1954-06-27 Ronde van Berg en Terblijt

Voorbeschouwing:

Nol Ehlen favoriet

Zondag 21 Juni a.s. wordt te Berg en Terblijt een grote ronde georganiseerd door de supportersclub van Jean Pluymaeckers. Deze wedstrijd word gehouden onder auspiciën van de K.N.W.U. Het mooie parcours Grotestraat, Geulhemmerweg, Langenakker, Dr. Goosssensstraat, Valkenburgerstraat is 1550 m. lang en uiterst geschikt voor criterium wedstrijden. Het organiserend comité heeft kosten noch moeite gespaard om een prachtig rennersveld bij elkaar te krijgen.

Om half twee precies gaan de nieuwelingen van start. Deze dienen plus minus 50 km te draaien. In deze categorie gaat de meeste belangstelling uit naar Jo Heiligers uit Valkenburg, die ook talrijke supporters in Berg heeft. Als hij de inzinking te boven is, waar hij de laatste weken mee te kampen heeft gehad, geven we hem natuurlijk een behoorlijke kans op de overwinning. Doch Hassel uit Schinnen, de winnaar van de vorige ronde van Berg en Terblijt behoort eveneens tot favorieten, alsmede Pieters, Maastricht; Vek, Ubach over Worms; Rongen, Bunde; Reijnders Sibbe; enz. zullen zich danig weren om de ereplaatsen op te eisen.

Om drie uur gaan de amateurs van start over een afstand van 100 km. Nol Ehlen had de vorige Ronde Van Berg en Terblijt de eer om de bloemen in ontvangst te nemen en wij zijn ervan overtuigd dat hij alles in het werk zal stellen om dit nog eens over te doen. Maar knapen als v. d. Brekel, J. Gelissen, van Rooy, Lahaije, Nieskens, Vrancken, Hamers, Boelhouwers, Leunissen enz. denken er anders over en zijn zeker in staat om op Berg met de eer te gaan strijken.

De plaatselijke favoriet Pluymaeckers zou er graag iets voor over hebben om voor eigen publiek te kunnen winnen. Kansloos is hij niet, want momenteel verkeert hij in prima forme.

Jacq. Nieskens’ reactie bij deze foto uit zijn archief: Na de finish komt de kamprechter naar me toe, Kueb, zei hij, wie van jullie tweeën heeft gewonnen? Jij of Pietje van den Brekel? “Ik zeg het je eerlijk, Pietje heeft me met een banddikte verslagen”. Ja zei hij, want ik kon het zelf namelijk niet zien. Piet wint, nou ja, maar zoals altijd, we deelden de prijzen.
De koers:
Piet van den Brekel winnaar

Nadat de blonde krullenbol Flor van der Weijden op zoek naar de zege was gegaan, vergezeld van de Kerkradenaar Van Loo, die echter moest achterblijven wegens een defect aan zijn racekarretje, had hij op bijna alles een ronde genomen. Behalve echter op Boelhouwers, Nieskens, v.d. Brekel, Gelissen en Moonen, die nu jacht maakten op v.d. Weijden, en dit niet tevergeefs deden, want toen de laatste ronde inging, haalden ze de dappere v.d. Weijden, met de finish in zicht terug.

De ronde begon met pech voor de plaatselijke favoriet Jean Pluymaeckers, die reeds in de tweede ronde door een lekke band de strijd staakte. Daarna zagen we dan Van Loo en v.d. Weijden het hazenpad kiezen, doch deze ontsnapping die aanvankelijk niet zo gemeend leek, heeft dan tóch door deze enkele ontsnapping de koers een levendig karakter gegeven, waarvan men van de eerste tot de laatste ronde ten volle heeft kunnen genieten.

Piet v.d. Brekel toonde zich van de vijf die aan de leiding zaten de snelste in de sprint.

