1957-04-14 Valkenburg, Limburgs kampioenschap voor amateurs

Uit de plakboeken van Jan Hugens… … met dank aan Rob Pelt die me zijn Hugens-archief ter beschikking stelde.

Eerste zege bij de amateurs: meteen kampioen….

Jan Hugens greep onbedreigd Limburgse amateurtitel

Met ruim twintig seconden voorsprong stoof de slechts 18 jarige Jan Hugens uit Hoensbroek over de witte finishlijn, hetgeen meteen zijn eerste zegepraal bij de amateurs betekende, een victorie in het Limburgs kampioenschap, dat telde nog altijd dubbel.

Hugens heeft dit succes dubbel en dwars verdiend. Nauwelijks zat de eerste wedstrijdhelft erop, of hij toog alleen op zoek naar de overwinning.

Jan Hugens bij de laatste beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Voor velen langs het circuit leek deze ontsnapping te vroeg, maar de lange Hoensbroekenaar trok zich hiervan schijnbaar niets aan en slaagde er zelfs in een voorsprong te nemen van ruim anderhalve minuut.

De vierde beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Toen ontbonden een drietal moedigen hun duivels. Favoriet Lotz sprong achter demarant Willemsen aan en ook de pittige Knoops voegde zich hierbij. Dit drietal ontketende in de drie laatste ronden nog een furieuze jacht. Zij slaagden er dan ook in de voorsprong van Hugens aanmerkelijk te reduceren, maar hem ook maar enigszins te bedreigen konden zij niet.

Frits Knoops leidt de achtervolging op de Cauberg, foto archief Heemkundekring Echterlandj

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Onbedreigd ging Jan Hugens door de finish, terwijl Rene Lotz op fraaie wijze via een uitstekende sprint, beslag legde op de tweede plaats door Frits Knoops en Jan Willemsen in deze volgorde te kloppen.

Jan Hugens heeft de buit binnen, drinkt samen met Jan Willemsen (4e) een verdiende frisdrank, foto Hugens-archief Rob Pelt

Acht minuten nadat de profs gestart waren voor het kampioenschap van Nederland, werd het vertreksein gegeven aan de 56 Limburgse amateurs, die elf ronden oftewel 99 km voor de wielen kregen. Reeds direct na de start volgde een uitlooppoging van het trio Roth, Moonen en Hub Harings, maar lang duurde dit feest niet, want bij de volgende beklimming van de Cauberg was weer alles tezamen. Vervolgens waren het in de derde ronde van Breugel en Doek, die er tussen uit trokken. Zij wisten het twee ronden vol te houden, maar werden bij de beklimming van de Cauberg weer bij hun kraag gegrepen.

“Hier rijd ik een ereronde langs de tribunes in Valkenburg”, beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Nauwelijks was de rust hersteld of de latere winnaar van dit Limburgs kampioenschap plaatste zijn beslissende demarrage. Hij nam honderd meter, die hij in de afdaling langs de Sibbergrubbe tot ruim een halve minuut wist uit te breiden en in de zesde ronde to bijna een minuut. Als op vleugels reed de Hoensbroekenaar nog harder tegen de Cauberg op en nog sneller nam hij de afdaling, hetgeen hem opnieuw winst opleverde. Ruim anderhalve minuut drukten de chronometers langs het circuit af, ofschoon Doek, Steuten, Vranken, van Breugel en Steenbakkers een heftig tegenoffensief hadden ingezet..

 

“Hier feliciteert Rene Lotz (2e) mij met het behalen van het kampioenschap van Limburg voor amateurs 1957” beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Bewegende beelden van het Limburgs Kampioenschap op de Cauberg 1957 voor amateurs:

Met nog drie ronden voor de boeg noteerde Hugens nog steeds een voorsprong van één minuut vijftien seconden, een boni die wel iets slonk toen Willemsen, Lotz en Knoops twee ronden voor het einde een nieuwe poging ondernamen om Hugens’ voorsprong teniet te doen, doch zoals reeds verteld slaagden zij hierin niet.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Bij het ingaan van de laatste ronde hadden zij nog ruim één minuut goed te maken. Hugens kon het in deze laatste ronde dus wat kalmpjes aan doen, iets wat hij schijnbaar ook deed, want toen hij als glorieus overwinnaar over de witte streep stoof, bleek hij nog een voorsprong te bezitten van 21 seconden.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

De voorzitter van de KNWU, dr. P. van Dijk, verrichtte de huldigings-ceremonie en overhandigde de winnaar, die ietwat bedeesd deze ceremonie over zich heen liet gaan, de bloemen en de kampioenmedaille.

De uitslag luidde:

  1. en provinciaal kampioen van Limburg 1957: Jan Hugens, Hoensbroek
  2. R Lotz, Stein op 21 seconden
  3. Fr Knoops, Koningsbosch
  4. J. Willemsen, Nuth
  5. J. Doek, Heerlerheide op 1 min.
  6. J. Roth, Waubach
  7. P. Steenbakkers, Maastricht op 1 min. 10 seconden
  8. H. Harings, Sibbe
  9. J. Vranken, Eijsden op 1 min. 20 seconden
  10. J. Pieters, Maastricht
  11. H. Ehlen, Sittard
  12. F. Steuten, Weert
  13. P. Kohlen, Heerlerheide
  14. Fr. Ramakers, Echt
  15. W. Kamphuis, Sittard
  16. A. van Breugel, Heerlen
  17. J. van Kollenburg, Broeksittard
  18. M. Mater, Geleen
  19. G. Scholte, geleen
  20. J. van Eck, Schinnen

“Hier werd ik een paar dagen na het behalen van het kampioenschap gehuldigd” Hugens-archief Rob Pelt

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Piet Gommans geeft zijn mening.. Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

1936-06-08 Piet Gommans

Piet Gommans vertelt…

‘De tijden zijn veranderd, maar één ding is gebleven. Je moet hard op de pedalen kunnen trappen. Anders tel je niet mee.”

Limburgs Dagblad 4 Maart 1984:

door Wiel Verheesen

Alsof hij maandag vijfentwintig in plaats van vijfenzeventig wordt. Het gesprek met Piet Gommans uit de Buttingstraat in Hoensbroek is net een wielerkoers. Demarreren, stilvallen, weer aanvallen. „Zie je het de hedendaagse profs al doen?”, vraagt hij. „Met fiets en rugzak naar Brussel, daar per nachttrein naar Toulouse en vervolgens starten in een vierdaagse etappekoers met Parijs als eindpunt?”

Van de wedstrijd om de Ned. kampioenschappen op den weg 1936 wist de amateur Piet Gommans uit Reuver als eerste de finish te bereiken, zodat hij niet alleen kamp. amateur, doch zelfs algemeen landskampioen werd over alle klassen. (Mooi Limburg 13-06-1936)

Piet Gommans hoeft niet eens een tandje hoger te schakelen om het antwoord op de vraag te geven. Hij schuift een paar velgen, een trapper en een schroevendraaier opzij, richting mini-werkbank in de hoek van de kamer, want een dag zonder sleutelen aan de fiets is voor hem een verloren dag. „Man”, zegt hij. „Ze lachen je uit als je het hebt over de wijze hoe wij vroeger naar de koers trokken, zeker als ze horen, dat je aan een expeditie als Toulouse-Parijs een paar tientjes hebt overgehouden. Ze stappen liever in het vliegtuig en ze logeren in de beste hotels. Renners van vandaag de dag zijn Verwend. Zij hebben geen armoede gekend.” Piet Gommans, die in de Ronde Van Blerick 1948 zijn profloopbaan afsloot met een schedelbasisfracuur als gevolg van een zware val, heeft praktisch zijn hele leven in de wielersport doorgebracht. Hij zou, als iemand bij aanklopte, meteen als raadgever van jonge renners willen optreden.

