1951-07-01 Ronde van Belgisch Limburg

10 Nederlandse amateurs bekampen de vooral op eigen wegen uitermate sterke Belgen, 5 Ned. Limburgers van de partij

Voorveschouwing Limburgsch Dagblad 27 juni 1951:

HASSELT, 26 Juni 1951: Vandaag start de Ronde van Belgisch Limburg. De Oranjeploeg die in samenwerking met “TWC Maastricht” en de sportcommissie van de N.W.U. werd samengesteld bestond uit Limburgse en Brabantse renners: Jan Plantaz, Antoon Geluk, Adri Suykerbuyk, Herman Brinkman, Ed. Koeman en de Limburgers Jan Nolten, Arnold Ehlen, Jeu Jöris, Thei Paas en Piet Haan. De coureurs nemen het van heden woensdag, tot en met zondag op de „kasseien” en andere hindernissen op tegen de sterkste Belgische ploegen. naar deze tien Nederlandse jongeren blikt ons geheel wielerwereldje met begrijpelijke interesse.

Liefst zeven combinaties, samengesteld volgens provincies- of streeksgewijze, zijn de tegenstanders van ons tiental. Zes keer werd deze zware etappekoers verreden. Zes keer legde een Belg op de ereplaats beslag in 1945 eindigden Raymond Impanis en Gustaaf Wuyckens gelijk, in 1946 Raymond Impanis, in 1947 Marcel Vermeiren, in 1948 Jean van Briel, in 1949 Giel Hendrikx, in 1950 Gerard Deborre. Zwaar is derhalve de concurrentie, lastig de koers. Wat presteert de Nederlandse ploeg tegen deze overmacht? Met een behoorlijke portie optimisme steekt dit tiental ongetwijfeld van wal.

Jan Plantaz won de laatste weken zowat alles, werd b.v. zaterdag te Wouw kampioen van Noord Brabant en zegevierde zondag in de ronde van Mierlo. Jan Nolten’s prima resultaten zijn eveneens overbekend. Verleden zaterdag schreef de combinatie Nolten – Jöris nog een lang niet malse sintelbaanrace te Geleen op haar naam. Piet Haan kent het klappen van de zweep, wat ook van Ed Koeman, Herman Brinkman en Adrie Suykerbuyck gezegd kan worden. De jonge en succesvolle Nol Ehlen ondergaat hier de vuurdoop in het etappegenre. Van Jeu Jöris en Thei Paas wordt zeker iets lovends verwacht.

Aan de verzorging wordt alle, aandacht geschonken, de Nederlandse ploeg rijdt op Ceylon-tubes, in Jan Vermeer hebben onze jongens een kundig ploegleider. En al met al nemen we dus aan dat iets behoorlijks uit de bus komt.

Vijf ritten worden daarginder afgewerkt:
Woensdag 27 Juni: Hasselt – Halen, 152 km
Donderdag 28 juni: Halen – Tongeren, 150 km
Vrijdag 29 juni: Tongeren – Lanaken, 78 km
Zaterdag 30 juni: Lanaken – Hamont, 147 km
Zondag 1 juli: Hamont – Hasselt, 150 km

De Nederlandse amateurploeg in Hasselt vóór de start van de Ronde van Belgisch Limburg. Jan Plantaz, Jan Nolten, Arnold Ehlen, Antoon Geluk, Jeu Jöris, Ed. Koeman, Thei Paas, Adri Suykerbuyk, Herman Brinkman, Piet Haan en ploegleider Jan Vermeer

