1928-05-02 Joep Franssen breekt 24 uur record

Joep Franssen’s 24-uur recordpoging op de weg

Op woensdag 2 Mei 1928 deed de regerend Nederlandse kampioen op de weg, de Limburgse beroepsrenner Joep Franssen een poging om het 24 uurs-record op de weg te verbeteren. Om hierin te slagen zou hij in dit tijdvak méér dan 680 km moeten afleggen. Als traject was gekozen de weg van Grathem naar Blerick visa versa. Voor gangmaking en verzorging stonden hem enkele auto’s, twee koks, een masseur en tal van helpers ter beschikking.

Het eerste 24-uurs record werd in 1885 gereden en wel op een 3-wieler. Hart, Nibbrig en Holst reden toen In 24 uren 273 K.M. Wanneer men bedenkt dat hun „racekarretje'” ongeveer 30 kg woog, zo moest men ook met het oog op de toestand der wegen, enz. dit een mooie prestatie noemen. In 1886 reed Joh. Huijser 274.5 km daarna lukte het aan J. W. Holst op een “half hoog model” ’t nog tot 317 km te brengen. Toen was de beurt aan Joh. Faber, die in 20 uren reeds 406 km afgelegd had, maar daarna staakte. Dan volgen :
1897  Jhr. de Jong v. Beek en Donk 440 km 948 meter
1898  J. Schrauwen 487 km. 744 meter
1901  J. Okon 526 km 60 meter
1901  J. D. Diehle 545 km 40 meter
1921  A. v. Amelsbeek 607 km 500 meter.
1922  J. Höhle 643 km
1928  H. J. Bruining 680 km.

Men zal begrijpen dat voor zulk een 24 uur rit heel wat komt kijken en dat verzorging, voorbereiding, enzovoort zeer omvangrijk zijn. Een vroeger recordhouder had bijv. in 24 uren tijd ook 24 lekke bandjes, terwijl zijn gangmaak-auto 7 keer van band verwisselen moest.

Franssen heeft voor zijn onderneming de Bergougnan banden gebruikt, welke bij vroegere soortgelijke ritten uitstekend voldeden. Met grote spanning werd het resultaat van deze rit door de Nederlandse wielersportvrienden tegemoet gezien maar dat het hierbij niet van een leien dakje verliep zal duidelijk worden uit onderstaande verzameling foto’s en krantenknipsels. Bij de ringoven te Neer bijvoorbeeld was men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg.

Tot twee keer toe passeerde Jüpke Franssen een stuk weg, waarop basalt keien waren gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Op beide plaatsen versperden telkens twee zware walsen de weg. Evenwel werd de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeiden dat toe. Feit was dat circa 10 km van het traject in zeer slechte staat was maar het bracht Joep Franssen niet van zijn stuk en verbeterde het record met bijna 100 km. Een record dat 42 jaar stand hield tot dat Jos Raaymakers uit Hoensbroek op 25 augustus 1970 het record verpulverde door maar liefst 1401 km 600 meter in één etmaal te rijden achter een auto met vergelijkbaar windscherm als waar Franssen mee reed, op het traject Brunssum – Posterholt visa versa. Dit record is door de KNWU echter nooit erkend omdat deze zich niet meer bezig hielden met dergelijke record-pogingen 

Tilburgse courant 10 april 1928

Limburgsch Dagblad 17 april 1928

Limburger Koerier 21 april 1928

We lezen het Limburgs Dagblad van 03 mei 1928:

FRANSSEN’S AANVAL OP HET 24-UUR RECORD.

De Limburger, Joep Franssen van Ubachsberg, die reeds het Limburgse en het Nederlandse wegkampioenschap wist te veroveren, begon gisteren zijn aanval op het 24-uurrecord, onlangs door de Amsterdammer H. J. Bruining verbeterd en gebracht op 680 km.

Om 9.00 uur begon er een gezellige drukte te heersen en het Kerkplein te Heerlen, waar reeds Franssen met zijn verzorger, de bekende Camille Bayens van de Brusselse winterbaan, waren gearriveerd. Kort na elkaar kwamen toen ook de verschillende auto’s binnen, die den tocht geheel of gedeeltelijk zouden meemaken. Daarbij waren er drie van de heren Hanssen, Ir. Koster en Wolf en Hertzdahl, die als gangmaker waren ingericht. Nadat de zaken geregeld waren, werd naar Roermond gereden, waar gestopt werd voor  restaurant Cox. Hier verzamelden zich de verschillende officials enz. De heer Darmstadt uit Roermond, de voorzitter van het comité tot voorbereiding van deze tocht, heette allen hartelijk welkom bij deze recordpoging van Franssen. Toen enkele weken geleden de renner Bruining het 24-uur record op 680 km bracht stelden velen zich de vraag of er geen Limburger zou kunnen gevonden worden, om dit te verbeteren. En Franssen, die er natuurlijk voor gevraagd werd, verklaarde liever vandaag een poging te doen dan morgen.

Het vertrek van Joep Franssen uit Heerlen bij zijn poging om het 24-uur record te verbeteren, in beeld ook 3 van de van windscherm voorziene gangmakerauto’s.

Het was inmiddels al wat later geworden, dan men verwachtte. Om rond 13.00 uur werd eerst uit Roermond, waar de start plaats had, vertrokken. Daar werden de laatste toebereidselen gemaakt en te precies half twee gaf de heer Hintackers, burgemeester van Heel, het startsein. Franssen begon zijn 24-uurrit op het traject Grathem – Horn – Haelen – Neer – Kessel – Baarlo – Hout-Blerick – Blerick van km paal 43 tot km paal 72, 200 meter voorbij de Blerickse Wielerbaan, een weg dus van 29 km, die Franssen op en neer rijdt.