Piet Gommans begon zijn wielercarrière in 1934. In 1936 werd hij Algemeen Kampioen van Nederland op de weg als amateur. Daarbij versloeg hij Cees Pellenaars die eerste bij de profs werd (zie finishfoto). De allerlaatste ronde die Piet Gommans gereden heeft, was de Oranje-ronde van Blerick (L)1948. Hij werd niet vermeld in de starterslijst maar ging toch echt van start. Thuis had hij al gezegd: ,,Dit wordt mijn laatste course, hier ga ik winnen!” Al snel was Gommans met drie man vooruit, er waren nog drie rondes te rijden en hij had op dat moment de meeste punten in het puntenklassement. Hij was bezig met een prima ronde te rijden, toen het noodlot toesloeg. Gommans reed op dat moment dicht langs het publiek om minder wind te vangen. Een kind dook ineens uit het publiek voor hem de weg op, om een blaadje van “Het Thuisfront”, dat men uitgooide, op te rapen. Gommans probeerde uit te wijken maar kwam ten val. De klap was zo hard dat hij aan de andere kant van de straat met zijn hoofd op de stoeprand terecht kwam. In het ziekenhuis constateerde men dat Gommans o.a. een schedelbasis-fractuur opgelopen had. De arts stond versteld toen hij na drie dagen uit de coma bijkwam. Piet Gommans heeft het van te voren geweten: De Oranjeronde te Blerick 1948 was werkelijk zijn laatste course, het einde van zijn wielercarrière! Piet Gommans kon na het beëindigen van zijn wielercarrière het wielerwereldje geen gedag zeggen en werd mecanicien van onze jongens. In 1949 ging hij als mecanicien al mee naar de Ronde van Zwitserland en uiteraard de Tour de France. De laatste ieder jaar tot en met 1957. Daarna heeft hij zelf de nodige begeleiding gegeven aan verschillende renners, zoals b.v. Jan Hugens.

Bericht uit Sportecho 5 april 1939: “Zoowel in de Nederlandsche, als in de Belgische pers – ook in ons blad – is gemeld dat de vorige week zondag Jan Gommers als 17e was aangekomen in den “Omloop van Luik”. Wij worden er echter op gewezen, dat hier een vergissing in het spel moet zijn en dat niet Jan Gommers uit Dongen, maar PIETJE GOMMANS uit Reuver (L), die enkele jaren geleden het algemeen kampioenschap van Nederland op den weg veroverde, deze prestatie te Luik leverde. We nemen van een en ander gaarne nota en spreken tevens de hoop uit, dat de sympathieke Limburger dit jaar weer eens goed aan zijn trek moge komen. Piet Gommans is lang door het pechvogeltje achtervolgd geweest en brak verleden jaar nog een pols, zoodat nu ook voor hem de zon wel weer eens mag gaan schijnen!” einde citaat Hetty Gommans

Hij bruist nog van energie. De fiets en alles wat daarmee verband houdt boeit hem, ook al heeft hij zijn herinneringen niet in plakboeken bewaard. Aan de muur hangt slechts één foto, die duidelijk maakt, dat men bij een wielerfan op bezoek is. „De renner, die je daar ziet is Hein Gelissen uit Beek. Het is een beeld van het WK 1952 voor amateurs in Luxemburg, waar een andere Limburger, Piet van den Brekel, gediskwalificeerd werd. Hij had van fiets verwisseld op een plaats waar het niet toegestaan was. Moet je nagaan. Van den Brekel was precies gelijk met de Italiaan Ciancola in eerste stelling over de streep geflitst, maar in plaats van de regenboogtrui of minstens een plaats op het podium werd hij uit de uitslag geschrapt.” Vanmiddag, als het peloton in de Omloop Het Volk over de Vlaamse hellingen en kasseiwegen dendert, op jacht naar winst in de eerste belangrijke koers van het jaar, zit Piet Gommans aan de TV gekluisterd. Niets van hetgeen de camera in de huiskamer brengt zal hem ontgaan, maar alléén de beelden van het strijd verloop zijn voor deze gouwe ouwe niet eens genoeg. Hij heeft té lang in het vak gezeten om ook niet verder te kijken. „Ik wil zien hoe de slag in mekaar steekt. Wie flikt wie? Welke belangen worden gediend? Moet er nog een rekening uit het vorige seizoen vereffend worden? Allemaal vragen, die mij boeien.”

https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMKB06%3A000008466%3A00007

1937 De eerste Nederlandse prof-wielerploeg Magneet – OK Cycles Bovenste rij van links naar rechts: Albert Gijsen, Gerrit Schulte, Janus Hellemons, Reynen, Aad van Amsterdam, Theo Middelkamp, Stuyts, Jan Gommers, Cees Bronger, Saarloos en chef d’equipe C. Blekemolen Niet op de foto: Ernst Muller, Jan Pijnenburg en Gerrit van de Ruit Onderste rij van links naar rechts: Van Nek, Braspenninx jr., J. Heeren, Lemmers, P. Gommans, M. Heeren, Van Gageldonk, Theuns, Koppelmans

Hij is, de vroegere wegkampioen en mecanicien van Pellenaars’ Tour de France ploeg, op dezelfde dag jarig als Gerrie Knetemann. „De zesde maart. Het verschil zit ‘m overigens niet alleen in het bouwjaar”, aldus Gommans. „Zo link als De Kneet in de koers en ook daarbuiten is, zo gehaaid ben ik nooit geweest. Het verandert verder niks aan mijn opvatting over hem, dat hij een toprenner is geweest.” Iemand uit een gouden generatie waartoe ook Jan Raas, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper hebben behoord. „In een eerder stadium hadden wij eveneens van dergelijke toppers. Denk maar eens aan Jo de Roo, Peter Post en Jan Janssen, of nóg eerder aan Wim van Est, Jan Nolten, Wout Wagtmans, Theo Middelkamp en Gerrit Schulte. Begrijp me goed. Ik kan mij wel een^ opwinden als ik zie hoe perfect alles voor de hedendaagse renners geregeld is in tegenstelling tot vroeger, maar ik weet ook als geen ander hun prestaties te waarderen. Daar doen de commerciële belangen, waar ik het al over had, niets aan af.” Betere verzorging, uitgekiend materiaal, ploegensysteem en premiestelsel. De tijden veranderen. Oók in het cyclisme. „Het zijn”, zegt hij, „allemaal prima zaken, maar het komt er in eerste instantie toch op aan, datje zo hard mogelijk op de pedalen kunt duwen. Als je in de finale niet bij de eersten zit tel je niet mee. De vorstelijke bedragen gaan dan naar andere bankrekeningen.

Limburgs Dagblad 4 maart 1984 Klik en lees de krant

Piet Gommans (‘Limburger in hart en nieren’) vormt al een twee-eenheid met de wielersport sinds hij met de bagage sjouwde van renners, die op het vroegere baantje van Blerick aan de slag gingen. „Mijn ouders hadden vlakbij de baan een café. Amper een halfjaar -na mijn geboorte in Heer waren zij naar het noorden van de provincie verhuisd. In het café kwamen de : renners vaak hun gewonnen prijzen ophalen. Ik raakte helemaal in de ban van de sport. Nu nog ruik ik de massageolie op de benen van Richter en Moeskops, legendarische sprinters uit een lang vervlogen tijdperk. Mijn vader» vond het maar niks, dat ikzelf ook wilde koersen. Het plan liet mij niet los en toen wij naderhand naar Reuver verhuisd waren begon ik te sparen om een racefiets te kunnen kopen. Ik was negentien toen mijn droom in vervulling ging.

Nieuwe Venlosche courant 13 Juni 1936

Drie jaar later werd ik op dezelfde fiets kampioen van Nederland. Het was 8 juni 1936, de verjaardag van mijn vader.” De titel werd behaald in Hoogerheide. Het was een open kampioenschap. Profs, onafhankelijken en amateurs tegelijk aan de start. Ruim driehonderd man in totaal. Iedere categorie, inclusief de naderhand opgeheven klasse van onafhankelijken, kreeg wél een aparte kampioen. Piet Gommans was nog amateur. Kees Pellenaars, die op de tweede plaats beslag legde, veroverde de hoofdprijs bij de beroepsrenners. „De Pel probeerde mij voor zijn karretje te spannen. Wij maakten deel uit van een kopgroep, die uit een man of negen bestond. ‘Trek je de sprint voor mij aan?’, vroeg hij in de laatste ronde. ‘Ik zal je goed betalen. Bovendien word jij dan toch nog eerste van de amateurs. Ik gaf geen antwoord. Bekijk het maar, dacht ik. Een paar kilometer vóór het einde demarreerde ik. Toen ik omkeek zag ik, dat ik dat de kans er was om stand te houden.” Het lukte. Aan de streep had hij twee lengten over. Hoewel Pellenaars als profkampioen gehuldigd werd keek hij allesbehalve vriendelijk naar Gommans.