1e etappe: Limburgse amateurs hadden pech
Paas achtste in eerste etappe

Limburgsch Dagblad 28 juni 1951

HALEN, 27 Juni 1951:  Jan Plantaz, de ‘knappe’ coureur uit Eindhoven die dit seizoen al zestien keer het ererondje reed, liet zich na amper 40 km koers in de buurt van Lanklaar afzakken om ploegleider Jan Verveer iets minder prettigs toe te roepen: zadel gebroken! Zulk euvel herstellen kost zeker een minuut of tien, een reden om in dit prille begin van de vijfdaagse etapperace door het Belgisch Limburg het zadel van een ploegmakker te „vorderen” was zeker niet aanwezig en dus zat er voor Plantaz niets anders op, dan de zaken zo goed mogelijk verder af te wikkelen. Met dit mankement begon de pech, want nauwelijks zat deze overwinningenfabrikant heel op zijn gemak te midden van de lange sliert of daar sneuvelde een tube. Jan Nolten en Jeu Joris gaven, zonder enige aandrang, van een prima ploeggeest blijk, wachtten op hun onfortuinlijke kameraad en begonnen vervolgens aan een achtervolging, die het mooiste brokje sport van de gehele middag betekende. Tien Nederlanders handhaafden zich dus, nadat het trio Nolten, Joris en Plantaz de rest inhaalde, behoorlijk op het voorplan en er zat derhalve een aardig kansje in. Want de Oranje-garde telde verschillende „snellen”, die in staat werden geacht om straks een duit in het zakje te doen. Zover kwam het niet. Alleen Thei Paas snelde uiteindelijk in de voorste gelederen — na een zware race door regen, nog eens regen en „kasseien” — het eindpunt Halen binnen. Voorbij Bree (67 km) trapte Plantaz een bandje aan diggelen, waarna de al eventjes aangestipte achtervolging de volgersstoet in bewondering bracht. Na de doortocht, voor de eerste keer wel te verstaan in Halen, gebeurde evenwel een complete serie bepaald akelige dingen. Een 125 km hadden de „coureurs” er op opzitten, toen de prima marcherende Piet Haan een nieuw bandje moest monteren. Weg kans op een vet prijsje. Een honderd meter verder stond Koeman, winnaar van de meeste Nederlandse „klassiekers” voor amateurs, getroffen door hetzelfde euvel langs de kant van de weg. Het drama werd op hetzelfde stuk „kasseien” voltooid; Plantaz sukkelde nogmaals

De Nederlandse equipe werd door de Belgen hoog aangeslagen. Dat bleek op de kantoren van „Het Belang van Limburg”, welk dagblad jaarlijks deze mooie koers organiseert. Antwerpen of Nederland? Deze vraag werd door velen gesteld. Niet te denken, dat een paar uurtjes later deze schone verwachtingen een knak van belang kregen. Plantaz, op zijn ondeugend zadel, maakte in het eerste gedeelte van de doorlopend door regen geplaagde rit een allerbeste indruk en behoudens enkele zwakkere broeders trok de bonte karavaan door het (Belgische) Limburgse land, zo nu en dan een kleine poging doende om een afscheiding teweeg te brengen. Voordat de gememoreerde achtervolging van ons Nederlands drietal aan de orde was, gebeurden evenwel geen opmerkelijke dingen. Plantaz reed dus een tube aan diggelen, Nolten en Jöris wachtten en daarna werd van leer getrokken. Drie minuten achterstand is heel wat. De Oranje-shirts kregen aansluiting en gezelschap van de knappe Severeyns, de Backer en Parmentier en wonnen terrein. Een jacht, een bijzonder mooie jacht ontstond en bij het ingaan van Hasselt (95 km) werd het succes geboekt. De zaak was weer verenigd. Toen begon het pechduiveltje een woordje mee te spreken. Glad waren de wegen, kilometers kasseien vergden een zekere inspanning. Plantaz, Koeman en Haan beleefde de geschetste voorvallen en bijna was onze volgauto een nog erger iets overkomen. Met de schrik, de bleke gezichten van de inzittenden en gegil van de toeschouwers, werd dit slip-avontuur tenslotte overwonnen 15 km voor het eindpunt incasseerden Nolten, Jöris, Geluk, Ehlen en Suykerbuyk een zekere achterstand en de rest stoof op de finish af, waar de Antwerpenaar Karel Borgmans de sprint netjes in de wacht sleepte. Paas werd 8ste in de zelfde tijd van de winnaar.

De uitslag van de eerste etappe van de Ronde van Belgisch Limburg luidt als volgt:
1. Karel Borgmans (Antwerpen) 150 km in 3 uur 52 min. 10 sec.
2. Leo Buyst (Antwerpen)
3. Raymond van Hoven (Brabant)
4. Rudy Demunster (West Vlaanderen)
5. Frans Bral (Oost Vlaanderen)
6. Salembier (West Vlaanderen)
7. Roger Demeyer (West Vlaanderen)
8: 13 renners waaronder Theo Paas in dezelfde tijd van Borgmans
41. Herman Brinkman, in 3 uur 53 min. 5 sec.
44. Adri Suykerbuyk, in 3.55.10
45. Nol Ehlen, in dezelfde tijd
48. Toon Geluk, in 3.55.35
49. Jan Nolten, z.t.
50. Jeu Joris, z.t.
51. Piet Haan, in 3.58.15
58. Jan Plantaz, in 4.01.20
62. Edm. Koeman, in 4.04.40

 

