1951-07-01 Ronde van Belgisch Limburg

10 Nederlandse amateurs bekampen de vooral op eigen wegen uitermate sterke Belgen, 5 Ned. Limburgers van de partij

Voorveschouwing Limburgsch Dagblad 27 juni 1951:

HASSELT, 26 Juni 1951: Vandaag start de Ronde van Belgisch Limburg. De Oranjeploeg die in samenwerking met “TWC Maastricht” en de sportcommissie van de N.W.U. werd samengesteld bestond uit Limburgse en Brabantse renners: Jan Plantaz, Antoon Geluk, Adri Suykerbuyk, Herman Brinkman, Ed. Koeman en de Limburgers Jan Nolten, Arnold Ehlen, Jeu Jöris, Thei Paas en Piet Haan. De coureurs nemen het van heden woensdag, tot en met zondag op de „kasseien” en andere hindernissen op tegen de sterkste Belgische ploegen. naar deze tien Nederlandse jongeren blikt ons geheel wielerwereldje met begrijpelijke interesse.

Liefst zeven combinaties, samengesteld volgens provincies- of streeksgewijze, zijn de tegenstanders van ons tiental. Zes keer werd deze zware etappekoers verreden. Zes keer legde een Belg op de ereplaats beslag in 1945 eindigden Raymond Impanis en Gustaaf Wuyckens gelijk, in 1946 Raymond Impanis, in 1947 Marcel Vermeiren, in 1948 Jean van Briel, in 1949 Giel Hendrikx, in 1950 Gerard Deborre. Zwaar is derhalve de concurrentie, lastig de koers. Wat presteert de Nederlandse ploeg tegen deze overmacht? Met een behoorlijke portie optimisme steekt dit tiental ongetwijfeld van wal.

Jan Plantaz won de laatste weken zowat alles, werd b.v. zaterdag te Wouw kampioen van Noord Brabant en zegevierde zondag in de ronde van Mierlo. Jan Nolten’s prima resultaten zijn eveneens overbekend. Verleden zaterdag schreef de combinatie Nolten – Jöris nog een lang niet malse sintelbaanrace te Geleen op haar naam. Piet Haan kent het klappen van de zweep, wat ook van Ed Koeman, Herman Brinkman en Adrie Suykerbuyck gezegd kan worden. De jonge en succesvolle Nol Ehlen ondergaat hier de vuurdoop in het etappegenre. Van Jeu Jöris en Thei Paas wordt zeker iets lovends verwacht.

Aan de verzorging wordt alle, aandacht geschonken, de Nederlandse ploeg rijdt op Ceylon-tubes, in Jan Vermeer hebben onze jongens een kundig ploegleider. En al met al nemen we dus aan dat iets behoorlijks uit de bus komt.

Vijf ritten worden daarginder afgewerkt:
Woensdag 27 Juni: Hasselt – Halen, 152 km
Donderdag 28 juni: Halen – Tongeren, 150 km
Vrijdag 29 juni: Tongeren – Lanaken, 78 km
Zaterdag 30 juni: Lanaken – Hamont, 147 km
Zondag 1 juli: Hamont – Hasselt, 150 km

De Nederlandse amateurploeg in Hasselt vóór de start van de Ronde van Belgisch Limburg. Jan Plantaz, Jan Nolten, Arnold Ehlen, Antoon Geluk, Jeu Jöris, Ed. Koeman, Thei Paas, Adri Suykerbuyk, Herman Brinkman, Piet Haan en ploegleider Jan Vermeer

1e etappe: Limburgse amateurs hadden pech
Paas achtste in eerste etappe

Limburgsch Dagblad 28 juni 1951

HALEN, 27 Juni 1951:  Jan Plantaz, de ‘knappe’ coureur uit Eindhoven die dit seizoen al zestien keer het ererondje reed, liet zich na amper 40 km koers in de buurt van Lanklaar afzakken om ploegleider Jan Verveer iets minder prettigs toe te roepen: zadel gebroken! Zulk euvel herstellen kost zeker een minuut of tien, een reden om in dit prille begin van de vijfdaagse etapperace door het Belgisch Limburg het zadel van een ploegmakker te „vorderen” was zeker niet aanwezig en dus zat er voor Plantaz niets anders op, dan de zaken zo goed mogelijk verder af te wikkelen. Met dit mankement begon de pech, want nauwelijks zat deze overwinningenfabrikant heel op zijn gemak te midden van de lange sliert of daar sneuvelde een tube. Jan Nolten en Jeu Joris gaven, zonder enige aandrang, van een prima ploeggeest blijk, wachtten op hun onfortuinlijke kameraad en begonnen vervolgens aan een achtervolging, die het mooiste brokje sport van de gehele middag betekende. Tien Nederlanders handhaafden zich dus, nadat het trio Nolten, Joris en Plantaz de rest inhaalde, behoorlijk op het voorplan en er zat derhalve een aardig kansje in. Want de Oranje-garde telde verschillende „snellen”, die in staat werden geacht om straks een duit in het zakje te doen. Zover kwam het niet. Alleen Thei Paas snelde uiteindelijk in de voorste gelederen — na een zware race door regen, nog eens regen en „kasseien” — het eindpunt Halen binnen. Voorbij Bree (67 km) trapte Plantaz een bandje aan diggelen, waarna de al eventjes aangestipte achtervolging de volgersstoet in bewondering bracht. Na de doortocht, voor de eerste keer wel te verstaan in Halen, gebeurde evenwel een complete serie bepaald akelige dingen. Een 125 km hadden de „coureurs” er op opzitten, toen de prima marcherende Piet Haan een nieuw bandje moest monteren. Weg kans op een vet prijsje. Een honderd meter verder stond Koeman, winnaar van de meeste Nederlandse „klassiekers” voor amateurs, getroffen door hetzelfde euvel langs de kant van de weg. Het drama werd op hetzelfde stuk „kasseien” voltooid; Plantaz sukkelde nogmaals

