1948-08-22 Valkenburg, Wielerreuzen op de Cauberg

De wereldkampioenschappen wielrennen 21 en 22 augustus 1948

Brik Schotte, Kampioen der Kampioenen

Nooit tevoren heeft een sportgebeurtenis in Nederland zó veel toeschouwers getrokken als de strijd om het wereldkampioenschap wielrennen te Valkenburg op 22 Augustus. Naar schatting hadden zich 150.000 mensen langs de weg geschaard om de race van de beste beroepsrenners ter wereld te zien.
En inderdaad hebben de tienduizenden wielersport van hoog gehalte te zien gekregen. Het was een wedstrijd, waarin de renners met de meest complete kwaliteiten een kans hadden en van deze was het de stoere Belg Brik Schotte, die tenslotte de beste van allen bleek. Vlak achter hem kwam de Fransman Lazaridès, het fameuze klimmertje, dat eigenlijk alleen maar een behoorlijk eindschot te kort kwam om op het allerlaatste de evenknie van Schotte te zijn. Van onze landgenoten reed alleen de Limburger Sijen de wedstrijd uit, maar ook Schulte heeft prachtig kamp gegeven en het was jammer, dat hij niet lang voor het einde moest opgeven. Onze oud-wereldkampioen Middelkamp had, als zo vele anderen, met pech te kampen en werd daardoor uitgeschakeld.
De dag te voren was, onder veel geringere publieke belangstelling de wedstrijd voor amateurs gereden. In deze worsteling overtrof de Zweed Snell al zijn concurrenten. De Brabander van Est hield de eer van Nederland hoog door op de vierde plaats beslag te leggen.

De Vlaming Briek Schotte gevolgd door de fransman Apo Lazarides

Er zijn vele grapjes gemaakt over de Cauberg: Nederland had een berg ontdekt, waarbij de renners nauwelijks over de afstand van een kilometer moesten klimmen! En de hele klim bestond in een stijging van nog geen honderd meter. Nederland durfde renners als Bartali en Tesseire, Kubler en Kirchen uitnodigen om na hun prestaties op knapen van bergen, die tot boven de 2000 meter reikten elkaar het kampioenschap te betwisten op deze liliput onder de heuvels! Het was eenvoudig belachelijk.

En toch heeft de internationale jury de Cauberg betrokken in het kampioenschap op de weg. En deze Cauberg met zijn grimmig gebogen bochel heeft meedogenloos hard gevonnist over de kwaliteiten van de renners. Van de 37 man aan de start verschenen er nog 10 aan de finish. De rest van het illustere en reputatie-rijke gezelschap werd onverbiddelijk afgewezen door deze beul onder de rechters.

 

Hoe was de aankomst van Gino Bartali gevierd op die Vrijdag voor de grote slag! Gino zou tegen de Cauberg opvliegen, niet eenmaal, maar tien keren in dezelfde luchtige stijl. Hij zou het spelenderwijze 28 keren volbrengen en nog genoeg veerkracht in zijn tenen en benen overhouden om de Izoard te bestormen. Bartali was niet meer de man van tien jaren geleden, toen hij het ook probeerde, maar…. schandelijk werd geslagen door die mislukkeling onder de bergen. Een berg, waarvoor men zich in Italië zou schamen hem een berg te noemen! Maar…. 28 keren 1 km, telkens met een tussenpoos van 12 tot 13 minuten dat is heel wat anders dan in een ruk 28 km lang omhoog te tornen. Bartali kon 35 km achter elkaar klimmen maar hij kon toen en hij kon nu weer niet 28 keer dat ene kleine stukje onder zijn pedalen krijgen. Roemloos verdween de campionissimo ergens op het traject uit de rijen van de rivalen, samen met zijn vriend en vijand tevens, Fausto Coppi, die andere lieveling van het Italiaanse volk, dat met enkele honderden afgezanten te midden van een kleine berg dadelpitten aan de rand van het parcours was gezeten. Acht en twintig maal moest de klimmer in een geforceerd tempo naar boven zwoegen om vlak daarna in een riskant tempo naar beneden te snellen. Wie een goed klimmer is loopt de kans bij het afdalen zijn voorsprong te verliezen. Wie een gedurfde vaart neemt bij het afdalen staat vlak daarop weer voor het geheim van die kleine vinnige bergrug. En dat acht en twintig keren. Ook dit keer zouden er roemrijke namen sneuvelen, want Brik Schotte had gelijk: „Het is een teerlingskans”. Maar juist daarom was de race om de meest begeerde titel van een ongekend hevige spanning. En de kranten en sportrubrieken, zij zullen het voortaan wel uit hun krantenlijf laten om nog langer te spotten met de berg, die Nederland ontdekt meent te hebben.

Gino contra Fausto. Ach, wat zijn er legendes gevormd rond de tweestrijd tussen deze twee fenomenen uit de wielerwereld. De meest wilde geruchten deden opgeld, toen zij broederlijk bij elkaar op het „terrazzo” van hun uitpuilend restaurant zaten te wachten. Gino contra Fausto! Als zij elkaar in de wielen zouden varen, dan zullen de Fransen en de Nederlanders er van profiteren. Hoe kunnen die Italianen ook zo botweg dom zijn om twee rivalen te sturen. Fausto lacht eens met zijn ongemakkelijke grijns. En terwijl hij zijn hand terugtrekt uit een van de vele kisten zuidvruchten, verkondigt hij in een eerbiedwaardige rivier van woorden, dat Gino de grote favoriet is en de grote favoriet zal blijven. Ook voor hem. Want Gino van toen is niet te vergelijken met Gino van nu. En van onderlinge rivaliteit? Och, het is eigenlijk de strijd tussen de twee mérken Bianchi en Lagnano, die dóór Coppi en Bartali worden gereden. Neen, hij houdt het op Bartali!

