjef, een sympathieke man met een groot wielerhart.

Jacq. Nieskens met zijn trotse ouders

Valpartijen? Ik? Ik durf het niet te zeggen, zo vaak, ik heb mijn rechter sleutelbeen in een koers gebroken, wáár was dat ook alweer? Een flinke valpartij, hup naar het ziekenhuis, ik kreeg een harnas aan. Na verloop van tijd ging het toch kriebelen. Ik zei tegen mijn moeder, ik woonde nog thuis, Mam, ik ga wat fietsen. Kijk uit zei ze, dat je niet op je beest valt. Via de dakkapel heb ik mijn koerskleren naar buiten gegooid, mijn vriend Jef stond buiten te wachten, op naar Overpelt in België, met de fiets natuurlijk, we gingen altijd met de fiets naar de koers. Mijn ploegleider Wouters zei nog Nies, ge gaat toch niet koersen met die arm? Gelukkig waren er geen kasseien. Ik werd 2e, als ik dat niet met die arm had gehad, dan had ik gewonnen, ik kon rechts niet aan het stuur trekken. Mijn moeder wist van niks, maar ik had toch weer een mooie cent, nee frank verdient. Bij de omloop Het Volk van 1956, de aankomst was op de baan, het zogenaamde Kuipke van Gent. Bij het binnenrijden van de piste kwam ik ten val, ik brak de knieschijf van mijn rechter been, het betekende het einde van mijn wielercarrière dus van valpartijen, ik weet er alles van! In 1957 ben definitief ik gestopt.

Limburgs Dagblad 16 juni 1952

Ik ben in bezit van een gouden, zilveren en bronzen medaille van de KNWU, een keer 1e, 2e en een keer 3e in het Limburgs kampioenschap. Dat kampioenschap dat ik behaalde op het Caubergcircuit. Die Cauberg vlóóg ik altijd omhoog, ik hoefde niet eens uit het zadel te komen, ik woog immers maar een kilo of 53. Het was in 1952 dat ik het Limburgs kampioenschap won, wat was me dat een heisa daar aan de streep. Velen meenden dat ik daar onterecht op het hoogste schavot stond, dat het Hein Gelissen was, Gibson noemden we hem, die de ware kampioen was die dag. Hein zou het eerst zijn wiel over de streep hebben geduwd. Maar Sjra Sillen, de bekende sportredacteur zei later “Jacq, ze hebben je willen besodemieteren, die foto’s van de finish, die hebben ze verdraaid” Hoe dat gaat weet ik ook niet, maar ik ben en blijf toch de Kampioen van Limburg van 1952.

vooruitblik uit de krant van juni 1956 met de uitslagen van de vijf voorafgaande jaren

Piet Haan klopte ik in zijn eigen dorp Mechelen, dat was een van mijn mooiste overwinningen, toch de koers waar ik de mooiste herinneringen aan heb. Het was mijn tweede of derde wedstrijd bij de amateurs. Mijn supporters van Swalmen die wilden me zelf naar Mechelen brengen met de auto. Dat was niks voor mij, ik ben met de trein naar Maastricht gereden en van daaruit met een rugzak op de fiets naar Mechelen. Ik had me nota bene bij Piet thuis omgekleed, hij had me dat zelf aangeboden. Een man vijf  hadden afspraken gemaakt, Piet zou voor eigen publiek mogen winnen, maar mij was daarover niks verteld.

foto Tonny Strouken

De dag erna, op maandag,  moesten we in Maastricht fietsen. Radium Ronde meen ik dat het was. Ik kwam Pietje voor de koers tegen, “Sjaak, zei hij, je hebt me gisteren de das om gedaan, wil je me hier niet helpen want hier heb ik ook veel supporters zitten. Ik zelf had trouwens ook een grote supportersclub met meer dan 500 leden, die gaven iedere maandag een kwartje.  Als mijn sponsor, dhr. Evers het goed vind ga ik akkoord. Nou, die vond het na die overwinning in Mechelen wel goed. En Piet Haan? Die won hierop de Radium Ronde van Maastricht. Ik kon met Piet Haan goed door één deur, we waren goede vrienden. Met  de andere coureurs kon ik ook goed mee overweg, behalve met Harry Ehlen….

