1931-04-19 9e Den Haag – Brussel

DEN HAAG—BRUSSEL 1931

Bram Polak winnaar, hoewel niet als eerste geëindigd

Veel valpartijen, 108 Deelnemers.

Abram Polak Sieger des 9. Strassenrennens Den Haag – Brussel 1931 , foto archief Geert polak

Voorbeschouwing

Limburgsch Dagblad, zaterdag 18 april 1931:

Zondag a.s. zal de Den Haag – Brussel rit, open voor wielrenners van alle landen voor de 9e maal georganiseerd door de Residentie Rennersclub „Sparta” plaats hebben. De elf beste wielerclubs van ons land, alsmede een Duitse en een Belgische schreven met volledige teams in als volgt:

Sparta en ‘s-Gravenhage te ‘s-Gravenhage; Olympia, Ulysses en Excelsior te Amsterdam; De Bataaf te Halfweg; Feyenoord te Rotterdam; De Pedaalridders te Amersfoort; Vitesse te Tilburg; Het Zuiden te Eindhoven; De Baronie te Breda; Sporting Club de Bruxelles te Brussel en Postsportverein Köln te Keulen.

Onder de deelnemers bevinden zich Anton Kuys, Den Haag, winnaar Den Haag—Brusselrit 1930, Jan Maas uit Steenbergen, idem 1928, Jan van der Bos uit Enschedé, wegkampioen 1930, Joep Franssen, oud-kampioen van Nederland en voorts Duitsers van de beste klasse.

Het startschot aan de 108 inschrijvers zal op Zondagochtend om 7 uur bij hotel Regina te ‘s-Gravenhage gelost worden. Een vijftigtal automobielen en motoren zal de renners vergezellen.

Wedstrijdverslag

 De Zuid-Willemsvaart, zaterdag 25 april 1931:

Een „verbasterde” wedstrijd.

HOE POLAK 75 KM ALLEEN DRAAIDE!

Daar we tot nog toe feitelijk nergens een regelmatig verslag van Den Haag—Brussel vonden lijkt ’t ons dienstig hierover Joris van den Berg aan ’t woord te laten:

Ik zal het nu over den Haag—Brussel hebben, dus over de eigenaardige koers waarme, thans voor de 9e maal, ons wegseizoen is ingeluid. Ons wegseizoen! ’t Klinkt als een mop. Want wegwedstrijden zijn hier immers verboden! Daardoor is den Haag—Brussel dan ook zo’n eigenaardige koers. Want van den Haag naar de pont te Willemsdorp is het nooit een koers geweest en zal het ook nooit een koers worden omdat er nog een pont te Zwijndrecht tussen zit. Maar vroeger dan begon de koers aan den overkant van het Hollands Diep. Dat had dan wel clandestien plaats, doordat de autoriteiten en de politie aan dien kant een oogje dicht deden, doch in ieder geval was het van de Moerdijk tot Brussel een wedstrijd. Ditmaal echter was het van Moerdijk tot de grens géén wedstrijd. En zo zou men dus kunnen zeggen, dat het slechts een wedstrijd was van de grens tot Brussel, dus van ongeveer 80 km volgens de route die gereden was.

Zo dacht blijkbaar ook Jan Maas er over want die stond in Moerdijk en vroeg of hij nog mee kon doen. Maar dat ging natuurlijk niet omdat de anderen die uit Den Haag waren gekomen al heel wat kilometers achter de rug hadden. Officieel was het een wedstrijd van de grens tot Brussel, maar dan in ieder geval een wedstrijd waarbij de deelnemers al 100 km in de benen hadden. Waar in Den Haag om 7 uur werd gestart en de pont van 9.30 uur moest worden gehaald moest in een 30 km tempo worden gereden en van Moerdijk ging het via Breda naar de grens in nu ja…. in een echt wedstrijdtempo. Want er ging een auto voorop die niet gepasseerd mocht worden doch die reed zo hard dat hij niet te passeren wás. Enfin, u kent dat. Het gevolg is dan ook geweest, dat in de 30 km van Moerdijk tot de grens velen al een klap kregen waarvan zij zich niet zouden herstellen. Zij lagen aan de grens al buiten de strijd.

Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 25-04-1931

Twee en negentig man, waaronder 4 Belgen en 9 Duitsers, hebben aan de race deelgenomen. Wij bleven niet zo lang aan de start, maar toch voldoende om te zien dat, nu ja, dat er mensen zijn die het nooit leren. Want de een kwam te laat en de ander had al defect voor hij begon en de derde had blijkbaar iets vergeten, kortom, er waren al uitvallers binnen de eerste 100 meter, nog voor de Wagenbrug was bereikt. En als je dan de spullen ziet, dan vraag je je af: hoe is het mogelijk dat de mensen geloven daarop zonder mik mak Brussel te kunnen halen. Het waren er niet zo veel, maar toch een stuk of zes. In de officiële auto, waarin Piet Moeskops voor chauffeur speelde, hadden we plaats genomen. Ongeveer 50 meter over de grens hebben wij de renners opgewacht. Toen zij verschenen hebben wij de hoofdgroep even laten passeren en toen zagen wij dat er reeds vele stukken los waren. We snelden de hoofdgroep achterna en telden in de gauwigheid dat er van de 92 vertrekkers nog maar 41 voorop zaten. De hoofdgroep joeg dus achter ons aan en plotseling zagen wij een renner hard naar voren komen. Het was Polak. Doch achter hem verscheen v. d. Bos uit Enschede. Polak joeg door en toen hij 50 meter had wenkte hij v. d. Bos om over te nemen. Doch deze durfde de poging blijkbaar niet aan en hij het zich weer naar de groep afzakken. Als de Enschede’er, die een goed temporijder is, met Polak was meegegaan, hoeveel minuten zouden deze twee genomen hebben?? Maar inmiddels was er een plaatsvervanger uit het peloton gekomen en wel de jonge De Reus uit Halfweg. Deze bereikte Polak en beiden reden samen voort, beurtelings overnemend. Zij reden een hoog tempo en brachten het tot ongeveer 200 meter voorsprong, welke afstand enige tijd bewaard bleef.

Waar de twee vluchtelingen er een gangetje van goed 40 km per uur in hadden, was het in deze periode voor de hoofdgroep bezwaarlijk om in te rijden. Maar toen het enigen tijd zo had geduurd scheen er in de hoofdgroep weinig lust te bestaan om het achtervolgingswerk op te knappen want plotseling hadden de twee vluchtelingen 300 meter voorsprong en toen wij in Polygoon (± 6 km van de grens) de stand op namen, hadden Polak en De Reus ± 400 meter genomen. Maar we zagen nog wat anders n.l. dat de harde pace de Reus te machtig begon te worden. Hij bleef hoe langer hoe korter aan de kop en in de buurt van Brasschaat kwam de Reus niet meer naar voren toen Polak hem met een handbeweging daartoe uitnodigde. Voor de meeste renners zou dat een diepe teleurstelling zijn geweest. Want het is helemaal niet prettig een renner meegenomen te hebben die zijn volle portie niet voor zijn rekening kan nemen. De energieke Polak liet zich er echter niet door terneer slaan. Integendeel, hij besloot het dan maar alleen te doen. Hij trachtte de Reus van zich af te schudden doch de eerste keren lukte dit niet. In Brasschaat echter, in een gedeelte waar kasseien lagen, demarreerde Polak en moest de Reus los laten. Polak ging 100 meter van hem weg doch toen zagen wij iets eigenaardigs. Op het goede wielerpad kwam de Reus terug. Hij bracht het tot 50 meter en bleef een hele tijd op 50 meter hangen. Hij kon er maar niet bij komen doch Polak kon ook niet verder weg komen.

En bij ons in de auto werd gevraagd of Polak niet beter zou doen om even op hem te wachten en het maar weer samen te proberen. Op eens echter was de fut er bij de Reus uit. Hij kwam op 100 meter te zitten, op 200 meter, op 300 meter en toen we in Wijneghem de stand op namen zat de Reus op 1 min. 10 sec. en de hoofdgroep reed op 2 min. 30 sec. Die hoofdgroep was toen 33 man sterk en werd geleid door A. Kuis uit Den Haag. Wij blijven een tijdje bij de hoofdgroep en gingen toen Polak weer opzoeken die nog maar lustig doordraaide.

