1953-05-10 Limburgs kampioenschap voor amateurs

Tevens vertelt Henk Steevens over de, na zijn winst in het kampioenschap volgende, aanloop naar zijn deelname aan de Tour de France 1953

Verdiende zege van Henk Steevens, na sprintduel met van der Weyden, in het kampioenschap van Limburg

We lezen het artikel van Gerard Sillen in het blad “wielersport” van 13 mei 1953:

Henk Steevens na de finish van het kampioenschap van Limburg te Valkenburg, staand met de hoed burgemeester Hens van Valkenburg, zittend met hoed Joris van den Bergh, foto archief Peet Knops

Deelnemerslijst amateurs

Ditmaal waren de weergoden de Cauberg-races eens gunstig gezind, zodat de vele duizenden toeschouwers naar harte-lust van een brokje aardig uitziende wielersport konden genieten. De aandacht van een lang niet onbelangrijk gedeelte van deze menigte gold in het bijzonder de verrichtingen van de Limburgse amateurs, die gingen uitmaken wie na Nolten (1950 en 1951) en Nieskens (1952) zijn naam op de erelijst mocht schrijven. Onder de uitgebreide familie „liefhebbers” zitten verschillende knapen, die heel wat in hun ransel hebben.

De vraag is nu maar of dit er ook uitkomt, want er zijn allerlei factoren die een opmars kunnen remmen, terwijl anderzijds bepaalde hoedanigheden door ijver, liefde tot de sport en wilskracht beklemtoond dienen te worden.

Limburgs wielerkampioenschap voor de amateurs te Valkenburg, de huldiging van de eerste drie aankomenden door burgemeester Hens van Valkenburg, v.l.n.r: Thei Paas, Flor van der Weyden en Henk Steevens Foto: van Duinen / Anefo

Eén ding is zeker, in de galerij der Limburgse kampioenen nam zondagmiddag iemand plaats, die hierin zeker geen slecht figuur slaat: Henk Steevens. De gebr. Steevens beschikken over een flinke portie aanleg, een beduidende hoeveelheid energie en op bepaalde momenten over een vinnige wedstrijdmentaliteit. Vooral dit laatste onderdeel van de „bagage” vrezen de concurrenten, want dan verdrijven de heren Leo en Henk Steevens door deze explosieve wilskracht vermoeidheid en zijn niet bevreesd voor welke rivalen ook. Henk Steevens speelde in het Limburgse kampioenschap op de Cauberg een grote rol. Tijdens de gehele koers was de oudste van het (jonge) broederpaar ergens heel vooraan te vinden.

Scheidend Limburgs kampioen Jac. Nieskens 1952 feliciteert de nieuwe Limburgse kampioen Henk Steevens. foto archief Jac. Nieskens

Trachtte iemand aan de haal te gaan en zag het er naar uit, dat dit geval gevaar kon opleveren, dan wipte Henk netjes mee, om zodoende een oogje in het zeil te houden en om eventueel zelf de finale in te luiden. Tientallen deelnemers bleken niet opgewassen tegen de elf Cauberg-ronden van elf kilometer en de daarin opgesloten hindernissen van velerlei soort. De jonge Boelhouwers bleek uit het goede hout te zijn gesneden, Jan Willemsen huisde steevast in de eerste linie, Pierre Steenbakkers hoopte kennelijk op een goede afloop, kortom er zat nogal wat leven in de brouwerij. Vooral na half koers, toen Jacq. Nieskens, Piet v. d. Brekel, Thei Paas, Flor v. d. Weyden, Henk Steevens, Jan Bakkers, Kees Boelhouwers, Jacq. Fooy, Willy Gramser, Leo Stevens etc. serieus naar een hoofdrol dongen. Diverse leiders kreeg het gezelschap. Leiders van allerlei pluimage, maar drie ronden voor het einde viel de slag, toen Henk Steevens en Flor van der Weyden hun makkers een vaarwel toeriepen en zich niet meer lieten zien, alvorens deze 121 kilometer-affaire achter de rug was. Dit duo nam een kleine voorsprong en verdedigde deze winst tegen de aanstormende concurrentie met mannenmoed en mét kunde. Henk Steevens trok in de eindspurt duidelijk aan het langste eind. Zijn succes was verdiend en iedereen gunde hem dit fraaie kampioenschap.