2e etappe: Limburgers weerden zich dapper, Piet Haan werd vierde

Limburgsch Dagblad 29 juni 1951

TONGEREN, 28 Juni 1951:  De tweede rit van de Ronde va-n Belgisch Limburg was heus geen makkie. Vooral de laatste vijf en twintig kilometer van dit hartig: brokje werden bij voorbaat gevreesd daar de wegen van de dorpjes Sluizen, Rukkelingen, Millen enz. nu juist’ niet voor gezellige fietstochtjes zijn bestemd. Bochten en allerlei andere kronkelingen, stijgingen en natuurlijk de hier onvermijdelijke „kasseien” bemoeilijkten de etappe Halen- Tongeren aanzienlijk. De beslissing zou daar vallen, dat scheen zowat een wet van Meden en Perzen. Inderdaad gebeurden op deze vijf en twintig kilometer rake en interessante dingen, maar de zaken een wending van belang geven, vermochten al deze hindernissen niet. En ten aanschouwe van een finaal uitgelopen Tongeren stoven liefst dertien kranige jongelui op de streep af en vlak daarachter huisde een volgend gezelschap. Weer won via een vinnig spurtje een Antwerpenaar. Ditmaal waren de bloemen en de zoen van een Tongerse schone voor Leo Buyst bestemd en daar leider Borgmans te samen met zijn ploegmakker de finish passeerde, voelde deze laatste zich, ondanks alle inspanningen, heel behaaglijk in de begeerde gele trui. Nederland sprak echter ook een geducht woordje mee. Piet Haan en Jan Nolten behoorden tot het dertiental dapperen dat de plaat poetste, de jonge Ehlen, Paas en Brinkman boekten geen noemenswaardige achterstand. Ook ditmaal bleef Nederland niet van pech verschoond. Met zulke minder gewenste belevenissen moet men nu eenmaal in een rittenkoers rekening houden. De grootste opdoffers incasseerde evenwel de (Belgische) Limburgse A ploeg. Nu eens gaf een tube de geest, dan vertikte en derailleur het, vervolgens was een valpartij een nieuwe handicap. Bij Tessenderloo (25 km) bezweek Jöris’ achterbandje. Hoewel de sympathieke Jeu met de Belgen Delmul en Schoubben en daarna met nog enkele andere onfortuinlijk heel dapper aan een achtervolging begon, zag hij en zijn partners de kop niet meer terug. Bij de eerste doortocht van Tongeren (114 km) kreeg Geluk een lekke band.

Gezien het zware traject, van de 150 km gingen er zeker een dikke 100 over kasseien, werden natuurlijk velen door tegenslagen in velerlei soort getroffen. Ook enkele valpartijen speelden een rol. Hierbij was ook Suykerbuyk betrokken, doch gelukkig zat Jan Verveer er vlak op, die pardoes Suykerbuyk op zijn fiets stopte en hem meteen de weg opstuurde. De pech van Joris nabij Tessenderloo werd al aangestipt, waarbij direct een pluimpje aansluit want Jöris liet zich door dit voorval, nadat hij bij het opleggen van een nieuw bandje onnodig tijd verspeelde, niet in de luren leggen, zette door en kreeg een behoorlijke notering in de uitslag. In Heusden maakten de karavaan een aardig intermezzo mee. Ergens daar in de buurt vond tevens een Profkoers plaats en plots belandden uit een zijweg Raymond Impanis en Joseph van Stayen pardoes te midden van de Ronde van Limburg-stoet. Impanis nam meteen de kop, dartelde een heel tijdje , netjes mee om uiteindelijk zijn eigen weg te vervolgen. De West-Vlamingen roerden zich aan de kop van de lange sliert geducht. Dat wordt oppassen oordeelde Borgmans in zijn geel shirt. Tenslotte boekten Malfait, Demeyere, (allen van West-Vlaanderen), Bral (Oost-Vlaanderen), Schroeders (Brabant) enige terreinwinst. Dit was niet naar de zin van de weer best marcherende Piet Haan, van Brabant (Belg Limburg A), Dedry en Claes. Een fleurige jacht ontstond, terwijl uit de grote groep na 114 km Geluk en Koeman wegvielen door de aangehaalde tegenslagen. Het laatste brokje telde in alle opzichten dubbel. Jan Nolten en Verplaetse volgden het voorbeeld van Buyst, Batsle. van Daele e.a. De strijd kwam nu in een beslissend stadium. Vooraan zaten inmiddels Haan en gezellen. Nolten en Verplaetse jumpten in een goede kilometer eveneens naar de leidende gelederen. Nol Ehlen verliet zowaar de grote groep en vocht moedig voor een ereplaats. Paas en Brinkman gaven geen krimp. Slachtoffers vielen links en rechts. Suykerbuyk, een heel eind achter de groep, kreeg van een toeschouwer een andere fiets. De Belgische A. combinatie boerde nog meer achteruit. Dertien man trokken Tongeren binnen. Jan Nolten sleurde aan de kop om de snellere Haan in een gunstige positie te brengen. Het was evenwel de Antwerpenaar Buyst die de rit Halen – Tongeren op zijn naam schreef.

