2018-04-19 boekpresentatie “Janssen 68”

Boekpresentatie

“Janssen 68”

Het nieuwe boek van sportjournalist Raymond Kerckhoffs en fotograaf Tonny Strouken
V.l.n.r: Raymond Kerckhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen & Tonny Strouken
Tour de France 1968 in een notendop:
‘Niets wijst er op dat Janssen de 55e editie van de Tour gaat winnen. Op de slotdag staat hij slechts derde in het klassement, op 16 seconden achterstand van de Belgische geletruidrager Herman Van Springel. 

Maar in de afsluitende tijdrit naar de wielerbaan van Vincennes in Parijs buigt Janssen de achterstand om in een voorsprong van 38 seconden. Van Springel redt het niet en moet genoegen nemen met de tweede plaats in het eindklassement. 

Huilend neemt Janssen de huldiging door supporters in ontvangst en krijgt het geel om de schouders.’
Jan Janssen vertelt over zijn Tourzege
Om te sfeer van 21 juli 1968 nog eens op te roepen enkele bewegende beelden (Ik heb er zelf vorig jaar geknutseld met de beschikbare beelden, deels in kleur !!), van de laatste rit en huldiging van de Tour de France winnaar Jan Janssen in 1968. 

TdF1968, 22ème étape B, Melun-Paris La Cipale (C.L.M.), 55,2 KM. 
21 juillet Jan Janssen, le premier hollandais Terminé le Parc des Princes. Pour la première fois, le Tour de France s’achève dans le bois de Vincennes, au vélodrome de la Cipale:
 

Op uitnodiging van Tonny, ik sprak hem vorige week bij de Amstel Gold Race, was ook ik aanwezig bij de boekpresentatie. Uiteraard veel wielercoryfeeën present, ik zag en sprak o.a. Ab Geldermans, Jo de Roo, Christian Prudhomme, Bennie Ceulen, Ben Koken, Jan Krekels, Hub en Ger Harings, Hennie Kuiper, Cor Schuring etc, bijgaand enkele beelden van de presentatie.

Liefst 68 foto’s uit het rijke archief van Strouken en bijpassende teksten wordt de spannende Ronde van Frankrijk nog eens herbeleefd. Niet alleen de ontknoping op de wielerbaan in het Bois des Vincennes was spectaculair; drie weken lang gebeurden op de Franse wegen de meest gekke dingen. Met slechts drie ploegmaten aan zijn zijde wist Janssen vanuit een outsiderpositie heel verrassend deze Tour de France op zijn naam te schrijven. Ik heb nog ergens een grammofoonplaat liggen met het radioverslag en op de B kant, of was dat nou net de A kant een lied van Ted de Braak, dan nu een gouden herinnering bekroond met een boek met de prachtige titel “Janssen 68”, ge wel dig !

Tonny Strouken, Raymond Kerckhoffs

Wielerman en Sportfotograaf Tonny Strouken (1936) reisde in zijn carrière, sinds het WK van 1948, met zijn fotocamera de wereld rond in opdracht van alle grote dagbladen en sportmagazines. Hij behaalde diverse internationale fotografieprijzen, o.a. een kleinood als de zilveren camera.

Tonny Strouken, Raymond Kerckhoffs

Raymond Kerckhoffs volgt al dertig jaar lang als toonaangevende sport- journalist voor o.a. De Telegraaf het peloton over de hele wereld op de voet.

Tonny Strouken, Raymond Kerckhoffs

In 1968 volgde Tonny Strouken vanaf de motor de hele Tour de France in het kielzog van Jan Janssen. Hij kent de Zuid-Hollander al vanaf 1956 toen hij foto’s maakte van het criterium in Wijnandsrade voor aspiranten, dat door Janssen gewonnen werd.

Jan Janssen en Christian Prudhomme
21 juli 1968.  In het Bois des Vincennes in Parijs wint Jan Janssen, als eerste Nederlander, de Tour de France. Niet ver van die bewuste wielerbaan in de Franse hoofdstad kijkt een zevenjarige Franse jongen zijn ogen uit. Hij ziet voor het eerst beelden van de Tour de France, het is Christian Prudhomme.
Die zevenjarige jongen van toen, de huidige directeur van de Tour de France, reikte het eerste exemplaar van een boek over die bewuste Tour uit aan Janssen. "Ik was bij thuis bij mijn ouders, zag Jan Janssen de Tour winnen op onze zwart-wit televisie. Het waren de eerste beelden ooit die ik zag van de Tour de France"...
Emoties bij Jan Janssen en Christian Prudhomme, vrienden voor het leven

Vanwege zijn goede relatie met Janssen was Strouken in staat om tijdens deze voor Nederland historische Ronde van Frankrijk unieke beelden van Jan te maken.

“Janssen 68” kan besteld worden via info@parkhotelvalkenburg.nl  met vermelding van uw NAW-gegevens en het aantal boeken dat u wenst te ontvangen. Het boek kost trouwens €39,50
Zie hiervoor ook: parkhotelvalkenburg boekpresentatie jan janssen 68
Mijn gesigneerd exemplaar met opdrachten/ handtekeningen van Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken en Ab Geldermans 
Ab Geldermans toont de voorlopige samenstelling van de ploeg voor de Tour van 68
Jos van de Mortel opende de presentatie
De boekpresentatie Jan Janssen 68, aandacht voor mooie anekdotes …
Emile Peerenbooms, Hennie Kuiper
Christian Prudhomme
Christian Prudhomme

Video van André Jansen (WAF): Ab Geldermans, Arie den Hartog, Eddy Beugels, Gerard Vianen en Huub Zilverberg over Jan Janssen en de Tour de France van 1968:

Tour de France 1968 op WAF

Ab Geldermans, Arie den Hartog, Gerard Vianen, Eddy beugels, Jan Janssen en Huub Zilverberg over TdF 1968.

