2008-01-07 John Braspennincx, koning der smokkelaars

John Braspennincx, Koning der kermiskoersen, Koning der smokkelaars

Tussen 1936 en 1940 werd John Braspennincx (drie keer nationaal kampioen, deelnemer aan de Tour de France en bij de Profs winnaar van in totaal 129 koersen) met een keten van overwinningen een bijzonder gevierd wielrenner, die mede bijdroeg tot een nog steeds unieke prestatie: op dezelfde dag dat hij Nederlands Kampioen werd bij de profs (Lees hier het verslag van het NK 1937 te Valkenburg), behaalde zijn vader de veteranentitel en werd zijn broer Jan kampioen bij de onafhankelijken. Braspennincx: „Voor mij persoonlijk is dat het hoogtepunt geweest”.

De wielerresultaten maakten van Braspennincx een geslaagd sportman op wiens erelijst echter een opvallend gemis is te constateren: klinkende uitslagen in buitenlandse rondes en wereldkampioenschappen. “Het was alsof de duvel ermee speelde. Ik kreeg in die koersen altijd pech”. Dieptepunt in die poel van tegenslag werd voor hem het wereldkampioenschap van 1938 in Valkenburg. Braspennincx: „Ik reed in die tijd zo verschrikkelijk hard, dat ik voor iedereen de uitgesproken favoriet was. Fausto Coppi heeft toen in interviews gezegd: de enige die het kan worden is “Bras”. Maar op het beslissende moment, toen ik eigenlijk al in gewonnen positie lag, brak mijn crank. Ik kreeg een andere fiets, maar daar sloeg de pion van door. M’n kansen waren weg. Ik stapte af. Dat kostte me ten minste veertien mille, want dat bedrag zou ik van m’n sponsor krijgen als ik won. Veertienduizend gulden… in een tijd dat we van negentien gulden per week leefden”.

John Braspennincx, foto archief Jo Hendriks

In 1942 startte hij bijna onvoorbereid in het nationaal kampioenschap op de Cauberg. Braspennincx: „Door dat smokkelgedoe had ik amper kunnen trainen, maar iemand wilde met me wedden en ik ging erop in”. Het resultaat was opzienbarend. Braspennincx: „Ik kwam op kop te zitten met Kees Bakker, die in de afdaling bij de Grendelpoort onderuit ging en mij meesleurde. Ik zwiepte regelrecht de etalage van de juwelierszaak Fevrier in en lag daar uitgestrekt tussen de gouden horloges. Ik kwam er bloedend en vol splinters uit. Ik kreeg de fiets van een gedubbelde renner en ik ben zó verschrikkelijk hard gaan rijden, dat ik met een minuut voorsprong kampioen van Nederland werd”. Ofschoon John Braspennincx een schitterende erelijst opbouwde, schrijft hij het aan het oorlogsgebeuren toe dat er uit zijn wielercarrière niet werd gehaald wat er naar zijn mening inzat. „Door de oorlog ben ik ook intensief met smokkelen begonnen”.

Daarvóór concentreerde ik me meer op het wielrennen, maar in 1940 liep het aantal wedstrijden zo sterk terug, dat ik er wat anders bij moest doen”. Ja, en sinds een Bredase pastoor hem ooit bij een oprechte biecht verzekerde dat smokkelen geen zonde hoefde te zijn, had hij afgerekend met de onzekerheid in zijn geweten.
Hij vulde zijn leven met de successen van een groot sportman, zoals hij er een was: een kasseienbeul van een wielrenner, die het vuur uit zijn pedalen kon trappen. De Belgen, een gezaghebbend volkje in het cyclisme, gaven hem de eretitel: „Koning van de kermiskoersen”. Zowat gelijktijdig in de jaren veertig veroverde hij er nog een: ‘Koning van de smokkelaars”.

John Braspennincx, “Den Bras”, die door zijn ingeboren lef en feeling voor organisatie uitgroeide tot de roemruchtigste smokkelaar van het Brabantse gebied. Toen de Justitie hem uiteindelijk te pakken kreeg als de leider van een unieke en ongeëvenaarde smokkelgang met maar liefst 50 man vast „personeel”, maakte hij een gebaar van goede wil, dat op onthutsende wijze inzage gaf in wat hij verdiende. John schonk de staat vijftien huizen en wees de plek aan waar hij zijn geld had verborgen: ingemetseld in de kelder van zijn huis, waar de ambtenaren met schop en kruiwagen de buit wegdroegen : tweehonderdduizend gulden in zilveren munt! „Dat was natuurlijk niet alles wat ik had maar maakte ik ze dat wel wijs”. Den Bras kreeg bij elkaar opgeteld in totaal 29 maanden gevangenisstraf, uitgezeten in vijf periodes: negen, acht, zes, vier en twee maanden.

Wat in oktober 1947 tijdens het twee dagen durende proces tegen de wielerheld  de justitie vooral bezig hield, was het zo onwaarschijnlijk lijkende feit dat „Den Bras” alleen-verantwoordelijke was voor die spectaculaire daden met de alom bekende kraaienpoten op vluchtroutes, met rigoureuze barricades met de in de smokkelarij baanbrekende uitvinding van de Pantserwagen als vervoerswapen. Kon één man dat wel alleen?

“Ja”, zegt John Braspennincx nu nog steeds, „maar als ik eraan terugdenk vraag ik me óók af hoe dat in ‘s hemelsnaam allemaal gekund heeft. Soms begrijp ik het zelf niet maar in die tijd ging alles vanzelf. Ik was zo  brutaal als de beul. Smokkelen is iets wat er bij je inzit of niet. Bij mij zat ’t erin. Ik kende de West Brabantse bossen als m’n broekzak, knalde in het stikdonker zonder licht met 90 kilometer per uur over de binnen weggetjes en ik had veel vrienden en onder belangrijke mensen, zoals grenspersoneel en ambtenaren. Die gooide ik plat met geld. Ik smeet er in die tijd mee. Er waren weken dat ik zestigduizend gulden aan lonen betaalde”.

Valkenburg 1937. Drie Nederlandse Kampioenen onder één dak. Hierboven links Johnny Braspennincx, zoon van de beroemde vader. Johnny werd Zaterdagmiddag alg. kampioen van Nederland maar vader, rechts, die ondanks zijn 49 jaar nog meereed bij de veteranen, won in deze klasse ‘ het kampioenschap. In het midden op de foto de renner Theuns, aangenomen zoon van de oude „Bras”, die bij de onafhankelijken kampioen werd.

