1921-07-18 Benjamin Javaux

Benjamin Javaux neemt deel aan de Grande Boucle van 1921, er zijn 15 etappes met een totaal van 5484 kilometer. Hij draagt ​​het rugnummer 174. Tijdens de 12e etappe, die Genève (Gex) – Straatsburg over 371 km constateert Benjamin na een val dat een buis van zijn frame is gebroken en de vork van zijn fiets is verbogen …

Benjamin Javaux (geboren op 3 maart 1894 te Neffe, een gehucht bij Bastogne in de provincie Luxemburg, een dik uur rijden van Maastricht), had een pijnlijke jeugd. Zijn vader verdrinkt in de Maas, hij viel uit de sleepboot waarvan hij de kapitein was en dat we kort voor de geboorte van Benjamin, die de zelfde voornaam krijgt als zijn vader. Benjamin is de tweede zoon van het gezin. Het jaar waarin Benjamin zijn debuut in het wielrennen maakte, is niet precies bekend. Wat wel bekend is dat hij met de wielersport moet stoppen in verband met het uitbreken van de 1e wereldoorlog om zijn militaire dienst te vervullen. Op 20 jarige leeftijd, aan het begin van de oorlog, was Benjamin een artillerie-waarnemer in Fort van Dave. Het fort viel snel in handen van de vijand. Maar Benjamin ontsnapt, gaat in burgerkledij terug naar zijn woonplaats Dinant waar hij ontdekt dat 4 leden van zijn familie, waaronder zijn moeder, door de Duitsers zijn doodgeschoten tijdens de bloedbaden op 23 augustus 1914 te Dinant. Benjamin besluit daarom naar Nederland te gaan en van daaruit door naar Engeland om zich vervolgens aan te sluiten bij de “13th Belgian Field Artillary”. Hij keert terug naar België, neemt langdurig deel aan de slag bij Ieper.  Zijn oudere broer, Eugène, was na zijn studie aan de Atheneum van Dinant accountant geworden in Huy. Deze meldde zich aan als vrijwilliger bij de oorlog en werd gedood bij de slag om de IJser. Toen hij terugkeerde van de oorlog in Anseremme, was Benjamin de enig overgebleven telg van zijn familie. Hij werd hierop opgenomen door de familie Fabry van het Hôtel de la Gare. Hij besloot weer te gaan koersen.

Tour de France 1921 12e etappe Genève – Straatsburg, 371 km

We zijn ongeveer twintig kilometer van de finish als we in onze volgwagen een dorp doorkruisen, kort na Schlestadt. Er heeft zich net een val voorgedaan in het peloton … we hoorden de krijsende remmen. We komen aan bij het toneel van de valpartij, de mensen wijken naar achteren. Eén renner blijft achter, zijn dij en linker elleboog diep geschaafd … het is de jonge Belg Benjamin Javaux

Benjamin Javaux aan de finish te Straatsburg, 12e etappe, Tour de France 1921, Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

In een reflex pakt hij zijn fiets, maar realiseert zich onmiddellijk dat er iets mis is met zijn koersmachine, een buis van het frame is gebroken en de voorvork is verbogen. Doorgaan is niet mogelijk, hij heeft een andere fiets nodig heeft en vraagt aan alle omstanders om hulp. Een fiets! Javaux wil koste wat kost de etappe én de Tour voltooien. Hij weet ook, het is namelijk een van de wedstrijdreglementen in de Tour, dat hij met dezelfde fiets waarmee hij is gestart, ook de finishlijn moet overschrijden. Dat de fietsen van de arriveerde renners door de Tour organisatie zouden worden gecontroleerd dat stond vast

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Hij heeft tranende ogen, verdrietig loopt hij verder met zijn kapotte fiets, hij zoekt mensen die hem kunnen helpen Straatsburg te bereiken, er is nog slechts zo’n twintig kilometer te gaan. Zijn verwondingen aan zijn dij, zijn gescheurde korte broek, hij heeft er geen oog voor, het maakt hem niet uit. Hij bloedt, het bloed vermengt zich met de schaamte en het stof van de weg. We zijn getuige van een tafereel, het zielige beeld van deze radeloze, gewonde coureur, die aan zichzelf is overgelaten, aan de rand van een onbekende weg, die hem in verlegenheid brengt. Zijn blik verraad de ellende waarin hij verkeerd. Hij wordt achtervolgd door het afschuwelijke spook van verlatenheid nu het peloton al ver weg is, de laatste officials zijn reeds gepasseerd. Net nu, als het moeilijkste deel van de Tour achter de rug lijkt, met Parijs in zicht.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Maar plots komt een jonge man, zijn fiets voortduwend, uit de dubbele rij toeschouwers: “Hier, mijnheer,” zei hij, zijn fiets aanbiedend. Ik kom hem straks wel ophalen in Straatsburg, veel geluk !! Javaux stond verbluft, hij kon het niet geloven, beseft plots dat hij in staat zal zijn om zijn weg, de etappe en de Tour te vervolgen, het is een geschenk uit de hemel. Het moment is een aangrijpend moment, ook de jongen die Javaux uit de brand hielp zal zich zijn dankzeggingen vast nog lang herinneren. Javaux had al de tas van zijn fiets geopend en nam een sleutel waarmee hij het zadel van zijn vervangende fiets snel op hoogte zette. Vervolgens nam hij met een grote zwaai de zware last, van zijn gebroken fiets, op zijn schouders. Met een brede glimlach voor degenen die hem hielpen ging hij weer op pad en zijn eerste pedaalslagen ontketenden een applaus.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