Uit het prachtige boek Heerlen Wielerstad door Wiel Verheesen: Over de wielerhistorie van een stad Ter gelegenheid van de Europese Kampioenschappen tijdrijden voor Beloften die in 2006 in Heerlen zijn gehouden heeft sportjournalist Wiel Verheesen de rijke wielerhistorie van Heerlen opgetekend. In een reeks verhalen komen niet alleen de wedstrijden en organisaties van recente datum aan de orde. Er wordt ook teruggegaan naar de eerste decennia na de oorlog en naar de periode die aan de Tweede Wereldoorlog voorafging. Wiel Verheesen schrijft over het Nederlands kampioenschap in 1929 met Joep Franssen, over mensen als Piet Gommans, Jan Hugens en Eddy Merkx, over de Ronde van Nederland in 1948, het kunstwielrijden op Heerlerheide, over de KKK-ronde en de Omloop van de Mijnstreek en uiteraard de Profronde: show en amusement, ook over de veldrit in Hellegat en de Amstel Gold Race. Kortom, een boek dat tekst en uitleg geeft over alle evenementen en persoonlijkheden die in Heerlen met wielrennen te maken hadden.

„Naderhand hebben wij het goed met mekaar kunnen vinden. Dacht je anders, dat ik in de jaren vijftig een aantal keren met hem als mecanicien naar de Tour de France was getrokken?

Limburgsch Dagblad 11 Augustus 1950: Piet Gommans glundert bij het ophalen van oude herinneringen, waarbij figuren uit een voorbije periode van de vaderlandse wielergeschiedenis verschijnen als Janus Hellemons, Buuron, Hopstaken, v.d. Heijden, Valtentijn e.a., Je moet weten, dat ik al van mijn zesde jaar af met mijn vader naar het wielrennen ging kijken. Ik was zo trots als een aap, als ik het koffertje van een of ander grootheid mocht dragen en als je dan nog een kwartje kreeg voor dat karweitje was je dag helemaal goed”. Van dat alsmaar rennen zien kreeg Piet Gommans zelf goesting erin en op 1 Aug. 1933 werd hij lid van wielerclub „De Valk” te Blerick en trad als actief renner op. Het duurde niet lang, voordat Piet Gommans op de voorgrond trad en toen hij in Juni 1936 — hij, de amateur die algemeen kampioen van Nederland werd, was hij een onzer sterkste troeven voor de Olympiade in Berlijn. Hij zou de Olympische Spelen niet beleven, aangezien hij tijdens de selectiewedstrijden ziek werd. „Ik was in die dagen een beetje overtraind en bovendien voelde ik mij niet goed. Tot op vandaag weet ik nog niet wat mij overkomen is”, vertelt Piet Gommans verder, alsmaar namen en dat: uit zijn geheugen goochelend. Maar we ging hij datzelfde jaar met Gerrit Schulte, naar de wereldkampioenschappen op de weg in Zwitserland. Het fortuin was hen hier niet gunstig. In de 14e ronde kreeg hij een lekke band, en dat bezorgde hen een achterstand van 7 minuten Deze tegenslag is typisch voor de pech vogel Piet Gommans geweest. Pechvogel ja dat is hij inderdaad geweest. Geen greintje fortuin heeft Piet Gommans in zijn carrière ontmoet. In 1939 marcheerde hij, zoals de Vlamingen het plegen te noemen, terribel en in 1940 toen Piet Gommans op het punt stond grote beloften in te lossen ontketende nazi-Duitsland de tweede wereldoorlog in al zijn hevigheid, ieders en ook zijn illusies vernietigend. Tijdens de bezetting stond zijn fiets op zolder, maar niet zodra waaide de wind weer uit een gunstige hoek en nam het vaderlandse wielerleven zijn aanloop naar een normaal niveau of Piet Gommans hervatte zijn oude stiel, reed overal, waar hij maar kon en was ook in België een graag geziene coureur. Maar in 1948 maakte een ernstige val te Blerick aan zijn carrière ’n einde. Hij, die al negen maal zijn sleutelbeen brak, liep toen een schedelbasisfractuur op, zweefde enige maanden op de rand van de dood, maar tegen het einde van het jaar herstelden zijn krachten en in Jan. 1949 keerde hij in de huiselijke kring terug. Hij achtte het toen maar het beste om er een punt achter te zetten. Hij ging in de groothandel van zijn schoonvader, en zou een gezapig burger zijn geworden, ware het niet, dat de liefde voor de wielersport diep in zijn hart nog brandde en toen hij de uitnodiging kreeg om als mecanicien van de nationale ploeg in de Ronde van Nederland op te traden, greep hij de kans met beide handen aan….

Limburgs Dagblad 30 juli 1955: De groeten uit de Tour En hier is dan de beloofde kaart van Piet Gommans uit Hoensbroek van de Nederlandse Tour de Franceploeg met de hartelijke groeten aan alle sportvrienden en bekenden. De kaart is ondertekend door Wim van Est. Jan Nolten, Jef Hinsen, Wout Wagtmans, Daan de Groot, Hein van Breenen, Piet Gommans, Jos. Guerlache, Cees Joossen en Kees Pellenaars.

Onvergetelijk jaren. Weetje nog? Wim van Est als eerste Nederlander in de gele trui en vervolgens bij de afdaling van de Col d’Aubisque in het ravijn. Of Jan Nolten, die zich manifesteerde als een klimmer van wereldformaat en duelleerde met Coppi, Bartali, Geminiani en andere toppers. Nolten was een groot renner, maar te wisselvallig om uiteindelijk de grote slag, een ereplaats of nóg meer, in de Ronde van Frankrijk binnen te halen.” Wout Wagtmans is er dichter bij geweest, zowel in 1953 als 1956, maar ook hij redde het niet. Het is alsof Piet Gommans weer met het witte eskadron over Alpen en Pyreneeën trekt als hij terugdenkt aan de euforie van toen.

PIET GOMMANS UITVERKOREN VOOR DE MAGNEET-PLOEG. In navolging van enkele grootere rijwielfabrieken in het buitenland, heeft de Magneet-rijwielfabriek te Weesp het plan opgevat om nog dit jaar een eigen ploeg samen te stellen, die zal uitkomen op diverse grootere internationale wegcoursen. Reeds heeft bovengenoemde fabriek een keuze gedaan uit de voornaamste en beste wegcoureurs van Nederland, ten einde dit plan zoo goed mogelijk te doen slagen. Tot een dezer uitverkorenen behoort onze algemeen kampioen op den weg, Piet Gommans, die, met nog enkele renners van super klasse, in de komende wedstrijden de Magneet-kleuren zal verdedigen. Gemeld zij nog, dat dit de eerste Nederlandsche fabrieksploeg zal zijn. (Mooi Limburg 10-04-1937)

„Ik weet nog, dat wij tijdens de Tour 1953 een rustdag hadden in Monte Carlo. De ploeg was uitgenodigd door een Nederlander, die aan de Rivièra een hotel had. Iedereen ging mee, behalve Wagtmans. ‘Ik concentreer mij op de etappe van morgen’, zei hij. ‘Die win je toch niet voegde Gerrit Voorting er aan toe, want Gino Bartali is jarig. Reken maar, dat hij zal toeslaan. Hoe de verjaardag van Bartali verder is verlopen doet verder niet ter zake, wél dat hij in Gap als tweede over de finish reed, enkele seconden na … Wagtmans.” Het nationaal kampioenschap, dat Piet Gommans in 1936 veroverde leverde hem een afvaardiging naar de wereldkampioenschappen op. De titelstrijd werd in Zwitserland verreden. „Ons land had een volledige profploeg afgevaardigd, maar bij de amateurs waren wij met slechts twee man present. Gerrit Schulte en ik. Geen van de twee bereikte de finish.”

