2018-06-07 Arie den Hartog

De Zuidlander Arie den Hartog, die in 1966 van Voorne Putten naar Zuid-Limburg verhuisde, dichter bij zijn arbeidsterrein in België en Frankrijk, is van het levenstoneel verdwenen. Nadat hij eind vorig jaar getroffen werd door een hersenbloeding verbleef Arie in een verpleegtehuis waar hij uiteindelijk geveld door een longontsteking vroegtijdig kwam te overlijden. We wensen de familie den Hartog en Arie’s vrienden veel sterkte toe.

Arie den Hartog

De laatste keer dat hij als actief coureur in het nieuws kwam, was tijdens Bordeaux-Parijs 1970. Arie den Hartog legde ruim 400 kilometer van deze monsterklassieker af. Darmstoornissen maakten toen voortijdig een einde aan zijn seizoen. De blonde Zuidhollander/ Limburger reed nog wat wedstrijdjes in Frankrijk. Daarna kwam de klap waardoor zowat alle Nederlandse profwielrenners op de keien belandden: Caballero en Willem II-Gazelle werden opgeheven. Ongeveer vijfentwintig Nederlandse profs zaten destijds zonder contract. Tot die laatste categorie behoorde ook Arie den Hartog. Met de wielersportlente van 1971 voor de deur werd zijn naam voorgoed geschrapt uit de startlijsten.

Arie den Hartog, in 1964 beroeps geworden won dat jaar Parijs Camembert en de Ronde van Luxemburg. In 1965 won hij Milaan-San Remo. Hij stond aan het begin van een lucratieve wielerloopbaan. Door zijn zege in de „Primavera” had hij zich op slag in de kijker gereden.

In 1966 na zijn winst in de eindrangschikking van de Ronde van Catalonië vertrok hij als kopman van de Fordploeg in de Tour de France. Een valpartij en gekneusde ribben wierpen hem uit het peloton. Arie den Hartog kwam terug, won regelmatig zijn wedstrijden, vooral in Frankrijk, en veroverde een vaste plaats op de markt. Hij reed ook voor St.-Raphaël en BIC, fietste stukje bij beetje sociale zekerheid bij elkaar en bouwde in Elsloo een fraaie woning waar hij en zijn vrouw Marja elk jaar rustig konden overwinteren. Hij verdiende immers goed als hard fietsende seizoensarbeider. De opgaande lijn werd echter opnieuw afgebroken. Tijdens het wereldkampioenschap op de weg in Heerlen (1967) lag Arie den Hartog met een hersenschudding in bed.

Den Hartog eindigde in de Tour van 1968 als 26ste op bijna een half uur van zijn landgenoot. Hij herinnert zich dat het een merkwaardige editie was. „Er waren geen uitgesproken favorieten, geen supervedetten, geen echte winnaars. De rivaliteit bij de Belgen tussen Van Springel en Bracke heeft ons in de kaart gespeeld. Ik was en ben bepaald geen vriend van Janssen, maar toen ik geen kans meer had, heb ik voor hem gewerkt. Zo professioneel was ik wel. Ondanks het feit dat het tussen Jan en mij niet boterde. Hij zocht en zoekt de journalisten op. Zo ben ik niet. Als ik de kans kreeg piepte ik er tussenuit. Je zult me niet snel op de VIP-tribunes zien zitten. Ik sta liever tussen het publiek.”

1 augustus 1965. Kampioenschappen wielrennen profs te Beek, Kopgroep Jo de Roo, rechts Arie den Hartog (Ford), achter hem Leo Knops, daarachter Henk Nijdam en tenslotte Peter Post

De laatste twee koersjaren maakte hij reclame voor Caballero, het eerste jaar minder, maar in 1970 kwam er weer schot in. Hij was de sterkste in de Zwitserse Alpen (winnaar bergklassement) en reikte naar een opvallende derde plaats in het eindklassement van de Zwitserse ronde. Caballero en Den Hartog begonnen uitstekend voorbereid aan de Ronde van Frankrijk. „Als ik de bergen maar haal, dan rijd ik een goede Tour”, voorspelde hij na de eerste, moordend snel gereden ritten door Noord-Frankrijk en België. Hij zag de bergen niet. Darmstoornissen, waarschijnlijk voedselvergiftiging, haalden in de rit naar Saarlouis een streep door de rekening. Niet Parijs, maar het Sittardse ziekenhuis was voor Den Hartog de eindstreep van wat aanvankelijk een succesvol seizoen leek te worden.