De bestuurder van onze auto heeft net de motor opnieuw opgestart, mijn keuze is snel gemaakt: we gaan niet achter het peloton aan om getuige te zijn van de aankomst  maar blijven Jarvaux volgen. Als deze man er in slaagt, deze moedige coureur, om de finish te bereiken, dan zal hij de held van de dag zijn! Het is daarom dat we hem moeten volgen, zodat hij zich minder alleen voelt in zijn worsteling, nu de menigte langs de weg beetje bij beetje achterwege blijft. Logies want ze zullen denken dat de laatste renners al wel voorbij zullen zijn. Ondanks de vermoeidheid, de moeite om goed in lijn te blijven met die fiets die op de schouders hangt, houdt rugnummer 174, Benjamin Jarvaux, een uitstekend tempo. Van tijd tot tijd moet hij zijn stuur met de rechterhand loslaten om het frame dat om zijn nek knelt een beetje op te wippen. We hebben nu Benfeld bereikt, het nemen van de hoofdstraat, kasseien, is een echte beproeving voor de man die voor ons op zijn leenmachine voort koerst. Het publiek is verbijsterd, men moedigt hem aan, juicht hem toe.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Bij het uitrijden van de stad gaan we naast Jarvaux rijden, het is onze beurt om hem aan te moedigen, mede ook omdat zijn tempo sterk is afgenomen. Op zo’n 5 kilometer van de arrivé rijden we langs hem, “we wachten op je bij de finish … Bravo!” Ondanks dat hij, zichtbaar, behoorlijk afziet slaagt Javaux er nog steeds in om ons een glimlach toe te werpen! Straatsburg, het is niet meer ver. Nog slechts een paar nare gaten in de weg moet hij vermijden om zijn beproeving niet nog meer te verergeren. En dan is het tijd voor de verlossing! We haasten ons naar de finishlijn om de jury te waarschuwen dat rugnummer “174” niet heeft opgegeven, dat deze elk moment en zeker nog op tijd zal aankomen. En nu stijgt een geroezemoes op in de menigte op, die nu rondwandelt op de plaatsen waar de aankomst eerder werd betwist. Daar, in de richting van de fluiten die we horen, zien we een fiets verschijnen. Het is “zijn fiets”, deze lijkt te glijden over de hoofden van de menigte. Het is Javaux die arriveert, voorafgegaan door gendarmes die voor hem uit rennen om de weg naar de finish voor hem vrij te maken. Benjamin Javaux is aan het einde van zijn latijn. Hij leverde een fantastische maar pijnlijke prestatie en wordt spontaan toegejuicht door de toeschouwers die hun ogen niet kunnen geloven!

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Ik zie hem afstappen, de finishlijn uiteindelijk overschreden, die kerel van een man, verwoest door vermoeidheid, met pijn in zijn schouder en nek die lijkt in brand te staan. Ik denk terug aan Eugène Christophe die zijn gebroken vork repareert in die oude smidse in het dal van een vallei in de Pyreneeën en ik zeg tegen mezelf dat het deze mannen zijn, die met hun acties en hun vastberadenheid, die de legende van de Tour de France gemaakt hebben.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

Met een leenfiets, met op zijn rug zijn kapotte koersvelo, eindigt Benjamin in zijn eentje deze etappe zelfs nog op een schitterende 12e plaats op 29 minuut, 12 seconden van de winnaar, de Franse Honoré Barthélémy die de rit beëindigd na 15 uur, 37 minuten op het zadel te hebben gezeten. De  tragische gebeurtenissen die Benjamin tijdens zijn jeugd had meegemaakt hadden beslist hun invloed op de enorme wilskracht die deze coureur ten toon spreiden om een ​​evenement af te sluiten dat zo prestigieus was als de Tour de France, terwijl hij nog geen middelen had om door te gaan de professionele wielercarrière die hij had gekozen.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

In Parijs, aan het einde van de Ronde van Frankrijk, eindigt Benjamin op de 21e plaats op 25 uur, 25 minuten van de winnaar, een andere Belg, Léon Scieur. In het eindklassement van de geïsoleerde renners, tot welke categorie hij feitelijk behoorde, eindigde hij op de 12e plaats. Winnaar van de Tour de France in deze categorie is de Tongenaar Victor Lenaers

Victor Lenaers, de Limburgse winnaar van het eindklassement in de categorie geïsoleerde renners 1921

Bij de terugkeer van zijn schitterende Tour de France werd Benjamin gevierd door de stad Dinant. Nadat hij daar uit de trein stapte, werd hij per koets naar het stadhuis gebracht waar hij een mooi cadeau aangeboden kreeg ter herinnering aan zijn geleverde prestaties in de voorbije Tour, een 18-karaats gouden zakhorloge.

