Kees  Boelhouwers, over zijn kleurrijk wielerverleden

“De Boelhauwer”

…over zijn kleurrijk wielerverleden gesproken
Mia en Kees Boelhouwers

Herinneringen aan Kees Boelhouwers gaan meestal gepaard met een glimlach, wat dan weer duidt op het prettige ervan. “De Boelhauwer “(de Franse pers schreef steevast Caisse Pull-over) zoals hij vroeger genoemd werd was inderdaad een wielrenner die altijd kleur aan een wedstrijd gaf. Kees Boelhouwers,  iemand die ook amusant kon vertellen over het wel en wee van “de wielrenner”, hij is niet meer, zondag 18 maart jl. overleden op 88 jarige leeftijd.

Wijk bij Duurstede, 15 September 1954, met zijn clubmaten aan de start van het Nederlandse Clubkampioenschap op de weg, TWC Maastricht (4e geklasseerd die dag), v.l.n.r: Henk Steevens, Martin van den Borgh, Jan Nolten, Kees Boelhouwers, Flor van der Weyden en Leo Steevens
Hij wist nog exact hoe hij spurters als Rik van Looy en Willy Vannitsen klopte. Hoe hij klom met Jan Nolten. Of hoe Gerrit Voorting hem de overwinning wou verkopen nadat hij van start tot finish aan de leiding was geweest. Elke van zijn overwinningen, o.a. in 22 wilde rondes en 61 bij de amateurs, kon hij nog voor de geest halen, een bijzondere man, de sympathieke Kees

Kees Boelhouwers kon goed spurten, tijdrijden, was een redelijke klimmer maar was bovenal „leep”. Voor vele rijders in de jaren ’47 tot ’57 was Boelhouwers „de gesel” als hij deel uitmaakte van het peloton.

Kees Boelhouwers
Niet alleen van de anderen maar ook van zijn eigen vergde hij enorm veel. Soms klapte hij wegens een verkeerde krachtsdosering vlak voor de finish in elkaar. Na de finish moest hij vaak lang wachten om weer „mens" te worden. De supporters van de andere renners waren dan gauw met hun visie klaar: „Hij is weer gedrogeerd" zoals men dat noemde.

“Men heeft mij vaak, uit jaloezie, ten onrechte hiervan beticht. Ik was hard voor mezelf en ging steeds tot het uiterste met de daaraan gekoppelde gevolgen. Natuurlijk heb ik vroeger, net zoals elkeen, wel eens gepakt. Maar niet in die mate als men beweerde. De rijders die na ons zijn gekomen, die hebben veel meer gepakt en dan ook nog bewust. Het woord doping bestond toen nog niet. Het waren vooral de Belgen die altijd wel een pilleke of „erwt" hadden. Zo iemand werd dan gifslikker genoemd. We wisten nog niet eens de naam van het spul laat staan dat we wisten hoe iets werkte. Nee als ik alles eens overdenk en vergelijk met nu dan waren wij vroeger heiligen of stommeriken".

Toch was het juist Kees Boelhouwers zelf die vaak voedsel aan die geruchten gaf. Zo kon het wel eens gebeuren dat hij voor de start van een wedstrijd de tegenstander een flesje (met water) liet zien. Zijn woorden: „Als dit ontploft" verlamde dan vaak de anderen voordat de pedalen ook maar één keer waren rondgegaan. Kees, een man met humor. “Nee, de dokters verdienden nog geen snee droog brood aan me!"
Limburgs dagblad 8 Juli 1954

Boelhouwers had het wielrennen niet van een vreemde. Niemand minder dan Jan Lambrichs, zijn oom, was zijn leermeester. Volgens Boelhouwers was deze niet alleen de beste wielrijder maar ook de meest harde leermeester die het Nederlandse wielrennen ooit gehad heeft. Dat was per week minstens 2 keer 250 km trainen. Of ’s middags nog „even” naar Brussel heen en weer om een contactje te tekenen. Deze hardheid moest een toprijder bezitten om mee te kunnen.