Limburgs kampioenschap 1953: Beeld van de beklimming van de Cauberg foto: van Duinen, / Anefo

De uitslag luidde:

  1. Henk Steevens, Elsloo, 121 km in 3 uur 23 min. 3 sec.;
  2. Flor v. d. Weyden, Maastricht, z.t.; op 23 sec.
  3. Theo Paas, Munstergeleen
  4. Jan Bakkers, Puth-Schinnen
  5. Kees Boelhouwers, Bunde
  6. Jacq. Nieskens, Swalmen; op 27 sec.
  7. Piet v. d. Brekel, Echt
  8. Jac. Fooy, Maastricht
  9. Willy Gramser, Siebengewald
  10. Leo Steevens, Elsloo
  11. Pierre Steenbakkers, Maastricht
  12. A. Paas, Munstergeleen
  13. G. Rongen, Bunde; op 1 min. 31 sec.
  14. Arnold Ehlen, Broeksittard
  15. Harry Ehlen, Sittard

Henk Steevens: In maart 1953 liep mijn dienstplicht ten einde, ik reed dat jaar nog een 15 tot 20 wedstrijden bij de amateurs. Ik won menige wedstrijd o.a. Luik-Heuseux, Heerlen, Horion Hozemont, Amby en Nieuwstad. Joris van den Bergh (hij stierf een maand later), hij had me zien rijden bij het Limburgs kampioenschap zei “je komt in aanmerking voor selectie van de Nederlandse ploeg voor het wereldkampioenschap in het Zwitserse Lugano. Hij nodigde me uit me te bewijzen in de “Grote Continental Prijs” te Hannover (Zondag 17 mei 1953) waarmee ik  een plek in de WK selectie kon afdwingen. Alle internationale amateurtoppers stonden daar aan de start. De donderdag ervoor (14 mei) moest ik echter nog met mijn club TWC Maastricht startten in de “Grote prijs van Aken”, 180km. Ook daar behaalde ik afgetekend de zege!!

Grote Prijs van Aken. Deze wegwedstrijd voor amateurs over 113 km leverde een eerste plaats op voor de Limburger Henk Stevens. Met Boelhouwers en Van de Weijden had hij een minuut voorsprong op Fooy, Muller (voor de afwisseling eens een Duitser), Anton Paas, Theo Paas en Steenbakkers. Een uitslag, die klinkt als een klok. Vooral de vereniging „TWC Maastricht” zal er tevreden mee zijn geweest. (De Waarheid 15 mei 1953)

Met onder andere Joris Van den Bergh en mecanieker Piet Gommans toog ik zaterdags naar Hannover voor de WK-selectiewedstrijd. Aangekomen in Hannover, geen hotel of pension hoor, we sliepen bij gewone mensen thuis, kreeg ’s avonds een paar boterhammen. Om half vijf s’morgens ging de wekker want de start van de wedstrijd was al om 6 uur !!
Ik vroeg aan de vrouw des huizes of ik nog een paar boterhammen mocht hebben want ik had verder niks om te eten in de koers, geen fruit, nee helemaal niks… Ik kreeg 4 sneetjes brood en en bol rauw gehakt mee, dat stak ik in mijn tas. Snel op naar de koers !!
Op weg naar de start, we hadden ons ook nog verreden, we kwamen bijna te laat. Door de speakers klonk het “wir warten noch fünf minuten auf die Holländer… ”
De gehele wereldtop stond daar aan de start.