Les Miroirs des Sports 28 juillet 1921

rituitslag:
1. Honoré Barthélemy: 15hr 7min 53sec
2. Hector Heusghem z.t.
3. Léon Scieur z.t.
4. Jean Belvaux @ 27min 33sec
5. Luigi Lucotti z.t.
6. Louis Mottiat z.t.
7. Félix Sellier z.t.
8. Eugène Dhers z.t.
9. Hector Tiberghien z.t.
10.Léon Despontin z.t.
12. Benjamin Javaux @ 29min 12sec

algemeen classement na de 12e etappe:
1. Léon Scieur: 177hr 47min 35sec
2. Hector Heusghem @ 21min 47sec
3. Honoré Barthélemy @ 1hr 58min 35sec

L’Auto 31 juillet 1921

2019-06-22 TeleVizier: rebellenclub op wielen

Voorpremière Andere Tijden Sport  met gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga op het Sportpark de Laguiten in Rijsbergen.

Op zaterdag 22 juni, de vooravond van de pijl was in er Wielerdorp Rijsbergen een première. De Andere Tijden Sport  uitzending “rebellenclub op wielen” van Wiep Idzenga en Bas Steman te zien. De eerste Nederlandse sponsorploeg in de Ronde van Frankrijk, we schrijven 1964, het seizoen was al begonnen, groen licht moest nog gegeven worden om de TeleVizier ploeg te formeren. De uitzending richt zich vooral op de vrijbuitersrol die de ploeg drie jaren lang in de Tour de France met succes en tegenslag vervulde.

In de Tour (8 TeleVizier etappe zeges) en Vuelta (17 TeleVizier dagzeges) speelt Kees Haast als de aangewezen man voor het klassement bij de TeleVizier ploeg. Een belangrijke rol, zo ook in de documentaire, allicht, hij was de kopman. Maar het liep niet van een leien dakje…

TeleVizier, dat was iets nieuws, een jonge, homogene puur Nederlandse ploeg. Waren het een soort van musketiers, zo van “een voor alleen allen voor één”?  Er zijn in ieder geval drie jaren lang veel avonturen beleefd. En er waren kansen voor iedereen en niet onbelangrijk voor een beroepsrenner: Poen! Fl. 16000 poer man in de Tour werd gezegd, maar het zou ook fl 13000 kunnen zijn geweest. Dan kun je thuis toch zeker zeggen dat het een goede Tour was geweest, niet? Geen geringe bedragen in de jaren zestig. Een van de TeleVizieren vertelde me dat hij, ondanks dat hij de Tour vroegtijdig moest verlaten, toch nog mooi 5000 florijnen kreeg. Ja, bij TeleVizier zat je blijkbaar goed.

De coureurs waren in dienst van een stichting. Verzekeringen, sociale voorzieningen, ww…? In de wielersport destijds had men er nog niet van gehoord. TeleVizier liet zien hoe het moest…. Al was het niet duidelijk of er, zoals werd aangehaald, ook kinderbijslag door de coureurs werd ontvangen. Volgens de twee aanwezige TeleVizier anciens hebben ze dat dan blijkbaar nog te goed van de Pel, ze konden zich niet herinneren ooit kinderbijslag te hebben ontvangen destijds.

De indruk is wel dat je bij de Pel op tijd betaald kreeg, je deel van het prijzengeld volgens afspraak kreeg etc. Akkoordjes met andere ploegen betekende soms een financieel extraatje in het laatje van de Pel, als je er achter kwam kreeg je je deel alsnog uitbetaald. Zo niet,dan had je gewoon pech. Men zegt dat er een Pellenaars van de jaren vijftig en een Pellenaars van de jaren zestig is. In ieder geval waren er veel coureurs, die in Franse dienst reden omdat er bij de Nederlandse ploegen niet veel te verdienen was. TeleVizier was nieuw, je reed met een  degelijke contract en er was voldoende poen te verdienen. De stelling dat TeleVizier een aantrekkelijk merk was om als coureur voor te rijden mag men best voor waar nemen. Als verzorger, mecanicien had je het ook niet slecht. De nieuwe Pel was sociaal, veel renners in buitenlandse dienst hadden het goed begrepen, daar wilden ze ook bij horen….

De gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga

De docu “TeleVizier, rebellenclub op wielen” van Wiep Idzenga en Bas Steman met o.a.  Jo de Roo, Gerben Karstens, Cees van Espen, Bas Maliepaard, Hub Harings,  Kees Pellenaars, de mecaniekers John Krijnen en Geert Polak en noem maar op! Ze spreken nog een aardig woordje wielertaal. De uitzending is voor het eerst te zien op 7 juli 2019, NPO1.

De opkomst in Rijsbergen was licht bedroevend, maar degene die aanwezig waren hebben zich kostelijk vermaakt, van de overgebleven TeleVizieren waren slechts vertegenwoordigd door Hub Harings en Bas Maliepaard, mannen met humor. Zo ook twee van de TeveVizier-mecaniekers Johnny Krijnen en Geert Polak daarnaast ook nog Rijsbergens Tourcrack Jacques Hanegraaf. Ook Monique, de dochter van Kees Haast, schoof ook aan bij het tafelgesprek.

Nadat de voorpremière van de documentaire die geschiedenis van de vrijbuitersploeg en vooral, met de komende 2019 editie in kort verschiet, de drie Tour de France deelnames van de ploeg van de Pel, de eerste Nederlandse sponsorploeg in la grande boucle belicht.