Geplaatst door André Jansen op donderdag 24 maart 2016

 

Christian Prudhomme, Jan Janssen
Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken
Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken
Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken
Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken
Zonder die laatste tijdrit van Melun naar Parijs was het leven van Jantje heel anders gelopen. Voor hij die dag aan de start kwam, had Janssen een achterstand van 16 seconden op de Vlaamse geletruidrager Herman van Springel, die als een betere tijdrijder werd beschouwd.

Bovendien had hij slechts een voorsprong van 1 minuut 40 op de uitgesproken tijdritspecialist en houder van het werelduurrecord Ferdinand Bracke, die opmerkelijk goed de bergen doorgekomen was.

Niets wees daarom die zondagochtend in Melun op een Hollandse tourzege. Toch geloofde Janssen erin, getuige zijn opmerking tegen Trouw-verslaggever Frans Nypels: „Nog nooit heb ik zo dicht bij de verwezenlijking van mijn ideaal gestaan. Dacht je nou werkelijk dat Jan Janssen zich de kaas van het brood laat eten?”

En zo gebeurde het. Janssen reed als een ’dolle stier’ en had na afloop in het Parc des Princes 38 seconden voorsprong op Herman van Springel en zelfs 3 minuut 3 op Ferdinand Bracke. 

Hij huilde van geluk en kon op het moment dat hij zijn vrouw Cora met dochter Karin (’Die kleine had een heel leuk jurkje aan’) in haar armen zag niets anders uitbrengen dan: „Cora, kind, ik heb ’m!” en „Karin, papa heeft de Tour gewonnen!” trouw.nl
Jan Janssen
50 jaar terug in de tijd...
 Na-Tour portret, op bezoek bij Jan en Cora Janssen, 1968, 😉):
Als Jan vertelt is het muisstil, v.l.n.r: Coby Strouken, Jos van de Mortel, Tonny Strouken, Koos Tacx, Sophie Tacx, Cora Janssen en Ab Geldermans
Nederlandse Tour de France ploeg uit Breda naar Vittel vertrokken. Jan Janssen in gesprek met ploegleider Ab Geldermans
Uiteraard had Jan zijn wollen gele trui uit 1968 bij zich, wol was duidelijk niet geschikt voor het rijden in de regen
Toen Janssen in de Pyreneeën tijdens de beklimming van de Tourmalet meer dan drie minuten verloor op zijn belangrijkste concurrenten Poulidor en Bracke, leek de Ronde verloren. Maar langzaam maar zeker veroverde Janssen terrein terug (Poulidor viel in de veertiende rit naar Albi en stapte later af) en toen hij in de laatste Alpenrit in Sallanches als vijfde eindigde, vertrouwde hij NOS-verslaggever Jean Nelissen uitgeput toe: „Ik heb mijn Tour gered.”

Dat was zo, al kon hij toen niet vermoeden dat een onbekende renner op de voorlaatste dag nog bijna roet in het eten zou gooien. Maar toen ook de onbekende André Poppe sneuvelde, kon het echt niet meer fout gaan.  trouw.nl
De eerste Nederlandse Tour winnaar ooit….
Hub Harings, Jo de Roo
Bert van Marwijk, zo als bekend ook een wieler-enthousiast, ook present..
Janssen 68, ontspanning met een hapje en een drankje

Herinnering aan juni 2015, Parkhotel Valkenburg Expositie over Historische Tour de France 1968:

 

1971-06-19 Nederlands wegkampioenschap amateurs Valkenburg

Limburgers vooraan in magnifiek amateurschouwspel

JAN SPETGENS: „HALF KOERS WIST IK DAT HET ERIN ZAT”

VALKENBURG, 21 juni 1971- De 24-jarige Jan Spetgens uit Someren is zaterdag in Valkenburg op overtuigende  wijze Nederlands kampioen op de weg bij de amateurs geworden. Met de fantastisch rijdende Wim Kelleners uit Born, door zijn aanvalsdrift de meest bejubelde held van het honderdvijfentwintig renners tellende veld, de uitgekookt en intelligent koersende Mathieu Pustjens uit Roosteren, en de favoriet par excellence, Fedor den Hertog, zorgde de Oostbrabantse tegelzetter voor een magnifieke ontknoping van een van de attractiefste amateurkampioenschappen van de laatste jaren.

door Harry Muré (Limburgs Dagblad)

Na een barre tocht van 171 kilometer met achttien moordende klims over de Cauberg tooide „De Spet” – vijf jaar amateur en afgezien van een zege in de Omloop van de Baronie in 1969 steeds in de schaduw van de groten vertoevend – zich min of meer verrassend, maar volledig verdiend, met de hoogste eer.

Foto’s Johan van Gurp, BN De Stem, met dan aan het stadsarchief Breda.

Hoe spijtig het ook is voor de Limburgers (Kelleners werd tweede en Pustjens derde), aan het kampioenschap 1971 ie kolossaal sterk klimmende Spetgens valt niets af te dingen. Kelleners en Pustjens bezorgden Limburg niettemin eindelijk de „kick” waar de zuidelijke supporters al maanden vergeefs op gewacht hebben. Met Jo van Pol (achtste) verpulverde dit duo eindelijk  de Hollandse suprematie, in de wedstrijd de waarheid.

Limburgs Dagblad 19 juni 1971 voorbeschouwing

Cees Koeken
Cees Koeken
Arie Hassink

Wim Kelleners en Mathieu Pustjens konden hun optimale vorm niet met een complete triomf bekronen, deels  door pech, deels misschien door gebrek aan oplettendheid In de laatste achthonderd meter lange klim van twaalf procent naar de streep boven op de Cauberg. Pech gold in dit geval niet als excuus, want ook  Jan Spetgens heeft zijn deel gehad. Vele malen blokkeerde zijn ketting; hij moest viermaal een nieuwe fiets nemen.

vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 80 van Pol
vlnr 115 Vrancken, 36 Den Hertog, 16 van Bragt, 91 Smit, 66 Luppers
vlnr 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 82 Priem, 53 Koeken, 80 van Pol, 64 vd Loo, 88 Schür
vlnr 80 van Pol, 31Duyker, 88 Schür, 111 Vlot, 64 vd Loo, 97 Spetgens, 82 Priem
vlnr 106 van Venrooy, 36 den Hertog, 53 Koeken, 116 de Waal
vlnr 31 Duyker, 116 de Waal, 97 Spetgens,
17 Broere
116 Wim de Waal
vlnr 64 Theo vd Loo, 20, Toine vd Bunder
vlnr 53 Cees Koeken, 82 Cees Priem

