1971-06-19 Nederlands wegkampioenschap amateurs Valkenburg

Limburgers vooraan in magnifiek amateurschouwspel

JAN SPETGENS: „HALF KOERS WIST IK DAT HET ERIN ZAT”

VALKENBURG, 21 juni 1971- De 24-jarige Jan Spetgens uit Someren is zaterdag in Valkenburg op overtuigende  wijze Nederlands kampioen op de weg bij de amateurs geworden. Met de fantastisch rijdende Wim Kelleners uit Born, door zijn aanvalsdrift de meest bejubelde held van het honderdvijfentwintig renners tellende veld, de uitgekookt en intelligent koersende Mathieu Pustjens uit Roosteren, en de favoriet par excellence, Fedor den Hertog, zorgde de Oostbrabantse tegelzetter voor een magnifieke ontknoping van een van de attractiefste amateurkampioenschappen van de laatste jaren.

door Harry Muré (Limburgs Dagblad)

Na een barre tocht van 171 kilometer met achttien moordende klims over de Cauberg tooide „De Spet” – vijf jaar amateur en afgezien van een zege in de Omloop van de Baronie in 1969 steeds in de schaduw van de groten vertoevend – zich min of meer verrassend, maar volledig verdiend, met de hoogste eer.

Foto’s Johan van Gurp, BN De Stem, met dan aan het stadsarchief Breda.

Hoe spijtig het ook is voor de Limburgers (Kelleners werd tweede en Pustjens derde), aan het kampioenschap 1971 ie kolossaal sterk klimmende Spetgens valt niets af te dingen. Kelleners en Pustjens bezorgden Limburg niettemin eindelijk de „kick” waar de zuidelijke supporters al maanden vergeefs op gewacht hebben. Met Jo van Pol (achtste) verpulverde dit duo eindelijk  de Hollandse suprematie, in de wedstrijd de waarheid.

Limburgs Dagblad 19 juni 1971 voorbeschouwing

Cees Koeken
Cees Koeken
Arie Hassink

Wim Kelleners en Mathieu Pustjens konden hun optimale vorm niet met een complete triomf bekronen, deels  door pech, deels misschien door gebrek aan oplettendheid In de laatste achthonderd meter lange klim van twaalf procent naar de streep boven op de Cauberg. Pech gold in dit geval niet als excuus, want ook  Jan Spetgens heeft zijn deel gehad. Vele malen blokkeerde zijn ketting; hij moest viermaal een nieuwe fiets nemen.

vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 80 van Pol
vlnr 115 Vrancken, 36 Den Hertog, 16 van Bragt, 91 Smit, 66 Luppers
vlnr 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 82 Priem, 53 Koeken, 80 van Pol, 64 vd Loo, 88 Schür
vlnr 80 van Pol, 31Duyker, 88 Schür, 111 Vlot, 64 vd Loo, 97 Spetgens, 82 Priem
vlnr 106 van Venrooy, 36 den Hertog, 53 Koeken, 116 de Waal
vlnr 31 Duyker, 116 de Waal, 97 Spetgens,
17 Broere
116 Wim de Waal
vlnr 64 Theo vd Loo, 20, Toine vd Bunder
vlnr 53 Cees Koeken, 82 Cees Priem

In de geweldig spannende finale zegevierde echter het intellect van Jan Spetgens. Kelleners, Pustjens, Den Hertog en Spetgens hadden in de voorlaatste ronde de achtervolgers definitief verslagen. Toen was duidelijk dat bij dit viertal de winnaar zat. ..Eén tegen drie, er was geen beginnen aan”, verzuchtte Fedor den Hertog teleurgesteld na afloop. Inderdaad’, Kelleners,  Pustjens en Spetgens, drie leden van Mars Flandria, rekenden kordaat af met de „eenzame” Den Hertog die in de voorlaatste ronde gelost werd maar nog één keer op eigen kracht aansluiting kreeg. Maar aan de voet van de laatste klim brak zijn verzet. Hij schakelde verkeerd en moest lossen. De drie „spoten” omhoog. Honderd meter voor de finish lag Mathieu Pustjens in de beste positie. Een te wilde pedaalbeweging werd de 22-jarige bankwerker uit Roosteren noodlottig. Jan Spetgens zag het vlak vóór zich gebeuren.

vlnr 9 Berkhout, 83 Prinsen, 45 Kamper
37 Aad van den Hoek
Cees bal heeft pech
Cees Bal

Op dat moment reed de hoogblonde, slanke coureur uit Someren alles of niets. Met een vernietigende sprint-omhoog schoot Spetgens het Limburgse tweetal voorbij, Kelleners en Pustjens waren verslagen! Gejoel voor Fedor een Hertog die in de laatste klim twintig seconden moest prijsgeven, teleurstelling bij Wim Kelleners en Mathieu Pustjens („Als mijn voet niet uit de toeclip was geschoten, dan was ik kampioen geweest”) en dolle vreugde bij de aanhang van Jan Spetgens. Bondscoach Joop Middelink: „Spetgens heeft het dik verdiend. Wat die jongen allemaal gedaan heeft. Hij reed volledig geconcentreerd.  Hij schakelde niet meer in de laatste klim en behield daardoor de juiste cadans.” Die soepele cadans, gekoppeld aan enorme kracht en koersinzicht in de laatste kilometers, was het geheime wapen van Jan Spetgens. „Ik ben geen moment bang geweest voor de Cauberg, al had ik hem pas een paar keer gezien. Vanaf half koers had ik het gevoel dat het erin zat. Ik kreeg toen plotseling zoveel zelfvertrouwen dat ik helemaal voor mijn eigen kans ging rijden. Ik had voor de laatste klim 53×14 staan. Dat heb ik zo gelaten en ben daarna in de laatste klim meteen in de aanval gegaan. Wat ben ik bij! Zon overwinning in zon grote wedstrijd! Daarvan kun je alleen maar dromen.”

