Kees  Boelhouwers, over zijn kleurrijk wielerverleden

“De Boelhauwer”

…over zijn kleurrijk wielerverleden gesproken
Mia en Kees Boelhouwers

Herinneringen aan Kees Boelhouwers gaan meestal gepaard met een glimlach, wat dan weer duidt op het prettige ervan. “De Boelhauwer “(de Franse pers schreef steevast Caisse Pull-over) zoals hij vroeger genoemd werd was inderdaad een wielrenner die altijd kleur aan een wedstrijd gaf. Kees Boelhouwers,  iemand die ook amusant kon vertellen over het wel en wee van “de wielrenner”, hij is niet meer, zondag 18 maart jl. overleden op 88 jarige leeftijd.

Wijk bij Duurstede, 15 September 1954, met zijn clubmaten aan de start van het Nederlandse Clubkampioenschap op de weg, TWC Maastricht (4e geklasseerd die dag), v.l.n.r: Henk Steevens, Martin van den Borgh, Jan Nolten, Kees Boelhouwers, Flor van der Weyden en Leo Steevens
Hij wist nog exact hoe hij spurters als Rik van Looy en Willy Vannitsen klopte. Hoe hij klom met Jan Nolten. Of hoe Gerrit Voorting hem de overwinning wou verkopen nadat hij van start tot finish aan de leiding was geweest. Elke van zijn overwinningen, o.a. in 22 wilde rondes en 61 bij de amateurs, kon hij nog voor de geest halen, een bijzondere man, de sympathieke Kees

Kees Boelhouwers kon goed spurten, tijdrijden, was een redelijke klimmer maar was bovenal „leep”. Voor vele rijders in de jaren ’47 tot ’57 was Boelhouwers „de gesel” als hij deel uitmaakte van het peloton.

Kees Boelhouwers
Niet alleen van de anderen maar ook van zijn eigen vergde hij enorm veel. Soms klapte hij wegens een verkeerde krachtsdosering vlak voor de finish in elkaar. Na de finish moest hij vaak lang wachten om weer „mens" te worden. De supporters van de andere renners waren dan gauw met hun visie klaar: „Hij is weer gedrogeerd" zoals men dat noemde.

“Men heeft mij vaak, uit jaloezie, ten onrechte hiervan beticht. Ik was hard voor mezelf en ging steeds tot het uiterste met de daaraan gekoppelde gevolgen. Natuurlijk heb ik vroeger, net zoals elkeen, wel eens gepakt. Maar niet in die mate als men beweerde. De rijders die na ons zijn gekomen, die hebben veel meer gepakt en dan ook nog bewust. Het woord doping bestond toen nog niet. Het waren vooral de Belgen die altijd wel een pilleke of „erwt" hadden. Zo iemand werd dan gifslikker genoemd. We wisten nog niet eens de naam van het spul laat staan dat we wisten hoe iets werkte. Nee als ik alles eens overdenk en vergelijk met nu dan waren wij vroeger heiligen of stommeriken".

Toch was het juist Kees Boelhouwers zelf die vaak voedsel aan die geruchten gaf. Zo kon het wel eens gebeuren dat hij voor de start van een wedstrijd de tegenstander een flesje (met water) liet zien. Zijn woorden: „Als dit ontploft" verlamde dan vaak de anderen voordat de pedalen ook maar één keer waren rondgegaan. Kees, een man met humor. “Nee, de dokters verdienden nog geen snee droog brood aan me!"
Limburgs dagblad 8 Juli 1954

Boelhouwers had het wielrennen niet van een vreemde. Niemand minder dan Jan Lambrichs, zijn oom, was zijn leermeester. Volgens Boelhouwers was deze niet alleen de beste wielrijder maar ook de meest harde leermeester die het Nederlandse wielrennen ooit gehad heeft. Dat was per week minstens 2 keer 250 km trainen. Of ’s middags nog „even” naar Brussel heen en weer om een contactje te tekenen. Deze hardheid moest een toprijder bezitten om mee te kunnen.