In de geweldig spannende finale zegevierde echter het intellect van Jan Spetgens. Kelleners, Pustjens, Den Hertog en Spetgens hadden in de voorlaatste ronde de achtervolgers definitief verslagen. Toen was duidelijk dat bij dit viertal de winnaar zat. ..Eén tegen drie, er was geen beginnen aan”, verzuchtte Fedor den Hertog teleurgesteld na afloop. Inderdaad’, Kelleners,  Pustjens en Spetgens, drie leden van Mars Flandria, rekenden kordaat af met de „eenzame” Den Hertog die in de voorlaatste ronde gelost werd maar nog één keer op eigen kracht aansluiting kreeg. Maar aan de voet van de laatste klim brak zijn verzet. Hij schakelde verkeerd en moest lossen. De drie „spoten” omhoog. Honderd meter voor de finish lag Mathieu Pustjens in de beste positie. Een te wilde pedaalbeweging werd de 22-jarige bankwerker uit Roosteren noodlottig. Jan Spetgens zag het vlak vóór zich gebeuren.

vlnr 9 Berkhout, 83 Prinsen, 45 Kamper
37 Aad van den Hoek
Cees bal heeft pech
Cees Bal

Op dat moment reed de hoogblonde, slanke coureur uit Someren alles of niets. Met een vernietigende sprint-omhoog schoot Spetgens het Limburgse tweetal voorbij, Kelleners en Pustjens waren verslagen! Gejoel voor Fedor een Hertog die in de laatste klim twintig seconden moest prijsgeven, teleurstelling bij Wim Kelleners en Mathieu Pustjens („Als mijn voet niet uit de toeclip was geschoten, dan was ik kampioen geweest”) en dolle vreugde bij de aanhang van Jan Spetgens. Bondscoach Joop Middelink: „Spetgens heeft het dik verdiend. Wat die jongen allemaal gedaan heeft. Hij reed volledig geconcentreerd.  Hij schakelde niet meer in de laatste klim en behield daardoor de juiste cadans.” Die soepele cadans, gekoppeld aan enorme kracht en koersinzicht in de laatste kilometers, was het geheime wapen van Jan Spetgens. „Ik ben geen moment bang geweest voor de Cauberg, al had ik hem pas een paar keer gezien. Vanaf half koers had ik het gevoel dat het erin zat. Ik kreeg toen plotseling zoveel zelfvertrouwen dat ik helemaal voor mijn eigen kans ging rijden. Ik had voor de laatste klim 53×14 staan. Dat heb ik zo gelaten en ben daarna in de laatste klim meteen in de aanval gegaan. Wat ben ik bij! Zon overwinning in zon grote wedstrijd! Daarvan kun je alleen maar dromen.”

vlnr 88 Schür, 10 Beurskens, 111 Vlot, 29 van Dongen, 1 Aling, 97 Spetgens, 82 Priem, 36 den Hertog, 34 Hassink
vlnr 84 Math Pustjens, 26 Karel Delnoy
vlnr 29 vd Donk, 1 Aling, 59 Kuiper, 47 Kelleners
vlnr 24 Cornelissen, 20 vd Bunder, 41 Hulzebosch, 46 F van Katwijk

Jo van Pol: „Den Hertog zat slecht op het valse plat”

Het amateurkampioenschap in Valkenburg is de wedstrijd van de Limburgers geworden. Behalve Wim Kelleners en Mathieu Pustjens onderscheidden zich ook veel andere Limburgse coureurs temidden van de elite. Zoals Jo van Pol die ruim tevreden was over zijn achtste plaats. Commentaar van de man uit Montfort: „Ik heb griep gehad. Daarom had ik niet zoveel ambitie. Op het laatst heb ik me ingehouden, omdat mijn ploeggenoten Kelleners en Pustjens vooruit zaten. Anders was ik zeker nog verder naar voren gekomen. Fedor den Hertog heeft verloren omdat hij elke keer op het valse plat boven op de Cauberg heel moeilijk zat. Normaal zou hij daar ongenadig hebben toegeslagen, maar hij kón het niet. Dat valse plat heeft hem de das om gedaan. Ik heb duidelijk gezien dat hij daar elke ronde enorm slecht zat.”

Fedor den Hertog

Opvallend goed was ook het rijden van de Maastrichtenaar Benny Ceulen, Theo van de Loo uit Weert en Cor Boersma uit Treebeek.

vlnr 29 van Dongen, 49 Piet Kleine, 61 Jacob Langen, 116 Wim de Waal

Vooral de Prestatie van de tweede jaars-amateur Jacob Langen uit Kerkrade dwong respect af. Zijn zestiende plaats is zeer verdienstelijk.

vlnr 61 Jacob Langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer

Ook Huub Dohmen uit Rothem reed boven zijn kunnen. Reactie van de 20-jarige Rothemmer: ..Dit kampioenschap was voor mij een uitdaging. Ik had veel korter kunnen komen, maar ik heb geen risico’s genomen in de slotfase. Ik reken mij nu tot de dertig sterkste amateurs van Nederland.”

vlnr 46 Fons van Katwijk, 5 Cees Bal, 27 Huub Dohmen

Ben Koken komt niet in de uitslag voor, ofschoon de Grevenbichtenaar lange tijd op jacht is geweest naar de kopgroep. Zijn commentaar op de uitslag: „Nu weten ze daarboven in Holland tenminste dat Limburg er bij hoort. Ik zelf was er ook zeker bij geweest maar ik kon in de laatste klims niet meer aan het stuur trekken.” Ben Koken heeft nog steeds veel last van zijn gewonde rechterhand, een blessure die hij opliep in het recente kampioenschap Van Limburg.