Op ca. 60 km van de finish reed ik lek, uiteraard zelf het bandje omleggen, dat was toen normaal hè, ik stapte weer op de fiets en maar rije rije rije.. de kopgroep had nog een halve minuut voorsprong. Met nog één lange beklimming voor de boeg verder, rije rije rije… In een vloek en een zucht zag ik de koploper voor me rijden… Nu moet ik het goed gaan spelen, dacht ik bij mezelf. De toppers Hennes Junckermann en Walter Becker keken om, ze kenden me al van afgelopen donderdag in Aken. Boven op de top kwamen de motoren langszij de kopgroep met mij in het zog, broem broemm… Ik fietste, verstopt, naast een van die motoren en min of meer uit het zicht van de concurrentie langs de kopgroep. Ik nam snel ca. 300 meter. Ze hadden me niet voorbij zien rijden, ik was er tussen uit geknepen, was weg, en blééf weg… ik kwam met bijna 2 minuten voorsprong aan bij de eindstreep.

Henk Stevens, die we nu al willen tippen voor de wegkampioenschappen van 3 Juli, deed het Zondag eens dunnetjes over in de Continental-prijs te Hannover. Duitsers, Luxemburgers en Zwitsers namen daaraan deel. Een wedstrijd over 186 kilometer, te beschouwen als gelijkwaardig aan een klassieker als de Ronde van Midden-Nederland, maar nog iets geaccidenteerder. Op de Nienstedterberg schudde Stevens al zijn concurrenten van zich af. Met 80 seconden voorsprong kwam hij zegevierend in Hannover terug. De winnaar van de Ronde van de Saar, Becker, werd tweede. Slechts 19 van de 106 deelnemers bereikten het eindpunt. (De Waarheid 18 mei 1953)

Kees Pellenaars had me op de Cauberg zien rijden, wist ook van de overwinningen in Aken en Hannover etc, en wilde mij, want Dekkers en Faanhof waren niet in vorm, mee nemen naar de Tour de France dat jaar. Ik ga niet mee meneer Pellenaars…, Ik was stellig: Nee, ik ga NIET mee. Hij zocht me op in Elsloo, Nee, nee, NEE, ik ben te jong… De Pel: Je mag een andere oudere coureur meenemen, (Sjefke of Jan) en dit jaar mee om te leren, en volgend jaar neem ik je mee, dan moet je doorbreken..

Officiele mededelingen der NWU (tijdschrift Wielersport 25 juni 1953)

Uiteindelijk vroeg ik toch een beroepsrennerslicentie aan en ging ik mee naar de Tour, mede ook voor de duiten..

Nieuwe Tilburgsche Courant 2 juli 1953

Henk verteld kort over zijn ervaringen in de Tour: Ik reed lek, Kees Pellenaars reed langs, hij leek me niet te zien, ik riep hard “héé”, hij gooide een tube uit de auto. Ik kwam weer terug in het peloton… “héé Heintje je moet je wiel afgeven, Wout Wagtmans heeft lek”… met de tong op de schoenen weer terug naar het peloton gereden…. toen kwam Wim van Est: “Heintje ga me effe wat donker bier halen in dat café daar”… Waterdragen? Ik haalde water voor iederéén van de ploeg, voor mij zelf bleef niks over, ik heb er wel van geleerd…

De huldiging van de Tour de France ploeg 1953 in het Olympisch stadion in Amsterdam. foto: J.D. Noske / Anefo

Uiteindelijk  na een val, waarbij ik een spier scheurde, viel ik oververmoeid uit. Dat was na de 6e etappe, bij de finish in Le Mans, maar mijn bijdrage in de Ronde werd gelukkig toch alom gewaardeerd. Uiteraard was ik ook aanwezig bij de na-Tour huldiging in het Olympisch stadion in Amsterdam.

Later dat jaar, op 10 september, won Henk Steevens nog de Ronde van Roosendaal

2018-03-18 Kees  Boelhouwers, over zijn kleurrijk wielerverleden

“De Boelhauwer”

…over zijn kleurrijk wielerverleden gesproken

Mia en Kees Boelhouwers

Herinneringen aan Kees Boelhouwers gaan meestal gepaard met een glimlach, wat dan weer duidt op het prettige ervan. “De Boelhauwer “(de Franse pers schreef steevast Caisse Pull-over) zoals hij vroeger genoemd werd was inderdaad een wielrenner die altijd kleur aan een wedstrijd gaf. Kees Boelhouwers,  iemand die ook amusant kon vertellen over het wel en wee van “de wielrenner”, hij is niet meer, zondag 18 maart jl. overleden op 88 jarige leeftijd.