“Wat ’n moed heeft die vent om er met 75 km voor de boeg alleen vandoor te gaan!” hoorde je toen in de auto en niemand geloofde dat hij het tot het einde alleen zou volhouden. Maar toen wij in Oude God weer de stand opnamen bleek dat Polak zijn voorsprong tot 3 minuten had vergroot. In Kontich wachtten wij de hoofdgroep weer op. Het bleek dat de Reus door het peloton was ingelopen, doch het bleek ook, dat het peloton tot 17 man was gedund zoals wij later zouden horen door demarrages en een valpartij. Maar ook bleek dat Polak nu 3 min. 20 sec. voorsprong had. De lust tot regelmatig jagen bleek in de hoofdgroep niet groot. Tot regelmatige werkverdeling kwamen zij niet. Men wilde het werk niet doen om bij slot van rekening anderen de kans te geven. Doch wel wilde men de groep aan stukken trekken en werd er herhaaldelijk gedemarreerd. En dat demarreren vermoeit veel meer dan de strakke pace, zodat ten leste het peloton misschien nog vermoeider werd dan Polak die steeds maar alleen zijn strakke gangetje voortzette.

Tilburgsche Courant 21-04-1931

Even voor Mechelen sloeg plotseling H. Dunker uit Essen op de vlucht. Toen de jacht werd ingezet liep men vanzelfsprekend sterk op Polak in. Ruim 1,5 min. van zijn voorsprong ging verloren. Doch een eind door Mechelen heen had Polak weer 3 min. genomen op het peloton dat op dat moment bestond uit A. Kuys, P. v. d. Horst, H. Fix, S. Pieper, F. v. Gils, H. Dunker. J. Godrie, P. Vermaire, F. Schoten, H. Sieret, J. Snoek, A. Schneider, K. Wilde, L. v. d. Bos, J. Boshof en T. Veldman.

Toen er nog ongeveer 14 km te rijden waren, gingen wij nog eens kijken hoe Polak er voor stond en het bleek toen dat hij zijn volle 3 min. had behouden. Voor ons bestond er nog geen zekerheid dat de race voor Polak zou zijn. Wij meenden dat de lange lastige heuvels hem een inzinking zouden bezorgen maar Polak kwam telkens netjes boven. Bij deze krachtsinspanning zei Moeskops: “zie je wel dat zijn kleur goed blijft” én daar bedoelde hij mee dat zich de mat vale tint en de flauwe oogopslag welke de overgrote vermoeidheid aankondigen bij hem niet te zien waren.

Nog een ander teken dat Polak nog fris was vormde zijn manier van rijden. Hij wist op de slechte wegen de goede kantjes spoedig te vinden, bleef buiten de gaten en de hobbels en bobbels en reed de bochten zuinig om toch vooral geen terrein verloren te laten gaan. Een rijder die vermoeid is werkt zich stomweg voort. Zijn onderscheidingsvermogen is niet groot meer en hij gooit zich overal door heen tot dat het niet meer gaat. Maar toch had Polak nog pech. Want die meneer en die meneer zouden in België voor de goede richting aanwijzing hebben gezorgd. Maar al wat je zelf niet doet, is hoogstens maar half gedaan. En zo geraakte Polak tweemaal van het goede parkoers. Eenmaal, bij een viaduct, kostte het hem maar enige honderden meters, maar bij Tervuren kostte het hem heel wat meer. In het Bos van Tervuren namelijk, met nog slechts enkele kilometers voor de boeg was het Abram Polak die zich, met een voorsprong van plusminus 3, 5 minuut, in veilige haven waande. Maar daar in het Bos moest rechts worden afgeslagen en daar beging de officiële voorrijder de fout met de auto recht door te rijden. Polak volgde natuurlijk en toen hij reeds de verkeerde weg had gereden kwam hij nog meer aan het dwalen. Hij beklom de ene steile straat na de andere en deed kilometers meer werk dan nodig was geweest. Langzamerhand kwam hij weer op de juiste richting uit en toen de officiële auto wat doorzette kwamen de inzittenden nog net op tijd bij de finish om de eindspurt van de hoofdgroep te zien.

De Zuid-Willemsvaart 25-04-1931

Na heel veel omzwerven kwam even later uit tegenovergestelde richting Polak bij de Cinquantenaire aan. Er waren er nota bene nog die zich tegen het toekennen van de eerste prijs aan de kranige Polak wilden verzetten. Maar in dit geval was dat toch wel een beetje absurd. Uur na uur, 75 km lang had de moedige kerel daar alleen zitten jagen en in geen uren was er een der concurrenten in zijn buurt geweest. Op nog geen 3 km van de finish had hij meer dan 3,5 minuut voor sprong en fris als hij was draaide hij nog maar steeds aan 30 a 31 km door. Van achterhalen door de anderen was dus geen sprake. En bovendien werd hij toch door een officiële auto van de wijs gebracht. Er viel niet aan te tornen. Polak werd de eerste prijs toegekend en als ooit een prijs verdiend is, dan is het wel deze. Door de moed en de energie is het een der mooiste overwinningen die in den Haag—Brussel behaald is en die in een wegwedstrijd te behalen is. Alleen weg gaan op zo’n afstand en alleen wegblijven en nog steeds maar afstand vergroten is meer dan kranig werk en de 28 jarige Polak, de eenvoudige rustige jonge kerel uit Stadschendijk zij met zijn prachtige rit hier van harte geluk gewenst.