Kees Boelhouwers 24 jaar in de ronde van Joegoslavië (1954) Foto FB: ‎Sanne Boelhouwers

Kees Boelhouwers, zijn  verhalen doorspekt met humor en heroïek logen er niet om. Zo verhaalde hij met een verwrongen gezicht hoe hij in ’54 in de Ronde van Joegoslavië, waarin hij uiteindelijk 7de werd, over de berg Vrsic moest. „De wegen waren geheel niet geasfalteerd. Ik liep in die ene etappe alleen al 9 platte banden op. Het was op die flanken bitter koud en ik had thee over mijn handen gegooid om het toch maar warm te krijgen. Terwijl ik weer een platte band had en aan sterven dacht kwam mijn ploeggenoot Jack Gelissen langs. Hij heeft toen kunnen voorkomen dat ik mijn fiets in het ravijn zou smijten van ellende. Om weer warm te krijgen heeft hij mij toen maar over mijn handen geplast”.

Kees Boelhouwers

Al zijn wielerervaringen zijn minutieus in zijn geheugen gegrift. Zijn carrière als amateur was kort maar succesvol,  hij won tientallen wedstrijden, waarbij onder meer de gerenommeerde Luxemburgse Omloop der 12 Kantons.  Kees ook naam met zijn goede rijden in La Route de France en de Ronde van Belgisch Limburg, de Ster van Namen, de Ronde van Joegoslavië. Daarnaast was hij “eerste reserve” voor het WK in Solingen  1954 en reed hij in vrijwel alle landen van West Europa, en waar hij routine en ervaring opdeed.

Limburgs Dagblad 20 Juni 1955

In het voorjaar van 1955 vond Kees dat het tijd was over te stappen naar de Onafhankelijken. Hij was net 25 jaar geworden en was vast besloten als onafhankelijke dezelfde successen te behalen als amateur en hoopte binnen afzienbare tijd professional te worden, precies zoals zijn oom “old-horse” Jan Lambrichs. In 1955 was zijn deelname in de Ronde van Zuid-Oost Frankrijk, hij was de enige Nederlander die met de besten ( Gaul, Debruyne, Anquetil, Stablinsky, Privat) mee kon,  werkelijks veelbelovend, zo ook zijn rijden in de Ronde van België.

Limburgs Dagblad 9 oktober 1955

Kees werd in 1955 nog Clubkampioen van TWC Maastricht, was 2e achter Gerrit Voorting op het St. Pietersberg circuit en was bij de selectie die afgevaardigd werd naar Rome voor het Criterium der Naties.

Limburgs Dagblad 9 Maart 1956

In 1956 kwam Kees als beroepsrenner onder dak bij de Eroba ploeg, onder leiding van Toine Gense.

Limburgs Dagblad 19 maart 1956

In het voorseizoen 1956 behaalde Kees Boelhouwers enkele ereplaatsen en behaalde voor de 2e keer de titel van Clubkampioen van TWC Maastricht categorie Beroepsrenners en onafhankelijken.

Kees Boelhouwers 1956, voor de tweede maal in successie Clubkampioen van TWC Maastricht bij de categorie Beroepsrenners en Onafhankelijken, foto René Bovens (Wei is van Meersje-Wes)

Zijn abrupt afscheid dat zelfde voorjaar uit het peloton stond Kees nog  levendig voor zijn geest. Hij was aangewezen om het Ardeens Weekend (Waalse Pijl en Luik Bastenaken Luik) te rijden. „Ik dacht leep te zijn”, zei hij. „Ik wilde graag Luik-Bastenaken-Luik winnen. Om daar fris aan de start te komen meldde hij zich bij Toine Gense de ploegleider af voor de eerste koers van het Ardeens weekend, de Waalse Pijl. Hij waarschuwde me nog, ik zou en moest toch aan de start komen ondanks dat ik voorwendde dat ik me niet lekker voelde. “Terwijl ik daar aan de start stond werd er omgeroepen dat ik toch niet mocht starten. Twan Gense kwam mij persoonlijk mijn rugnummer afspelden. Ik vond dit zo erg, dat ik ter plekke  besliste om meteen met wielrennen te stoppen !!”