In 1965 leek Kees Haast als eerste Nederlander op weg naar het podium in de Tour de France, tot een valpartij een einde maakte aan zijn droom. In de aflevering van Andere Tijden Sport spreken Haast en een aantal voormalig ploeggenoten over die teleurstelling. Het interview met Haast werd opgenomen vlak voordat hij in januari van dit jaar overleed.

25 Jun 1964 Vorst-wielrennen-ronde Van Frankrijk Voor de vierde etappe van de ronde van frankrijk bespraken een aantal nederlandse renners hun kansen. Vlnr: leo van dongen jan janssen (drager van de groene trui) henk nijdam en piet damen. Auteur: Ge Van Der Werff  In: Vorst

Tour de France 1965, TeleVizier, 16 Juni 1965 Ten huize van ploegleider Kees Pellenaars vond de tourploeg voorstelling plaats— met Gerben Karstens, Kees Pellenaars, Bas Maliepaard, Cees Haast, Rik Wouters, Leo van Dongen, Huub Harings, Cees van Espen, Jo de Roo, Jo de Haan en Henk Nijdam

14 juni 1966 TeleVizierploeg voor Tour de France 1966

Mooi dat ook de Ronde van Spanje ter sprake kwam, waar bij twee deelnames niet minder dan 17 etappezeges werden behaald, toch geen geringe prestaties. Keest Haast, de kopman tijdens de drie door TeleVizier gereden Ronden van Frankrijk vormde de rode draad tijdens de gesprekken. Tevens waren er weer wielertruien van verzamelaar Henk Theuns te bewonderen, maar ook 2 originele Tour de France koersmachines van de vermaarde TeleVizierploeg.

De TeleVizier Batavus 1966 (Leo Knops) van Remy Rijwielen Ossendrecht

De locomotief Tour de France van Bas Maliepaard, gerestaureerd door zijn mecanicien en goede vriend Geert Polak

Bekijk Andere Tijden Sport: Televizier, de Brabantse cowboys in de Tour de France hier op nos.nl :

Na de video kwamen de gesprekken over de enthousiast ontvangen docu op gang. Tenslotte werd de deelnemers gevraagd te vertellen wat de wielersport voor hen betekende, een anekdote, een bijzonder moment of wellicht wat ze met Kees Haast hebben gedeeld.

Bas Maliepaard: Niks verdiend en toch gelachen. Ik had getekend bij Pellenaars voor een paar banden en een trui, toen was ik nog amateur, later werd ik toen prof, in 1959, in het zelfde jaar nog, en moest ik voor Vredestein gaan rijden. Ik kreeg een brief van een advocaat dat ik verplicht werd voor Vredestein te gaan rijden. Ik zeg, ik heb helemaal niet getekend, ik ga naar Frankrijk. Dat vonden ze niet goed. Ja zei ik, ik ga toch. Joop Middelink van de bandenfabriek Radium die wilde mij in zijn ploeg, die zei je hebt getekend bij Vredestein, NIKS DAARVAN ik heb helemaal NIKS getekend. Toen ben ik naar Pellenaars gegaan, die had onder mijn contract, van die banden en een trainingsbroek, eronder bijgetikt dat ik als ik prof werd dat ik voor Vredestein zou gaan rijden. Dat was een slecht kant van de Pel. Hij was een man met twee gezichten, misschien wel drie. Een goeie kant was dat toen ik thuis zat zonder werk, belde hij me ’s avonds om 11 uur op, Bas zei hij, heb je al werk? Nee nog niet, hij zei dan moet je naar die en die ingenieur gaan die heb werk voor je, dus toch wel mooi dat hij aan me dacht. Ik vond hem erg sociaal voelend.

Bas Maliepaard

Johnny Krijnen: Ik wil nog effe terug komen op het bekende geval van Cees Haast in de tunnel, het is al vele malen verteld, het mooie was, ik kom ’s avonds bij het hotel, daar zat hij dan met zijn tulband op. Ik zeg Kees hoe gaat het? Ja goed jong, hij nog vrij vlug, kom we gaan een bierke pakken. Mag dat dan wel met die kop van jouw? Ha, zei Kees, ik hoef niet met mijn kop te drinken ik drink met mijn mond, haha, maar je heb wel mijn leven gered. Dat klopt want Haast lag daar half bewusteloos, voor het zelfde geld was hij daar verdronken.

Ondanks zijn hoofdwonde blijft Kees Haast dapper doorstrijden in de Ronde van Frankrijk Na de achttiende etappe staat hij als beste man van de televizier-ploeg geklasseerd in het algemeen klassement. ANPFOTO. 11-07-1966.

Over het sociale gedrag van Pellenaars het volgende. Ik heb zelfs bij Pellenaars ingewoond. Ik woonde in Bussum, dat was 112km heen en weer, over Raamsdonkveer en Utrecht enz. Soms was ik daar de hele week en op donderdag “sodemieter nu maar op en kom zaterdag maar terug want dan zijn de klassiekers”. Ik herinner me dat ik jarig was, dat was dan maar één keer per jaar, ik kreeg van mevrouw Pellenaars een enveloppe met 150 gulden en de Pel zei dat ik naar een bepaald autobedrijf moest rijden. En laat daar maar van mij, op die ouwe auto van jouw 4 nieuwe banden zetten, ja ik heb er heel goeie herinneringen aan.