Algemeen handelsblad, 20 april 1931: DEN HAAG—BRUSSEL. A. Polak winnaar, hoewel niet als eerste geëindigd. „De Baronie” (Breda) de best geplaatste club. ’t Was guur maar droog, toen gistermorgen om zeven uur het vertreksein werd gegeven voor hotel Regina in de Wagenstraat te s-Gravenhage. Er waren ongeveer 100 renners die aan den negenden rit Den Haag—Brussel zouden deelnemen, w.o. vier Belgen en negen Duitsers. Ons was een plaats aangebeden in de Mercedes” van den heer Velgersdijk uit Rijswijk, waardoor wij in staat gesteld werden den gehelen wedstrijd te volgen. Evenals in vorige jaren begon ook nu de wedstrijd pas over den Moerdijk, aan de grens der gemeente Lage Zwaluwe. Van hier ging het via Breda, Princenhage, Rijsbergen, Zundert, Wernhout, Merxem, Deurne, Mechelen, Sterrebeek, Tervueren, Quatre Bras Etterbeek naar de Avenue de Tervueren, waar, bij de Cinquantenaire, de finish was. Om 10.15 werd dan te Lage Zwaluwe voor de tweede maal gestart en dadelijk ging het met een ruim 40 km-vaart op het einddoel af. Aanvankelijk gebruikten de renners de juryauto als gangmaker, waardoor enkelen achter raakten. Toen hun op het verkeerde daarvan was gewezen, werd de snelheid minder en hadden de achterblijvers gelegenheid zich weer bij de hoofdmacht aan te sluiten. Dan vindt reeds het eerste valpartijtje plaats, doch ondanks de pijnlijke trekken op het gezicht, werd moedig weer opgestapt. De eerste nieuwsgierige kijkers zien we in Terheyden, waar v. d. Horst en Polak een lek bandje krijgen welk euvel zij spoedig weten te herstellen om de hoofdgroep weer te bereiken. Na een half uur zijn we dan in Breda, waar de belangstelling van het publiek zeer zeer groot was. Bij de spooroverweg vinden we de bomen gesloten, maar de renners werd de gelegenheid geschonken nog over te steken, zodat wij een heel stuk achter raakten. Eerst bij Princenhage kregen we ie weer te pakken, maar konden de kop niet bereiken, omdat de weg door de vele auto’s en motoren geblokkeerd was. We kunnen dus alleen de achterblijvers ontdekken en zien, dat hieronder zijn Schild, Goossens, Verhagen, Dietvorst en Buitendijk. Even verder passeren we Vermeulen, Vrijland en vele anderen, die enige honderden meters achterstand hebben. Natuurlijk passeren we ook de pechvogels, die of een lekken band hebben of een defect pedaal.Ook bij Zundert zijn veel kijkers en hier blijkt, dat Verhagen, Van Gerven, Kreus en Meinders achterstand hebben. Kort daarna weet echter Veger ons voorbij te komen, om weinige meters verder te vallen. In of met zijn val zagen we ook een ander neergaan, maar konden niet ontdekken wie het was. Het maakte den indruk, dat zij er ernstig aan toe waren. Even later zien we weer een valpartijtje, waarbij een paar „burger”-renners op onzachte wijze met de aarde kennis maakten. Reeds om half twaalf zijn we dan hij de grens, waar de renners direct door mogen gaan en de autobezitters maar vijf minuten worden opgehouden. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt! Na ongeveer 10 minuten passeren we weer een paar achterblijvers, waarop er dan voor de zoveelste maal enigen uit de strijd geraken, doordat zij ten val komen. Voor de variatie zien we daarna Touwslager aan de weg zijn achterwiel repareren. Eindelijk, om 12 uur, krijgen we dan het hoofdpeloton te pakken. Maar niet lang daarna horen we, dat Polak en Reus er vandoor zijn gegaan en een flinke voorsprong hebben. Als we de beide vluchtelingen achterhalen, zien we, bij Merxem, eerst Reus en even later Polak, die regelmatig met een 35 km gangetje op het einddoel afstevent. Eer hij dat echter bereikt heeft, moet hij eerst een aller ongelukkigst stuk weg — dat dezen naam lang niet verdient — berijden. Ook bij Mechelen, na de spooroverweg, is de weg langs het kanaal verre uit de tijd. Maar de moedige renner trapt als of hij over asfalt glijdt. “Het peloton loopt in, horen we zeggen. Als dit de leider wordt oververteld, versnelt hij zijn gang. En hij doet dit op zulk een energieke wijze, dat hij geleidelijk zijn voorsprong weet te vergroten. De eerste heuvel, bij Nosseghem, neemt hij met groot gemak. Ook de andere „hindernissen” blijken voor hem peulenschilletjes te zijn. Door de fraaie bossen van Tervuren vervolgen we den taaie Polak, voor wiens volhouden we allen respect hebben gekregen. Als we dan Brussel naderen, raken we allen, met voorop de auto van de jury, de goede weg kwijt. Ook Polak, die op dit moment drie minuten op zijn naaste concurrenten vóór heeft. Wanneer we eindelijk de finish bereiken, zien we nog juist V. d. Horst, aan het hoofd van een groep, het eerst over de streep snellen, gevolgd door Vermaire, Dunker e.a. Polak, die het snelle tempo van de auto’s niet heeft kunnen volgen, komt ongeveer 10 minuten later aan de finish. Zeer terecht wordt hem de eerste plaats toegekend, omdat hem, enige kilometers vóór zijnde, door een van de juryleden de verkeerde weg was gewezen. „De Baronie” verkreeg de verenigingsprijs.

Algemeen Handelsblad 20-04-1931

De uitslagen zijn:
1. A. Polak (Willemstad), tijd 3 uur 53 min.;
2. P. M. v. d Horst (Klundert)
3 P. Vermaire (Beda)
4. H. Dunker (Essen)
5. F. Schröter (Ratingen)
6. C. Godrie (Zundert)
7. A. J. Kuys (Sparta, Den Haag)
8. A. Schneider (Keulen)
9. H. Tix (Dortmund)
10.W. S. Raaymakers (Rotterdam)

Verenigingsprijs:
1. De Baronie, Breda, 49 pnt.
2. Sparta, den Haag, 56 pnt
3. De Bataaf, Halfweg, 71 pnt

De Grondwet 21-04-1931

1930-08-30 Liège, WK op de weg

De Italianen zegevieren

ALFREDO BINDA, winnaar bij de beroepsrenners
GIUSEPPE MARTANO, winnaar bij de amateurs

Alvast een korte samenvatting van het wedstrijdverloop:
Om 10.40 wordt op de Place de la Republique te Luik het vertrek gegeven aan 27 Profs, welke zich in een kalm tempo op weg begeven. In het uitgaan van Pepinster heeft Georges Ronsse een lekke band, doch komt in Theux weer bij. Bij de beklimming bij Francorchamps heeft Ricardo Montero gedemarreerd en is 25 meter los doch Bram Polak trekt de groep bij de vluchter. Jan van der Heijden lijdt aan maagkrampen en geeft op. Joep Franssen zit bij de hoofdgroep. Bij Stavelot stapt hij af en gaat zich hoofd en benen aan een fontein verfrissen. Het gaat zo op Marche aan waar de bevoorradingscontrole is en waar om 15.25 uur aangeland wordt. Franssen zit hier bij de groep. Na verzorgd te zijn trekt hij mee weg. Polak heeft een lekke band gekregen en arriveert 2 minuten later. De Duitser Oscar Tierbach geeft hier op. Charles Pelissier en Bram Polak komen weer bij de leiders. Te Barvaux stappen heiri Suter en Max Bulla af om zich te verfrissen. De Nederlanders gaan hier de huizen binnen om te drinken. Ze hebben veel last van de dorst. We gaan verder op naar Theux en in de berg van La Reid is de stand als volgt: Kurt Stöpel, Learco Guerra, Alfredo Binda, Georges Ronsse, Allegro Grandi, Minter, Polak en Émile Joly. Op 20 meter Leduc, op 50 meter Pélissier op 200 meter Antenen, Buse, Muller en een ander wiens nummer we niet zien, op 300 meter Bisseron en Franssen, op 500 meter Suter. In de berg van Les Forges begint de strijd. Op de top is de aankomst als volgt: Binda en Ronsse, op 300 meter Mantero op 50 meter Stöpel, op 100 meter Grandi, op 125 meter Guerra, op 50 meter Canardo op 100 meter Leduc, op 200 meter Pelissier, Bulla en Hamerlinck, op 3 min. Antena. Nog iets later volgen Franssen en daarna Polak. Joly en Nicolas Frantz hebben opgegeven. Bij aankomst zijn Alfredo Binda en Georges Ronsse bij elkaar op 1200 meter volgen Learco Guerra en Kurt Stöpel. De eersten wagen zich niet aan de sprint met gevolg dat de beide anderen ze inlopen, zodoende wordt Ronsse geklopt. 

Op 25 kilometer van de finish, bij Theux, beklimmen de beroepsrenners de zware côte. De drie Italianen leiden de kopgroep, links Learco Guerra in het midden Alfredo Binda en rechts Allegro Grandi. (v.l.n.r: Guerra, Joly, Montero, Binda, Canardo, Ronsse en Grandi. Tussen de laatste twee is op de achtergrond Charles Pélissier te zien)

De amateurs vertrekken een uur later dan de profs. Reeds aanstonds wordt er flink aan getrokken. Tot Theux blijft alles te samen, dan beginnen de afvallers te komen. Te Francorchamps zitten nog 12 man bij elkaar, doch in het dalen komen verschillende gelosten weer bij. Zo gaat het op La Roche aan. In de berg Baraque de Fraiture wordt het een lange sliert. Onze Nederlandse vertegenwoordigers zitten er nog steeds bij, behalve Cober, die een pedaal breuk heeft opgelopen. In de bevoorradingscontrole te Marche komen de renners in groep binnen met Van den Bos en Vluggen bij de leiders, Cober volgt op 2 min. Ze hebben 20 minuten korter gereden dan de profs. Te Hotton loopt Cober weer in. Daar vallen er weer slachtoffers, zowel door lekke banden als door moeheid, doch successievelijk komen deze weer bij. Vluggen krijgt ook een slapte maar is er spoedig overheen en komt dan weer bij. Iets verder krijgt hij kramp en zit langs den weg. Hij rijdt later nog een verkeerde weg en zal hun niet meer terugzien. Als we bij Aiwaille komen zijn er verschillende renners die afstappen om zich te verfrissen. Willy Cober raakt iets in moeilijkheid doch komt tenslotte weer bij de leiders. Bij de beklimming van La Reid wordt de slag gestreden. We achtervolgen Carone, Hein, Mouillifarne, Rigeaux, Van den Bos, Nemus, Gastro, dan een peloton van 6 renners, waarbij Cober, terwijl Martano en Reisch de leiding hebben met een tamelijke voorsprong. In Theux krijgt Bertolazzi bandbreuk. Cober heeft nogmaals pech met zijn pedaal, die hij thans verliest. In de berg van Theux zit Martano voorop, gevolgd door Risch. Een peloton van 4 man maakt geweldig jacht op hen. Gestri komt geweldig opzetten en te Beaufays heeft hij Risch reeds ingelopen en zit op 1500 meter van Martano, doch de aankomst is kort bij. Hij komt dan nog bij hem doch wordt in de sprint geklopt.