vlnr 61 Langen, 46 van Katwijk, 89 Sengers, 43 Joore, 119 Zuidweg, 109 Verwey, 114 de Vos, 32 Geldens, 35 van Helvoirt, 63 Lenferink, 28 Math Dohmen
vlnr 53 Koeken, 82 Priem, 59 Kuiper, 35 van Helvoirt, 88 Schür, 29 van Dongen, 112 Vlot, 34 Hassink, 84 Pustjens, 24 Cornelissen, 36 den Hertog, 97 Spetgens
vlnr 88 Schür, 29 van Dongen, 46 van Katwijk, 59 Kuiper, 82 Priem, 80 van Pol, 24 Cornelissen, 35 van Helvoirt, 64 Theo vd Loo 112, Vlot, 97 Spetgens, 36 den Hertog, 116 de Waal
Limburgs Dagblad 21 juni 1971
„Cauberg grandioos parcours”

Sjefke Janssen, chef d’equipe van Mars Flandria’s amateurs was een van de gelukkigste mensen van het afgelopen weekeinde waarin het Limburgs Dagblad wieler minnend Nederland weer een Cauberg als wedstrijdmaker gebracht heeft.

door Breur Loffeld (Limburgs Dagblad)

De man uit Elsloo was al méér dan content toen hij zaterdagmiddag de drie eerstaankomenden als “zijn” jongens kon feliciteren. Jefke Janssen voelde zich de koning te rijk toen hij, als groots “plaatsvervanger van Briek Schotte zondagmiddag bij de finish van de profs opnieuw een overbekende Mars-Flandria-figuur als eerste over de eindstreep zag gaan: een waardig kampioen in de eigenlijk te frêle figuur van Joop Zoetemelk.

vlnr 97 Spetgens, 36 den Hertog, 84, Putjens 34 Hassink
vlnr Fedor den Hertog, Cees Priem
vlnr 115 Jo Vrancken, 16 van Bragt
vlnr 28 Math Dohmen, 16 C van Bragt
Hennie Kuiper
vlnr 36 Fedor den Hertog, 80 Jo van Pol, 34 Arie Hassink
vlnr 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog, 59 Hennie Kuiper, 82 Cees Priem, 34 Arie Hassink
vlnr 84 Math Pustjens, 34 Arie Hassink, 81 Henk Poppe, 47 Wim Kelleners

En zaterdagavond zei diezelfde Jefke Janssen, onnoemlijk blij: „Wat wil je als ploegleider nog meer? De eerste drie plaatsen. Note bene. En als Jo van Pol niet ziek was geweest, — hij eindigde als 8e op slechts 23 seconden! — waren het de eerste vier plaatsen geworden. Maar we hebben er wel wat aan gedaan: veertien dagen op de Cauberg getraind. In Luik gekoerst. En na afloop met de fiets terug. ledereen vroeg me of ik gek geworden was, maar Janssen wist verdraaid goed wat hij deed. We hebben deelgenomen aan een wedstrijd vlak bij de Franse grens. Om maar kilometers te maken. En je ziet dat het niet voor niets geweest is”.

vlnr 84 Math Pustjens 97 Jan Spetgens
vlnr 59 Hennie Kuiper, 97 Jan Spetgens, 36 Fedor den Hertog
vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners, 97 Jan Spetgens
Fedor den Hertog en Jan Spetgens
vlnr 82 Cees Priem, 1 Jan Aling
vlnr 47 Wim kelleners, 84 Math Pustjens, 36 Fedor den Hertog
vlnr 84 Math Pustjens, 47 Wim Kelleners
vlnr 97 Jan Spetgens, 47 Wim Kelleners
vlnr 61 Jacob langen, 9 Berhout, 37 van den Hoek, 20 vd Bunder, 86 Scheffer
Jan Spetgens, kampioen van Nederland 1971
Fedor den Hertog 4e
Cees van Dongen 6e
Toine van de Bunder 12e
Cees Priem 18e

De Uitslag:

  1. J. Spetgens. Someren 171 km in 4.17.06
  2. W. Kelleners. Born
  3. M. Pustjens. Roosteren
  4. F. den Hertog, Ermelo op 20 sec
  5. H. Poppe. Nijverdal op 23 sec
  6. G. v. Dongen. Oud Gastel
  7. A. Hassink, Neede
  8. J. van Pol. Montfort
  9. F. Schür, Hoogezand
  10. H. Kuiper, Denekamp op 31 sec
  11. A. Scheffer. Zelhem op 4.00
  12. A. v.d. Bunder. IJzendijke
  13. S. Berkhout. Schipluiden op 4.07
  14. A. v.d. Hoek, Dirksland
  15. M. v. Venrooy. Heesch
  16. J. Langen. Kerkrade
  17. J .Aling, Bunnerveen op 5.29
  18. C. Priem. Goes
  19. B. Ceulen. Maastricht op 6.29
  20. W. Albersen, Wierden op 6.33
  21. P. v. Stralen. Heerhugowaard op 6.37
  22. G. Kamper, Koedijk op 6.43
  23. P. Kleine. Hollandseveld
  24. Th. v.d. Loo. Weert op 6.53
  25. C. Boersma, Treebeek
  26. H. Perfors Rotterdam
  27. W. de Vlam. Sambeek op 11.24
  28. H. Dohmen, Rothem op 12.34
  29. A. Hulzebosch, Nijeveen op 15.40
  30. H. Prinsen. Hank
  31. J. Vrancken. Linne
  32. H. Botterhuis. Sambeek
  33. H. Lenierink. Geesteren

Bewegende beelden van het NK’71 met dank aan Fabio Farelli: Lees meer op Fabio’s blog

2e Wim Kelleners, 1e Jan Spetgens, 3e Math Pustjens

De waarheid 21 juni 1971

Fedor den Hertog drukte stempel op koers bij amateurs, maar..