Hub Harings: Voor Gerben Karstens en Jo de Roo moest ik samen met Jo de Haan drinken halen, we stopten bij een café, we moesten daar de kelder in, we graaiden naar een paar flessen maar toen we weer naar boven wilden was de deur dichtgeklapt en konden we niet meer naar buiten. We hebben daar 5 minuten in de kelder opgesloten gezeten, gelukkig, de fietsen er staan er nog. We konden aan de voet van een col weer terug aansluiten bij het peloton, toen hebben we alle flessen toch maar weggegooid. Dat was met wijlen Jo de Haan.

Hub Harings in gesprek met Jacques Hanegraaf

Jacq Hanegraaf: Zo’n anekdote heb ik niet, mijn plaatsgenoot Kees Haast is van een andere generatie dan ik ben, maar als ik de verhalen zo hoor, en ook uit eigen ervaring tijdens en na mijn eigen wielercarrière opmaak is dat er in die tijd van Kees bij de Televizier ploeg heel veel van hem werd verwacht. Hij was de kopman, om zo maar te gaan voor het klassement van de Ronde van Frankrijk, er was in die tijd geen voorbereiding, er was geen parcourskennis. En kennis over techniekbeheersing, het afdalen bijvoorbeeld zoals ze dat nu met Chris Froome en al die andere wel doen. Onze Kees Haast ging er voor, er werd veel van hem verwacht. Als je dan ook ziet hoe hij in het video fragment dat we net zagen zijn verwondingen bagatelliseert, als je het goed bekijkt is hij bijna gescalpeerd, maar onze Kees Haast zegt “we gaan er weer voor, en morgen is er weer een nieuwe dag”. Ik moet eerlijk zeggen, nu ik de documentaire van “Andere Tijden Sport” heb gezien, heb ik nog veel meer respect voor Kees, dan ik al in mijn jeugd had, tijdens mijn wielercarrière had. Want ik begrijp nu wat er in hem omging. Postuum durf ik te zeggen, Kees, ik ben blij dat je de laatste jaren zo trots bent geweest want wij zijn ook oh zo trots.

Geert Polak

Geert Polak: Ik zou graag vertellen wat het wielrennen voor mij betekend want het loopt nog steeds als een rode draad door mijn leven. Toen Bas Maliepaard en ik zestien jaar waren, zijn we samen gaan koersen. Bas is een echte grote geworden, hij heeft de Tour de France gereden maar ik heb ook een aantal Tour de France’en mogen doen. Weliswaar als mecanieker, maar ik heb toch de Tour gedaan. Ik word nog regelmatig betrokken bij dingen die met het wielrennen te maken hebben, zie vandaag. Het doet me goed er vandaag ook weer bij te zijn. Het was een fantastische tijd, een tijd die je bij blijft en waar ik een goed gevoel over heb.

Tenslotte is Monique, de dochter van Kees Haast aan het woord. Ik ben heel trots op ons Pa, hij is altijd een hele lieve zorgzame hartelijke man geweest. Hierop volgend  werd gezamenlijk nog het glas geheven op Kees, TeleVizier en de  documentaire, én natuurlijk Johan van der Velde, hou je haaks Johan

TeleVizier Tour de France ploeg 1964:

Tour de France 1964, 1e etappe, Rennes – Lisieux, 215 km Laatste voorbereidingen voor de start van de Tour 1964 — met Jacques van der Klundert, Leo van Dongen, Cees van Espen en Cees Haast in Rennes.

Eerste Nederlandse sponsorploeg in de Tour de France. Het overblijfsel van de TeleVizier-ploeg bij de ereronde aan het eind van de Tour de France 1964. Vanaf links: Jo de Haan, Cees Haast, Henk Nijdam, Rik Wouters en ploegleider Kees Pellenaars. foto privé-collectie Rik Wouters. . — met Cees Haast, Rik Wouters, Kees Pellenaars, Jo de Haan en Henk Nijdam in Parijs Frankrijk.

Tour de France 1964, 22e etappe B, Versailles – Paris, individuele tijdrit, 26,5 km. Jacques Anquetil wint de afsluitende tijdrit en de gele trui, Jan Janssen wint de groene trui. -met Kees Pellenaars, Jan Janssen, Cees Haast, Jo de Haan, Rik Wouters en Henk Nijdam bij Parc des Princes.

TeleVizier Tour de France ploeg 1965:

Klik voor TeleVizier in de Tour van ’65

TeleVizier Batavus Tour de France ploeg 1966:

Tour de France 1966, 3e etappe A, Tournai 20.8 km, ploegentijdrit, 23 Juni Mannen van Pellenaars vormden snelste equipe Succes voor de Televizieren in de ploegentijdrit over 20 km (2 ronden), die donderdagmorgen rond Doornik werd gehouden. De mannen van Pellenaars slaagden er namelijk in om in deze rit, die alleen meetelde voor het ploegenklassement, te winnen. Nu moet gezegd worden, dat niet alle formaties de indruk gaven deze rit tegen het horloge au serieux te nemen. De voornaamste concurrenten waren dan ook de ploegen met Belgen, die voor het talrijke eigen publiek wel wat wilden laten zien. Maar tegen het geweld van de rood-witte Nederlanders, die steunden op de treinlopers Zilverberg, Nijdam en Karstens, waren zij niet opgewassen Al na de eerste ronde, waarin Pellenaar’s formatie Rik Wouters (“Ik had die eerste kilometers op kop moeten rijden en dat kan ik nu eenmaal niet”) en Leo van Dongen (lekke band) kwijt raakten, werd het duidelijk, dat dc mannen van de Pel hoge ogen zouden gaan gooien. Zij bleven namelijk met 13 min. 58 sec. als enigen onder de veertien minuten in deze eerste ronde. Het dichtst bij kwam die Belgische ploeg van Guillaume Driessens met groene truidrager Reybroeck (14.03). Teleurstellend waren toen al de tijden van Peugeot met die wereldkampioenen Ferdinand Bracke en Tommy Simpson (14.14), de onder leiding staande Belgische formatie van Marien met Rik van Looy en Ward Sels (14.18) en vooral van de Fordploeg, die ondanks Anquetil niet verder dan 14.24 kwam. In de eerste ronde werden de televizieren (13.56) slechts door Pelfothen van Jan Janssen. Tenslotte bleek de tijdrit die de kas van de Televizierploeg weer behoorlijk spekte, het volgende resultaat opgeleverd: 1. Televizier: 27 min 54sec 2. Smiths op 15sec 3. Pelforth-Sauvage-Lejeune op 21sec 4. Mann-Grundig op 1min 45sec 5. Solo-Superia op 2min 45sec 6. KAS-Kaskol op 3min 40sec 7. Ford France op 3min 55sec 8. Molteni-Hutchinson op 4min 20sec 9. Fagor op 5min 10. Mercier op 5min 55sec 11. Filotex-Fiorelli op 7min 12. Kamome-Dilecta-Dunlop op 8min 30sec 13. Peugeot-BP op 9min 40sec

Tour de France 1966, Privas – Bourg d’Oisans, 203.5 km, 6 Juli 1966 Bij warm weer is voor iedere renner water een eerste vereiste. Gelukkig hebben de mensen die langs de route wonen daar begrip voor zoals hier een lieve dame de bidon van Jos van der Vleuten vult.

 

De Televizier etappezeges in de Ronde van Frankrijk waren voor:

27-06-1964 6e etappe: Henk Nijdam
26-06-1965 5e etappe deel a : Cees Van Espen
29-06-1965 8e etappe: Jo De Roo
23-06-1966 21e etappe: Gerben Karstens
23-06-1966 3e etappe A, ploegentijdrit: TeleVizier
23-06-1966 3e etappe B: Gerben Karstens
05-07-1966 14e etappe deel a: Jo De Roo
12-07-1966 20e etappe: Henk Nijdam

Voor iedereen die de wereldpremière gemist heeft, TeleVizier: rebellenclub op wielen wordt zondagavond 7 juli 2019 uitgezonden op NPO1.

1950-09-23 Martinussen & Lumey

Over twee Limburgse wielerpioniers en hun anekdotes

Jean Martinussen (geb. te Gulpen 23-03-1883) en Lambert Lumey (geb. te Wittem 31-03-1881) vertelden in een interview met het Limburgsch Dagblad (23-09-1950) over hun rennersleven in het eerste decennium van de vorige eeuw. Over toen zij de Zuid-Limburgse wegen met hun Alcyon’s onveilig maakten, wielerwedstrijden van alle soort en afmeting in binnen- en buitenland reden en bijna roekeloos met hun sterke krachten omsprongen, als kende het menselijk uithoudingsvermogen geen grenzen. Zij lééfden, áls zij maar fietsen konden en bekreunden zich niet om plasregens en orkanen, klaagden niet over de barbaarse toestand, waarin de wegen verkeerden en kenden geen vermoeidheid als zij wedstrijden van bij de 400 km hadden gereden.Beiden maakten naam in binnen- én buitenland.

Hun namen werden met ontzag en bewondering door de toenmalige wielerfans in België, Frankrijk en Duitsland uitgesproken. Dat was rond de jaren 1905, toen de coureurs nog niet over de gladde wegen van thans gleden en ook niet het lichte, elegante materiaal van tegenwoordig met z’n veelvoud aan versnellingen kenden. De wegen mochten die naam toen niet hebben en ’n racefiets, zonder een versnelling woog toen nog altijd 12 kg. Zij haalden oude herinneringen op, schots en scheef door elkaar, van de ene wedstrijd op de ander springend, Martinussen met felle gebaren en in het ongekuiste wielerjargon soms, Lumey bedachtzamer en met meer zorg zijn woorden kiezend, beiden met een jongensachtige pret in hun ogen, omdat zij nog eens over die tijd konden praten, daarbij namen noemend van renners en officials, die lang tot hun vaderen verzameld zijn.

In de doolhof van herinneringen hielpen zij elkaar op weg met „weets tich nog in Aken ” of „Herinnert tich nog Verviers ” en de namen van andere plaatsen waren de sleutels, die de toegang tot een bijna vergeten historie gaven. Er volgden alsmaar verhalen, soms sterke verhalen, onderhoudend en interessant en dooi beiden met verve voorgedragen, elkaar aanvullend in de details, omdat de barre avonturen op de weg dikwijls samen beleefd waren. Jean Martinussen en Lambert Lumey, twee oud-renners, twee vrienden in de sport en in zaken, twee vitale kerels nog, die nog niet het gezapige bestaan van de gepensioneerde kennen, beiden nog actief en Martinussen in zijn garage zeker niet opzij gaand voor een jonge kerel. In hun tijd waren zij werkelijk niet de eerste de beste en er schuilt geen kranten letter overdrijving in, als wij zeggen, dat zij gevreesd en geroemd werden.