De Nederlandse equipe werd door de Belgen hoog aangeslagen. Dat bleek op de kantoren van „Het Belang van Limburg”, welk dagblad jaarlijks deze mooie koers organiseert. Antwerpen of Nederland? Deze vraag werd door velen gesteld. Niet te denken, dat een paar uurtjes later deze schone verwachtingen een knak van belang kregen. Plantaz, op zijn ondeugend zadel, maakte in het eerste gedeelte van de doorlopend door regen geplaagde rit een allerbeste indruk en behoudens enkele zwakkere broeders trok de bonte karavaan door het (Belgische) Limburgse land, zo nu en dan een kleine poging doende om een afscheiding teweeg te brengen. Voordat de gememoreerde achtervolging van ons Nederlands drietal aan de orde was, gebeurden evenwel geen opmerkelijke dingen. Plantaz reed dus een tube aan diggelen, Nolten en Jöris wachtten en daarna werd van leer getrokken. Drie minuten achterstand is heel wat. De Oranje-shirts kregen aansluiting en gezelschap van de knappe Severeyns, de Backer en Parmentier en wonnen terrein. Een jacht, een bijzonder mooie jacht ontstond en bij het ingaan van Hasselt (95 km) werd het succes geboekt. De zaak was weer verenigd. Toen begon het pechduiveltje een woordje mee te spreken. Glad waren de wegen, kilometers kasseien vergden een zekere inspanning. Plantaz, Koeman en Haan beleefde de geschetste voorvallen en bijna was onze volgauto een nog erger iets overkomen. Met de schrik, de bleke gezichten van de inzittenden en gegil van de toeschouwers, werd dit slip-avontuur tenslotte overwonnen 15 km voor het eindpunt incasseerden Nolten, Jöris, Geluk, Ehlen en Suykerbuyk een zekere achterstand en de rest stoof op de finish af, waar de Antwerpenaar Karel Borgmans de sprint netjes in de wacht sleepte. Paas werd 8ste in de zelfde tijd van de winnaar.

De uitslag van de eerste etappe van de Ronde van Belgisch Limburg luidt als volgt:
1. Karel Borgmans (Antwerpen) 150 km in 3 uur 52 min. 10 sec.
2. Leo Buyst (Antwerpen)
3. Raymond van Hoven (Brabant)
4. Rudy Demunster (West Vlaanderen)
5. Frans Bral (Oost Vlaanderen)
6. Salembier (West Vlaanderen)
7. Roger Demeyer (West Vlaanderen)
8: 13 renners waaronder Theo Paas in dezelfde tijd van Borgmans
41. Herman Brinkman, in 3 uur 53 min. 5 sec.
44. Adri Suykerbuyk, in 3.55.10
45. Nol Ehlen, in dezelfde tijd
48. Toon Geluk, in 3.55.35
49. Jan Nolten, z.t.
50. Jeu Joris, z.t.
51. Piet Haan, in 3.58.15
58. Jan Plantaz, in 4.01.20
62. Edm. Koeman, in 4.04.40

 

2e etappe: Limburgers weerden zich dapper, Piet Haan werd vierde

Limburgsch Dagblad 29 juni 1951

TONGEREN, 28 Juni 1951:  De tweede rit van de Ronde va-n Belgisch Limburg was heus geen makkie. Vooral de laatste vijf en twintig kilometer van dit hartig: brokje werden bij voorbaat gevreesd daar de wegen van de dorpjes Sluizen, Rukkelingen, Millen enz. nu juist’ niet voor gezellige fietstochtjes zijn bestemd. Bochten en allerlei andere kronkelingen, stijgingen en natuurlijk de hier onvermijdelijke „kasseien” bemoeilijkten de etappe Halen- Tongeren aanzienlijk. De beslissing zou daar vallen, dat scheen zowat een wet van Meden en Perzen. Inderdaad gebeurden op deze vijf en twintig kilometer rake en interessante dingen, maar de zaken een wending van belang geven, vermochten al deze hindernissen niet. En ten aanschouwe van een finaal uitgelopen Tongeren stoven liefst dertien kranige jongelui op de streep af en vlak daarachter huisde een volgend gezelschap. Weer won via een vinnig spurtje een Antwerpenaar. Ditmaal waren de bloemen en de zoen van een Tongerse schone voor Leo Buyst bestemd en daar leider Borgmans te samen met zijn ploegmakker de finish passeerde, voelde deze laatste zich, ondanks alle inspanningen, heel behaaglijk in de begeerde gele trui. Nederland sprak echter ook een geducht woordje mee. Piet Haan en Jan Nolten behoorden tot het dertiental dapperen dat de plaat poetste, de jonge Ehlen, Paas en Brinkman boekten geen noemenswaardige achterstand. Ook ditmaal bleef Nederland niet van pech verschoond. Met zulke minder gewenste belevenissen moet men nu eenmaal in een rittenkoers rekening houden. De grootste opdoffers incasseerde evenwel de (Belgische) Limburgse A ploeg. Nu eens gaf een tube de geest, dan vertikte en derailleur het, vervolgens was een valpartij een nieuwe handicap. Bij Tessenderloo (25 km) bezweek Jöris’ achterbandje. Hoewel de sympathieke Jeu met de Belgen Delmul en Schoubben en daarna met nog enkele andere onfortuinlijk heel dapper aan een achtervolging begon, zag hij en zijn partners de kop niet meer terug. Bij de eerste doortocht van Tongeren (114 km) kreeg Geluk een lekke band.

Gezien het zware traject, van de 150 km gingen er zeker een dikke 100 over kasseien, werden natuurlijk velen door tegenslagen in velerlei soort getroffen. Ook enkele valpartijen speelden een rol. Hierbij was ook Suykerbuyk betrokken, doch gelukkig zat Jan Verveer er vlak op, die pardoes Suykerbuyk op zijn fiets stopte en hem meteen de weg opstuurde. De pech van Joris nabij Tessenderloo werd al aangestipt, waarbij direct een pluimpje aansluit want Jöris liet zich door dit voorval, nadat hij bij het opleggen van een nieuw bandje onnodig tijd verspeelde, niet in de luren leggen, zette door en kreeg een behoorlijke notering in de uitslag. In Heusden maakten de karavaan een aardig intermezzo mee. Ergens daar in de buurt vond tevens een Profkoers plaats en plots belandden uit een zijweg Raymond Impanis en Joseph van Stayen pardoes te midden van de Ronde van Limburg-stoet. Impanis nam meteen de kop, dartelde een heel tijdje , netjes mee om uiteindelijk zijn eigen weg te vervolgen. De West-Vlamingen roerden zich aan de kop van de lange sliert geducht. Dat wordt oppassen oordeelde Borgmans in zijn geel shirt. Tenslotte boekten Malfait, Demeyere, (allen van West-Vlaanderen), Bral (Oost-Vlaanderen), Schroeders (Brabant) enige terreinwinst. Dit was niet naar de zin van de weer best marcherende Piet Haan, van Brabant (Belg Limburg A), Dedry en Claes. Een fleurige jacht ontstond, terwijl uit de grote groep na 114 km Geluk en Koeman wegvielen door de aangehaalde tegenslagen. Het laatste brokje telde in alle opzichten dubbel. Jan Nolten en Verplaetse volgden het voorbeeld van Buyst, Batsle. van Daele e.a. De strijd kwam nu in een beslissend stadium. Vooraan zaten inmiddels Haan en gezellen. Nolten en Verplaetse jumpten in een goede kilometer eveneens naar de leidende gelederen. Nol Ehlen verliet zowaar de grote groep en vocht moedig voor een ereplaats. Paas en Brinkman gaven geen krimp. Slachtoffers vielen links en rechts. Suykerbuyk, een heel eind achter de groep, kreeg van een toeschouwer een andere fiets. De Belgische A. combinatie boerde nog meer achteruit. Dertien man trokken Tongeren binnen. Jan Nolten sleurde aan de kop om de snellere Haan in een gunstige positie te brengen. Het was evenwel de Antwerpenaar Buyst die de rit Halen – Tongeren op zijn naam schreef.

