1928-05-02 Joep Franssen breekt 24 uur record

Joep Franssen’s 24-uur recordpoging op de weg

Op woensdag 2 Mei 1928 deed de regerend Nederlandse kampioen op de weg, de Limburgse beroepsrenner Joep Franssen een poging om het 24 uurs-record op de weg te verbeteren. Om hierin te slagen zou hij in dit tijdvak méér dan 680 km moeten afleggen. Als traject was gekozen de weg van Grathem naar Blerick visa versa. Voor gangmaking en verzorging stonden hem enkele auto’s, twee koks, een masseur en tal van helpers ter beschikking.

Het eerste 24-uurs record werd in 1885 gereden en wel op een 3-wieler. Hart, Nibbrig en Holst reden toen In 24 uren 273 K.M. Wanneer men bedenkt dat hun „racekarretje'” ongeveer 30 kg woog, zo moest men ook met het oog op de toestand der wegen, enz. dit een mooie prestatie noemen. In 1886 reed Joh. Huijser 274.5 km daarna lukte het aan J. W. Holst op een “half hoog model” ’t nog tot 317 km te brengen. Toen was de beurt aan Joh. Faber, die in 20 uren reeds 406 km afgelegd had, maar daarna staakte. Dan volgen :
1897  Jhr. de Jong v. Beek en Donk 440 km 948 meter
1898  J. Schrauwen 487 km. 744 meter
1901  J. Okon 526 km 60 meter
1901  J. D. Diehle 545 km 40 meter
1921  A. v. Amelsbeek 607 km 500 meter.
1922  J. Höhle 643 km
1928  H. J. Bruining 680 km.

Men zal begrijpen dat voor zulk een 24 uur rit heel wat komt kijken en dat verzorging, voorbereiding, enzovoort zeer omvangrijk zijn. Een vroeger recordhouder had bijv. in 24 uren tijd ook 24 lekke bandjes, terwijl zijn gangmaak-auto 7 keer van band verwisselen moest.

Franssen heeft voor zijn onderneming de Bergougnan banden gebruikt, welke bij vroegere soortgelijke ritten uitstekend voldeden. Met grote spanning werd het resultaat van deze rit door de Nederlandse wielersportvrienden tegemoet gezien maar dat het hierbij niet van een leien dakje verliep zal duidelijk worden uit onderstaande verzameling foto’s en krantenknipsels. Bij de ringoven te Neer bijvoorbeeld was men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg.

Tot twee keer toe passeerde Jüpke Franssen een stuk weg, waarop basalt keien waren gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Op beide plaatsen versperden telkens twee zware walsen de weg. Evenwel werd de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeiden dat toe. Feit was dat circa 10 km van het traject in zeer slechte staat was maar het bracht Joep Franssen niet van zijn stuk en verbeterde het record met bijna 100 km. Een record dat 42 jaar stand hield tot dat Jos Raaymakers uit Hoensbroek op 25 augustus 1970 het record verpulverde door maar liefst 1401 km 600 meter in één etmaal te rijden achter een auto met vergelijkbaar windscherm als waar Franssen mee reed, op het traject Brunssum – Posterholt visa versa. Dit record is door de KNWU echter nooit erkend omdat deze zich niet meer bezig hielden met dergelijke record-pogingen 

Tilburgse courant 10 april 1928

Limburgsch Dagblad 17 april 1928

Limburger Koerier 21 april 1928

We lezen het Limburgs Dagblad van 03 mei 1928:

FRANSSEN’S AANVAL OP HET 24-UUR RECORD.

De Limburger, Joep Franssen van Ubachsberg, die reeds het Limburgse en het Nederlandse wegkampioenschap wist te veroveren, begon gisteren zijn aanval op het 24-uurrecord, onlangs door de Amsterdammer H. J. Bruining verbeterd en gebracht op 680 km.

Om 9.00 uur begon er een gezellige drukte te heersen en het Kerkplein te Heerlen, waar reeds Franssen met zijn verzorger, de bekende Camille Bayens van de Brusselse winterbaan, waren gearriveerd. Kort na elkaar kwamen toen ook de verschillende auto’s binnen, die den tocht geheel of gedeeltelijk zouden meemaken. Daarbij waren er drie van de heren Hanssen, Ir. Koster en Wolf en Hertzdahl, die als gangmaker waren ingericht. Nadat de zaken geregeld waren, werd naar Roermond gereden, waar gestopt werd voor  restaurant Cox. Hier verzamelden zich de verschillende officials enz. De heer Darmstadt uit Roermond, de voorzitter van het comité tot voorbereiding van deze tocht, heette allen hartelijk welkom bij deze recordpoging van Franssen. Toen enkele weken geleden de renner Bruining het 24-uur record op 680 km bracht stelden velen zich de vraag of er geen Limburger zou kunnen gevonden worden, om dit te verbeteren. En Franssen, die er natuurlijk voor gevraagd werd, verklaarde liever vandaag een poging te doen dan morgen.