L’Auto 30 août 1907, de 8 uren van Verviers, een van de vele krantenknipsels waarin Lambert Lumey vermeld staat

Wilt U iets om hun grote staat van dienst weten? Jean Martinussen werd in 1907, 1908, 1909, 1912 en 1913 kampioen van Limburg en Lambert Lumey behaalde in 1910 deze titel, toen Martinussen de tweede plaats bezette.

Martinussen eindigde als 5de in het algemeen klassement van de z.g. eerste Ronde van Nederland, die uit drie etappes bestond t.w. Amsterdam-Maastricht, Maastricht- Groningen en Groningen-Amsterdam. Voor deze prestatie ontving hij de eremedaille van H. M. de Koningin. Hij won een keer in 1909 Brussel-Luik en werd in 1908 tweede in Luik-Bastogne en een andere keer 3e in deze Belgische klassieker, zegevierde ook een maal in de Ronde van Aken, een handicapwegwedstrijd, waarin niet minder dan 150 renners starten en waarin Martinussen tot de laatste 25 behoorde, die van start mochten gaan. Het aantal kleine wedstrijden, dat hij won vermocht Martinussen zich niet meer te herinneren.

BRUSSEL-LUIK voor onafhankelijken en amateurs Georganiseerd door de Journal Le Vélo en Journal de Liége, met medewerking van dagblad L’AUTO. Alles bij elkaar genomen is Brussel-Luik voor België wat Paris-Roubaix is voor Frankrijk, met het verschil dat Bruxelles-Liége is gereserveerd voor onafhankelijke en amateurrenners. We zeggen onafhankelijken, omdat op dit moment in België een overeenkomst wordt gesloten over deze kwestie en over de nieuwe categorie zal worden gestemd worden tijdens de vergadering in maart, waarbij de tegenstanders van de nieuwste kunst de voorstellen van vandaag zijn geworden. Brussel-Luik staat daarom open voor beide categorieën met speciale prijzen voor elk van hen. De amateurs zullen rijden voor medailles; onafhankelijken ontvangen prijzen in contanten en objecten. Zo ontvangt de eerste in de onafhankelijke categorie tweehonderdvijftig frank in contanten; de andere prijzen zullen in verhouding zijn. De route Brussel-Luik over 170 kilometer volledig geasfalteerde wegen: Brussel, Waver, Gembloux. Namen, Marche, Luik, door het prachtige land van de Ardennen. De aankomst zal plaatsvinden in Luik, op Les Terrasses, waar drie jaar geleden de aankomst van Paris-Liége plaatsvond, op een bewonderenswaardige rechte lijn van macadam van twintig meter breed. Het is te hopen dat de Franse onafhankelijken “de eerste briljante kans die hen wordt geboden” niet zullen missen om zich aan te passen aan de nieuwe Belgische onafhankelijken. Inschrijvingen worden ontvangen ten kantore van de krant Le Vêlo, rue Haute 63, in Brussel. inschrijfgeld 2 fr. 50.

Het waren er velen en het waren overwinningen in kermiskoersen en grasbaan wedstrijden. Hij vocht het in eigen omgeving vaak met Lambert Lumey in de sprint uit en het aardige van die strijd was, dat hij nimmer de vriendschap tussen deze Gulpense jongens vermocht te verbreken. Zij volgden elkaar wedstrijden, wanneer zij daar niet samen uitkwamen met warme interesse. Lambert Lumey was in die dagen behalve een gevreesde wegrenner evenzo een stayer en baanrijder van meer dan gewone capaciteiten, getuige zijn overwinning op de wielerbaan te Aken om het kleine en grote gouden wiel.

Beeld van de deelnemers aan de “Ronde van Nederland”

Onze vaderlandse sportpersbroeders tikten heden ten dage tien inktlinten op hun tikkertjes aan flarden, wanneer er sprake van een Nederlandse deelneming aan de Tour de France is, maar toen Lambert Lumey rond de jaren 1905 plannen koesterde om aan deze wedstrijd, die toen met recht de naam van monsterkoers droeg, deel te nemen, iedere renner reed toen op zich zelf en was op zich zelf aangewezen, namen hoogstens een paar vrienden kennis daarvan. Dat hij in de Tour de France nooit gestart is had een merkwaardige reden. Lambert Lumey, die zich met zorg en bedachtzaamheid op de Tour de France voorbereidde was voor de training in de Franse klassieker Parijs-Roubaix gestart, maar na de daarin opgedane ervaringen en belevenissen achtte hij het voor zijn gezondheid raadzamer en beter om maar niet tussen het handje vol Belgen en Fransen te starten. Want in Parijs Roubaix strooide de buitenlandse concurrentie kwistig met kopspijkertjes voor zijn wielen met het irriterend gevolg, dat hij niet minder dan 7 nieuwe banden moest opleggen. Lumey zag daarin een waarschuwing en zag van zijn plannen om aan de Tour de France deel te nemen af. Het speet hem wel en nog: meer voor de Roermondse Wielerclub, die de nodige duiten bij elkaar had gebracht om zijn uitzending te bekostigen. „Het zou nodeloze krachtsverspilling zijn geweest om mee te doen, terwijl ik volkomen kansloos was op deze manier ” voegde Lambert Lumey nu zonder spot aan dit sterke verhaal toe.