Wijk bij Duurstede, 15 September 1954, met zijn clubmaten aan de start van het Nederlandse Clubkampioenschap op de weg, TWC Maastricht (4e geklasseerd die dag), v.l.n.r: Henk Steevens, Martin van den Borgh, Jan Nolten, Kees Boelhouwers, Flor van der Weyden en Leo Steevens

Hij wist nog exact hoe hij spurters als Rik van Looy en Willy Vannitsen klopte. Hoe hij klom met Jan Nolten. Of hoe Gerrit Voorting hem de overwinning wou verkopen nadat hij van start tot finish aan de leiding was geweest. Elke van zijn overwinningen, o.a. in 22 wilde rondes en 61 bij de amateurs, kon hij nog voor de geest halen, een bijzondere man, de sympathieke Kees

Kees Boelhouwers kon goed spurten, tijdrijden, was een redelijke klimmer maar was bovenal „leep”. Voor vele rijders in de jaren ’47 tot ’57 was Boelhouwers „de gesel” als hij deel uitmaakte van het peloton.

Kees Boelhouwers

Niet alleen van de anderen maar ook van zijn eigen vergde hij enorm veel. Soms klapte hij wegens een verkeerde krachtsdosering vlak voor de finish in elkaar. Na de finish moest hij vaak lang wachten om weer „mens” te worden. De supporters van de andere renners waren dan gauw met hun visie klaar: „Hij is weer gedrogeerd” zoals men dat noemde. “Men heeft mij vaak, uit jaloezie, ten onrechte hiervan beticht. Ik was hard voor mezelf en ging steeds tot het uiterste met de daaraan gekoppelde gevolgen. Natuurlijk heb ik vroeger, net zoals elkeen, wel eens gepakt. Maar niet in die mate als men beweerde. De rijders die na ons zijn gekomen, die hebben veel meer gepakt en dan ook nog bewust. Het woord doping bestond toen nog niet. Het waren vooral de Belgen die altijd wel een pilleke of „erwt” hadden. Zo iemand werd dan gifslikker genoemd. We wisten nog niet eens de naam van het spul laat staan dat we wisten hoe iets werkte. Nee als ik alles eens overdenk en vergelijk met nu dan waren wij vroeger heiligen of stommeriken”. Toch was het juist Kees Boelhouwers zelf die vaak voedsel aan die geruchten gaf. Zo kon het wel eens gebeuren dat hij voor de start van een wedstrijd de tegenstander een flesje (met water) liet zien. Zijn woorden: „Als dit ontploft” verlamde dan vaak de anderen voordat de pedalen ook maar één keer waren rondgegaan. Kees, een man met humor. “Nee, de dokters verdienden nog geen snee droog brood aan me!”

Omloop van de Twaalf Kantons, de ploeg onder leiding van Toine Gense met o.a. Flor van der Weyden, eindwinnaar Kees Boelhouwers, Jacq Nieskens, Mart vd Borgh, Steenbakkers en Keulers en verzorger van Chris van Doorn

Limburgs dagblad 8 Juli 1954

Boelhouwers had het wielrennen niet van een vreemde. Niemand minder dan Jan Lambrichs, zijn oom, was zijn leermeester. Volgens Boelhouwers was deze niet alleen de beste wielrijder maar ook de meest harde leermeester die het Nederlandse wielrennen ooit gehad heeft. Dat was per week minstens 2 keer 250 km trainen. Of ’s middags nog „even” naar Brussel heen en weer om een contactje te tekenen. Deze hardheid moest een toprijder bezitten om mee te kunnen.