De uitslag van de tweede etappe van de Ronde van Belgisch-Limburg luidde als volgt:
1. Leo Buyst (Antwerpen) 150 km in 3 uur 53 min. 45 sec
2. Roger Batsle (Oost- Vlaanderen)
3. Leon van Daele (West- Vlaanderen)
4. Piet Haan (Ned.)
5. Frans Bral (Oost-Vlaanderen)
6. Karel Borgmans (Antwerpen)
7. B. Verplaetse (Oost-Vlaanderen)
8. Noël Malfait (West- Vlaanderen)
9. Roger Demeyere (West- Vlaanderen)
10. Jan Nolten (Ned.)
15. Arnold Ehlen (Ned ) op 15 sec
30. Thei Paas (Ned.) 3.54.15
33. Herman Brinkman (Ned.) z.t.
39. Jan Plantaz op 1 min.
60. Jeu Jöris op 16 min.

Het algemeen klassement luidt:
1. Buyst (B.) 7.45.55
2. Bormans (B.) z.t.
3. Bral (B.) z.t.
14. Paas (Ned.) 7.46.55
29. Brinkman (Ned.) 7.46.55
31. Nolten (Ned.) 7 49.20
32. Ehlen (Ned ) 7.49.28
37. Haan (Ned.) 7 52.00
44. Plantaz (Ned.) 7.56.05
47. Geluk (Ned.) 8.2.1
52. Suykerbuyk (Ned ) 8.5.5
53. Jöris (Ned.) 8.6.10
55. Koeman (Ned.) 8.8.0

In de ploegenrangschikking bezet de Nederlandse ploeg de zesde plaats.

 

3e etappe: De Limburgers reden in defensief, Paas staat 14e in het alg. klassement

Limburgsch Dagblad 2 juli 1951

LANAKEN, 29 Juni 1951:  „Aanvallen”, luidde het parool. Altijd vooraan zitten en meespringen met elke uitloper of zelf de lont aan het vuur steken. Rustig ergens aan het eindje van de lange sliert bengelen, was zeker in deze korte rit Tongeren-Lanaken, afstand slechts 78 km, totaal uit de boze. Zoals te voorzien ging direct na de start ’n groepje dapperen aan de haal. Daarbij was geen Nederlander. Na enkele tientallen kilometers sprong weer een viertal durvers weg. Bij deze vier was geen Oranje-shirt. En pas in Lanaken aan de finish zag de grote groep de uitlopers terug, die zich aldaar gezamenlijk presenteerden en de dikke prijzen via een sprint verdeelden. Meteen is dus de kardinale fout van de Nederlandse equipe gememoreerd. De Oranje-shirts zaten steevast in de groep en het kostte Jan Verveer nog heel wat woorden om de heren duidelijk te maken, dat vooral een plaatsje achteraan waarachtig gevaar Inhield. In het eerste uur werden 44 km afgelegd, een bewijs van het tempo dat de derde rit van de Ronde van Belgisch Limburg kenmerkte. Meteen ging een troepje op zoek naar winst, waaronder de (Belgisch) Limburgers Grondelaers, Sneyers, Claes en Marquillier. Het publiek langs de wegen vond dit offensief van de streekgenoten prima en vergat zodoende eventjes dat de kampioen van Geneugden in de tweede rit zijn sleutelbeen brak en andere kwetsuren opliep. Pardoes riep het wederom terdege kloppend Antwerps legertje de groep ook een vaarwel toe en onder aanvoering van de beide leiders Buyst en Borgmans werd na een felle jacht aansluiting met de koplopers verkregen.

Eventjes voor Opglabeek (31 km) vertoonde het stuur van Paas erg rare dingen. En zoals van tevoren afgesproken stelde Koeman zijn karretje ter beschikking van Paas en trachtte zelf er van te maken wat er van te maken was. Tenslotte zeulde Koeman met een half uur achterstand Lanaken binnen, om hier voorgoed de pijp aan Maarten te geven. Eventjes zag het erna uit, dat Nederland nog een woordje in het midden ging brengen. Met een drietal gezellen sloegen Geluk en Plantaz op de vlucht en bleven diverse kilometertjes tussen kop en groep hangen. Uiteindelijk strandde ten gevolge van het helse tempo deze poging, zodat een groot gezelschap Lanaken binnentrok. Inmiddels won de Antwerpenaar Leo Buyst aldaar de spurt van de tien uitlopers, behaalde zodoende zijn tweede achtereenvolgende victorie en daar zijn ploegmakker en mede-leider Karel Borgmans netjes derde werd, stond Antwerpen er tevens magnifiek op. Behalve Koeman arriveerde de Nederlandse equipe met een minuut veertien seconden achterstand. Plantaz werd 18de, Brinkman 22ste, Ehlen 23ste, Geluk 24 en de rest gezamenlijk 26ste.