vlnr 88 Schür, 10 Beurskens, 111 Vlot, 29 van Dongen, 1 Aling, 97 Spetgens, 82 Priem, 36 den Hertog, 34 Hassink
vlnr 84 Math Pustjens, 26 Karel Delnoy
vlnr 29 vd Donk, 1 Aling, 59 Kuiper, 47 Kelleners
vlnr 24 Cornelissen, 20 vd Bunder, 41 Hulzebosch, 46 F van Katwijk

Jo van Pol: „Den Hertog zat slecht op het valse plat”

Het amateurkampioenschap in Valkenburg is de wedstrijd van de Limburgers geworden. Behalve Wim Kelleners en Mathieu Pustjens onderscheidden zich ook veel andere Limburgse coureurs temidden van de elite. Zoals Jo van Pol die ruim tevreden was over zijn achtste plaats. Commentaar van de man uit Montfort: „Ik heb griep gehad. Daarom had ik niet zoveel ambitie. Op het laatst heb ik me ingehouden, omdat mijn ploeggenoten Kelleners en Pustjens vooruit zaten. Anders was ik zeker nog verder naar voren gekomen. Fedor den Hertog heeft verloren omdat hij elke keer op het valse plat boven op de Cauberg heel moeilijk zat. Normaal zou hij daar ongenadig hebben toegeslagen, maar hij kón het niet. Dat valse plat heeft hem de das om gedaan. Ik heb duidelijk gezien dat hij daar elke ronde enorm slecht zat.”

Fedor den Hertog

Opvallend goed was ook het rijden van de Maastrichtenaar Benny Ceulen, Theo van de Loo uit Weert en Cor Boersma uit Treebeek.

vlnr 29 van Dongen, 49 Piet Kleine, 61 Jacob Langen, 116 Wim de Waal

Vooral de Prestatie van de tweede jaars-amateur Jacob Langen uit Kerkrade dwong respect af. Zijn zestiende plaats is zeer verdienstelijk.

vlnr 61 Jacob Langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer

Ook Huub Dohmen uit Rothem reed boven zijn kunnen. Reactie van de 20-jarige Rothemmer: ..Dit kampioenschap was voor mij een uitdaging. Ik had veel korter kunnen komen, maar ik heb geen risico’s genomen in de slotfase. Ik reken mij nu tot de dertig sterkste amateurs van Nederland.”

vlnr 46 Fons van Katwijk, 5 Cees Bal, 27 Huub Dohmen

Ben Koken komt niet in de uitslag voor, ofschoon de Grevenbichtenaar lange tijd op jacht is geweest naar de kopgroep. Zijn commentaar op de uitslag: „Nu weten ze daarboven in Holland tenminste dat Limburg er bij hoort. Ik zelf was er ook zeker bij geweest maar ik kon in de laatste klims niet meer aan het stuur trekken.” Ben Koken heeft nog steeds veel last van zijn gewonde rechterhand, een blessure die hij opliep in het recente kampioenschap Van Limburg.

vlnr 61 Langen, 46 van Katwijk, 89 Sengers, 43 Joore, 119 Zuidweg, 109 Verwey, 114 de Vos, 32 Geldens, 35 van Helvoirt, 63 Lenferink, 28 Math Dohmen
vlnr 53 Koeken, 82 Priem, 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 88 Schür, 29 van Dongen, 112 Vlot, 34 Hassink, 84 Pustjens, 24 Cornelissen, 36 den Hertog, 97 Spetgens
vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 46 van Katwijk, 59 Kuiper, 82 Priem, 80 van Pol, 24 Cornelissen, 35 van Helvoirt, 64 Theo vd Loo 112, Vlot, 97 Spetgens, 36 den Hertog, 116 de Waal
Limburgs Dagblad 21 juni 1971
„Cauberg grandioos parcours”

Sjefke Janssen, chef d’equipe van Mars Flandria’s amateurs was een van de gelukkigste mensen van het afgelopen weekeinde waarin het Limburgs Dagblad wieler minnend Nederland weer een Cauberg als wedstrijdmaker gebracht heeft.

door Breur Loffeld (Limburgs Dagblad)

De man uit Elsloo was al méér dan content toen hij zaterdagmiddag de drie eerstaankomenden als “zijn” jongens kon feliciteren. Jefke Janssen voelde zich de koning te rijk toen hij, als groots “plaatsvervanger van Briek Schotte zondagmiddag bij de finish van de profs opnieuw een overbekende Mars-Flandria-figuur als eerste over de eindstreep zag gaan: een waardig kampioen in de eigenlijk te frêle figuur van Joop Zoetemelk.

vlnr 97 Spetgens, 36 den Hertog, 84, Putjens 34 Hassink
vlnr Fedor den Hertog, Cees Priem
vlnr 115 Jo Vrancken, 16 van Bragt
vlnr 28 Math Dohmen, 16 C van Bragt
Hennie Kuiper
vlnr 36 Fedor den Hertog, 80 Jo van Pol, 34 Arie Hassink
vlnr 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog, 59 Hennie Kuiper, 82 Cees Priem, 34 Arie Hassink
vlnr 84 Math Pustjens, 34 Arie Hassink, 81 Henk Poppe, 47 Wim Kelleners