De uitslag luidde:
1. Piet vd Brekel, Echt 100km in 2.40.10
2. Jacq Nieskens, Swalmen op banddikte
3. Jac Gelissen, Beek
4. Kees Boelhouwers, Bunde
5. Flor v.d. Weijden, Maastricht
6. Jan Willemsen, Nuth, op 1 ronde
7. G. Moonen, Heer 
8. H. Leunissen, Geleen
9. A de Kooy, Eijgelshoven
10. Nol Ehlen, Broeksittard
11. J. Stens, Gulpen
12. G. Lammers Ubach over Worms
In afwachting van de ceremonie protocolaire Rechts Jacq Nieskens, links winnaar Piet van den Brekel, foto archief Jacq Nieskens
Uitslag Nieuwelingen 
1. Jo Heiligers, Valkenburg, 50km in 1.18.13
2. G. van Gassel, Schinnen
3. J. Pieters, Maastricht
4. J. Roelofsen, Spaubeek
5. A. Rongen, Bunde
6. E. Menten, Maastricht
7. J. Maassen, Bunde
8. P. Kohlen, Heerlerbaan
9. J. Meessen, Wijnandsrade
10. H. Bruynen, Maastricht

Flor van der Weijden had dus een dik aandeel in het keurig en boeiend verloop van de Ronde van Berg en Terblijt. Hij speelde een kranige hoofdrol. Toch rolden na afloop de tranen over zijn bevuilde wangen. Wat was er gebeurd? Van der Weijden gooide spoedig na de start de knuppel in het hoenderhok. Hij stoof voorwaarts, zoals hij in vele van de voorafgaande rondes ook al had gedaan, verwijderde zich meer en meer van de uitgebreide familie. Hij keek het langgerekte peloton tenslotte in de rug en maakte aanstalten dit verschil te overbruggen, toen hij in de verte belagers zag opdagen.

Piet van den Brekel, Jacq Nieskens, Jac Gelissen en Kees Boelhouwers hadden op het juiste tijdstip de groep verlaten en waren druk doende om Van der  Weijden tot de orde te roepen. Hierin slaagde dit viertal, waarna de aansluiting met het veld werd verkregen. Vijf man noteerden dus een complete ronde winst. Van der Weijden wetende dat hij straks in de sprint kansloos was, trachtte keer op keer zijn gezellen kwijt te raken hetgeen hem niet lukte.

Piet van den Brekel smaakte eindelijk weer eens het genoegen om zegevierend over de streep te stuiven, zij het met een minimaal verschil, want Jacq Nieskens legde hem het vuur na aan de schenen. Zoals bekend is Van den Brekel in militaire dienst, zodat hij niet geregeld kan trainen. Nieskens deed het weer prima, evenals Boelhouwers en Gelissen.
bron:wielersport,jaargang3, nr20, blz11 01-07-1954

Limburgsch dagblad 25-06-1954
Limburgsch dagblad 25-06-1954

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kees  Boelhouwers, over zijn kleurrijk wielerverleden

“De Boelhauwer”

…over zijn kleurrijk wielerverleden gesproken
Mia en Kees Boelhouwers

Herinneringen aan Kees Boelhouwers gaan meestal gepaard met een glimlach, wat dan weer duidt op het prettige ervan. “De Boelhauwer “(de Franse pers schreef steevast Caisse Pull-over) zoals hij vroeger genoemd werd was inderdaad een wielrenner die altijd kleur aan een wedstrijd gaf. Kees Boelhouwers,  iemand die ook amusant kon vertellen over het wel en wee van “de wielrenner”, hij is niet meer, zondag 18 maart jl. overleden op 88 jarige leeftijd.

Wijk bij Duurstede, 15 September 1954, met zijn clubmaten aan de start van het Nederlandse Clubkampioenschap op de weg, TWC Maastricht (4e geklasseerd die dag), v.l.n.r: Henk Steevens, Martin van den Borgh, Jan Nolten, Kees Boelhouwers, Flor van der Weyden en Leo Steevens
Hij wist nog exact hoe hij spurters als Rik van Looy en Willy Vannitsen klopte. Hoe hij klom met Jan Nolten. Of hoe Gerrit Voorting hem de overwinning wou verkopen nadat hij van start tot finish aan de leiding was geweest. Elke van zijn overwinningen, o.a. in 22 wilde rondes en 61 bij de amateurs, kon hij nog voor de geest halen, een bijzondere man, de sympathieke Kees

Kees Boelhouwers kon goed spurten, tijdrijden, was een redelijke klimmer maar was bovenal „leep”. Voor vele rijders in de jaren ’47 tot ’57 was Boelhouwers „de gesel” als hij deel uitmaakte van het peloton.