De uitslag van de tweede etappe van de Ronde van Belgisch-Limburg luidde als volgt:
1. Leo Buyst (Antwerpen) 150 km in 3 uur 53 min. 45 sec
2. Roger Batsle (Oost- Vlaanderen)
3. Leon van Daele (West- Vlaanderen)
4. Piet Haan (Ned.)
5. Frans Bral (Oost-Vlaanderen)
6. Karel Borgmans (Antwerpen)
7. B. Verplaetse (Oost-Vlaanderen)
8. Noël Malfait (West- Vlaanderen)
9. Roger Demeyere (West- Vlaanderen)
10. Jan Nolten (Ned.)
15. Arnold Ehlen (Ned ) op 15 sec
30. Thei Paas (Ned.) 3.54.15
33. Herman Brinkman (Ned.) z.t.
39. Jan Plantaz op 1 min.
60. Jeu Jöris op 16 min.

Het algemeen klassement luidt:
1. Buyst (B.) 7.45.55
2. Bormans (B.) z.t.
3. Bral (B.) z.t.
14. Paas (Ned.) 7.46.55
29. Brinkman (Ned.) 7.46.55
31. Nolten (Ned.) 7 49.20
32. Ehlen (Ned ) 7.49.28
37. Haan (Ned.) 7 52.00
44. Plantaz (Ned.) 7.56.05
47. Geluk (Ned.) 8.2.1
52. Suykerbuyk (Ned ) 8.5.5
53. Jöris (Ned.) 8.6.10
55. Koeman (Ned.) 8.8.0

In de ploegenrangschikking bezet de Nederlandse ploeg de zesde plaats.

 

3e etappe: De Limburgers reden in defensief, Paas staat 14e in het alg. klassement

Limburgsch Dagblad 2 juli 1951

LANAKEN, 29 Juni 1951:  „Aanvallen”, luidde het parool. Altijd vooraan zitten en meespringen met elke uitloper of zelf de lont aan het vuur steken. Rustig ergens aan het eindje van de lange sliert bengelen, was zeker in deze korte rit Tongeren-Lanaken, afstand slechts 78 km, totaal uit de boze. Zoals te voorzien ging direct na de start ’n groepje dapperen aan de haal. Daarbij was geen Nederlander. Na enkele tientallen kilometers sprong weer een viertal durvers weg. Bij deze vier was geen Oranje-shirt. En pas in Lanaken aan de finish zag de grote groep de uitlopers terug, die zich aldaar gezamenlijk presenteerden en de dikke prijzen via een sprint verdeelden. Meteen is dus de kardinale fout van de Nederlandse equipe gememoreerd. De Oranje-shirts zaten steevast in de groep en het kostte Jan Verveer nog heel wat woorden om de heren duidelijk te maken, dat vooral een plaatsje achteraan waarachtig gevaar Inhield. In het eerste uur werden 44 km afgelegd, een bewijs van het tempo dat de derde rit van de Ronde van Belgisch Limburg kenmerkte. Meteen ging een troepje op zoek naar winst, waaronder de (Belgisch) Limburgers Grondelaers, Sneyers, Claes en Marquillier. Het publiek langs de wegen vond dit offensief van de streekgenoten prima en vergat zodoende eventjes dat de kampioen van Geneugden in de tweede rit zijn sleutelbeen brak en andere kwetsuren opliep. Pardoes riep het wederom terdege kloppend Antwerps legertje de groep ook een vaarwel toe en onder aanvoering van de beide leiders Buyst en Borgmans werd na een felle jacht aansluiting met de koplopers verkregen.

Eventjes voor Opglabeek (31 km) vertoonde het stuur van Paas erg rare dingen. En zoals van tevoren afgesproken stelde Koeman zijn karretje ter beschikking van Paas en trachtte zelf er van te maken wat er van te maken was. Tenslotte zeulde Koeman met een half uur achterstand Lanaken binnen, om hier voorgoed de pijp aan Maarten te geven. Eventjes zag het erna uit, dat Nederland nog een woordje in het midden ging brengen. Met een drietal gezellen sloegen Geluk en Plantaz op de vlucht en bleven diverse kilometertjes tussen kop en groep hangen. Uiteindelijk strandde ten gevolge van het helse tempo deze poging, zodat een groot gezelschap Lanaken binnentrok. Inmiddels won de Antwerpenaar Leo Buyst aldaar de spurt van de tien uitlopers, behaalde zodoende zijn tweede achtereenvolgende victorie en daar zijn ploegmakker en mede-leider Karel Borgmans netjes derde werd, stond Antwerpen er tevens magnifiek op. Behalve Koeman arriveerde de Nederlandse equipe met een minuut veertien seconden achterstand. Plantaz werd 18de, Brinkman 22ste, Ehlen 23ste, Geluk 24 en de rest gezamenlijk 26ste.