En zaterdagavond zei diezelfde Jefke Janssen, onnoemlijk blij: „Wat wil je als ploegleider nog meer? De eerste drie plaatsen. Note bene. En als Jo van Pol niet ziek was geweest, — hij eindigde als 8e op slechts 23 seconden! — waren het de eerste vier plaatsen geworden. Maar we hebben er wel wat aan gedaan: veertien dagen op de Cauberg getraind. In Luik gekoerst. En na afloop met de fiets terug. ledereen vroeg me of ik gek geworden was, maar Janssen wist verdraaid goed wat hij deed. We hebben deelgenomen aan een wedstrijd vlak bij de Franse grens. Om maar kilometers te maken. En je ziet dat het niet voor niets geweest is”.

vlnr 84 Math Pustjens 97 Jan Spetgens
vlnr 59 Hennie Kuiper, 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog
vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners, 97 Jan Spetgens
Fedor den Hertog en Jan Spetgens
vlnr 82 Cees Priem, 1 Jan Aling
vlnr 47 Wim kelleners, 84 Math Pustjens, 36 Fedor den Hertog
vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners
vlnr 97 Jan Spetgens, 47 Wim Kelleners
vlnr 61 Jacob langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer
Jan Spetgens, kampioen van Nederland 1971
Fedor den Hertog 4e
Cees van Dongen 6e
Toine van de Bunder 12e
Cees Priem 18e

De Uitslag:

  1. J. Spetgens. Someren 171 km in 4.17.06
  2. W. Kelleners. Born
  3. M. Pustjens. Roosteren
  4. F. den Hertog, Ermelo op 20 sec
  5. H. Poppe. Nijverdal op 23 sec
  6. G. v. Dongen. Oud Gastel
  7. A. Hassink, Neede
  8. J. van Pol. Montfort
  9. F. Schür, Hoogezand
  10. H. Kuiper, Denekamp op 31 sec
  11. A. Scheffer. Zelhem op 4.00
  12. A. v.d. Bunder. IJzendijke
  13. S. Berkhout. Schipluiden op 4.07
  14. A. v.d. Hoek, Dirksland
  15. M. v. Venrooy. Heesch
  16. J. Langen. Kerkrade
  17. J .Aling, Bunnerveen op 5.29
  18. C. Priem. Goes
  19. B. Ceulen. Maastricht op 6.29
  20. W. Albersen, Wierden op 6.33
  21. P. v. Stralen. Heerhugowaard op 6.37
  22. G. Kamper, Koedijk op 6.43
  23. P. Kleine. Hollandseveld
  24. Th. v.d. Loo. Weert op 6.53
  25. C. Boersma, Treebeek
  26. H. Perfors Rotterdam
  27. W. de Vlam. Sambeek op 11.24
  28. H. Dohmen, Rothem op 12.34
  29. A. Hulzebosch, Nijeveen op 15.40
  30. H. Prinsen. Hank
  31. J. Vrancken. Linne
  32. H. Botterhuis. Sambeek
  33. H. Lenierink. Geesteren

Bewegende beelden van het NK’71 met dank aan Fabio Farelli: Lees meer op Fabio’s blog

2e Wim Kelleners, 1e Jan Spetgens, 3e Math Pustjens

De waarheid 21 juni 1971

Fedor den Hertog drukte stempel op koers bij amateurs, maar..

Vernietigende eindspurt van Jan Spetgens

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet” stond op het spandoek dat de trouwste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteld weer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18 Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Jan Spetgens was kampioen van Nederland. Hij was ook tegen zijn eigen verwachting in („ik had het wel gehoopt voorin te eindigen, maar aan de titel had ik niet durven denken”) terecht gekomen op de plaats die men i eerder had toegedacht aan Fedor den Hertog of de bijzonder sterk rijdende Limburger Wim Kelleners. Vooral die twee hadden namelijk hun stempel gedrukt op de moeilijke koers, die dooide af en toe stromende regen dubbel zwaar werd. Hun namen ook werden het meest genoemd toen er tenslotte na een levendige en spectaculaire strijd een kopgroep van vier overbleef met Den Hertog, Kelleners, Spetgens en de Limburger Mathieu Pustjens. Maar Den Hertog werd al in het begin van de laatste klim gelost en vlak onder de top vormden ook Kelleners en de „wieltjesplakker” Pustjens geen probleem voor Spetgens. Er was een nieuwe wereld voor deze renner open gegaan. „Ik heb nooit plannen gehad beroepsrenner te worden, maar nu is de situatie, toch iets veranderd”, zei hij na de huldiging. Spetgens had een vérklaring voor het falen van Den Hertog: „Die Cauberg is voor hem te steil. Fedor is geen echte klimmer. Hij gaat teveel op zijn kracht naar boven”. Toch was Spetgens bang geweest voor de man die overal op de wereld successen op de weg boekt, maar geen kampioen van Nederland op de weg kan worden. „Wij vreesden dat Fedor op het vlakke stuk zou demarreren en dan zou hij nauwelijks te houden zijn geweest”. Den Hertog probeerde dat ook wel, maar hij kon niet ontsnappen aan de Brabants-Limburgse coalitie. Hij had een excuus: „Ik heb in het begin van de koers veel te veel gedaan en dat heeft zich tegen het einde gewroken. Toen wij met zijn vieren na de afdaling van de Dalhemerweg op het vlakke kwamen, gingen zij met elkaar zitten samenspannen. Toen moest ik van kop demarreren. Het leek af en toe wel een sprintwedstrijd op de baan. Zo reden wij vijftig en dan weer kropen wij met zijn vieren over de weg. Dat is geen doen.”