DE VOORBESCHOUWING

we lezen het Limburgsch dagblad van 28 augustus 1930

De wereldkampioenschappen op de weg zullen 30 augustus (1930) a.s. zal plaats vinden met vertrek en aankomst te Luik alwaar de Nederlandse kleuren zullen worden verdedigd door Joep Franssen, Jan v. d. Heijden Amsterdam, en Bram Polak Steenbergen, terwijl als amateurs zijn aangewezen Willy Cober Hoensbroek, Piet Vluggen Ulestraten en W. v.d. Heijden Limmel Maastricht. Daar laatstgenoemde Zondag voor 8 dagen te Eijsden een flinke val deed, waarbij hij een lichte hersenschudding kreeg zal hij vervangen worden door de amateur C. v.d. Bos uit Enschede, die een paar weken geleden amateurkampioen van Nederland 1930 is geworden.

We hebben het traject hier voor ons liggen en bemerken dat dit uiterst zwaar is niet alleen door den afstand welke 203 km bedraagt doch door de talloze bergen die er in voorkomen. We zullen de kansen onzer deelnemers eens nader bespreken. Beginnen we met de profs waar onze onafhankelijken legen moeten uitkomen. Jan van der Heijden Amsterdam, wegkampioen van Nederland 1930 kunnen we weinig kans geven tegen mannen als Grandi, Binda, Ronsse, Joly, e.a. en zal naar onze mening wel opgeven voor dat Marche bereikt is. Bram Polak uit Steenbergen zal het wel iets verder brengen doch ook hem zullen we niet in de voorste gelederen treffen zodat ons alleen onze Limburger Joep Franssen die als een goed bergbeklimmer bekend staat en de laatste tijd ook op het vlakke terrein beter vooruit kan dan vroeger. Indien hij nu niet te veel angst heeft in het dalen der bergen zal hij niet ver achter blijven en zeer zeker een van de 10 eerste plaatsen bezetten, indien het pechduiveltje hem zal willen verschonen. Vooruit dus Joep, houdt niet alleen de Nederlandse doch ook de Limburgse kleuren hoog en toon dat we nog waardige navolgers van Mathieu Cordang bezitten. Bij de amateurs zijn we iets beter vertegenwoordigd met onze nationale kampioen v.d. Bos, die in Duitsland veel routine heeft opgedaan hopen we succes evenals met Piet Vluggen die den laatsten tijd in zeer goede vorm is, doch vooral is onze hoop gevestigd op Wim Cober die in België een gevreesde tegenstander is. Alleen de Italianen met wie hij nog niet in aanraking kwam zullen z’n zwaarste concurrenten zijn. Doch het geen we in den laatste tijd van hem gezien hebben doet ons het beste hopen. Vorige week is hij nog op training geweest en we hebben een onderhoud gehad met enkele Belgen die hem per motor op ’t wereldtraject gevolgd hebben en deze waren uiterst enthousiast en voorspelden hem een goede kans, want in de bergen gaat hij alle op zonder afstappen en daar zijn er bij die 16-17 procent stijgen. Ook in het dalen is hij goed en heeft snelheden van 65-70 km bereikt. We voorspellen hem een van de ereplaatsen en indien hij van pech verschoond blijft wie weet of hij niet de wereldtitel bemachtigd. Vooruit dus Wim, op jou hebben allen hun hoop gericht. Toon hun dat je het waard bent. Deze week wordt er onder leiding van de ploegleider de heer J. Darmstadt nog eens flink getraind.

De Nederlandse wegrenners, die zaterdag 30 augustus 1930 deelnemen aan de wereldkampioenschappen in Luik deelnemen kwamen te Roermond bijeen. De Amsterdammer Jan van der Heijden echter ontbrak, daar hij in Brussel was. V.l.n.r: Ploegleider Dhr. J. Darmstadt (Roermond) Wim Cober (Hoensbroek), Bram Polak (Stadsche dijk), L.J. van den Bos (Enschede), Piet Vluggen (Ulestraten) en Joep Franssen (Ubachsberg) en NWU-consul Theo Houben (Blerick)

Hoe onze jongens het er af brachten; een ooggetuigenverslag door J. Damstadt:

De week voorafgaand aan het WK te Luik, op maandagmorgen 25 Augustus kwamen de Nederlandse vertegenwoordigers die aan het Wereldkampioenschap zouden deelnemen te Roermond samen. Nadat alle voorbereidingen voor de trainingsdagen waren getroffen, werd in de namiddag een trainingstocht over 200 km door Limburg gemaakt.
Dinsdagmorgen om 6 uur werd uit Roermond vertrokken naar Luik. Te Maastricht sloot zich de wielrenner Jeu Vroomen uit Heerlen bij de renners aan, die als verzorger der renners zou optreden. Om 9 uur werd Luik bereikt, waar in het hotel du Luxembourg de tenten werden opgeslagen. Na aankomst werden de renners eerst door de verzorger Vroomen even onder handen genomen Inmiddels was het twaalf uur geworden en maakten de renners zich gereed voor de eerste kennismaking met het parcours.
De eerste dag, dinsdagmiddag, werden 150 km terrein verkend van Luik ging het over Chènée naar Spa, waar de eerste grote en uiterst zware helling te nemen viel. De Cauberg bij Valkenburg, de berg bij Huls, de omgeving van Vaals, die kennen de renners, doch al deze hellingen te samen zijn niet zo zwaar als de minste van de hellingen die hier overwonnen moesten worden „Het parcours is te zwaar” was de algemene opmerking en wij zouden woensdag bemerken, dat wij het zwaarste nog lang niet hadden gezien.

Het parcours van het WK 1930 op de weg in de provincie Luik

In elk geval waren allen er thans reeds van overtuigd, dat de wereldkampioen dezen titel niet cadeau zou krijgen. Doch met dit alles bleven de jongens vol goede moed, en soigneur Vroomen zorgde er wel voor dat de goed stemming niet bedorven werd. De Duitsers Tierbach en Stöpel, profs, en hun amateur collega’s Risch en Hofman waren inmiddels ook in het hotel, waar de Nederlandse renners verbleven gearriveerd: daar kwamen nog bij de Oostenrijker Bulla, de Zwitsers Suter en Antenen. de Hongaren Tstenes en Vida; toen het tafel-tijd was geworden zaten Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Zwitserland aan één tafel: het ging er broederlijk en hartelijk toe. Na het eten werd een uurtje gewandeld, en met de concurrenten werden de kansen besproken. We zorgden er voor, dat om negen uur „Holland in rust” was.

V.l.n.r: Cober, v.d. Bos, Polak, Vluggen en Franssen

Woensdagmorgen werd gerust en werd deze voormiddag aan masseren van de renners besteed. Inmiddels arriveerden de grote mannen van de weg de Fransen André Leducq en Charles Pélissier. De Belgische wereldkampioen George Ronsse, de Luxemburger Nicolas Frantz, die in een hotel naast het onze hun intrek namen. We gingen even kennis maken en Joep Fransen bleek hier een echte tolk te zijn, met armen en benen maakte hij hun duidelijk wat hij met spreken te kort kwam, maar het slot was dat men elkaar altijd verstond en begreep. We waren spoedig het met elkaar eens en allen, ook de grote routiers, vonden het een zwaar en lastig parcours De Italianen werden algemeen als de winnaars beschouwd al zouden Leducq, Pelissier, Ronsse en Jolly ook een hartelijk woordje meespreken. Behalve de Italianen, die even buiten Luik gehuisvest waren bevonden zich woensdag alle deelnemers in Luik en dicht bij elkaar. Het was rond de hotels een hele drukte en vooral de kopstukken hadden over belangstelling niet te klagen. Woensdagmiddag maakten onze jongens, slechts een korte training over 75 km in tegenovergestelde richting van de eerste dag zodat zij het gehele parcours kenden. De dag erna werd gerust.
Vrijdagavond was het en hele drukte in het Hollandsche kamp en van alle kanten kwamen zich Hollandse vakantiegangers die te Luik vertoefden, bij ons aanbieden om aan de jongens hulp te verlenen, indien nodig. Het was een drukte van belang. Om 8 uur kwamen de Nederlandse persvertegenwoordigers, nog een uurtje in ons midden doorbrengen en toen het negen uur was zorgden wij er voor dat Holland rustte. De renners waren vol goede moed en allen overtuigd dat ze een goed figuur zouden maken.