Het vertrek van Joep Franssen uit Heerlen bij zijn poging om het 24-uur record te verbeteren, in beeld ook 3 van de van windscherm voorziene gangmakerauto’s.

Het was inmiddels al wat later geworden, dan men verwachtte. Om rond 13.00 uur werd eerst uit Roermond, waar de start plaats had, vertrokken. Daar werden de laatste toebereidselen gemaakt en te precies half twee gaf de heer Hintackers, burgemeester van Heel, het startsein. Franssen begon zijn 24-uurrit op het traject Grathem – Horn – Haelen – Neer – Kessel – Baarlo – Hout-Blerick – Blerick van km paal 43 tot km paal 72, 200 meter voorbij de Blerickse Wielerbaan, een weg dus van 29 km, die Franssen op en neer rijdt.

Franssen begon na de start om 13.30 uur met een 40 km gangetje. Het eerste gedeelte van de weg is goed. Na een kwartier rijden heeft Franssen voor het eerst pech. Bij de ringoven te Neer is men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg. Oponthoud! De auto kan niet verder, Franssen gaat er alleen van door en later, wanneer de boom is opgeruimd, kan hij weer achter zijn gangmaker gaan liggen. Dat doet hij schitterend. Hij zit prachtig op zijn fiets, lost de wagen niet één keer, maar spoort telkens aan tot groter snelheid. Onder Baarlo heeft hij die zelfs tot 60 km opgevoerd.

Er zijn echter grote belemmeringen. Zo goed als het eerste gedeelte van het traject is, zo slecht is het tweede. Tot twee keer toe passeren we een stuk weg, waarop basalt is gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Franssen foetert er over, alléén de auto moet weer achterblijven, want op beide plaatsen versperren telkens twee zware walsen de weg. Evenwel wordt de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeggen dat toe. Op de terugweg hebben we eens precies nagegaan welk gedeelte van de weg goed, welk slecht is.  Van Blerick af is de weg over een afstand van 5 km goed, dan volgt 1,5 km vol gaten, 5,5 km is weer goed, maar dan komt 1 km vol gaten en kuilen, kortom een zeer slechte weg. Hier werken de vier walsen, volgt 1 km goede en weer 6 km slechte weg. De laatste 7 km zijn goed. Van een 20 km lang traject is dus 10 km bepaald slecht. Op de eerste terugtocht van Blerick heeft Franssen weer twee keer pech. Zijn gangmaker moet voor de overweg wachten en hij moet alleen een 5 km weg rijden. Wanneer de gangmaker hem heeft ingehaald knapt een band. De reservefiets is niet direct bij de hand weer vijf minuten oponthoud. En toch, toch hebben we goede moed. Want Franssen heeft over de eerste 25 km 7 minuten minder gedaan dan Bruining.

Het eerste uur maakte hij 43 km (Bruining 34km) dus 9 km meer. Het gaat dus meteen al goed met Franssen’s poging. We geven hier naast elkaar de resultaten die Bruining voor enkele weken en Franssen gisteren behaalde:

Toen Franssen dus ongeveer kwart na zeven vier keer het traject Grathem—Blerick had afgelegd, nam hij enkele ogenblikken rust. Zijn verzorger bood hem de nodige hulp en na een klein kwartiertje gerust te hebben stapte „Jüpke” weer op zijn fiets. Hij voelde zich nog uitnemend en ieder kan gemakkelijk berekenen met welke gemiddelde snelheid Franssen langs de weg vliegt. Gelukkig heeft hij alle medewerking van de mensen die langs de weg met bomenkappen en wegverbetering bezig zijn. De wegmakers zorgden telkens een gedeelte van de weg ingewalst te hebben, wanneer Franssen kwam, de boomkappers zorgden dat er geen bomen meer over de weg lagen, wanneer de kampioen arriveerde. Daarenboven hebben de wegwerkers thans tegen de nacht hun gedeelte geheel gewalst en geen basaltblokken meer los op de weg laten liggen. De gangmaking is thans overgenomen door de wagen van de heren Wolf en Hertzdahl, De wagen van ir. Koster heeft tot nu toe dienst gedaan.

Limburgsch Dagblad 7 mei 1928

De 300 km werden afgelegd in 8 uur 23 minuten 15 seconden, 350 km in 10.5.15 en de 400 km in 11.27.42. Den gehele acht door was er overal langs de weg een enorme belangstelling. Joep werd telkens en telkens luid toegeroepen en beantwoordde alles met een lachende hoofdknik Franssen heeft momenten gehad, soms 10 minuten tot een kwartier van 70 a 72 km per uur; en dan nog gaf hij tekens van harder, harder, doch de gang maker achtte het wenselijk niet harder te rijder, hetgeen, gezien den komende nacht, zeer wijs gehandeld was.

