2019-06-22 TeleVizier: rebellenclub op wielen

Voorpremière Andere Tijden Sport  met gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga op het Sportpark de Laguiten in Rijsbergen.

Op zaterdag 22 juni, de vooravond van de pijl was in er Wielerdorp Rijsbergen een première. De Andere Tijden Sport  uitzending “rebellenclub op wielen” van Wiep Idzenga en Bas Steman te zien. De eerste Nederlandse sponsorploeg in de Ronde van Frankrijk, we schrijven 1964, het seizoen was al begonnen, groen licht moest nog gegeven worden om de TeleVizier ploeg te formeren. De uitzending richt zich vooral op de vrijbuitersrol die de ploeg drie jaren lang in de Tour de France met succes en tegenslag vervulde.

In de Tour (8 TeleVizier etappe zeges) en Vuelta (17 TeleVizier dagzeges) speelt Kees Haast als de aangewezen man voor het klassement bij de TeleVizier ploeg. Een belangrijke rol, zo ook in de documentaire, allicht, hij was de kopman. Maar het liep niet van een leien dakje...

TeleVizier, dat was iets nieuws, een jonge, homogene puur Nederlandse ploeg. Waren het een soort van musketiers, zo van “een voor alleen allen voor één”?  Er zijn in ieder geval drie jaren lang veel avonturen beleefd. En er waren kansen voor iedereen en niet onbelangrijk voor een beroepsrenner: Poen! Fl. 16000 poer man in de Tour werd gezegd, maar het zou ook fl 13000 kunnen zijn geweest. Dan kun je thuis toch zeker zeggen dat het een goede Tour was geweest, niet? Geen geringe bedragen in de jaren zestig. Een van de TeleVizieren vertelde me dat hij, ondanks dat hij de Tour vroegtijdig moest verlaten, toch nog mooi 5000 florijnen kreeg. Ja, bij TeleVizier zat je blijkbaar goed.

De coureurs waren in dienst van een stichting. Verzekeringen, sociale voorzieningen, ww…? In de wielersport destijds had men er nog niet van gehoord. TeleVizier liet zien hoe het moest…. Al was het niet duidelijk of er, zoals werd aangehaald, ook kinderbijslag door de coureurs werd ontvangen. Volgens de twee aanwezige TeleVizier anciens hebben ze dat dan blijkbaar nog te goed van de Pel, ze konden zich niet herinneren ooit kinderbijslag te hebben ontvangen destijds.

De indruk is wel dat je bij de Pel op tijd betaald kreeg, je deel van het prijzengeld volgens afspraak kreeg etc. Akkoordjes met andere ploegen betekende soms een financieel extraatje in het laatje van de Pel, als je er achter kwam kreeg je je deel alsnog uitbetaald. Zo niet,dan had je gewoon pech. Men zegt dat er een Pellenaars van de jaren vijftig en een Pellenaars van de jaren zestig is. In ieder geval waren er veel coureurs, die in Franse dienst reden omdat er bij de Nederlandse ploegen niet veel te verdienen was. TeleVizier was nieuw, je reed met een  degelijke contract en er was voldoende poen te verdienen. De stelling dat TeleVizier een aantrekkelijk merk was om als coureur voor te rijden mag men best voor waar nemen. Als verzorger, mecanicien had je het ook niet slecht. De nieuwe Pel was sociaal, veel renners in buitenlandse dienst hadden het goed begrepen, daar wilden ze ook bij horen….

De gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga
De docu "TeleVizier, rebellenclub op wielen" van Wiep Idzenga en Bas Steman met o.a.  Jo de Roo, Gerben Karstens, Cees van Espen, Bas Maliepaard, Hub Harings,  Kees Pellenaars, de mecaniekers John Krijnen en Geert Polak en noem maar op! Ze spreken nog een aardig woordje wielertaal. De uitzending is voor het eerst te zien op 7 juli 2019, NPO1.

De opkomst in Rijsbergen was licht bedroevend, maar degene die aanwezig waren hebben zich kostelijk vermaakt, van de overgebleven TeleVizieren waren slechts vertegenwoordigd door Hub Harings en Bas Maliepaard, mannen met humor. Zo ook twee van de TeveVizier-mecaniekers Johnny Krijnen en Geert Polak daarnaast ook nog Rijsbergens Tourcrack Jacques Hanegraaf. Ook Monique, de dochter van Kees Haast, schoof ook aan bij het tafelgesprek.

Nadat de voorpremière van de documentaire die geschiedenis van de vrijbuitersploeg en vooral, met de komende 2019 editie in kort verschiet, de drie Tour de France deelnames van de ploeg van de Pel, de eerste Nederlandse sponsorploeg in la grande boucle belicht.

In 1965 leek Kees Haast als eerste Nederlander op weg naar het podium in de Tour de France, tot een valpartij een einde maakte aan zijn droom. In de aflevering van Andere Tijden Sport spreken Haast en een aantal voormalig ploeggenoten over die teleurstelling. Het interview met Haast werd opgenomen vlak voordat hij in januari van dit jaar overleed.

25 Jun 1964 Vorst-wielrennen-ronde Van Frankrijk Voor de vierde etappe van de ronde van frankrijk bespraken een aantal nederlandse renners hun kansen. Vlnr: leo van dongen jan janssen (drager van de groene trui) henk nijdam en piet damen. Auteur: Ge Van Der Werff  In: Vorst
Tour de France 1965, TeleVizier, 16 Juni 1965 Ten huize van ploegleider Kees Pellenaars vond de tourploeg voorstelling plaats— met Gerben Karstens, Kees Pellenaars, Bas Maliepaard, Cees Haast, Rik Wouters, Leo van Dongen, Huub Harings, Cees van Espen, Jo de Roo, Jo de Haan en Henk Nijdam
14 juni 1966 TeleVizierploeg voor Tour de France 1966

Mooi dat ook de Ronde van Spanje ter sprake kwam, waar bij twee deelnames niet minder dan 17 etappezeges werden behaald, toch geen geringe prestaties. Keest Haast, de kopman tijdens de drie door TeleVizier gereden Ronden van Frankrijk vormde de rode draad tijdens de gesprekken. Tevens waren er weer wielertruien van verzamelaar Henk Theuns te bewonderen, maar ook 2 originele Tour de France koersmachines van de vermaarde TeleVizierploeg.

De TeleVizier Batavus 1966 (Leo Knops) van Remy Rijwielen Ossendrecht
De locomotief Tour de France van Bas Maliepaard, gerestaureerd door zijn mecanicien en goede vriend Geert Polak

Bekijk Andere Tijden Sport: Televizier, de Brabantse cowboys in de Tour de France hier op nos.nl :

Na de video kwamen de gesprekken over de enthousiast ontvangen docu op gang. Tenslotte werd de deelnemers gevraagd te vertellen wat de wielersport voor hen betekende, een anekdote, een bijzonder moment of wellicht wat ze met Kees Haast hebben gedeeld.

