1953-05-10 Limburgs kampioenschap voor amateurs

Tevens vertelt Henk Steevens over de, na zijn winst in het kampioenschap volgende, aanloop naar zijn deelname aan de Tour de France 1953

Verdiende zege van Henk Steevens, na sprintduel met van der Weyden, in het kampioenschap van Limburg

We lezen het artikel van Gerard Sillen in het blad “wielersport” van 13 mei 1953:

Henk Steevens na de finish van het kampioenschap van Limburg te Valkenburg, staand met de hoed burgemeester Hens van Valkenburg, zittend met hoed Joris van den Bergh, foto archief Peet Knops

Deelnemerslijst amateurs

Ditmaal waren de weergoden de Cauberg-races eens gunstig gezind, zodat de vele duizenden toeschouwers naar harte-lust van een brokje aardig uitziende wielersport konden genieten. De aandacht van een lang niet onbelangrijk gedeelte van deze menigte gold in het bijzonder de verrichtingen van de Limburgse amateurs, die gingen uitmaken wie na Nolten (1950 en 1951) en Nieskens (1952) zijn naam op de erelijst mocht schrijven. Onder de uitgebreide familie „liefhebbers” zitten verschillende knapen, die heel wat in hun ransel hebben.

De vraag is nu maar of dit er ook uitkomt, want er zijn allerlei factoren die een opmars kunnen remmen, terwijl anderzijds bepaalde hoedanigheden door ijver, liefde tot de sport en wilskracht beklemtoond dienen te worden.

Limburgs wielerkampioenschap voor de amateurs te Valkenburg, de huldiging van de eerste drie aankomenden door burgemeester Hens van Valkenburg, v.l.n.r: Thei Paas, Flor van der Weyden en Henk Steevens Foto: van Duinen / Anefo

Eén ding is zeker, in de galerij der Limburgse kampioenen nam zondagmiddag iemand plaats, die hierin zeker geen slecht figuur slaat: Henk Steevens. De gebr. Steevens beschikken over een flinke portie aanleg, een beduidende hoeveelheid energie en op bepaalde momenten over een vinnige wedstrijdmentaliteit. Vooral dit laatste onderdeel van de „bagage” vrezen de concurrenten, want dan verdrijven de heren Leo en Henk Steevens door deze explosieve wilskracht vermoeidheid en zijn niet bevreesd voor welke rivalen ook. Henk Steevens speelde in het Limburgse kampioenschap op de Cauberg een grote rol. Tijdens de gehele koers was de oudste van het (jonge) broederpaar ergens heel vooraan te vinden.

Scheidend Limburgs kampioen Jac. Nieskens 1952 feliciteert de nieuwe Limburgse kampioen Henk Steevens. foto archief Jac. Nieskens

Trachtte iemand aan de haal te gaan en zag het er naar uit, dat dit geval gevaar kon opleveren, dan wipte Henk netjes mee, om zodoende een oogje in het zeil te houden en om eventueel zelf de finale in te luiden. Tientallen deelnemers bleken niet opgewassen tegen de elf Cauberg-ronden van elf kilometer en de daarin opgesloten hindernissen van velerlei soort. De jonge Boelhouwers bleek uit het goede hout te zijn gesneden, Jan Willemsen huisde steevast in de eerste linie, Pierre Steenbakkers hoopte kennelijk op een goede afloop, kortom er zat nogal wat leven in de brouwerij. Vooral na half koers, toen Jacq. Nieskens, Piet v. d. Brekel, Thei Paas, Flor v. d. Weyden, Henk Steevens, Jan Bakkers, Kees Boelhouwers, Jacq. Fooy, Willy Gramser, Leo Stevens etc. serieus naar een hoofdrol dongen. Diverse leiders kreeg het gezelschap. Leiders van allerlei pluimage, maar drie ronden voor het einde viel de slag, toen Henk Steevens en Flor van der Weyden hun makkers een vaarwel toeriepen en zich niet meer lieten zien, alvorens deze 121 kilometer-affaire achter de rug was. Dit duo nam een kleine voorsprong en verdedigde deze winst tegen de aanstormende concurrentie met mannenmoed en mét kunde. Henk Steevens trok in de eindspurt duidelijk aan het langste eind. Zijn succes was verdiend en iedereen gunde hem dit fraaie kampioenschap.