Terugkomend van Blerick op ongeveer 10 km afstand van de startplaats knapte de band van de gangmaker-auto. Hierdoor ging de auto aan het slingeren en Franssen viel. Bij de laatste rust klaagde bij ten gevolge hiervan over kramp. Ook zijn gemiddelde snelheid is in deze voor-middernachtelijke uren enigszins verminderd en bedroeg de laatste uren 37 km. Toch loopt hij nog voortdurend op Bruining uit, hetgeen uit onderstaande vergelijking moge blijken.

 

Omstreeks 23.30 uur kreeg Franssen de 3e lekke band. en er werd weer van karretje verwisseld.Overal langs de weg is grote belangstelling. Onverminderd duurt de belangstelling van het publiek voort, ook thans om 24.00 uur nog, in de nacht van Woensdag op Donderdag, nu we dit schrijven.

Tijdens de nachturen bereikte Franssen een gemiddelde snelheid van 38 km. Om 2.00 uur moest hij enige kilometers op eigen kracht rijden, daar de lantaarns defect raakten.

Zo juist is Franssen weer vertrokken. Hij had wederom tweemaal het traject gereden achter de wagen van dhr. Hanssen, die een keurige achter verlichting had. Het weer is Franssen gunstig. Gedurende den gehele rijtijd al is het ongeveer blad stil. Nu in de avond- en voornachtsuren wordt Franssen’s poging gunstig door maanlicht.

Om 3.00 uur is Franssen nog geheel fris. Toen hij meende in Grathem even te moeten afstappen voor massage, kreeg hij de boodschap om door te rijden naar Blerick, alwaar zijn bad klaar stond. Met een glimlach zegt Joep : „Gank fort, dan rie ich noa Blierik !”

Tijdens de nacht speelden zich verschillende toneeltjes af, d.w.z na het vertrek van Joep om 3.00 uur nodigde de kok Lindelauf het rustende peloton uit om te komen dineren. Het menu bestond uit een heerlijk bordje „snert” Zo gaat het gewoonlijk : wanneer de soldaten op nachtdienst zijn, geeft het snert, zo ook hier.

De bijkok Kuijpers uit Heerlen was de gehelen nacht een uitstekende hulp. Tijdens den nacht maakte de Burgemeester van Grathem en de burgemeester van Heel de toer eenmaal mee, alsook de wachtmeester Hulsman en rijksveldwachter Vilu. Aan deze heren komt een woord van warmen dank toe voor de goede hulp en steun. Gaarne en met alle bereidwilligheid werden alle wensen van het comité door voornoemde heren vervuld.

Thans zijn wij gekomen aan het kritieke moment, de overgang van de nacht naar de dag. Zij, die niet met de wielersport op de hoogte zijn, zullen het niet weten, doch het aanbreken van de dag is voor den renner ’t zwaarste uur, waaraan het al of niet welslagen van strijd gelegen ligt.

Om 3.30 uur stapt Franssen te Blerick af, en wordt hij in een warm bad gestopt. De verzorger blijft dan ruim een half uur met hem bezig, masseren, wassen, voeding enz. Toen Franssen om 4.15 uur weer opstapte kon men zien, dat de zonsopgang ook parten speelde. Met een heel kalm gangetje ging het naar Grathem. Na een uur rijden tekende zich het voor de renner gunstige verloop en begon hij weer steeds harder te rijden en spoedig was hij weer in vorm.

Nu kwam het hoogtepunt van het oude record in zicht (680 km). Franssen zelf had men zo goed als niets gezegd hoe hij er eigenlijk voor stond, tot dat hij om plusminus 10.45 uur de 680 km bereikte; toen had hij nog ruim 2,5 uur tijd om te verbeteren, hetgeen hij schitterend volbracht. Toen hij om 13.30 uur den laatste zogenaamde sprint maakte, bereikte Franssen een snelheid van 68 km per uur. Na de eindsprint naar Grathem, alwaar hij onder geschreeuw en gejoel van het zeer groot aantal opgekomen publiek naar binnen werd gedragen, werd hij toevertrouwd aan zijn verzorger.

Onder geschreeuw en gejoel van het in zeer groot aantal opgekomen publiek wordt Joep Franssen naar binnen gedragen.