“Het smokkelen was gewoon een  bedrijf geworden. Ik had thuis bijvoorbeeld een planbord met de vakantiedagen van m’n knechten. Voor mijn Personeel was ik goed. Ik betaalde correct en dat kon je tijd niet van iedere smokkelaar zeggen. Met geld heb ik een hoop bereikt, vooral bij de ambtenaren”. “De eerste die ik omkocht, betaalde zichzelf terug. Hij gaf me, dat was kort de oorlog, militaire papieren, een officiersuniform, een workticket en een plaat ‘Departement van Oorlog’ op m’n auto. Vooral met dat D.V.O-bordje had ik m’n investering rap terug, want ik kon overal gratis tanken. Mét met smokkelspul in m’n wagen. We reden toen veel tabak, daar was aardig aan te verdienen. Er ging steeds voor drie ton handel in, dat betekende dat ik er bij elke vracht zon anderhalve ton aan overhield. Ik haalde die tabak in België, vrachtbrief en lading klopten via het workticket, en de rest deden m’n contactmannen aan de grens. Ik seinde ze precies wanneer er ladingen kwamen en dat liep lang goed”. „Tips, daar draaide het om. Op die manier heb ik eens een trein, waarin een paar knechten van mij zaten die door de Duitsers gepakt waren, onderschept. Een gevangenbewaarder vertelde me alle details van het transport, ik maakte een enorm plan, ik versierde een Duits uniform, een auto met Duitse nummerplaten en op een onbewaakte overweg bij Amersfoort heb ik die trein opgehouden met een rode vlag. Een van m’n knechten wist te ontsnappen. De ander had het niet door, die was vrij stom, en bang”.

Tour de France 1937, Nederlandse ploeg aan de start — v.l.n.r: Toon van Schendel, Theofiel Middelkamp, Albert van Schendel, John Braspennincx, Gerrit van de Ruit en Piet van Nek in Parijs.

„We zijn samen eens zó beschoten, toen we op de fiets boter smokkelden, dat ‘ie van schrik vergat te trappen en alleen maar gilde. John, riep ‘ie, ze schieten ons dood. Houd m’n trui vast, zei ik, en rijen zo hard als ge kunt. De kogels floten rond onze koppen, de spaken zowat uit de wielen. Maar we kwamen veilig over. Ik was niet bang te krijgen. Ze hebben zeker twee- of driehonderd keer op me geschoten, maar ik ben er nooit van onder de indruk geraakt. Als ik op de fiets zat kon ik alles. Ik had met het wielrennen zon verschrikkelijke demarrage, dat als ik op m n pedalen ging staan, de douane geklopt was”. „Zo ben ik eens weg gespurt terwijl ze op me schoten, langs de kant van de weg in de bosje gedoken, van de overkant een dunne berkenboom naar me toe gehaald en toen de commiezen op mijn hoogte waren,  liet ik de stam los. Zo vlogen als raketten in ’t rond, die commiezen. Daar zat ik niet mee. Ik zat nergens mee. Zoals het uitkwam, pakte ik het aan”. „Ik ben eens bezig geweest met elastiek-smokkel op Frankrijk. Niet te geloven. Ik legde contacten via twee Amerikaanse militairen die een route hadden op Parijs die ik per rit vijf mille per man betaalde als ze een vracht meenamen. Er ging steeds twee ton mee naar een plaats in Parijs, waar ik ze opwachtte om die handel door te spelen naar Chinezen. Wat die er mee deden is me nog een raadsel, maar ze waren er zo gek op, dat ik miljoenen meters de grens over liet rijden. Het werd zo’n omvangrijke affaire, dat ik er een Engelse sergeant voor moest omkopen om me aan papieren te helpen die het risico verkleinden. Die man vroeg er tien mille per rit voor, die ik hem graag betaalde. Kun je nagaan hoe mijn verdiensten lagen”.

December 1970: dubbelportret van vader Jan (82) en zoon John (56) Braspennincx met hun racefiets

Zijn reputatie als „koning” verwierf John Braspennincx zich als smokkelaar met pantserwagens. Daar had de in smokkeluitrustingen toch inventieve grensstreek nog nooit van gehoord. Braspennincx: „Ik knalde er dwars de grens mee over. De slagbomen braken als lucifers. Drie had ik er gekocht, in de dump. Ze ploegden overal doorheen en dat ze veel lawaai maakten, deed me weinig, want als de gealarmeerde douane in actie kwam, kon ik ze hebben. Ze schoten voor niks. Met spijkers en kraaienpoten op de weg was ik ze zo kwijt. Ik reed tonnen tabak, boter en textiel de grens over”.

„Maar het is uit de hand gelopen toen veel andere smokkelaars ook pantsers namen. Het werd een troep en de douane gaf me overal de schuld van. Alleen: er viel niks te bewijzen. Maar het werd me te link, ik vroeg de anderen ermee op te houden en ze deden het allemaal op één na. Ik zei tegen ‘m: dan pak ik dat ding wel af. Eerst kocht ik z’n belangrijkste chauffeur om, toen twee Bredase politieagenten, die voor me moesten patrouilleren en de rest ging vanzelf: we zetten een val op, ze sloegen op de vlucht en ik reed zelf die pantser naar België, waar ik ‘m verkocht”. Zijn activiteiten met de pantserwagen-smokkel werden verraden, waarna John Braspennincx in de cel terecht kwam en veroordeeld omdat er gebeurde wat hij nooit voor mogelijk had gehouden: zijn knechten sloegen door. Braspennincx: „Dat is de grootste teleurstelling uit mijn smokkeltijd geweest ik had als held voor de balie willen staan, maar op die manier mislukte dat”.

Koning der smokkelaars, een heel bijzonder boek, een spannende roman ! Maar geen verzinsel. Geen roman die het resultaat is van de fantasie van de schrijver, zoals Graumans reeds ’n twintig maal èn met vele herdrukken schreef, doch deze keer een boek van keiharde feiten ! We hebben hier namelijk te doen, met de grootste smokkelaar, die ooit de grenspolitie van Nederland en van West-Europa tot radeloosheid heeft gebracht. Die ‘gewerkt’ heeft onder en tègen Duitse maar ook Amerikaanse en Engelse, Franse en Belgische, ja met Poolse soldaten en officieren. Die zich niet ontzien heeft op het laatst de grenzen te forceren met pantserwagens, daaruit te opereren met rookbommen en spijkerplanken en zich bloot te stellen aan een wilde drijfjacht van tientallen schietende, gemotoriseerde politie onderdelen, die echter allen vergeefs attaqueerden, met hun motoren, jeeps, stenguns en strijdwagens tegen de smokkelaar, de sportman John Braspennincx! Dat is het nu juist: tegen de sportman John Braspennincx, uit Princenhage (Nd.-Br.). En wat voor een sportcrack ! Een der geweldigste wielrenners van zijn tijd ! Het is de verdienste van de schrijver, hierop de nadruk te hebben gelegd, waardoor het psychologisch duidelijk wordt, hoe en waarom zo’n man in jaren van oorlog en chaos er toe komt te gaan smokkelen, niet alleen, maar ook, waarom een dergelijke sportreus dit deed op de wijze, waarop Braspennincx dat heeft gedaan. Er is van zulke belevenissen heel wat te vertellen. Maar het is tevens interessant en voor de historie niet onverdienstelijk, dat deze wilde ‘manier van zaken doen’ in de fel bewogen periode van de ‘veertiger jaren’, eens werd vastgelegd. De geboren verteller. Den Dré pseudoniem van Adrianus Antonius Lucien Graumans, volg de link