Franssen begon na de start om 13.30 uur met een 40 km gangetje. Het eerste gedeelte van de weg is goed. Na een kwartier rijden heeft Franssen voor het eerst pech. Bij de ringoven te Neer is men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg. Oponthoud! De auto kan niet verder, Franssen gaat er alleen van door en later, wanneer de boom is opgeruimd, kan hij weer achter zijn gangmaker gaan liggen. Dat doet hij schitterend. Hij zit prachtig op zijn fiets, lost de wagen niet één keer, maar spoort telkens aan tot groter snelheid. Onder Baarlo heeft hij die zelfs tot 60 km opgevoerd.

Er zijn echter grote belemmeringen. Zo goed als het eerste gedeelte van het traject is, zo slecht is het tweede. Tot twee keer toe passeren we een stuk weg, waarop basalt is gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Franssen foetert er over, alléén de auto moet weer achterblijven, want op beide plaatsen versperren telkens twee zware walsen de weg. Evenwel wordt de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeggen dat toe. Op de terugweg hebben we eens precies nagegaan welk gedeelte van de weg goed, welk slecht is.  Van Blerick af is de weg over een afstand van 5 km goed, dan volgt 1,5 km vol gaten, 5,5 km is weer goed, maar dan komt 1 km vol gaten en kuilen, kortom een zeer slechte weg. Hier werken de vier walsen, volgt 1 km goede en weer 6 km slechte weg. De laatste 7 km zijn goed. Van een 20 km lang traject is dus 10 km bepaald slecht. Op de eerste terugtocht van Blerick heeft Franssen weer twee keer pech. Zijn gangmaker moet voor de overweg wachten en hij moet alleen een 5 km weg rijden. Wanneer de gangmaker hem heeft ingehaald knapt een band. De reservefiets is niet direct bij de hand weer vijf minuten oponthoud. En toch, toch hebben we goede moed. Want Franssen heeft over de eerste 25 km 7 minuten minder gedaan dan Bruining.

Het eerste uur maakte hij 43 km (Bruining 34km) dus 9 km meer. Het gaat dus meteen al goed met Franssen’s poging. We geven hier naast elkaar de resultaten die Bruining voor enkele weken en Franssen gisteren behaalde:

Toen Franssen dus ongeveer kwart na zeven vier keer het traject Grathem—Blerick had afgelegd, nam hij enkele ogenblikken rust. Zijn verzorger bood hem de nodige hulp en na een klein kwartiertje gerust te hebben stapte „Jüpke” weer op zijn fiets. Hij voelde zich nog uitnemend en ieder kan gemakkelijk berekenen met welke gemiddelde snelheid Franssen langs de weg vliegt. Gelukkig heeft hij alle medewerking van de mensen die langs de weg met bomenkappen en wegverbetering bezig zijn. De wegmakers zorgden telkens een gedeelte van de weg ingewalst te hebben, wanneer Franssen kwam, de boomkappers zorgden dat er geen bomen meer over de weg lagen, wanneer de kampioen arriveerde. Daarenboven hebben de wegwerkers thans tegen de nacht hun gedeelte geheel gewalst en geen basaltblokken meer los op de weg laten liggen. De gangmaking is thans overgenomen door de wagen van de heren Wolf en Hertzdahl, De wagen van ir. Koster heeft tot nu toe dienst gedaan.

Limburgsch Dagblad 7 mei 1928

De 300 km werden afgelegd in 8 uur 23 minuten 15 seconden, 350 km in 10.5.15 en de 400 km in 11.27.42. Den gehele acht door was er overal langs de weg een enorme belangstelling. Joep werd telkens en telkens luid toegeroepen en beantwoordde alles met een lachende hoofdknik Franssen heeft momenten gehad, soms 10 minuten tot een kwartier van 70 a 72 km per uur; en dan nog gaf hij tekens van harder, harder, doch de gang maker achtte het wenselijk niet harder te rijder, hetgeen, gezien den komende nacht, zeer wijs gehandeld was.

Terugkomend van Blerick op ongeveer 10 km afstand van de startplaats knapte de band van de gangmaker-auto. Hierdoor ging de auto aan het slingeren en Franssen viel. Bij de laatste rust klaagde bij ten gevolge hiervan over kramp. Ook zijn gemiddelde snelheid is in deze voor-middernachtelijke uren enigszins verminderd en bedroeg de laatste uren 37 km. Toch loopt hij nog voortdurend op Bruining uit, hetgeen uit onderstaande vergelijking moge blijken.

 

Omstreeks 23.30 uur kreeg Franssen de 3e lekke band. en er werd weer van karretje verwisseld.Overal langs de weg is grote belangstelling. Onverminderd duurt de belangstelling van het publiek voort, ook thans om 24.00 uur nog, in de nacht van Woensdag op Donderdag, nu we dit schrijven.

Tijdens de nachturen bereikte Franssen een gemiddelde snelheid van 38 km. Om 2.00 uur moest hij enige kilometers op eigen kracht rijden, daar de lantaarns defect raakten.

Zo juist is Franssen weer vertrokken. Hij had wederom tweemaal het traject gereden achter de wagen van dhr. Hanssen, die een keurige achter verlichting had. Het weer is Franssen gunstig. Gedurende den gehele rijtijd al is het ongeveer blad stil. Nu in de avond- en voornachtsuren wordt Franssen’s poging gunstig door maanlicht.