Fedor den Hertog, die inderdaad van het begin af bij elke ontsnappingspoging betrokken was geweest en vaak nog had geprobeerd alleen, hetzij met anderen, de beslissing te vervroegen, was zeer teleurgesteld. Daarin stond hij dan niet alleen, want uiteraard nog meer renners die met vertrouwen in eigen kunnen naar Zuid-Limburg waren gekomen. De Cauberg was echter voor de meesten een te harde scherprechter. Bijvoorbeeld voor Cees Priem, die „gerodeerd” uit de ronde van Oostenrijk ‘was gekomen, maar op de Cauberg geen rol van betekenis kon spelen. Deze Zeeuw, winnaar van Olympia’s ronde, miste ook de eerste slag in de openingsronde, waarin zich meteen al een vluchtgroep afscheidde, die een groot aantal favorieten herbergde. Jan Aling, Fedor den Hertog, Gerrie Knetemann, Theo van der Loo, Frits Schür, Jan Spetgens, Mari van Venrooy, Wicher Vlot, Jo van Pol, Wim Kelleners en de verdedigende titelhouder Kees Koeken forceerden toen al een tempoverhoging, die veel, minder grote, coureurs noodlottig werd.

Zij kregen gezelschap. Toch van Cees Priem, Adrie Duyker, de pas 18-jarige maar zeer sterk fietsende Henk Poppe, Arie Hassink, Jans Vlot, Hennie Kuiper en Cees Bal om er een aantal te noemen. Die schermutselingen in de vuurlinie, waarbij Wim Kelleners zijn krachten toonde door na een lekke band alleen terug te komen, deden het veld steeds verder afbrokkelen. Ook voorin gebeurde er het een en ander. Het strijdgewoel resulteerde tenslotte in een groep van dertien renners na tachtig kilometer, die verder het beeld bepaalden: Den Hertog, Kuiper, Spetgens, Aling, Van Dongen, Hassink, Kelleners, Van Pol, Poppe, Schür, Van Venrooy en Jans Vlot. Uit de achterhoede kon later alleen nog Pustjens naar voren springen. Na zijn intocht waarbij hij werd gelanceerd door een later zeer boze Karel Delnoy („die Pustjens had steeds aan mijn wiel gezeten en demarreerde plotseling over mij heen toen het gat overzichtelijk was geworden”) ging de deur dicht voor het restant van het veld, dat tenslotte nog uit 34 renners bestond. Van die 34 speelden er maar-weinigen een rol van betekenis in de ontknoping. Het begon met een vlucht van Henk Poppe na 100 kilometer. Hij werd teruggepakt, maar bleef niet lang rustig. Achter elkaar kwamen er aanvallen van Spetgens met Kelleners, van Den Hertog met Van Pol, weer van Poppe, van Kelleners en Pustjens. Die vlucht van de twee Limburgers leidde de beslissende slag in. Het gebeurde na 140 kilometer en alleen Den Hertog en Spetgens konden nog attent reageren.

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet;’ stond op het spandoek dat de trouivste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteldiveer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18’Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Vooral van Spetgens was het zeer verdienstelijk, want de Brabander had intussen door pech met zijn ketting en later aan zijn versnellingsapparatuur vier keer van fiets moeten verwisselen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Fedor den Hertog het merendeel van het werk moest doen om de tegenactie succesvol te laten verlopen. Hij klaagde er later over: „Ik heb Spetgens in mijn eentje naar voren moeten brengen”, maar hij had geen andere keus. Intussen werd de hoop op een Limburgse zege op de Cauberg door de aankomst van Den Hertog en Spetgens bij het leidende tweetal aanmerkelijk geringer. Men vreesde niet alleen Den Hertog, maar ook Spetgens, die in de laatste ronde van Olympia zich juist op deze Cauberg zulk een voortreffelijk klauteraar had getoond. Spetgens immers mag dan als all-rounder te kort schieten, klimmen kan hij. Dat had hij ook in 1969 al laten zien in de Ronde van de Toekomst, waarin hij als 21e eindigde, maar afstand moest doen van kansen op een hogere klassering als „knecht” van de groten als winnaar Zoetemelk, Den Hertog en Oosterhof. Toch moesten de Limburgers wel een verbond met die Spetgens aangaan om Den Hertog te temmen. Dat was overigens niet zo moeilijk, want Kelleners, Pustjens en Spetgens maken deel uit van de Mars-Flandria ploeg van Sjefke Janssen. Samenwerken in het nationaal kampioenschap is dan wel niet toegestaan, maar wie bewijst de coalitie. En toen Den Hertog was afgeschud, gingen de drie weer elk voor eigen „rekening” verder, waarbij Spetgens zijn iets betere klimcapaciteiten demonstreerde. De hoogste eer ging dus naar Jan Spetgens. Zijn eerste reactie was: „Ik ben door de wielrennerij al overal geweest, behalve naar de wereldkampioenschappen. Dat kunnen ze mij nu niet meer onthouden.”

Het vrije volk 21 juni 1971

JANSENS ZUDELIJKE PARADEPAARDJES MAKEN GEEN FOUT

Spetgens wint slijtageslag Van onze verslaggever PETER OUWERKERK

Mars/Flandria-amateurploegleider Sjefke Jansen wist: als er een keer een kans lag om zijn zuidelijke paradepaardjes  in het Nederlandse wielerkampioenschap voor amateurs naar voren te schuiven, dan was het wel op deze Cauberg. De recente Ronde van Limburg had het als het ware aangegeven.