Limburgs kampioenschap 1953: Beeld van de beklimming van de Cauberg foto: van Duinen, / Anefo

De uitslag luidde:

  1. Henk Steevens, Elsloo, 121 km in 3 uur 23 min. 3 sec.;
  2. Flor v. d. Weyden, Maastricht, z.t.; op 23 sec.
  3. Theo Paas, Munstergeleen
  4. Jan Bakkers, Puth-Schinnen
  5. Kees Boelhouwers, Bunde
  6. Jacq. Nieskens, Swalmen; op 27 sec.
  7. Piet v. d. Brekel, Echt
  8. Jac. Fooy, Maastricht
  9. Willy Gramser, Siebengewald
  10. Leo Steevens, Elsloo
  11. Pierre Steenbakkers, Maastricht
  12. A. Paas, Munstergeleen
  13. G. Rongen, Bunde; op 1 min. 31 sec.
  14. Arnold Ehlen, Broeksittard
  15. Harry Ehlen, Sittard

Henk Steevens: In maart 1953 liep mijn dienstplicht ten einde, ik reed dat jaar nog een 15 tot 20 wedstrijden bij de amateurs. Ik won menige wedstrijd o.a. Luik-Heuseux, Heerlen, Horion Hozemont, Amby en Nieuwstad. Joris van den Bergh (hij stierf een maand later), hij had me zien rijden bij het Limburgs kampioenschap zei “je komt in aanmerking voor selectie van de Nederlandse ploeg voor het wereldkampioenschap in het Zwitserse Lugano. Hij nodigde me uit me te bewijzen in de “Grote Continental Prijs” te Hannover (Zondag 17 mei 1953) waarmee ik  een plek in de WK selectie kon afdwingen. Alle internationale amateurtoppers stonden daar aan de start. De donderdag ervoor (14 mei) moest ik echter nog met mijn club TWC Maastricht startten in de “Grote prijs van Aken”, 180km. Ook daar behaalde ik afgetekend de zege!!

Grote Prijs van Aken. Deze wegwedstrijd voor amateurs over 113 km leverde een eerste plaats op voor de Limburger Henk Stevens. Met Boelhouwers en Van de Weijden had hij een minuut voorsprong op Fooy, Muller (voor de afwisseling eens een Duitser), Anton Paas, Theo Paas en Steenbakkers. Een uitslag, die klinkt als een klok. Vooral de vereniging „TWC Maastricht” zal er tevreden mee zijn geweest. (De Waarheid 15 mei 1953)

Met onder andere Joris Van den Bergh en mecanieker Piet Gommans toog ik zaterdags naar Hannover voor de WK-selectiewedstrijd. Aangekomen in Hannover, geen hotel of pension hoor, we sliepen bij gewone mensen thuis, kreeg ’s avonds een paar boterhammen. Om half vijf s’morgens ging de wekker want de start van de wedstrijd was al om 6 uur !!
Ik vroeg aan de vrouw des huizes of ik nog een paar boterhammen mocht hebben want ik had verder niks om te eten in de koers, geen fruit, nee helemaal niks… Ik kreeg 4 sneetjes brood en en bol rauw gehakt mee, dat stak ik in mijn tas. Snel op naar de koers !!
Op weg naar de start, we hadden ons ook nog verreden, we kwamen bijna te laat. Door de speakers klonk het “wir warten noch fünf minuten auf die Holländer… ”
De gehele wereldtop stond daar aan de start.

Op ca. 60 km van de finish reed ik lek, uiteraard zelf het bandje omleggen, dat was toen normaal hè, ik stapte weer op de fiets en maar rije rije rije.. de kopgroep had nog een halve minuut voorsprong. Met nog één lange beklimming voor de boeg verder, rije rije rije… In een vloek en een zucht zag ik de koploper voor me rijden… Nu moet ik het goed gaan spelen, dacht ik bij mezelf. De toppers Hennes Junckermann en Walter Becker keken om, ze kenden me al van afgelopen donderdag in Aken. Boven op de top kwamen de motoren langszij de kopgroep met mij in het zog, broem broemm… Ik fietste, verstopt, naast een van die motoren en min of meer uit het zicht van de concurrentie langs de kopgroep. Ik nam snel ca. 300 meter. Ze hadden me niet voorbij zien rijden, ik was er tussen uit geknepen, was weg, en blééf weg… ik kwam met bijna 2 minuten voorsprong aan bij de eindstreep.