Om 3.00 uur is Franssen nog geheel fris. Toen hij meende in Grathem even te moeten afstappen voor massage, kreeg hij de boodschap om door te rijden naar Blerick, alwaar zijn bad klaar stond. Met een glimlach zegt Joep : „Gank fort, dan rie ich noa Blierik !”

Tijdens de nacht speelden zich verschillende toneeltjes af, d.w.z na het vertrek van Joep om 3.00 uur nodigde de kok Lindelauf het rustende peloton uit om te komen dineren. Het menu bestond uit een heerlijk bordje „snert” Zo gaat het gewoonlijk : wanneer de soldaten op nachtdienst zijn, geeft het snert, zo ook hier.

De bijkok Kuijpers uit Heerlen was de gehelen nacht een uitstekende hulp. Tijdens den nacht maakte de Burgemeester van Grathem en de burgemeester van Heel de toer eenmaal mee, alsook de wachtmeester Hulsman en rijksveldwachter Vilu. Aan deze heren komt een woord van warmen dank toe voor de goede hulp en steun. Gaarne en met alle bereidwilligheid werden alle wensen van het comité door voornoemde heren vervuld.

Thans zijn wij gekomen aan het kritieke moment, de overgang van de nacht naar de dag. Zij, die niet met de wielersport op de hoogte zijn, zullen het niet weten, doch het aanbreken van de dag is voor den renner ’t zwaarste uur, waaraan het al of niet welslagen van strijd gelegen ligt.

Om 3.30 uur stapt Franssen te Blerick af, en wordt hij in een warm bad gestopt. De verzorger blijft dan ruim een half uur met hem bezig, masseren, wassen, voeding enz. Toen Franssen om 4.15 uur weer opstapte kon men zien, dat de zonsopgang ook parten speelde. Met een heel kalm gangetje ging het naar Grathem. Na een uur rijden tekende zich het voor de renner gunstige verloop en begon hij weer steeds harder te rijden en spoedig was hij weer in vorm.

Nu kwam het hoogtepunt van het oude record in zicht (680 km). Franssen zelf had men zo goed als niets gezegd hoe hij er eigenlijk voor stond, tot dat hij om plusminus 10.45 uur de 680 km bereikte; toen had hij nog ruim 2,5 uur tijd om te verbeteren, hetgeen hij schitterend volbracht. Toen hij om 13.30 uur den laatste zogenaamde sprint maakte, bereikte Franssen een snelheid van 68 km per uur. Na de eindsprint naar Grathem, alwaar hij onder geschreeuw en gejoel van het zeer groot aantal opgekomen publiek naar binnen werd gedragen, werd hij toevertrouwd aan zijn verzorger.

Onder geschreeuw en gejoel van het in zeer groot aantal opgekomen publiek wordt Joep Franssen naar binnen gedragen.

De verzorging en opfrissing van Fransen nam 2,5 uur in beslag, gedurende welke tijd nog steeds meer wielersportenenthousiasten zich op het eindpunt verzamelden. Omstreeks 16.00 uur wordt na het nemen van enkele foto ’s het sein tot vertrek gegeven. Franssen was weer de oude van voorheen, alleen zijn benen begonnen stijf te worden. Aangezien te Blerick geweldig veel voor het welslagen van dit record is gedaan vooral door de Heeren v. Heukelom, Houben, Hufsmit enz. werd besloten den recordhouder naar Blerick te brengen, en namens hem alle sportvrienden te bedanken voor de goede hulp aldaar ondervonden. Te Blerick werd Franssen verrast door 2 kransen, namelijk een van de Wielerclub „De Valk” en een van meerdere sportliefhebbers. De hulp in Blerick was uitstekend.

Vandaar ging het via Venlo naar Roermond Hotel Cox. waar even werd gepauzeerd. De Heeren Kirschen en v.d. Berg resp. Secretaris N.W.B, en Hoofdredacteur van Sport-Echo waren juist vertrokken, zodat te Roermond het officiële gedeelte voor wat betreft de sluiting van de „course” kwam te vervallen.

Te Roermond was een geweldige belangstelling om Jüpke, de recordhouder, te feliciteren. Omstreeks 18.00 uur vertrok de rij van auto’s naar Heerlen, eerst werd te Sittard bij N.V. Becco nog eens gepauzeerd waarna een foto aldaar werd gemaakt. Op de Sittarderweg te Heerlen werd halt gehouden bij J. Kessels. broodfabrikant, alwaar Franssen werd gehuldigd door dhr. S. Herzdahl, hem werd een prachtige krans aangeboden. Dhr. Hertzdahl sprak warme woorden van hulde en sympathie aan Franssen, dat hij het record met bijna 100 km wist te verbeteren.

Daarna sprak dhr. Meens uit Sittard warme woorden van hulde uit namens de sportbroeders van Sittard. Dhr. van Els sprak daarna een woord hartelijke dank uit aan de dhr. Hertzdahl, die op zo’n schitterende wijze aan het welslagen van deze tour had medegewerkt, en speciaal zijn chauffeur mr. Ramakers verdiende een extra pluimpje. Zoals reeds eerder gezegd waren dhrn. Hertzdahl, Hanssen en ir. Koster de gangmakers van Franssen en het welslagen van de recordpoging is mede aan hen te danken. Met erewijn en een „lang zal hij leven”, werd Joep bij Kessels spontaan gehuldigd.