Kees Boelhouwers
Niet alleen van de anderen maar ook van zijn eigen vergde hij enorm veel. Soms klapte hij wegens een verkeerde krachtsdosering vlak voor de finish in elkaar. Na de finish moest hij vaak lang wachten om weer „mens" te worden. De supporters van de andere renners waren dan gauw met hun visie klaar: „Hij is weer gedrogeerd" zoals men dat noemde.

“Men heeft mij vaak, uit jaloezie, ten onrechte hiervan beticht. Ik was hard voor mezelf en ging steeds tot het uiterste met de daaraan gekoppelde gevolgen. Natuurlijk heb ik vroeger, net zoals elkeen, wel eens gepakt. Maar niet in die mate als men beweerde. De rijders die na ons zijn gekomen, die hebben veel meer gepakt en dan ook nog bewust. Het woord doping bestond toen nog niet. Het waren vooral de Belgen die altijd wel een pilleke of „erwt" hadden. Zo iemand werd dan gifslikker genoemd. We wisten nog niet eens de naam van het spul laat staan dat we wisten hoe iets werkte. Nee als ik alles eens overdenk en vergelijk met nu dan waren wij vroeger heiligen of stommeriken".

Toch was het juist Kees Boelhouwers zelf die vaak voedsel aan die geruchten gaf. Zo kon het wel eens gebeuren dat hij voor de start van een wedstrijd de tegenstander een flesje (met water) liet zien. Zijn woorden: „Als dit ontploft" verlamde dan vaak de anderen voordat de pedalen ook maar één keer waren rondgegaan. Kees, een man met humor. “Nee, de dokters verdienden nog geen snee droog brood aan me!"
Limburgs dagblad 8 Juli 1954

Boelhouwers had het wielrennen niet van een vreemde. Niemand minder dan Jan Lambrichs, zijn oom, was zijn leermeester. Volgens Boelhouwers was deze niet alleen de beste wielrijder maar ook de meest harde leermeester die het Nederlandse wielrennen ooit gehad heeft. Dat was per week minstens 2 keer 250 km trainen. Of ’s middags nog „even” naar Brussel heen en weer om een contactje te tekenen. Deze hardheid moest een toprijder bezitten om mee te kunnen.

Kees Boelhouwers 24 jaar in de ronde van Joegoslavië (1954) Foto FB: ‎Sanne Boelhouwers

Kees Boelhouwers, zijn  verhalen doorspekt met humor en heroïek logen er niet om. Zo verhaalde hij met een verwrongen gezicht hoe hij in ’54 in de Ronde van Joegoslavië, waarin hij uiteindelijk 7de werd, over de berg Vrsic moest. „De wegen waren geheel niet geasfalteerd. Ik liep in die ene etappe alleen al 9 platte banden op. Het was op die flanken bitter koud en ik had thee over mijn handen gegooid om het toch maar warm te krijgen. Terwijl ik weer een platte band had en aan sterven dacht kwam mijn ploeggenoot Jack Gelissen langs. Hij heeft toen kunnen voorkomen dat ik mijn fiets in het ravijn zou smijten van ellende. Om weer warm te krijgen heeft hij mij toen maar over mijn handen geplast”.

Kees Boelhouwers

Al zijn wielerervaringen zijn minutieus in zijn geheugen gegrift. Zijn carrière als amateur was kort maar succesvol,  hij won tientallen wedstrijden, waarbij onder meer de gerenommeerde Luxemburgse Omloop der 12 Kantons.  Kees ook naam met zijn goede rijden in La Route de France en de Ronde van Belgisch Limburg, de Ster van Namen, de Ronde van Joegoslavië. Daarnaast was hij “eerste reserve” voor het WK in Solingen  1954 en reed hij in vrijwel alle landen van West Europa, en waar hij routine en ervaring opdeed.