Toen John Braspennincx zijn straf had uitgezeten zocht hij nieuwe glorie in de wielrennerij, die hem al een grote naam had opgeleverd. Net als in de smokkelarij door verbluffende resultaten. Waartoe John Braspennincx als coureur nog in staat was, bleek in de voor hem zo grillige naoorlogse jaren, toen de smokkeldrukte het won van zijn wieleractiviteiten. Na gestopt te zijn met de pantserwagens ging hij, 98 kilo zwaar en ongetraind, de weddenschap aan om binnen drie weken twee wedstrijden te winnen. Het werden drie zeges in twee weken en een halve maand later zat hij in de gevangenis. Weer op vrije voeten (na acht maanden) hervatte hij de training en klopte zes weken later Gerrit Schulte in het omnium van Feyenoord. En wéér belandde hij niet veel later achter tralies en muren, nu wegens een aandeel in een goud-smokkel. Vanwege zijn aanraking met de justitie werd hem later een licentie geweigerd door de wielerbond en toen die uiteindelijk toch afkwam, woog Braspennincx 104 kilo hetgeen hem niet verhinderde via straffe training datzelfde seizoen nog zeven overwinningen te behalen. In 1952 maakte hij, na een overwinning in een dernywedstrijd in Dortmund, een einde aan zijn carrière. „veel te vroeg” zei hij.

klik en lees De Volkskrant 7 januari 1948

John Braspennincx overleed op 7 januari 2008 op 93 jarige leeftijd. Ondanks alle succes in sport en smokkelzaken was zijn materiële welstand, zoals hij zei, niet indrukwekkend. Hij woonde in een onopvallend rijtjeshuis in de grensplaats Zundert: „Ik kom niks te kort”, lichtte hij destijds toe „Ik ben ook niet schatrijk. Ik vraag me wel eens af waar al m’n geld gebleven is. Ik weet het niet. Als ik het zo eens bekijk, ben ik met smokkelen financieel eigenlijk niet zoveel opgeschoten. Maar dat kan me weinig schelen. Ik heb het goed zo. Ik ben tevreden. Als ik het allemaal over kon doen, deed ik het niet anders”.

Klik en lees het Vrije Volk van 9 januari 1948

Bronnen:
Limburgs Dagblad 24-12-1976 (Peter Heerkens)
https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Braspennincx
https://sportgeschiedenis.nl/wielrennen/john-braspennincx-koning-der-smokkelaars-en-kermiskoersen

 

1938-08-31 Rotterdam, Ronde van Feijenoord

Koninginnedag 1938: Ronde van Feijenoord

Mooie overwinning  Jan Gommers

Mouke wint bij de amateurs

Onder enorme belangstelling van het publiek, er waren in den ochtend reeds voor de amateurs naar officiële schatting ruim 100.000 toeschouwers, werd gisteren de vierde ronde van Feijenoord verreden.

Het traject, dat evenals vorige jaren liep over Maashaven, Putschelaan, Hilledijk, Paul Krugerstraat, Bloemfonteinstraat en Maashaven, was 2,5 kilometer lang en moest door de amateurs 36 maal gereden worden.

De regeling van het verkeer stond onder leiding van commissaris Kok en den hoofdinspecteur Weekenstroo, geassisteerd door de inspecteurs Van der Most en Enklaar, en was tot in de perfectie verzorgd.

Foto John Gommers

Meer dan 100.000 toeschouwers zien de ereronde van Jan Gommers, winnaar van de Ronde van Feijenoord 1938

De ochtendrace 

Op het startsein vertrokken er plusminus 120 amateurs. Op dit buitengewoon goede traject — het bestaat bijna geheel uit de bekende Hamburger bestrating, waarin slechts een 600 meter „kinderhoofdjes” zitten — werd van start of een fel tempo ingezet.

De eerste 50 K.M. werden afgelegd in 1 uur 13 min. 55 sec. Toen begon er enige tekening in de strijd te komen. De felle jacht om de leiding bleef voortduren. De Belg Mouke nam het initiatief over en nestelde zich enige ronden lang aan den kop met Sprengelink en den Amsterdammer Wijdenes, die in een geweldig tempo er vandoor gingen.

Het bleef zo tot de laatste ronde, toen zij in een felle eindsprint voor de laatste maal over de streep stoven. Mouke won het duel en werd winnaar in den tijd van 2 uur 14 min. 57 sec.

De uitslag luidt:

1. Mouke, België
2. Luppers, Amsterdam
3. Sprengelink, Hengelo
4. Hordijk, Rotterdam
5. Nuyen, Rotterdam
6. Joosen, Made
7. Saes, Weert
8. Pippermans, Hoensbroek
9. van Vliet, Gouda
10. Lodewijks, Rotterdam

Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 1 september 1938

De middagrace

Was het aantal toeschouwers bij de ochtendrace ver over de 100.000 te schatten, in de middaguren, toen de profs aan den start verschenen was het aantal toeschouwers nog veel groter.

Precies om 1.45 uur vertrokken de 68 profs en onafhankelijken voor de 150 kilometer race. Zestig maal moesten zij de finish passeren. Het valt dan ook niet te verwonderen, dat van de 68 deelnemers 39 het eind niet bereikt hebben. Deels door pech, en een nog groter aantal moest de vlag strijken voor het geweldige tempo, dat de leiders reden.

Reeds in de tweede ronde had Weemaes uit Bergen op Zoom de leiding genomen met een 40 M. voorsprong op het jagende peloton, waarin als van ouds Middelkamp achteraan bungelde. Het interesseerde hem voorlopig nog niets wat de renners in de kopgroep deden.

De Maasbode 1 september 1938

In de kopgroep was het een gedrang om de leiding te nemen. Dan weer was het Jan Gommers en ronden lang André de Korver uit Willemsdorp, die het tempo aangaf. Dit had tot gevolg, dat het peloton in stukken getrokken werd, want de Korver werd weer van de kop verdrongen door Overweel uit Rotterdam, die een ronde later moest bukken voor de macht van Kees Valentijn, die toen doorkwam met Jan Leeuwenburg aan het wiel en de Hagenaar Motke.

Maar toen was het weer gedaan, want de Korver hield weder vier ronden lang de leiding, terwijl John Braspenninx de rij sloot. De eerste 25 km. werden afgelegd in 38 min. 10 sec.

Jan Gommers deed rondenlang veel kopwerk, maar blijkbaar vond hij het nog wat te vroeg om er tussenuit te gaan, de Korver en Janus Hellemons hielden hem bovendien trouw gezelschap, zodat er van wegkomen geen sprake was.

Foto's archief John Gommers ( hartelijk dank John !)

Dan weer was het Jan Gommers en ronden lang André de Korver uit Willemsdorp, die het tempo aangaf. Dit had tot gevolg, dat het peloton in stukken getrokken werd..

In de 15e ronde zat de Korver weer aan de kop met Leeuwenburg en Willemse bij zich, terwijl Janus Hellemons met Theo Middelkamp het rennersveld sloten.

Weer was het Louis Motke, die in de 25e ronde als eerste doorkwam, gevolgd door Bervers uit Delft en Piet van Gerven, die een geweldige koers reden in een razend hoog tempo. Nu nam Arie Overweel het initiatief over en demarreerde hard aan den kop, scheurend en trekkend.