DE WEDSTRIJD

Zaterdagmorgen om zes uur waren we present en zorgden voor een extra goed ontbijt. Om 6.30 uur begon de verzorger Jeu Vroomen met alle nog een goede massage-beurt te geven en om negen uur waren allen op de plaats van samenkomst voor de start aanwezig. De drukte die hier heerste was enorm. Duizenden en duizenden mensen waren hier aanwezig en we bemerkten zeer veel Limburgers onder de toeschouwers. een legioen van fotografen was mede aanwezig, waar ook onze jongens er ook “er op” werden gezet. Tegen tien uur werd naar de officiële startplaats vertrokken achter de officiële auto’s. Vooral de grote kopstukken werden langs de weg door de duizenden enthousiast toegejuicht: ook onze jongens hadden niet te klagen. Vele malen hoorden wij “Joep haut tich jöt!”, en Pie (tegen Vluggen) “hauw diech goot Jong!”. Joep Franssen is ook in deze streek geen vreemde. Bij de startplaats werden aan de renners nog de laatste raadgevingen gegeven en vol moed werd toen aan ’t lange en lastige parcours begonnen.

Klik en lees het dagblad “Voorwaarts”

De start had plaats ten Oosten van Luik bij Chênée. Van hier ging het naar Pepinster (16 km) waar de karavaan tot stoppen wordt gedwongen bij een spoorwegovergang, van daar verder naar Spa (29 km) en toen door de Ardennen en Luxemburg langs Francorchamps naar La Roche, van hier naar Marche (115 km), waar de voedings-contróle was ingericht: van hier uit vervolgde de route naar Remouchamps (160 km ) over Theux en Louvengne (182 km) naar Luik (203 km) Wij volgden met een goede voorraad levensmiddelen voor de deelnemers die te Marche verzorgd moesten worden.

Reeds direct na de start begint de weg te stijgen tot voor Spa en dan krijgen wij de eerste klimpartij te zien, hier hebben wij over een afstand van plm. 6 km een stijging van 300 meter Deze geweldige berg werd het eerst genomen, door de Spanjaard Mariano Cañardo die hier plm 100 meter vóór was. Dan het hoofdpeloton met een Nederlander Bram Polak op  kop. De Fransman Bisseren volgt op 100 Meter en dan de Zwitsers Heiri Suter en Georges Antenen op 600 meter Bram Polak en Joep Franssen! Het gaat nu berg af en na plm. 30 km krijgen wij den hoogste berg te nemen bij Baraque Fraiture. Wij hebben dan plm 80 km afgelegd. Even moeten wij opmerken, dat de Nederlander Jan v. d. Heijden na 30 km heeft moeten opgeven. (Wij vernamen, dat hij een lichte zonnesteek had bekomen). Later te Luik troffen wij hem in bed maakte hij het goed. Onze jongens, Joep Franssen en Bram Polak hadden tot op dat moment geen duim breed toegegeven en het was zelfs het rood wit blauwe tricot, dat zéér veel aan de kop ging! Juist op het moment dat wij de hoofdgroep verlieten om langs een tussenweg naar de voedings en contróle post te Marche te gaan, waar wij tijdig aanwezig moesten zijn werd het peloton door Franssen geleid. Grote mannen als Nic Frantz, Heiri Suter, Oscar Tierbach, e.a. zaten toen achter het peloton. Wij arriveerden inmiddels te Marche waar voor ieder land een lange tafel in gereedheid was gebracht. Wij hadden geen moeite onze plaats te vinden, spoedig hadden wij onze tafel in beslag genomen waarboven de Nederlandse driekleur wapperde, en de naam Nederland met 80 cm grote letters prijkte. Rechts van ons Frankrijk en links de Italiaanse verzorging. Wij hadden alles voor de komst van onze jongens in gereedheid gebracht. Wij wachtten nu vol spanning. Zouden de onzen er nog niet bij zijn ? Het duurde lang ! De massa mensen, die hier bij elkaar gekomen was, was enorm. Dan komen de officiële volgauto’s een luid gejuich gaat op. Ze komen ! Ze zijn met 11 man voorop. Zouden Joep Fransen en Bram Polak er nog bij zijn ? En Ja! op 50 meter voor de groep stuift de Belg Émile Joly binnen, dan een groep van 10 man, allen grote bekenden, en bij die grote bekenden één rood-wit-blauwe trui. Joep ! Joep ! klonk het van vele kanten. Alle handen hielpen. De spanning steeg ten top. Wat vonden wij op dit moment dezen eenvoudige jongen uit Ubachsberg een grote kerel!

Haastig werd hij verfrist en met een enorme snelheid, vloog hij uit de controle weg, gelijk met de grootste routiers, die de wegrensport kent. Bravo Joep ! Wij waren voldaan: wij kennen Joep, doch hadden niet gedacht, dat hij zo iets tussen deze koningen van de weg zou presteren. En Bram Polak, deze die tot 10 minuten voor Marche bij de leiders had gezeten, kreeg bandenpech en kwam enkele minuten later in de controle aan. Met alle handen werd Polak verzorgd en als een pijl schoot hij de leiders achterna, die hij na 9 km weer te pakken had. Hoe zou de aankomst zijn ?

Wij moesten in de controle blijven, om onze amateurs op te wachten, die een uur later waren vertrokken. Het eerst van de amateurs arriveerden bij de controle twee Italianen Giuseppe Martano en Eugenio Gestri, te samen met de Duitser Rudolf Risch. Enkele minuten later een groep van 15 man, waarbij één rood-wit-blauwe trui. Het was Piet Vluggen uit Ulestraten. Bravo Piet ! Je hebt je best gedaan. Vlug werd Vluggen verzorgd en vooruit! Waar is Cober en v d. Bos? Cober had een gebroken pedaal gekregen. Jammer, hij ging zo goed. Na twee minuten weer een groep, hier was v. d. Bos bij. Vlug van den Bos verzorgd en vooruit. Daar komt Cober alléén aanzetten, hij vertelt ons van zijn pech, maar vooruit, Cober zette alléén de achtervolging in en na 14 km had deze kranige knaap het peloton weer te pakken. Maar het geluk was niet op zijn hand, weer kreeg hij pech door die pedaal die weer vast liep. Wij behoefden nu niet meer in de controle te blijven. Onze jongens waren allen gepasseerd, en dat vóór vele anderen…

We gingen nu door, middels een tussenweg op Luik aan, de beroepsrenners achterna. We zagen in de hoofdgroep nog steeds Joep Fransen en Bram Polak vooraan! Toen weer langs een tussenweg op Luik aan, vol goede moed. De mensenmassa’s langs de route… het was geweldig; het leek wel, of geheel België was samen gekomen om de renners te zien. Politie te voet, per motor en te paard, zorgden overal voor een keurige regeling, (doch ook het publiek werkte hier mee). In Luik was het verkeer stil gelegd langs de straten waar de renners moesten passeren. De officials-wagens moesten te Luik ook langs andere straten naar het eindpunt. Bij de finish aangekomen speelde er muziek: een grote mensenmassa was ook hier aanwezig. Grote luidsprekers kondigden van tijd tot tijd de stand van de wedstrijd aan. Wij hadden intussen plaats gekregen op de tribune, die hier speciaal gebouwd was, onze plaatsen aangewezen onder de rood wit blauwe vlag. Alle vlaggen van de deelnemende landen wapperden op de tribune.