Daarna bracht het muziekkorps St. Franciscus Joep een serenade en bood dhr. Kessels Franssen namens voornoemde vereniging een prachtig bouquet bloemen aan. Ondertussen was een geweldige massa volk op straat verschenen. Dhr. Kessels had reeds gezorgd voor een optocht en zo trok de muziek van St. Franciscus gevolgd door alle wagens die hadden deelgenomen spelende door Heerlens straten; het was overal zwart van de mensen. Bij Lindelouf Kerkplein werd de stoet geëindigd en het was de gehelen avond nog zeer druk van mensen die Joep kwamen feliciteren.

Ten overvloedde volgen hier de tijden en het aantal afgelegde K.M. per 25 km: 

Limburgs Dagblad 4 mei 1928

Limburger Koerier 7 mei 1928

Joep Franssen met krans werd zondag 6 mei 1928 gehuldigd na het behalen van het 24 uur record, 777km 400m door het bestuur van de Heerlense Wielerbaan aldaar

Limburger Koerier 12 mei 1928

Nieuwe Venlosche courant 4 juni 1928

Nieuwe Venlosche courant 23 juni 1928

 

1900-09-15 Grand Prix Bol d’Or Paris: Mathieu Cordang

15 september 1900
De Groote Prijs Bol d’Or te Parijs

Mathieu Cordang heeft den 24 uurs wedstrijd gewonnen
Laatste nieuws: Harrie Meyers stopt !

De in sportkringen terecht geestdriftig ontvangen overwinning van de Maastrichtenaar Harrie Meyers in het korte afstand nummer om de hoofdprijs der “wereldtentoonstelling” te Parijs is drie dagen later gevolgd door een tweede overwinning in het lange afstandsnummer, welke direct weer onze nationale trots aangaat. Men moge dan al zeggen, ”het is maar sport” toch zullen er weinigen zijn die niet met een stil genoegen vernemen dat de 2 Nederlandse, Limburgse, jongens, meedingend aan de internationaalste aller internationale wedstrijden, die wellicht ooit op sportgebied werden geleverd zich elk in een van beide hoofdnummers op de eerste plaats hebben gesteld. Voorlopig staat ons land voor 1900 reeds aan de spits van een wereld-wielersport en dat is al iets!  We zijn Zaterdagavond in Parijs, op de baan naast de tentoonstelling der automobielen en rijwielen. Het is 6 uur in de avond. De grote wedstrijd om den Bol d’or zal zo aanstonds beginnen.

L’Auto-vélo 15 mai 1897: journal comique & illustré / rédacteur en chef Mascabille

In een bocht van de baan zit Mathieu Cordang. Hij heeft zich het gehele jaar van deelneming aan wedstrijden onthouden, alleen met grote doel in het oog houdend en daarvoor ook steeds ijverig trainerend. Hoe dichter de dag van den Bol d’Or naakte hoe meer werk hij van zijn training maakt.

Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900;

Van uit Maastricht ondernam hij dagelijks tochtjes van een paar honderd km en zijn vrienden beweren, dat hij sneller en taaier is dan ooit. Cordang heeft achteruit-gebouwde tandems te zijner beschikking, bemand met de beste Hollandse equipiers. Tot zijn gangmakers behoren: Jan Mulder, van der Tuijn, Diehle, Schmidt, van der Knoop, Willem Mulder, Viruly en Durenkamp.


Er zijn 4 speciale machines gebouwd van een Duits rijwielmerk, de “Niederrheinische Fahrradwerke Fabrik” te Kempen, zijn sponsor, twee van deze hebben een gearing van 104, beide andere van 112 inches.

De gangmaking wordt geleid door de bekende heer Diehle. Cordang is verreweg favoriet bij het publiek. Bij mij volstrekt niet, omdat zijne gangmaking niet kon opwegen tegen die van Walters en Huret, zelfs niet bij die van Rohl en Garin. Hij wilde per se niet starten. Alle moeite is in het werk gesteld om andere tandems te engageren. Het lukte niet. Natuurlijk was er geen denken aan, toe te geven aan zijn wil. Hij moest starten. Op zijn uitdrukkelijk verlangen heeft Chevallier voor zijn keuken zorg gedragen.

Chevalier, zijn trainer, masseert hem. Cordang is opgewekt, vol ernstige moed. Kort daarna is het voor de rijders tijd om zich naar den afrit te begeven. Eer allen gereed zijn en een fotograaf in de reeds vallende schemering een kiekje genomen heeft is het reeds een kwartier over den bepaalde tijd en mijn chronometer wijst kwart over zes als het startschot valt. In het geheel zijn 12 renners voor den Bol d’Or ingeschreven, te weten Cordang (Nederland), Walters (Engeland), Foureaux (Frankrijk), Oliver (Frankrijk), Garin (Frankrijk), Chevalier (Frankrijk), Huret (Frankrijk), Muller (Italië) Frederick (Zwitserland), Robl (Duitschland). Fischer, Ariès en Alleaume ontbreken op het appèl..

De laatste minuut voor aanvang van de 14uurs race met gangmaking. Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900

Het eerste pistoolschot valt, Walter vliegt voort, direct achterna gezet door Huret en Cordang; hun motortandemtweewielers vangen hen op en voort gaat ’t in woeste vaart.

Walter zet door, na korte tijd is hij zijn mededingers al een baan voor. Hij rijdt de kilometer in 60-65 seconden. Cordang doet ’t op zijn dode gemak. Hij schijnt niets geen haast te willen maken, werkt zich na drie kwartier een paar ronden achter.