Lauwers kreeg een lekke band en kon nog juist bij de verzorgingspost van rijwiel verwisselen, maar dit oponthoud had zoveel tijd gevergd, dat zijn achterstand hopeloos was, in de 30e ronde gaf hij dan ook de ongelijke strijd op.

De Maasbode 1 september 1938

Andere renners kwamen bij het hoofdpeloton en het was de Rotterdammer van Gent, die in de 27e ronde de leiding nam, rondenlang wist hij deze te behouden, maar Middelkamp joeg er zo hard op los, dat hij van Gent toch te pakken kreeg en in het hoofdpeloton opnam, er zo voor zorgend, dat hij geen kwaad meer kon doen. In die groep zaten Gerrit van der Ruit, Aad Van Amsterdam en John Braspennincx.

Het gevecht werd echter onverminderd voortgezet want op een gegeven moment gingen Kees Valentijn en Frans van der Zande er vandoor. Verscheidene ronden wisten zij zich aan de kop te handhaven, ondanks het feit, dat zij danig op de huid gezeten werden door een groep van acht renners. Jammer genoeg konden de leiders tegen zo’n overmacht niet op en de groep Van der Ruit c.s. haalde ook deze vluchtelingen terug.

Niemand wenste voorlopig Gommers te achterhalen. Het gevolg was dat deze steeds verder uitliep. Nu werd het jagende peloton wakker….

Toen zag Jan Gommers zijn kans schoon, met een sprong was hij weg, nam 100 meter, daarop volgden Van Amsterdam en van der Ruit, Braspennincx en de anderen. Gommers had de smaak te pakken, zette hard door en nu kwam hij, steeds zijn voorsprong vergrotend, ronde na ronde alleen door.

Dat bracht in de groep, die aanvankelijk de leiding had, nogal enige consternatie, maar van een jacht was nog geen sprake, niemand wenste voorlopig Gommers te achterhalen. Het gevolg was dat deze steeds verder uitliep en nu werd het jagende peloton wakker.

Jan Gommers had een voorsprong van enige minuten genomen en kwam onbedreigd als eerste over de streep, de andere renners zijn blijkbaar gedubbeld

Van Amsterdam sprong weg, maar van der Ruit lag op de loer en sprong mee en wel in zulk een geweldig tempo, dat Van Amsterdam en alle anderen, die aan het wiel zaten, moesten lossen.
En in die groep zaten Alfons Stuyts en Middelkamp, maar Gommers had nu reeds een voorsprong van enige minuten genomen en kwam onbedreigd als eerste over de streep.

De strijd in het tweede peloton werd een duel tussen van der Ruit en van der Zande, maar van der Ruit won het sprintje met enige lengten van v. d. Zande, die evenals de overige renners een schitterende wedstrijd gereden hebben.

Rechts winnaar Jan Gommers, links Gerrit van der Ruit

De uitslag:

1 Jan Gommers, Dongen, in 3 uur 50 min. 5 sec.
2 Gerrit van der Ruit, Capelle a. d. IJssel
3 Frans van der Zande, den Haag
4 Aad v. Amsterdam, Leiden
5 Kees Valentijn, St. Willebrord
6 Fiel Middelkamp, Kieldrecht
7 John Braspennincx, Princenhage
8 Alfons Stuyts, Hoogerheide
9 André de Korver, Willemsdorp
10 Arie Overweel, Rotterdam.

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant

Later meer over de avonturen van Jan Gommers naar aanleiding van zijn voorjaarstrainingen in Zuid Frankrijk en Afrika (wielerpionierswerk in het voorjaar van 1937 !!)

1937-06-12 Nederlandse Kampioenschappen op de weg te Valkenburg

John Braspennincx landskampioen 1937.

Hij klopte Jan Verveer met 3 lengten, maar Cees Bronger en Kees Valentijn waren te Valkenburg Nederlands beste renners

Jan Theuns Onafhankelijken kampioen

Henk de Hoog bij de amateurs

Als Limburg zich op iets bijzonders voorbereidt, gebeurt dat in den regel uitstekend. Grote sportfeesten en landdagen waren steeds een succes.
Voor “tam-tam” heeft men in het uiterste Zuiden nu eenmaal een zuivere feeling, en het was daarom, dat men ook voor de Nationale kampioenschappen in het Zuiden het beste beentje voorzette om er het beste van te maken.

In Valkenburg, waar men in het verleden al meermalen een wegwedstrijd organiseerde, heeft men van soortgelijke gebeurtenissen onderhand de nodige kaas gegeten, en daarom klopte ook nu weer alles als een bus!
Als een bus, voor zover het de bemoeiingen van “Valkenburg Omhoog” betrof. Met man en macht was men gemobiliseerd, om alle onderdelen te regelen, nodig om een en ander een goed verloop te doen hebben.
’s Morgens, voordat dit sportgebeuren een aanvang nemen zou, stond Zuid-Limburg in zomerse feesttooi na de onweersbui van de nacht van Vrijdag op Zaterdag.

Drie kampioenen onder een dak. Hierboven links Johnny Braspennincx, zoon van de beroemde vader. Johnny werd Zaterdagmiddag alg. kampioen van Nederland maar vader, die ondanks zijn 49 jaar nog meereed bij de veteranen, won in deze klasse ‘ het kampioenschap. In het midden op de foto de renner Theuns, aangenomen zoon van den ouden „Bras”, die bij de onafhankelijken kampioen werd.

’s Morgens. Zaterdags, was de lucht boven de heuvels van dit wonderschone land bewolkt en we dachten dat het optimisme, waarmee men in Valkenburg en omgeving dit wielerfeest, de Nationale kampioenschappen had voorbereid, de domper opgezet zou krijgen. Maar gelukkig brak na veel moeite de zon door en daar lag Limburg weer, zoals het zijn kan op de beste ogenblikken van het jaar: en dan is de uitdrukking: wuivende korenvelden geen versleten zegswijze. Want zo is het inderdaad. En als men van Maastricht naar Valkenburg gaat dan is er weer die altijd bloeiende wisseling in groen en bloemen, die Limburg in de feesttooi zet, nodig om dit gebeuren de nodige luister te geven. Zo werd het een juichende dag van kleur en zon, en men mocht verwachten, dat duizenden naar de Cauberg zouden komen, om getuige te zijn van wat zich hier voltrekken zou.

Tribunes met vlaggen en wimpels wachtten de honderden af, die intussen niet in dien getale opkwamen, als men wel gehoopt had. In de loop van den morgen werden de tenten langs de weg opgeslagen van hen die verwachtten, aan deze wedstrijd een extraatje beter te worden. Vrouwen poetsten de stoep, mannen maakten het voortuintje in orde, en ergens voor een open venster kraaide een ouderwetse grammofoon een schoon lied, ten bewijze, dat Limburg „après tout” ook nog bij Nederland hoort. Dat lied was natuurlijk de onderhand versleten romance van „De mooie molen”.

Valkenburg, het centrum van de gebeurtenis van de dag, is intussen al met de cracks vertrouwd geworden. Al enige dagen immers wordt op en om den Cauberg getraind, en in de verschillende hotels zijn de bekende renners, die van deze wedstrijd een serieuze onderneming willen maken, het middelpunt van de belangstelling.