De verzorging en opfrissing van Fransen nam 2,5 uur in beslag, gedurende welke tijd nog steeds meer wielersportenenthousiasten zich op het eindpunt verzamelden. Omstreeks 16.00 uur wordt na het nemen van enkele foto ’s het sein tot vertrek gegeven. Franssen was weer de oude van voorheen, alleen zijn benen begonnen stijf te worden. Aangezien te Blerick geweldig veel voor het welslagen van dit record is gedaan vooral door de Heeren v. Heukelom, Houben, Hufsmit enz. werd besloten den recordhouder naar Blerick te brengen, en namens hem alle sportvrienden te bedanken voor de goede hulp aldaar ondervonden. Te Blerick werd Franssen verrast door 2 kransen, namelijk een van de Wielerclub „De Valk” en een van meerdere sportliefhebbers. De hulp in Blerick was uitstekend.

Vandaar ging het via Venlo naar Roermond Hotel Cox. waar even werd gepauzeerd. De Heeren Kirschen en v.d. Berg resp. Secretaris N.W.B, en Hoofdredacteur van Sport-Echo waren juist vertrokken, zodat te Roermond het officiële gedeelte voor wat betreft de sluiting van de „course” kwam te vervallen.

Te Roermond was een geweldige belangstelling om Jüpke, de recordhouder, te feliciteren. Omstreeks 18.00 uur vertrok de rij van auto’s naar Heerlen, eerst werd te Sittard bij N.V. Becco nog eens gepauzeerd waarna een foto aldaar werd gemaakt. Op de Sittarderweg te Heerlen werd halt gehouden bij J. Kessels. broodfabrikant, alwaar Franssen werd gehuldigd door dhr. S. Herzdahl, hem werd een prachtige krans aangeboden. Dhr. Hertzdahl sprak warme woorden van hulde en sympathie aan Franssen, dat hij het record met bijna 100 km wist te verbeteren.

Daarna sprak dhr. Meens uit Sittard warme woorden van hulde uit namens de sportbroeders van Sittard. Dhr. van Els sprak daarna een woord hartelijke dank uit aan de dhr. Hertzdahl, die op zo’n schitterende wijze aan het welslagen van deze tour had medegewerkt, en speciaal zijn chauffeur mr. Ramakers verdiende een extra pluimpje. Zoals reeds eerder gezegd waren dhrn. Hertzdahl, Hanssen en ir. Koster de gangmakers van Franssen en het welslagen van de recordpoging is mede aan hen te danken. Met erewijn en een „lang zal hij leven”, werd Joep bij Kessels spontaan gehuldigd.

Daarna bracht het muziekkorps St. Franciscus Joep een serenade en bood dhr. Kessels Franssen namens voornoemde vereniging een prachtig bouquet bloemen aan. Ondertussen was een geweldige massa volk op straat verschenen. Dhr. Kessels had reeds gezorgd voor een optocht en zo trok de muziek van St. Franciscus gevolgd door alle wagens die hadden deelgenomen spelende door Heerlens straten; het was overal zwart van de mensen. Bij Lindelouf Kerkplein werd de stoet geëindigd en het was de gehelen avond nog zeer druk van mensen die Joep kwamen feliciteren.

Ten overvloedde volgen hier de tijden en het aantal afgelegde K.M. per 25 km: 

Limburgs Dagblad 4 mei 1928

Limburger Koerier 7 mei 1928

Joep Franssen met krans werd zondag 6 mei 1928 gehuldigd na het behalen van het 24 uur record, 777km 400m door het bestuur van de Heerlense Wielerbaan aldaar

Limburger Koerier 12 mei 1928

Nieuwe Venlosche courant 4 juni 1928

Nieuwe Venlosche courant 23 juni 1928

 

1931-04-19 9e Den Haag – Brussel

DEN HAAG—BRUSSEL 1931

Bram Polak winnaar, hoewel niet als eerste geëindigd

Veel valpartijen, 108 Deelnemers.

Abram Polak Sieger des 9. Strassenrennens Den Haag – Brussel 1931 , foto archief Geert polak

Voorbeschouwing

Limburgsch Dagblad, zaterdag 18 april 1931:

Zondag a.s. zal de Den Haag – Brussel rit, open voor wielrenners van alle landen voor de 9e maal georganiseerd door de Residentie Rennersclub „Sparta” plaats hebben. De elf beste wielerclubs van ons land, alsmede een Duitse en een Belgische schreven met volledige teams in als volgt:

Sparta en ‘s-Gravenhage te ‘s-Gravenhage; Olympia, Ulysses en Excelsior te Amsterdam; De Bataaf te Halfweg; Feyenoord te Rotterdam; De Pedaalridders te Amersfoort; Vitesse te Tilburg; Het Zuiden te Eindhoven; De Baronie te Breda; Sporting Club de Bruxelles te Brussel en Postsportverein Köln te Keulen.