De uitslag van de derde etappe Lanaken-Hamont van de Ronde van Belgisch Limburg luidde als volgt:
1. Leo Buyst, Antwerpen, 78 km. in 1 uur 47 min. 40 sec
2. Alfons Jacobs, Belg. Limburg A;
3. Karel Borgmans, Antwerpen
18. Jan Plantaz, Nederland
22. Herman Brinkman, Nederland
23. Arnold Ehlen. Nederland
24. Arie Geluk, Nederland
26. o.m. Paas, Suykerbuyk, Jöris, Nolten, Haan
70. Edm. Koeman, Nederland.

Algemeen klassement;
1. Leo Buyst, Antwerpen, 9 33 35
2. Karel Borgmans z.t.
3. Lucien Claes, Limburg A, 9 34 12
14. Thei Paas, Ned., 9 35 45
23. Herman Brinkman. Ned., 9 36 44
26. Jan Nolten, Ned., 9 38 44
27. Arnold Ehlen, Ned., 9 38 22
31. Piet Haan, Ned., 9 40 54
37. Jan Plantaz, Ned., 9 44 59
44. Arie Geluk, Ned., 9 50 55
48. Adri Suykerbuyk, Ned., 9 53 49
49. Mathieu Jöris, Ned., 9 55 40
68. Ed. Koeman, Ned., 10 26 30

Ploegenklassement: 1 Antwerpen 38 17 18; 2 West Vlaanderen 38 20 10; 3 Oost Vlaanderen 38 21 28; 4 Nederland 28 29 90. Nederland steeg dus twee plaatsen in het ploegenklassement.

 

4e etappe: Nederlandse Amateurploeg had met pech te kampen, Nolten best geklasseerde Nederlander

Limburgsch Dagblad 2 juli 1951

HAMONT 30 juni 1951: De Nederlandse familie wierp in de 4de etappe van de Ronde van Belgisch Limburg alle defensieve inzichten finaal overboord. De jongens kwamen na al die vaderlijke vermaningen van Jan Verveer tot het inzicht, dat vooraan resultaten werden geboekt. En dus blonken direct na de start te Lanaken de Oranje-shirts in de voorste gelederen. Jöris maakte dra een minder gewenst voorval mee. Zijn stuur geraakte defect, zodat de bout met een stuk ijzer werd vastgeslagen. Haan en Geluk kregen opdracht om te wachten, waarna dit trio enkele kilometers nodig had om deze zaak weer in het reine te brengen. Nederland had in het offensief dat bij Beverst (24 km) via Haan, Nolten en Paas een zeker aandeel, doch in de straten van Diepenbroek was alles netjes verenigd. Door allerlei voorvallen bleef de strijd een aantrekkelijk karakter behouden. In de omgeving van Leopoldsburg gebeurden dingen die bij de vaderlandse volgers niet zo in de smaak vielen. Brinkman, onze tweede man in de ploegenrangschikking, bekwam een lek bandje. Geluk stond meteen zijn wiel af en ons troepje lag pardoes uit elkaar Jöris en Suykerbuyk werden in het peloton gewaarschuwd, om Brinkman een handje te helpen. Geluk sloot zich hierbij aan en vier Nederlandse jongens stoomden best samenwerkend voorwaarts. De koplui bezweken niet. De vier onfortuinlijke Oranje-knapen met een serie West-Vlamingen bleven op ongeveer dezelfde achterstand hangen. Wel een bewijs, dat het hard ging. Vooraan gaven Nolten, Plantaz, van Hoven, v. Daele, Sneyers, Wellens, Claes, van Cauter, Borgmans vol gas.

En zo kreeg deze fraaie rit de volgende uitslag:
1. Raymond van Hoven (Brabant) 147 km in 3.40.30;
2. Leon van Daele (West Brabant) z.t.;
3. Josef Sneyers (Limburg A) z.t.;
9. Jan Nolten (Nederland) z.t.
24. 31 renners w.o. Nol Ehlen Piet Haan en Thei Paas in 3.43.38.

5e etappe: De laatste dag op de kasseien, Ronde van Belgisch Limburg werd gewonnen door Karel Borgmans

HASSELT 1 juli 1951: Kort na de start van de 5e etappe Hamont – Hasselt sloegen Nolten, Ehlen en zeven andere dapperen op de vlucht, kennelijk met de bedoeling om via dit offensief een geduchte voorsprong te bereiken. Tot ruim een halve minuut brachten de leiders het, doch meer niet, daar de groep er hoegenaamd niets voor voelde om het contact met de vluchters geheel en al te verliezen. Ehlen viel in de groep terug en bij het passeren van Hasselt na 61 km bestond het leidend troepje uit Nolten, Hayen, van Cauter, Remy en Janssens. Op een halve minuut trok het grote peloton door Hasselt, waarin Joris ontbrak. In een grote lus werd nu rondom de Hasseltse contreien getrokken om na 105 km koers deze plaats opnieuw te passeren. De zaken kwamen nu in een beslissend stadium. De Belgische Limburgers sloegen op de grote trom, zetten fluks en vooral met energie een offensief op touw en gingen op zoek naar winst. Eerst hadden Jacobs en Sneyers een 30 sec. voorsprong op Grondelaars en Demunster, doch spoedig trok dit viertal gezamenlijk verder. Met een voorsprong  van 1 minuut 45 sec. werd het eindpunt bereikt, waar Jacobs zijn gezellen de overwinning voor de neus wegkaapte. Jan Plantaz zorgde dat Nederland ook in de prijzen viel. In een felle eindspurt bleef Plantaz baas over de gevreesde Severeyns en werd netjes vijfde. De rest liep te midden van de groep Hasselt binnen.

De uitslag Hamont – Hasselt (150 km)  luidde:
1. Alfons Jacobs (Belg. Limburg A) in 3.40.36
2. Robert Grondelaars (Belg. Limburg A) z.t.
3. Jos Sneyers (Belg. Limburg A) z.t.
5. Jan Plantaz (Ned.) 3.41.21.
15. Een grote  groep aequo w.o. Haan, Geluk, Ehlen, Nolten, Suykerbuyk en Brinkman allen 3.41.31.

Het eindklassement luidt:
1. Karel Borgmans (Antwerpen) 16.55.38
2. Lucien Claes (Belg. Limb. A) 16.56.15
3. Leon van Daele (West Vlaanderen) in 16.57.52
4. Raymond van Hove (Brabant) 16.58.22
5. Leo Buyst (Antwerpen) 16.58. 22
12. Jan Nolten (Nederland) 17.00.38
23. Arnold Ehlen (Nederland) 17.03.33
28. Piet Haan (Nederland) 17.06.05
29. Herman Brinkman (Nederland) 17.06.32
30. Jan Plantaz (Nederland) 17.06.50
44.  Arie Geluk (Nederland) 17.23.47

In het ploegenklassement einjdigde Nederland op de vijfde plaats.