Brik contra Apo. Dat had Joris van de Bergh toch maar fijntjes -voorspeld. Het is eigenlijk bar onvoorzichtig om van te voren namen te noemen bij zulk een riskante onderneming, waar de meest verrassende gebeurtenissen kunnen plaats grijpen. Maar Joris had het aangedurfd om daags te voren te wijzen op de kleine en vinnige Griekse Fransman met zijn schoonklinkende naam, Apo Lazarides. Ja, zei Joris, ik zou een naam willen noemen, die zelfs de Fransen niet op de eerste plaats durven zetten. „Indien dit kleine ventje wint en daarmee heel de wereld zou verrassen, dan zou het voor mij geen verrassing zijn. Overal elders zouden wij zeggen; Wat komt dat ventje hier doen? Hij kan geen 30 km klimmen. Maar hij sprint en springt en danst die klim van 1 km. En vlak daarop zet hij zijn tweede sprint in, en gaat zo door, als het moet vijftig keren achter elkaar!”

En Joris kreeg gelijk op die harde Zondagmiddag, toen Brik Schotte reeds alle renners aan zijn pedaal had gelapt. Toen hing dat kleine kereltje met vinnige rukken en zijn draaiende body onverslijtbaar aan ’t achterwiel van Brik, die zwoegde als een werkpaard uit de Kempen. En al de kracht van zijn pezig lijf moest de taaie Belg aanwenden om ook Apo de duimschroeven aan te zetten en zijn tengere nek te doen buigen voor hem, de man uit het klassieke land van de coureurs. Lambrichs was uitgeschakeld door derailleurpech, Gerrit Schulte had remdefect, Bartali en Coppi waren roemloos verdwenen. Middelkamp bestond niet meer, Sefke Janssen had last van krampen. Maar Apo Lazarides snelde nog in de allerlaatste ronde in zijn typisch dansende stijl naar boven. Enkele meters achter de ruige Brik. Maar Brik draaide in zulk een onbarmhartig hels tempo, dat Apo te uitgeput was om die enkele meters te winnen. En terwijl de Belgen losbarstten in een vreugdegehuil, zoals de Cauberg nog niet had beleefd (er waren naar schatting 75.000 supporters uit het Belgenland), wankelde Apo huilend van zijn fiets. Zijn tengere schouders werden nog weker en de kleine man scheen nog kleiner te worden.

Links boven: Afgemat, maar zielsgelukkig laat Schotte zich na afloop van de strijd fotograferen. Een mooie droom ging voor hem in vervulling. Links onder: Sjaak Sijen (midden) was de enige Nederlander, die bij de professionals de wedstrijd uitreed. Rechts Sjefke Janssen, die ook goed voldeed.Links Jan Lambrichs. Rechts boven: Een groepje van vijf vluchtelingen bestormt voor de zoveelste maal de Cauberg. Voorop Brik Schotte, de kampioen-in-wording. Rechts midden: Gerrit Schulte tijdens zijn zware strijd. Aan zijn gelaatsuitdrukking kan men zien welk een krachtsinspanning hij levert. Rechts onder: Met afgetekende voorsprong op zijn mededingers stuift de Zweed Snell als overwinnaar bij de amateurs over de eindstreep. 04-09-1948: Het Noorden in woord en beeld, 1948, no 23, 04-09-1948

Behalve de normale tegenvallers en de onvermijdelijke inzinkingen, waarmede reeds van te voren rekening gehouden moest worden, hebben de Nederlanders een grote tactische fout gemaakt, evenals verschillende buitenlandse grootheden. Kubler en Teisseire, Klabinky en Ockers, Kirchen en Impanis en vele anderen bleven, evenals de Nederlanders in de dichte nabijheid van de twee grote rivalen Bartali en Coppi. Want deze twee zouden op een gegeven moment het gevecht beginnen. En dan moesten de andere mee, of zij wilden of niet. Maar en nu kan men zeggen wat men wil de rivaliteit tussen deze twee begon hen parten te spelen. Fausto wilde niet trekken voor Bartali en Gino wilde niet voor Coppi. Te laat zagen de anderen in, dat zij hierdoor een achterstand kregen van verschillende minuten. Het was niet meer in te halen. De Nederlanders deden een hardnekkige poging om bij de leidende kopgroep te komen. Maar een lekke band, een defect aan de remmen, een kleine slipper over het wegdek en vele andere kleinigheden, die een renner anders met een glimlach accepteert, waren nu voldoende om het drama te voltrekken. Dat Bartali en Coppi na 20 ronden met ruim 8 minuten achterstand door het publiek werden uitgefloten, stemde de Italiaanse Wielerbond wel tot nadenken en beide coureurs werden hierop volgend geschorst voor de duur van 2 maanden, ingaande 1 september 1948. Deze schorsing werd een maand later op 2 oktober bij een bestuursvergadering van de Italiaanse bond, in verband met de sponsorbelangen, weer opgeheven.

BRON: Jong Limburg _ orgaan voor de arbeidende jeugd, jrg. 1, 1948, nummer 7, 9, 1948, Aflevering, volgnr. 21, Katholiek Documentatie Centrum, KDC Ta 286

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.