Vijftienduizend toeschouwers hebben deze wedstrijd gezien, en zij hebben, vooral tegen het laatste uur de spanning beleefd, die een wedstrijd als deze eigen is.

John Braspennincx jr De nieuwe algemene Nederlands Kampioen op de weg in 1937

Jan Gommers en Toon van Schendel over het parcours
In hotel Palanka logeren sinds woensdag al Antoon van Schendel en Jan Gommers, enkele van de meest ernstige overwinningskandidaten voor deze wedstrijd. Kort voor den start spraken we deze renners nog even, en zij noemden het parcours vrij lastig. De Cauberg is wel te rijden voor renners van een van Schendel- of Gommers-reputatie, maar de rust die de renner krijgt na deze berg opgeklommen te zijn, is te gering om 18 ronden lang behoorlijk op kracht te blijven. Bovendien was er, volgens van Schendel, de Geulhemerberg, en hierin zag hij een gevaar, wanneer er een honderdvijftig tegelijk zouden starten. Gelukkig is dit niet gelopen, zoals verschillende renners en ook wij dit verwachtten. Er zijn geen ongelukken van betekenis voorgevallen op dat gedeelte. Maatregelen hiertegen waren voldoende genomen. Wagons stro had men eraan besteed, om de gevaarlijke bocht te maken tot een zo mild mogelijke strandplaats.

Enige kritiek, moge dit een les zijn voor later: De verkeersregeling was in overleg met den Provinciale Waterstaat en de Politieautoriteiten perfect in orde. Alleen over de regeling voor de Pers  die de N. W. U.- meer speciaal dhr. Swaab de Beer- had getroffen waren de Limburgse journalisten niet bijzonder te spreken. En terecht. Reeds voor de wedstrijd was dhr. Swaab als N. W. U.-autoriteit weinig coulant tegenover de Limb. Pers. De N. W. U. en de Wielersport in het algemeen hebben toch belang bij een zo groot mogelijke publicatie van nieuws, dat vóór den wedstrijd te geven is. Ongeveer 12 dagen voor den wedstrijd hebben we herhaaldelijk aan de N. W. U. opgave van de rennerslijst gevraagd. Het kantoor der N. W. U. weigerde ons die te geven. Later, eerst dinsdag, kregen we een zeer onvolledige rennerslijst via het Alg. Nederl. Persbureau in Amsterdam. Gelukkig hadden we de medewerking van „Valkenburg Vooruit”, dat ons de overige rennersnamen opgaf. Zodoende konden we onze lezers gelukkig nog volledig inlichten over het programma. Op de wedstrijddag was het gebrek aan medewerking van dhr. Swaab de Beer al even groot. Aan de on-attendheid van de N. W. U. was het te wijten, dat de wegen te laat voor het verkeer werden afgesloten. De verkeersborden wezen „vanaf 2 uur” aan. Om kwart over één probeerden de Limburgse journalisten van verschillende kranten met hun eigen wagens den Cauberg te bereiken vanaf Valkenburg. Volgens officiële aanwijzing was dit dus volkomen “en règle”. Men liet de pers niet door en dhr. Swaab dwong de journalisten een wandeling van 20 minuten te maken, die na de woordenwisseling welke eraan voorafging tengevolge had dat de Limburgse journalisten te laat op hun persplaatsen kwamen. En dit terwijl de auto’s klaar stonden, om de Pers naar de voor haar bestemde plaats te brengen. Op deze manier bewees dhr. Swaab de wielersport geen dienst, omdat immers de populariteit van de wedstrijden voor een belangrijk deel afhankelijk is: óók van de bekendheid door de Pers eraan gegeven. Dit moge een les zijn voor later. Men zal waarschijnlijk de Limburgse Pers nog wel eens nodig hebben voor grote wielerwedstrijden in deze provincie. Overigens was er geen wanklank.

Het volksdagblad  14 juni 1937

Bij de nationale weg-kampioenschappen van Nederland welke Zaterdag 13 juni te Valkenburg zijn verreden is wel duidelijk bewezen dat het Valkenburgse circuit voldoet aan de hoogste eisen welke aan een omloop voor het wereldkampioenschap kunnen worden gesteld. Sterke hellingen en dalingen, men denke aan de steile Cauberg en de niet minder steile Geulhemerberg. De eerste moest op en de tweede afgereden worden en wel achttien maal hebben ze het allerbeste van de renners gevraagd. Alleen voor de geboren wegrenners waren in deze wedstrijd de titels te verdienen. De landstitel kwam tenslotte terecht bij John Braspennincx die, nadat eenmaal Cees Bronger en Kees Valentijn ongelukkigerwijze uit de koers waren verdwenen de meeste aanspraak op de titel mocht maken. Bronger en Kees Valentijn, dat waren op het Valkenburgse circuit zonder overdrijving de besten van de wedstrijd. Die twee gingen de steile 1200 meter lange Cauberg op met zulk een gemak als reden ze op de vlakke weg. Dat Bronger in het begin van fiets moest veranderen en Valentijn te half-koers zijn ketting afliep was voor geen van beiden bezwaar om dadelijk al hun tegenstanders weer voorbij te snellen en zonder zichtbare inspanning weer aan de kop post te vatten. Wreed is echter dikwijls de teleurstelling voor de wegrenner. Toen van de 185 km, die te rijden waren reeds 175 km waren afgelegd trof tegenslag zowel Bronger als Valentijn opnieuw en werden beiden uitgeschakeld: Bronger door bandbreuk, de jonge Valentijn door kettingdefect.

Drie wielerkampioenen onder één dak

Braspennincx Sr.en Jr. winnaars.
Ook zijn aangenomen zoon kampioen.
Vijftienduizend toeschouwers bij de wedstrijden om het Nederlands kampioenschap.

Het was de wedstrijd voor de familie Braspennincx. „D’n Bras” Sr. won bij de Veteranen. Zijn zoon Johnny werd algemeen  kampioen en zijn aangenomen zoon, Theuns, die bij hem inwoont, werd eerste bij de Onafhankelijken. Een victoriedag dus voor „het huis Braspennincx”. Drie kampioenen onder één dak !

Over de wedstrijd in zijn geheel het volgende : Precies 2 uur starten 150 renners. Mooi opgesteld alsof er een levende damwedstrijd gespeeld wordt, staan de mannen op hun aangegeven nummer. Een wirwar van renners met alle kleurschakeringen worstelt voor de eerste maal de Cauberg op. Wij zullen de eerste 5 ronden maar buiten beschouwing laten, al zij vermeld, dat Gerrit Schulte de eerste was die met een lekke band langs den weg stond. De gemiddelde tijd was per ronde plusminus 18 minuten.