Vernietigende eindspurt van Jan Spetgens

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet” stond op het spandoek dat de trouwste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteld weer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18 Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Jan Spetgens was kampioen van Nederland. Hij was ook tegen zijn eigen verwachting in („ik had het wel gehoopt voorin te eindigen, maar aan de titel had ik niet durven denken”) terecht gekomen op de plaats die men i eerder had toegedacht aan Fedor den Hertog of de bijzonder sterk rijdende Limburger Wim Kelleners. Vooral die twee hadden namelijk hun stempel gedrukt op de moeilijke koers, die dooide af en toe stromende regen dubbel zwaar werd. Hun namen ook werden het meest genoemd toen er tenslotte na een levendige en spectaculaire strijd een kopgroep van vier overbleef met Den Hertog, Kelleners, Spetgens en de Limburger Mathieu Pustjens. Maar Den Hertog werd al in het begin van de laatste klim gelost en vlak onder de top vormden ook Kelleners en de „wieltjesplakker” Pustjens geen probleem voor Spetgens. Er was een nieuwe wereld voor deze renner open gegaan. „Ik heb nooit plannen gehad beroepsrenner te worden, maar nu is de situatie, toch iets veranderd”, zei hij na de huldiging. Spetgens had een vérklaring voor het falen van Den Hertog: „Die Cauberg is voor hem te steil. Fedor is geen echte klimmer. Hij gaat teveel op zijn kracht naar boven”. Toch was Spetgens bang geweest voor de man die overal op de wereld successen op de weg boekt, maar geen kampioen van Nederland op de weg kan worden. „Wij vreesden dat Fedor op het vlakke stuk zou demarreren en dan zou hij nauwelijks te houden zijn geweest”. Den Hertog probeerde dat ook wel, maar hij kon niet ontsnappen aan de Brabants-Limburgse coalitie. Hij had een excuus: „Ik heb in het begin van de koers veel te veel gedaan en dat heeft zich tegen het einde gewroken. Toen wij met zijn vieren na de afdaling van de Dalhemerweg op het vlakke kwamen, gingen zij met elkaar zitten samenspannen. Toen moest ik van kop demarreren. Het leek af en toe wel een sprintwedstrijd op de baan. Zo reden wij vijftig en dan weer kropen wij met zijn vieren over de weg. Dat is geen doen.”

Fedor den Hertog, die inderdaad van het begin af bij elke ontsnappingspoging betrokken was geweest en vaak nog had geprobeerd alleen, hetzij met anderen, de beslissing te vervroegen, was zeer teleurgesteld. Daarin stond hij dan niet alleen, want uiteraard nog meer renners die met vertrouwen in eigen kunnen naar Zuid-Limburg waren gekomen. De Cauberg was echter voor de meesten een te harde scherprechter. Bijvoorbeeld voor Cees Priem, die „gerodeerd” uit de ronde van Oostenrijk ‘was gekomen, maar op de Cauberg geen rol van betekenis kon spelen. Deze Zeeuw, winnaar van Olympia’s ronde, miste ook de eerste slag in de openingsronde, waarin zich meteen al een vluchtgroep afscheidde, die een groot aantal favorieten herbergde. Jan Aling, Fedor den Hertog, Gerrie Knetemann, Theo van der Loo, Frits Schür, Jan Spetgens, Mari van Venrooy, Wicher Vlot, Jo van Pol, Wim Kelleners en de verdedigende titelhouder Kees Koeken forceerden toen al een tempoverhoging, die veel, minder grote, coureurs noodlottig werd.

Zij kregen gezelschap. Toch van Cees Priem, Adrie Duyker, de pas 18-jarige maar zeer sterk fietsende Henk Poppe, Arie Hassink, Jans Vlot, Hennie Kuiper en Cees Bal om er een aantal te noemen. Die schermutselingen in de vuurlinie, waarbij Wim Kelleners zijn krachten toonde door na een lekke band alleen terug te komen, deden het veld steeds verder afbrokkelen. Ook voorin gebeurde er het een en ander. Het strijdgewoel resulteerde tenslotte in een groep van dertien renners na tachtig kilometer, die verder het beeld bepaalden: Den Hertog, Kuiper, Spetgens, Aling, Van Dongen, Hassink, Kelleners, Van Pol, Poppe, Schür, Van Venrooy en Jans Vlot. Uit de achterhoede kon later alleen nog Pustjens naar voren springen. Na zijn intocht waarbij hij werd gelanceerd door een later zeer boze Karel Delnoy („die Pustjens had steeds aan mijn wiel gezeten en demarreerde plotseling over mij heen toen het gat overzichtelijk was geworden”) ging de deur dicht voor het restant van het veld, dat tenslotte nog uit 34 renners bestond. Van die 34 speelden er maar-weinigen een rol van betekenis in de ontknoping. Het begon met een vlucht van Henk Poppe na 100 kilometer. Hij werd teruggepakt, maar bleef niet lang rustig. Achter elkaar kwamen er aanvallen van Spetgens met Kelleners, van Den Hertog met Van Pol, weer van Poppe, van Kelleners en Pustjens. Die vlucht van de twee Limburgers leidde de beslissende slag in. Het gebeurde na 140 kilometer en alleen Den Hertog en Spetgens konden nog attent reageren.

„Ook al wint hij niet, de Spet blijft toch onze favoriet;’ stond op het spandoek dat de trouivste supporters van de 24-jarige Jan Spetgens uit Someren ondanks de stromende regen op de Cauberg hoog boven zich bleven torsen. De Cauberg, waar zaterdag de beste 114 amateurs van ons ‘land voor het eerst sinds 1949 weer om de nationale ivegtitel streden. Het spandoek, dat de Oostbrabanders alzo vaak teleurgesteldiveer hadden moeten oprollen omdat hun Spetgens maar zo zelden voor triomfen zorgde, sneuvelde in Zuid-Limburg. Want tot veler verrassing bleek deze Jan Spetgens, een eenvoudige, hoogblonde, coureur, die de wielrennerij tot nu puur voor zijn plezier beoefende, na 171 kilometer en 18’Caubergen nog kracht genoeg te hebben om m een vernietigende eindsprint zijn vluchtmakkers in de beslissende fase ruim achter zich te laten.