Echter, de tactische fouten dié toen waren gemaakt, moesten wél achterwege blij ven. Was het een kwestie van mentaliteit, van nervositeit of van een gebrek aan solidariteit? Jansen wist het niet, en hij gokte maar op alle drie. Met een man of tien trok hij een paar dagen naar de te nemen Cauberg, hij bezocht een koers aan de Franse grens en het hele spul ging mee naar Dolhain in de Belgische Ardennen. .

Toen iedereen dacht dat de voorbereiding daarmee wel zijn hoogtepunt zou hebben bereikt, had Jansen nog een pijnlijke surprise voor de heren. Als een soort strafexpeditie werd hun opgedragen de afstand Dolhain-Elsloo voor dit keer maar eens niet per auto, maar op de fiets af te leggen. Leuk vond het er niet een.

Het resultaat van dit interim schrikbewind van de anders zo goedmoedige Jansen was zaterdag voor vriend en vijand te zien. Niet alleen in de uitslag: 1. Spetgens, 2. Kelleners; 3. Pustjens (alledrie van Jansens Mars- Flandria A-ploeg), maar ook in de koers. Ze hadden geleerd van hun fatale fouten in de Ronde van Limburg. Aanvallen vanaf het eerste moment, het aanspreken van de reserves nog voor de wezenlijke finale begon, het onbewust tegen elkaar rijden — dat alles was er zaterdag niet bij.

Goed, men zorgde, dat de spectaculaire slijtageslag  voorin kon worden overzien; zomaar niet-zuidelijke pionnen een schijnbaar beslissende slag laten slaan, dat zou te ver gaan. Maar het instappen van Spetgens in de Den Hertogtrein richting vluchters Pustjens en Kelleners op een moment dus waarop de solidariteit als gevolg van Fedors attaque ophield te bestaan, was b.v. tekenend voor  de new-look van Mars-Flandria. Kelleners en Pustjens „dreven af” toen er nog goed twee ronden waren te rijden. De oersterke klimmer Kelleners had al van het begin af aan in de kopgroep van 15 man (soms verbrokkelend, dan weer in complete groep) meegedraaid, de rappe spurter-bergop Pustjens was als een van de laatsten via een prachtige solo bijgekomen. Niemand sprak toen meer van de lekke band van Den Hertog, van de val van Arie Hassink, van de plasproblemen van’ Aling of van het verkeerde wiel, dat Priem na een lekke band kreeg  gestoken. Hassink was op, Aling vond eindelijk “rust” achter de  kopgroep en Priem had ook te veel inspanning door dat wiel moeten doen om nog bij te blijven.

Nee, alleen Den Hertog zou nog roet in het Mars-Flandria-eten kunnen gooien. Hij was de hele dag al in het geweer geweest, dus waarom zouden zijn nukken het niet  tot het laatste metertje vol kunnen houden?

Den Hertog en Spetgens kwamen er in de laatste omloop bij. En hoe Fedor het ook probeerde op -het vlakke gedeelte, ook toen weer bleek dat het Jansen-regime succes zou oogsten. Voor deze ene keer voelde Spetgens zich Limburger tussen Kelleners en Pustjens en hoewel er nauwelijks zichtbaar in „ploegverband” werd gereden, moeilijk te concluderen,  dat het trio de titel aan iedereen behalve aan Den Hertog gunde,  was het niet.

Fedor moest er in de laatste klim af. Hij betaalde de tol van de vroegere uren en de Mars-Flandrianen konden in de klim zelf uitmaken wie de sterkste was.

Pustjens als beste sprinter leek te gaan winnen. Maar op een dramatisch moment, nog geen 200 meter van de finish, schoot zijn linkervoet uit de toeclips. Spetgens, die zijn wiel had gekozen zag het onmiddellijk en hij klopte Kelleners — die even schrok van de ietwat merkwaardige reactie van Pustjens — met ruim verschil.

De opvolger van Cees Koeken was opnieuw een Brabander, een Peel-bewoner, die zich zaterdag op de Cauberg ‘ onbetwist de allersterkste toonde..

Niets meer aan te doen: Spetgens kampioen.

Nieuwsblad van het noorden 21 juni 1971

NRC handelsblad 21 juni 1971

Met  8.000 betalende bezoekers op zaterdag en bijna 20.000 op zondag kwam de organisatie financieel rond.

 

 

1964-07-26 Beek Nederlands kampioenschap op de weg

Nederlands kampioenschap op de weg voor beroepsrenners 1964

Briljante koers van excellente kampioen JO DE ROO

Jo de Roo met aan zijn wiel Cees Haast.

Zeventig kilometers torste Jo de Roo – letterlijk en figuur­lijk – de hitte van de dag, zeventig zware finale-kilo­meters over het door bijna 40.000 kijkers omzoomde Adsteeg­circuit, een bijzonder gewaardeerde ontknoping, want heel duidelijk ging de sympathie van de menigte naar de in grote stijl en allure rijdende 27-jarige Zeeuw uit, die alle werk­zaamheden aan de (verre) tocht verbonden in zijn eentje moest opknappen, daar gezel Kees Haast zonder ook maar een moment aanstalten te maken een handje toe te steken, aan het wiel van de inderdaad superieure aanvoerder bleef plakken. Deze strategie bood Kees Haast de enige kans om eventueel aan bod te kunnen komen, mits Jo de Roo een tik zou krijgen, een decorwisseling die evenwel radicaal uitbleef. Ronde na ronde – steeds weer die Adsteeg en die Holleweg op, door de kronkelende soms nauwe straten – bleef De Roo op kop en het was heel logisch dat zodoende zowat alle aan­wezigen innig hoopten, dat het kampioenschap 1964 bij hem terecht zou komen. De beste, de sterkste, de koersbezieler triomfeerde met glans. Cees Haast mocht tot aan de laatste klim in het kielzog van zijn excellente voorganger blijven, toen was het volledig gedaan, want nauwelijks daagde – het slot – de Adsteeg op, of Jo de Roo “vertrok”, rende weg met een verbluffend gemak, om reeds zestig meter voor de streep juichend de handen de hoogte in te gooien. Een ovatie was de eerste beloning, gevolgd door de bekende ceremonie, bloe­men en verdere huldigingen, gelukwensen van Dr. Van Dijk en meerdere officials. En doordat een groot kampioen op zo’n tintelende wijze de landstitel verwierf, gingen de vele en vele duizenden tevreden huiswaarts, na aanvankelijk met mis­noegen bepaalde reglementaire beslissingen van de wedstrijd­commissarissen, van luidruchtige kritische opmerkingen te hebben voorzien.