De uitslag van de derde etappe Lanaken-Hamont van de Ronde van Belgisch Limburg luidde als volgt:
1. Leo Buyst, Antwerpen, 78 km. in 1 uur 47 min. 40 sec
2. Alfons Jacobs, Belg. Limburg A;
3. Karel Borgmans, Antwerpen
18. Jan Plantaz, Nederland
22. Herman Brinkman, Nederland
23. Arnold Ehlen. Nederland
24. Arie Geluk, Nederland
26. o.m. Paas, Suykerbuyk, Jöris, Nolten, Haan
70. Edm. Koeman, Nederland.

Algemeen klassement;
1. Leo Buyst, Antwerpen, 9 33 35
2. Karel Borgmans z.t.
3. Lucien Claes, Limburg A, 9 34 12
14. Thei Paas, Ned., 9 35 45
23. Herman Brinkman. Ned., 9 36 44
26. Jan Nolten, Ned., 9 38 44
27. Arnold Ehlen, Ned., 9 38 22
31. Piet Haan, Ned., 9 40 54
37. Jan Plantaz, Ned., 9 44 59
44. Arie Geluk, Ned., 9 50 55
48. Adri Suykerbuyk, Ned., 9 53 49
49. Mathieu Jöris, Ned., 9 55 40
68. Ed. Koeman, Ned., 10 26 30

Ploegenklassement: 1 Antwerpen 38 17 18; 2 West Vlaanderen 38 20 10; 3 Oost Vlaanderen 38 21 28; 4 Nederland 28 29 90. Nederland steeg dus twee plaatsen in het ploegenklassement.

 

4e etappe: Nederlandse Amateurploeg had met pech te kampen, Nolten best geklasseerde Nederlander

Limburgsch Dagblad 2 juli 1951

HAMONT 30 juni 1951: De Nederlandse familie wierp in de 4de etappe van de Ronde van Belgisch Limburg alle defensieve inzichten finaal overboord. De jongens kwamen na al die vaderlijke vermaningen van Jan Verveer tot het inzicht, dat vooraan resultaten werden geboekt. En dus blonken direct na de start te Lanaken de Oranje-shirts in de voorste gelederen. Jöris maakte dra een minder gewenst voorval mee. Zijn stuur geraakte defect, zodat de bout met een stuk ijzer werd vastgeslagen. Haan en Geluk kregen opdracht om te wachten, waarna dit trio enkele kilometers nodig had om deze zaak weer in het reine te brengen. Nederland had in het offensief dat bij Beverst (24 km) via Haan, Nolten en Paas een zeker aandeel, doch in de straten van Diepenbroek was alles netjes verenigd. Door allerlei voorvallen bleef de strijd een aantrekkelijk karakter behouden. In de omgeving van Leopoldsburg gebeurden dingen die bij de vaderlandse volgers niet zo in de smaak vielen. Brinkman, onze tweede man in de ploegenrangschikking, bekwam een lek bandje. Geluk stond meteen zijn wiel af en ons troepje lag pardoes uit elkaar Jöris en Suykerbuyk werden in het peloton gewaarschuwd, om Brinkman een handje te helpen. Geluk sloot zich hierbij aan en vier Nederlandse jongens stoomden best samenwerkend voorwaarts. De koplui bezweken niet. De vier onfortuinlijke Oranje-knapen met een serie West-Vlamingen bleven op ongeveer dezelfde achterstand hangen. Wel een bewijs, dat het hard ging. Vooraan gaven Nolten, Plantaz, van Hoven, v. Daele, Sneyers, Wellens, Claes, van Cauter, Borgmans vol gas.

En zo kreeg deze fraaie rit de volgende uitslag:
1. Raymond van Hoven (Brabant) 147 km in 3.40.30;
2. Leon van Daele (West Brabant) z.t.;
3. Josef Sneyers (Limburg A) z.t.;
9. Jan Nolten (Nederland) z.t.
24. 31 renners w.o. Nol Ehlen Piet Haan en Thei Paas in 3.43.38.

5e etappe: De laatste dag op de kasseien, Ronde van Belgisch Limburg werd gewonnen door Karel Borgmans

HASSELT 1 juli 1951: Kort na de start van de 5e etappe Hamont – Hasselt sloegen Nolten, Ehlen en zeven andere dapperen op de vlucht, kennelijk met de bedoeling om via dit offensief een geduchte voorsprong te bereiken. Tot ruim een halve minuut brachten de leiders het, doch meer niet, daar de groep er hoegenaamd niets voor voelde om het contact met de vluchters geheel en al te verliezen. Ehlen viel in de groep terug en bij het passeren van Hasselt na 61 km bestond het leidend troepje uit Nolten, Hayen, van Cauter, Remy en Janssens. Op een halve minuut trok het grote peloton door Hasselt, waarin Joris ontbrak. In een grote lus werd nu rondom de Hasseltse contreien getrokken om na 105 km koers deze plaats opnieuw te passeren. De zaken kwamen nu in een beslissend stadium. De Belgische Limburgers sloegen op de grote trom, zetten fluks en vooral met energie een offensief op touw en gingen op zoek naar winst. Eerst hadden Jacobs en Sneyers een 30 sec. voorsprong op Grondelaars en Demunster, doch spoedig trok dit viertal gezamenlijk verder. Met een voorsprong  van 1 minuut 45 sec. werd het eindpunt bereikt, waar Jacobs zijn gezellen de overwinning voor de neus wegkaapte. Jan Plantaz zorgde dat Nederland ook in de prijzen viel. In een felle eindspurt bleef Plantaz baas over de gevreesde Severeyns en werd netjes vijfde. De rest liep te midden van de groep Hasselt binnen.