Vooral van Spetgens was het zeer verdienstelijk, want de Brabander had intussen door pech met zijn ketting en later aan zijn versnellingsapparatuur vier keer van fiets moeten verwisselen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Fedor den Hertog het merendeel van het werk moest doen om de tegenactie succesvol te laten verlopen. Hij klaagde er later over: „Ik heb Spetgens in mijn eentje naar voren moeten brengen”, maar hij had geen andere keus. Intussen werd de hoop op een Limburgse zege op de Cauberg door de aankomst van Den Hertog en Spetgens bij het leidende tweetal aanmerkelijk geringer. Men vreesde niet alleen Den Hertog, maar ook Spetgens, die in de laatste ronde van Olympia zich juist op deze Cauberg zulk een voortreffelijk klauteraar had getoond. Spetgens immers mag dan als all-rounder te kort schieten, klimmen kan hij. Dat had hij ook in 1969 al laten zien in de Ronde van de Toekomst, waarin hij als 21e eindigde, maar afstand moest doen van kansen op een hogere klassering als „knecht” van de groten als winnaar Zoetemelk, Den Hertog en Oosterhof. Toch moesten de Limburgers wel een verbond met die Spetgens aangaan om Den Hertog te temmen. Dat was overigens niet zo moeilijk, want Kelleners, Pustjens en Spetgens maken deel uit van de Mars-Flandria ploeg van Sjefke Janssen. Samenwerken in het nationaal kampioenschap is dan wel niet toegestaan, maar wie bewijst de coalitie. En toen Den Hertog was afgeschud, gingen de drie weer elk voor eigen „rekening” verder, waarbij Spetgens zijn iets betere klimcapaciteiten demonstreerde. De hoogste eer ging dus naar Jan Spetgens. Zijn eerste reactie was: „Ik ben door de wielrennerij al overal geweest, behalve naar de wereldkampioenschappen. Dat kunnen ze mij nu niet meer onthouden.”

Het vrije volk 21 juni 1971

JANSENS ZUDELIJKE PARADEPAARDJES MAKEN GEEN FOUT

Spetgens wint slijtageslag Van onze verslaggever PETER OUWERKERK

Mars/Flandria-amateurploegleider Sjefke Jansen wist: als er een keer een kans lag om zijn zuidelijke paradepaardjes  in het Nederlandse wielerkampioenschap voor amateurs naar voren te schuiven, dan was het wel op deze Cauberg. De recente Ronde van Limburg had het als het ware aangegeven.

Echter, de tactische fouten dié toen waren gemaakt, moesten wél achterwege blij ven. Was het een kwestie van mentaliteit, van nervositeit of van een gebrek aan solidariteit? Jansen wist het niet, en hij gokte maar op alle drie. Met een man of tien trok hij een paar dagen naar de te nemen Cauberg, hij bezocht een koers aan de Franse grens en het hele spul ging mee naar Dolhain in de Belgische Ardennen. .

Toen iedereen dacht dat de voorbereiding daarmee wel zijn hoogtepunt zou hebben bereikt, had Jansen nog een pijnlijke surprise voor de heren. Als een soort strafexpeditie werd hun opgedragen de afstand Dolhain-Elsloo voor dit keer maar eens niet per auto, maar op de fiets af te leggen. Leuk vond het er niet een.

Het resultaat van dit interim schrikbewind van de anders zo goedmoedige Jansen was zaterdag voor vriend en vijand te zien. Niet alleen in de uitslag: 1. Spetgens, 2. Kelleners; 3. Pustjens (alledrie van Jansens Mars- Flandria A-ploeg), maar ook in de koers. Ze hadden geleerd van hun fatale fouten in de Ronde van Limburg. Aanvallen vanaf het eerste moment, het aanspreken van de reserves nog voor de wezenlijke finale begon, het onbewust tegen elkaar rijden — dat alles was er zaterdag niet bij.

Goed, men zorgde, dat de spectaculaire slijtageslag  voorin kon worden overzien; zomaar niet-zuidelijke pionnen een schijnbaar beslissende slag laten slaan, dat zou te ver gaan. Maar het instappen van Spetgens in de Den Hertogtrein richting vluchters Pustjens en Kelleners op een moment dus waarop de solidariteit als gevolg van Fedors attaque ophield te bestaan, was b.v. tekenend voor  de new-look van Mars-Flandria. Kelleners en Pustjens „dreven af” toen er nog goed twee ronden waren te rijden. De oersterke klimmer Kelleners had al van het begin af aan in de kopgroep van 15 man (soms verbrokkelend, dan weer in complete groep) meegedraaid, de rappe spurter-bergop Pustjens was als een van de laatsten via een prachtige solo bijgekomen. Niemand sprak toen meer van de lekke band van Den Hertog, van de val van Arie Hassink, van de plasproblemen van’ Aling of van het verkeerde wiel, dat Priem na een lekke band kreeg  gestoken. Hassink was op, Aling vond eindelijk “rust” achter de  kopgroep en Priem had ook te veel inspanning door dat wiel moeten doen om nog bij te blijven.

Nee, alleen Den Hertog zou nog roet in het Mars-Flandria-eten kunnen gooien. Hij was de hele dag al in het geweer geweest, dus waarom zouden zijn nukken het niet  tot het laatste metertje vol kunnen houden?

Den Hertog en Spetgens kwamen er in de laatste omloop bij. En hoe Fedor het ook probeerde op -het vlakke gedeelte, ook toen weer bleek dat het Jansen-regime succes zou oogsten. Voor deze ene keer voelde Spetgens zich Limburger tussen Kelleners en Pustjens en hoewel er nauwelijks zichtbaar in „ploegverband” werd gereden, moeilijk te concluderen,  dat het trio de titel aan iedereen behalve aan Den Hertog gunde,  was het niet.

Fedor moest er in de laatste klim af. Hij betaalde de tol van de vroegere uren en de Mars-Flandrianen konden in de klim zelf uitmaken wie de sterkste was.