Kees Valentijn

Het eerste uur was een verkenningstocht, waarbij de „grote mannen” zich veel op den achtergrond hielden. Toch kon men al dra bespeuren wie goede en wie slechte klimmers waren. Marijn Valentijn ( kampioen 1935) viel al spoedig uit wegens defect. In de zesde ronde heeft zich een groep renners, w.o. Joep Savelberg en Jan Lambrichs uit het hoofdpeloton losgewerkt. Kees Valentijn voelt zich bij deze groep niet thuis en gaat alleen aan den haal en weet een voorsprong te behalen van ongeveer 200 meter . Ofschoon het nog vroeg is, menen Alfons Stuijts en Cor van der Star toch, dat er gevaar kan dreigen van deze kleine Brabander en zij gaan op pad om Valentijn te halen. Dit gelukt hen en twee ronden later is Stuyts alleen los gerukt, hetgeen deze sterke boy 30 km volhoudt. Ook dit is nog te vroeg, want de andere grote mannen blijven nog zeer gereserveerd, al zijn thans al talrijke kopstukken uit de strijd wegens bandenpech en ook vele renners wegens derailleur-pech. Hieronder bevonden zich ook Joep Savelberg en Willy Vroomen, die op dat moment nog in goede positie lagen.

Limburger koerier 14 juni 1937

De oude Braspennincx wint bij de veteranen Intussen is de wedstrijd voor Veteranen reeds geëindigd, waarbij een felle strijd werd ontwikkeld tussen Braspennincx Sr. en Willemsen (De vader van Jan Willemsen uit Nuth, heette hij ook Jan? Ik kende hem alleen als “Pa” Willemsen). De Brabander was in de Cauberg iets sterker en zodoende wist hij Willemsen aldaar te kloppen, ofschoon beiden ondanks hun hogen leeftijd (Braspennincx is 49 jaar) nog als jonge mannen de Cauberg opklauterden.

De nieuwe Nederlands kampioen op de weg 1937 bij de veteranen John Braspennincx sr. meldt zich bij de jurywagen

Tot op de helft van den koers is er weinig nieuws te vertellen, alleen dat reeds 60 procent  de strijd heeft gestaakt, waarvan de meesten wegens pech. De voorsprong, die Stuijts lange tijd had volgehouden en waarbij velen in hem reeds de winnaar gingen zoeken, werd mede door de Limburgse krachten te niet gedaan. Er heeft zich een kopgroep gevormd, bestaande uit de renners Hubert Sijen, Cees Bronger, Saarloos, Kees Valentijn, Theofiel Middelkamp en John Braspennincx Jr.

Wielercoryfee Gerrit Bontekoe verfrist een coureur voor hotel restaurant de Geulhemermolen onderaan de Geulhemmerberg. Wagons stro had men eraan besteed om de gevaarlijke bocht te maken tot een zo mild mogelijke strandplaats.

Deze groep heeft Alfons Stuijts achterhaald. Er begint thans tekening in de strijd te komen. Stuijts, die klaarblijkelijk te veel van zijn krachten heeft gevergd, laat thans hard na en verliest steeds terrein. De jonge generatie komt heftig opzetten, waartegen de ouderen niets vermogen. Veler hoop was gevestigd op Antoon van Schendel, welke in Frankrijk zo’n goeden naam had als klimmer, maar deze moest hier in de Cauberg in z’n Nederlandse concurrenten zijn meerderen erkennen. Van de 60 Amateurs die gestart waren, zijn er thans maar weinig meer overgebleven. Tot onze grote verbazing moest van Schendel de ons nog onbekenden amateur de Hoog uit Amsterdam in de Cauberg lossen. Henk de Hoog die nog nooit de Cauberg had gezien, klimt die op alsof het voor hem dagelijks werk is. De rest van de amateurs waren de Silva, Heeren, Banken, Janssen en Rob Souren. Deze kampioen van de Vredesbaan, rijdt hier een pracht wedstrijd, al was hij veel achter, hij bleef buitengewoon goed vol houden. Bij de profs zijn ook bij de grote mannen talrijke slachtoffers gevallen. Zo zagen wij, dat Piet van Nek, die in goede positie lag, uit de strijd moest wegens bandenpech en dat Aad van Amsterdam wegens valpartij eveneens onschadelijk werd gemaakt. Ook hij was nog fit en had op dat moment nog een kans om te winnen. Als nog drie ronden te rijden zijn, gaan wij eens uitkijken wie eventueel de winnaar zal kunnen worden. Onze eerste gedachten gaan naar Cees Bronger, die vanaf den beginne een prachtkoers heeft gereden en zelfs in de 14de ronde een voorsprong had van 50 seconden.

Limburgsch dagblad 14 juni 1937

Onafhankelijken: Hubert “Sjaak” Sijen, de wonderman.

Buitengewoon werk zagen wij dan van de Limburger Hubert Sijen, die met een onverzettelijke wil en doorzettingsvermogen, alsof het een Trueba gold, de vluchteling achter na ging en in één ronde tijds Bronger het zwijgen ging opleggen. Wij vroegen ons af, hoe deze jonge Maastrichtenaar met zo’n geweldig tempo wist vol te houden om dan nog voldoende kracht over te houden om ook de anderen nog in bedwang te houden. Zijn concurrenten profiteerden van zijn kracht, door het wieltje van hem vast te houden. Als hij Bronger te pakken heeft, maakt Valentijn van de gelegenheid gebruik om er tussen uit te gaan, maar weer was Sijen op z’n quivive om ook de kleinen Brabander tot de orde te roepen. Zodoende had Sijen pionierswerk verricht, door alle weglopers juist op het gevaarlijkste moment te gaan halen.

Hubert “Sjaak” Sijen, als eenling niet opgewassen tegen het geweld van de Magneet ploeg

Als de laatste ronde ingaat, zitten 6 renners op kop, n.l, Hubert Sijen,

Kees Valentijn, Theo Middelkamp, Jan Theuns, John Braspennincx en Jan Verveer. Vier mannen van de Magneet en twee anderen. Met grote spanning wordt de eindstrijd van deze laatste ronde tegemoet gezien. Het zijn allemaal renners die voor de overwinning in aanmerking komen.

Bij het ingaan van de laatste ronde, de kopgroep met Sijen, Valentijn, Middelkamp, Theuns, Branspennincx Jr. en Verveer

Tot aan den Geulhemerberg blijven de renners bij elkaar, doch dan schieten Braspennincx en Verveer weg en dan zien wij een gecombineerd spel beginnen. De Magneet is sterk vertegenwoordigd en tegen die macht is thans niet veel meer bestand. Het komt er niet op aan welke renner er wint, maar wel welke fabriek. Het grote gevaar dat dreigde, was ontegenzeggelijk Sijen en deze moest onschadelijk gemaakt worden. Het bleek spoedig dat Theo Middelkamp zich ging belasten om de Limburger het zwijgen op te leggen. Eerst werd Braspennincx en Verveer gelegenheid gegeven om te vluchten. Gedurende dit bedrijf werd Sijen de pas afgesneden om de vluchtende achter na te gaan. Toen de twee vluchters ver genoeg los waren, achtte Middelkamp zijn taak volbracht. In plaats dat hij zijn eigen kans verdedigde offerde hij deze op voor zijn fabriek of ? Middelkamp trok er tussen uit vlak voor de Cauberg en ging naar huis toe.