Onder de deelnemers bevinden zich Anton Kuys, Den Haag, winnaar Den Haag—Brusselrit 1930, Jan Maas uit Steenbergen, idem 1928, Jan van der Bos uit Enschedé, wegkampioen 1930, Joep Franssen, oud-kampioen van Nederland en voorts Duitsers van de beste klasse.

Het startschot aan de 108 inschrijvers zal op Zondagochtend om 7 uur bij hotel Regina te ‘s-Gravenhage gelost worden. Een vijftigtal automobielen en motoren zal de renners vergezellen.

Wedstrijdverslag

 De Zuid-Willemsvaart, zaterdag 25 april 1931:

Een „verbasterde” wedstrijd.

HOE POLAK 75 KM ALLEEN DRAAIDE!

Daar we tot nog toe feitelijk nergens een regelmatig verslag van Den Haag—Brussel vonden lijkt ’t ons dienstig hierover Joris van den Berg aan ’t woord te laten:

Ik zal het nu over den Haag—Brussel hebben, dus over de eigenaardige koers waarme, thans voor de 9e maal, ons wegseizoen is ingeluid. Ons wegseizoen! ’t Klinkt als een mop. Want wegwedstrijden zijn hier immers verboden! Daardoor is den Haag—Brussel dan ook zo’n eigenaardige koers. Want van den Haag naar de pont te Willemsdorp is het nooit een koers geweest en zal het ook nooit een koers worden omdat er nog een pont te Zwijndrecht tussen zit. Maar vroeger dan begon de koers aan den overkant van het Hollands Diep. Dat had dan wel clandestien plaats, doordat de autoriteiten en de politie aan dien kant een oogje dicht deden, doch in ieder geval was het van de Moerdijk tot Brussel een wedstrijd. Ditmaal echter was het van Moerdijk tot de grens géén wedstrijd. En zo zou men dus kunnen zeggen, dat het slechts een wedstrijd was van de grens tot Brussel, dus van ongeveer 80 km volgens de route die gereden was.

Zo dacht blijkbaar ook Jan Maas er over want die stond in Moerdijk en vroeg of hij nog mee kon doen. Maar dat ging natuurlijk niet omdat de anderen die uit Den Haag waren gekomen al heel wat kilometers achter de rug hadden. Officieel was het een wedstrijd van de grens tot Brussel, maar dan in ieder geval een wedstrijd waarbij de deelnemers al 100 km in de benen hadden. Waar in Den Haag om 7 uur werd gestart en de pont van 9.30 uur moest worden gehaald moest in een 30 km tempo worden gereden en van Moerdijk ging het via Breda naar de grens in nu ja…. in een echt wedstrijdtempo. Want er ging een auto voorop die niet gepasseerd mocht worden doch die reed zo hard dat hij niet te passeren wás. Enfin, u kent dat. Het gevolg is dan ook geweest, dat in de 30 km van Moerdijk tot de grens velen al een klap kregen waarvan zij zich niet zouden herstellen. Zij lagen aan de grens al buiten de strijd.

Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 25-04-1931

Twee en negentig man, waaronder 4 Belgen en 9 Duitsers, hebben aan de race deelgenomen. Wij bleven niet zo lang aan de start, maar toch voldoende om te zien dat, nu ja, dat er mensen zijn die het nooit leren. Want de een kwam te laat en de ander had al defect voor hij begon en de derde had blijkbaar iets vergeten, kortom, er waren al uitvallers binnen de eerste 100 meter, nog voor de Wagenbrug was bereikt. En als je dan de spullen ziet, dan vraag je je af: hoe is het mogelijk dat de mensen geloven daarop zonder mik mak Brussel te kunnen halen. Het waren er niet zo veel, maar toch een stuk of zes. In de officiële auto, waarin Piet Moeskops voor chauffeur speelde, hadden we plaats genomen. Ongeveer 50 meter over de grens hebben wij de renners opgewacht. Toen zij verschenen hebben wij de hoofdgroep even laten passeren en toen zagen wij dat er reeds vele stukken los waren. We snelden de hoofdgroep achterna en telden in de gauwigheid dat er van de 92 vertrekkers nog maar 41 voorop zaten. De hoofdgroep joeg dus achter ons aan en plotseling zagen wij een renner hard naar voren komen. Het was Polak. Doch achter hem verscheen v. d. Bos uit Enschede. Polak joeg door en toen hij 50 meter had wenkte hij v. d. Bos om over te nemen. Doch deze durfde de poging blijkbaar niet aan en hij het zich weer naar de groep afzakken. Als de Enschede’er, die een goed temporijder is, met Polak was meegegaan, hoeveel minuten zouden deze twee genomen hebben?? Maar inmiddels was er een plaatsvervanger uit het peloton gekomen en wel de jonge De Reus uit Halfweg. Deze bereikte Polak en beiden reden samen voort, beurtelings overnemend. Zij reden een hoog tempo en brachten het tot ongeveer 200 meter voorsprong, welke afstand enige tijd bewaard bleef.