Limburgs dagblad 7 mei 1956 Tot de ingeschreven die niet aan de start kwamen behoorden de Nederlanders Boelhouwers, Plantaz en van Oers
Limburgs Dagblad 8 Mei 1956, Mosterd na de maaltijd. “De leiding van de Eroba-ploeg heeft zaterdag het besluit genomen om Kees Boelhouwers ook niet te laten starten in Duinkerken”. Kees had inmiddels de pijp al aan maarten gegeven….

In 1962 vroeg Kees nog eens een licentie aan om deel te nemen aan de Limburgse criteria, enkele mooie ereplaatsen kon hij nog bemachtigen.

Limburgs Dagblad 23 Maart 1962, de comeback…
Bron: Limburgs Dagblad 27 december 1980, de basis voor dit bericht, klik en lees deze krant
Recente foto van Kees (facebook)

Regelmatig was hij aanwezig bij de wielercafés van de Vriendenclub van 100, ik had hem nog van alles willen vragen, het mocht niet meer zijn. Tot voor kort reed hij nog met speels gemak op zijn fiets toertochten van 60 à 70 km, een bijzondere man, Kees Boelhouwers, we zullen hem missen..

Kees Boelhouwers, Henk Steevens en Hub Harings, present bij de Vrienden Club van Honderd Reünie Limburgse oud renners op 1 december 2015

 

1938-07-04 Ronde van Gingelom (B)

JAN LAMBRICHS, in de wandeling een bescheiden Limburger, in de course een ontembare!

door Evert van Mokum

’t Was in het begin van den zomer toen wij te Gingelom, een klein plaatsje in België, een wegcourse volgden voor onafhankelijken.
Zestig kilometer waren achter den rug en nog een negentig hadden de deelnemers voor den boeg, toen de hemel als ’t ware openscheurde. De regen stroomde uit de grauwe lucht, de wind gierde door de jagende bomen en in de verte brak in alle hevigheid het onweer los.

Jan Lambrichs

Vooral in de omgeving van Sint Truiden was het noodweer, vloog de modder de renners in de ogen, waren zij vrijwel onherkenbaar geworden.

Op een gegeven moment keek een jonge renner, Jan Lambrichs genaamd, om en in het gezicht van den Nederlander was iets juichends te lezen, terwijl hij zijn vijf metgezellen Pol Verschueren, Croes, Polleur, Meesters en Michaels stuk voor stuk bekeek. Want met deze goed rijdende Belgen vormde de gezonde boerenjongen uit het Limburgse land van bronsgroen eikenhout het hoofdpeloton.

Ook wij namen de tegenstanders van Lambrichs eens rustig op. Wat een kringen rond de ogen van de lange Verschueren! Wat een trekken rond den neus van Michaels! En wat hing het hoofd van Croes diep weggedoken tussen de stevige armen!

Maar dan! op een gegeven ogenblik was Lambrichs weggesprongen. Hij nam 20 Meter! Hij nam er 30, 50, 100!

Er waren twee wegen en de pijlen waren door het hemelwater uitgewist.
„Vooruit, rechtdoor”, dacht de Hollander.

Echter, Lambrichs had de verkeerde weg genomen en moest terug keren. En niet alleen dat hij er zijn genomen voorsprong mee verspeelde, neen, de Nederlander verloor er nog een goede honderd meter terrein mee ….

Opnieuw gooide Jan er een schepje op, stormde in z’n eentje de leiders achterna, zoals de golven bij stormachtig weer op de kust komen aanrollen: ongenadig!
Nauwelijks was er aansluiting, of Lambrichs bombardeerde over de vluchtelingen heen.