De eerste Nederlandse prof-wielerploeg Magneet – OK Cycles, dominant aanwezig op het NK te Valkenburg 1937. Bovenste rij van links naar rechts: Albert Gijsen, Gerrit Schulte, Janus Hellemons, Reynen, Aad van Amsterdam, Theo Middelkamp, Stuyts, Jan Gommers, Cees Bronger, Saarloos en chef d’equipe C. Blekemolen Niet op de foto: Ernst Muller, Jan Pijnenburg en Gerrit van de Ruit Onderste rij van links naar rechts: Van Nek, Braspenninx jr., J. Heeren, Lemmers, P. Gommans, M. Heeren, Van Gageldonk, Theuns, Koppelmans

Sijen en Theuns bleef niets anders meer over dan den eindstrijd te betwisten voor de kampioenstitel der onafhankelijken. Braspennincx en Verveer bleven tot aan de eindstreep bij elkaar en het was aan te zien, dat de een voor de ander niet tot den aanval wenste over te gaan. Het was een rechts en een links kijken, totdat plotseling Braspennincx het initiatief nam en met een geweldige sprong de leiding nam, waardoor Verveer werd verrast. Voordat Verveer goed besefte wat er gebeurde, had Braspennincx voldoende voorsprong genomen om met twee lengten te winnen.

De kampioenstrui aan! John Braspennincx Jr. werd algemeen Nederlands kampioen op de weg Zaterdagmiddag. Hierboven worden vele handen toegestoken om hem de kampioenstrui aan te trekken.

Het tweede bedrijf was Sijen contra Theuns. Sijen was zeker van zijn taak om Theuns in de sprint te kloppen en deed dus geen moeite om Theuns te lossen. Wij weten dat Sijen een geweldige sprint en zodoende dachten wij ook, dat deze stoere Limburger beslag zou leggen op een kampioenstitel. Edoch, een 400 meter voor de eindstreep, toen Sijen blijkbaar wilde gaan spurten, kon men uit de verte een gekraak horen hetwelk veroorzaakt werd door het omschakelen van de derailleur, welks kamwieltje blijkbaar het vertikte om de laatste meters z’n werk te doen. Ook Theuns hoorde dit gekraak en ofschoon hij zich reeds als een verloren man beschouwde, gaf dit hem moed om van de gelegenheid gebruik te maken. Hij ging aan den haal.

Hubert Sijen moest de ketting opleggen, waardoor het voor Jan Theuns gemakkelijk viel om zonder veel inspanning den kampioenstitel der onafhankelijken te bemachtigen. Op 30 seconden volgde Sijen, die zeer onder de indruk was. Niet zijn kracht, maar zijn fiets was oorzaak van deze teleurstelling.

Henk de Hoog uit Amsterdam de beste amateur

Als laatste bedrijf werd de strijd der amateurs uitgevochten. Deze categorie was ten gevolge van de heftige strijd der profs ver achter geraakt. Van de 60 amateurs waren er nog slechts een achttal overgebleven. Hierbij was de eenvoudige Amsterdammer de Hoog, wiens naam wij nog nooit te voren gehoord hadden, een der beste klimmers. Ofschoon wij veel hoop hadden op onze Limburgers, n.l. Banken, Janssen en de Silva, hebben zij de kracht van den Amsterdammer onderschat.

Henk de Hoog fietste van Amsterdam naar Limburg, om daar den kampioenstitel te halen voor de amateurs. Hij bracht het er kranig af. Hierboven de Hoog nadat hij achttien keer den Cauberg was opgeklommen op zijn fiets.

Je bent wegrenner, of je bent het niet, je bent klimmer of je bent het niet. Deze stelling is de laatste wedstrijd, nu de wedstrijden op de weg meer en meer in de belangstelling van de grote massa komen te staan meermalen ontwikkeld en aan de hand van den uitslag moet men zeggen dat daarvan veel van aan is. Als eerste bij de amateurs kwam over de finish gestoven een echte, ronde Amsterdamse jongen, n.l. Henk De Hoog, die in zijn hele leven nog niet zo’n berg van het formaat als de Cauberg had gezien maar hij die het toch klaar gespeeld heeft deze col achttien maal te nemen en evenveel malen de bochtige en gevaarlijke Geulhemerberg af te dalen. Een jongen uit het hartje van Holland, uit het vlakke land, won daar. Een geboren wegrenner? Ja, liet moet wel zo zijn. En in zijn sas dat ie met zijn overwinning was, temeer begrijpelijk als men weet, dat hij de laatste 30 km op eigen kracht was aangewezen en dat hij het gedurende de gehele wedstrijd zonder verzorger heeft moeten stellen. Is het niet bewonderenswaardig? — Dames en heren, zo sprak ie voor de microfoon, nadat Swaab de Beer ook hem met de gebruikelijke woorden had gehuldigd, ik ben erg gelukkig, dat ik gewonnen heb, ik ben pas zeventien jaren en in augustus wordt ik achttien. Meer weet ik niet..

Henk de Hoog Kampioen van Nederland op de weg bij de amateurs 1937. Met niet meer dan 85 cent op zak kwam de 17 jarige coureur uit Amsterdam op de fiets naar het Zuiden, om zijn kans te wagen bij het Nederlands weg-kampioenschap op de Cauberg.                                        Klik op de foto en lees meer over Henk’s behaalde kampioenschap…

De tegenstellingen van lief en leed, die men in het leven dagelijks ook pleegt te ontmoeten, treden ook in het bestaan van renners, van jonge mannen, die door middel van het stalen ros aan de kost komen, daarbij de eer van de triomf dikwijls nog het hoogst stellende. Vreugde bij de overwinnaars, teleurstelling en woede bij diegene, die misgegrepen hadden.