Waar de twee vluchtelingen er een gangetje van goed 40 km per uur in hadden, was het in deze periode voor de hoofdgroep bezwaarlijk om in te rijden. Maar toen het enigen tijd zo had geduurd scheen er in de hoofdgroep weinig lust te bestaan om het achtervolgingswerk op te knappen want plotseling hadden de twee vluchtelingen 300 meter voorsprong en toen wij in Polygoon (± 6 km van de grens) de stand op namen, hadden Polak en De Reus ± 400 meter genomen. Maar we zagen nog wat anders n.l. dat de harde pace de Reus te machtig begon te worden. Hij bleef hoe langer hoe korter aan de kop en in de buurt van Brasschaat kwam de Reus niet meer naar voren toen Polak hem met een handbeweging daartoe uitnodigde. Voor de meeste renners zou dat een diepe teleurstelling zijn geweest. Want het is helemaal niet prettig een renner meegenomen te hebben die zijn volle portie niet voor zijn rekening kan nemen. De energieke Polak liet zich er echter niet door terneer slaan. Integendeel, hij besloot het dan maar alleen te doen. Hij trachtte de Reus van zich af te schudden doch de eerste keren lukte dit niet. In Brasschaat echter, in een gedeelte waar kasseien lagen, demarreerde Polak en moest de Reus los laten. Polak ging 100 meter van hem weg doch toen zagen wij iets eigenaardigs. Op het goede wielerpad kwam de Reus terug. Hij bracht het tot 50 meter en bleef een hele tijd op 50 meter hangen. Hij kon er maar niet bij komen doch Polak kon ook niet verder weg komen.

En bij ons in de auto werd gevraagd of Polak niet beter zou doen om even op hem te wachten en het maar weer samen te proberen. Op eens echter was de fut er bij de Reus uit. Hij kwam op 100 meter te zitten, op 200 meter, op 300 meter en toen we in Wijneghem de stand op namen zat de Reus op 1 min. 10 sec. en de hoofdgroep reed op 2 min. 30 sec. Die hoofdgroep was toen 33 man sterk en werd geleid door A. Kuis uit Den Haag. Wij blijven een tijdje bij de hoofdgroep en gingen toen Polak weer opzoeken die nog maar lustig doordraaide.

“Wat ’n moed heeft die vent om er met 75 km voor de boeg alleen vandoor te gaan!” hoorde je toen in de auto en niemand geloofde dat hij het tot het einde alleen zou volhouden. Maar toen wij in Oude God weer de stand opnamen bleek dat Polak zijn voorsprong tot 3 minuten had vergroot. In Kontich wachtten wij de hoofdgroep weer op. Het bleek dat de Reus door het peloton was ingelopen, doch het bleek ook, dat het peloton tot 17 man was gedund zoals wij later zouden horen door demarrages en een valpartij. Maar ook bleek dat Polak nu 3 min. 20 sec. voorsprong had. De lust tot regelmatig jagen bleek in de hoofdgroep niet groot. Tot regelmatige werkverdeling kwamen zij niet. Men wilde het werk niet doen om bij slot van rekening anderen de kans te geven. Doch wel wilde men de groep aan stukken trekken en werd er herhaaldelijk gedemarreerd. En dat demarreren vermoeit veel meer dan de strakke pace, zodat ten leste het peloton misschien nog vermoeider werd dan Polak die steeds maar alleen zijn strakke gangetje voortzette.

Tilburgsche Courant 21-04-1931

Even voor Mechelen sloeg plotseling H. Dunker uit Essen op de vlucht. Toen de jacht werd ingezet liep men vanzelfsprekend sterk op Polak in. Ruim 1,5 min. van zijn voorsprong ging verloren. Doch een eind door Mechelen heen had Polak weer 3 min. genomen op het peloton dat op dat moment bestond uit A. Kuys, P. v. d. Horst, H. Fix, S. Pieper, F. v. Gils, H. Dunker. J. Godrie, P. Vermaire, F. Schoten, H. Sieret, J. Snoek, A. Schneider, K. Wilde, L. v. d. Bos, J. Boshof en T. Veldman.

Toen er nog ongeveer 14 km te rijden waren, gingen wij nog eens kijken hoe Polak er voor stond en het bleek toen dat hij zijn volle 3 min. had behouden. Voor ons bestond er nog geen zekerheid dat de race voor Polak zou zijn. Wij meenden dat de lange lastige heuvels hem een inzinking zouden bezorgen maar Polak kwam telkens netjes boven. Bij deze krachtsinspanning zei Moeskops: “zie je wel dat zijn kleur goed blijft” én daar bedoelde hij mee dat zich de mat vale tint en de flauwe oogopslag welke de overgrote vermoeidheid aankondigen bij hem niet te zien waren.