Limburgs Dagblad 15 september 1952

Ronde van Mechelen 1952, met Piet Haan op de foto van sportfotograaf Tonny Strouken

Harry was een neef van Nol Ehlen. Nol was een geweldig coureur, en altijd eerlijk. Dat laatste kon ik van Harry niet zeggen. Het had allemaal te maken met de Ronde van Swalmen van 1956. Ik zat in de slag met Fons Steuten  en Harry Ehlen, we zaten samen in de kopgroep en de afspraak was dat ik zou winnen, met niet veel machtsvertoon. Ze wisten wel dat ik niet te kloppen was. We kwamen de laatste bocht uit, ik op kop, zet niet al te hard aan, ik kijk naar Fons Steuten en flits, de “schmale remmel” vliegt me voorbij… hij klopte me en ik was zó kwaad, mijn fiets vloog over een heg en ik snoeksprongde er ook nog overheen, ik was niet moe, helemaal niet. Klaartje, de vader van Harry, die kwam naar met toe, “Sjaak , zei hij, wat die witte van mij vandaag geflikt heeft, zal je hem wel nooit vergeven”. Ik zei, over drie weken dan is de Ronde van Geleen… daar wint hij nog niet één cent !! Oei, was zijn reactie, je gaat toch geen kloterijen uithalen Sjaak? Nee dat niet, maar ik ga er wel alles aan doen, dat heeft hij nog nooit meegemaakt!

Drie weken later de thuiswedstrijd van Harry Ehlen. Ik had al een paar premies voor de neus van Harry weggekaapt en hem er nog eens op gewezen dat hij geen cent ging verdienen.  Winand Kamphuis, die was ook uit Sittard, komt naast me rijden “Kuub, als ik nu wegspring, kom je dan terughalen?”, Nee Winand, jou niet, maar die “kruppel“ die zal achter ons eindigen.

Winand sprong weg, ik haalde hem niet terug, maar een ronde of drie, vier voor het einde wordt hij weer bijgehaald. Ik zat midden in de groep, ik hield alleen Harry in de gaten. We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen, ik heb er nog krantenartikel van, ge-wel-dig.

We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen

Ik reed al die jaren bij een Belgische ploeg, Victory (Jozef Schaeken Maaseik). Voor elke wedstrijd die ik won kreeg ik 100 gulden. En natuurlijk een fiets, koerskleding en tubes (maar niet zo veel tubes). De Victory fiets heb in nog steeds, al ligt hij wel uit elkaar, het frame de onderdelen en de wielen zijn er nog. Op een gegeven moment kwam er min of meer herrie, men wilde dat ik Belg zou worden, maar dat wilde ik niet, en mijn ouders al helemaal niet. Toen ben ik overgestapt naar de Eroba ploeg van Toine Gense.

V.l.n.r: Jozef Schaeken, (Victory rijwielen) met zijn dochter, Jacq Nieskens en rechts achter Kees Boelhouwers

Ronde van Epen 1952, jonge joong, wat was het slecht weer, wat een modderballet. Piet Haan moest daar winnen, hij was weggesprongen met Leo Steevens. Ik ben daar toen alleen naar toe gereden. Toen ik er bij zat zei Pietje tegen mij “Sjaak, ik wil hier graag winnen, dan delen we de prijzen en premies” Ik vond het goed, dat hebben we daarna nog vaak gedaan, de prijzen gedeeld.

Ronde van Epen 1952, v.l.n.r: Jacq Nieskens, Piet Haan en Leo Steevens. foto Tonny Strouken

Waar ik ook een gouden herinnering aan heb overgehouden is de 3e rit van de Ster van Namen, Stavelot– Jupille in 1955. Leo Stevens, die reed in de gele leiderstrui die hij na een geweldige tijdrit om de schouders had. In die derde etappe naar Juplille was op een gegeven moment mijn derailleur kapot, ik lag ruim een minuut achter. Mijn ploegleider, Toine Gense stopte met zijn Jeep naast me, Chris van Dooren zat achter het stuur. Ik kreeg de reservefiets van Harry Schoenmakers, die had dezelfde maat fiets als mij. Gense riep “als je maar zorgt dat je binnen de tijdslimiet binnenkomt!”. Tijdslimiet? Hoezo, tijdslimiet? Als je niet maakt, dat je snel wegkomt, dan, slinger ik deze bidon naar je hoofd! En er hoeft ook niemand op me te wachten, ik kom gemakkelijk alleen terug!!

Jacq. met zijn clubgenoten van TWC Maastricht

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets” Een motorrijder bleef bij me, die vroeg op een gegeven moment of ik nog goed wijs was, zo hard ging ik bergaf. Voor mij was het geen nieuws, dalen kon ik als de beste, ja, met doodsverachting! Zoals ook bij de criteriums, ik trapte in de bochten gewoon door, velen durfden me niet te volgen. Onder aan een berg kon ik weer aansluiten en dacht, als ze nu maar niet gaan demarreren want dan word ik er zo weer afgepiert, maar het viel mee, gedurende de beklimming schoof ik al doende steeds iets meer naar voren. De Gens kwam naast me rijden en stak zijn duim op. Bij de beklimming van de Hallembaye koos ik de aanval. En niemand kon me volgen, ik won de etappe met 31 seconden voorsprong.