Bas Maliepaard: Niks verdiend en toch gelachen. Ik had getekend bij Pellenaars voor een paar banden en een trui, toen was ik nog amateur, later werd ik toen prof, in 1959, in het zelfde jaar nog, en moest ik voor Vredestein gaan rijden. Ik kreeg een brief van een advocaat dat ik verplicht werd voor Vredestein te gaan rijden. Ik zeg, ik heb helemaal niet getekend, ik ga naar Frankrijk. Dat vonden ze niet goed. Ja zei ik, ik ga toch. Joop Middelink van de bandenfabriek Radium die wilde mij in zijn ploeg, die zei je hebt getekend bij Vredestein, NIKS DAARVAN ik heb helemaal NIKS getekend. Toen ben ik naar Pellenaars gegaan, die had onder mijn contract, van die banden en een trainingsbroek, eronder bijgetikt dat ik als ik prof werd dat ik voor Vredestein zou gaan rijden. Dat was een slecht kant van de Pel. Hij was een man met twee gezichten, misschien wel drie. Een goeie kant was dat toen ik thuis zat zonder werk, belde hij me ’s avonds om 11 uur op, Bas zei hij, heb je al werk? Nee nog niet, hij zei dan moet je naar die en die ingenieur gaan die heb werk voor je, dus toch wel mooi dat hij aan me dacht. Ik vond hem erg sociaal voelend.

Bas Maliepaard

Johnny Krijnen: Ik wil nog effe terug komen op het bekende geval van Cees Haast in de tunnel, het is al vele malen verteld, het mooie was, ik kom ’s avonds bij het hotel, daar zat hij dan met zijn tulband op. Ik zeg Kees hoe gaat het? Ja goed jong, hij nog vrij vlug, kom we gaan een bierke pakken. Mag dat dan wel met die kop van jouw? Ha, zei Kees, ik hoef niet met mijn kop te drinken ik drink met mijn mond, haha, maar je heb wel mijn leven gered. Dat klopt want Haast lag daar half bewusteloos, voor het zelfde geld was hij daar verdronken.

Ondanks zijn hoofdwonde blijft Kees Haast dapper doorstrijden in de Ronde van Frankrijk Na de achttiende etappe staat hij als beste man van de televizier-ploeg geklasseerd in het algemeen klassement. ANPFOTO. 11-07-1966.

Over het sociale gedrag van Pellenaars het volgende. Ik heb zelfs bij Pellenaars ingewoond. Ik woonde in Bussum, dat was 112km heen en weer, over Raamsdonkveer en Utrecht enz. Soms was ik daar de hele week en op donderdag “sodemieter nu maar op en kom zaterdag maar terug want dan zijn de klassiekers”. Ik herinner me dat ik jarig was, dat was dan maar één keer per jaar, ik kreeg van mevrouw Pellenaars een enveloppe met 150 gulden en de Pel zei dat ik naar een bepaald autobedrijf moest rijden. En laat daar maar van mij, op die ouwe auto van jouw 4 nieuwe banden zetten, ja ik heb er heel goeie herinneringen aan.

Hub Harings: Voor Gerben Karstens en Jo de Roo moest ik samen met Jo de Haan drinken halen, we stopten bij een café, we moesten daar de kelder in, we graaiden naar een paar flessen maar toen we weer naar boven wilden was de deur dichtgeklapt en konden we niet meer naar buiten. We hebben daar 5 minuten in de kelder opgesloten gezeten, gelukkig, de fietsen er staan er nog. We konden aan de voet van een col weer terug aansluiten bij het peloton, toen hebben we alle flessen toch maar weggegooid. Dat was met wijlen Jo de Haan.

Hub Harings in gesprek met Jacques Hanegraaf

Jacq Hanegraaf: Zo’n anekdote heb ik niet, mijn plaatsgenoot Kees Haast is van een andere generatie dan ik ben, maar als ik de verhalen zo hoor, en ook uit eigen ervaring tijdens en na mijn eigen wielercarrière opmaak is dat er in die tijd van Kees bij de Televizier ploeg heel veel van hem werd verwacht. Hij was de kopman, om zo maar te gaan voor het klassement van de Ronde van Frankrijk, er was in die tijd geen voorbereiding, er was geen parcourskennis. En kennis over techniekbeheersing, het afdalen bijvoorbeeld zoals ze dat nu met Chris Froome en al die andere wel doen. Onze Kees Haast ging er voor, er werd veel van hem verwacht. Als je dan ook ziet hoe hij in het video fragment dat we net zagen zijn verwondingen bagatelliseert, als je het goed bekijkt is hij bijna gescalpeerd, maar onze Kees Haast zegt “we gaan er weer voor, en morgen is er weer een nieuwe dag”. Ik moet eerlijk zeggen, nu ik de documentaire van “Andere Tijden Sport” heb gezien, heb ik nog veel meer respect voor Kees, dan ik al in mijn jeugd had, tijdens mijn wielercarrière had. Want ik begrijp nu wat er in hem omging. Postuum durf ik te zeggen, Kees, ik ben blij dat je de laatste jaren zo trots bent geweest want wij zijn ook oh zo trots.

Geert Polak

Geert Polak: Ik zou graag vertellen wat het wielrennen voor mij betekend want het loopt nog steeds als een rode draad door mijn leven. Toen Bas Maliepaard en ik zestien jaar waren, zijn we samen gaan koersen. Bas is een echte grote geworden, hij heeft de Tour de France gereden maar ik heb ook een aantal Tour de France’en mogen doen. Weliswaar als mecanieker, maar ik heb toch de Tour gedaan. Ik word nog regelmatig betrokken bij dingen die met het wielrennen te maken hebben, zie vandaag. Het doet me goed er vandaag ook weer bij te zijn. Het was een fantastische tijd, een tijd die je bij blijft en waar ik een goed gevoel over heb.