Kees Boelhouwers 24 jaar in de ronde van Joegoslavië (1954) Foto FB: ‎Sanne Boelhouwers

Kees Boelhouwers, zijn  verhalen doorspekt met humor en heroïek logen er niet om. Zo verhaalde hij met een verwrongen gezicht hoe hij in ’54 in de Ronde van Joegoslavië, waarin hij uiteindelijk 7de werd, over de berg Vrsic moest. „De wegen waren geheel niet geasfalteerd. Ik liep in die ene etappe alleen al 9 platte banden op. Het was op die flanken bitter koud en ik had thee over mijn handen gegooid om het toch maar warm te krijgen. Terwijl ik weer een platte band had en aan sterven dacht kwam mijn ploeggenoot Jack Gelissen langs. Hij heeft toen kunnen voorkomen dat ik mijn fiets in het ravijn zou smijten van ellende. Om weer warm te krijgen heeft hij mij toen maar over mijn handen geplast”.

Kees Boelhouwers

Al zijn wielerervaringen zijn minutieus in zijn geheugen gegrift. Zijn carrière als amateur was kort maar succesvol,  hij won tientallen wedstrijden, waarbij onder meer de gerenommeerde Luxemburgse Omloop der 12 Kantons.  Kees ook naam met zijn goede rijden in La Route de France en de Ronde van Belgisch Limburg, de Ster van Namen, de Ronde van Joegoslavië. Daarnaast was hij “eerste reserve” voor het WK in Solingen  1954 en reed hij in vrijwel alle landen van West Europa, en waar hij routine en ervaring opdeed.

Limburgs Dagblad 20 Juni 1955

In het voorjaar van 1955 vond Kees dat het tijd was over te stappen naar de Onafhankelijken. Hij was net 25 jaar geworden en was vast besloten als onafhankelijke dezelfde successen te behalen als amateur en hoopte binnen afzienbare tijd professional te worden, precies zoals zijn oom “old-horse” Jan Lambrichs. In 1955 was zijn deelname in de Ronde van Zuid-Oost Frankrijk, hij was de enige Nederlander die met de besten ( Gaul, Debruyne, Anquetil, Stablinsky, Privat) mee kon,  werkelijks veelbelovend, zo ook zijn rijden in de Ronde van België.

Limburgs Dagblad 9 oktober 1955

Kees werd in 1955 nog Clubkampioen van TWC Maastricht, was 2e achter Gerrit Voorting op het St. Pietersberg circuit en was bij de selectie die afgevaardigd werd naar Rome voor het Criterium der Naties.

Limburgs Dagblad 9 Maart 1956

In 1956 kwam Kees als beroepsrenner onder dak bij de Eroba ploeg, onder leiding van Toine Gense.

Limburgs Dagblad 19 maart 1956

In het voorseizoen 1956 behaalde Kees Boelhouwers enkele ereplaatsen en behaalde voor de 2e keer de titel van Clubkampioen van TWC Maastricht categorie Beroepsrenners en onafhankelijken.

Kees Boelhouwers 1956, voor de tweede maal in successie Clubkampioen van TWC Maastricht bij de categorie Beroepsrenners en Onafhankelijken, foto René Bovens (Wei is van Meersje-Wes)

Zijn abrupt afscheid dat zelfde voorjaar uit het peloton stond Kees nog  levendig voor zijn geest. Hij was aangewezen om het Ardeens Weekend (Waalse Pijl en Luik Bastenaken Luik) te rijden. „Ik dacht leep te zijn”, zei hij. „Ik wilde graag Luik-Bastenaken-Luik winnen. Om daar fris aan de start te komen meldde hij zich bij Toine Gense de ploegleider af voor de eerste koers van het Ardeens weekend, de Waalse Pijl. Hij waarschuwde me nog, ik zou en moest toch aan de start komen ondanks dat ik voorwendde dat ik me niet lekker voelde. “Terwijl ik daar aan de start stond werd er omgeroepen dat ik toch niet mocht starten. Twan Gense kwam mij persoonlijk mijn rugnummer afspelden. Ik vond dit zo erg, dat ik ter plekke  besliste om meteen met wielrennen te stoppen !!”