Jacq. Nieskens winnaar van de Grosser Mücken Preis in Krefeld, ik won daar een sportfiets. Wat doen we daar mee? vroeg mijn broer Ton. Rij er maar mee naar huis, dan is hij van jou !! zei ik.

 

1952-08-23, Luxemburg, WK op de weg, amateurs

Wereldkampioenschap op de weg voor amateurs

Piet Van den Brekel miste wereldtitel wegens diskwalificatie Limburger finishte gelijk met de Italiaan Ciancola, de nieuwe wereldkampioen

Hein Gelissen bezette de 4e plaats

V.l.n.r: Kees Aanraad, Arend van ’t Hof, Piet van den Brekel, Piet Kooyman, Hein Gelissen en Adri Voorting

Voorbeschouwing:
Bepaald moeilijk is circuit niet, maar wel interessant
Plantaz, uit vorm, op eigen verzoek vervangen door Kooijman

LUXEMBURG, 21 Aug 1952. Donderdagavond is het verzamelen geblazen voor de Nederlandse deelnemers aan de wereldkampioenschappen In Luxemburg. Dan komen de amateurs en de professionals op de weg te Echternach tezamen, waar zij tot Maandagochtend zullen vertoeven. De chef d’equipe, John van Eck, is reeds te Luxemburg aangekomen om voorbereidende maatregelen te treffen. Hij is begonnen, tezamen met zijn commissieleden de heren H. Martin en J. Stol het parcours te verkennen. De heer Martin had dat enkele weken geleden reeds gedaan onder leiding van een vertegenwoordiger van het ministerie van de Sport, dat Luxemburg, in tegenstelling met ons land, rijk is. En over dat parcours, dat 17,5 km lang is en 4km buiten Luxemburg begint en via Bettembourg en Leudelange loopt, heeft hij een uitvoerig rapport uitgebracht aan de leden van de Sportcommissie, die zich dus volkomen hebben kunnen oriënteren. En toen Van Eck en Stol Woensdagmiddag na hun aankomst te Luxemburg het circuit zijn gaan verkennen, beantwoordde de werkelijkheid geheel aan de gegevens van het rapport van de heer Martin.

Wim van Est inspecteerd de fiets van Piet van de Brekel

Wim van Est inspecteerde de fiets van Piet van den Brekel

Gelissen kans op eervolle plaats.
„Bepaald moeilijk is het parcours niet”, zo luidde de mening van de chef d’equipe tegenover onze verslaggever. „Het is heuvelland, er is geen berg in, maar die klim bij Abweiler onmiddellijk na de bocht In het stadje Bettembourg over 650 meter met een stijgingspercentage van 7 tot 9 %, zal toch niet meevallen. Vergeet niet, dat de amateurs het parcours tien keer moeten rijden en de professionals zeventien keer. En dan kan die klim tenslotte in de benen gaan zitten. Moeilijk, neen nogmaals, dat is het parcours niet, maar toch wel interessant. Want let eens op; ongetwijfeld zullen vele renners proberen om op de smalle weg, die overigens in uitstekende staat verkeert, in het prachtige sparrenbos van Leudelange, te ontsnappen. Lichte klims en lichte dalingen, maar bijna nooit vlak en, wat nog belangrijker is, zeer bochtig. Een scherpe demarrage, een drie tot vier honderd meter voorsprong en de vluchtelingen zijn al uit het gezicht verdwenen.”

Kansen voor weglopers.
Wij hebben het parcours zelf rond gereden en wij kunnen niet anders dan de mening van John v. Eck onderstrepen. Het begin van het circuit, van Luxemburg naar Bettembourg is zeer schaduwrijk. De weg is breed, vrij bochtig en ’t wegoppervlak bestaat uit stroef asfalt. Langs dat gedeelte is een luidspreker installatie gemaakt, zodat de vele tienduizenden, die men uit België, Frankrijk, Duitsland, maar ook uit Nederland verwacht, voortreffelijk op de hoogte kunnen worden gehouden van het verloop van de strijd. Enkele kilometers voor Bettembourg houdt ’t bos op. Men heeft er een prachtig uitzicht over het vriendelijke Luxemburgse landschap. Er is een vrij lange afdaling naar Bettembourg. In het plaatsje zelf is een zeer scherpe bocht, waarna onmiddellijk de klim van Abweiler, waarover wij reeds schreven, aanvangt. Daarna volgt het sombere sparrenbos van Leudelange en 4 km voor de finish komen de renners op de grote weg van Esch-sur-Alzette naar Luxemburg, waarin nog een tamelijk lange stijging zit.