Kees Boelhouwers 24 jaar in de ronde van Joegoslavië (1954) Foto FB: ‎Sanne Boelhouwers

Kees Boelhouwers, zijn  verhalen doorspekt met humor en heroïek logen er niet om. Zo verhaalde hij met een verwrongen gezicht hoe hij in ’54 in de Ronde van Joegoslavië, waarin hij uiteindelijk 7de werd, over de berg Vrsic moest. „De wegen waren geheel niet geasfalteerd. Ik liep in die ene etappe alleen al 9 platte banden op. Het was op die flanken bitter koud en ik had thee over mijn handen gegooid om het toch maar warm te krijgen. Terwijl ik weer een platte band had en aan sterven dacht kwam mijn ploeggenoot Jack Gelissen langs. Hij heeft toen kunnen voorkomen dat ik mijn fiets in het ravijn zou smijten van ellende. Om weer warm te krijgen heeft hij mij toen maar over mijn handen geplast”.

Kees Boelhouwers

Al zijn wielerervaringen zijn minutieus in zijn geheugen gegrift. Zijn carrière als amateur was kort maar succesvol,  hij won tientallen wedstrijden, waarbij onder meer de gerenommeerde Luxemburgse Omloop der 12 Kantons.  Kees ook naam met zijn goede rijden in La Route de France en de Ronde van Belgisch Limburg, de Ster van Namen, de Ronde van Joegoslavië. Daarnaast was hij “eerste reserve” voor het WK in Solingen  1954 en reed hij in vrijwel alle landen van West Europa, en waar hij routine en ervaring opdeed.

Limburgs Dagblad 20 Juni 1955

In het voorjaar van 1955 vond Kees dat het tijd was over te stappen naar de Onafhankelijken. Hij was net 25 jaar geworden en was vast besloten als onafhankelijke dezelfde successen te behalen als amateur en hoopte binnen afzienbare tijd professional te worden, precies zoals zijn oom “old-horse” Jan Lambrichs. In 1955 was zijn deelname in de Ronde van Zuid-Oost Frankrijk, hij was de enige Nederlander die met de besten ( Gaul, Debruyne, Anquetil, Stablinsky, Privat) mee kon,  werkelijks veelbelovend, zo ook zijn rijden in de Ronde van België.

Limburgs Dagblad 9 oktober 1955

Kees werd in 1955 nog Clubkampioen van TWC Maastricht, was 2e achter Gerrit Voorting op het St. Pietersberg circuit en was bij de selectie die afgevaardigd werd naar Rome voor het Criterium der Naties.

Limburgs Dagblad 9 Maart 1956

In 1956 kwam Kees als beroepsrenner onder dak bij de Eroba ploeg, onder leiding van Toine Gense.

Limburgs Dagblad 19 maart 1956

In het voorseizoen 1956 behaalde Kees Boelhouwers enkele ereplaatsen en behaalde voor de 2e keer de titel van Clubkampioen van TWC Maastricht categorie Beroepsrenners en onafhankelijken.

Kees Boelhouwers 1956, voor de tweede maal in successie Clubkampioen van TWC Maastricht bij de categorie Beroepsrenners en Onafhankelijken, foto René Bovens (Wei is van Meersje-Wes)

Zijn abrupt afscheid dat zelfde voorjaar uit het peloton stond Kees nog  levendig voor zijn geest. Hij was aangewezen om het Ardeens Weekend (Waalse Pijl en Luik Bastenaken Luik) te rijden. „Ik dacht leep te zijn”, zei hij. „Ik wilde graag Luik-Bastenaken-Luik winnen. Om daar fris aan de start te komen meldde hij zich bij Toine Gense de ploegleider af voor de eerste koers van het Ardeens weekend, de Waalse Pijl. Hij waarschuwde me nog, ik zou en moest toch aan de start komen ondanks dat ik voorwendde dat ik me niet lekker voelde. “Terwijl ik daar aan de start stond werd er omgeroepen dat ik toch niet mocht starten. Twan Gense kwam mij persoonlijk mijn rugnummer afspelden. Ik vond dit zo erg, dat ik ter plekke  besliste om meteen met wielrennen te stoppen !!”