De uitslag Hamont – Hasselt (150 km)  luidde:
1. Alfons Jacobs (Belg. Limburg A) in 3.40.36
2. Robert Grondelaars (Belg. Limburg A) z.t.
3. Jos Sneyers (Belg. Limburg A) z.t.
5. Jan Plantaz (Ned.) 3.41.21.
15. Een grote  groep aequo w.o. Haan, Geluk, Ehlen, Nolten, Suykerbuyk en Brinkman allen 3.41.31.

Het eindklassement luidt:
1. Karel Borgmans (Antwerpen) 16.55.38
2. Lucien Claes (Belg. Limb. A) 16.56.15
3. Leon van Daele (West Vlaanderen) in 16.57.52
4. Raymond van Hove (Brabant) 16.58.22
5. Leo Buyst (Antwerpen) 16.58. 22
12. Jan Nolten (Nederland) 17.00.38
23. Arnold Ehlen (Nederland) 17.03.33
28. Piet Haan (Nederland) 17.06.05
29. Herman Brinkman (Nederland) 17.06.32
30. Jan Plantaz (Nederland) 17.06.50
44.  Arie Geluk (Nederland) 17.23.47

In het ploegenklassement einjdigde Nederland op de vijfde plaats.

 

1957-06-06 Giro d’Italia 18e etappe Como – Monte Bondone

Al voor de Bondone was Gaul geklopt

Poblet etappe-winnaar, rosé trui voor Nencini

De beruchte Bondone in de 18de etappe van de Giro heeft opnieuw voor sensatie gezorgd. Charley Gaul, de Luxemburgse klim-specialist die vorig jaar in een sneeuwstorm op de Bondone zijn slag sloeg en nu de grote favoriet was in deze rit, kwam tien minuten na de winnaar Miguel Poblet als een verslagen man over de streep. Hij was zijn rosé trui kwijt — Gastone Nencini, een van de Italianen die bovenaan in het klassement op hun kans hebben zitten wachten, trok die aan — en zijn kans op de eindzege is in de drie resterende vlakke etappes uiterst klein. Het gaat nu verder vermoedelijk tussen de felle Nencini en Louison Bobet. die ook goed profiteerde van Gaul’s opzienbarend terugvallen naar de vierde plaats. De Nederlanders hebben goed gereden. Wagtmans, Van Est en Voorting streden lang in het voorste gelid en Wout is opgeklommen naar de eervolle negende plaats.

In 1956 won Jan Nolten de 12e etappe van de Giro d’Italia, In 1957 was hij er weer bij (zijn 3e deelname). Hier rijdend voor squadra Girardengo in gezelschap van Charly Gaul, In 1957 klasseerde hij zich als 34e in het algemeen klassement, het was zijn beste klassering in de Ronde van Italië. Afbeelding: archief Huub Breuls.

Feitelijk is het niet juist, dat Gaul een nederlaag leed op de Bondone. Hij had die al eerder te pakken, raakte op de vlakke weg zover achter, dat hij al voor de 12 kilometer lange klim naar de finish leeg was en juist daar waar normaal zijn hoogste troeven liggen nog groter klap kreeg. De uitgekookte renners in het peloton hadden goed begrepen, dat zij de rosé trui-drager liet mee moesten slepen naar de Bondore, want in het klimmen is Gaul alle anderen de baas. Daarom ontstaken Bobet, Nencini, Poblet en Defilippis halverwege de etappe al vuurwerk en zij zs.ten zo stevig aan, dat al spoedig een minuut was genomen.