De finish, waar tribunes zijn gebouwd, ligt uitstekend en mocht de aankomst en masse zijn, iets, wat wij niet geloven, dan is het wegdek breed genoeg voor een fel betwiste sprint.

Dat men op het laatste ogenblik nog veel te doen heeft, blijkt ook wel uit de verrassende mededeling, welke wij uit de mond van de chef d’equipe in Mondorf les Bains vernamen. Jan Plantaz, nummer drie uit het wereldkampioenschap van het vorig jaar te Varese, de man, die Nederland op de Olympische Spelen te Helsinki heeft vertegenwoordigd, doet niet mee. Niet, dat de sportcommissie besloten had hem te vervangen, maar de Eindhovense amateur heeft zelf gezegd, dat hij op het ogenblik totaal uit vorm is. Dat hij erg tegen het wereldkampioenschap opziet, dat hij moeilijk draait en dat het daarom veel beter zou zijn, indien men hem, Jan Plantaz, zou vervangen door een van de reserves.

Wat kon de sportcommissie van de K.N.W.U. anders doen dan deze eerlijke en zeer sportieve houding respecteren? En dus werd de organisatie-machine in werking gesteld teneinde er zorg voor te dragen, dat Piet Kooyman, de Haagse amateur, die dit seizoen constant goed heeft gereden en als reserve op de lijst stond voor het wegkampioenschap te Luxemburg donderdagavond op tijd in Echternach te doen zijn. De sportcommissie van de N.W.U. stelt in Kooyman veel vertrouwen. Voor de etappe-wedstrijd, welke dit seizoen in Denemarken is gereden, stond hij eveneens als reserve ingeschreven. Op het laatste ogenblik moest hij invallen en dat hij toen ook zijn mannetje heeft gestaan werd wel bewezen door het feit, dat hij het klaar speelde een etappe te winnen.

De meeste kansen op eervolle plaatsen worden voor wat de amateurs betreft door de sportcommissie toegekend aan Gelissen uit Beek, die knap reed in het heuvelland en naarmate het seizoen is gevorderd, een steeds betere vorm is gaan vertonen en aan Adri Voortuig, die te Helsinki in buitengewone vorm was, maar door pech achtervolgd, reeds vrij spoedig nr het begin uitgeschakeld was voor een medaille
Op de professionals komen wij nog nader terug. Zij alleen nog vermeld, dat de amateurploeg dus door het uitvallen van Plantaz definitief als volgt is samengesteld: Adri Voorting (Haarlem), Arend van ’t Hof (Sassenheim), Kees Aanraad (Oud-Gestel), Hein Gelissen (Beek), Piet van den Brekel (Echt L.) en Piet Kooyman (Den Haag).

Erelijst der amateurs:
1934: Leipzig: 1 Kees Pellenaars (Nederland) 113 km in 2.34.02.6; 2 A. Deforge (Frankrijk); 3 André (België).
1935: Floreffe: 1 Mancini (Italië) 152 km in 4.37.16; 2 R. Charpentier (Frankrijk); 3 W. Grundahl Hansen (Denemarken).
1936: Bern: 1 E. Buchwalder (Zwitserland) 145 km in 3.58.02; 2 G. Weber (Zwitserland); 3P. Favalli (Italië).
1937: Kopenhagen: 1 A. Leoni (Italië) 204 km in 5.48.20; 2 F. Sörensen (Denemarken); 3 F. Scheller (Duitsland).
1938: Valkenburg: 1 H. Knecht (Zwitserl.) 170 km in 4.51.59.8; 2 J. Wagner (Zwitserland); 3 Joop Demmenie (Nederland).
1946: Zürich: 1 H. Aubry (Frankrijk) 189 km in 3.12.41; 2 E. Stettler (Zwitserland); 3 H. v. Kerckhoven (België).
1947: Reims: 1 A. Ferrari (Italië) 164 km in 4.18.58; 2 Pedroni (Italië); 3 Gerrit van Beek (Nederland).
1948: Valkenburg: 1 H. Snel (Zweden) 185 km in 5.16.22.1; 2 I. Lerno (België); 3 O. Viinlund (Zweden); 4 Wim van Est (Nederland).
1949: Kopenhagen: 1 Henk Faanhof (Nederland) 194 km in 4.53.42; 2 H. Kass (Luxemburg) 3 Hub. Vinken (Nederland).
1950: Moorslede: 1 Jack Roobin (Australië) 175 km in ‘ 4.29.24; 2 Varnajo (Frankrijk); 3 Ferrari (Italië); 6 Thys Roks (Nederl.); 11 Hans Dekkers (Nederland).
1951: Varese: 1 Ghidini (Italië); 2 Benedetti (Italië); 3 Jan Plantaz (Nederland) ; 5 ex aequo 13 renners w.o. Van Roon en Joris (Nederland).