Wat een moed! Wat een zelfbewustheid!

Eén tegen vijf! De ongelijke strijd duurde maar korten tijd. De Belgische renners hadden er een hoog tempo ingezet en wisten na prachtige samenwerking den van strijdlust blakende Hollander weer te achterhalen.

Toen kreeg Limburgse Jan pech aan zijn rijwiel. Maar gelukkig, hij kon op een andere fiets springen en de course vervolgen.

Nog 10 kilometer waren te rijden. Op een vreemde „velo” waagde Lambrichs wederom een weglooppoging. Tevergeefs! Zijn concurrenten verstonden elkaar opperbest. Eerst ging Verschueren hem halen! Dan weer Meesters en Croes! En ook Michaels en Polleur weerden zich bij de verschillende demarrages van den slanken Nederlander geducht!

Lambrichs won de eerste premie en won er nog een paar bij. En tenslotte ook de eindspurt! Met drie volle lengten op den tweede en bijna vijf lengten op den derde!
Het meest demarreren, het meest koplopen, steeds van voren als er moest worden geklommen, verkeerd rijden, pech aan z’n machine, de premies in grootse stijl winnen en dan nog zegevieren in den eindsprint als ’t ware op één been, wanneer men als rijder tot iets dergelijks in staat is, dan moet men toch wel met uitzonderlijke kwaliteiten bedeeld zijn, dan moet men zeer zeker de grote klasse bezitten!

Na afloop van den wedstrijd hebben wij dan ook tegenover tal van sportvrienden onze warme bewondering voor Lambrichs prachtige rijden geuit en Joris van den Bergh, den samensteller van de Nederlandsche ploeg voorde Ronde van Frankrijk, persoonlijk nog toegevoegd, dat de jonge Limburger voor ons als de beste Nederlandsche wegrenner geldt, een renner met zéér veel toekomst.

Nieuwe Tilburgsche Courant 7 Juli 1938

In het begin van dit jaar heeft Lambrichs ons nog één en ander van zijn korte, maar zeker briljante wielerloopbaan verteld. Aan 46 wegcourses nam Jan in 1938 deel, met een totaal van 7.295 km. Zes wedstrijden wist hij daarvan te winnen, o. m. in Brussel—Fléron over 170 km., waarin hij direct vanaf het startschot in z’n eentje wegliep en, terwijl er toch 54 puike renners van de partij waren, met ruim vier minuten voorsprong arriveerde.

Voorts behaalde de man uit Bunde tal van ereplaatsen, w.o. in de Ronden van Purmerend, Oosterhout, Beverloo, Hoogerheide, Tegelen, Herentals, Falisolle, Herk-de-Stad, Flémalle, enz., enz. En zat het den jeugdigen sportman in verschillende wedstrijden niet altijd mee, had hij toen veelal te kampen met band- en kettingpech, bepaald schitterend werk leverde Lambrichs in de Ronde van Luxemburg en die van Zwitserland over 8 etappes, met een totalen afstand van 1682 kilometer. Het was vooral in het land van Wilhelm Teil, dat Jan overduidelijk toonde een geboren ronde-renner te zijn door, tegenslag ten spijt, op de 12e plaats beslag te leggen, na meesterlijk werk te hebben geleverd.

De eerste maal, dat wij deze landgenoot zagen rijden, voelden we reeds bij intuïtie dat in deze coureur sluimerende krachten aanwezig moesten zijn, die hem, bij een goede levenswijze, later tot één der grote wegrenners zouden kunnen stempelen. En nadien hebben wij hem in zijn opgang gevolgd en bleek elke course voor dezen zoon van het land een trap naar de topklasse.