Pustjens als beste sprinter leek te gaan winnen. Maar op een dramatisch moment, nog geen 200 meter van de finish, schoot zijn linkervoet uit de toeclips. Spetgens, die zijn wiel had gekozen zag het onmiddellijk en hij klopte Kelleners — die even schrok van de ietwat merkwaardige reactie van Pustjens — met ruim verschil.

De opvolger van Cees Koeken was opnieuw een Brabander, een Peel-bewoner, die zich zaterdag op de Cauberg ‘ onbetwist de allersterkste toonde..

Niets meer aan te doen: Spetgens kampioen.

Nieuwsblad van het noorden 21 juni 1971

NRC handelsblad 21 juni 1971

Met  8.000 betalende bezoekers op zaterdag en bijna 20.000 op zondag kwam de organisatie financieel rond.

 

 

1903-07-19 Marcel Kerff

De vergeten Limburgse Tourheld

Marcel Kerff uit Teuven, St. Maartensvoeren werd 6e in het eindklassement en daarmee de best geklasseerde Belg in de eerste Tour de France, waarmee hij zeker een plaats in de geschiedenisboeken van de wielersport verdiend. Marcel, een slagerszoon, stond bekend om zijn stalen uithoudingsvermogen. Vanuit zijn woonplaats in de Voerstreek fietste hij blijkbaar regelmatig met zijn broers naar Parijs om daar in de groothandel grote stukken vlees te kopen. Een tripje van 600 km waarover ze slechts twee dagen deden. Het vlees werd uiteraard met winst in de familiale beenhouwerij verkocht. Alleen al door die prestaties verdient Kerff de titel van Eerste Flandrien. Op de eerste dag van de Eerste Wereldoorlog werd Marcel gevangen genomen. Ze verdachten hem er van om een spion te zijn. Toen hij zijn protest uitschreeuwde, sneden de Duitsers zijn tong uit en werd de ongelukkige opgehangen en met andere burgers en gedumpt in een massagraf. Op het kruispunt van Moelingen-Gravensvoeren staat een monument ter nagedachtenis van de overleden renner, een gepaste locatie: haast op de kruising van de wielerklassiekers Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik.

Ik las in het Limburgs dagblad van 2 Juli 1988 dit interessante artikel destijds geschreven door DE Nederlandse kenner van de Tour:

Bennie Ceulen

Precies vijfentachtig jaar geleden werkte Henri Desgranges, de hoofdredacteur van de toenmalige Franse sportkrant I’Auto, het idee uit van zijn rechterhand Géo Lefèvre. De geboorte van de Tour de France werd op de eerste rittenwedstrijd in de nog jonge wielergeschiedenis omvatte zes monsteretappes. Het was het tijdperk van de heroïek. Slechte wegen, loodzware fietsen zonder versnellingsapparaten, geen volgauto’s met reservemateriaal, geen gereserveerde hotels en vrijwel geen verzorging. De renners, die toentertijd als onwezenlijke supermensen beschreven werden, waren volledig op zichzelf aangewezen. De Fransman Maurice Garin won de eerste editie van de Ronde van Frankrijk. In het eindklassement van die memorabele Tour eindigde ook een Belg in de voorste gelederen: Marcel Kerfl uit het op een boogscheut afstand van Eijsden gelegen grensplaatsje ’s Gravenvoeren.

Marcel Kerff finishte als zesde. Een ereplaats, die in het oertijdperk van het cyclisme van grote betekenis was. Niettemin hebben de Belgische scribenten in hun Tourverhalen nooit of te nimmer aandacht aan de voormalige wielerheld uit de woonplaats van de omstreden José Happart besteed. Getipt door de in ’s Gravenvoeren wonende Nederlandse kunstschilder Rob Brouwers, vond het Limburgs Dagblad het de moeite waard om ter gelegenheid van de 75e uitgave van la Grande Boucle de eerste Belgische Tourpionier uit de vergetelheid te halen.

Limburgs Dagblad 2 juli 1988, klik en ga naar de krant

Rob Brouwers, ooit een verdienstelijk amateurrenner van Toer- en Wielerclub Maastricht, verdiept zich sinds jaar en dag in de geschiedenis van het in de taalstrijd verwikkelde kerkdorpje ’s Gravenvoeren. Sinds geruime tijd heeft vooral Marcel Kerff zijn aandacht. „Voeren mag trots zijn op Marcel Kerff. Hij was immers de best-geklasseerde Belg in de eerste Tour de France,” vertelt Rob Brouwers. „Het is helaas jammer, dat Marcel Kerff in België helemaal vergeten is. Met uitzondering van de Voerenaren is bijna niemand in ons land op de hoogte van Kerff’s Tourverleden. Dat betreur ik.

Sinds mijn jeugd heb ik me altijd voor zijn prestaties geïnteresseerd. Zesde in de eerste Tour de France. Dat resultaat heeft me altijd enorm aangesproken.” Hoewel in wielerarchieven vrijwel niets over Marcel Kerff is terug te vinden, heeft Rob Brouwers in de loop der jaren wat documentatiemateriaal over de vergeten Tourheid bij elkaar weten te sprokkelen. „Het heeft me ontzettend veel moeite gekost om een en ander over Marcel Kerff aan de weet te komen. Zelfs zijn familie, die nog nog steeds in de Voerstreek woont, kon me niet helpen. Het meest weet ik eigenlijk van mijn grootmoeder. Zij was een generatiegenote van Marcel, wiens broer Charel ook een verdienstelijk coureur was. Beide renners kwamen uit een gezin van tien kinderen. Mijn grootmoeder, Clémentine Jongen, baatte vroeger een café in het dorp uit. Daar kwamen de Kerffsen veel over de vloer. Marcel en Charel dronken altijd melk. Beiden gingen voor hun moeder met de fiets altijd naar Maastricht om haringen te kopen. Een van hun geliefde trainingstochten was met manden vol vlees, gemonteerd voor en achter op hun fietsen, naar de Hallen in Parijs te rijden. Na één overnachting fietsten ze vervolgens terug naar Voeren. Charel schonk mijn grootmoeder zelfs een keer zijn in Berlijn gewonnen zegebloemen. Laurent Rutten, die de Kerffsen ook goed heeft gekend, vertelde me ooit, dat Marcel een lange, houterige man met slingerarmen was.”