Limburgs dagblad 7 mei 1956 Tot de ingeschreven die niet aan de start kwamen behoorden de Nederlanders Boelhouwers, Plantaz en van Oers

Limburgs Dagblad 8 Mei 1956, Mosterd na de maaltijd. “De leiding van de Eroba-ploeg heeft zaterdag het besluit genomen om Kees Boelhouwers ook niet te laten starten in Duinkerken”. Kees had inmiddels de pijp al aan maarten gegeven….

In 1962 vroeg Kees nog eens een licentie aan om deel te nemen aan de Limburgse criteria, enkele mooie ereplaatsen kon hij nog bemachtigen.

Limburgs Dagblad 23 Maart 1962, de comeback…

Bron: Limburgs Dagblad 27 december 1980, de basis voor dit bericht, klik en lees deze krant

Recente foto van Kees (facebook)

Regelmatig was hij aanwezig bij de wielercafés van de Vriendenclub van 100, ik had hem nog van alles willen vragen, het mocht niet meer zijn. Tot voor kort reed hij nog met speels gemak op zijn fiets toertochten van 60 à 70 km, een bijzondere man, Kees Boelhouwers, we zullen hem missen..

Kees Boelhouwers, Henk Steevens en Hub Harings, present bij de Vrienden Club van Honderd Reünie Limburgse oud renners op 1 december 2015

 

1954-06-27 Ronde van Berg en Terblijt

Voorbeschouwing:

Nol Ehlen favoriet

Zondag 21 Juni a.s. wordt te Berg en Terblijt een grote ronde georganiseerd door de supportersclub van Jean Pluymaeckers. Deze wedstrijd word gehouden onder auspiciën van de K.N.W.U. Het mooie parcours Grotestraat, Geulhemmerweg, Langenakker, Dr. Goosssensstraat, Valkenburgerstraat is 1550 m. lang en uiterst geschikt voor criterium wedstrijden. Het organiserend comité heeft kosten noch moeite gespaard om een prachtig rennersveld bij elkaar te krijgen.

Om half twee precies gaan de nieuwelingen van start. Deze dienen plus minus 50 km te draaien. In deze categorie gaat de meeste belangstelling uit naar Jo Heiligers uit Valkenburg, die ook talrijke supporters in Berg heeft. Als hij de inzinking te boven is, waar hij de laatste weken mee te kampen heeft gehad, geven we hem natuurlijk een behoorlijke kans op de overwinning. Doch Hassel uit Schinnen, de winnaar van de vorige ronde van Berg en Terblijt behoort eveneens tot favorieten, alsmede Pieters, Maastricht; Vek, Ubach over Worms; Rongen, Bunde; Reijnders Sibbe; enz. zullen zich danig weren om de ereplaatsen op te eisen.

Om drie uur gaan de amateurs van start over een afstand van 100 km. Nol Ehlen had de vorige Ronde Van Berg en Terblijt de eer om de bloemen in ontvangst te nemen en wij zijn ervan overtuigd dat hij alles in het werk zal stellen om dit nog eens over te doen. Maar knapen als v. d. Brekel, J. Gelissen, van Rooy, Lahaije, Nieskens, Vrancken, Hamers, Boelhouwers, Leunissen enz. denken er anders over en zijn zeker in staat om op Berg met de eer te gaan strijken.

De plaatselijke favoriet Pluymaeckers zou er graag iets voor over hebben om voor eigen publiek te kunnen winnen. Kansloos is hij niet, want momenteel verkeert hij in prima forme.

Jacq. Nieskens’ reactie bij deze foto uit zijn archief: Na de finish komt de kamprechter naar me toe, Kueb, zei hij, wie van jullie tweeën heeft gewonnen? Jij of Pietje van den Brekel? “Ik zeg het je eerlijk, Pietje heeft me met een banddikte verslagen”. Ja zei hij, want ik kon het zelf namelijk niet zien. Piet wint, nou ja, maar zoals altijd, we deelden de prijzen.