Henk Stevens, die we nu al willen tippen voor de wegkampioenschappen van 3 Juli, deed het Zondag eens dunnetjes over in de Continental-prijs te Hannover. Duitsers, Luxemburgers en Zwitsers namen daaraan deel. Een wedstrijd over 186 kilometer, te beschouwen als gelijkwaardig aan een klassieker als de Ronde van Midden-Nederland, maar nog iets geaccidenteerder. Op de Nienstedterberg schudde Stevens al zijn concurrenten van zich af. Met 80 seconden voorsprong kwam hij zegevierend in Hannover terug. De winnaar van de Ronde van de Saar, Becker, werd tweede. Slechts 19 van de 106 deelnemers bereikten het eindpunt. (De Waarheid 18 mei 1953)

Kees Pellenaars had me op de Cauberg zien rijden, wist ook van de overwinningen in Aken en Hannover etc, en wilde mij, want Dekkers en Faanhof waren niet in vorm, mee nemen naar de Tour de France dat jaar. Ik ga niet mee meneer Pellenaars…, Ik was stellig: Nee, ik ga NIET mee. Hij zocht me op in Elsloo, Nee, nee, NEE, ik ben te jong… De Pel: Je mag een andere oudere coureur meenemen, (Sjefke of Jan) en dit jaar mee om te leren, en volgend jaar neem ik je mee, dan moet je doorbreken..

Officiele mededelingen der NWU (tijdschrift Wielersport 25 juni 1953)

Uiteindelijk vroeg ik toch een beroepsrennerslicentie aan en ging ik mee naar de Tour, mede ook voor de duiten..

Nieuwe Tilburgsche Courant 2 juli 1953

Henk verteld kort over zijn ervaringen in de Tour: Ik reed lek, Kees Pellenaars reed langs, hij leek me niet te zien, ik riep hard “héé”, hij gooide een tube uit de auto. Ik kwam weer terug in het peloton… “héé Heintje je moet je wiel afgeven, Wout Wagtmans heeft lek”… met de tong op de schoenen weer terug naar het peloton gereden…. toen kwam Wim van Est: “Heintje ga me effe wat donker bier halen in dat café daar”… Waterdragen? Ik haalde water voor iederéén van de ploeg, voor mij zelf bleef niks over, ik heb er wel van geleerd…

De huldiging van de Tour de France ploeg 1953 in het Olympisch stadion in Amsterdam. foto: J.D. Noske / Anefo

Uiteindelijk  na een val, waarbij ik een spier scheurde, viel ik oververmoeid uit. Dat was na de 6e etappe, bij de finish in Le Mans, maar mijn bijdrage in de Ronde werd gelukkig toch alom gewaardeerd. Uiteraard was ik ook aanwezig bij de na-Tour huldiging in het Olympisch stadion in Amsterdam.

Later dat jaar, op 10 september, won Henk Steevens nog de Ronde van Roosendaal

1938-07-04 Ronde van Gingelom (B)

JAN LAMBRICHS, in de wandeling een bescheiden Limburger, in de course een ontembare!

door Evert van Mokum

’t Was in het begin van den zomer toen wij te Gingelom, een klein plaatsje in België, een wegcourse volgden voor onafhankelijken.
Zestig kilometer waren achter den rug en nog een negentig hadden de deelnemers voor den boeg, toen de hemel als ’t ware openscheurde. De regen stroomde uit de grauwe lucht, de wind gierde door de jagende bomen en in de verte brak in alle hevigheid het onweer los.

Jan Lambrichs

Vooral in de omgeving van Sint Truiden was het noodweer, vloog de modder de renners in de ogen, waren zij vrijwel onherkenbaar geworden.

Op een gegeven moment keek een jonge renner, Jan Lambrichs genaamd, om en in het gezicht van den Nederlander was iets juichends te lezen, terwijl hij zijn vijf metgezellen Pol Verschueren, Croes, Polleur, Meesters en Michaels stuk voor stuk bekeek. Want met deze goed rijdende Belgen vormde de gezonde boerenjongen uit het Limburgse land van bronsgroen eikenhout het hoofdpeloton.

Ook wij namen de tegenstanders van Lambrichs eens rustig op. Wat een kringen rond de ogen van de lange Verschueren! Wat een trekken rond den neus van Michaels! En wat hing het hoofd van Croes diep weggedoken tussen de stevige armen!

Maar dan! op een gegeven ogenblik was Lambrichs weggesprongen. Hij nam 20 Meter! Hij nam er 30, 50, 100!

Er waren twee wegen en de pijlen waren door het hemelwater uitgewist.
„Vooruit, rechtdoor”, dacht de Hollander.

Echter, Lambrichs had de verkeerde weg genomen en moest terug keren. En niet alleen dat hij er zijn genomen voorsprong mee verspeelde, neen, de Nederlander verloor er nog een goede honderd meter terrein mee ….