Luxemburg „verkocht” zijn wereldkampioenschappen, Gepeperde toegangsprijzen, die Zondag variëren van f 20,- tot f 8,-

Wereldkampioenschap op de weg voor amateurs Luxemburg 1952

Officials en renners in dorpen buiten Luxemburgse hoofdstad ondergebracht

Hoensbroekse bus voor Nederlandse deelnemers
MONDORF LES BAINS, 21 Aug 1952 Alle hotels in de stad Luxemburg zitten vol met gasten. Niet alleen zijn er de jaarlijks terugkerende vakantiegangers, maar degenen, die betrokken zijn bij de uitvoering van het Plan-Schumann, zijn allen te Luxemburg gedetacheerd, zodat geen bed meer over is voor de renners, die over enkele dagen zullen deelnemen aan de wereldkampioenschappen op de weg, voor de officials, die oudergewoonte in grote getale de renners vergezellen en voor de journalisten, die uit geheel Europa naar het Groot-Hertogdom zijn gekomen om het nieuws over de verrichtingen van de amateurs en de professionals over de wereld te verspreiden. De Luxemburgse wielerbond zat dan ook volkomen met de handen in het haar. Het is met de organisatie van deze wereldkampioenschappen merkwaardig gesteld.

De Luxemburgse Wielerbond is een naar verhouding kleine organisatie, zonder bureau, zonder geld, zonder employees, wat kon men, toen de organisatie van de wedstrijden om de wereldtitels aan Luxemburg werden opgedragen, anders doen dan de kampioenschappen te „verkopen”? Zo kon een drietal gegadigden gezamenlijk het wegkampioenschap kopen en de baanwedstrijden werden overgedaan, natuurlijk tegen ’n behoorlijke prijs, aan Parijs, waar het Parc des Princes het centrum van de strijd om de regenboogtruien over ’n tiental dagen zal zijn. De kopers van het wegkampioenschap namen enkele rigoureuze maatregelen. De toegangsprijzen voor de wedstrijd der amateurs en voor die der professionals werden naar Nederlandse begrippen behoorlijk opgeschroefd. Zo zal een wielerliefhebber, die Zondag a.s. de course der profs wil bijwonen, van tien uur des morgens tot ongeveer vijf uur in de middag de som van 25 gulden hebben te betalen voor een tribuneplaats. En ’n wat minder dure plaats kost toch nog 15 gulden en lager dan een gulden of acht voor een staanplaats, ergens op het circuit, is men niet gegaan. Met dien verstande, dat degene, die Zaterdag ook de wedstrijd der amateurs wil zien, er afzonderlijk voor zal moeten betalen, wel niet zo prijzig als ’s Zondags, maar toch nog ruim tien gulden voor een plaats op de tribune bij de finish.

Koersverloop

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Indien Piet van den Brekel die zaterdagmiddag in de 8e ronde van de strijd om het wereldkampioenschap voor amateurs geen reservefiets had geaccepteerd van een wild-enthousiaste toeschouwer, dan zou Nederland en in het bijzonder Echt, de woonplaats van de veelbelovende Limburger, nu een wereldkampioen rijk zijn. In een nek-aan-nekrace met de Italiaan Ciancola finishte Piet v. d. Brekel over de meet. Er was nauwelijks verschil merkbaar.

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952, de franse ploeg, links Anquetil

Door de jury werd druk beraadslaagd. Aanvankelijk werd v. d. Brekel officieus als tweede geklasseerd in afwachting van de foto-finish. Maar toen kwam plotseling de mededeling dat v. d. Brekel was gediskwalificeerd, omdat hij buiten de materiaalpost door een toeschouwer van een nieuwe fiets was voorzien. Piet gaf alles ruiterlijk toe, maar Nederland kon ondanks alles trots zijn op zijn uitstekende rit, bovendien een uitstekende 4e plaats voor Hein Gelissen, Kooyman op de 5e en Aanraad op de 7e plaats. Een uitstekende prestatie van de Nederlandse equipe.