Tenslotte is Monique, de dochter van Kees Haast aan het woord. Ik ben heel trots op ons Pa, hij is altijd een hele lieve zorgzame hartelijke man geweest. Hierop volgend  werd gezamenlijk nog het glas geheven op Kees, TeleVizier en de  documentaire, én natuurlijk Johan van der Velde, hou je haaks Johan

TeleVizier Tour de France ploeg 1964:
Tour de France 1964, 1e etappe, Rennes – Lisieux, 215 km Laatste voorbereidingen voor de start van de Tour 1964 — met Jacques van der Klundert, Leo van Dongen, Cees van Espen en Cees Haast in Rennes.
Eerste Nederlandse sponsorploeg in de Tour de France. Het overblijfsel van de TeleVizier-ploeg bij de ereronde aan het eind van de Tour de France 1964. Vanaf links: Jo de Haan, Cees Haast, Henk Nijdam, Rik Wouters en ploegleider Kees Pellenaars. foto privé-collectie Rik Wouters. . — met Cees Haast, Rik Wouters, Kees Pellenaars, Jo de Haan en Henk Nijdam in Parijs Frankrijk.
Tour de France 1964, 22e etappe B, Versailles – Paris, individuele tijdrit, 26,5 km. Jacques Anquetil wint de afsluitende tijdrit en de gele trui, Jan Janssen wint de groene trui. -met Kees Pellenaars, Jan Janssen, Cees Haast, Jo de Haan, Rik Wouters en Henk Nijdam bij Parc des Princes.
TeleVizier Tour de France ploeg 1965:
Klik voor TeleVizier in de Tour van ’65
TeleVizier Batavus Tour de France ploeg 1966:
Tour de France 1966, 3e etappe A, Tournai 20.8 km, ploegentijdrit, 23 Juni Mannen van Pellenaars vormden snelste equipe Succes voor de Televizieren in de ploegentijdrit over 20 km (2 ronden), die donderdagmorgen rond Doornik werd gehouden. De mannen van Pellenaars slaagden er namelijk in om in deze rit, die alleen meetelde voor het ploegenklassement, te winnen. Nu moet gezegd worden, dat niet alle formaties de indruk gaven deze rit tegen het horloge au serieux te nemen. De voornaamste concurrenten waren dan ook de ploegen met Belgen, die voor het talrijke eigen publiek wel wat wilden laten zien. Maar tegen het geweld van de rood-witte Nederlanders, die steunden op de treinlopers Zilverberg, Nijdam en Karstens, waren zij niet opgewassen Al na de eerste ronde, waarin Pellenaar’s formatie Rik Wouters (“Ik had die eerste kilometers op kop moeten rijden en dat kan ik nu eenmaal niet”) en Leo van Dongen (lekke band) kwijt raakten, werd het duidelijk, dat dc mannen van de Pel hoge ogen zouden gaan gooien. Zij bleven namelijk met 13 min. 58 sec. als enigen onder de veertien minuten in deze eerste ronde. Het dichtst bij kwam die Belgische ploeg van Guillaume Driessens met groene truidrager Reybroeck (14.03). Teleurstellend waren toen al de tijden van Peugeot met die wereldkampioenen Ferdinand Bracke en Tommy Simpson (14.14), de onder leiding staande Belgische formatie van Marien met Rik van Looy en Ward Sels (14.18) en vooral van de Fordploeg, die ondanks Anquetil niet verder dan 14.24 kwam. In de eerste ronde werden de televizieren (13.56) slechts door Pelfothen van Jan Janssen. Tenslotte bleek de tijdrit die de kas van de Televizierploeg weer behoorlijk spekte, het volgende resultaat opgeleverd: 1. Televizier: 27 min 54sec 2. Smiths op 15sec 3. Pelforth-Sauvage-Lejeune op 21sec 4. Mann-Grundig op 1min 45sec 5. Solo-Superia op 2min 45sec 6. KAS-Kaskol op 3min 40sec 7. Ford France op 3min 55sec 8. Molteni-Hutchinson op 4min 20sec 9. Fagor op 5min 10. Mercier op 5min 55sec 11. Filotex-Fiorelli op 7min 12. Kamome-Dilecta-Dunlop op 8min 30sec 13. Peugeot-BP op 9min 40sec

Tour de France 1966, Privas – Bourg d’Oisans, 203.5 km, 6 Juli 1966 Bij warm weer is voor iedere renner water een eerste vereiste. Gelukkig hebben de mensen die langs de route wonen daar begrip voor zoals hier een lieve dame de bidon van Jos van der Vleuten vult.

 

De Televizier etappezeges in de Ronde van Frankrijk waren voor:

27-06-1964 6e etappe: Henk Nijdam
26-06-1965 5e etappe deel a : Cees Van Espen
29-06-1965 8e etappe: Jo De Roo
23-06-1966 21e etappe: Gerben Karstens
23-06-1966 3e etappe A, ploegentijdrit: TeleVizier
23-06-1966 3e etappe B: Gerben Karstens
05-07-1966 14e etappe deel a: Jo De Roo
12-07-1966 20e etappe: Henk Nijdam

Voor iedereen die de wereldpremière gemist heeft, TeleVizier: rebellenclub op wielen wordt zondagavond 7 juli 2019 uitgezonden op NPO1.

1936-06-08 Piet Gommans

Piet Gommans vertelt…

‘De tijden zijn veranderd, maar één ding is gebleven. Je moet hard op de pedalen kunnen trappen. Anders tel je niet mee.”

Limburgs Dagblad 4 Maart 1984:

door Wiel Verheesen

Alsof hij maandag vijfentwintig in plaats van vijfenzeventig wordt. Het gesprek met Piet Gommans uit de Buttingstraat in Hoensbroek is net een wielerkoers. Demarreren, stilvallen, weer aanvallen. „Zie je het de hedendaagse profs al doen?”, vraagt hij. „Met fiets en rugzak naar Brussel, daar per nachttrein naar Toulouse en vervolgens starten in een vierdaagse etappekoers met Parijs als eindpunt?”

Van de wedstrijd om de Ned. kampioenschappen op den weg 1936 wist de amateur Piet Gommans uit Reuver als eerste de finish te bereiken, zodat hij niet alleen kamp. amateur, doch zelfs algemeen landskampioen werd over alle klassen. (Mooi Limburg 13-06-1936)

Piet Gommans hoeft niet eens een tandje hoger te schakelen om het antwoord op de vraag te geven. Hij schuift een paar velgen, een trapper en een schroevendraaier opzij, richting mini-werkbank in de hoek van de kamer, want een dag zonder sleutelen aan de fiets is voor hem een verloren dag. „Man”, zegt hij. „Ze lachen je uit als je het hebt over de wijze hoe wij vroeger naar de koers trokken, zeker als ze horen, dat je aan een expeditie als Toulouse-Parijs een paar tientjes hebt overgehouden. Ze stappen liever in het vliegtuig en ze logeren in de beste hotels. Renners van vandaag de dag zijn Verwend. Zij hebben geen armoede gekend.” Piet Gommans, die in de Ronde Van Blerick 1948 zijn profloopbaan afsloot met een schedelbasisfracuur als gevolg van een zware val, heeft praktisch zijn hele leven in de wielersport doorgebracht. Hij zou, als iemand bij aanklopte, meteen als raadgever van jonge renners willen optreden.