In het eerst uur:
1. Walters 55KM 125M
2. Huret op 2 ronden
3. Robl op 9 ronden
4. Garin op 13 ronden
5. Fréderick op 13 ronden
6. Foureau op 13 ronden
7. Muller op 18 ronden
8. Cordang op 28 ronden
9. Chevalier op 30 ronden
10. Olivier op 40 ronden

Na ongeveer 1 uur te hebben gereden had ik mij even van het middenterrein verwijderd. Toen ik terugkwam zocht ik tevergeefs naar Cordang. Meneer was afgestapt en naar zijn box gegaan om zich aan te kleden! Ik er natuurlijk direct heen, pakte ‘m beet, trok hem ’t middenterrein op, plakte ‘m op z’n kar, gaf ’t sein aan een der gangmakers om eveneens op te stappen en toen trok Cordang, onder donderend applaus, er van door. De tandems liepen echter niet zo hard als die van Walters, maar toch peddelde hij er hardnekkig achter, evenwel steeds nog in de overtuiging, dat hij het zó tegen den Engelsman niet houden kon. Het is nu 7 uur en ’t wordt donker. De petroleumverlichting werpt spookachtige schijnsels op de door woeste kreten opgehitste renners. ’t Weer is prachtig.




In het tweede uur:
1. Walters 106 KM. 105 M.
2. Huret op 11 ronden, 100 KM. 600 M
3. Robl op 13 ronden, 99 KM. 500 M
4. Fréderick op 21 ronden, 96 KM. 150 M
5. Garin op 22 ronden, 95 KM. 150 M
6. Foureau op 23 ronden
7. Cordang op 37 ronden
8. Muller op 39 ronden
9. Chevallier op 64 ronden
10. Olivier op 78 ronden

In het derde uur:
1. Walters 150 KM. 560 M.
2. Huret op 13 ronden, 145 KM. 600 M
3. Robl op 16 ronden, 143 KM. 560 M
4. Garin op 20 ronden, 141 KM
5. Fréderick op 24 ronden, 139 KM. 560 M
6. Foureau op 27 ronden, 138 KM. 500 M
7. Cordang op 39 ronden, 132 KM. 560 M
8. Muller op 57 ronden, 123 KM. 500 M
9. Chevallier op 93 ronden, 104 KM. 500 M
10. Olivier op 106 ronden, 101 KM. 260 M

Het zeer talrijke publiek juichte vooral voor Walter. Hij sloeg toen zijn eigen record, dat op 196 KM. 666 M. stond.

In het vierde uur:
1. Walters 210 KM. en 18 M. (wereldrecord)
2. Robl op 28 ronden, 186 KM
3. Garin op 32 ronden, 184 KM
4. Fréderick op 37 ronden, 181 KM
5. Cordang op 41 ronden, 179 KM
6. Huret op 43 ronden, 177 KM
7. Foureau op 44 ronden, 177 KM
8. Muller op 85 ronden, 166 KM
9. Chevallier op 119 ronden,
10. Olivier op 136 ronden,

Huret heeft malheur: zijn begeleidende motor vliegt in brand, aan blussen valt niet te denken, temeer nog daar een paar onverstandigen door water het hunne bijdragen om het petroleum zich nog meer te doen verspreiden. De machine die Huret voor deze gelegenheid speciaal had laten maken kostte 6000 francs, hij was geheel ontredderd. Huret die sterk favoriet was, had al zeer weinig geluk, daar in het eerste uur ook al een achterband van zijn rijwiel sprong..


Huret was kapot en verzekerde, nooit ofte nimmer meer te zullen rijden, gaf den strijd op. De gangmakers kwamen naar mij toe, en boden nu aan om Cordang te pacen. Wat te doen in zo’n kritiek geval ? Natuurlijk “top”: de affaire was beklonken en Cordang keek als werd hij door den bliksem getroffen, toen hij den motortriplet van Huret achter zich hoorde om hem kond te doen, dat deze, plus twee prachtige tandems, ter zijner beschikking was. Dat was naar zijn zin! Het gaf hem moed om alsnu “met versnelden pas” er tussen uit te trekken. Walters liep ondertussen maar geregeld in snel tempo door en uur voor uur werd aangekondigd, dat hij steeds meer en meer op Cordang uitliep. Deze had evenwel niet de minste vrees voor Walters, wel wetende wat er na het 12e of zeker na het 18e uur gebeuren zou. Niet alleen dat Cordang weet, dat hij op het laatst verreweg in de beste conditie is, maar ook, omdat elk sportman kon zien, dat Walters aan zijne wilskracht het te wijten had, dat hij zich op ’t laatst geheel uitgeput zou gevoelen. Cordang krijgt dus gangmakende tandems van Huret ter beschikking en zet nu voor het eerst door. Kolossaal loopt hij in, telkens als hij Walter inhaalt en voorbij trapt dondert ’t van het gejuich.

In het vijfde uur:
1. Walters 248 KM. 455 M. (vroeger record van Walter was 246 km. 300 m.)
2. Robl op 37 ronden, 230 KM
3. Cordang op 46 ronden, 225 KM., 455 M
4. Garin op 53 ronden, 222 KM. 400 M
5. Fréderick op 53 ronden, 222 KM. 300 M
6. Foureau op 72 ronden, 212 KM. 455 M
7. Muller op 109 ronden 194, KM. 300 M
8. Chevallier op 138 ronden, 178 KM. 300 M
9. Olivier op 166 ronden

Om één uur (7e uur) is de stand :
1. Walters 296 KM. 300 M.,
2. Robl 275 KM. 800 M.,
3. Cordang 266 KM. 800 M.,
4. Fréderick 264 KM. 300 M.,
5. Garin 256KM. 300 M.,
6. Foureau 250 KM.,
7. Muller 223 KM.
8. Chevallier 223 KM.,
9. Olivier 196 KM. 300 M.