Rob Brouwers steekt zijn bewondering voor de gebroeders Kerff niet onder stoelen of banken. „Ik vind het geweldig, dat eindelijk een krant een verhaal over Marcel Kerff publiceert. Dat is nog nóóit gebeurd. Nu komen de mensen gelukkig te weten, dat de eerste Belgische Tourheid een Voerenaar was. Maar Charel Kerff was ook een heel goeie coureur. In 1901 werd hij zelfs kampioen van België honderd kilometer met gangmaking. In datzelfde jaar eindigde hij als zevende in de monsterklassieker Parijs-Brest-Parijs. En Charel was zelfs de eerste Belgische renner die naar Amerika ging om deel te nemen aan de zesdaagse van New Vork. Aan de carrière van Charel Kerff kwam in 1902 echter een tragisch einde. Met zijn broer Marcel was hij in de klassieker Marseille-Parijs, eigenlijk de voorloper van de Tour de France, over liefst twaalfhonderd kilometer van start gegaan. Het was die dag erbarmelijk slecht weer. Wat er precies met Charel in de helletocht gebeurd is, is nooit duidelijk geworden. Wel is bekend, dat Charel bij de laatste controlepost in de voorste gelederen passeerde. Daarna is hij in een verlaten streek dood langs de weg gevonden. De officiële versie luidde, dat zijn dood het gevolg was van een bloedstolling wegens de ijzige kou. Marcel, die als vijfde geëindigd was, kreeg na afloop pas te horen dat zijn broer gestorven was.”

In het artikel wordt de broer van Marcel Kerff genoemd, Charles Kerff. Zie hier een krantenknipsel over diens dood in 1902 in de wedstrijd Marseille Parijs over 940km !! Nieuws van de dag 24-05-1902
Het volk 22-05-1902

Volgens de overlevering had de dood van Charel Kerff een andere oorzaak. Brouwers: „Charel zou, op het moment dat hij koploper Lucien Lesna dreigde in te halen, door chauvinistische Franse supporters van de fiets zijn getrokken en dood geslagen. Dergelijke aanslagen waren in de oertijd van de wielersport geen zeldzaamheid. Het is dus niet onmogelijk, dat Charel Kerff zo aan zijn einde is gekomen. Overigens beweerden boze tongen ook. dat hij als gevolg van dopinggebruik dood van zijn fiets was gevallen. Nu nog weet niemand de juiste oorzaak.”

De mysterieuze dood van zijn oudere broer was voor Marcel Kerff daarentegen geen aanleiding om het metier vaarwel te zeggen. „Marcel Kerff startte één jaar later in de eerste Tour de France,” weet Rob Brouwers. „Zes etappes kregen de zestig deelnemers voor de wielen geschoven. In totaal bijna vijfentwintighonderd kilometer. De langste rit. Parijs-Lyon. was liefst vierhonderdzevenenzestig kilometer lang. Onmenselijke afstanden, zeker voor die tijd. De renners moesten zelfs in het donker de hele nacht doorploeteren om de finish te bereiken. Onvoorstelbare taferelen moeten zich in die tijd hebben afgespeeld. De koers werd gecontroleerd door commissarissen, die het te volgen traject gedeeltelijk met de fiets, de trein ofwel in een zeldzame automobiel volgden. Het verloop van de rit werd via telegrammen doorgeseind.” Maurice Garin ging als eerste triomfator van de Tornde France de geschiedenis in. „Garin had in de eindstand bijna drie uur voorsprong op Lucien Pottier. Derde werd Fernand Augereau, vierde Rodolfo Muller, vijfde Jean Fischer. Onze moedige Marcel Kerff eindigde als eerste Belg in zesde stelling. Een geweldige prestatie, want de buitenlanders waren enorm benadeeld ten opzichte van de Fransen, die toen al in merkenteams waren opgenomen. Een ‘isolé’ als Marcel Kerff moest alles in zijn eentje klaren.”

Volgens Rob Brouwers verdiende Marcel Kerff 400 Franse franks aan zijn eerste en naar later bleek enige Touravontuur. „Marcel Kerff moet nadien niet lang meer gefietst hebben. Zijn naam is nergens meer in uitslagenlijsten terug te vinden. Wel weet ik. dat hij na zijn wielerloopbaan als bode werkte op het kasteel van graaf de Secilion in Teuven. Evenals zijn broer Ct kwam ook Marcel op tragische wijze om het leven. Hij werd bij het uitbreken van de eerste Wereldoorlog in Moelingen door de Duitsers vermoord.” Rob Brouwers vertelt, dat Marcel Kerff ondanks waarschuwingen van dorpsgenoten op 7 augustus 1914 uit nieuwsgierigheid met zijn motorfiets poolshoogte ging nemen bij het in Moelingen geplaatste kampement van het Duitse leger. „Onze dorpsheid ke> nooit meer terug naar ’s Gravenvoeren. Blijkbaar dacht van spionage werd Marcel als onschuldige burger door de Duitsers opgehangen. Een jaar later werd hij samen met enkele andere streekgenoten in een massagraf langs de weg Eijsden-Battice teruggevonden.

5 februari 1933

Ter herinnering werd langs dezelfde weg ter hoogte van het kruispunt Withuis-Berneau en ’s Gravenvoeren-Moelingen een monument opgericht.

Ik ben er jaren lang regelmatig voorbij gefietst, nooit geweten voor wie het monument ter nagedachtenis was… In de 2e wereldoorlog is het monument totaal verwoest maar opnieuw opgericht na de oorlog.

Dagelijks passeren vele wielrenners en trimmers het betonnen kruis. Vrijwel niemand weet echter, dat het monument de enige tastbare herinnering aan de eerste Belgische Tourpionier is.” Wellicht haalt deze reportage Voerenaar Marcel Kerff eindelijk uit de vergetelheid. „Hij heeft het beslist verdiend,” vindt Rob Brouwers.