Piet Gommans begon zijn wielercarrière in 1934. In 1936 werd hij Algemeen Kampioen van Nederland op de weg als amateur. Daarbij versloeg hij Cees Pellenaars die eerste bij de profs werd (zie finishfoto).
De allerlaatste ronde die Piet Gommans gereden heeft, was de Oranje-ronde van Blerick (L)1948. Hij werd niet vermeld in de starterslijst maar ging toch echt van start. Thuis had hij al gezegd: ,,Dit wordt mijn laatste course, hier ga ik winnen!” Al snel was Gommans met drie man vooruit, er waren nog drie rondes te rijden en hij had op dat moment de meeste punten in het puntenklassement.
Hij was bezig met een prima ronde te rijden, toen het noodlot toesloeg. Gommans reed op dat moment dicht langs het publiek om minder wind te vangen. Een kind dook ineens uit het publiek voor hem de weg op, om een blaadje van "Het Thuisfront", dat men uitgooide, op te rapen. Gommans probeerde uit te wijken maar kwam ten val. De klap was zo hard dat hij aan de andere kant van de straat met zijn hoofd op de stoeprand terecht kwam.
In het ziekenhuis constateerde men dat Gommans o.a. een schedelbasis-fractuur opgelopen had. De arts stond versteld toen hij na drie dagen uit de coma bijkwam. Piet Gommans heeft het van te voren geweten: De Oranjeronde te Blerick 1948 was werkelijk zijn laatste course, het einde van zijn wielercarrière!
Piet Gommans kon na het beëindigen van zijn wielercarrière het wielerwereldje geen gedag zeggen en werd mecanicien van onze jongens. In 1949 ging hij als mecanicien al mee naar de Ronde van Zwitserland en uiteraard de Tour de France. De laatste ieder jaar tot en met 1957. Daarna heeft hij zelf de nodige begeleiding gegeven aan verschillende renners, zoals b.v. Jan Hugens.


Bericht uit Sportecho 5 april 1939: "Zoowel in de Nederlandsche, als in de Belgische pers - ook in ons blad - is gemeld dat de vorige week zondag Jan Gommers als 17e was aangekomen in den "Omloop van Luik". Wij worden er echter op gewezen, dat hier een vergissing in het spel moet zijn en dat niet Jan Gommers uit Dongen, maar PIETJE GOMMANS uit Reuver (L), die enkele jaren geleden het algemeen kampioenschap van Nederland op den weg veroverde, deze prestatie te Luik leverde. We nemen van een en ander gaarne nota en spreken tevens de hoop uit, dat de sympathieke Limburger dit jaar weer eens goed aan zijn trek moge komen. Piet Gommans is lang door het pechvogeltje achtervolgd geweest en brak verleden jaar nog een pols, zoodat nu ook voor hem de zon wel weer eens mag gaan schijnen!" einde citaat Hetty Gommans

Hij bruist nog van energie. De fiets en alles wat daarmee verband houdt boeit hem, ook al heeft hij zijn herinneringen niet in plakboeken bewaard. Aan de muur hangt slechts één foto, die duidelijk maakt, dat men bij een wielerfan op bezoek is. „De renner, die je daar ziet is Hein Gelissen uit Beek. Het is een beeld van het WK 1952 voor amateurs in Luxemburg, waar een andere Limburger, Piet van den Brekel, gediskwalificeerd werd. Hij had van fiets verwisseld op een plaats waar het niet toegestaan was. Moet je nagaan. Van den Brekel was precies gelijk met de Italiaan Ciancola in eerste stelling over de streep geflitst, maar in plaats van de regenboogtrui of minstens een plaats op het podium werd hij uit de uitslag geschrapt.” Vanmiddag, als het peloton in de Omloop Het Volk over de Vlaamse hellingen en kasseiwegen dendert, op jacht naar winst in de eerste belangrijke koers van het jaar, zit Piet Gommans aan de TV gekluisterd. Niets van hetgeen de camera in de huiskamer brengt zal hem ontgaan, maar alléén de beelden van het strijd verloop zijn voor deze gouwe ouwe niet eens genoeg. Hij heeft té lang in het vak gezeten om ook niet verder te kijken. „Ik wil zien hoe de slag in mekaar steekt. Wie flikt wie? Welke belangen worden gediend? Moet er nog een rekening uit het vorige seizoen vereffend worden? Allemaal vragen, die mij boeien.”

https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMKB06%3A000008466%3A00007
1937 De eerste Nederlandse prof-wielerploeg Magneet – OK Cycles Bovenste rij van links naar rechts: Albert Gijsen, Gerrit Schulte, Janus Hellemons, Reynen, Aad van Amsterdam, Theo Middelkamp, Stuyts, Jan Gommers, Cees Bronger, Saarloos en chef d’equipe C. Blekemolen Niet op de foto: Ernst Muller, Jan Pijnenburg en Gerrit van de Ruit Onderste rij van links naar rechts: Van Nek, Braspenninx jr., J. Heeren, Lemmers, P. Gommans, M. Heeren, Van Gageldonk, Theuns, Koppelmans

Hij is, de vroegere wegkampioen en mecanicien van Pellenaars’ Tour de France ploeg, op dezelfde dag jarig als Gerrie Knetemann. „De zesde maart. Het verschil zit ‘m overigens niet alleen in het bouwjaar”, aldus Gommans. „Zo link als De Kneet in de koers en ook daarbuiten is, zo gehaaid ben ik nooit geweest. Het verandert verder niks aan mijn opvatting over hem, dat hij een toprenner is geweest.” Iemand uit een gouden generatie waartoe ook Jan Raas, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper hebben behoord. „In een eerder stadium hadden wij eveneens van dergelijke toppers. Denk maar eens aan Jo de Roo, Peter Post en Jan Janssen, of nóg eerder aan Wim van Est, Jan Nolten, Wout Wagtmans, Theo Middelkamp en Gerrit Schulte. Begrijp me goed. Ik kan mij wel een^ opwinden als ik zie hoe perfect alles voor de hedendaagse renners geregeld is in tegenstelling tot vroeger, maar ik weet ook als geen ander hun prestaties te waarderen. Daar doen de commerciële belangen, waar ik het al over had, niets aan af.” Betere verzorging, uitgekiend materiaal, ploegensysteem en premiestelsel. De tijden veranderen. Oók in het cyclisme. „Het zijn”, zegt hij, „allemaal prima zaken, maar het komt er in eerste instantie toch op aan, datje zo hard mogelijk op de pedalen kunt duwen. Als je in de finale niet bij de eersten zit tel je niet mee. De vorstelijke bedragen gaan dan naar andere bankrekeningen.

Limburgs Dagblad 4 maart 1984 Klik en lees de krant

Piet Gommans (‘Limburger in hart en nieren’) vormt al een twee-eenheid met de wielersport sinds hij met de bagage sjouwde van renners, die op het vroegere baantje van Blerick aan de slag gingen. „Mijn ouders hadden vlakbij de baan een café. Amper een halfjaar -na mijn geboorte in Heer waren zij naar het noorden van de provincie verhuisd. In het café kwamen de : renners vaak hun gewonnen prijzen ophalen. Ik raakte helemaal in de ban van de sport. Nu nog ruik ik de massageolie op de benen van Richter en Moeskops, legendarische sprinters uit een lang vervlogen tijdperk. Mijn vader» vond het maar niks, dat ikzelf ook wilde koersen. Het plan liet mij niet los en toen wij naderhand naar Reuver verhuisd waren begon ik te sparen om een racefiets te kunnen kopen. Ik was negentien toen mijn droom in vervulling ging.