Een beetje na het zesde uur valt de Hollandsche gangmaking, die Rohl aanzette. Een der gangmakers is vrij ernstig gewond.

In het zevende uur is de volgorde:
1. Walters 338 KM. 210 M.,
2. Robl 317 KM. 750 M.,
3. Fréderick 303 KM. 710 M.,
4. Cordang 303 KM. 210 M.,
5. Garin 288 KM.,
6. Foureau 285 KM.,
7. Muller 255 KM., 710 M.
8. Chevalier is 84 KM. achter en Olivier 110 KM. achter.
Walters wordt toegejuicht.

In het achtste uur:
1. Walters 381 KM. 568 M.
2. Robl 356 KM.; Cordang 345 K M.;
3. Fréderick 339 KM.;
4. Garin 929 KM.;
5. Foureau 322 K.M. Alle anderen zijn ver achter.

Het negende uur,
1. Walters brengt zijn negen-uur record dat 420 K.M. 566 M. was op 428 K.M. 550 M.
2. Robl 396 K.M.;
3. Cordang 890 K.M.;
4. Garin 370 K.M.;
5. Fréderick 368 K.M.;
6. Foureau 322 K.M.

Zeker 2000 mensen hebben, voorzien van proviand. 24 uren achtereen naar de racers gekeken „Fanatieken” noemt men hen. Tegen 5 uur in den ochtend, toen ’t begon te schemeren, lagen de meesten hunner aan weerskanten van de leuning om de baan te slapen, op enkelen na, die de arme, afgetobde rijders maar gillend aanvuurden. In dat zeurig grijze licht, bij die verveling van de toeschouwers, werden de meeste rijders door onmacht bevangen. Dat eerste ochtenduur is het „klassieke uur van de onmacht” bij 24 uurs wedstrijden.
Alleen Walters, Robl en Cordang houden hun razende vaart vol.

Het dertiende uur:
1. Walters 600 KM. 50 M.;
2. Cordang 550 KM.;
3. Robl 533 KM.;
4. Garin 522 KM.;
5. Fréderick 508 KM.;
6. Foureau 492 KM.

Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900

Na 15 uur krijgt Cordang hevige spierkrampen. Hij stijgt af en gaat naar zijn kamertje, na een geweldige massage is hij weer geheel hersteld. Hij steekt met gymnastische passen de baan over en begint opnieuw. Het publiek brengt hem een ovatie.

In het achttiende uur is Walter Cordang nog meer dan 50 KM. voor. Na 18 uur schijnt de zon zo fel op de baan, dat de afgematte rijders slechts met moeite hun gangmakers volgen. Ook Cordang, die heus niet aan overgevoeligheid lijdt, geeft telkens tekens van te willen rusten. De tong hangt allen uit de mond. Walters laat zich bij elke ronde het hoofd natspuiten Bij Cordang gaat de moed er uit. Hij schijnt geen hoop meer te hebben op de eerste plaats.

Het achtiende uur:
1. Walters 794 KM. 50 M.;
2. Cordang 742 KM.;
3. Robl 700KM.;
4. Fréderick 691 KM.;
5. Garin 668 KM.;
6. Foureau 646 KM.

Er bleven toen slechts acht mededingers over.

Bij het twintigste uur is de stand:
1. Walters 829 KM. 900 M.;
2. Cordang 814 KM. 500 M.;
3. Robl 764 KM.;
4. Fréderick 757 KM. 500 M.;
de vier anderen ver achter.

Walter schijnt zeer vermoeid; Chevallier heeft het reeds lang opgegeven. Na het negentiende uur is Walter uitgeput. Hij lijdt vooral pijn aan zijn knie. Frederick en Cordang naderen in steeds sneller tempo Walters’s record. Bij het begin van het twintigste uur kwam een dier afschuwelijke incidenten van deze afbeulende sport. Sedert enige tijd reeds gaf Walters duidelijk blijken dodelijk vermoeid te zijn. Hij spande al zijn wilskracht in om zijn tegenstanders het hoofd te bieden. En plotseling, na gekampt te hebben tot de uiterste grens van zijn kracht, liet hij zich als een zak van zijn wiel vallen, van zijn stuurloos zwaaiend wiel. De man was zo overspannen, dat hij ijlde. Men kon hem moeilijk in bedwang houden, in zijn opgewondenheid wilde hij weer opstijgen, gillende om zijn rijwiel. Maar toen hij eindelijk weer bijkwam, was hij zo zwak, dat er van opnieuw beginnen geen sprake was. Na ongeveer een half uur alles te hebben geprobeerd, vroeg men hem om verder te rijden, waarna hij antwoordde “deze race behoort mij, geef me mijne machine, opdat ik verder rijde.”

Hij stond op, of liever men hielp hem opstaan, maar even ras viel hij weer in en sliep dadelijk. Toen droeg men hem weg en… . hij is weggebleven. Tussen twee haakjes, zij gezegd dat ik nog nooit een wielrenner vóór den start zoo wild heb zien kijken als Walters. Het was alsof hij dol was; z’n ogen rolden heen en weer zonder bepaald iemand aan te zien. In één woord: hij was als krankzinnig. Aller vermakelijkst was het, te zien hoe Cordang, als hij Walters passeerde, dezen aankeek. Het was alsof hij zeggen wilde: “Stakker, het loopt af met je!”