Jo de Roo voor de start

Verzorging was uitsluitend toegestaan boven op de Adsteeg, 200 meter voorbij de finish. Voor het vertrek was duidelijk verteld, dat in verband met de hitte elke ronde (8,5 km) ver­zorging mogelijk was. De “incidenten” werden in de 19e toer ingeluid, toen Jan Schröder elders in Beek van een toeschou­wer drinken aannam, een overtreding die door een official werd geconstateerd. Schroder werd om dit “vergrijp” uit de koers genomen, een op de reglementen gebaseerd besluit, een maatregel die echter geen weerklank bij het publiek vond. Schroder’s verzorger protesteerde heftig en het rumoer was nog niet bedaard of Wim van Est werd aangemaand de arena te verlaten, eveneens om eenzelfde overtreding. Wim gaf – voor de jurytent – een kernachtige uitleg, met als conclusie en advies de gehele groep – uitlopers ingesloten – te doen afstappen, want iedereen dronk “verboden” verversingen: de renner die het flesje bier of limonade accepteerde gaf dit – aldus Van Est – aan in zijn buurt zijnde makkers door en zo ging het verder. Het geloei nam in hevigheid toe, toen Jan Janssen en Hub. Zilverberg de aanzegging kregen de strijd to staken – zij reden lustig verder -, even later werd dit vonnis over Cees Lute uitgesproken en voordat de gemoede­ren waren bedaard was dit lot Jos Linders en Leo Knops be­schoren. Zeven renners op het zondaarsbankje: is een en an­der van invloed geweest op de uitslag, vooral op de afwikke­ling van de finale? Wie zal het precies vermogen te zeggen?

Wim van Est voor de start
VAN DE ZEVEN Limburgse deelnemers op de Adsteeg was Hub Harings het best geklasseerd. Een zesde plaats vlak achter de in de laatste beklimming uit het peloton weggesprongen Den Hartog, mag er zijn. Harings bewees hiermee wel degelijk in het profmilieu thuis te horen. Samen met hem zetten ook Kersten, Steuten en de gediskwalificeerde Knops een punt achter de 255 km rit. Beckers overleefde de strijd niet, maar zorgde wel voor een attractieve beginfase. Jean Bastin verdween pas in de laatste kilometers en Schröder zou vast en zeker in de prijzen zijn gevallen als er niet de reeds vaker geciteerde verzorging was geweest. Voor het overige hebben de bijna 40.000 wieler-enthousiasten die op en rond het circuit een plaatsje hadden gevonden, zich behalve met de strijd-der-matadoren bezig kunnen houden met de  jacht op drinken. Hoeveel bier en limonade er in Beek gedronken is valt niet te schatten, maar dat er — ook in de ijsverkoop — goede , zaken zijn gedaan, staat vast.

Youtube video over het NK 1964: Jo de Roo wielerkampioen 1964

Toen Janssen en Hub. Zilverberg aan de jas werden getrok­ken (25ste ronde) zaten zij in de groep, die een achterstand van 2,30 minuut had op Jo de Roo en Kees Haast, een duo dat op 24 sec. door Rik Wouters en Cees van Amsterdam werd gevolgd. Had Jan Janssen met succes de sprong alsnog kun­nen ondernemen? Zeker is, dat onze Tour-vedette danig werd „bewaakt”, aangezien de mannen die dezelfde trui als Kees Haast droegen – in de troep – klaarblijkelijk alleen oog voor Jan Janssen hadden en zich uitsluitend met hem onledig hielden. Koerstaetiek? Ploegverband in een voor individuelen uitgeschreven kampioenschap? De race werd natuurlijk – zeven coureurs voor de rechtbank is veel – gedevalueerd en vanuit dit oogpunt was het daarom dubbel gelukkig, dat Jo de Roo – door klasse en kunde, door de bezielende wil om te slagen – niet alleen de strijd redde, maar bovenal een wer­kelijk groot kampioenschap veroverde. Was Jo de Roo – al­les is mogelijk – in de eindfase b.v. op pech gestrand, dan hadden we deze nu geslaagde affaire, op de tweede rang moe­ten rangschikken, een produkt hoogstens geschikt voor de uitverkoop.