Attention ! attention ! kondigde de luidspreker aan: Alfredo Binda, Learco Guerra, met de Belg Georges Ronsse (wereldkampioen van 1929) hadden zich 10 km voor Luik van de anderen los weten te werken. De strijd zal gaan om de ereplaats tussen deze drie grote routiers, twee Italianen en één Belg. De luidspreker kondigde aan, dat de drie genoemde renners Luik hebben bereikt. Een geweldig lawaai stijgt op. Daar komen ze! Op de prachtige brede Asfaltstraat met het publiek achter houten hekken wordt de eindstrijd uitgevochten. De renners komen in zicht. Binda, de grote Italiaan voorop. Guerra naast hem en de Belg Ronsse er direct achter. Onder oorverdovend hoera zetten de die op 500 meter de eindspurt in: ze staan in de pedalen! Het gaat ongelooflijk hard. Binda gaat het eerste over de streep. Guerra aan zijn wiel en Ronsse op éen lengte.

Alfredo Binda en met hem Italië heeft gewonnen. De grote Italiaan is voor de derde maal „Champion du Monde”. De voorzitter der U.C.I. steekt Binda in de regenboogtrui en zet hem in de bloemen. De beide Italianen en ook de Belg Ronse rijden met bloemen langs de tribunes en worden hartelijk toegejuicht. Als 4e arriveerde Stöpel Duitsland; 5e Grandi Italië, 6e Montero Spanje, 7e Canardo Spanje. 8e Hamerlinck België, 9e Pélissier Frankrijk, 10e Bulla Oostenrijk, 11e Leducq Frankrijk, 12e Muller Duitsland, 13e Buse Duitsland, 14e Joep Fransen Nederland, 15e Suter Zwitserland, 16e Bram Polak Nederland. Alle anderen arriveerden later. De winnaar Binda reed de 203 km in dit zware terrein in 6 uur 20 minuten en 45 seconden; Joep Fransen reed dit traject in 6 uur 33 minuten 45 seconden, dus 13 minuten langer. Polak reed 7 uur 3 minuten 25 sec. Wij zien dus, dat Joep Fransen op de wereldkampioen maar 13 minuten achter was. Franssen maakte de kortste tijd van de Nederlandse deelnemers. Met deze prestatie kunnen wij ruim tevreden zijn; onze jongens hebben getoond, tussen de grote wegroutiers een eervolle plaats te kunnen bezetten; daar kunnen wij trots op zijn.

Onze amateurs hebben ook zeer eervol gereden, en had Cober geen pech gehad (tot twee maal) dan hadden wij hem zeer zeker onder de eerste zien aankomen. Piet Vluggen was de eerste Nederlandse amateur, die binnen kwam, doch kon niet worden geklasseerd, omdat hij een klein eind verkeerde weg had gereden (buiten zijn schuld), van den Bos, die ook het parcours uitreed, wat voor iemand die geen bergen gewend blijkt, een mooie prestatie is, werd 17e. Willy Cober werd 15e. Cober kwam binnen met een Zwitser, op 400 meter zetten zij de eindspurt in en deze wist Cober met 30 meter te winnen. Wereldkampioen bij de amateurs: Giuseppe Martano Italië, 2e Eugenio Gestri Italië, 3e Rudolf Risch D, 4e René Les Grevès Frankrijk, 5e Albert Buchi Zwitserland.

De uitslag der beroepsrenners luidt:

  1. Alfredo Binda, Italië 7 uur, 30 min, 45 sec
  2. Learco Guerra, Italië op 1/2 wiel.
  3. Georges Ronsse, België, op 1 wiel.
  4. Kurt Stöpel, Duitschland.
  5. Allegro Grandi, Italië,
  6. Ricardo Montero, Spanje,
  7. Mariano Cañardo, Spanje
  8. Alfred Hamerlinck, België.
  9. Charles Pélissier, Frankrijk.
  10. Max Bulla, Oostenrijk.
  11. André Leducq, Frankrijk.
  12. Muller, Luxemburg.
  13. Buse, Duitsland.
  14. Antenen, Zwitserland.
  15. Joep Franssen, Nederland.
  16. Heiri Suter, Zwitserland.
  17. Bram Polak, Nederland.

De uitslag der amateurs luidt:

1 Giuseppe Martano, Italië 7 uur, 7 min., 5 sec.
2 Eugenio Gestri Italië z.t.
3 Rudolf Risch, Duitsland z.t.
4 René Le Grevès, Frankrijk 7. 12, 35.
5 Alfred Buchi, Zwitserland z.t.
6 Karl Thallinger, Oostenrijk 7, 12, 36.
7 Jean Helsen, België z.t.
8 August Erne, Zwitserland z.t.
9 Pietro Bertolazzi Italië 7, 14, 40.
10 Kurt Szenes, Hongarije z.t.
11 Neckar, Duitsland 7, 15, 35.
12 Houdé, België 7, 15, 50.
13 Hein, Luxemburg 7, 16, 5.
14 Caironi, Zwitserland 7, 16, 35.
15 Willem Cober, Nederland 7, 21, 10.
16 Nemes, Hongarije, 7, 21 11.
17 Van den Bos, Nederland 7, 27, 6.

Na aankomst, gekleed in de kampioenstrui werd Binda, die ook in de Tour de France van zich deed spreken, op hartelijke wijze door zijn landgenoot Grandi gelukgewenst

NABESCHOUWING.

Wij kunnen ruim tevreden zijn met de prestaties van onze jongens. Zij hebben allen (op v. d. Heyden na) de wedstrijd uitgereden en zeer eervolle plaatsen bezet. Bij de profs reden Franssen en Polak een goede wedstrijd, ze waren steeds bij de hoofdgroep, uitgezonderd toen Polak een lekke band kreeg. Franssen kwam 13 minuten na Binda binnen en Polak na 20 minuten. En wat de winnaars betreft, geruime tijd heeft België zowel wat kwantiteit als kwaliteit betreft, overheerst. Dat kan nu thans niet meer gezegd worden. Frankrijk kan momenteel bogen op minstens evenveel en even goede routiers. Maar Italië spant thans wel de kroon. Heeft dit land met zijn Binda, Girardengo, Grandi, Piemontesi, Guerra e.a.  niet de grootste wegrenners? Kort geleden, 10 Augustus, had in Italië een voorbereidingsrit plaats over 130 km. Deze won Guerra met een uurgemiddelde van 39 km! En dat op de weg!

Bij de amateurs hebben Cober en v. d. Bos zich ook goed geweerd, en was Cober van pech verschoond gebleven, wie weet had hij niet een van de ereplaatsen bezet. Bij zijn aankomst werd hij door een groep Belgische supporters gehuldigd en werd een mooie bos bloemen hem aangeboden. Het geheel had een prachtig verloop.

WK 1930 amateurs uitslag

WK 1930 beroepsrenners uitslag

De wereldkampioenschappen 1930 op de weg behoren weer tot het verleden. Nederland kan over zijn vertegenwoordigers tevreden zijn! Wij kunnen niet nalaten een woord van welgemeende dank te brengen aan de wielrenner Jeu Vroomen uit Heerlen, die de jongens gedurende al die dagen gemasseerd heeft en ’n trouwe hulp was bij de voorbereidingen; wat Vroomen deed, deed hij geheel belangeloos.

1928-05-02 Joep Franssen breekt 24 uur record

Joep Franssen’s 24-uur recordpoging op de weg

Op woensdag 2 Mei 1928 deed de regerend Nederlandse kampioen op de weg, de Limburgse beroepsrenner Joep Franssen een poging om het 24 uurs-record op de weg te verbeteren. Om hierin te slagen zou hij in dit tijdvak méér dan 680 km moeten afleggen. Als traject was gekozen de weg van Grathem naar Blerick visa versa. Voor gangmaking en verzorging stonden hem enkele auto’s, twee koks, een masseur en tal van helpers ter beschikking.