Charly Gaul, Giro 1957

Gaul zag het gevaar wel, maar hij kan op de vlakke weg niet zo schitteren als in de bergen en menige renner sprong over hem heen naar de kopgroep, die spoedig uit een 20 min bestond. Wagtmans, Van Est en Voorting waren er ook bij. En het ging hard, vaak lag het tempo boven de 50 km. Poblet en Rik van Steenbergen pikten onderweg vette prijzen in bij een „vliegende finish”. Wat Gaul, die o. a. gezelschap had van Jan Nolten, ook probeerde, het peloton raakte steeds verder achter. Het werd voor hem moeilijker, toen Geminiani door een lek bandje in het peloton terugviel en daar, omdat Bobet mee vooraan zat, het tempo probeerde te drukken. Wel kwam Charly nog even weg, maar zijn drie maten konden hem niet steunen

Aan de voet van de Bondone lag Gaul een minuut of vijf achter. Hij had toen in de klim geen reserves meer en zag zijn achterstand in de laatste kilometers verdubbeld.

Gastone Nencini, winnaar van de Giro d’Italia 1957

De kopgroep bleef in de lange eindspurt ook niet „heel”. Poblet reed zich los en won onbedreigd met bijna anderhalve minuut voorsprong op Baldini en Bobet. Laatstgenoemde won twee seconden op Nencini, maar de rose trui was voor de Italiaan. Het kan nu spannend worden, want Nencini staat maar 19 seconden voor op Bobet, die dus prachtig terug gekomen is. Toch zal de Fransman, ook al heeft hij aan Geminiani een prima steun, het moeilijk krijgen tussen een zwerm Italianen.

Wagtmans staat nu 9de, Van Est 11de en Voorting 20ste. Er zit voor onze renners geen overwinning in, maar toch rijden zij goed. Onze laatste man, de jonge Kersten, heeft met zijn 43ste plaats nog altijd de helft van het veld achter zich.

Giro d'Italia 1957 Monte Bondone

18de etappe (van Como naar Trento Alta over 242 km): 
1. Poblet (Spanje) 6.15.08, gem. snelheid 38.705 km; 
2. Baldini (It.) 6.16.34; 
3. Louison Bobet (Fr.) z. t.;
4. Nencini (It.) 6.16.36; 
5. Grassi (It.) "6.16.58; 
6. Astrua (It.) 6.17.50; 
7. Moser (It) 6.18.05; 
8. Fornara (It.) 6.18.14; 
9. Sabbadin (It.) 6.18.28; 
10. Fallarini (It.) 6.18.40; 
12. Wagtmans (Ned.) 6.19.02; 
13. Van Est 6.19.45; 
17. Gerrit Voorting 6.20.26; 
23. Kersten 6.21.32; 
40. De Groot 6.27.39; 
44. Nolten 6.28.08; 
49. Donker 6.28.46.
Algemeen klassement na de 18e etappe: 
1. Nencini (It.) 86.43.34; 
2. Louison Bobet (Fr.) 86.43.53; 
3. Baldini (It.) 86.49.33; 
4. Gaul (Lux.) 86.51.12; 
5  Fornara (It.) 86.52.18; 
6. Poblet (Spanje) 86.55.12; 
7. Fabbri (It.) 86.56.25; 
8. Defilippis (It.) 86.57.10; 
9. Wout Wagtmans (Ned.) 86.59.55; 
10. Geminiani (Fr.) 87.01.04; 
11. Wim van Est 87.02.34; 
20. Gerrit Voorting 87.16.40; 
31. Nolten 87.40.57; 32. De Groot 87.40.57; 
42. Donker 87.54.57; 43. Kersten 87.56.14.
Il Giro d'Italia a Coccaglio (1957)

 

http://bikeraceinfo.com/giro/giro1957.html

Friese Koerier 7 juni 1957

1953-08-05 Acht van Chaam

Machtige Wim van Est won Acht van Chaam

Brabants wielerfeest bracht sensatie

DE CLIMAX van de Acht van Chaam kon het — grotendeels door een wat te geëmotioneerde microfonist —zo langzamerhand aan een wieler-delirium lijdende publiek niet meer normaal verwerken, wat dan ook een fnuikende invloed had op de slotfase van deze course. Wagtmans, Suykerbuyk en de Belg Jochums — sprintend om de vierde plaats — smakten tegen de ruige, niet bepaald veerkrachtige keien. Wim van Est, na een indrukwekkende solo winnaar, werd toen reeds door het buiten zich zelf geraakte publiek bijna verkreukeld, Wagtmans moest groggy over de eindstreep worden getild.

Mevrouw Van Est kon zich worstelend nauwelijks staande houden en burgemeester A. J. M. Schram trachtte tevergeefs de microfoon te bereiken. Het was rondom de jurytent een niet van echt te onderscheiden paniek. Dit waren de verwarde slottaferelen van een Brabants wielerfeest, dat de organisatoren op het einde door de enorme belangstelling (40.000 mensen) en de nogal opgeschroefde emoties helaas wat uit de handen liep.

Om tien minuten over drie gaf de burgemeester de baan vrij ‘aan de professionals voor hun achttien ronden, totaal 144 kilometer.