Nog een ander teken dat Polak nog fris was vormde zijn manier van rijden. Hij wist op de slechte wegen de goede kantjes spoedig te vinden, bleef buiten de gaten en de hobbels en bobbels en reed de bochten zuinig om toch vooral geen terrein verloren te laten gaan. Een rijder die vermoeid is werkt zich stomweg voort. Zijn onderscheidingsvermogen is niet groot meer en hij gooit zich overal door heen tot dat het niet meer gaat. Maar toch had Polak nog pech. Want die meneer en die meneer zouden in België voor de goede richting aanwijzing hebben gezorgd. Maar al wat je zelf niet doet, is hoogstens maar half gedaan. En zo geraakte Polak tweemaal van het goede parkoers. Eenmaal, bij een viaduct, kostte het hem maar enige honderden meters, maar bij Tervuren kostte het hem heel wat meer. In het Bos van Tervuren namelijk, met nog slechts enkele kilometers voor de boeg was het Abram Polak die zich, met een voorsprong van plusminus 3, 5 minuut, in veilige haven waande. Maar daar in het Bos moest rechts worden afgeslagen en daar beging de officiële voorrijder de fout met de auto recht door te rijden. Polak volgde natuurlijk en toen hij reeds de verkeerde weg had gereden kwam hij nog meer aan het dwalen. Hij beklom de ene steile straat na de andere en deed kilometers meer werk dan nodig was geweest. Langzamerhand kwam hij weer op de juiste richting uit en toen de officiële auto wat doorzette kwamen de inzittenden nog net op tijd bij de finish om de eindspurt van de hoofdgroep te zien.

De Zuid-Willemsvaart 25-04-1931

Na heel veel omzwerven kwam even later uit tegenovergestelde richting Polak bij de Cinquantenaire aan. Er waren er nota bene nog die zich tegen het toekennen van de eerste prijs aan de kranige Polak wilden verzetten. Maar in dit geval was dat toch wel een beetje absurd. Uur na uur, 75 km lang had de moedige kerel daar alleen zitten jagen en in geen uren was er een der concurrenten in zijn buurt geweest. Op nog geen 3 km van de finish had hij meer dan 3,5 minuut voor sprong en fris als hij was draaide hij nog maar steeds aan 30 a 31 km door. Van achterhalen door de anderen was dus geen sprake. En bovendien werd hij toch door een officiële auto van de wijs gebracht. Er viel niet aan te tornen. Polak werd de eerste prijs toegekend en als ooit een prijs verdiend is, dan is het wel deze. Door de moed en de energie is het een der mooiste overwinningen die in den Haag—Brussel behaald is en die in een wegwedstrijd te behalen is. Alleen weg gaan op zo’n afstand en alleen wegblijven en nog steeds maar afstand vergroten is meer dan kranig werk en de 28 jarige Polak, de eenvoudige rustige jonge kerel uit Stadschendijk zij met zijn prachtige rit hier van harte geluk gewenst.