Het eerste 24-uurs record werd in 1885 gereden en wel op een 3-wieler. Hart, Nibbrig en Holst reden toen In 24 uren 273 K.M. Wanneer men bedenkt dat hun „racekarretje'” ongeveer 30 kg woog, zo moest men ook met het oog op de toestand der wegen, enz. dit een mooie prestatie noemen. In 1886 reed Joh. Huijser 274.5 km daarna lukte het aan J. W. Holst op een “half hoog model” ’t nog tot 317 km te brengen. Toen was de beurt aan Joh. Faber, die in 20 uren reeds 406 km afgelegd had, maar daarna staakte. Dan volgen :
1897  Jhr. de Jong v. Beek en Donk 440 km 948 meter
1898  J. Schrauwen 487 km. 744 meter
1901  J. Okon 526 km 60 meter
1901  J. D. Diehle 545 km 40 meter
1921  A. v. Amelsbeek 607 km 500 meter.
1922  J. Höhle 643 km
1928  H. J. Bruining 680 km.

Men zal begrijpen dat voor zulk een 24 uur rit heel wat komt kijken en dat verzorging, voorbereiding, enzovoort zeer omvangrijk zijn. Een vroeger recordhouder had bijv. in 24 uren tijd ook 24 lekke bandjes, terwijl zijn gangmaak-auto 7 keer van band verwisselen moest.

Franssen heeft voor zijn onderneming de Bergougnan banden gebruikt, welke bij vroegere soortgelijke ritten uitstekend voldeden. Met grote spanning werd het resultaat van deze rit door de Nederlandse wielersportvrienden tegemoet gezien maar dat het hierbij niet van een leien dakje verliep zal duidelijk worden uit onderstaande verzameling foto’s en krantenknipsels. Bij de ringoven te Neer bijvoorbeeld was men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg.

Tot twee keer toe passeerde Jüpke Franssen een stuk weg, waarop basalt keien waren gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Op beide plaatsen versperden telkens twee zware walsen de weg. Evenwel werd de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeiden dat toe. Feit was dat circa 10 km van het traject in zeer slechte staat was maar het bracht Joep Franssen niet van zijn stuk en verbeterde het record met bijna 100 km. Een record dat 42 jaar stand hield tot dat Jos Raaymakers uit Hoensbroek op 25 augustus 1970 het record verpulverde door maar liefst 1401 km 600 meter in één etmaal te rijden achter een auto met vergelijkbaar windscherm als waar Franssen mee reed, op het traject Brunssum – Posterholt visa versa. Dit record is door de KNWU echter nooit erkend omdat deze zich niet meer bezig hielden met dergelijke record-pogingen 

Tilburgse courant 10 april 1928

Limburgsch Dagblad 17 april 1928

Limburger Koerier 21 april 1928

We lezen het Limburgs Dagblad van 03 mei 1928:

FRANSSEN’S AANVAL OP HET 24-UUR RECORD.

De Limburger, Joep Franssen van Ubachsberg, die reeds het Limburgse en het Nederlandse wegkampioenschap wist te veroveren, begon gisteren zijn aanval op het 24-uurrecord, onlangs door de Amsterdammer H. J. Bruining verbeterd en gebracht op 680 km.

Om 9.00 uur begon er een gezellige drukte te heersen en het Kerkplein te Heerlen, waar reeds Franssen met zijn verzorger, de bekende Camille Bayens van de Brusselse winterbaan, waren gearriveerd. Kort na elkaar kwamen toen ook de verschillende auto’s binnen, die den tocht geheel of gedeeltelijk zouden meemaken. Daarbij waren er drie van de heren Hanssen, Ir. Koster en Wolf en Hertzdahl, die als gangmaker waren ingericht. Nadat de zaken geregeld waren, werd naar Roermond gereden, waar gestopt werd voor  restaurant Cox. Hier verzamelden zich de verschillende officials enz. De heer Darmstadt uit Roermond, de voorzitter van het comité tot voorbereiding van deze tocht, heette allen hartelijk welkom bij deze recordpoging van Franssen. Toen enkele weken geleden de renner Bruining het 24-uur record op 680 km bracht stelden velen zich de vraag of er geen Limburger zou kunnen gevonden worden, om dit te verbeteren. En Franssen, die er natuurlijk voor gevraagd werd, verklaarde liever vandaag een poging te doen dan morgen.

Het vertrek van Joep Franssen uit Heerlen bij zijn poging om het 24-uur record te verbeteren, in beeld ook 3 van de van windscherm voorziene gangmakerauto’s.

Het was inmiddels al wat later geworden, dan men verwachtte. Om rond 13.00 uur werd eerst uit Roermond, waar de start plaats had, vertrokken. Daar werden de laatste toebereidselen gemaakt en te precies half twee gaf de heer Hintackers, burgemeester van Heel, het startsein. Franssen begon zijn 24-uurrit op het traject Grathem – Horn – Haelen – Neer – Kessel – Baarlo – Hout-Blerick – Blerick van km paal 43 tot km paal 72, 200 meter voorbij de Blerickse Wielerbaan, een weg dus van 29 km, die Franssen op en neer rijdt.

Franssen begon na de start om 13.30 uur met een 40 km gangetje. Het eerste gedeelte van de weg is goed. Na een kwartier rijden heeft Franssen voor het eerst pech. Bij de ringoven te Neer is men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg. Oponthoud! De auto kan niet verder, Franssen gaat er alleen van door en later, wanneer de boom is opgeruimd, kan hij weer achter zijn gangmaker gaan liggen. Dat doet hij schitterend. Hij zit prachtig op zijn fiets, lost de wagen niet één keer, maar spoort telkens aan tot groter snelheid. Onder Baarlo heeft hij die zelfs tot 60 km opgevoerd.

Er zijn echter grote belemmeringen. Zo goed als het eerste gedeelte van het traject is, zo slecht is het tweede. Tot twee keer toe passeren we een stuk weg, waarop basalt is gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Franssen foetert er over, alléén de auto moet weer achterblijven, want op beide plaatsen versperren telkens twee zware walsen de weg. Evenwel wordt de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeggen dat toe. Op de terugweg hebben we eens precies nagegaan welk gedeelte van de weg goed, welk slecht is.  Van Blerick af is de weg over een afstand van 5 km goed, dan volgt 1,5 km vol gaten, 5,5 km is weer goed, maar dan komt 1 km vol gaten en kuilen, kortom een zeer slechte weg. Hier werken de vier walsen, volgt 1 km goede en weer 6 km slechte weg. De laatste 7 km zijn goed. Van een 20 km lang traject is dus 10 km bepaald slecht. Op de eerste terugtocht van Blerick heeft Franssen weer twee keer pech. Zijn gangmaker moet voor de overweg wachten en hij moet alleen een 5 km weg rijden. Wanneer de gangmaker hem heeft ingehaald knapt een band. De reservefiets is niet direct bij de hand weer vijf minuten oponthoud. En toch, toch hebben we goede moed. Want Franssen heeft over de eerste 25 km 7 minuten minder gedaan dan Bruining.

Het eerste uur maakte hij 43 km (Bruining 34km) dus 9 km meer. Het gaat dus meteen al goed met Franssen’s poging. We geven hier naast elkaar de resultaten die Bruining voor enkele weken en Franssen gisteren behaalde:

Toen Franssen dus ongeveer kwart na zeven vier keer het traject Grathem—Blerick had afgelegd, nam hij enkele ogenblikken rust. Zijn verzorger bood hem de nodige hulp en na een klein kwartiertje gerust te hebben stapte „Jüpke” weer op zijn fiets. Hij voelde zich nog uitnemend en ieder kan gemakkelijk berekenen met welke gemiddelde snelheid Franssen langs de weg vliegt. Gelukkig heeft hij alle medewerking van de mensen die langs de weg met bomenkappen en wegverbetering bezig zijn. De wegmakers zorgden telkens een gedeelte van de weg ingewalst te hebben, wanneer Franssen kwam, de boomkappers zorgden dat er geen bomen meer over de weg lagen, wanneer de kampioen arriveerde. Daarenboven hebben de wegwerkers thans tegen de nacht hun gedeelte geheel gewalst en geen basaltblokken meer los op de weg laten liggen. De gangmaking is thans overgenomen door de wagen van de heren Wolf en Hertzdahl, De wagen van ir. Koster heeft tot nu toe dienst gedaan.