De kampioen van Luxemburg, Ernzer, verving de Fransman Tonello, wat hem niet zo bijster goed afging. In de eerste ronde kwam. hij reeds met een grote achterstand door. Hans Dekkers, gespitst op een rehabilitatie, had een nieuwe fiets nodig. Hij kreeg die van Van Gerwen. Ook Donker incasseerde in dit voor hem nieuwe milieu spoedig een grote achterstand. Na twee ronden toonde de Fransman Caput zijn grote sprintcapaciteiten door Nolten, die enige meters was uitgelopen, nog net op de streep naar de tweede plaats te verwijzen.
Van Est voelde ook iets voor de eenzaamheid en zocht deze vijftig meter voor het toen reeds geheel uiteengeraakte, peloton. Peters ging van zijn fiets voor een lekke band en bleef dit. De Fransman Renaud eveneens.

Een paar regenwolken vonden het noodzakelijk om boven het met zijn rulle paden en venijnige keien dus toch al niet erg gemakkelijke parcours, te knappen. Het inspireerde Nolten. Omgezwiept door spreekkoren ondernam de lange Limburger een solo, die hem 37 seconden voor het peloton bracht. Wagtmans kent dit soort stunts van Nolten zo langzamerhand en doorgrondde tijdig het gevaar. Na twee ronden had hij weer aansluiting. Van Est, Gerrit Voorting en Van Oers gunden dit kwieke tweetal dé leiding niet en zetten een zeer effectieve achtervolging in. Wagtmans liet zich inlopen, . Nolten nog niet. De volgende ronde passeerde Nolten. nog .steeds alleen op kop, echter mismoedigd gebarend naar de jury. Hij had een. lekke band en stapte enige meters verder definitief af.

In de dertiende ronde werd de beslissing gesmeed. Wagtmans, Van Breenen, Suykerbuyk, Schulte, Roks en Adri Voorting rukten met driest geweld naar voren met een moyenne van 45 km. Gerrit Voorting, Van Est en de Belg Jochums begonnen spoedig aan een opwindende jacht. Met succes. – Negen man nu op kop en deze zouden het blijven, ondanks het feit dat Gerrit Voorting een ronde bijna staande . moest afleggen om ondertussen een zadelmoer te repareren.
Wij’ hadden: ons al verzoend met een massasprint tot dat sensationele bericht doorkwam, dat Van Est met enorm veel machtsvertoon een voorsprong van 150 meter had genomen. En … van Est hield deze voorsprong.

Het publiek drong steeds meer op, waar Van Est in zijn, solo niet zoveel last van had. Gerrit Voorting en Adri, Voorting braken ook nog los, wat Gerrit aan een glorieuze tweede plaats hielp. Om .de vierde’ plaats voerden Wagtmans, Schulte, Suykerbuyk en Jochums een . enerverende sprint op, tot Wagtmans enige meters voor de, finish heel licht het achterwiel van Schulte toucheerde. Genoeg echter om deze tegen de straat te smakken met als struikelblok voor Suykerbuyk en Jochums. Slechts Wagtmans bleef liggen. Het bleek later gelukkig nogal mee te vallen.

De uitslag werd: 1 Van Est, 3 uur 21 min. 31 sec; 2 G. Voorting; 3 A. Voorting; 4 Roks; 5 Van Breenen; 6 Schulte; 7 Jochums; 8 Suykerbuyk; 9 Wagtmans; 10 Haan; 11 Van der Zande; ;12: Steevens; 13 Vos; 14 Schoenmakers; 15 Vermeiren (Belg.)

 

Het vrije volk 06-08-2017
http://proxy.handle.net/…/a9109256-d0b4-102d-bcf8-003048976…

Van Est weet van geen ophouden: 1e in Chaam..
“ieder jaar is de „Acht van Chaam’ een grote gebeurtenis voor de Brabantse wielerliefhebbers. Dit jaar was de belangstelling enorm. De toeschouwers kregen waar voor hun geld want de gehele Nederlandse Tour-ploeg reed mee. Voorts waren aan de start verschenen Gerrit Schulte, Piet Haan, Piet Evers, de Fransman Louis Caput en nog vele andere prominenten. Het is een spannende strijd geworden. Wout Wagtmans bond vijftig kilometer voor het einde de kat de bel aan. Schutte zat tezamen met zes andere Tour-renners in deze groep. Het mocht niet baten; „Ie fou pedalant” kon het alleen tegen deze overmacht niet redden. Hij kwam als zesde binnen, Wim van Est reed alles los en eindigde als eerste. Jan Nolten reed weer een wonderlijke race. Lange tijd „draaide” hij alleen. Slimme Wout Wagtmans volgde hem. Wat het peloton ook deed ze konden de lange tanige Limburger maar niet te pakken krijgen. Een lekke band betekende het einde van deze moedige solorit.
Friese koerier 6-8-1953.