Piet Gommans (foto wielersite.net)

„Weet je wat ik mij van de trip ook al tijd herinner? Arie van Vliet werd op de Oerlikonbaan in Zürich wereldkampioen sprint. De volgende dag zijn wij met heel stel naar Küssnacht getrokken. Daar werd een herdenkingsbijeenkomst gehouden op de plaats waar precies een jaar eerder de Belgische koningin Astrid bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen.”

De Waarheid 25 Augustus 1951

Als Piet Gommans, die jarenlang in Hoensbroek een rijwielzaak had, over zijn eerste WK vertelt en daarbij de naam van zijn toenmalige ploegmakker Gerrit Schulte laat vallen, voegt hij er onmiddellijk aan toe hoeveel bewondering hij altijd voor deze wielerreus heeft gehad. „Schulte was uniek. Een vechter van nature. Hij had geen doping nodig. Zijn karakter was al een enorme stimulans. Op een gegeven moment, het was in Olympia’s Tour door Nederland voor amateurs op het einde van de jaren vijftig, zei hij tegen mij: ‘Piet, nu heb ik mijn betere ik ontdekt. Ik wist meteen wat en wie hij bedoelde. Schulte was in de ban van mijn plaatsgenoot Jan Hugens, die toen nog aan het begin stond van zijn loopbaan.” Hugens verwierf als piepjong amateur reeds faam als tijdrijder. Hij schitterde in alle grote koersen en het was logisch, dat men hem een geweldige carrière als prof voorspelde.

GOMMANS WEER ONAFHANKELIJKE Men zal zich herinneren hoe 3e Limburgsche amateur-renner Piet Gommans eind 1936 te Hoogerheide algemeen kampioen van Nederland werd. Hij is daarop naar de klasse der beroepsrenners overgegaan, reed hier bijwijlen uitstekend, doch had dan weer £ Gommans heeft nu voor dit seizoen besloten het als onafhankelijke te probeeren omdat hij dan aan meer wedstrijden kan deelnemen. Bovendien hoopt hij bij deze categorie het perioden dat het heelemaal niet ging. zelfvertrouwen te herwinnen dat hem terug den renner zal doen zijn die in 1936 te Hoogerheide 300 concurrenten uit het wiel reed.

„Hij heeft”, zegt Piet Gommans, „schitterende dingen laten zien, maar hij werd niet de internationale topper, die hij had kunnen worden. Wijlen de fameuze Jacques Anquetil, uurrecordhouder en vijfvoudig winnaar van de Tour, kocht hem weg. Anquetil sloeg twee vliegen in een klap. Hij had een ijzersterke helper aan zijn zijde en tegelijk een concurrent minder. Man, als ik in gedachten Jan Hugens weer zie rijden, dan denk ik: hij had de grote klasse.”

Op zekere dag stond Piet Gommans voor de keuze, of in de handel van zijn schoonvader gaan of in het vak stappen, dat zijn hart had. Piet Gommans koos het laatste en zo kan men hem sedert een maand of drie in een rijwielzaak aan de Amstenraderweg te Hoensbroek vinden, waar hij voor zich en. de zijnen een goed stuk brood verdient. Zijn halve familie van vaders kant zit in de metaalindustrie en waar Piet Gommans van huis uit niet alleen machinebankwerker is, maar bovendien in zijn beste jaren een coureur van erkende kwaliteit en klasse was lag het voor de hand, dat hij het laatste koos, waarvoor hij enige papieren en diploma’s in de wacht moest slepen, zonder welke hij een eigen zaak niet kon beginnen, al viel aan zijn vakmanschap niet te twijfelen. He: bloed kruipt nu eenmaal waai het niet gaan kan en zo loopt Piet Gommans met grote en kleine sleutels in zijn werkplaats rond, repareert en verkoopt fietsen en tussen zijn dagelijkse beslommeringen door treedt hij op geregelde tijden als mecanicien van de Ned. Tour de France-ploeg op. Dezer dagen nog pakte hij zijn koffers met allerhande materiaal, aangezien de N.W.U. zijn diensten weer van node had voor de Ned. ploeg in de wereldkampioenschappen te Luik en Moorslede. Piet Gommans is als het ware met de wielersport vergroeid en er is maar weinig voor nodig om hem aan het praten te krijgen over zijn overigens niet erg fortuinlijke carrière — hij brak negen maal zijn sleutelbeen en zijn laatste val in Blerick bracht hem aan de rand van het graf— en hij overrompelt zijn bezoeker met jaartallen en data, dat zijn vulpen over het papier van zijn blocnote schiet om hem op de voet te kunnen volgen. Klik op de krant en lees verder..

1935-10-05 1e Ronde van Valkenburg

In navolging van het succes van de eerste wielerwedstrijd voor beroepsrenners op Limburgse bodem zoals gehouden in 1934 te Eygelshoven (lees het verslag alhier) ontstond bij de Valkenburgse wielerclub “Vooruit” en het comité “Valkenburgs Belang” het voornemen ook in Valkenburg een criterium te organiseren. Het gemeentebestuur stond garant voor het financiële risico en de districtsconsul van de NWU, dhr. Moeskops gaf zijn goedkeuring voor het uitgestippelde 1700 meter lange parcours. De kleedgelegenheid voor de coureurs was gevestigd bij zwembadencomplex van Otermans

Ronde van Valkenburg 1935: Start en finish bij hotel Rozenhof, het huidige Chinees Indisch Restaurant China, foto © Jo Hendriks

Als men in een plaats voor het eerst, een ronde organiseert, kan het licht gebeuren, dat er aan de organisatie hapert. Bij het houden van een wedstrijd als deze komt zoveel kijken, dat de oppervlakkige toeschouwer er zich nauwelijks een denkbeeld van vormen kan. Valkenburgs Belang heeft echter op kranige wijze gewerkt, om de vele moeilijkheden te overwinnen en het is schitterend gelukt. Men heeft een terecht verdiend succes gehad. Tribunes waren gebouwd, men had voor een keurige afzetting gezorgd langs heel het parcours, een mergelmuur werd bij de destijds doodlopende Prins Bernhardlaan gedeeltelijk afgebroken om de renners doorgang te verlenen richting Koningswinkel alwaar de renners via het terrein van de Leeuw-bieren fabriek de finishstraat konden bereiken. Het stuk parcours vanaf die doorgang in de Prins Bernhardlaan naar de koningswinkel, langs de Geul en de zwembaden bestond uit een weiland waar voor de renners een met paaltjes afgerasterde met mergelgruis bestrooide weg was uitgezet. Een uitgebreide regelingscommissie voorkwam iedere ongerechtigheid. Deze en nog vele andere omstandigheden werkten samen  dat achtduizend bezoekers tevreden over het sportief gebeuren ’s avonds terugkeerden. Daar kwam nog bij dat het weer dat zich aanvankelijk nogal dreigend liet aanzien, echter rond het middaguur veel beter werd zodat menigeen die misschien niet van plan was naar Valkenburg te gaan, misschien op het laatste moment er toch nog toe is overgegaan. En men zal er geen spijt van gehad hebben….

Het 1700 meter lange parcours 1e Ronde van Valkenburg 4 oktober 1935

Jammer was dat door het optreden van een of meer personen, het bijna mogelijk was geweest, dat de wedstrijd voor een belangrijk gedeelte zou worden gestoord. Op het weggedeelte achter het Pavillon, bij de Prins Bernhardlaan, had men namelijk de laffe streek uitgehaald door spijkertjes op de weg te strooien, om daardoor te bereiken, dat de renners zoveel mogelijk lekke banden zouden krijgen en om deze reden de strijd zouden moeten staken. Gelukkig is het zover niet gekomen, omdat veldwachters, commissieleden en personen uit het publiek het bijtijds merkten en ervoor konden zorgen, dat de spijkers zo veel mogelijk van de weg werden verwijderd. Het verloop van de wedstrijd werd hierdoor gelukkig niet verstoord.