Lambrichs behoort tot de categorie renners die buiten de arena kalm en bescheiden door het leven gaan, maar in de wedstrijden zelf moeilijk zijn te temmen. Er tintelt wat in zijn rijden! Het zuidelijke bloed spreekt dan; hij bruist van levenslust en droomt van …. direct na het startschot er tussen uit te trekken, in z’n eentje, en dan de course winnen, liefst met zoveel minuten voorsprong.

De revue der sporten 1939, no 52, 24-07-1939
http://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=dts%3A1693052%3Ampeg21%3A0013&query=met+de+renners+door+de+ronde&coll=dts&page=1&sortfield=datedesc

1932-12-04 Kerkrade – Köln, wegwedstrijden voor Aspriranten en Nieuwelingen, 85km

Jan Lambrichs: Ik had op een doek wel „Ziel” zien staan, maar wist ik niet, dat daarmee de finish was bedoeld.

„Ik zou het echt nog wel eens willen overdoen. Maar dan zou ik het beslist niet anders doen”, verzekert oud-wielrenner Jan Lambrichs die op 21 juni 1915 in Bunde werd geboren.

Goedlachse Jan was de jongste uit een gezin, van acht kinderen. Zijn vader was chef-molenaar op een papierfabriek in Meerssen. Toen vader hogerop moest, wat hij niet wilde, werd hij landbouwer. Ik zou hem zijn opgevolgd als mijn broer Andre zaliger me niet in het zadel van een renfiets had geholpen”.

„Mijn debuut als beginneling was hoopgevend. Al in de eerste beste wedstrijd op een grasbaan in Bunde waren de bloemen voor mij.

Het jaar daarop had ik zelfs de beginnelingenklassieker (aspiranten) Kerkrade -Keulen kunnen winnen, als ik beter Duits had gekend. Ik had op een doek wel „Ziel” zien staan, maar wist ik niet, dat daarmee de finish was bedoeld. Daardoor kon mijn medevluchter de ereronde maken op de wielerbaan van Keulen.

Ik kwam laatste weer in contact met Roger Peusmans, als amateur reed hij nog bij TWC Maastricht, ik was zijn ploegleider destijds. Roger is een achterneef van Jan Lambrichs en drijft samen met zijn vrouw Sandra een goed geoutilleerde rijwielzaak aan de St. Pieterstraat 59 in Kerkrade: Tweewielers Bisschops, CUBE is zijn merk. Hij beheert het "Lambrichs archief". Daarin trof ik bijgaande "DRU Ere Oorkonde" aan, voor mij een reden voor nader onderzoek naar deze koers en Jan Lambrichs' anekdote over de "Fernfahrt Kerkrade/Kaalheide - Köln/Birkendorf, gr pk
DRU Oorkonde Kerkrade – Köln 4 Dezember 1932, Zweiter Sieger Jan Lambriex bij de aspiranten, collectie Roger Peusmans
Belangrijkste uitslagen Jan Lambrichs

1939 2e in de 2e etappe Ronde van Frankrijk, 8e in eindklassement Ronde van Frankrijk

1944 2e in Oupeye

1946 1e in de 6e etappe Ronde van Spanje, 1e in de 10e etappe Ronde van Spanje, 3e in eindklassement Ronde van Spanje

1948 1e in 7e etappe Ronde van Nederland, 1e in GP Rotterdam

1951 1e in de Ronde van de 3 Meren (Zwitserland), 2e in 5e etappe Ronde van Duitsland

1952 2e in 8e etappe Ronde van Duitsland

1953 1e in de Ronde van de 4 Kantons (Zwitserland), 2e in de Ronde van Haspengouw

1954 2e in de Ronde van de 4 Kantons (Zwitserland), 3e in de 6e etappe Ronde van Zwitserland
Klik en ga naar Tweewielers Bisschops
Links Jan Lambrichs, 1934
Limburgsch Dagblad 17 november 1932:
VOORBESCHOUWING

GROTE VAARDIGHEIDSRIT

VAN KAALHEIDE NAAR KEULEN.