Voor de start Jos van der Vleuten in gesprek met Arie den Hartog

Peter Post kon niet present zijn (de motieven zijn genoeg­zaam bekend), Mart. v. d. Borgh kwam tijdens een trainings­rit ten val, Jan Hugens was nog niet hersteld van zijn bles­sures, Lex van Kreuningen sukkelde met een ziekte, Leo van Dongen (sleutelbeenbreuk), Ab Geldermans (operatie aman­delen), Joop v. d. Putten en Bart Solaro werden eveneens gemist, toen de zaak op gang werd gebracht. Fons Steuten en Werner Swaneveld leden dra bandbreuk, kwamen weer bij en intussen – al in de eerste ronde – riepen Eugene Beckers, Leo Coehorst en Bas Maliepaard zich tot aanvoer­ders uit: 1 minuut winst was zo voor elkaar en daar bleef het om schommelen (1.24 min. in de vierde omloop), totdat Beckers in zijn eentje aan de zesde ronde begon, om even nadien gezelsehap te krijgen van Werner Swaneveld en de strijdlustige Wim de Jager. De wielermannen vonden deze korte vluchten natuurlijk fijn, evenals zij Andre van Aert succes toewensten. Het gat (15 sec. op Jacob Tolhoek) was klein en voorin de meute peddelden steevast Jan Jans­sen, Hub. Zilverberg, Henk Nijdam, Jo de Roo, Arie den Har­tog.

HET KAMPIOENSCHAP van Nederland 1964 op de weg voor professionals en onafhankelijken, op het zonovergoten 8,5 km lange Adsteeg-circuit, in Beek verreden, heeft 'n groot winnaar opgeleverd. Jo de Roo immers behoort al enige jaren tot de upper-ten van de vaderlandse wielersport en is met zijn dubbele victories in de Ronde van Lombardije en Parijs-Tours, alsmede zijn klinkende victorie in Bordeaux-Parijs van enkele seizoenen terug, een van de na-oorlogse wielercoryfeeën. De eerste prijs in Beek was voor De Roo dus niet 't begin van een grootse carrière, maar betekende de vervulling van een lang gekoesterde wens. Begin september start de donkere Zeeuw ook als favoriet in de strijd om het wereldkampioenschap te Sallanches aan de voet van de Mont Blanc in Frankrijk.
V.l.n.r: Dick Enthoven, Leo Knops, Bart van de Ven, Kees Haast, Henk de Jong en Piet van Est.

We kregen Cees Snepvangers aan het bewind, een fase die in de 9e ronde werd ingeluid en die een winst bracht van 1.07 min. op Den Hartog, Leo Hermens, Dick Groeneweg en het vlak hierna voorbij stuivende peloton. Snepvangers ging voort: 1.37 min. in de 10e tour (Jan Schroder sleurde aan de groep), 1,25 min. in de 11e doorkomst – in deze periode kre­gen Cees van Espen en Lambert v. d. Ven een lege tube, kwamen snel bij, 1.50 min. op Schroder, Rentmeester, Lute en Damen in de 13e ronde, 1 min. hierna op v. d. Klundert die in de 15e ronde leider werd. Weg was Snepvangers, een nuk­ken vertonend achterwiel en een functie als toeschouwer.

Half koers twee bandbreuken van Kees Haast, leider werd Jacq. v. d. Klundert met op 45 sec. Wim de Jager, op 2.30 min. de door Buuts en Jo de Haan gedirigeerde troep. Van der Klundert scheen de smaak te pakken te hebben, 3.11 min. in de 17e ronde – Wim de Jager kwam in de stoet terecht – de „tert” werd bonkiger, de pedaalslag moeilijker en toen Jan Janssen en Cees Lute aan de troep begonnen te sleuren begon in feite de koers pas voorgoed. De “groten” zaten vooraan en inmiddels waren Le Grand, Jongejan, Pos, Snepvangers, Steenvoorden, v. d. Ven, Merckx, Coehorst en Dekkers van het lijstje geschrapt. Nog hield v. d. Klundert even stand: 58 sec., 20 sec. en het was gedaan. Andre van Aert solliciteerde naar een zekere rol, Jan Schroder moest afstappen – de Ruberg-sportbestuurder Wolfgang Gronen maakte dus de verre reis tevergeefs -, Eugene Beckers staakte en juist toen de jury het druk kreeg met de elders omschreven “drank­overtredingen” viel de slag, werd een definitief gewaad aan­getrokken.

Jo de Roo, Cees van Amsterdam en Kees Haast demarreerden op de Adsteeg (26 sec.), gingen naarstig door en de slag was in de maak, de ontknoping hing in de lucht. De Roo – soepel en welbewust, stug kijkend – had veel haast, de voorsprong van dit trio steeg tot een min. (23ste ronde) en toen opnieuw de Adsteeg in het gering kwam, kreeg Van Amsterdam kram­pen, werd afgehaakt en kwam bij Rik Wouters terecht, die naderbij kwam.

De stand: op kop Jo de Roo en Kees Haast, op 49 sec. Van Amsterdam en Wouters, op 1.44 min. Wim de Jager, op 2.07 min. de groep. Wim van Est moest afstappen, Jan Janssen en Hub. Zilverberg kregen dit vervolgens te ho­ren: Zouden Wouters en Van Amsterdam nog bij de kopman­nen komen? Het verschil bleef gering: 30 sec. in de 26ste ronde, 50 sec. in de 27ste en de winnaar moest toen onder dit viertal schuilen, daar De Jager op 4.15 min. doorkwam en het “wandelend” peloton op 5.05 min.

Op verschillende plaatsen langs het circuit werden de renners met tuinslangen verkoeling gebracht
OVER DIE JURYBESLUITEN waardoor Schröder, Knops, Janssen, Zilverberg, Linders, Lute, en Wim van Est uit de strijd werden genomen is heel wat te doen geweest. Wij blijven er echter bij dat reglementen er zijn om nageleefd te worden, maar van de andere kant was de toepassing ervan toch evenmin waterdicht. Wim v. Est bv. verklaarde dat hij zelf geen drinken van het publiek had aangenomen maar een slok had gekregen van Zilverberg die wél een.. fles bier van een toeschouwer had gegrepen. „En als jullie dat willen bestraffen", zei een verbolgen van Est „dan kunnen jullie het hele peloton uit de strijd nemen". De zeven genoemde renners hebben overigens tegen het jurybesluit protest ingediend bij de KNWU.