Nieuwe Venlosche courant 13 Juni 1936

Drie jaar later werd ik op dezelfde fiets kampioen van Nederland. Het was 8 juni 1936, de verjaardag van mijn vader.” De titel werd behaald in Hoogerheide. Het was een open kampioenschap. Profs, onafhankelijken en amateurs tegelijk aan de start. Ruim driehonderd man in totaal. Iedere categorie, inclusief de naderhand opgeheven klasse van onafhankelijken, kreeg wél een aparte kampioen. Piet Gommans was nog amateur. Kees Pellenaars, die op de tweede plaats beslag legde, veroverde de hoofdprijs bij de beroepsrenners. „De Pel probeerde mij voor zijn karretje te spannen. Wij maakten deel uit van een kopgroep, die uit een man of negen bestond. ‘Trek je de sprint voor mij aan?’, vroeg hij in de laatste ronde. ‘Ik zal je goed betalen. Bovendien word jij dan toch nog eerste van de amateurs. Ik gaf geen antwoord. Bekijk het maar, dacht ik. Een paar kilometer vóór het einde demarreerde ik. Toen ik omkeek zag ik, dat ik dat de kans er was om stand te houden.” Het lukte. Aan de streep had hij twee lengten over. Hoewel Pellenaars als profkampioen gehuldigd werd keek hij allesbehalve vriendelijk naar Gommans.

Uit het prachtige boek Heerlen Wielerstad door Wiel Verheesen: Over de wielerhistorie van een stad Ter gelegenheid van de Europese Kampioenschappen tijdrijden voor Beloften die in 2006 in Heerlen zijn gehouden heeft sportjournalist Wiel Verheesen de rijke wielerhistorie van Heerlen opgetekend. In een reeks verhalen komen niet alleen de wedstrijden en organisaties van recente datum aan de orde. Er wordt ook teruggegaan naar de eerste decennia na de oorlog en naar de periode die aan de Tweede Wereldoorlog voorafging. Wiel Verheesen schrijft over het Nederlands kampioenschap in 1929 met Joep Franssen, over mensen als Piet Gommans, Jan Hugens en Eddy Merkx, over de Ronde van Nederland in 1948, het kunstwielrijden op Heerlerheide, over de KKK-ronde en de Omloop van de Mijnstreek en uiteraard de Profronde: show en amusement, ook over de veldrit in Hellegat en de Amstel Gold Race. Kortom, een boek dat tekst en uitleg geeft over alle evenementen en persoonlijkheden die in Heerlen met wielrennen te maken hadden.

„Naderhand hebben wij het goed met mekaar kunnen vinden. Dacht je anders, dat ik in de jaren vijftig een aantal keren met hem als mecanicien naar de Tour de France was getrokken?

Limburgsch Dagblad 11 Augustus 1950:
Piet Gommans glundert bij het ophalen van oude herinneringen, waarbij figuren uit een voorbije periode van de vaderlandse wielergeschiedenis verschijnen als Janus Hellemons, Buuron, Hopstaken, v.d. Heijden, Valtentijn e.a., Je moet weten, dat ik al van mijn zesde jaar af met mijn vader naar het wielrennen ging kijken. Ik was zo trots als een aap, als ik het koffertje van een of ander grootheid mocht dragen en als je dan nog een kwartje kreeg voor dat karweitje was je dag helemaal goed". Van dat alsmaar rennen zien kreeg Piet Gommans zelf goesting erin en op 1 Aug. 1933 werd hij lid van wielerclub „De Valk" te Blerick en trad als actief renner op. Het duurde niet lang, voordat Piet Gommans op de voorgrond trad en toen hij in Juni 1936 — hij, de amateur die algemeen kampioen van Nederland werd, was hij een onzer sterkste troeven voor de Olympiade in Berlijn. Hij zou de Olympische Spelen niet beleven, aangezien hij tijdens de selectiewedstrijden ziek werd. „Ik was in die dagen een beetje overtraind en bovendien voelde ik mij niet goed. Tot op vandaag weet ik nog niet wat mij overkomen is", vertelt Piet Gommans verder, alsmaar namen en dat: uit zijn geheugen goochelend. Maar we ging hij datzelfde jaar met Gerrit Schulte, naar de wereldkampioenschappen op de weg in Zwitserland. Het fortuin was hen hier niet gunstig. In de 14e ronde kreeg hij een lekke band, en dat bezorgde hen een achterstand van 7 minuten Deze tegenslag is typisch voor de pech vogel Piet Gommans geweest. Pechvogel ja dat is hij inderdaad geweest. Geen greintje fortuin heeft Piet Gommans in zijn carrière ontmoet. In 1939 marcheerde hij, zoals de Vlamingen het plegen te noemen, terribel en in 1940 toen Piet Gommans op het punt stond grote beloften in te lossen ontketende nazi-Duitsland de tweede wereldoorlog in al zijn hevigheid, ieders en ook zijn illusies vernietigend. Tijdens de bezetting stond zijn fiets op zolder, maar niet zodra waaide de wind weer uit een gunstige hoek en nam het vaderlandse wielerleven zijn aanloop naar een normaal niveau of Piet Gommans hervatte zijn oude stiel, reed overal, waar hij maar kon en was ook in België een graag geziene coureur. Maar in 1948 maakte een ernstige val te Blerick aan zijn carrière 'n einde. Hij, die al negen maal zijn sleutelbeen brak, liep toen een schedelbasisfractuur op, zweefde enige maanden op de rand van de dood, maar tegen het einde van het jaar herstelden zijn krachten en in Jan. 1949 keerde hij in de huiselijke kring terug. Hij achtte het toen maar het beste om er een punt achter te zetten. Hij ging in de groothandel van zijn schoonvader, en zou een gezapig burger zijn geworden, ware het niet, dat de liefde voor de wielersport diep in zijn hart nog brandde en toen hij de uitnodiging kreeg om als mecanicien van de nationale ploeg in de Ronde van Nederland op te traden, greep hij de kans met beide handen aan....
Limburgs Dagblad 30 juli 1955: De groeten uit de Tour En hier is dan de beloofde kaart van Piet Gommans uit Hoensbroek van de Nederlandse Tour de Franceploeg met de hartelijke groeten aan alle sportvrienden en bekenden. De kaart is ondertekend door Wim van Est. Jan Nolten, Jef Hinsen, Wout Wagtmans, Daan de Groot, Hein van Breenen, Piet Gommans, Jos. Guerlache, Cees Joossen en Kees Pellenaars.