De renclub „Vooruit” te Kaalheide houdt in samenwerking met de wielerclub „Schwalbe” te Keulen de 4e December een vaardigheidsrit. De prijzen worden gesteld door de club te Keulen: o.a. Beker, diploma’s en kunstvoorwerpen. Vooraleer de renclub „Vooruit” op het verzoek voor samenwerking is ingegaan, heeft die aanvrage een punt van bespreking uitgemaakt in de bestuursvergadering van „Vooruit” te Kaalheide. Op deze vergadering werd van verschillende bestuursleden gevraagd, of het niet mogelijk was de directie van de zesdaagse te Keulen voor deze wedstrijd te interesseren. Door het bestuur werd besloten een bestuurslid naar Keulen te zenden, om daar die zaak te gaan bezien, om een oplossing te vinden. In de Rheinlandhalle heeft toen een bespreking plaats gevonden met dhr. Schweitzer, directeur der Rheinlandhalle. Het voorstel van „Vooruit” werd hem uiteengezet en hij nam het voorstel aan. Dhr. Schweitzer stelde voor het volgende: de directie der Rheinlandhalle zet als prijs voor de winnaar van de Nieuwelingen als voor de Aspiranten een lauwerkrans met sjerp. Op de ene kant van de sjerp komt te staan: „Ter herinnering aan de Vaardigheidsrit Kaalheide—Keulen”, op de andere zijde: „Gesticht door de directie der Rheinhandhalle te Keulen 1932.” De kransen worden in de Rheinlandhalle aan de winnaars aangeboden, waarna een ereronde wordt gereden. De namen van de winnaars worden bij het uitzenden van het verslag der zesdaagse door de radio mede vermeld.

Limburgsch Dagblad donderdag 17 november 1932

In het gesprek verklaarde de heer directeur: U kunt aan de sportvrienden in Limburg zeggen; dat hij als directeur der Wielerbaan te Keulen, de prestaties der Limburgse renners weet te schatten, en dat hij vast voornemens is vier a vijf Limburgse jongens bij de zesdaagse te Keulen te laten starten, en daarbij heeft hij namen genoemd als: Vroomen, Klignet, Kisters, Bokkum en Muller. Op de vraag van het bestuurslid van Vooruit of bovengenoemde renners al hadden gecontracteerd, werd hem geantwoord: Het was alleen nog maar een kwestie van getal, maar op vier konden de Limburgse sportvrienden vast rekenen. Op de vraag welke klasse van renners „Vooruit” wou laten starten, werd hem medegedeeld „nieuwelingen en aspiranten”. Dat heeft „Vooruit” menen te moeten doen om ook de jeugdige renners aan te moedigen. Voor de winnaars van beide groepen is zodoende kans om eer te behalen en naam te maken. De renclub „Vooruit” hoopt dat hun vertrouwen in Nieuwelingen en Aspiranten in Keulen niet beschaamd zal worden, en dat zij zullen tonen dat de Limburgse jongens kunnen rijden niet alleen in mooi, maar óók in slecht weer. Het traject van de wedstrijd loopt: Kaalheide, Herzogenrath, Alsdorf, Heugen, Julich, Bergheim, Keulen. Tot achter Herzogenrath is de wedstrijd geneutraliseerd en dienen de groepen bij elkaar te blijven. Tot Bergheim wordt gereden onder controle van „Vooruit” en vandaar tot aan de eindstreep neemt de Keulse club de controle over. Om verkeerd rijden te voorkomen is afgesproken, dat op elke hoek waar moet worden ingereden een renner van Keulen staat met een vlag, om den weg aan onzen jongens aan te geven. Mocht ’t zijn dat de renners na den wedstrijd het huldigingsfeest, aangeboden door de Keulse club, of de zesdaagse willen bij wonen, hun kleren bij het bestuur tezamen gebonden en met hun naam af geven, dan nemen de controle-auto’s die kleren mede naar Keulen. Met ’t oog op het publiek dat de wedstrijd tot Keulen zou willen volgen, is de volgende regeling getroffen. Tot en met 28 November kunnen diegenen die mede willen gaan hun eigen opgeven bij het rijwielmagazijn „Limburgia” H. Groothedde Kleingraverstraat Spekholzerhelde. Bij genoegzame deelname wordt door „Vooruit” gezorgd voor bussen aan normale prijs. Deze vaardigheidsrit is alleen voor nieuwelingen en aspiranten en deze moeten zich dan ook voor den 28ste November hebben opgegeven in ’t nieuwe clublokaal van „Vooruit” bij H. Dörr, Dahliastraat Kaalheide. Na den 28sten November worden geen aanmeldingen meer aangenomen, wegens het regelen van den rit.