Amstel Gold Race 1967

Arie wint de Amstel Gold Race 1967

Video: Amstel Gold Race 1967

„In de Tour heb ik zó’n klap gehad dat het seizoen voorbij was voordat ik hersteld was. Ik was enorm verzwakt en heb een streng dieet gehad. In Bordeaux-Parijs kreeg ik dezelfde klachten.

Arie voelde zich wel nog capabel genoeg voor grote of kleine wedstrijden.  Als voorbereiding van het seizoen  1971 had hij in de winter deels „op de rollen”, deels in het bos doorgebracht. Conditietraining die gevolgd wordt door trainingskilometers op de fiets, zo vlug de wegen weer berijdbaar waren. Den Hartog bleef een gunstig object voor een extra sportieve firma, maar een contract heeft hij niet meer getekend. „De ene keer belden ze op met de mededeling: het is bijna voor elkaar. De volgende dag hoorde ik: het is nog niet rond. Ik wilde dolgraag blijven rijden, maar niet onder de prijs. Als ik er geld op zou moeten toeleggen, dan is de rekening snel opgemaakt.” Normaal zeggen ze dat je in de lange afstandssporten rond je dertigste het sterkste bent, Arie den Hartog was 29 jaar jong toen hij stopte met koersen op het hoogste niveau.

Milaan Sanremo 1965

Na zijn afscheid van het metier heeft hij nog even gefunctioneerd als ploegleider van een amateurploeg en volgde hij het hedendaagse wielrennen via de media nog op de voet. Klassiekers als Amstel Gold Race, Luik- Bastenaken-Luik en Ronde van Vlaanderen bezocht hij.

Na zijn carrière importeerde hij fietsen en onderdelen. De rijwielhandel in Sittard deed hij later van de hand, hij er een goede prijs voor kon krijgen. Maar hij had geen zin te niksen en startte hierop in Spaubeek een groothandel in marmer en graniet. Later volgde ook nog een rijwielzaak in Kerkrade en had hij ook een fietsenwinkel in Nieuwstadt.

Arie den Hartog

Voormalige beroepswielrenners hebben doorgaans de gewoonte sterk af te geven op de huidige generatie. De vedetten van weleer verwijten de laatste lichting gemak- en geldzucht. Den Hartog vormde een verfrissende uitzondering. „Het is gemakkelijk vanuit je luie stoel iets af te breken”, zei hij. “lk denk dat het te maken heeft met jaloezie. Wij verdienden in verhouding niks, maar je kunt die jongens niet kwalijk nemen dat ze scheppen geld krijgen. Als ik nu wielrenner was geweest had ik ook geen nee gezegd. Daarom vind ik dat vergelijken zinloos is”.
Arie den Hartog werd 77 jaar.

Janssen draagt Tourzege aan Den Hartog op Beluister het recent radio-interview met Jan Janssen naar aanleiding van Arie’s overlijden: “Ik zocht hem op in het ziekenhuis, Ja, huilen toen ‘ie mij zag…” Vanwege het infarct zat Den Hartog vastgebonden in een rolstoel. “Het was een zielig hoopje mens, dat is alleen maar tragisch. Zo wilde hij niet leven.” “Hij was van ongelofelijke waarde. En heeft hij alles gegeven, tot de laatste dag. Mijn Tourzege draag ik ook echt wel een beetje aan hem op”, vertelt Janssen in Langs de Lijn En Omstreken. In de Tour de France van 1968, na de Alpen waren er nog vier renners over, onder wie Den Hartog. “Hij heeft me echt bijzonder gesteund. Als je tegen Arie zei ‘de kopgroep rijdt op 2 minuten’, dan reed hij net zolang op kop tot we erbij waren. Het was een tempobeul, een allrounder.” Janssen vergeet de laatste ontmoeting niet snel. “Ik heb met betraande ogen en een brok in mijn keel dat ziekenhuis weer verlaten en zei tegen mijn vrouw: dat gaat niet lang meer duren.” Wat overblijft is de herinnering, aan een man die vooral zijn pedalen liet spreken. “Hij was een beetje introvert. Hij werkte zich naar goede ploegen toe, zeer verdienstelijk maar Arie was niet zo’n prater. Een vriendelijke man, maar een beetje gesloten.”