L’Auto 24 avril 1905, bij de controlepost Lumey  de hollander op 10 minuten van de kopgroep

Martinussen beleefde het bij zijn eerste wedstrijden in België weer anders minder fnuikend voor materiaal, maar minstens zo irriterend, wanneer de „smeerlappen” foefjes uithaalden, die zijn kansen torpedeerden. Bij de éne bevoorradingscontrole, die men in de Belgische klassiekers kende, moest men een stempel op een papier drukken en het gebeurde eens, dat een Belg, die een seconde eerder aan de tafel verscheen na het zetten van de stempel dit meubelstuk met alles erop quasi onopzettelijk onderste boven liep. De Belg kon zodoende een voorsprong op Martinussen nemen, die met stempelen moest wachten, alvorens alles bij elkaar gezocht was. Maar Martinussen, met zoet wraakgevoelens bezield, nam bij een volgende keer revanche door zijn tegenstander met gelijke munt te betalen en toen was het met dergelijke streken ineens afgelopen.

Sfeerbeeld van Parijs Roubaix 1905,  110 deelnemers, Lambert Lumey klasseert zich uiteindelijk als 20e

Voor deze twee knapen had de wielerwereld van toen een kolossaal respect. Zij verkeerden doorgaans in een onweerstaanbare vorm en voor wedstrijden van 200 en 300 kilometer draaiden zij hun hand niet om. Zij volgden dan ook een straf trainingsschema en Jean Martinussen die een onnoemelijk aantal broertjes dood had aan een geregeld leven tussen een paar fabrieksmuren had het bij zijn patroon in Aken zó uitgekiend, dat hij elke dag , en zó 8 maanden lang, een dikke 150 kilometer per dag reed.

Tilburgsche courant 1 oktober 1903

’s Morgens reed hij naar de fabriek in Aken, pikte zijn opdracht mee, fietste naar Herbesthal en keerde ’s avonds doodgemoedereerd naar Gulpen terug. „Dacht je, dat wij vroeger na een honderd kilometer moe waren?” en zonder een bevestigend knikje van Lambert Lumey af te wachten vervolgde Martinussen: „Dacht je, dat we vroeger met een auto of per trein naar de plaats, waar wij moesten starten, gingen? Kon je begrijpen. Alles op de fiets. Wij namen als reservemateriaal een paar gloednieuwe banden mee, een onder het zadel en een ander kruiselings over je borst en verder nog de knapzak op je rug. Indien wij in Brussel moesten rijden, vertrokken wij vrijdags reeds.

Limburger Koerier 2 juli 1904

En indien wij in de buurt reden, gingen wij ’s morgens vroeg van huis af en keerden ’s avonds ook weer per fiets terug. En dan gebeurde het vaak genoeg, dat wij twee wedstrijden op één dag reden. Wij waren zo sterk als een beer. En daar moet je nu om komen!” Deze laatste ontboezeming sloeg kennelijk op het jeugdig rennersdom van tegenwoordig, dat als het ware in de watten worden gekoesterd en door gebrek aan een harde training, aan een harde leerschool bovenal niet in staat is om een wedstrijd, welke dc afstand van 200 km te boven gaat uit te rijden. „Man, als ik vroeger over dat materiaal van nu had beschikt, over een racefiets met die lichte tubes en die versnellingen en dan op die wegen van tegenwoordig !”

Een foto van de deelnemers aan het Kampioenschap Wielrijden van Limburg 1910 (11 september). Men ziet op deze kiek: C. v. Vliet, winnaar bij de Nieuwelingen, Gulpen (1), De Jong, secr. van de N. W. B. (2), Lambert Lumey, Kampioen van Limburg 1910 (3), Jean Martinussen, 2e Kamp. van Limburg (4), Jan de Vries, 3e Kamp. van Limburg (5) en L. Ploem. 4e prijs (6).

Martinussen liet zijn toehoorders in onwetendheid over wat hij precies gepresteerd zou hebben, maar men kon het bevroeden. Trouwens het volgende moge toch wel enig idee gaven, hoe hard zij er op hun prehistorische karretjes even na de eeuwwisseling aan trokken. Lumey had bij een wegwedstrijd over 48 km gaande van Gulpen-Maastricht-Vaals-Gulpen een tijd van 1 uur en 26 min. gemaakt. Op een oud diploma met veel gouden krullen en tierlantijnen, waarvan de inkt bijna verbleekt is, stond deze prestatie nog te lezen. ,,Jij zou evenzo goed als ik het nu in een uur gereden hebben, op het lichte materiaal van tegenwoordig, aannemend, dat wij nog zo jong waren,” zo wendde Martinussen zich tot Lumey. De tijden, dat zij hier en daar de lakens uitdeelden ligt ver achter deze twee renners van de oude garde.

Limburger Koerier 22 augustus 1908