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952, le départ

Hein Gelissen bezette de 4e plaats
De start van de 113 amateurs, een record bij de wereldkampioenschappen, verliep minder vlot. Want de Mexicaan Cepeda was nog geen 10 meter over de streep of hij kwam ten val door slecht sturen, tegelijk met de ler Reid Grodon. De laatste zat onmiddellijk weer op zijn fiets, maar de Mexicaan, die zovele duizenden kilometers had gereisd om aan deze titelwedstrijden te kunnen deelnemen, ging huilend aan de kant van de weg zitten. Zijn fiets was stuk en hij zelf had een verwonding aan het been, zodat hij de strijd moest staken. Het tempo was bijzonder hoog en er werd fel gedemarreerd op de heuvels van het Luxemburgse landschap.

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952, in het midden Jacques Anquetil

En toen in de tweede ronde een massavalpartij plaats vond in de bossen van Leudelange, waar de weg zeer smal en bochtig is, profiteerden onmiddellijk enkele renners van de verwarring en namen een voorsprong.
Zes renners, bestaande uit onze landgenoot Piet v. d. Brekel, Jacquet en de Uruguees de Los Santos, kwamen door met een voorsprong van 31 sec op het peloton, dat lang gerekt was. In de grote groep mankeerde een Nederlander, Arend van ’t Hof, die kennelijk moeilijkheden had met zijn derailleur, toen hij langs de eretribune kwam. Bij de valpartij in de tweede ronde waren vier renners ernstig gewond, te weten de Engelsman Graham, de Japanner Kato de Libanees Nalttchayan en de Belgische kampioen van Looy, die een arm brak. Evenals in Helsinki werd hij dus door pech uitgeschakeld. De samenwerking in de kopgroep was uitstekend en in de derde ronde, die in 25 min 18 sec (gem. 41.501 km) ging, groeide de voorsprong van de koplopers geleidelijk.

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

In Bettembourg waren zij reeds 300 meter voor het peloton en na Leudelange was de voorsprong 400 meter geworden. Voor de eretribune leidde Piet v. d. Brekel de kopgroep die op 40 sec werd gevolgd door het grote peloton, waarin de 4 Nederlanders zich in de voorste gelederen bevonden. Arend van ’t Hof had gezelschap gekregen van de ler Grodon Reid en de Fin Siven. Zij hadden een achterstand van enige minuten. Kort na het ingaan van de vierde ronde konden de zes vluchtelingen hun voorsprong nog iets vergroten tot 600 meter, maar toen verhoogde het peloton het tempo en 6 kilometer verder, bij Bettembourg , was de kopgroep door de achtervolgers opgeslokt.

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952 Rik van looy wordt afgevoerd, arm gebroken

In de zesde ronde kwam de Duitse wegkampioen Walter Becker ten val, waardoor hij een ernstige blessure aan zijn linkervoet opliep. Hij moest naar het ziekenhuis worden overgebracht. Voortdurend werd er gedemarreerd, maar nauwelijks waren twee of drie renners er tussenuit of het peloton versnelde het tempo. En de moedigen, die ondanks het hoge tempo, toch een poging waagden om weg te komen, lieten zich maar weer inlopen.

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Na de zesde ronde kwam het peloton volkomen uit elkaar gerukt door met een groepje van acht man op kop onder wie zich Voorting bevond. Ghidini en Guerrini hadden niets van hun achterstand kunnen inlopen en van ’t Hof kwam alleen door, in de steek gelaten door de Deen Hansen.
In de zevende ronde zakte het tempo aanzienlijk, waarvan een stal renners gebruik maakte om een voorsprong te nemen, die bij de eretribune reeds 30 sec bedroeg.

1952 WK Luxemburg, verzorging

1952 WK Luxemburg, verzorging

De Nederlanders waren er niet in geslaagd in deze verrassende uitlooppoging mee te gaan en bevonden zich in de grote groep, die door Piet v. d. Brekel werd geleid. Het vijftal aan kop, bestaande uit de Fransman Thomas, de Zweed Johnsson, de Zwitser Graf en twee Italianen, Fantini en Bruni, had de zevende ronde afgelegd in 27 min 18 sec, gemiddelde 38.461 km. Met nog ruim 50 kilometer voor de boeg hadden zij een redelijke kans deze voorsprong te behouden of zelfs te vergroten. Dat het hun ernst was bleek uit de mededeling, dat de voorsprong in Bettembourg was aangegroeid tot 400 meter.