De wedstrijd voor de profs was een zeer zware strijd en daar het parcours vooral op dit ene gedeelte zeer lastig te berijden is, werd er toch een schitterende tijd gemaakt. Er werd met ’n gemiddelde van 37.5 km gereden. Een woord van lof komt hier zeker toe aan de jonge Valentijn, die langen tijd alleen heeft gestreden doch tenslotte bezweek. Ook Kees Pellenaars kan op een schitterende koers terugzien, doch had te veel van zijn krachten geëist door telkens bij te spurten om in de eind spurt nog te kunnen winnen. De Belgen hebben ook ditmaal weer met de nodige tactiek gereden en wierpen zich pas op het laatste nippertje met volle kracht in den strijd. Een woord van hulde aan Lambrichs, die op het laatste door een val uit de strijd raakte, is hier zeer zeker op zijn plaats want gedurende heel den wedstrijd bleef hij bij de leidende groep. Ook Joep Clignet en Ramaekers kwamen door valpartijtjes achter, zo ook Muller. Ook Kortis reed een goede wedstrijd en eindigde als eerste Limburger. Valkenburg Omhoog heeft met deze ronde wel het nodige succes gehad.

Limburger koerier 4 oktober 1935

Voorbeschouwing Limburgs dagblad vrijdag 4 oktober 1935

Wie wint de ronde van Valkenburg?

Morgen wordt de Ronde van Valkenburg gehouden. Het comité dat met de organisatie hiervan is belast, heeft de zaken keurig voor elkaar gekregen, ’n Groot aantal prijzen zijn verzameld maar wat de sportliefhebbers meer zegt, is dat een veld van puike renners bij elkaar is gebracht. Om 12 uur starten de Nieuwelingen. Hieronder schuilen uitstekende krachten, die voor een spannende strijd kunnen zorgen. Om 1 uur starten de Amateurs waaronder zich verschillende renners van naam bevinden, die elkaar heftig de zegepalm zullen betwisten. Eerstens de Nederlandse kampioen op de weg 1935, Hein Jansen te Breda. Als men kampioen van Nederland is, moet men ook wat in de benen en spieren hebben. Nietwaar, Jansen? Maar Jansen moet er in Valkenburg ook niet te licht over gaan denken, want naast “de Rode Duivel” die Frans Reijnaerts heet, zal hij ook moeten afrekenen met den Maastrichtenaar Sijen, die in België woont en met Guill. Hermans van Banholt, eveneens een amateur, die in België in de kermiskoersen zijn leerschool heeft doorlopen. En Hermans zou morgen ook zo graag winnen en hij heeft veel voor door zijn rijden in België, evenals Sijen. Doch daar zijn er nog meer. Zou Juulke Beckers niets gelegen liggen aan een overwinning? De kampioen van Limburg op de baan 1935 (lange afstand) kan ook op den weg rijden en heeft hier reeds meermalen blijk van gegeven. En de sterke Martinussen van Gulpen, mogen we die door de zeef laten vallen? Bij lange niet! Roermond is sterk vertegenwoordigd door Lammertz, Schemen, Gommans (Reuver) en Motké. En uit het naburige Sibbe komt Jeufke Hendriks om de ronde te betwisten. Dat is er eentje, ja, om zo onopgemerkt als het spel in vollen gang is, er tussen uit te muizen en om doodeenvoudig als eerste over de eindstreep te bollen. Maar zulks zal in Valkenburg moeilijk gaan, omdat er vele goeden tussen zitten, die hun ogen den kost geven. De renners uit onze omgeving hebben natuurlijk wat voor op die van Roermond en daarom zullen we ook uit de „Zuidelijken” de overwinnaar moeten gaan zoeken. Maar bij de Zuidelijken mogen we kampioen Jansen niet uitsluiten. Vooruit dan Jansen, Sijen, Hermans Beckers, Martinussen, Lemmens (Gulpen), Hendriks en Frans Reijnaerts, in volle macht naar de eindstreep. Dan vrezen we dat Lemmens wat licht zal zijn en we de overwinnaar moeten zoeken tussen Jansen, Sijen, Hermans, Beckers, Martinussen, Hendriks en Frans Beijnaerts. Met dergelijke concurrentie moeten we Frans Reijnaerts laten vallen, ofschoon hij op training goed is, doch training is nog geen wedstrijd om de zege te bemachtigen.

Als Hubert Sijen mee start, we zagen hem o.a. rijden in Hoensbroek, dan vermoeden we dat zelfs onze Nederlandse kampioen het niet bij hem zal halen en dat zelfs een Hermans, Hendriks, Beckers en Martinussen voor hem moeten onderdoen. We sluiten dus met de amateurs met Sijen als vermoedelijke overwinnaar, doch met de overigen op de ereplaatsen. Aan hen om te bewijzen, dat we ons in hen vergieten en dat Sijen, zij het maar met een banddikte, bij een hunner tekort komt. De race tussen profs en onafhankelijke die om 2.30 starten, zal ongetwijfeld de meeste interesse trekken, al was het alleen maar om het starten van Pijnenburg, die te Valkenburg wil tonen, dat hij ook op de weg tot goede prestaties in staat is. Het zal Jan niet gemakkelijk gemaakt worden. Wegrenners als Valentijn, v.d. Ruit, van Oers, Heeren, Braspennincx en in mindere mate wat Pellenaars zullen het moeilijk kunnen verkroppen, dat Pijnenburg hen op de weg de loef zal afsteken. Onze Limburgse jongens zullen natuurlijk alles in het werk stellen, de beste prijzen in Limburg te houden.

May Velraeds uit Waubach

Naast deze renners van buiten Limburg vinden we als Limburgse deelnemers: Muller, Velraeds, Vluggen, Klignet, Wagenaars, Willy en Jeu Vroomen, Vinders, Korlis, Gebroeders Vaessen, Kempeneers, Lambrichs, van Wunnick, Benzen. Pekel, Scholten, Kersten, Wollenberg, Le Haen, Martens, Bindels, Helders, Ramaekers, Pex, Van de Belgen, die aan den start verschijnen, zijn Mertens, Duerlo, Verhaegen en de gebr. Cardinaels de meest gevreesde. Als men uit de grote groep deelnemers herhaalde malen schift, en de kansen berekent, blijven tenslotte Marinus Valentijn, van der Ruit, de Groen, de jonge Braspennincx, Pellenaars, Willy Vroomen, Muller, Velraets, Ebeling, Duerloo, Mertens, Mathie Cardinaels, Verhagen, Gardier, Juul Schepers over, die het meest voor den eerste prijs in aanmerking komen. Wij blijven menen, dat de drie Limburgers in de laatste zifting nog niet er door vallen, want de flinke prijzen werken aanlokkelijk en ze zullen alles of niets spelen om in Valkenburg te winnen! En Muller èn Willy Vroomen zouden het zo graag, terwijl Velraets meer in stilte belust is op een zege. Toch moeten we hem laten vallen, en in het geweld van een hevige sprint — als er ten minste op het laatste niet uit elkander wordt getrokken en verspreid komt te liggen — zal ook een Ebeling het wel niet kunnen bolwerken.

Links Kees Pellenaars rechts Jeu Vroomen

Wat rest ons nu nog? Valentijn, van der Ruit, de Groen, de jonge Braspennincx, Pellenaars, Willy Vroomen, Muller, Duerloo, Mertens, Cardinaels en Verhagen, want Gardier en Scheepers zien we in het laatste geweld bezwijken.

Moeten we nu vier Belgen tot bij de allerlaatsten overhouden? Wegcijferen kunnen we ze niet, want als Louis Duerloo (de winnaar van de laatste Ronde van Vlaanderen) en Jan Mertens, om er twee te noemen, die we tot het allerlaatste houden, uit pure lichaamskracht de pedalen gaan martelen en weest er van verzekerd dat het gebeurt, want het zijn zoveel frankskes die flinke prijzen, dan voorzien we, dat onze jonge Braspenninx, Muller en ook Pellenaars, al was hij in 1934 wereldkampioen bij de amateurs en al is hij een geboren wegrenner, voor dat machtsgeweld moeten zwichten.