De koers:
Piet van den Brekel winnaar

Nadat de blonde krullenbol Flor van der Weijden op zoek naar de zege was gegaan, vergezeld van de Kerkradenaar Van Loo, die echter moest achterblijven wegens een defect aan zijn racekarretje, had hij op bijna alles een ronde genomen. Behalve echter op Boelhouwers, Nieskens, v.d. Brekel, Gelissen en Moonen, die nu jacht maakten op v.d. Weijden, en dit niet tevergeefs deden, want toen de laatste ronde inging, haalden ze de dappere v.d. Weijden, met de finish in zicht terug.

De ronde begon met pech voor de plaatselijke favoriet Jean Pluymaeckers, die reeds in de tweede ronde door een lekke band de strijd staakte. Daarna zagen we dan Van Loo en v.d. Weijden het hazenpad kiezen, doch deze ontsnapping die aanvankelijk niet zo gemeend leek, heeft dan tóch door deze enkele ontsnapping de koers een levendig karakter gegeven, waarvan men van de eerste tot de laatste ronde ten volle heeft kunnen genieten.

Piet v.d. Brekel toonde zich van de vijf die aan de leiding zaten de snelste in de sprint.

De uitslag luidde:
1. Piet vd Brekel, Echt 100km in 2.40.10
2. Jacq Nieskens, Swalmen op banddikte
3. Jac Gelissen, Beek
4. Kees Boelhouwers, Bunde
5. Flor v.d. Weijden, Maastricht
6. Jan Willemsen, Nuth, op 1 ronde
7. G. Moonen, Heer 
8. H. Leunissen, Geleen
9. A de Kooy, Eijgelshoven
10. Nol Ehlen, Broeksittard
11. J. Stens, Gulpen
12. G. Lammers Ubach over Worms

In afwachting van de ceremonie protocolaire Rechts Jacq Nieskens, links winnaar Piet van den Brekel, foto archief Jacq Nieskens

Uitslag Nieuwelingen 
1. Jo Heiligers, Valkenburg, 50km in 1.18.13
2. G. van Gassel, Schinnen
3. J. Pieters, Maastricht
4. J. Roelofsen, Spaubeek
5. A. Rongen, Bunde
6. E. Menten, Maastricht
7. J. Maassen, Bunde
8. P. Kohlen, Heerlerbaan
9. J. Meessen, Wijnandsrade
10. H. Bruynen, Maastricht

Flor van der Weijden had dus een dik aandeel in het keurig en boeiend verloop van de Ronde van Berg en Terblijt. Hij speelde een kranige hoofdrol. Toch rolden na afloop de tranen over zijn bevuilde wangen. Wat was er gebeurd? Van der Weijden gooide spoedig na de start de knuppel in het hoenderhok. Hij stoof voorwaarts, zoals hij in vele van de voorafgaande rondes ook al had gedaan, verwijderde zich meer en meer van de uitgebreide familie. Hij keek het langgerekte peloton tenslotte in de rug en maakte aanstalten dit verschil te overbruggen, toen hij in de verte belagers zag opdagen.

Piet van den Brekel, Jacq Nieskens, Jac Gelissen en Kees Boelhouwers hadden op het juiste tijdstip de groep verlaten en waren druk doende om Van der  Weijden tot de orde te roepen. Hierin slaagde dit viertal, waarna de aansluiting met het veld werd verkregen. Vijf man noteerden dus een complete ronde winst. Van der Weijden wetende dat hij straks in de sprint kansloos was, trachtte keer op keer zijn gezellen kwijt te raken hetgeen hem niet lukte.

Piet van den Brekel smaakte eindelijk weer eens het genoegen om zegevierend over de streep te stuiven, zij het met een minimaal verschil, want Jacq Nieskens legde hem het vuur na aan de schenen. Zoals bekend is Van den Brekel in militaire dienst, zodat hij niet geregeld kan trainen. Nieskens deed het weer prima, evenals Boelhouwers en Gelissen.
bron:wielersport,jaargang3, nr20, blz11 01-07-1954

Limburgsch dagblad 25-06-1954

Limburgsch dagblad 25-06-1954