De stakker had de tranen in de ogen. Erg spijtig moest hij de wedstrijd opgeven, die hij anders zeer waarschijnlijk zou hebben gewonnen Men was dan ook zeer sympathiek voor den Engelsman gestemd. Hij had alle records van 4 tot 20 uur verbeterd. Doch het ongeluk van den een is het geluk van den ander; nu was Cordang eerste.

Een-en-twintigste uur:
1. Cordang 851 KM. 800 M.;
2. Walter 829 KM. 900 M.;
3. Robl 62 KM. achter Cordang;
4. Fréderick 76 KM. achter Cordang.


Cordang bleef een en dezelfde gang houden, maar alleszins was zichtbaar, dat hij niet in goede conditie was, want hij stapte telkens af, dan voor dit, dan voor dat. Den voorsprong, dien Walters met het 18e uur had, zou Cordang niet meer hebben kunnen inlopen, wanneer deze rijder had doorgereden. Maar, in het 16e uur was reeds duidelijk te zien, dat Walters zeer moeilijk trapte, hoewel Cordang geregeld met dezelfde snelheid doorgingen gemakkelijk voort peddelde. Dat gaf hem dan ook moed genoeg om voort te gaan. Bij ’t ogenblik, dat Walters afstapte, ging Cordang er van door om den verloren afstand in te halen. Hij was overtuigd, dat hij slechts een half uur behoefde door te peddelen, dan mocht Walters weer komen, want dan was er geen kans meer voor hem. Toen Walters geheel van de baan verdween, maakte Cordang zich niet meer moe om de eenvoudige reden, dat de andere rijders hem geen kwaad konden doen.

Het laatste uur legde hij zelfs heel kalm af, iets dat anders zijne gewoonte niet is. Daarin kwam hij ook nog te vallen en wilde toen niet meer opstappen omdat het niet nodig was, daar de andere rijders hem onmogelijk meer konden inhalen. Het publiek moedigde hem evenwel zozeer aan, dat hij ten slotte weer opstapte en zonder gangmaking alsnu op zijn gemak ging toeren. Aan het applaus kwam toen geen einde. Steeds luider wordt hij toegejuicht: “Allez, de Boer”, schreeuwden de mensen. Onvermoeibaar bij die ovaties trapte hij voort, kilometer na kilometer. Eindelijk, bij zijn eindspurt als van een wedstrijd op de korte baan, rijdt hij tegen het wiel van zijn gangmaker aan, valt, en bezeert zich deerlijk. Toen nog weer wilde hij het opgeven. Maar zijn vrienden geven hem weer moed.

Als de laatste minuten aangekondigd worden spurten alle mededingers. En het laatste pistoolschot verrast het publiek, dat zijn toejuichingen niet spaart voor de in zéér goede gang eindigende strijders. En onder een uiterste opgewondenheid van het gillende, met hoeden en zakdoeken zwaaiende publiek, eindigt Cordang eerste.

Cordang, vainqueur du Bol d’Or

Cordang, de winnaar, won, maar hij heeft niet gegeven wat hij kon. Hij reed 956 K.M. 778 M. en bleef daarmee ruim 73 K.M. onder ’t geen hij verleden jaar in den Haag heeft gedaan. Men beweert, dat hij ontevreden was over zijn gangmakers. Walter, de verslagene, heeft tot het 18e uur zijn eigen records van het vorig jaar overtroffen. Cordang was achter toen Walter naar ’t gasthuis werd gebracht. Doch dat bewast niets. Cordang was toen fris en slechts 50 km achter, een klein getal op 4 uur rijden.

Een kwartier later verlaten de overwinnaars de baan, voorop Cordang met zijn legendarische grote sigaar in den mond. Het publiek brengt hun een laatste ovatie en poetst hem dadelijk naar zijn kamertje, nam een koude douche, liet zijn onbeduidende kwetsuren even verbinden, kleedde zich aan, stapte in een rijtuig, reed met zijne vrienden naar het hotel en begaf zich ter ruste. ’s Nachts belde hij de lui op en vroeg om eten. ’s Morgens te 6 uur was hij weer present en ging ene wandeling maken. Hij gevoelt zich weer springlevend en fris en is tevreden Walters te hebben geklopt. Hij zegt tenminste dat hij dezen rijder altijd op de 24 uur zal kunnen slaan, omdat de Engelsman geen krachten heeft voor dezen afstand.

De stemming van het publiek: … et ils tournaient toujours

1e Cordang met 956 K.M. 775 M.
2e Robl, 894 K.M. 775 M.;
3e Garin, 890 K.M. 275 M.;
4e Fréderick, 872 K.M. 775 M.;
5e Foureau, 844 K.M. 275 M.;
6e Walter 829 K.M. 900 M.;
7e Muller 739 K.M. 275 M.;
8e Olivier 630 K.M. 775 M.

De premies zijn:
7 fr. per kilometer voor den tweeden aangekomene; 4 fr. voor den derden; 2 fr. 50 voor den vierden; 2 fr. voor den vijfden, 1 fr. 50 voor den zesden. Walter krijgt 3000 fr., als eerste na zes, na twaalf en na achttien uur rijden.