Van onze landgenoten maakte Piet v. d. Brekel tot nog toe de beste indruk. Hij was steeds in de voorste gelederen te vinden en toen hij in de zevende ronde een lekke band kreeg wist hij zijn opgelopen achterstand spoedig teniet te doen.

Wereldkampioenschap op de weg voor amateurs Luxemburg 1952

In de negende ronde ontbrandde de strijd in volle hevigheid. De demarrages volgden elkaar nu in snel tempo op en bij het passeren van de grote tribune, toen de laatste ronde inging, lagen zes renners op kop, de Nederlander Gelissen, de Italianen Fantini en Ciancola, de Belg van Genechten, de Deen Andersen en de Luxemburger Ludwig. Zij hadden 15 sec voorsprong op een tweede groepje met de Belg Grondelaers, de Fransman Michel, de Luxemburger Hein en de Liechtensteiner Lampert. Kort daarachter kwam een kleine groep met Adri Voorting en enkele meters daarna volgde de rest van het veld, waarin Kooyman, Aanraad en v. d. Brekel bij elkaar reden.

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

In de tiende en laatste ronde werden ook deze zes uitlopers ingehaald en bij de finish, waar de Luxemburgse gendarmerie, bijgestaan door soldaten de grootste moeite had de orde te handhaven en de weg vrij te houden, steeg de spanning met elke seconde.
Arend van ’t Hof, die de gehele middag met ’n grote achterstand had gereden, maar dapper had volgehouden, stapte na de negende ronde af. Minuut na minuut verstreek zonder dat iemand bij de eindstreep met de situatie in de wedstrijd bekend was. Er werden geen berichten meer omgeroepen, totdat plotseling de melding kwam dat er zes man op kop lagen, gevolgd door een groep van 12 en daarachter ’n groep van 28 renners, maar wie zich in deze groep bevonden, bleef een geheim tot enkele tientallen meters voor de finish. Er kwam een grote groep aanstormen, waarin zich aan de kop enige oranje truien bevonden.

1952. WK Luxemburg. Eindsprint. Rechts Piet van de Brekel, links Ciancola.

1952. WK Luxemburg. Eindsprint. Rechts Piet van de Brekel, links Ciancola.

Op de laatste 100 meter kwamen aan de linkerkant van de weg plotseling een Italiaan en een Belg naar voren, gevolgd door een renner, weer in oranje. Het was Piet v. d. Brekel, die met een paar machtige trappen buitenom schoot.

1952. WK Luxemburg. Eindsprint. Rechts Piet van de Brekel, links Ciancola.

Later werd bekend dat van de Brekel gediskwalificeerd was.

Het officiële klassement van het wereldkampioenschap voor amateurs op de weg ziet er als volgt uit:

1 Ciancola (Italië) 175 km in 4 uur 22 min 11.8 sec
2 Noyelle (België)
3 Ludwig (Lux.)
4 Gelissen Ned.)
5 Kooyman (Ned)
6 Michel (Fr.)
7 Aanraad (Ned.)
8 ex aequo:
v. Genechten (B.)
Andersen (Den)
Anquetil (Fr.)
Thomas (Fr)
Joergensen (Den)
Voorting (Ned.)
Heim (Lux.)
15 Bruni (It.)
16 Grondelaers (B.)
17 Gaul (Lux.)
18 Fantini (It.) 4.22.27
19 Marcel Janssens (B.) 4.22.45,4
20 Harold King (G.B.) z.t.
21 Nevin (Austr.) z.t.
22 Reitz (Dld.) z.t.
23 Eward (lerland) 4.23.37
24 Bernard King (G.8.) z.t.
25 Johnsson (Zweden) in 4.27.32
26 Bowes (G.B.) 4.29.45
27 Maue (Dld.) z.t.
Vervolgens een peloton van 23 renners.

ONDANKS DISQUALIFICATIE 

Piet van den Brekel niet geslagen in sprint en dat gaf hem voldoening 

Op de schouders van supporters

Na Ronde van 12 Kantons in Luxemburg vertrouwen in eigen kunnen Echtenaar belofte voor de toekomst
In het Hotel I’Etoile dOr hebben wij Zaterdagavond rustig met Piet van den Brekel, de 20-jarige amateur uit Echt zitten praten. Hij wist, dat hij gediskwalificeerd was, omdat hij een flets van een toeschouwer had genomen. Maar het was hem niet bekend, dat de foto’s en ook de film, welke voor officials en journalisten was vertoond, duidelijk hadden uitgewezen, dat de Italiaan voorbarig tot wereldkampioen was uitgeroepen, want dat nog nimmer een dead heat zo scherp van de foto’s en de film was te lezen als dit keer.