Opnieuw gooide Jan er een schepje op, stormde in z’n eentje de leiders achterna, zoals de golven bij stormachtig weer op de kust komen aanrollen: ongenadig!
Nauwelijks was er aansluiting, of Lambrichs bombardeerde over de vluchtelingen heen.

Wat een moed! Wat een zelfbewustheid!

Eén tegen vijf! De ongelijke strijd duurde maar korten tijd. De Belgische renners hadden er een hoog tempo ingezet en wisten na prachtige samenwerking den van strijdlust blakende Hollander weer te achterhalen.

Toen kreeg Limburgse Jan pech aan zijn rijwiel. Maar gelukkig, hij kon op een andere fiets springen en de course vervolgen.

Nog 10 kilometer waren te rijden. Op een vreemde „velo” waagde Lambrichs wederom een weglooppoging. Tevergeefs! Zijn concurrenten verstonden elkaar opperbest. Eerst ging Verschueren hem halen! Dan weer Meesters en Croes! En ook Michaels en Polleur weerden zich bij de verschillende demarrages van den slanken Nederlander geducht!

Lambrichs won de eerste premie en won er nog een paar bij. En tenslotte ook de eindspurt! Met drie volle lengten op den tweede en bijna vijf lengten op den derde!
Het meest demarreren, het meest koplopen, steeds van voren als er moest worden geklommen, verkeerd rijden, pech aan z’n machine, de premies in grootse stijl winnen en dan nog zegevieren in den eindsprint als ’t ware op één been, wanneer men als rijder tot iets dergelijks in staat is, dan moet men toch wel met uitzonderlijke kwaliteiten bedeeld zijn, dan moet men zeer zeker de grote klasse bezitten!

Na afloop van den wedstrijd hebben wij dan ook tegenover tal van sportvrienden onze warme bewondering voor Lambrichs prachtige rijden geuit en Joris van den Bergh, den samensteller van de Nederlandsche ploeg voorde Ronde van Frankrijk, persoonlijk nog toegevoegd, dat de jonge Limburger voor ons als de beste Nederlandsche wegrenner geldt, een renner met zéér veel toekomst.

Nieuwe Tilburgsche Courant 7 Juli 1938

In het begin van dit jaar heeft Lambrichs ons nog één en ander van zijn korte, maar zeker briljante wielerloopbaan verteld. Aan 46 wegcourses nam Jan in 1938 deel, met een totaal van 7.295 km. Zes wedstrijden wist hij daarvan te winnen, o. m. in Brussel—Fléron over 170 km., waarin hij direct vanaf het startschot in z’n eentje wegliep en, terwijl er toch 54 puike renners van de partij waren, met ruim vier minuten voorsprong arriveerde.

Voorts behaalde de man uit Bunde tal van ereplaatsen, w.o. in de Ronden van Purmerend, Oosterhout, Beverloo, Hoogerheide, Tegelen, Herentals, Falisolle, Herk-de-Stad, Flémalle, enz., enz. En zat het den jeugdigen sportman in verschillende wedstrijden niet altijd mee, had hij toen veelal te kampen met band- en kettingpech, bepaald schitterend werk leverde Lambrichs in de Ronde van Luxemburg en die van Zwitserland over 8 etappes, met een totalen afstand van 1682 kilometer. Het was vooral in het land van Wilhelm Teil, dat Jan overduidelijk toonde een geboren ronde-renner te zijn door, tegenslag ten spijt, op de 12e plaats beslag te leggen, na meesterlijk werk te hebben geleverd.

De eerste maal, dat wij deze landgenoot zagen rijden, voelden we reeds bij intuïtie dat in deze coureur sluimerende krachten aanwezig moesten zijn, die hem, bij een goede levenswijze, later tot één der grote wegrenners zouden kunnen stempelen. En nadien hebben wij hem in zijn opgang gevolgd en bleek elke course voor dezen zoon van het land een trap naar de topklasse.

Lambrichs behoort tot de categorie renners die buiten de arena kalm en bescheiden door het leven gaan, maar in de wedstrijden zelf moeilijk zijn te temmen. Er tintelt wat in zijn rijden! Het zuidelijke bloed spreekt dan; hij bruist van levenslust en droomt van …. direct na het startschot er tussen uit te trekken, in z’n eentje, en dan de course winnen, liefst met zoveel minuten voorsprong.

De revue der sporten 1939, no 52, 24-07-1939
http://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=dts%3A1693052%3Ampeg21%3A0013&query=met+de+renners+door+de+ronde&coll=dts&page=1&sortfield=datedesc