Limburgs dagblad 7 mei 1956 Tot de ingeschreven die niet aan de start kwamen behoorden de Nederlanders Boelhouwers, Plantaz en van Oers
Limburgs Dagblad 8 Mei 1956, Mosterd na de maaltijd. “De leiding van de Eroba-ploeg heeft zaterdag het besluit genomen om Kees Boelhouwers ook niet te laten starten in Duinkerken”. Kees had inmiddels de pijp al aan maarten gegeven….

In 1962 vroeg Kees nog eens een licentie aan om deel te nemen aan de Limburgse criteria, enkele mooie ereplaatsen kon hij nog bemachtigen.

Limburgs Dagblad 23 Maart 1962, de comeback…
Bron: Limburgs Dagblad 27 december 1980, de basis voor dit bericht, klik en lees deze krant
Recente foto van Kees (facebook)

Regelmatig was hij aanwezig bij de wielercafés van de Vriendenclub van 100, ik had hem nog van alles willen vragen, het mocht niet meer zijn. Tot voor kort reed hij nog met speels gemak op zijn fiets toertochten van 60 à 70 km, een bijzondere man, Kees Boelhouwers, we zullen hem missen..

Kees Boelhouwers, Henk Steevens en Hub Harings, present bij de Vrienden Club van Honderd Reünie Limburgse oud renners op 1 december 2015

 

Vintage KOERS & VELO

Vintage KOERS & VELO                 

WielerBlog zonder veel actueel koersnieuws…..
….hoofdzakelijk ‘wielerpost’ met een Limburgs tintje.

Slechts een halve eeuw volg ik het wielrennen op de voet, een decennium, wel iets langer, was ik actief als coureur. Het is ingegoten met de paplepel, zal ik maar zeggen. In Valkenburg, niet voor niks bekend als “wielerstad” was (nog steeds hoop ik) wielrennen populair onder de jeugd.

1964, Op mijn eerste verjaardag, cadeau: een fiets, Niet dat hij al paste, maar wel al met een wielerpetje op, en met steun van mijn moeder

Als vijf, zesjarig menneke werd er in de buurt waar ik opgroeide, in Valkenburg, dan ook veel gefietst met mijn vrienden, de een was “Hub Harings, de ander “Jan Janssen”, “Sjaak Anquetil” of “Eddy Merckx”, de koers na spelen, met uiteraard een prijsuitreiking en bloemen die ergens uit een tuin weggegrist.

1968, 5 jaar oud en al trotse bezitter van een racekarretje
De koers naspelen met de ‘wielervrienden’ uit de buurt in Valkenburg

Tijd voor een echte wielerkoers dus, en dat was bij de wilde bond; de WVE, de Wieler Vrienden Elsloo. In de categorie 6 t/m 8 jarigen heb ik menige koers gereden, maar nooit één keer een bloementuil mee naar huis mogen nemen, wel een paar keer 2e, het was een prima leerschool, sommige deelnemers hebben het nog geschopt tot beroepsrenners.

1969, de Ronde van Lanaken (B), een van mijn eerste koersen. Aan de start in de trui van Mann Grundig (in het midden), rechts in de regenboogtrui Peter Harings, in de Peugeot trui Jo Defaux
In het voorjaar van 1970 goed geïnstrueerd door mijn vader Leo, en daarnaast ook nog eens goed gesoigneerd, de weg op als lid van de Mann poeders profploeg

Dat veranderde nadat ik overgestapt was naar de KNWU, in 1971, mijn club: TWC Maastricht. De jeugdafdeling van TWC scheidde zich in 1972 af en ging verder onder de naam TWC Heer. Als 8 jarige was ik daar de allereerste die  bij deze vereniging clubkampioen werd, meer dan 80 zeges zouden in de loop der jaren nog volgen.