Algemeen handelsblad, 20 april 1931: DEN HAAG—BRUSSEL. A. Polak winnaar, hoewel niet als eerste geëindigd. „De Baronie” (Breda) de best geplaatste club. ’t Was guur maar droog, toen gistermorgen om zeven uur het vertreksein werd gegeven voor hotel Regina in de Wagenstraat te s-Gravenhage. Er waren ongeveer 100 renners die aan den negenden rit Den Haag—Brussel zouden deelnemen, w.o. vier Belgen en negen Duitsers. Ons was een plaats aangebeden in de Mercedes” van den heer Velgersdijk uit Rijswijk, waardoor wij in staat gesteld werden den gehelen wedstrijd te volgen. Evenals in vorige jaren begon ook nu de wedstrijd pas over den Moerdijk, aan de grens der gemeente Lage Zwaluwe. Van hier ging het via Breda, Princenhage, Rijsbergen, Zundert, Wernhout, Merxem, Deurne, Mechelen, Sterrebeek, Tervueren, Quatre Bras Etterbeek naar de Avenue de Tervueren, waar, bij de Cinquantenaire, de finish was. Om 10.15 werd dan te Lage Zwaluwe voor de tweede maal gestart en dadelijk ging het met een ruim 40 km-vaart op het einddoel af. Aanvankelijk gebruikten de renners de juryauto als gangmaker, waardoor enkelen achter raakten. Toen hun op het verkeerde daarvan was gewezen, werd de snelheid minder en hadden de achterblijvers gelegenheid zich weer bij de hoofdmacht aan te sluiten. Dan vindt reeds het eerste valpartijtje plaats, doch ondanks de pijnlijke trekken op het gezicht, werd moedig weer opgestapt. De eerste nieuwsgierige kijkers zien we in Terheyden, waar v. d. Horst en Polak een lek bandje krijgen welk euvel zij spoedig weten te herstellen om de hoofdgroep weer te bereiken. Na een half uur zijn we dan in Breda, waar de belangstelling van het publiek zeer zeer groot was. Bij de spooroverweg vinden we de bomen gesloten, maar de renners werd de gelegenheid geschonken nog over te steken, zodat wij een heel stuk achter raakten. Eerst bij Princenhage kregen we ie weer te pakken, maar konden de kop niet bereiken, omdat de weg door de vele auto’s en motoren geblokkeerd was. We kunnen dus alleen de achterblijvers ontdekken en zien, dat hieronder zijn Schild, Goossens, Verhagen, Dietvorst en Buitendijk. Even verder passeren we Vermeulen, Vrijland en vele anderen, die enige honderden meters achterstand hebben. Natuurlijk passeren we ook de pechvogels, die of een lekken band hebben of een defect pedaal.Ook bij Zundert zijn veel kijkers en hier blijkt, dat Verhagen, Van Gerven, Kreus en Meinders achterstand hebben. Kort daarna weet echter Veger ons voorbij te komen, om weinige meters verder te vallen. In of met zijn val zagen we ook een ander neergaan, maar konden niet ontdekken wie het was. Het maakte den indruk, dat zij er ernstig aan toe waren. Even later zien we weer een valpartijtje, waarbij een paar „burger”-renners op onzachte wijze met de aarde kennis maakten. Reeds om half twaalf zijn we dan hij de grens, waar de renners direct door mogen gaan en de autobezitters maar vijf minuten worden opgehouden. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt! Na ongeveer 10 minuten passeren we weer een paar achterblijvers, waarop er dan voor de zoveelste maal enigen uit de strijd geraken, doordat zij ten val komen. Voor de variatie zien we daarna Touwslager aan de weg zijn achterwiel repareren. Eindelijk, om 12 uur, krijgen we dan het hoofdpeloton te pakken. Maar niet lang daarna horen we, dat Polak en Reus er vandoor zijn gegaan en een flinke voorsprong hebben. Als we de beide vluchtelingen achterhalen, zien we, bij Merxem, eerst Reus en even later Polak, die regelmatig met een 35 km gangetje op het einddoel afstevent. Eer hij dat echter bereikt heeft, moet hij eerst een aller ongelukkigst stuk weg — dat dezen naam lang niet verdient — berijden. Ook bij Mechelen, na de spooroverweg, is de weg langs het kanaal verre uit de tijd. Maar de moedige renner trapt als of hij over asfalt glijdt. “Het peloton loopt in, horen we zeggen. Als dit de leider wordt oververteld, versnelt hij zijn gang. En hij doet dit op zulk een energieke wijze, dat hij geleidelijk zijn voorsprong weet te vergroten. De eerste heuvel, bij Nosseghem, neemt hij met groot gemak. Ook de andere „hindernissen” blijken voor hem peulenschilletjes te zijn. Door de fraaie bossen van Tervuren vervolgen we den taaie Polak, voor wiens volhouden we allen respect hebben gekregen. Als we dan Brussel naderen, raken we allen, met voorop de auto van de jury, de goede weg kwijt. Ook Polak, die op dit moment drie minuten op zijn naaste concurrenten vóór heeft. Wanneer we eindelijk de finish bereiken, zien we nog juist V. d. Horst, aan het hoofd van een groep, het eerst over de streep snellen, gevolgd door Vermaire, Dunker e.a. Polak, die het snelle tempo van de auto’s niet heeft kunnen volgen, komt ongeveer 10 minuten later aan de finish. Zeer terecht wordt hem de eerste plaats toegekend, omdat hem, enige kilometers vóór zijnde, door een van de juryleden de verkeerde weg was gewezen. „De Baronie” verkreeg de verenigingsprijs.

Algemeen Handelsblad 20-04-1931

De uitslagen zijn:
1. A. Polak (Willemstad), tijd 3 uur 53 min.;
2. P. M. v. d Horst (Klundert)
3 P. Vermaire (Beda)
4. H. Dunker (Essen)
5. F. Schröter (Ratingen)
6. C. Godrie (Zundert)
7. A. J. Kuys (Sparta, Den Haag)
8. A. Schneider (Keulen)
9. H. Tix (Dortmund)
10.W. S. Raaymakers (Rotterdam)

Verenigingsprijs:
1. De Baronie, Breda, 49 pnt.
2. Sparta, den Haag, 56 pnt
3. De Bataaf, Halfweg, 71 pnt

De Grondwet 21-04-1931