Jan Pijnenburg

Laurents de Groen, de man die aast op een plaats in de Ronde van Frankrijk, hij zal zich vastklampen, hij zal zich geven met alles wat in zijn Hollands lichaamsgestel aan macht en spieren aanwezig is, want de heren van de N.W.U. zullen hem in de gaten houden. Daarbij de wegkampioen Marinus Valentijn en de sluwe van der Ruit, die kost wat kost willen laten zien, dat met hen niet te spotten valt en Willy Vroomen zullen ons inziens den helse dans tot aan de eindstreep moeten doormaken. De Groen, Valentijn, van der Ruit, Willy Vroomen, Duerloo en Mertens in een flank aan flankgevecht voor de mooiste zege van het laatste weg-wielerfeest in Limburg! Dat zal begeestering brengen en als de duizenden aanwezigen zich dan niet sparen om Valentijn, van der Ruit en ook onze Limburger Willy Vroomen aan te moedigen en ook om de Groen die aanmoedigingen te geven die een renner vleugels geeft, met andere woorden, als we onze vier kleppers de Groen, Valentijn, van der Ruit en Willy Vroomen langs het parcours aanmoedigen, dan moeten we dan een Belgische zege voorspellen? Nee, als die vier meekomen in de eindsprint, weet gij wat we dan zullen zien, het zij gegeven dat Willy Vroomen tot het laatste toe fris blijft?

Links Marinus Valentijn (Nederlands kampioen 1935) en rechts de belg Jan Mertens

Dan zien we die kleine Limburger zijn lang gerekt lijf in de laatste meters zijn fiets naar voren werpen en dan… Willy zoudt ge het klaar spelen om uw geweldig sterke tegenstrevers, zij het dan ook maar met een banddikte achter je te houden? Als dat gebeurt, dan krijg je een ovatie, zoals je die nimmer op een zesdaagse gehad hebt! Maar als Valentijn en de Groen met van der Ruit eens samenpakken en dermate demarreren en als echte baanduivels zullen te werk gaan, zo, dat Willy en ook de twee Belgen hun wiel niet kunnen houden? Dan zien we onzen landskampioen Marinus Valentijn zegevieren en geheel alleen als eerste over den eindstreep suizen. Doch omgekeerd kunnen ook Duerloo en Mertens champavie spelen en er tussen uit suizen. We krijgen dan een kans voor een Belgische overwinning, doch ook twee kansen, namelijk een voor een buiten-Limburgse overwinning, Valentijn, de Groen of van der Ruit en één voor een- Limburgse eindsprintoverwinning met Willy Vroomen. Wat zal het worden? We hopen, dat het Valentijn of Vroomen zal zijn, doch mocht het een Belg worden en dan houden we op Mertens, dan zal hij even uitbundig worden toegejuicht alsof het een was uit onze eigen streek. Sport moet immers geen grenzen kennen.

DEELNEMERS PROFS EN ONAFHANKELIJKEN. (Over 60 ronden).

Nederlanders: Jan Quax, Koumans, Mariens, Le Haen, L. de Groen, Ger. Bindels, Jos. Pex, H. Helders, C. Wollenberg, Piet Kersten, P. Ramakers, W. Scholten, R. Pekel, W. Renzen, P. van Wunnick, J. Clignet, J. Lambrichs, K. Kempeneers, H. Kortis, J. Vinders, Karel Vaessen, Am. Vaessen, H. Wagenaar, P. Vluggen, Math. Velraeds, Mathieu Vroomen, Willy Vroomen, E. Muller, J. Braspenninx, K. Valentijn. F. Mosterd, J. Pijnenburg, Kees Pellenaars, Cees Heeren, A. Braspennincx, Thijs van Oers, G. v. d. Buit, M. Valentijn.

Buitenlanders: Leon Donnay, Jos. Hamal, P. Cardeynaels, K. Verpoorten, Jules Schepers, Jos. Lambet, M. Cardeynaels, Karel Verhaegen, Frans Gardier, Louis Duerloo, Pol Mertens, A. Ebeling.

Amateurs (over 25 ronden)

P. Bovendeaard Sittard; H. Sijen Maastricht; L. Motke Roermond; F. Schipper Bingelrade; J. Hendriks Tilburg; Ch. Kropma Nijmegen; W. Kleyne Nijmegen; H. Peters Eindhoven; Jos. Hendriks Sibbe; J. Schemen Roermond; J. Kloth Kerkrade; Frans Reynaerts Valkenburg; J. L. Stevelmans Lutterade; N. de Vries Simpelveld; P. L. Gommans Reuver; Chris v. Dooren Maastricht; Mart. Mulders Schaesberg; W. van Ommeren Amby; H. Eykenboom Rothem-Meerssen; N. Slangen Maastricht; J. Gulikers Maastricht; H. Ramakers Klimmen; J. Geilenkirchen Spekholzerheide; J. Meyer Chèvremont; A. Volkers Maastricht; Math. Diriks Maastricht; N. de Witte Brunssum; H. J. Luthjens Schaesberg; Guill. Hermans Banholt; W. Lemmens Gulpen; H. Jansen Breda; H. Martinussen Gulpen; Fr. Lammerts Roermond; M. Lebon Maastricht; M. Wolfhagen Brunssum; Jules Beckers Heer.

Nieuwelingen (over 15 ronden).

Pijnenburg, Tilburg; Ch. Hofman, Roermond; N. Ploum, Chèvremont; R. Scheepers, Stein; .Oosterbosch, Schinveld; Hub. Steijns, Maastricht; H. Knarren, Vaals; W. Smeets, Heer; J. Kurent, Neerbeek; H. v.d. Berg, Berg a.d. Maas; Theo Kicken, Heerlen; J. Nacken, Kerkrade; H. van Loo Gulpen; J. Banken Ubach over Worms; A. Jansen Nieuwenhagen; J. Kohlen, Heerlen; N. Bogaert, Maastricht; N. J. Janssen, Waubach; H. Vossen, Heerlen; P. Willems, Maastricht; W. Plum, Kerkrade; F. Mulders, Schaesberg;- J. Scheeren, Terwinselen; J. Penders, Geleen; .1. Quaedvlieg, Heerlen; J. Hilgers, Rumpen; H. Dortans, Heerlerheide; Nico Jansen, Maastricht; Victor Reynaerts, Valkenburg; E. M. Vliegen, Hoensbroek; J. v.d. Gard, Nieuwenhagen; A. J. Janssen, Kerkrade.

 

Wedstrijdverslag Limburgsch dagblad  7-10-1935

De eerste plaats wederom van een Belg

Scheepers wint bij de profs de eerste Ronde van Valkenburg

Van Loo en Sijen winnen resp. bij nieuwelingen en amateurs

De Ronde van Valkenburg is een sportfestijn geworden voor lekkerbekken: een voortreffelijke organisatie (de grondslag voor het welslagen!), een prachtig herfstzonnetje, „kampf-freudige” renners en een geestdriftig en talrijk publiek!