Meer en meer steeg het saldo van de twee leiders: 2 min., 3.12 min. Altijd Jo de Roo voorop, altijd Kees Haast aan het wiel van de briljante Zeeuw geplakt. Het publiek begon zich te roeren, begon De Roo aan te moedigen: “gooi hem los”. Jo de Roo keek verbe­ten, lachte even toen de bel voor de laatste ronde ging. Hij was zeker van zijn zaak, hij was de rapste en de sterkste at­leet. Hij schudde heel gemakkelijk Kees Haast van zich af en werd een gevierd kampioen. De vlucht van Jo de Roo, Kees Haast en Cees van Amsterdam luidde de afrekening in, na­derhand vochten Rik Wouters en Van Amsterdam manmoe­dig om de schade te beperken.

De ontknoping deed de mensenzee rechtveren en de bijna 40.000 toeschouwers – wat een meeleven – vonden het een tintelende finale, waren dik content, omdat Jo de Roo met de macht en de klasse van een grootmeester regelrecht op de kampioenstrui afreed. Een verdiende beloning, een succes waarop hij volstrekt recht had. Natuurlijk aan de finish een glunderende organisator, de heer Boss sr., die fier de massa overschouwde, die wel enige moeite had om Miss Beek op te diepen. Veertigduizend toeschouwers: kwam dit soms ook – gedeeltelijk – omdat de Limburgse kranten een voorbe­schouwing van een volle pagina publiceerden?

BRON GERARD SILLEN

Jo de Roo (winnaar) met rondemiss
Beroepsrenners: 1. en kampioen J. de Roo, Kruiningen, lie. 1, 255 km in 6.35.25 uur; 2. C. Haast,-Rijsbergen, lie. 64, 6.35.34 uur; 3. H. Wouters, Baarle Hertog, be. 65, 6.37.57 uur; 4. C. van Amsterdam, Bre­da, lie. 17, 6.38.11 uur; 5. A. den Hartog,; Zuidland, lie. 27, 6.40.36 uur; 6. H. Harings, Scheulder, lie. 153, 6.40.36 uur; 7. J. van der Klundert, Hoogerheide, lie. 56, 6.40.43 uur; 8. M. Breure, Rotterdam, lie. 78, z.t.; 9. J. de Haan, Huybergen, lie. 2, z.t.; 10. D. Groeneweg, Numansdorp, lie. 53, z.t.; 11. B. Maliepaard, Willemstad, lie. 13, z.t.; 12. P. Rentmeester, Al­benga Logrono, lie. 3, z.t.; 13. T. Sythoff, IJsselmonde, lie. 60, z.t.; 14. C. van Espen, Arnhem, lie. 58, z.t.; 15. J. Kersten, Siebengewald, lie. 50, z.t.; 16. W. de Jager, Den Haag, lie. 83, z.t.; 17. H. de Jong, St. Willebrord, lie. 85, z.t.; 18. P. Damen, Helmond, lie. 51, z.t.; 19. A. van Aert, Zundert, lie. 48, z.t.; 20. F. Steuten, Weert, lie. 70, z.t.; 21. H. Nijdam, Zundert, lie. 42, z.t.; 22. D. Enthoven, Stekene Waes, lie. 19, z.t.; 23. A. Donker, Amsterdam, lie. 166, 6.41.25 uur.

Wim van Est moest van de jury afstappen, hier bij de jury.
DUYCKER KAMPIOEN VETERANEN

Met een race over 25,5 km voor veteranen – eveneens om het nationaal kampioenschap – werd dit zonnig wielerfeest geopend. Schermutselingen, licht kaliber, meteen. Nu een drie man, dan vier aan de leiding, uiteindelijk zeven kop­lopers, waarvan eentje ietwat – een paar seconden – tekort schoot. De 38-jarige Duycker zegevierde; met 60 jaar was de Tilburger Otten de oudste deelnemer, de 58-jarige Rotter­dammer P. v. d. Broeck deed in jaren weinig voor hem onder.

Veteranen kampioen 1964 Willem Duyker
Veteranen: 1. en kampioen Willem Duyker, Amsterdam, lie. 3237, 25 1/2km. in 39.40 uur; 2. A. Geelhoed, Zwammerdam, lie. 3250, z.t.; 3. W. Zuiker, Etten, lie. 3208, z.t.; 4. A. Post, Baarn, lie. 3209, z.t.; 5. H. Hordijk, Rotterdam, lie. 3217, z.t.; 6. D. Vroege, Arkel, lie. 3225, z.t.; 7. A. Uitbeijerse, Rotterdam, lie. 3280, 39.44 uur; 8. J. Harmsen, Rotterdam, lie. 3234, 39.57 uur; 9. J. de Ruyter, Amsterdam, lie. 3240, z.t.; 10. D. Visser, Dordrecht, lie. 3241, z.t.; 11. F. Buijink, Den Haag, lie. 3214, z.t.; 12. M. de Bruijn, Roosendaal, lie. 3268, z.t.; 13 T. Valkhof, Spijkenisse, lie. 3256, z.t.; 14. J. de Klerk, Breda, lie. 3267, z.t.; 15. H. Heiden, Rotterdam, lie. 3245, z.t.

Foto’s Leo Knops & fotocollectie Nationaal Archief

tekst: http://www.fotokoos.info/2020.1964.02.htm