 

2019-12-03 Jacques Nieskens

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets”

Kueb (Jacques) Nieskens, 87 inmiddels, was in de eerste helft van de jaren vijftig, vorige eeuw een van de beste amateurs in het Limburgse land. Naar eigen zeggen waren de jaren ’52, ’53 en ’54 zijn beste jaren. Dat het inderdaad beste jaren waren is ook terug te zien aan zijn palmares. Ik lees in zijn plakboeken o.a. een keer Limburgs kampioen, etappezeges in de Ronde van Belgisch Limburg, Ster van Namen en Ronde van de Twaalf Kantons, 8e in het eindklassement van Île de France. Winnaar van tal van criteriums in België, Duitsland en Nederland. Ook was hij enkele keren als 1e reserve geselecteerd voor de WK’s maar het is er nooit van gekomen. “Ik was graag meegegaan naar enkele van die mooie WK‘s, ik noem met name Solingen in ’54 waar Mart van der Borgh nog mooi 3e werd”.

Jacq. Nieskens met z’n zoveelste overwinningskrans

Kueb kon goed bergop maar was daarnaast ook nog eens een rappe eindspurt.  Hij maakte deel van een uitstekende lichting Limburgse amateurs en onafhankelijken, ik noem Jan Nolten, Piet Haan, de gebroeders Steevens, Kees Boelhouwers, Jef Lahaye, de gebroeders Gelissen, Piet van den Brekel, Flor van der Weijden, Harry Schoenmakers, Mart van den Borgh, Sjra Vergooszen, Nol Ehlen, en zeker nog een tiental namen moeten in dit rijtje eigenlijk ook nog benoemd worden, b.v. Fons Steuten, Willy Gramser, …

V.l.n.r: ploegleider Toine Gense, Jacq, Nieskens, Flor van der Weijden en Mart van der Borgh

In 1932 geboren in Swalmen, niet ver van Roermond. “Ik  was een echte Schwaamer zoals ze dat zeggen, ze hebben daar allemaal “enne slaag van de meule”. Ja, Jacq kan goed vertellen over de koers en meer, en dit met, zoals meteen al met deze uitspraak blijkt, veel humor.

Jacq met zijn jongste broer Thom, ook coureur… foto archief J. Nieskens

Bij Swalmen denk ik al meteen aan de wielerpionier Mathieu Cordang die daar ook woonachtig was. Ja zegt Jacq, ik heb hem nog gekend, al was ik toen nog een kwajongen van een jaar of tien. Hij had aan de provinciale weg in Swalmen een garage. Er waren 2 benzinepompen voor de deur, een met diesel en een met benzine. Ik zat ooit aan een van de hendels van zo’n pomp te frunniken, ik had niks in de gaten tot ik plots van achteren een oorvijg kreeg, het was Mathieu Cordang zelf… Een jaar later schat ik, dat hij is overleden, dat was in de oorlog, in 1942”.

Onthulling van het monument ter ere van Mathieu Cordang in Swalmen , 29 augustus 2018, geheel links Jacq. Nieskens. Inzet rechts: Het monument

“Ik was een knaap van zo’n 14 jaar toen ik begon met werken, dat was in Swalmen bij de houtfabriek. “Een oom van me  die was daar machinist, die wilde graag hebben dat ik daar kwam werken. Na verloop van tijd, niet lang nadat ik er was begonnen, zei tegen oom Willem, Ik blijf hier niet, ik kreeg meteen een draai om mijn oren, jij blijft hier en je word net als ik ook machinist op die stoommachine. Maar ik wilde dat niet. Ik zag in de krant staan dat er in Tegelen, bij een machinefabriek, mensen gevraagd werden waarop ik tegen mijn vader zei dat ik daar heen ging om te vragen of ik er mocht beginnen want dat hout, het interesseerde me totaal niet”. Het enige wat hij zei “als er maar brood op de plank komt”.

De Ronde van (Belgisch) Limburg, TWC Maastricht (10 renners per ploeg) vóór de start, Kueb Nieskens, 3e van links nam 4 maal deel aan deze 5 daagse etappekoers, en won een etappe en 3e in het eindklassement

Ik ben toen met mijn fiets, er zaten niet eens banden op dus op de velgen, naar Tegelen gereden. Ik stond er aan de poort te kijken toen de baas me zag staan en vroeg:  “Jong, wat kumste doon? Of ik er mocht komen werken. Morgen zei hij, wat mij betreft morgen, morgen mag je beginnen! Maar ik moest eerst nog ontslag nemen op de houtfabriek in Swalmen. Twee weken later stond aan de zaagmachine, ijzer te zagen. Ik reed al een week op en neer naar Tegelen, toch een dikke 15 km enkele reis met mijn fiets, op de velgen toen hij van mijn collega’s vernam. Hij kwam naar me toe en vroeg “Joong, heb je geen geld voor banden?  Ik kreeg wel 3 gulden 60 reiskosten vergoeding per week, die hield ik fijn mijn zak. Ik was de benjamin van het bedrijf en moest ook wel eens boodschappen hiervoor doen, met die fiets zonder banden. Hij kwam naar me toe en zei: “En straks ga je naar Strouken, die naam vergeet ik nooit. Rijwielzaak Strouken dat was in Tegelen, je gaat daar een stel binnen en buitenbanden halen, en morgen dan kom je naar je werk met je fiets mét banden! ’s Anderendaags stond hij mij al bij de fietsenkelder op te wachten, ik heb er uiteindelijk 6 jaar gewerkt. Ik heb er een super leerschool gehad, die baas, die man was als een vader voor me.