In dezelfde krant: HET 24 UUR RECORD

Naar we vernemen is de oud-renner M. Snackers uit Eygelshoven van plan het 24 uur record aan te vallen. Hij heeft hiervoor eer speciale stayerfiets vervaardigd, waarmee hij zal proberen om het record te verbeteren. Hij is thans van plan om Zaterdag 19 Nov. des morgen om 8 uur een proefrit te doen naar Amsterdam achter de motor en zal hierin worden geholpen voor de bekende motorrijder C. v. d. Hoven welke hem zal gangmaken.

We wenschen de heeren veel succes bij hun proefneming.

Selectiewedstrijden voor Kerkrade – Keulen:
Limburgsch Dagblad donderdag 24 november 1932
Limburger Koerier dinsdag 29 november 1932
Limburgsch Dagblad vrijdag 2 december 1932
Limburgsch Dagblad donderdag 7 december 1932
Limburger Koerier 7-12-1932:
WEDSTRIJDVERSLAGEN

KAALHEIDE—KEULEN 85 km

Janssen en Geilenkirchen winnaars.

De belangstelling, welke er bestond voor deze betrouwbaarheidsrit Kaalheide—Keulen, deed het beste verwachten. De verwachtingen werden dan ook niet beschaamd en er verschenen 77 rijders, beginnelingen en nieuwelingen aan den start. Het traject bedroeg 85 K.M. Het Duitse grondgebied, dat aldra bereikt was, werkte aanstekelijk, want daar werd er al direct onophoudelijk gejaagd.

Limburgsch Dagblad donderdag 7 december 1932

Bij de nieuwelingen toonde zich de renner Pfennings uit Sittard een renner met uitstekende kwaliteiten. Onophoudelijk rukte deze het peloton uit elkaar, zodat na 40 K.M. nog slechts 12 renners het hoofdpeloton vormden. Diverse valpartijen deden er zich voor. welke het peloton in 3 groepen splitste. In de eerste groep merken wij op Pex, Janssen, Schols, Reull, Janssen, v. d. Laan en Klot. Ongeveer 15 K.M. voor de finish ontmoeten wij een flinke helling, waar Janssen uit Kerkrade ontsnapt. Op 500 M. volgden Janssen en Kloot, daarachter Koffler, Pex en v. d. Laar. De strijd was nu voor goed ontbrand, Janssen hield alleen dapper stand en behield zijn voorsprong, alzo na juist 2 uur rijden als winnaar eindigende

Uitslag Nieuwelingen wedstrijd: 

1e Janssen (Kerkrade)

2e Janssen (Brunssum)

3e Kloot (Geleen)

4e Koffler (Brunssum)

5e Pex (Maastricht)

6 v. d. Laan (Sittard)

De Aspiranten volgden 17 min. later, waarvan Geilenkirchen en Lambrix zich eveneens op bovengenoemde berg losrukten. De kleine Lambrix kwam in de sprint slechts een half wiel te kort en moest de overwinning aan Geilenkirchen laten. Deze deden er 2 uur 17 minuten over. Bij de beginnelingen mogen wij de kleine Lambrix (Bunde) wel de uitblinker noemen. Ongetwijfeld zal dit moedige ventje zijn weg wel vinden.