Onvergetelijk jaren. Weetje nog? Wim van Est als eerste Nederlander in de gele trui en vervolgens bij de afdaling van de Col d’Aubisque in het ravijn. Of Jan Nolten, die zich manifesteerde als een klimmer van wereldformaat en duelleerde met Coppi, Bartali, Geminiani en andere toppers. Nolten was een groot renner, maar te wisselvallig om uiteindelijk de grote slag, een ereplaats of nóg meer, in de Ronde van Frankrijk binnen te halen.” Wout Wagtmans is er dichter bij geweest, zowel in 1953 als 1956, maar ook hij redde het niet. Het is alsof Piet Gommans weer met het witte eskadron over Alpen en Pyreneeën trekt als hij terugdenkt aan de euforie van toen.

PIET GOMMANS UITVERKOREN VOOR DE MAGNEET-PLOEG. In navolging van enkele grootere rijwielfabrieken in het buitenland, heeft de Magneet-rijwielfabriek te Weesp het plan opgevat om nog dit jaar een eigen ploeg samen te stellen, die zal uitkomen op diverse grootere internationale wegcoursen. Reeds heeft bovengenoemde fabriek een keuze gedaan uit de voornaamste en beste wegcoureurs van Nederland, ten einde dit plan zoo goed mogelijk te doen slagen. Tot een dezer uitverkorenen behoort onze algemeen kampioen op den weg, Piet Gommans, die, met nog enkele renners van super klasse, in de komende wedstrijden de Magneet-kleuren zal verdedigen. Gemeld zij nog, dat dit de eerste Nederlandsche fabrieksploeg zal zijn. (Mooi Limburg 10-04-1937)

„Ik weet nog, dat wij tijdens de Tour 1953 een rustdag hadden in Monte Carlo. De ploeg was uitgenodigd door een Nederlander, die aan de Rivièra een hotel had. Iedereen ging mee, behalve Wagtmans. ‘Ik concentreer mij op de etappe van morgen’, zei hij. ‘Die win je toch niet voegde Gerrit Voorting er aan toe, want Gino Bartali is jarig. Reken maar, dat hij zal toeslaan. Hoe de verjaardag van Bartali verder is verlopen doet verder niet ter zake, wél dat hij in Gap als tweede over de finish reed, enkele seconden na … Wagtmans.” Het nationaal kampioenschap, dat Piet Gommans in 1936 veroverde leverde hem een afvaardiging naar de wereldkampioenschappen op. De titelstrijd werd in Zwitserland verreden. „Ons land had een volledige profploeg afgevaardigd, maar bij de amateurs waren wij met slechts twee man present. Gerrit Schulte en ik. Geen van de twee bereikte de finish.”

Piet Gommans (foto wielersite.net)

„Weet je wat ik mij van de trip ook al tijd herinner? Arie van Vliet werd op de Oerlikonbaan in Zürich wereldkampioen sprint. De volgende dag zijn wij met heel stel naar Küssnacht getrokken. Daar werd een herdenkingsbijeenkomst gehouden op de plaats waar precies een jaar eerder de Belgische koningin Astrid bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen.”

De Waarheid 25 Augustus 1951

Als Piet Gommans, die jarenlang in Hoensbroek een rijwielzaak had, over zijn eerste WK vertelt en daarbij de naam van zijn toenmalige ploegmakker Gerrit Schulte laat vallen, voegt hij er onmiddellijk aan toe hoeveel bewondering hij altijd voor deze wielerreus heeft gehad. „Schulte was uniek. Een vechter van nature. Hij had geen doping nodig. Zijn karakter was al een enorme stimulans. Op een gegeven moment, het was in Olympia’s Tour door Nederland voor amateurs op het einde van de jaren vijftig, zei hij tegen mij: ‘Piet, nu heb ik mijn betere ik ontdekt. Ik wist meteen wat en wie hij bedoelde. Schulte was in de ban van mijn plaatsgenoot Jan Hugens, die toen nog aan het begin stond van zijn loopbaan.” Hugens verwierf als piepjong amateur reeds faam als tijdrijder. Hij schitterde in alle grote koersen en het was logisch, dat men hem een geweldige carrière als prof voorspelde.

GOMMANS WEER ONAFHANKELIJKE Men zal zich herinneren hoe 3e Limburgsche amateur-renner Piet Gommans eind 1936 te Hoogerheide algemeen kampioen van Nederland werd. Hij is daarop naar de klasse der beroepsrenners overgegaan, reed hier bijwijlen uitstekend, doch had dan weer £ Gommans heeft nu voor dit seizoen besloten het als onafhankelijke te probeeren omdat hij dan aan meer wedstrijden kan deelnemen. Bovendien hoopt hij bij deze categorie het perioden dat het heelemaal niet ging. zelfvertrouwen te herwinnen dat hem terug den renner zal doen zijn die in 1936 te Hoogerheide 300 concurrenten uit het wiel reed.

„Hij heeft”, zegt Piet Gommans, „schitterende dingen laten zien, maar hij werd niet de internationale topper, die hij had kunnen worden. Wijlen de fameuze Jacques Anquetil, uurrecordhouder en vijfvoudig winnaar van de Tour, kocht hem weg. Anquetil sloeg twee vliegen in een klap. Hij had een ijzersterke helper aan zijn zijde en tegelijk een concurrent minder. Man, als ik in gedachten Jan Hugens weer zie rijden, dan denk ik: hij had de grote klasse.”

Op zekere dag stond Piet Gommans voor de keuze, of in de handel van zijn schoonvader gaan of in het vak stappen, dat zijn hart had. Piet Gommans koos het laatste en zo kan men hem sedert een maand of drie in een rijwielzaak aan de Amstenraderweg te Hoensbroek vinden, waar hij voor zich en. de zijnen een goed stuk brood verdient. Zijn halve familie van vaders kant zit in de metaalindustrie en waar Piet Gommans van huis uit niet alleen machinebankwerker is, maar bovendien in zijn beste jaren een coureur van erkende kwaliteit en klasse was lag het voor de hand, dat hij het laatste koos, waarvoor hij enige papieren en diploma’s in de wacht moest slepen, zonder welke hij een eigen zaak niet kon beginnen, al viel aan zijn vakmanschap niet te twijfelen. He: bloed kruipt nu eenmaal waai het niet gaan kan en zo loopt Piet Gommans met grote en kleine sleutels in zijn werkplaats rond, repareert en verkoopt fietsen en tussen zijn dagelijkse beslommeringen door treedt hij op geregelde tijden als mecanicien van de Ned. Tour de France-ploeg op. Dezer dagen nog pakte hij zijn koffers met allerhande materiaal, aangezien de N.W.U. zijn diensten weer van node had voor de Ned. ploeg in de wereldkampioenschappen te Luik en Moorslede. Piet Gommans is als het ware met de wielersport vergroeid en er is maar weinig voor nodig om hem aan het praten te krijgen over zijn overigens niet erg fortuinlijke carrière — hij brak negen maal zijn sleutelbeen en zijn laatste val in Blerick bracht hem aan de rand van het graf— en hij overrompelt zijn bezoeker met jaartallen en data, dat zijn vulpen over het papier van zijn blocnote schiet om hem op de voet te kunnen volgen. Klik op de krant en lees verder..