Limburgsch Dagblad 7 mei 1928

De 300 km werden afgelegd in 8 uur 23 minuten 15 seconden, 350 km in 10.5.15 en de 400 km in 11.27.42. Den gehele acht door was er overal langs de weg een enorme belangstelling. Joep werd telkens en telkens luid toegeroepen en beantwoordde alles met een lachende hoofdknik Franssen heeft momenten gehad, soms 10 minuten tot een kwartier van 70 a 72 km per uur; en dan nog gaf hij tekens van harder, harder, doch de gang maker achtte het wenselijk niet harder te rijder, hetgeen, gezien den komende nacht, zeer wijs gehandeld was.

Terugkomend van Blerick op ongeveer 10 km afstand van de startplaats knapte de band van de gangmaker-auto. Hierdoor ging de auto aan het slingeren en Franssen viel. Bij de laatste rust klaagde bij ten gevolge hiervan over kramp. Ook zijn gemiddelde snelheid is in deze voor-middernachtelijke uren enigszins verminderd en bedroeg de laatste uren 37 km. Toch loopt hij nog voortdurend op Bruining uit, hetgeen uit onderstaande vergelijking moge blijken.

 

Omstreeks 23.30 uur kreeg Franssen de 3e lekke band. en er werd weer van karretje verwisseld.Overal langs de weg is grote belangstelling. Onverminderd duurt de belangstelling van het publiek voort, ook thans om 24.00 uur nog, in de nacht van Woensdag op Donderdag, nu we dit schrijven.

Tijdens de nachturen bereikte Franssen een gemiddelde snelheid van 38 km. Om 2.00 uur moest hij enige kilometers op eigen kracht rijden, daar de lantaarns defect raakten.

Zo juist is Franssen weer vertrokken. Hij had wederom tweemaal het traject gereden achter de wagen van dhr. Hanssen, die een keurige achter verlichting had. Het weer is Franssen gunstig. Gedurende den gehele rijtijd al is het ongeveer blad stil. Nu in de avond- en voornachtsuren wordt Franssen’s poging gunstig door maanlicht.

Om 3.00 uur is Franssen nog geheel fris. Toen hij meende in Grathem even te moeten afstappen voor massage, kreeg hij de boodschap om door te rijden naar Blerick, alwaar zijn bad klaar stond. Met een glimlach zegt Joep : „Gank fort, dan rie ich noa Blierik !”

Tijdens de nacht speelden zich verschillende toneeltjes af, d.w.z na het vertrek van Joep om 3.00 uur nodigde de kok Lindelauf het rustende peloton uit om te komen dineren. Het menu bestond uit een heerlijk bordje „snert” Zo gaat het gewoonlijk : wanneer de soldaten op nachtdienst zijn, geeft het snert, zo ook hier.

De bijkok Kuijpers uit Heerlen was de gehelen nacht een uitstekende hulp. Tijdens den nacht maakte de Burgemeester van Grathem en de burgemeester van Heel de toer eenmaal mee, alsook de wachtmeester Hulsman en rijksveldwachter Vilu. Aan deze heren komt een woord van warmen dank toe voor de goede hulp en steun. Gaarne en met alle bereidwilligheid werden alle wensen van het comité door voornoemde heren vervuld.

Thans zijn wij gekomen aan het kritieke moment, de overgang van de nacht naar de dag. Zij, die niet met de wielersport op de hoogte zijn, zullen het niet weten, doch het aanbreken van de dag is voor den renner ’t zwaarste uur, waaraan het al of niet welslagen van strijd gelegen ligt.

Om 3.30 uur stapt Franssen te Blerick af, en wordt hij in een warm bad gestopt. De verzorger blijft dan ruim een half uur met hem bezig, masseren, wassen, voeding enz. Toen Franssen om 4.15 uur weer opstapte kon men zien, dat de zonsopgang ook parten speelde. Met een heel kalm gangetje ging het naar Grathem. Na een uur rijden tekende zich het voor de renner gunstige verloop en begon hij weer steeds harder te rijden en spoedig was hij weer in vorm.

Nu kwam het hoogtepunt van het oude record in zicht (680 km). Franssen zelf had men zo goed als niets gezegd hoe hij er eigenlijk voor stond, tot dat hij om plusminus 10.45 uur de 680 km bereikte; toen had hij nog ruim 2,5 uur tijd om te verbeteren, hetgeen hij schitterend volbracht. Toen hij om 13.30 uur den laatste zogenaamde sprint maakte, bereikte Franssen een snelheid van 68 km per uur. Na de eindsprint naar Grathem, alwaar hij onder geschreeuw en gejoel van het zeer groot aantal opgekomen publiek naar binnen werd gedragen, werd hij toevertrouwd aan zijn verzorger.

Onder geschreeuw en gejoel van het in zeer groot aantal opgekomen publiek wordt Joep Franssen naar binnen gedragen.

De verzorging en opfrissing van Fransen nam 2,5 uur in beslag, gedurende welke tijd nog steeds meer wielersportenenthousiasten zich op het eindpunt verzamelden. Omstreeks 16.00 uur wordt na het nemen van enkele foto ’s het sein tot vertrek gegeven. Franssen was weer de oude van voorheen, alleen zijn benen begonnen stijf te worden. Aangezien te Blerick geweldig veel voor het welslagen van dit record is gedaan vooral door de Heeren v. Heukelom, Houben, Hufsmit enz. werd besloten den recordhouder naar Blerick te brengen, en namens hem alle sportvrienden te bedanken voor de goede hulp aldaar ondervonden. Te Blerick werd Franssen verrast door 2 kransen, namelijk een van de Wielerclub „De Valk” en een van meerdere sportliefhebbers. De hulp in Blerick was uitstekend.

Vandaar ging het via Venlo naar Roermond Hotel Cox. waar even werd gepauzeerd. De Heeren Kirschen en v.d. Berg resp. Secretaris N.W.B, en Hoofdredacteur van Sport-Echo waren juist vertrokken, zodat te Roermond het officiële gedeelte voor wat betreft de sluiting van de „course” kwam te vervallen.

Te Roermond was een geweldige belangstelling om Jüpke, de recordhouder, te feliciteren. Omstreeks 18.00 uur vertrok de rij van auto’s naar Heerlen, eerst werd te Sittard bij N.V. Becco nog eens gepauzeerd waarna een foto aldaar werd gemaakt. Op de Sittarderweg te Heerlen werd halt gehouden bij J. Kessels. broodfabrikant, alwaar Franssen werd gehuldigd door dhr. S. Herzdahl, hem werd een prachtige krans aangeboden. Dhr. Hertzdahl sprak warme woorden van hulde en sympathie aan Franssen, dat hij het record met bijna 100 km wist te verbeteren.

Daarna sprak dhr. Meens uit Sittard warme woorden van hulde uit namens de sportbroeders van Sittard. Dhr. van Els sprak daarna een woord hartelijke dank uit aan de dhr. Hertzdahl, die op zo’n schitterende wijze aan het welslagen van deze tour had medegewerkt, en speciaal zijn chauffeur mr. Ramakers verdiende een extra pluimpje. Zoals reeds eerder gezegd waren dhrn. Hertzdahl, Hanssen en ir. Koster de gangmakers van Franssen en het welslagen van de recordpoging is mede aan hen te danken. Met erewijn en een „lang zal hij leven”, werd Joep bij Kessels spontaan gehuldigd.

Daarna bracht het muziekkorps St. Franciscus Joep een serenade en bood dhr. Kessels Franssen namens voornoemde vereniging een prachtig bouquet bloemen aan. Ondertussen was een geweldige massa volk op straat verschenen. Dhr. Kessels had reeds gezorgd voor een optocht en zo trok de muziek van St. Franciscus gevolgd door alle wagens die hadden deelgenomen spelende door Heerlens straten; het was overal zwart van de mensen. Bij Lindelouf Kerkplein werd de stoet geëindigd en het was de gehelen avond nog zeer druk van mensen die Joep kwamen feliciteren.

Ten overvloedde volgen hier de tijden en het aantal afgelegde K.M. per 25 km: 

Limburgs Dagblad 4 mei 1928

Limburger Koerier 7 mei 1928

Joep Franssen met krans werd zondag 6 mei 1928 gehuldigd na het behalen van het 24 uur record, 777km 400m door het bestuur van de Heerlense Wielerbaan aldaar

Limburger Koerier 12 mei 1928

Nieuwe Venlosche courant 4 juni 1928

Nieuwe Venlosche courant 23 juni 1928