 

Video: Zuidland (1962) Arie den Hartog Hangjeugd en Zangvereniging Ring

1965-03-19 Milaan – San Remo

Milano – Sanremo 1965, 287km, 19 Maart 1965

Grandioze Nederlandse zege
Arie den Hartog versloeg in sprint de Italianen Adorni en Balmanion.

Het heeft er lang naar uitgezien dat de grote openingsklassieker van het wielerseizoen, Milaan-San Remo, eindelijk weer eens door een Italiaan zou worden gewonnen. Een tiental kilometers voor de ook aan de Nederlanders zo bekende Rivièraplaats hadden Franco Balmanion en Vittorio Adorni gezamenlijk de leiding.
Niets scheen een Italiaanse triomf in de weg te staan. Elf jaar achtereen hadden Fransen, Belgen en Spanjaarden de eer in San Remo voor zich opgeëist en dat was de fanatieke „tifosi” bepaald niet naar de zin. Kort voor het laatste obstakel van de „Primavera”, de lastige Poggio di San Remo, voegde zich een kleine blonde coureur bij het tweetal.

Arie den Hartog, 23 jaar en 2e jaars beroepsrenner, wint Milaan – San Remo, ploegmaat van Jacques Anquetil, vóór Vittorio Adorni.

Het was de 23-jarige Zuidlander Arie den Hartog, een van de grootste beloften van de Nederlandse wielersport. De Italianen zagen onmiddellijk het gevaar in. Om beurten poogden zij de „Olandese” van het wiel te rijden. Den Hartog, die gemakkelijk klimt, verloor zijn tegenstrevers echter geen moment uit het oog. Toch leek hij, bepaald geen sprinter-bij – uitstek, kansloos in de finale op de brede en snelle Via Rome.

Op het laatste, 250 meter lange gedeelte trokken de Italianen de spurt aan. Zij probeerden daarbij Den Hartog tussen zich in te krijgen. De slimme Zuidlander speelde het spel echter meesterlijk. Op de laatste 50 meter kwam hij onweerstaanbaar buitenom. Vlak voor de duizenden enthousiaste toeschouwers haalde hij centimeter voor centimeter in. Tien meter voor de finish stond het resultaat vast. De 56-ste Milaan-San Remo was voor de eerste maal door een Nederlander gewonnen.

In zijn tweede seizoen als prof kwam Den Hartog, in zijn amateurtijd al een klasse-renner en vorig jaar opmerkelijk in het prof milieu debuterend, tot zijn eerste grote overwinning.

De Primavera heeft overigens weer aangetoond, dat de uitblinkers uit Parijs-Nice — de eerste grote etappekoers van het seizoen — de meeste kans op de overwinning hebben. Den Hartog, die al in de Ronde van Sardinië tot opvallende prestaties kwam en in Parijs-Nice vervolgens de aandacht van de kenners op zich vestigde met een zesde plaats, was door velen al als een van de favorieten getipt. De Italianen rekenden vooral op „coming men” als Italo Zilioli en Gianni Motta om aam de al elf jaar durende reeks van nederlagen een eind te maken.
Rik van Looy werd eens te meer een grote verliezer. De meervoudige wereldkampioen, die met zijn overwinning in de Ronde van Sardinië al vroeg in vorm leek, wenste niet in Parijs-Nice te starten en trainde met zijn Solo’s aan het Gardameer. Hij eindigde ontgoocheld in het grote peloton. …

Niet minder dan 153 renners startten voor de 237 kilometer zware rit. Hoewel het aanvankelijk droog was, bleef het gedurende het eerste gedeelte mistig en koud. Onder de grote afwezigen bevonden zich Jacques Anquetil, kopman van Ford Gitane en dus van Den Hartog, ex-wereldkampioen Benoni Beheyt, de juist donderdag ziek geworden Rudi Altig, onze eigen Amstelveense alles-kunnende troef Peter Post en de winnaar van 1963, de Fransman Joseph Groussard. Dat nam niet weg dat alles bij elkaar een imposant rennersveld om, half tien ’s morgens op weg ging naar het grote avontuur.