1952 WK Luxemburg huldiging supporters

De U.C.I. had dus weer eens een fout gemaakt, iets, wat de Internationale Wieler Federatie de laatste jaren bij elk wereldkampioenschap overkomt. Ciancola was op dat ogenblik geen wereldkampioen der amateurs op de weg. Daartoe is hij voorbarig gebombardeerd door de rechter van aankomst de Fransman Dupin, die beter, wetende dat er een foto-finish was opgenomen, zijn beslissing onder voorbehoud had kunnen geven. En dan zou Ciancola door de heer Achille Toinard niet zo de regenboogtrui zijn aangetrokken dan zou het Italiaanse volkslied niet onmiddellijk zijn gespeeld. De omstandigheid, dat Piet van den Brekel inbreuk had gemaakt op het wedstrijdreglement, was voor de wedstrijdcommissarissen een gelukkig moment, want nu werd Ciancola titelhouder, omdat onze landgenoot van de uitslagenlijst werd geschrapt. Dit laatste geschiedde, laten wij het ronduit schrijven, volkomen terecht.

1952 Wereldkampioenschap in Luxemburg

Toen wij de Limburger het verhaal van de foto’s en de film vertelden, lichtten zijn ogen even op, hij was niet geslagen in de sprint en dat gaf hem grote voldoening. In Juli van dit jaar is hij 20 jaar geworden. Van de Brekel rijdt pas een jaar als amateur en hij boekte een groot aantal successen. De belangrijkste overwinning is geweest die van de Ronde van de 12 kantons in Luxemburg, waarin hij vertrouwen in eigen mogelijkheden had gekregen. In eigen land heeft hij dit seizoen een tiental overwinningen behaald en nu deze ex aequo plaats bij het wereldkampioenschap…. en toen volgde het verhaal van die laatste ronde.
“Ik heb een grote fout gemaakt”, vertelde van de Brekel. „Ik ben veel te laat geweest met die sprint want anders….”. En in gedachten ging hij nog eens die laatste 500 meter na. De heuvel op en de 150 meter vlakke weg als sluitstuk. Pas op da laatste 150 meter dacht hij aan het feit, dat er misschien een wereldtitel te veroveren was, daarvoor, och, het was een snelle wedstrijd geweest, waarbij hij tussen de wielen was gebleven. Hij, die een jaar amateur was, had geen ervaring in een dergelijke belangrijke wedstrijd en wat had hij beter kunnen doen dat dat?

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Luciano Ciancola, Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

Miroir sprint 324, 25 Aout 1952

„Toen kwam die sprint”, vertelde van den Brekel. En bij het vertellen wordt hij de levendige jongen, die zich nog precies herinnert, wat zich had afgespeeld in die laatste seconden. „Ik voelde, dat ik ingesloten zou worden en daarom moest ik mij los werken. En toen ik vrij lag, om de Belg Noyelle heen, meende ik die blauwe trui ook te pakken te hebben. Dat Ciancola helemaal niet zeker was van de overwinning, bleek duidelijk uit zijn gezicht, dat helemaal niet vrolijk stond. Net als iemand, wien op het laatste ogenblik de zege ontnomen is. En ge begrijpt mijn teleurstelling — ik had al bloemen gekregen en zij hadden mij al op de schouders gehesen toen het Italiaanse volkslied weerklonk”. „Dacht je zelf, dat je gewonnen had?”, vroegen wij…

“Ja, inderdaad, en ik zal u vertellen waarom. Ik heb dit jaar in de verschillende wedstrijden veel geleerd, en een van die dingen is, hoe je een fel betwiste sprint moet winnen, door je met een laatste ruk naar voren te werpen, je voorwiel over de streep te gooien. Kijk maar naar mijn positie op de finish-foto”. „Blijf je amateur?” vroegen wij tenslotte. „Natuurlijk”, luidde het spontane antwoord. „Ik voel me nog te jong om professional te worden. Ik rijd pas een jaar als amateur, ik wacht nog wel even”.

En dat was het avontuur van de jeugdige Limburger, die een zeer sympathieke indruk heeft gemaakt en wat nog belangrijker is, zeer veel voor de toekomst belooft.

 

Column Wiel Verheesen

Column Wiel Verheesen

 

ga naar meer foto's van Piet van den Brekel

1958 Piet van den Brekel, volg de link naar meer foto’s van Piet

2009. Meest genoemde Limburgse sportmoment. Nr 2 !