foto Tonny Strouken

Hoe ik aan het fietsen toe gekomen ben? Nou, op de fabriek in Tegelen daar kwamen 20 fietsen aan, Peugeot, sportfietsen, die kostten toen 125 gulden per stuk, super sportfietsen.  Sjaak, zei mijn baas, geef je op, dan krijg je ook een fiets. Ik dacht dat ik geen kans op een fiets zou hebben maar hij zei, Sjaak, geef je op, dan krijg je er een, ik zorg daar voor! En zo was het, ik kreeg een fiets, een Peugeot sportfiets, mét spatborden, maar die waren er al af voordat ik thuis was. Er zat wel nog geen koersstuur op. Nog geen 100 meter van ons huis was een vuilnisbelt, daar heb ik een oud stuur van een omafiets af gehaald, omgedraaid, afgezaagd en nog wat aan gelast en kijk, ik had een koersfiets! Zo ben ik aan wielrennen toe gekomen. Mijn eerste wedstrijden reed ik bij de “wielerbelang’ ( de latere NWB), dat was meen ik in 1946. De eerste wedstrijd die ik heb gewonnen, dat was in Haelen, ook dat vergeet ik nooit van mijn leven,want ik klopte daar Hans Voesten. Die Voesten won destijds bijna alles maar toen ik in Haelen met hem op de streep afkwam…Tjoep… de bloemen. Ik had wel inmiddels een andere fiets. Ik  kocht een frame van Sjef Janssen in Elsloo, Sjefke had toen nog geen winkel, het was een frame dat hij afdankte. Ik moet zeggen, ik was er erg blij mee. Met het frame op mijn rug reed ik van Elsloo naar terug naar huis. Die renfiets heb deze toen zelf opgebouwd, Sjef Janssen had me er nog enkele onderdelen bij gedaan, ja, ik koester ook goede herinneringen aan Sjef, een sympathieke man met een groot wielerhart.

Jacq. Nieskens met zijn trotse ouders

Valpartijen? Ik? Ik durf het niet te zeggen, zo vaak, ik heb mijn rechter sleutelbeen in een koers gebroken, wáár was dat ook alweer? Een flinke valpartij, hup naar het ziekenhuis, ik kreeg een harnas aan. Na verloop van tijd ging het toch kriebelen. Ik zei tegen mijn moeder, ik woonde nog thuis, Mam, ik ga wat fietsen. Kijk uit zei ze, dat je niet op je beest valt. Via de dakkapel heb ik mijn koerskleren naar buiten gegooid, mijn vriend Jef stond buiten te wachten, op naar Overpelt in België, met de fiets natuurlijk, we gingen altijd met de fiets naar de koers. Mijn ploegleider Wouters zei nog Nies, ge gaat toch niet koersen met die arm? Gelukkig waren er geen kasseien. Ik werd 2e, als ik dat niet met die arm had gehad, dan had ik gewonnen, ik kon rechts niet aan het stuur trekken. Mijn moeder wist van niks, maar ik had toch weer een mooie cent, nee frank verdient. Bij de omloop Het Volk van 1956, de aankomst was op de baan, het zogenaamde Kuipke van Gent. Bij het binnenrijden van de piste kwam ik ten val, ik brak de knieschijf van mijn rechter been, het betekende het einde van mijn wielercarrière dus van valpartijen, ik weet er alles van! In 1957 ben definitief ik gestopt.

Limburgs Dagblad 16 juni 1952

Ik ben in bezit van een gouden, zilveren en bronzen medaille van de KNWU, een keer 1e, 2e en een keer 3e in het Limburgs kampioenschap. Dat kampioenschap dat ik behaalde op het Caubergcircuit. Die Cauberg vlóóg ik altijd omhoog, ik hoefde niet eens uit het zadel te komen, ik woog immers maar een kilo of 53. Het was in 1952 dat ik het Limburgs kampioenschap won, wat was me dat een heisa daar aan de streep. Velen meenden dat ik daar onterecht op het hoogste schavot stond, dat het Hein Gelissen was, Gibson noemden we hem, die de ware kampioen was die dag. Hein zou het eerst zijn wiel over de streep hebben geduwd, het stond ’s anderendaags ook zo in de krant maar door de KNWU werd ik toch aangewezen als de ware Limburgse kampioen van 1952, de bevestiging hiervan kreeg ik later per post toegezonden, de kamprechter had het zo beslist en dit was onherroepbaar.

De medaille van het Limburgs kampioenschap 1952

Sjra Sillen, de bekende sportredacteur van de Maas en Roerbode zei later “Jacq, ze hebben je willen besodemieteren, die foto’s van de finish, die hebben ze verdraaid” Hoe dat gaat weet ik ook niet, maar ik ben en blijf toch de Kampioen van Limburg van 1952.

vooruitblik uit de krant van juni 1956 met de uitslagen van de vijf voorafgaande jaren

Piet Haan klopte ik in zijn eigen dorp Mechelen, dat was een van mijn mooiste overwinningen, toch de koers waar ik de mooiste herinneringen aan heb. Het was mijn tweede of derde wedstrijd bij de amateurs. Mijn supporters van Swalmen die wilden me zelf naar Mechelen brengen met de auto. Dat was niks voor mij, ik ben met de trein naar Maastricht gereden en van daaruit met een rugzak op de fiets naar Mechelen. Ik had me nota bene bij Piet thuis omgekleed, hij had me dat zelf aangeboden. Een man vijf  hadden afspraken gemaakt, Piet zou voor eigen publiek mogen winnen, maar mij was daarover niks verteld.

foto Tonny Strouken

De dag erna, op maandag,  moesten we in Maastricht fietsen. Radium Ronde meen ik dat het was. Ik kwam Pietje voor de koers tegen, “Sjaak, zei hij, je hebt me gisteren de das om gedaan, wil je me hier niet helpen want hier heb ik ook veel supporters zitten. Ik zelf had trouwens ook een grote supportersclub met meer dan 500 leden, die gaven iedere maandag een kwartje.  Als mijn sponsor, dhr. Evers het goed vind ga ik akkoord. Nou, die vond het na die overwinning in Mechelen wel goed. En Piet Haan? Die won hierop de Radium Ronde van Maastricht. Ik kon met Piet Haan goed door één deur, we waren goede vrienden. Met  de andere coureurs kon ik ook goed mee overweg, behalve met Harry Ehlen….