Mathieu Cordang was professional van 1896 tot 1900. In 1897 ontging hem de winst in Parijs-Roubaix toen hij op de wielerbaan van Roubaix (Robaais) ten val kwam. De latere tourwinnaar Maurice Garin wachtte niet op de gevallen Cordang en won met twee meter voorsprong de koers. Garin was uitgeput en Cordang werd toegejuicht door het publiek. Hij rookte – zoals zo vaak – een dikke Gigerl sigaar op het middenterrein. Daaraan ontleende hij zijn bijnaam ‘Mister Tabacco’. Het hoogtepunt van zijn profcarrière kwam in hetzelfde jaar. Op de wielerbaan in Crystal Palace in Londen reed hij maar liefst vijf wereldrecords. Zo reed hij de tijdens de Bol d’Or 1900 een werelddagrecord, door (met gangmaking) in 24 uur 999 kilometer en 651 meter te fietsen. Daarna legde Cordang zich weer toe op het stayeren. In 1898 won hij de Grote Prijs van Amsterdam. Tijdens de Olympische Zomerspelen 1900 in Parijs won hij goud op de 3 kilometer, maar deze koers van professionals werd later niet officieel erkend door het IOC. Voor hij beroepsrenner werd was Cordang matroos op de grote vaart. Na zijn wielercarrière had hij een garagebedrijf in Swalmen. Hij overleed in 1942 op 72-jarige leeftijd aan een longontsteking.

Een jaar eerder, klik en lees het verslag van Cordang’s wereldrecord Den Haag 1899:

Op 17 september 1899 brak de Limburger Mathieu Cordang het wereldrecord over 24 uur achter de motortandem van John D. Diehle op de Scheveningse baan. Hij reed 1030 kilometer en 110 meter of een gemiddelde van 42 kilometer en 921 meter per uur, terwijl Diehle urenlang uit de baan moest met zijn tandem, omdat het stroomde van de regen, waarop Cordang alleen verder reed. Le record de 24 heures au chiffre colossal de 1030 kilomètres. Klik en lees verder….

Harrie Meijers

Wij menen met grote zekerheid te weten, dat Harrie Meijers met deze eeuw ook inderdaad zijn racerscarrière zal besluiten. Hij gaat bij zijn vader in de zaak, die te Maastricht een bloeiende brouwerij heeft. Men kan dus zeggen, dat Meijers — die met enige banen nog contract heeft en van wie we dus nog enkele overwinningen zullen hebben te boeken — met de Grand Prix de l’Exposition de kroon heeft gezet op al zijn overwinningen. En daarom is het hier de plaats nog even in liet kort na te gaan, wat Meijers op de baan gepresteerd heeft.

De 2e December 1879 te Maastricht geboren, begon Meijers in 1895 te racen. Hij kwam dat jaar verscheidene malen uit als amateur en niet minder dan 22 prijzen -enkel de eerste en tweede geteld- waren zijn deel. In 1896 vergrootte hij zijn collectie medailles en kunstvoorwerpen met niet weinige. Ze alle op te noemen, de overwinningen, die hij toen behaalde, het ware waarlijk ondoenlijk. Herinneren wij er slechts aan, dat hij hielp het Jaap Eden-vaandel winnen. In 1897 won Meijers het kampioenschap van Nederland en verder, tegen Kingma en Guerry, den brassard. Te Brussel klopte hij Fischer en Van den Born, te Amsterdam niemand minder dan Arend….

Harrie Meyers (1879 – 1928) wielerpionier. Limburger Harrie Meyers behoorde tot de eerste generatie van de internationaal succesvolle wielrenners uit Nederland. De Maastrichtenaar, slechts 16 jaar oud was hij toen hij professional werd. Gespecialiseerd in de sprint. In 1897 werd hij Nederlands kampioen in deze discipline en herhaalde dit nog vier keer in 1898, 1899, 1900 en 1902. In de eerste UCI Track World Championships in 1900 eindigde hij tweede in de sprint, in tandem race en werd samen met Gian Ferdinando Tomaselli wereldkampioen. In 1902 werd hij opnieuw tweede in de sprint en in 1903 eindigde hij op de derde plaats in het wereldkampioenschap. Tweemaal won Harrie Meyers de Sprint Classic Grand Prix de Paris en eindigde ook twee keer 2e.

Meijers heeft op alle banen van Europa en op enige in Amerika met afwisselend geluk gestreden. In vele zeer belangrijke wedstrijden kwam hij eerste aan, in de allerbelangrijkste wist hij zich toch minstens in de finale te plaatsen. Het kampioenschap van Nederland — ce n’est pas gros jurer, toegegeven, maar we herinneren er gaarne aan om ons nog eens zijn mooie, zelf geziene eindspurten te binnen te brengen — zijn match tegen Howard, zijn rijden in den Koninginnenprijs En geen sprinter is zo groot of hij heeft wel eens het achterwiel van Meijers gezien. Nu viert Meijers straks zijn lustrum. En zijn feest zal tevens zijn vaarwel zijn aan den rensport Den 2e December wordt hij 21 jaar. Op dien dag wensen we hem een huldeblijk aan te bieden namens allen, die bewondering gevoelen voor den kranige Nederlandse renner.

Harrie Meyers (1879 – 1928) een Nederlandse wielerpionier. Hoewel de Limburger bekend stond als sprinter startte Harrie Meyers ook in de eerste zesdaagse in 1899 in New York’s “Madison Square Garden”. In de officieus verreden tandem race over 2000 meter bij de Olympische Spelen van 1900 in Parijs Meyers won de gouden medaille, samen met Tomaselli. Hij won ook de sprint voor professionals, de “Grand Prix de l’Exposition”. De prijs was 15 000 frank, dat was het grootste bedrag dat ooit, vóór de Eerste Wereldoorlog, werd betaald voor een sprintzege.