Daarbij maren alle Italiaanse favorieten. De Azzuri hadden om een overwinning gesmeekt. Was de opzet van Milaan- San Remo niet veranderd in het voordeel van hun landgenoten? Hadden zij in Michele Dancelli, Gianni Motta en Italo Zilioli niet uitblinkers uit Parijs-Nice? En outsiders als de „herboren” Romeo Venturellie de Giro-revelatie Franco Bitossi, Vito Taccone, Guido de Rosso en jonge renners als Durante, Vigna, Sambi en Zadegu waren op hun bekende wegen toch zeker in staat tot een verrassing?

Het eerste gedeelte van de koers kenmerkte zich uiteraard door vele ontsnappingspogingen die echter – terecht – niet serieus werden genomen. Gevaar dreigde er pas toen vlak voor de top van de eerste col (Col de Turchino na 124 km) Franco Bitossi demarreerde. In de snelle afdaling voerde de Italiaan zijn voorsprong voortdurend op en enkele kilometers verder lag het peloton, dart Venturelli door een valpartij was kwijtgeraakt, al op 50 seconden.

Dat Arie den Hartog z’n latere zege verdiende, blijkt wel uit het feit, dat juist de goedlachse Eilander de tegenaanval organiseerde. Met die hulp van o.a. Dancelli, Hoevenaars en Francisco Gabica werd het verschil steeds geringer en bij Varazze (164 km) gaf de viervoudige etappewinnaar van de Giro 1964 zich gewonnen. Even later streek ook het door valpartijen – het was lichtjes gaan regenen – uitgedunde peloton op de kopgroep neer.

Lees het Limburgs Dagblad van 20 maart 1965

Na deze opwindende passage bleef het even rustig in de meute. Want de dit jaar voor het eerst als prof rijdende Brabander Jos van der Vleuten was de promotor van de tweede belangrijke aanval.
Samen met Julien Stevens, Jan Boonen, Edgar Sorgeloos, Jean Stablinsky en een handvol Italianen, omder wie Sambi en Enzo Moser, bouwde de Mierlohouter een voorsprong op.Toen ook Dancelli een geslaagde sprong naar de vluchters deed, achtte die onvermoeibare Den Hartog het opnieuw tijd om in te grijpen. Ditmaal vond hij de Spanjaard Perez Frances aan zijn zijde gevolgd door Adorni. Het achtervolgende groepje bevatte louter grote namen: Motta, Adorni, Dancelli, Jan Janssen, Perez Frances, Poulidor, Taccone, Durante, Mugnaini en natuurlijk Den Hartog. Alleen de laatste had reserves genoeg om de vluchters te bereiken, het slot kent u.

1. Arie den Hartog (Ned) in 6h 53′ 32″
2. Vittorio Adorni (Ita)
3. Franco Balmamion (Ita)
4. Rolf Wolfshohl (Ger) à 51″
5. Willy Vannitsen (Bel) à 55″
6. Jan Janssen (Hol)
7. Franco Cribiori (Ita)
8. Guido Reybrouck (Ita)
9. Gianni Motta (Ita)
10. Flaviano Vicentini (Ita)

Ab Geldermans werd, eveneens in dezelfde tijd, 40ste ex aequo geklasseerd. Jos van der Vleuten en Cor Schuuring eindigden, met een achterstand van 6.54, resp. als 80ste en 81ste.

Door zijn zege in Milaan-San Remo bezet Den Hartog meteen de eerste plaats in het klassement Super Prestige Pernod, de belangrijkste geldprijs van het seizoen. Zijn kopman van de Ford-Gitane-ploeg, Jacques Anquetil, is door diens zege in Parijs-Nice tweede. 1. Den Hartog 60 punten 2. Anquetil 55 punten 3. Adorni 40 punten 4. Balmanion 30 punten 5. Altig 25 punten.