De uitslag van het NK 1937 op de weg

Verslag van de wedstrijd voor beroepsrenners, onafhankelijken en amateurs: Om 2 uur werd aan 150 deelnemers het startschot gegeven. Het weer was tamelijk warm en er stond een lichte wind waarvan de renners geen hinder hadden. De eerste ronde wordt een beetje terrein verkend. Gerrit v. d. Ruit en de Korver komen met 150 meter voorsprong door, in 3e positie Gijsen en dan volgt de groep. In de 2e ronde gaat C. Valentijn die bij de beklimming van de Cauberg het snelst is, op kop met de Korver, Stuyts en v. d. Ruit. De voorsprong van dit groepje is 300 meter op het peloton. Marinus Valentijn heeft pech met zijn versnellingsapparaat en moet opgeven. Verschillende opgaven vielen reeds aan te stippen als van Clignet, Reynen, Louis van Schijndel, Reuter, Hellemons, v. d. Broek e.a. Overige vermeldenswaardige gebeurtenissen doen zich de volgende ronden niet voor. Het peloton wordt in stukken uiteengerukt. Als we met de volgauto tegen het einde van de 7e ronde langs de renners rijden zijn Bronger en C. Valentijn weg met Overweel en v. d. Baan aan hun wiel. Stuyts heeft 45 sec. achterstand op deze leiders. C. Valentijn weg. Een renner in vorm weet dikwijls zelf niet waartoe hij in staat is. Dat zien we de volgende ronde als we met onze volgauto langs de renners suizen. We rijden eerst het grote peloton voorbij, waarin we zien van Amsterdam, v. d. Ruit, Gageldonk, van Tichelt, Vaessen, de Hoog, Lambrichs e.a. Piet Gommans, de landskampioen 1936 demarreert om op een groep voor hem te geraken, waarbij we o.a. zien Gijsen, Stuyts, v. d. Star, v. d. Baan, Verveer, en Saarloos. We passeren dan Bronger en Overweel en moeten dan ver rijden Kees Valentijn zit zeker met 2 min. voorsprong op de grote groep. Kees vertelde ons na afloop dat hij van mening was dat de overige renners gevallen waren want hij was nog niet eens van plan geweest om zó hard weg te komen! Kees Valentijn rijdt dan in prachtig tempo gedurende 20 km alleen op kop maar Bronger en Overweel lopen op hem in en als de ketting van Valentijn afloopt gaan zij hem even voorbij. Kees heeft echter rap hersteld en krijgt terug aansluiting. Bij de tiende beklimming van de Cauberg neemt Stuyts een voorsprong. Alleen v. d Star kan hem volgen, en met een achterstand van ongeveer 5 sec. komt hij als tweede op de top aan. Bronger, Overweel, Gijzen, J. v. d. Baan en Valentijn jr., volgen op een halve minuut. Daarachter komt een peloton van 17 renners, dat  1 min. 25 sec. achter ligt en waarin we o.a. opmerken, J. Braspennincx, H. Sijen, Motké, Peek, H. de Hoog (de eerste amateur), J. Verveer, Middelkamp, A. van Schendel, A. Vaessen, Hopstaken. Het grote peloton, dat hierna  kwam en zeker een achterstand had van ongeveer 2 minuten werd aangevoerd door G. v. d. Ruit. Aan te stippen valt dat de Roosendaalsche amateur Hopstaken die nog in fraaie positie zat door pech moest opgeven. In het geheel waren nog slechts een goede 40 renners in koers. Prachtig werk van Bronger. Stuyts wordt al spoedig nagezet door Bronger. De Roosendaler nadere steeds meer op Stuyts die hij weet te bereiken. Met kracht demarreert Bronger over Stuyts heen die moet lossen en achter geraakt. Bronger vindt het nog wat te vroeg en laat zich inlopen door Verveer, Overweel, C. Valentijn en Saarloos. Verveer was dus prachtig bijgekomen. Middelkamp, Sijen, Braspennincx en Theuns trokken er ook tussenuit om zich bij de kop te voegen. Maar nu gaat Bronger plotseling weg en toont zijn capaciteiten. Na in de eerste ronde ongeveer 2 minuten te hebben achter gestaan, na al het werk, dat hij heeft moeten verzetten om deze achterstand in te lopen, na de bergen, die hij heeft moeten verzetten om bij te komen, na kilometers lang achter Stuyts aangejaagd te hebben, gaat hij…. rustig lopen. Met elke kilometer groeit zijn voorsprong en bij het begin van de 14e ronde heeft hij reeds 48 seconden veroverd op een groep van 8 achtervolgers: Overweel, J. Braspenninx, C. Valentijn, H. Sijen, J. Theuns, Middelkamp en J. Saarloos. Stuyts ligt op ongeveer 1,5 minuut, terwijl A. van Schendel is teruggevallen tot op ongeveer 2 minuten met H. de Hoog (1e amateur) en A. Maas aan zijn wiel. Telkens als Bronger de Cauberg opgaat wint hij veld. Zijn voorsprong groeit tot 54 sec. Maar dan gaat C. Valentijn in de achtervolgende groep aan het sleuren. In de 17e ronde liep Kees Valentijn Bronger in, die zich tactisch liet terugvallen met de bedoeling tegen het einde opnieuw voorsprong te nemen. C. Valentijn liep intussen 20 sec. uit, maar werd toen ook ingelopen. De strijd zou gestreden worden tussen Bronger, Verveer, Sijen, Theuns, Valentijn en Braspennincx met Bronger en C. Valentijn als de grote favorieten. Maar toen kwam voor Bronger bandbreuk terwijl 7 km voor het einde C. Valentijn wegens kettingpech de strijd moest staken. Kees Valentijn kreeg dit ongeval toen hij nog juist voorsprong had genomen…. De eindsprint is gereden tussen Johny Braspennincx en Verveer. Met 3 lengten voorsprong won Johny Braspenninx. Theuns en Sijen volgden op de derde en vierde plaats, aangezien Middelkamp, toen hij in de gaten kreeg dat er voor hem niets meer te verdienen viel dan een medaille, de strijd staakte. Theuns werd kampioen van de onafhankelijken en de Hoog (Amsterdam), die met 10 min. achterstand aankwam, werd amateur-kampioen. Een keurige prestatie van deze 17-jarige jongen. Dit kereltje was vrijdag even per fiets naar Valkenburg gekomen en had zonder verzorging de strijd aangepakt. De uitslagen bij de veteranen werd de oude Braspennincx kampioen, en met Theuns die bij Braspennincx inwoont, kreeg Princenhage dus drie kampioenen ineens.

Hier volgen de uitslagen:

1 John Braspennincx, algemeen kampioen, tijd over 182 K.M. 5 uur 31 min. 37 sec.; 2 Jan Verveer, Lokeren (België), 3 Fred Mosterd, Rotterdam.

Onafhankelijken: 1 Jan Theuns, Princenhage, tijd 5 uur 32 min. 26 sec., 2 Hubert Sijen, Maastricht, 3 J. Saarloos, Rotterdam.

Amateurs: 1 Henk de Hoog, Amsterdam in 5 uur 41 min. 52 sec.; 2 L.Heeren, Breda, 3 Jan Banken, Ubach over Worms (Lb.)

Veteranen: 1 J. Braspennincx sr., Princenhage 50 K.M. in 1 uur 40 min. 10 sec., 2 . J. Willemsen, Nuth (Lb.), 3. W. Buitendijk, Rotterdam.

Sport in beeld De revue der sporten jrg 30 1937 no 46 14-06-1937

Een goede generale repetitie.

De nationale wegkampioenschappen droegen dit maal een bijzonder karakter omdat zij waren te beschouwen als een generale repetitie voor het volgende jaar, wanneer op het zelfde circuit de internationale wegkampioenschappen verreden zullen worden. Alle hens waren aan dek, om het verloop van de koers zo goed mogelijk te doen slagen. De besturen der gemeenten, waardoor heen het circuit gelegd was, hadden hun volle medewerking verleend, terwijl ook de Prov. Waterstaat zijn onmisbare steun verleende door het verkeer over de prov. wegen, die een deel van ’t circuit uitmaakten gesloten te houden en over andere wegen om te leggen. Een groot aantal rijksveldwachters en manschappen van de Koninklijke Marechaussee, wier directe chefs zich mede op de hoogte stelden van de loop der zaken, hielden goede orde langs de weg. De totale organisatie van de wegkampioenschappen berustte bij de Ver. „Valkenburgs Belang”. De regeling was in orde, zodat men met een gerust hart de wereldkampioenschappen in 1938 tegemoet kan zien. Valkenburg, Zuid-Limburg, de N.W.U. gaat een grote tijd tegemoet.