TWC Maastricht jeugd 1971
Heer 1972, kunststof bloementuil en een mooi formaat beker, mijn eerste behaalde kampioenschap

Eenmaal amateur toch weer terug naar mijn oude club TWC Maastricht, toch een club met historie, de beste Limburgse coureurs reden ooit in deze rode trui. En met een prima programma, namelijk veel koersen in de Ardennen b.v. de Triptique, Ronde van Luik etc. Bij de amateurs wist ik nog best redelijke uitslagen te rijden maar uiteindelijk nog maar één koers te winnen, dat was over de grens in Zichen Zussen Bolder. Ik kwam daar met voorsprong alleen aan de streep, het peloton was op het 5km lange parcours gedubbeld door de kopgroep waarvan ik deel uit maakte. Onderweg had ik ook nog een paar keer een premie  gepakt, kampernoelies. Nooit van gehoord, Kampernoelies? Toch maar effe aanzetten, een premie is een premie, ik was gek op premies.  Benieuwd, dat was ik wel en bij de permanence  aangekomen bleek al snel wat kampernoelies waren. Champions, de lokaal geteelde grotchampions, ja natuurlijk.  Als winnaar kreeg ik er nog ook een paar kilo bij. Zoveel paddestoelen had ik nog nooit bij mekaar gezien. Al had ik liever klinkende munt gezien ging ik toch trots ( er gaat toch niks boven het met de armen in de lucht over de streep rijden…)  én met een enorme zak kampernoelies, ik als “champ van de dag”, huiswaarts richting Valkenburg..

Krantenknipsel van mijn laatste zege, dat was in Zichen Zussen Bolder 15-08-1982

Ik was slechts 20 toen ik de wielerpijp aan Maarten gaf, ik zag het niet meer zitten, uit de sponsorploeg (Boels) geknikkerd, had ik niet het idee dat de droom om prof te kunnen worden nog realistisch was.  Mijn laatste koers was in Maastricht, boven op de St. Pietersberg lag de finishlijn. Hierna was ik wel nog enkele jaren actief als mecanicien voor TWC en diverse andere  ploegen, ik werkte destijds ook als mecanieker bij de bekende rijwielzaak van Sjefke Janssen in Elsloo. Ik was zelfs zelfs nog een jaar ploegleider bij TWC Maastricht, sterker nog: de allerlaatste van de club die in 1995 fuseerde met wielerclub de Ster en wielerclub Heuvelland. Maar dat, en ook TWC, zijn inmiddels “wieler” historie.

Nicolaes Sport, de nieuwe sponsor. Geconcentreerd aan de start bij de Ronde van Geulle in  1970

Ik zoek wel eens wat op over de koers van vroeger, vooral met betrekking tot “Limburg en zijn wielerhistorie”.

Limburgse matadoren als Mathieu Cordang, Harrie Meyers, Joep Franssen, Piet Gommans, Jan van Hout, Willy Vroomen, Jan Pisters, Sjef Janssen, Jan Lambrichs, Sjaak Sijen, Jan Nolten, Huub Vinken, Henk, Leo en Harrie Steevens, Mart van der Borgh, Piet van den Brekel, Jaap Kersten, Jef Lahaye, Jan Willemsen, Gène Beckers, Wim Schepers, Eddy Beugels, de gebroeders Harings, Jan Hugens, Leo Knops, Jan Krekels, Theo van der Leeuw, Bennie Ceulen, Ben Koken, Jo Maas, Peter Winnen, Ad Wijnands, Frans Maassen, noem maar op… Het zijn maar enkele namen, er zijn er zo veel meer…. Wellicht kent u ze,  misschien niet of slechts “van naam”. Stuk voor stuk klasse coureurs, sommigen internationaal vermaard, enkelen zelfs behorend tot de absolute wereldtop, daar is aandacht voor in deze blog

Verhalen “van horen zeggen” het trekt me wel. De ooggetuigen van de opkomst van het wielrennen op de weg in Limburg (eerste profkoers op de weg in 1934) zijn er niet of nauwelijks meer. Op schrift is/word er bepaald ook niet veel vastgelegd over deze vervlogen dagen. Bijvoorbeeld ook Mathieu Cordang en Harrie Meyers, wie heeft er ooit van hen gehoord? Eind 19e eeuw waren dat de Limburgse Pioniers op wielergebied, inmiddels vergeten superkampioenen. Ware volkshelden waren het, hele steden liepen uit, de fanfare voorop, bij hun terugkomst uit het buitenland met weer een grote overwinning op zak. Ze stonden op de covers van de toonaangevende (buitenlandse) sporttijdschriften. Ongekend grote prijzengelden wisten ze in de wacht te slepen destijds…