Om met het laatste het eerste te beginnen. De mensenmassa, die zich tegen twaalf uur Valkenburgwaarts bewoog, groeide in den loop van de middag aan tot een kleine volksverhuizing. Officiële gegevens zijn ons nog niet bekend, maar volgens een zeer bevoegde autoriteit waren minstens 8000 toeschouwers aanwezig, terwijl andere niet minder deskundige schatters dachten dat de 10.000 wel zou bereikt zijn. Hoe het ook zij, Valkenburg’s inwonertal was drie- tot viermaal vergroot en deze „annexatie” was duidelijk merkbaar: overal was het druk. Het was druk langs het hele parcours, dat dank zij de medewerking van de zeer talrijke politie, keurig was afgezet; het was druk op de tribunes bij begin- en eindstreep, waar onder vrolijk wapperende vlaggen ruim duizend mensen hadden plaats gevonden, en na de ronde was het nog druk in de vele laaf- en lesgelegenheden, waar de resultaten aan een diepgaande bespreking werden onderworpen. Het fraaie herfstzonnetje, dat in het Geuldal een blijde en prettige sfeer schiep, heeft haar zeer gewaardeerde medewerking eveneens ten volle gegeven. De mensen lagen rustig in het gras, als ware het midzomer, en genoten van het sportieve gebeuren, waarbij ze dan nog een zonnebad als extra-premie verdienden. Om het feest beter te overzien, waren enige toekomstige aspirant-renners in een appelboom gekropen, waar ze door den sterken arm werden verwijderd, terwijl andere verwoede supporters fakirsneigingen vertoonden door op een met glas bestrooiden muur te klimmen. De spanning bleek zo groot, dat deze geestdriftelingen dit eerst bemerkten, toen de races waren afgelopen, zeer tot nadeel van hun zitvlak, dat lichtelijk beschadigd was.

Over de organisatie was men algemeen vol lof. De scherpe kantjes van de bochten zullen bij een herhaling van deze ronde worden afgevijld, zodat het Roode Kruis afdeling Valkenburg, geassisteerd door de voortreffelijke transport  colonne van de afd. Heerlen, veel minder, hulp behoeven te verlenen. Een paar valpartijtjes met min-ernstige blessures schijnen een der onvermijdelijke kanten van het rennersberoep te zijn. Maar de stemming rond de Ronde was zeer vergenoegd.

De nieuwelingen starten.

Om 12.15 uur wordt door de voorzitter van Valkenburgs Belang het startschot gelost en stormen 32 nieuwelingen de baan op om het circuit, dat 1650 meter lang is, 15 keren af te trappen.De eerste ronde wordt geleid door A. Jansen, Kerkrade, die de premie binnenpalmt voor Reinarts en de hele groep is intact.In de tweede ronde is het Banken die als eerste de meet passeert voor Oosterbosch, doch de hele groep blijft bij elkaar.In de derde ronde geeft Kicken wegens een val op, Boogaert is achter geraakt en Kohlen leidt de groep. In de volgende ronde komt Nico Jansen aan het hoofd van de groep voorbij en is Nacken door een val achter geraakt.In de vijfde ronde krijgen we de eerste sprint voor de Wolf & Hertzdahl premie, bestaande uit een prachtige gabardinejas, en het is v. Loo die als eerste passeert voor Penders en Vossen.In de zesde ronde komen Hilgers, A. Jansen en W. Plum met enkele meters voorsprong op de groep voorbij, maar in de volgende ronde is weer alles hersteld. Smeets geeft op wegens vallen.Vossen heeft in de 8ste ronde kettingdefect en staakt den strijd evenals Dortants.In de 10e ronde weet van Loo een kleine voorsprong te nemen en begint de groep zich iets te scheiden, v. Loo weet zijn voorsprong te vergroten tot 80 meter. Het peloton wordt in enkele groepen verdeeld, waarbij Penders, v. d. Berg en Hoffman, alsmede de jonge Pijnenburg zich onderscheiden. Er wordt op de vluchter geweldig jacht gemaakt, maar deze blijft flink doorzetten en weet zijn voorsprong te behouden.

De uitslag van de Nieuwelingen luidde:

  1. Harry van Loo, Gulpen, in 40 min. 25 sec.
  2. Charles Hofman, Roermond, op 20 sec.
  3. A. Pijnenburg, Tilburg.
  4. Kohlen, Heerlen.
  5. Victor Reijnaerts, Valkenburg.
  6. Oosterbosch, Schinveld.
  7. P. Willems, Maastricht.
  8. W. Plum, Kerkrade.
  9. N. Jansen, Waubach.
  10. Nico Jansen, Maastricht.
  11. A. Jansen, Kerkrade.
  12. Penders, Geleen.
  13. A. Jansen, Nieuwenhagen.
  14. J. Hilgers, Rumpen.
    De premie van Wolf & Hertzdahl werd gewonnen door H. v. Loo met 15 punten.

De amateurs starten.

Om 1.15 uur lost Pijnenburg het startschot voor 33 amateurs, die 25 ronden moeten doen. De eerste ronde wordt geleid door den Ned. kampioen H. Jansen, die met enkele meters voorsprong de finish passeert en de ronde aflegt in 2 min. 27 sec, hetgeen de kortste tijd is die er gemaakt is. Hij wordt gevolgd door Peters en Geilenkirchen, waarna de hele groep. Reeds in de 2e ronde raken enkele renners achter. In de 4e ronde krijgen we de eerste Wolf & Hertzdahlspurt, die gewonnen wordt door Ramaekers, die enkele meters voor Sijen en Hermans passeert. Reynaerts volgt op 1.30 min. Beckers geeft in de 6e ronde wegens val de strijd op. De tweede W. & H.-spurt is voor Kleijne, gevolgd door Wolfhagen en Sijen. De groep blijft goed gesloten. Reynaerts en Lebon geven op. Even later laten Eykenboom en Motke het ook staan.

1e Ronde van Valkenburg 1935: Doorkomst van de amateurs bij hotel Continental in de Emmalaan de renners nemen aanstonds de bocht richting Prins Bernhardlaan. Foto © Jo Hendriks

In de 13e ronde krijgen we weer de W. & H.-spurt, die het volgende resultaat geeft: Geilenkirchen, Meyer en Sijen. De Witte volgt op groten afstand en geeft op, evenals Luttjens, die bandenpech heeft. Wolfhagen raakt een ronde achter en komt in de 17e ronde als eerste over de meet.  In de 19e ronde krijgen we de W. &. H.-spurt, welke door Sijen gewonnen wordt voor Stevelmans en Gommans. Sijen heeft een kleine voor sprong op de groep, die in twee delen is getrokken en behoud deze enkele ronden. In de 22ste ronde is hij weer bij het peloton, dat door Kleijne geleid wordt. Hermans, Banholt, die in de 17e ronde door pech is achtergeraakt, zet moedig voort en heeft reeds een flink gedeelte van zijn achterstand ingelopen. Martinussen geeft de strijd op.

De amateurs tijdens de 1e Ronde van Valkenburg 1935: De bocht Emmalaan- Prins Bernhardlaan, foto © Jo Hendriks

In de 23ste ronde gaat Sijen er weer vandoor en passeert in de 24ste ronde met enige voorsprong op de groep, welke door Jansen geleid wordt. Hermans komt goed opzetten en is reeds over groep 2 op de eerste groep gekomen en werkt zich verder naar voren. Sijen laat zich nu niet meer inlopen en zet flink door.

Maastrichtenaar Sjaak Sijen was de eerste die bij de amateurs de finish passeerde

De uitslag van de Amateurs luidde:

  1. Hubert Sijen Maastricht, tijd 1 uur 6 min. 10 sec.
  2. Piet Gommans, Reuver.
  3. Giel Hermans, Banholt.
  4. Hein Jansen, Breda.
  5. M. Dirix, Maastricht.
  6. Slangen, Maastricht.
  7. Kleijne, Nijmegen.
  8. Geilenkirchen, Spekholzerheide.
  9. Kropma, Nijmegen.
  10. Peters, Eindhoven.
  11. Stevelmans, Lutterade.
  12. Volkers, Maastricht.
  13. Meyer, Chèvremont.
  14. J. Kloth, Kerkrade.
  15. Bovendeaard, Sittard.
  16. Gulikers, Maastricht.
  17. Lammerts, Roermond.
  18. Ramaekers, Klimmen.
    De gabardinejas van Wolf & Herlzdal is voor Sijen met 20 punten.

Een woord van lof voor Sijen die prachtig wist te winnen. Ook voor Hermans, Banholt die zijn achterstand op schitterende wijze wist op te halen en nog als 3e wist te eindigen.

Om den Grooten Prijs van Valkenburg, snapshot 100 km strijd der beroepsrijders

De profs en onafhankelijken aan het werk.