Uitslag Aspriranten wedstrijd: 

1e Geilenkirchen (Kerkrade)

2e Lambrix (Bunde)

3e Wolfhagen (Schinveld)

4e Gevers

5e Hutarts

 6e Haarkens
Jan Lambrichs

Na afloop had er een huldiging plaats in het clublokaal der rennersclub „Die Schwalbe” te Keulen, waarna des avonds op de Rheinlandhalle een ereronde voegde, en de zesdagenrijders eerbiedig den onderkant der baan voor deze jeugdige pedaalridders vrijlieten. De grondleggers van dezen rit waren de leiders van de R. C. „Vooruit” Kaalheide, welke de dankbare steun ondervond van de M. R. C. „Kettinggangers” De ontvangst der Hollandse renners en leiders in Duitsland was oprecht hartelijk, er werd menig woordje gesproken door Duitse sportfiguren, die gaarne hoopten, dat thans een vriendschapsbond gelegd was tussen de Nederlandsche en Duitse wielerverenigingen, waarvan zij het volgende seizoen nog meer hopen te merken. Van Nederlandsche zijde dankte dhr. Frederix voor deze spontane woorden, en hij zal terwille de productiviteit der wielersport in Duitsland en Nederland gaarne zijne medewerking verlenen. Na afloop hiervan werd er een bezoek gebracht aan de Rheinlandhalle, waar wij de verrichtingen der zesdagen-mannen eens gingen bewonderen.

Limburgsch Dagblad vrijdag 8 december 1932

Eerst echter reden zoals reeds aangehaald de twee winnaars onder luide toejuichingen een ereronde. Hierna sprak dhr. H. Hasch uit Spekholzerheide door de microfoon enkele woordjes tot de Duitse sportvrienden. Daarna ging onze aandacht naar de Zesdagenmannen, in het bijzonder naar de Limburgers, waarbij wij opmerkten, dat Vroomen uitstekend reed, Clignet niet veel voor hem onderdeed en Müller door diverse valpartijen zeer gehandicapt was. Onnodig te zeggen, dat wij na zulk een lange en zware dagtaak naar huis verlangden, waar wij pas om 4 uur een verdiende rust vonden.

Limburgsch Dagblad vrijdag 8 december 1932
Limburger Koerier zaterdag 9 december 1932

De zesdagen van Keulen in vogelvlucht:

Klik op het artikel om de krant te lezen

Limburgsch Dagblad vrijdag 2 december 1932
dag 1, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier zaterdag 3 december 1932
dag 2 en 3, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 5 december 1932
dag 4, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 6 december 1932
dag 5, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 7 december 1932
dag 6, zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 8 december 1932
nabeschouwing zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 9 december 1932
Nabeschouwing zesdagen van Keulen 1932
Limburger Koerier 12 december 1932
Sechstagerennen in der Rheinlandhalle Köln

Am 10. Oktober 1928 fiel der Startschuss für das erste Kölner Sechstagerennen in der Rheinlandhalle in Köln-Ehrenfeld. Die 166,66 Meter lange Radrennbahn aus Holz war vom Münsteraner Architekten Clemens Schürmann geplant worden. Es gewannen die Kölner Lokalmatadoren Gottfried Hürtgen und Viktor Rausch, und Willi Ostermann textete: „Das war ein Spurt, das war ein Spürtchen, es lebe Rausch, es lebe Hürtgen!“ Die „schwarzen Husaren“ Rausch/Hürtgen konnten mit der Austragung von 1930 das Kölner Sechstagerennen ein zweites Mal für sich entscheiden. Das letzte Rennen vor dem Zweiten Weltkrieg fand 1933 statt. Die NS-Sportführung hatte die Regeln für Sechstagerennen so geändert, dass sie finanziell nicht mehr lukrativ waren; auch stand ein mögliches Verbot im Raum.