Ronde van Abdissenbosch 13 september 1969

Ook de generatie die in de vijftiger, zestiger en zeventiger jaren koerste, ze behaalden memorabele zeges en leden pijnlijke nederlagen. Inmiddels 40 jaar of langer geleden, zo nu en dan wordt er nog over gesproken, maar niet vaak meer, logisch… Al zijn de VCvH wielercafe’s, (de place to be om in contact te komen met de Limburgse anciens) vaak druk bezocht. Mijn passie voor de koers van vroeger, ik word er regelmatig door wielerliefhebbers, oud coureurs of nazaten van oud coureurs  en ook ‘wildvreemden’ over aangesproken, dat is voor mij de krenten in de pap, ze kennen ze nog, de anekdotes en feiten van destijds. Frappante gebeurtenissen… Ik zoek er een afbeelding bij, lees een oude krant. Mooi als “van horen zeggen” tastbaar wordt. Ik kan er zelf in ieder geval van genieten. Blijkbaar toch, wordt deze blog wel eens gelezen. Ik wil een ieder bedanken voor de gestuurde foto’s en anekdotes etc.

Aan de start van een wilde koers bij de WVE in 1970, (in de sponsortrui van Nicolaes Sport Veldwezelt)
Na 2 jaar WVE de eerste KNWU licentie in 1971
Klopt het "wat er zoal gezegd wordt", ik tracht het te achterhalen...  Oude foto's, boeken en krantenknipsels is wat rest om inzicht te krijgen. Gelukkig is er best nogal wat online te vinden, gedigitaliseerde kranten en wielerfoto's, zoals bij voorbeeld  in de 'Koninklijke Bibliotheek' delpher.nl,  gahetna.nl, geheugenvannederland.nl, Bibliothèque Nationale de France, Stadsarchieven, Privécollecties etc... ik ben er inmiddels aardig bedreven in geraakt, in het raadplegen van deze online bestanden,  krijg dan ook vaak het verzoek online iets na te gaan over de koers (en ook andere zaken), ik doe het met plezier.

Klik en neem eens een kijkje op mijn Facebook-profiel

Al heb ik nog 1001 potentiële onderwerpen en ideeën voor deze blog, maar een toegestuurde foto, uit een soms stoffige doos op zolder, is vaak een uitdaging met verrassende resultaten..  Stuur mij ook UW favoriete koersfoto…  uw wielerverhaal of -anekdote, misschien is er nog meer info over te vinden.

Gr Peter Knops, mailto: info@simcad.nl

Winst in het vermaarde Wonder van Obbicht 1981
Wonder van Obbicht 1981, een mooie herinnering…
Als junior werd ik in 1981 al gecontracteerd voor de amateurploeg van Boels Verhuur – Sjef Lemmens. Deze foto is gemaakt in de Ronde van Wolder in 1982,  een van mijn eerste amateurkoersen. Een jaar later reed ik alweer in de clubtrui van TWC. “Brouwers machines” de concurrent van Boels stopte met sponsoring van een amateurploeg, niet lang hierna zag Pierre Boels er blijkbaar ook geen brood meer in, al nam hij later wel weer de draad op door WCl de Ster te sponsoren. Boels is thans als grote sponsor bij het vrouwenwielrennen en de diverse wielerevenementen niet meer weg te denken in de sport.
Ronde van Wolder 1982, met Math Dohmen
Nacht van Linne 1983 Winst voor Leon Nevels, links Berrie Thoolen
1983 Ronde van Oost België,  in clubtenue TWC, links Frank Marcelis

1992-07-01 Clubblad TWC Maastricht

Clubblad toer en wielerclub Maastricht

46e jaargang, nr 4, juli 1992

Van Jo Hendriks kreeg ik, uit zijn archief, dit clubblad cadeau. “Heb ik dubbel” zei hij, maar volgens mij met voorbedachte rade, aangezien mijn naam er een aantal keren in voorkomt, in ieder geval is het een van de laatste exemplaren van het TWC clubblad want later dat jaar zijn de fusiebesprekingen begonnen die uiteindelijk resulteerden in het opgaan van TWC Maastricht, TWC Heer en WCl de Ster Geleen in de nieuw te vormen wielervereniging TWC Maaslandster

Limburgs Dagblad 7 november 1992