Limburgs Dagblad 15 september 1952

Ronde van Mechelen 1952, met Piet Haan op de foto van sportfotograaf Tonny Strouken

Harry was een neef van Nol Ehlen. Nol was een geweldig coureur, en altijd eerlijk. Dat laatste kon ik van Harry niet zeggen. Het had allemaal te maken met de Ronde van Swalmen van 1956. Ik zat in de slag met Fons Steuten  en Harry Ehlen, we zaten samen in de kopgroep en de afspraak was dat ik zou winnen, met niet veel machtsvertoon. Ze wisten wel dat ik niet te kloppen was. We kwamen de laatste bocht uit, ik op kop, zet niet al te hard aan, ik kijk naar Fons Steuten en flits, de “schmale remmel” vliegt me voorbij… hij klopte me en ik was zó kwaad, mijn fiets vloog over een heg en ik snoeksprongde er ook nog overheen, ik was niet moe, helemaal niet. Klaartje, de vader van Harry, die kwam naar met toe, “Sjaak , zei hij, wat die witte van mij vandaag geflikt heeft, zal je hem wel nooit vergeven”. Ik zei, over drie weken dan is de Ronde van Geleen… daar wint hij nog niet één cent !! Oei, was zijn reactie, je gaat toch geen kloterijen uithalen Sjaak? Nee dat niet, maar ik ga er wel alles aan doen, dat heeft hij nog nooit meegemaakt!

Drie weken later de thuiswedstrijd van Harry Ehlen. Ik had al een paar premies voor de neus van Harry weggekaapt en hem er nog eens op gewezen dat hij geen cent ging verdienen.  Winand Kamphuis, die was ook uit Sittard, komt naast me rijden “Kuub, als ik nu wegspring, kom je dan terughalen?”, Nee Winand, jou niet, maar die “kruppel“ die zal achter ons eindigen.

Winand sprong weg, ik haalde hem niet terug, maar een ronde of drie, vier voor het einde wordt hij weer bijgehaald. Ik zat midden in de groep, ik hield alleen Harry in de gaten. We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen, ik heb er nog krantenartikel van, ge-wel-dig.

We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen

Ik reed al die jaren bij een Belgische ploeg, Victory (Jozef Schaeken Maaseik). Voor elke wedstrijd die ik won kreeg ik 100 gulden. En natuurlijk een fiets, koerskleding en tubes (maar niet zo veel tubes). De Victory fiets heb in nog steeds, al ligt hij wel uit elkaar, het frame de onderdelen en de wielen zijn er nog. Op een gegeven moment kwam er min of meer herrie, men wilde dat ik Belg zou worden, maar dat wilde ik niet, en mijn ouders al helemaal niet. Toen ben ik overgestapt naar de Eroba ploeg van Toine Gense.

V.l.n.r: Jozef Schaeken, (Victory rijwielen) met zijn dochter Godelieve, Jacq Nieskens en rechts achter Kees Boelhouwers

Ronde van Epen 1952, jonge joong, wat was het slecht weer, wat een modderballet. Piet Haan moest daar winnen, hij was weggesprongen met Leo Steevens. Ik ben daar toen alleen naar toe gereden. Toen ik er bij zat zei Pietje tegen mij “Sjaak, ik wil hier graag winnen, dan delen we de prijzen en premies” Ik vond het goed, dat hebben we daarna nog vaak gedaan, de prijzen gedeeld.

Ronde van Epen 1952, v.l.n.r: Jacq Nieskens, Piet Haan en Leo Steevens. foto Tonny Strouken

Waar ik ook een gouden herinnering aan heb overgehouden is de 3e rit van de Ster van Namen, Stavelot– Jupille in 1955. Leo Stevens, die reed in de gele leiderstrui die hij na een geweldige tijdrit om de schouders had. In die derde etappe naar Juplille was op een gegeven moment mijn derailleur kapot, ik lag ruim een minuut achter. Mijn ploegleider, Toine Gense stopte met zijn Jeep naast me, Chris van Dooren zat achter het stuur. Ik kreeg de reservefiets van Harry Schoenmakers, die had dezelfde maat fiets als mij. Gense riep “als je maar zorgt dat je binnen de tijdslimiet binnenkomt!”. Tijdslimiet? Hoezo, tijdslimiet? Als je niet maakt, dat je snel wegkomt, dan, slinger ik deze bidon naar je hoofd! En er hoeft ook niemand op me te wachten, ik kom gemakkelijk alleen terug!!

Jacq. met zijn clubgenoten van TWC Maastricht

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets” Een motorrijder bleef bij me, die vroeg op een gegeven moment of ik nog goed wijs was, zo hard ging ik bergaf. Voor mij was het geen nieuws, dalen kon ik als de beste, ja, met doodsverachting! Zoals ook bij de criteriums, ik trapte in de bochten gewoon door, velen durfden me niet te volgen. Onder aan een berg kon ik weer aansluiten en dacht, als ze nu maar niet gaan demarreren want dan word ik er zo weer afgepiert, maar het viel mee, gedurende de beklimming schoof ik al doende steeds iets meer naar voren. De Gens kwam naast me rijden en stak zijn duim op. Bij de beklimming van de Hallembaye koos ik de aanval. En niemand kon me volgen, ik won de etappe met 31 seconden voorsprong.

Jacq. Nieskens winnaar van de Grosser Mücken Preis in Krefeld, ik won daar een sportfiets. Wat doen we daar mee? vroeg mijn broer Ton. Rij er maar mee naar huis, dan is hij van jou !! zei ik.

 

2016-06-26 Rob Brouwers: Brillemiens waert sjilder

Robert Brouwers ( St.Truiden in 1941 – ’s Gravenvoeren 2016) was tussen 1958 en 1963 een talentvol amateurrenner. Hij begreep dat er meer nodig was om een volwaardig prof te worden. Daarom legde zich verder toe op zijn andere hobby: schilderen.

Zijn reputatie als kunstenaar groeide en hij verwierf erkenning met zijn eigen typische stijl en techniek.

Met veel gevoel, humor en respect portretteert hij zichzelf als wielrenner in het limburgs dialect in Platbook 4: Fitsprovins(2010) van Wim Kuipers:

‘De Wielrenner’ (95 x 75 cm) van Rob Brouwers uit 1975

Brillemiens waert sjilder

’t Woor in Wehr biej Tuddere det ich häöm veur d’n ierste kier zoog, d’r Jan Hugens. Det woor vreugjaor 1959. Ich meugde mitdoon aan ein trainingsrit – es beginneling. ‘Dat heeft wel wat, zo vlak naast de Nederlandse kampioen bij de profs Jef Lahaye, oud-kampioen Piet Haan en de internationaal bekende amateur Jan Hugens te kunnen fietsen’, sjraef ich saoves in mie Wielersjrif.