Om 3.30 uur wordt door Burgemeester Hens het startschot gelost voor de Profs, en Onafhankelijken en stormen een 50-tal rijders het parcours op, er dienen 60 ronden afgelegd te worden. We vrezen het ergste voor de eerste scherpe bocht in de Plenkert, de bontgekleurde massa glijdt op werkelijk bewonderenswaardige wijze naar beneden.

Burgemeester Hens geeft het startschot bij de start van de beroepsrenners, de renners zijn vertrokken voor de koers over 100 km

De eerste ronde wordt afgelegd in 2 min. 31 sec. en ’t is de kleine Vroomen die met Valentijn en Pellenaars de leiding heeft. Alles is intact en Hermans met Martens sluiten de lange sliert. In de 3e ronde komt Koumans geheel alleen voorbij terwijl de groep op korten afstond volgt. Bindels is iets achter geraakt. Ook de volgende ronde komt Coumans alleen voorbij gesneld en heeft zijn voorsprong vergroot. De groep wordt geleid door Le Haen en Kees Valentijn. Ebeling heeft pech gehad en volgt een tijdje later evenals Bindels.

De bocht van de Plenkert naar de Emmalaan

Koumans die met 10 sec. voorsprong aan de kop lag krijgt dan pedaalbreuk en raakt enkele ronde achter. De premie van ƒ 10 door Burg. Hens geschonken weet Velraeds te winnen. In de 6e ronde komt de Wolf & Hertzdahl spurt welke door M. Valentijn gewonnen wordt voor K. Verhagen en J. Scheepers. Enex raakt ook achter. Helders geeft wegens valpartij op. Dit is geen wonder want er gebeuren ontzettend veel valpartijen in het geïmproviseerde gedeelte waar men door de weiden rijdt.

Bij de doodlopende Prins Bernhardlaan is een stuk mergelmuur afgebroken alwaar de renners hun weg vervolgen door een stuk grasland

De gebroeders Vroomen zijn achter geraakt. Mathieu Vroomen blijft enkele malen achter en maakt dan gangmakersdiensten voor zijn broer Willy, hetgeen we heel normaal vinden doch de jury staat dit niet toe en doet Mathieu Vroomen uit de koers verwijderen. Willy die een ronde achter raakte geeft de strijd dan ook op. Bindels, v. Wurmst, Quax en Ebeling zijn ook reeds een ronde achter, van Oers komt enkele malen met 50 tot 60 meter voorsprong alleen voorbij doch krijgt dan kettingdefect. Daarna is het Mosterd die een 6-tal ronden lang de leiding heeft. In 1 uur zijn afgelegd 36 km 800 meter. Jan Pijnenburg, die geruime tijd in de groep zat raakt achter. Weliswaar haalt hij van zijn achterstand flink op, doch geeft in de 28e ronde de strijd op.

De renners rijden richting het Zwembadencomplex van Otermans (bouwjaar 1932) door de weide.

De oude Cees Heeren komt dan enkele malen als eerste voorbij. Jan Lambrichs weet zich bij de W. en H. sprints enkele malen flink te onderscheiden en leidt voor deze premie met de meeste punten. Van Oers en Martens staken de strijd. Door een valpartij welke een 10-tal rijders betrekt geven ook Vinders en Rensen de strijd op. Ook Jan Pisters geeft dan op. Kees Pellenaars heeft machinedefect en verwisselt van rijwiel, doch weet te vervolgen en zelfs enkele malen als eerste te passeren. Kees Valentijn komt dan zijn neus aan het venster steken en gaat er op ’n gegeven moment vandoor en weet alleen de leiding te nemen.

Nabij de zwembaden van Otermans, waar in 1935 nog geen toegangsweg vanuit het centrum van Valkenburg is aangelegd

Vanaf de 40ste ronde zit de jonge Kees Valentijn alleen, Pellenaars heeft nogmaals defect en komt met flinke achterstand voorbij, doch zet de strijd moedig voort. In 2 uur zijn 73.600 km afgelegd. In de 46e ronde wordt Valentijn ingelopen door Hamal en Ramaekers die door een val een ronde achter is geraakt. Nog steeds is de groep gescheiden van de vluchters en het is Cees Heeren die met Mostard de leiding heeft. Het talrijke publiek dat we op minstens 10.000 schatten, ziet een Hollandse overwinning tegemoet daar Kees Valentijn moedig voort zet. In de groep weten ook Kortis en Muller zich te onderscheiden.

De renners rijden bij de Koningswinkel over de brug het terrein van de bierbrouwerij op, door de grote poort van de brouwerij aan de Plenkert rijden de renners richting finish

Intussen is het Pellenaars gelukt om de groep weer in te lopen, welke krachtsinspanning luid wordt toegejuicht. De jury besluit om de renners, die een of meerdere ronden achter zijn uit de strijd te nemen. In de 54e ronde komen Hamal, Le Haan, Kersten, K. Valentijn, M. Valentijn en Pellenaars alleen voorbij, even later gevolgd door groep 2, terwijl iets later groep 3 passeert. In de 57e ronde is de stand: Gardier en Hamal gevolgd door Heesen en Pellenaars; op 40 meter volgen M. Cardeynaels, Duerloo, Donnay, Marinus Valentijn en Kees Valentijn met de groep Mosterd en J. Braspennincx met Muller en Le Haan volgen op korte afstand.

Rugnummer 45 wisselt van fiets nabij de bierbrouwerij

In de 58e ronde is het Gardier die leidt met Heesen, M. Valentijn, Pellenaars en Donnay, zodat we 3 Nederlanders en 2 Belgen bij elkaar hebben zitten en dus een Hollandse zege niet is uitgesloten. De groep, getrokken door de Belgen K. Verhaegen en Jules Scheepers volgt op 60 meter en zet flink na en weten bij de leiders te komen, zodat in de 59e ronde de hele groep bij elkander ligt, die samen de laatste ronde inzetten. De Belgen beginnen zich naar voren te werken en nemen de leiding.

De laatste meters van de koers voor de profs, de belg Scheepers wint voor zijn landgenoten Duerloo en Cardinaels

Het wordt een geweldige strijd waarbij Marinus Valentijn en Kees Pellenaars er nog alles opzetten, doch de Belgen zijn onweerstaanbaar en stormen met 3 man tegelijk over de streep, waarbij zich Jules Scheepers de snelste toonde en zich voor Louis Duerloo ( winnaar van de Ronde van Vlaanderen 1935) en Matje Cardinaals wist te plaatsen, direct gevolgd door Marinus Valentijn en Kees Pellenaars.

De winnaar bij de profs: Jules Scheepers

De uitslag van de Amateurs luidde:

1 Jules Scheepers, België in 2 u. 37 m. 59 s.
2 Louis Duerloo, België
3 Mathieu Cardeynaels, België
4 Marinus Valentijn
5 Kees Pellenaars
6 K. Verhaegen, België
7 Cees Heeren
8 Joseph Lambot, België
9 Jef Hamal, België
10 Laurens de Groen
11 H. Cortis, 1e Limburger.
12 Pierre Cardeynaels, België
13 Kees Valentijn
14 John Braspennincx
15 F. Mosterd
16 Le Haen, Limburg.
17 Ernst Muller Limburg.
De premie van Wolf en Hertzdahl viel ten deel aan Kees Valentijn met 14 punten.
De premie van Wolf en Hertzdahl voor de beste Limburger was voor Lambrichs met 12 punten.

Valkenburg dat met zijn Grote KAWEEWEE prijs het wielerseizoen afsloot viel de eer te beurt het wielerseizoen op de weg 1936 op gelijke wijze te openen, want de Ronde van Valkenburg is de eerste, die onder de NWU bepalingen in Zuid-Limburg wordt verreden, dat was namelijk op Zaterdag, 2 Mei 1936. Een verslag van deze wielergebeurtenis is hier terug te vinden. 

Nagekomen krantenartikelen n.a.v. de 1e Ronde van Valkenburg:

Limburgsch dagblad 12 oktober 1935

Limburger Koerier 12 oktober 1935