1924-06-30 Omer Huyse

“Ik kwam terug en kon direct een huis kopen”

Ik keerde terug van de Tour 1926 en ik had meer dan genoeg geld om direct een schoon huis te kopen. Om maar te zeggen dat destijds toch ook nog het een en ander te verdienen was in de Tour de France. Dat was trouwens de enige koers waar zulk een hoog prijzenbedrag ter beschikking werd gesteld. In de klassiekers was het zo vet niet.
Maar kijk, ik zal hier maar de cijfers geven, dan men zich daar best van al een gedacht van maken. Ik verdiende toen 28.000 frank en een naarstige werkman zwoegde dan voor 50 frank per week. Zo ziet ge maar…”

Omer Huyse vastgelegd op de gevoelige plaat na de finish van de Tour de France van 1925, Parc des Princes te Parijs op 2 augustus ’25
Omer Huyse (geb. 22 augustus 1898 in Kortrijk, gest. 2 maart 1985 in Luingne). Professional van 1924 tot 1930

Omer won een memorabele etappe van de Tour de France. De 5de etappe van de Tour de France 1924, Les Sables-d'Olonne - Bayonne die hij won, is de langste etappe in de geschiedenis van de Tour, 482 km of 486 km (volgens bronnen). De renners vertrokken op 29 juni rond 22.00 uur vanuit Les Sables d'Olonne en eindigden de volgende dag om 18.30 uur in Bayonne, de officiële tijd voor deze etappe: 19.40 uur

Omer Huyse, geboren Kortrijkzaan in 1898 zit rustig als een maraboe wanneer hij verteld over zijn rennersloopbaan.. Hij ziet er echt nog vivant uit. Een potje bier smaakt hem best en zet hem aan nog smaakvoller verhalen op te dissen. Ook was hij een trouwe ploegmaat van Lucien Buysse in 1926. Voordien had hij al aan de Tour deelgenomen in 1924 en 1925. Hij won in 1924 bij de categorie der “onverzorgden”, de “isolé’s”. In de ronde bereikte hij een absolute plek door de langste rit uit de ganse geschiedenis te winnen, met name etappe van Sables d’Ollonne naar Bayonne, 485 km lang.

Finish van Omer Huyse in de langste etappe ooit in de Tour de France. We schrijven 1924, de 5e etappe, Sables d’Ollonne naar Bayonne, 485km !!
Le Miroir des Sports No 209, 2 Juillet 1924
Tour de France 1924, étape 5, Les Sables d’Olonne – Bayonne, 30 juin 1924, 482km …..
La plus longue étape jamais parcourue sur la Grande Boucle !!!
The longest stage ever in the Tour de France history: 482km !!!
La course:
The fifth stage of the 1924 Tour de France, the second Monday of the Tour, saw the peloton riding a mammoth 482 kilometres from Les Sables d’Olonne to Bayonne, more than nineteen hours in the saddle.
L’étape est revenue à le Belge Omer Huyse (1898-1985) qui, à 24,508 km/h de moyenne, a relégué ses 15 poursuivants à 1’11’’.
Omer Huyse (Lapize) slipped away from the peloton, taking the stage with an advantage of 1’11” over the group behind, which was led home by Bottecchia. Beeckman, who had started the day second overall, slipped down the rankings.
Les coureurs quittent Les Sables d’Olonne à 22 heures pour 482 km de route. A 02h39, les voilà à La Rochelle, à 05h37’ à Saintes, à 8h34 (avec 1 heure de retard) à Blaye, à 10h26 à Bordeaux où Barthélémy conduit un effectif de 70 unités.
La course, monotone, ne se décante que dans les 50 derniers kilomètres. Sans doute est-ce à partir de ce moment que Théophile Beeckman (leader du général à égalité avec Bottecchia) a subi quelques avaries puisque le Belge a terminé 23ème de l’étape à 7’17’’ du vainqueur.
Hector Tiberghien (Peugeot) and Giovanni Brunero were now in second, tied on time. For the Legnano rider, Brunero, this was a bonus, he having been one of the riders to miss the Giro earlier in the year, either in the dispute over appearance fees or to save himself for the Tour, choose for yourself whichever you think the more likely. A good ride in France would more than make up for shunning his home Tour.
Bien difficile de connaître la raison de cette perte de temps. Peut-être faut-il remettre en cause le professionnalisme des journalistes de l’époque ? Si l’on en croit André Reuze du « Miroir des Sports »,
« dans certaines voitures de la caravane – j’en connais au moins trois – on peut voir, durant chaque étape, entre 14 et 16 heures, et même souvent le matin, plusieurs suiveurs qui dorment.
Pour se préserver du soleil et de la poussière, deux d’entre eux se recouvrent le visage d’un mouchoir, et leurs têtes dodelinent comme s’ils étaient morts. (…)
Plusieurs de ces ronfleurs convaincus sont des envoyés spéciaux, représentant des journaux français et étrangers. Le soir, en arrivant, ils se précipitent au télégraphe, pour envoyer un compte-rendu détaillé des incidents de la course. Et tant que leurs chauffeurs ne les imiteront pas, tout ira bien. »
Omer Huyse (9ème à Paris) remportera le classement final des coureurs de 2ème catégorie.
Classement de l’étape:
1 Omer Huyse (Bel) en 19h40’
2 Ottavio Bottecchia (Ita) à 1’11’’
3 Giovanni Brunero (Ita)
4 Romain Bellenger (Fra)
5 Lucien Rich (Fra)
6 Arsène Alancourt (Fra)
7 Bartolomeo Aimo (Ita)
8 Louis Mottiat (Bel)
9 Hector Tiberghien (Bel)
10 Gaston Degy (Fra) t.m.t.
Classement général:
1 Ottavio Bottecchia (Ita) en 81h29’11’
2 Léon Scieur (Bel) en 81h32’11’’
3 Giovanni Brunero (Ita)
4 Hector Tiberghien (Bel) t.m.t.
5 Romain Bellenger (Fra) en 81h32’26’’
6 Nicolas Frantz (Lux) en 81h32’52’’
7 Marcel Huot (Fra) en 81h33’15’’
8 Théophile Beeckman (Bel) en 81h35’17’’
9 Lucien Buysse (Bel) en 81h37’34’’
10 Félix Sellier (Bel) en 81h39’8’’