Limburgs Dagblad 20 Juni 1955

In het voorjaar van 1955 vond Kees dat het tijd was over te stappen naar de Onafhankelijken. Hij was net 25 jaar geworden en was vast besloten als onafhankelijke dezelfde successen te behalen als amateur en hoopte binnen afzienbare tijd professional te worden, precies zoals zijn oom “old-horse” Jan Lambrichs. In 1955 was zijn deelname in de Ronde van Zuid-Oost Frankrijk, hij was de enige Nederlander die met de besten ( Gaul, Debruyne, Anquetil, Stablinsky, Privat) mee kon,  werkelijks veelbelovend, zo ook zijn rijden in de Ronde van België.

Limburgs Dagblad 9 oktober 1955

Kees werd in 1955 nog Clubkampioen van TWC Maastricht, was 2e achter Gerrit Voorting op het St. Pietersberg circuit en was bij de selectie die afgevaardigd werd naar Rome voor het Criterium der Naties.

Limburgs Dagblad 9 Maart 1956

In 1956 kwam Kees als beroepsrenner onder dak bij de Eroba ploeg, onder leiding van Toine Gense.

Limburgs Dagblad 19 maart 1956

In het voorseizoen 1956 behaalde Kees Boelhouwers enkele ereplaatsen en behaalde voor de 2e keer de titel van Clubkampioen van TWC Maastricht categorie Beroepsrenners en onafhankelijken.

Kees Boelhouwers 1956, voor de tweede maal in successie Clubkampioen van TWC Maastricht bij de categorie Beroepsrenners en Onafhankelijken, foto René Bovens (Wei is van Meersje-Wes)

Zijn abrupt afscheid dat zelfde voorjaar uit het peloton stond Kees nog  levendig voor zijn geest. Hij was aangewezen om het Ardeens Weekend (Waalse Pijl en Luik Bastenaken Luik) te rijden. „Ik dacht leep te zijn”, zei hij. „Ik wilde graag Luik-Bastenaken-Luik winnen. Om daar fris aan de start te komen meldde hij zich bij Toine Gense de ploegleider af voor de eerste koers van het Ardeens weekend, de Waalse Pijl. Hij waarschuwde me nog, ik zou en moest toch aan de start komen ondanks dat ik voorwendde dat ik me niet lekker voelde. “Terwijl ik daar aan de start stond werd er omgeroepen dat ik toch niet mocht starten. Twan Gense kwam mij persoonlijk mijn rugnummer afspelden. Ik vond dit zo erg, dat ik ter plekke  besliste om meteen met wielrennen te stoppen !!”

Limburgs dagblad 7 mei 1956 Tot de ingeschreven die niet aan de start kwamen behoorden de Nederlanders Boelhouwers, Plantaz en van Oers
Limburgs Dagblad 8 Mei 1956, Mosterd na de maaltijd. “De leiding van de Eroba-ploeg heeft zaterdag het besluit genomen om Kees Boelhouwers ook niet te laten starten in Duinkerken”. Kees had inmiddels de pijp al aan maarten gegeven….

In 1962 vroeg Kees nog eens een licentie aan om deel te nemen aan de Limburgse criteria, enkele mooie ereplaatsen kon hij nog bemachtigen.

Limburgs Dagblad 23 Maart 1962, de comeback…
Bron: Limburgs Dagblad 27 december 1980, de basis voor dit bericht, klik en lees deze krant
Recente foto van Kees (facebook)

Regelmatig was hij aanwezig bij de wielercafés van de Vriendenclub van 100, ik had hem nog van alles willen vragen, het mocht niet meer zijn. Tot voor kort reed hij nog met speels gemak op zijn fiets toertochten van 60 à 70 km, een bijzondere man, Kees Boelhouwers, we zullen hem missen..

Kees Boelhouwers, Henk Steevens en Hub Harings, present bij de Vrienden Club van Honderd Reünie Limburgse oud renners op 1 december 2015