De neugende augustus van dat eigeste jaor kaomde ich häöm obbenoews taege, in Plombières. ’t Woor mien ierste koers es amatäör. ‘Ik keek me de ogen uit voor het vertrek. Ik stond daar naast beroemdheden als de Nederlander Jan Hugens, de Brit Watson en de Zwitser Bernett, alle drie geselecteerd voor het wereldkampioenschap in Zandvoort.’
Meh lang höb ich hun neet kónne bewóndere, want krek op ’t momint det de rooj vaan nao ónger góng, brook de hèl los. Blikseme, dóndere en raegene of alle duvele euverhoup laoge. Umdat ich es brillemiens halseuverkop get angers op wól zitte, sjtóng ich nog sjtil wie de ander es weendhon d’r vanónger ketsde. Ich höb ze neet mie trök gezeen.

Links Jan Hugens, rechts Hub Harings

Eine maond later tróf ich Hugens veur d’n driede maol, in mien eige dörp. ‘De winnaar van de eerste Grote Prijs van de Voerstreek is een van de bezielers van het jongste WK, de tempobeul Jan Hugens.’ Nao kremp teen kilomaeter koers, sjuus op d’n top van de Magisberg, demarreerde hae al eweg. Wie veer ouch achter häöm aan karde, veer krege geine maeter good. Intaengedeil: de veursjpróng waerde gesjtedig mier. Hae hekselde zónger pardon ’t ganse peletón in sjtruisel.

In de klassieker Tongeren-Baelen (biej Eupen), noe vieftig jaor leje, lierde ich Hugens op ein anger meneer kinne. Veer waore kaolik de sjtad oet of Jantje Willemsen, Carlo Zanetti en nog get van die men hawwe hun pollevieje al geluch. En ze rete d’raan: in Berneau al twie menute avans. Iers in de Côte des Trois Cheminées begós ’t lank oetgelemmelde köd zich te räöre. Kenónne wie Karl-Heinz Kunde, de Zjwitserse kampioen Bernett, de Brit Michael Wright en Jan Hugens versjnelde. Robert Brouwers mèt.
Meh op daen aope kale kletsjkop baove Aubel, biej d’n Amerikaanse kirkhaof, met d’r weend paaf op oos naas, mós ich sjtillekesaan sjarre veur biej te hawwe. Ich begós al ins ein kopbeurt euver te sjlaon. Opins d’r Hugens naeve mich. ‘Enne?’ Ich zag det ich ei bietje mós röste. ‘Dalik fits ich dich de grach in, dan kóns te röste,’ sjoebde hae.

In de gezette van die daag vergeleke ze häöm mit eine locomotief. Nou, hae deeg mich ierder deenke aan einen iezeren hings. Wat eine gifsjieter. Ich dórs neet mie op te loere. Óngerwiel bleve ze ‘m van ketoen gaeve.
In Henri-Chapelle haw de kopgroep nog mer ein hamfel seconde euver. Achter ós kaom ei peletungske van ei maan of twintig. ’t Leek waal ’t verhaol van de Wil Jach. Sjuus op ’t momint det de drie grupkes inein zólle sjmaelte, knalde d’r Hugens wie eine sjampanjesjtop d’rop en d’reuver. D’r Bernett sjoot ‘m nao. Op ein van die maotheuvele biej Eupe sjpróng doe aoch d’r niepel Kunde wie ei meiveule voert. Hae woor mer ei kroekesjtöpke hoog, meh velo vare kós hae wie de bèste. Dan dreve zónger kómpleminte Lei Knops, Frissen en ènnige aander petreuns van ós eweg. ‘Brouwers, haw dich aan de tek,’ en ich metein d’rachteraan, mit twie ertetèllers in mie raad, die ’t verdomde euver te naeme. Dedju! En allein taenge die losgesjlage pospaerd veur mich lökde neet. Gaodsgleujentige oetgehikde bèddezekers. Ich woor veur te ploffe, lètterlik en figuurlik. Krege veer aoch nog ei sjrikkelik oonwaer mèt hagel euver oos röbbekas. Ich zaog door miene bril allèng nog get wazige sjtrepe, sjuus wie in d’n douche. Achteraaf heurde ich dat de winnaar zich Lei Knops sjraef.

Eerste van links Hub Harings, 2e van links Leo Knops

Twie maond later dege veer mit aan de driedaagse Triptique Ardennais. De ierste etappe góng richting Luuk. Al vriej vreug op de Mont-Sart achter Spa laoge drie maan op kop: de lange Lei Knops, de geblokde Huub Harings en de neet al te loze Robert Brouwers. Op de volgende beklömming krege veer kómpenie van twelf, darteen gaasbrenners à la Hugens, mit daobiej miene ‘kammeraod’ perseunlik. Mae ich doerf häöm toch nit gojendaag te wènke. Jaomer genóg begós ’t doe te raegene, wodoor ich es brillemiens op de keenderköpkes van Verviers los mós laote. Ich kós gein risico’s numme.
De twiede rit góng nao Jevignée in de provins Luxemburg. Ich zól mich koesj haowe, get rujiger zien. Ein dieke haof oer later, op de Côte de Xhoris zote twie Noord-Braobenders op kop, mit drie Waole, einen Itak en ei sjtóm ulevótskuke. Ich haw mich obbenoews laote verleie. Helaas: de sjtere broke pas los tösje Harzé en Werbomont: Hugens, Harings, Bracke, Bernett, Wright en nog get van dat kaliber. Brouwers hóng aan d’n elesjtiek. De mismood kaom mich d’raan. Kerdju, die knape dege alles sjpeulenterre; die wiste sjuus wienee ze oet móste pakke zónger zich meug te make. Ich haw miene polfer dök al versjote veur emes aanveel. Ich koersde zónger väöl bezej.

Toch druimde ich d’rvan oots eine goje te waere, eine helle, geine oetgekookde flikflojer, dae geine floep haw veur sjtere of hingste. Meh op de helling van Liernieux zaog ich miene geis kroepe. In Jevignéé besjlaot ich sjtilkes heiversj te gaon.

Kórter es ei paar driede en ein twiede plaatsj brach ich ’t in ’t volgend sezoen neet. Ich sjeide d’rmit oet – ich wól noe kunsjilder waere.

‘Allebonheur,’ zag mien mam, ‘nog erger….’

Robert Brouwers

Robert Brouwers, Voere

Platbook 4: Fitsprovins(2010) van Wim Kuipers