“Als jong manneke werkte ik met veel vrienden van mij in de wolfabrieken te Tourcoing. We reden toen naar huis met de velo, altijd om het eerst. Ik was bijna steeds de vlugste, zodat mijn maats mij aanspoorden om te gaan koersen. Zekere dag was het feest in Frankrijk en moesten we dus niet werken. Mijn vrienden spoorden me aan om te gaan koersen in Herseaux. Maar ja dat was makkelijker gezegd; ik had geen renfiets en geen wedstrijdkledij. Daar werd echter gauw een mouw aangepast. Men sneed een lange blauwe werkbroek de pijpen af en ik kon vertrekken op een gewone burgerfiets. Ik eindigde toen achtste. De Zondag daarop startte ik te Lauwe en won. Van een velomaker uit de buurt kreeg ik mijn eerste koersmachine en meteen was ik gelanceerd, zo zegt Huyse.
Hoe het er in die tijd zoal aan toe ging wordt duidelijk gesteld door volgende anekdote: Huyse kwam zeker jaar één dag te vroeg thuis van de Tour. In het holst van de nacht klopte hij aan zijn eigen deur aan. Zijn vrouw Martha opende boven het slaapkamervenster en hoorde Omer beneden zeggen: “schrik niet, ’t is-tekik, Omer…”. Waarop vrouwe Huyse laconiek antwoordde: “Dat kan niet, want ge zijt een dag te vroeg”.

Tour de France Joseph Van Dam à l’arrivée avec Omer Huyse : [photographie de presse] / Agence Meurisse – 1926
Net als Lucien Buysse reed Omer in de naoorlogse jaren voor het Franse merk Automoto, dat in 1926 een punt plaatste achter de extrasportieve activiteiten. Verscheidene Vlaamse renners kwamen aldus op straat te staan, met alle gevolgen vandien: “een ramp was dat echt niet, want wij waren toen al grotendeels binnengespeeld. Ik heb toen een boerderijtje gekocht waar ik kippen kweekte. Mijn vrouw was daar nochtans niet te straf voor te vinden. Ik heb de zaak dan maar overgelaten en we begonnen toen een café in Risquons-Tout. Enfin, we waren niet zo moeilijk als de renners van vandaag. We waren altijd content, hé.
En als ge een beetje uitslagen maakte, kwam alles vanzelf.

Tour de France cycliste : Bottecchia, Omer Huyse, Van Dam et Aimé Dossche à l’arrivée  : [photographie de presse] / Agence Meurisse
Toen ik in die tijd de Tour de France meereed, moesten de meeste renners de hotelkosten zelf betalen. Maar als ge er in slaagde een rit te winnen, dan stonden de hoteliers te wachten om de vedette van de dag in hun zaak te krijgen, waar hij dan alles kosteloos kreeg. Alleen moest de renner dan ’s avonds een toerke maken in het café, kwestie van klanten tevreden stellen. Voor mij niet gelaten hoor, want voor gratis eten en drinken en slapen wou ik dat wel doen…
En over eten en drinken gesproken. Wat speelden de Flandriens van toen zoal binnen? “Ha-ja, dat is niet moeilijk hé. We hadden vier eetzakjes per rit; daar zat een beetje van alles in. Vooral belegde broodjes, een paar kippenbilletjes, suiker en nog wat fruit. Als drinken had ik altijd graag bier, blond of zwart, dat was me om het even, als het maar bier was.
Of ik daar geen slappe benen van kreeg? Helemaal niet. Kijk, ik had bij mijn eerste Tour nog nooit een col gezien en toch kwam ik als eerste boven op de Aubisque. En ik had toen ook al een paar flesjes bier soldaat gemaakt. Wij maakten daar echt zoveel apel niet rond in de tijd…. Ik zeg het nog eens, we waren altijd content hé. En hoe lastiger het was, hoe liever ik het had.

Parc des Princes [vélodrome], 20/7/24, arrivée du Tour de France, le coureur cycliste Omer Huyse : [photographie de presse] / [Agence Rol]
Omer Huyse, Tour de France, au Parc des Princes, le 27 juillet 1924 : [photographie de presse] / [Agence Rol]
Omer Huyse kraait nog van plezier als hij over dat Spaans kamermeisje vertelt: “Ha-ha-ha, dat was nog een stoot zie. We zaten eens voor een koers in Spanje. We konden geen Spaans spreken en de mensen daar verstonden natuurlijk geen Vlaams. Ik had graag een paar eieren gehad voor mijn ontbijt. Maar om dat aan het kamermeisje wijs te maken, was een andere historie. Toen het met woorden niet hielp, ging ik op mijn hurken zitten, hield een hand onder mijn achterste en riep alsmaar kotkot-kot-kedei. Wat dat meisje daarvan gedacht heeft weet ik niet, maar feit is dat ze als de bliksem verdween en we hebben ze nooit meer teruggezien. Een garçon is ons toen maar komen bedienen…

o1-o7-1925, col d’Aubisque, Tour de France, Huyse [devant] Benoit : [photographie de presse] / [Agence Rol] – 1925
Een ander frappante geschiedenis uit de herinneringen van Omer Huyse is deze van de auto van de Tour-verslaggever Karel van Wijnendaele: We reden een lange col op en toen we bijna boven waren zagen we Karel en een paar van zijn collega’s aan de kant van weg staan, naast de auto die niet verder kon. Karel vroeg ons hem een beetje te duwen. Dat hebben we dan maar gedaan. Maar eens boven begon het vehikel geweldig te roken en even later stond het wagentje in brand. Blussen hebben we niet gedaan, want we moesten ook een beetje aan de koers denken ook, hé…

Legendarische etappe Bayonne Luchon van 1926, de zwaarste Tourrit ooit verreden : hier Lucien Buysse et Omer Huyse samen op kop bij de beklimming van de col d’Aubisque : [photographie de presse] / Agence Meurisse – 1926
En zo gaat de tijdgenoot van Lucien Buysse maar door. Met verhalen en souvenirs, waarmee een ganse krant gevuld zou kunnen worden. Och mensen, er gebeurde toen veel meer dan nu, in de huidige ronden zit men te chicaneren om seconden, in onze tijd was dat om uren…

Feest na de thuiskomst van de Tour de France, Omer Huyse in een open rijtuig door de gemeente in het zonnetje gezet.  Foto: archief Gratienne Huyse

Door Stefan van Laere, Het Volk Sport extra editie, 30 juni 1976

De buste ter ere van Omer Huyse in Moeskroen
2014_07_09 A Mouscron le Bourgmestre Alfred Gadenne a inauguré une stèle à l’effigie de Omer Huyse « 1898-1985 », coureur Luingnois, qui avait gagné la plus longue étape du Tour de France en 1924 « Les Sables d’Olonne –Bayonne.

https://fr.wikipedia.org/wiki/Omer_Huyse