1900-04-13 Parijs, Le meeting du Pâques

Meyers te Parijs!

Harie Meyers, onze Maastrichtse landgenoot, is weer naar Parijs; hij gaat uitkomen in de wedstrijd om de Paasprijs. Hij schreef aan Le Vélo, dat hij zich niet geregeld heeft kunnen trainen in Maastricht wegens het ongunstige weer. Hij gaat nu hard aan ’t werk op de 666 meter van het Parc des Princes

Harie Meyers

Tilburgsche courant 15 april 1900:

Jaap Eden en Mathieu Cordang zijn volgens het blad De Kampioen dezer dagen naar Maastricht vertrokken om zich daar zoetjesaan te gaan prepareren voor de grote wielersport gebeurtenissen van het aanstaande seizoen. Ze hebben dus het voorbeeld gevolgd van onzen kampioen Harie Meyers, die op de Limburgse wegen eveneens zijn trainingswerk begonnen is en thans nog slechts wat „speedwork” op de baan van nodig heeft om behoorlijk in form te zijn. Jaap heeft een contract gesloten met een bandenfabriek.Wat Cordang’s voornemens zijn, valt thans bij benadering af te leiden uit de omstandigheid, dat ook hij met een fabriek gecontracteerd heeft om haar banden te berijden. De oude liefde is dus ten slotte tóch weer bovengekomen, zijn vroegere plannen om niet meer aan de rennerij te doen ten spijt. Zodra hij in conditie is, vertrekt hij naar Berlijn. Hij hoopt in alle grote lange-afstand-wedstrijden uit te komen. De rijwielfirma te Rotterdam, waarin hij vennoot was, is met wederzijds goedvinden ontbonden.

Gian Ferdinando Tomaselli

Voor de grote wielerwedstrijden met Pasen op de Parc-baan te Parijs te houden zijn ingeschreven de volgende renners, geregeld naar hun nationaliteit:

Italië: Tomaselli, Pasini, Momo, Conelli. Minozzi. Bixio. Ferrari, Magli.

Duitsland: Huber, Verheyen, Kuscliera.

Amerika: Banker, Vanoni.

Zwitserland: Gougoltz.

België: Grogna, Deleu.

Nederland: Meyers.

Frankrijk: Jacquelin, Louvet, Bourotte. Domain, Prévot, Max, Brécy, Geutel, Collomb aicé. Collomb jeune, Mathieu, Thuau. Jue, Govin, Dangreau, Considère, Cornet, Olivier, Ruinart, René, Leymarie, Rugère, Vidal.

Rotterdamsch nieuwsblad 18 april 1900:

Harie Meyers, die zich het vorige jaar heeft opgewerkt tot den waardige partner van een Tomaselli, een Grogna, een Momo e. t. q. is bij zijn debuut te Parijs in het seizoen 1900 niet gelukkig geweest. Het ging er op de Parc-baan aldus:

Paasprijs over 1333 m. (twee ronden) 1e afd. 1 Bixio, 2 Grogna; 2e afd. 1 Meyers, 2 Gougoltz; 3e afd. 1 Ferrari, 2 Domain; 4e afd. 1 Deleu, 2 Tomaselli: 5e afd. 1 Jacquelin, 2 Thuau ; 6e afd. 1 Momo, 2 Mathieu. Beslissing 1 Eros in 2 min. 33 1/5 sec., 2 Momo, 3 Bixio.

Waarschijnlijk was Meyers nog lang niet in conditie, evenmin als Tomaselli trouwens.

Tandemwedstrijd over twee ronden: 1e afd. 1 Banker-Tomaselli, 2 Bourotte-Thuau ; 2e afd. 1 Domain-Provost, 2 Brecy-Gentel; 3e afd. 1 Bixio-Ferrari, 2 Huber-Verheyen. Beslissing 1 Bixio-Ferrari, 2 Domain-Prevost, 3 Banker-Tomaselli.


Premiënwedstrijd over 10 kil. 1e Bourotte in 16 min. 27 1/5 sec., 2e Thuau met 1/2 wiellengte, 3e Cornet.

Paul Bourotte

Vreemdelingenprijs over 1333 m. 1e Ferrari in 2 min. 6 2/5 sec., 2e Grogna, 3e Gougoltz, 4e Bixio, 5e Tomaselli.

Eduard Taylor

Wedstrijd over 10 mijl met gangmaking. 1e Taylor in 16 min. 18 sec. (record is van Elkes met 15 min. 26 1/5 sec.), 2e Baugé met 3/4 baan achter, 3e Jacquelin met 2 1/2 baan achter, 4e Gougoltz met 3 banen achter.

Edmond Jacquelin

Henri Desgrange, de directeur van de wielerbaan, heeft, profiterende van de aanwezigheid van zo veel beroemdheden, tegen 22 April een nieuwe wedstrijd uitgeschreven met prijzen van 500, 200, 100 en 50 francs voor de sprinters, 200, 100 en 50 francs voor de handicap en 500, 200 en 100 francs voor de tandems.

Eros

 

2019-12-03 Jacques Nieskens

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets”

Kueb (Jacques) Nieskens, 87 inmiddels, was in de eerste helft van de jaren vijftig, vorige eeuw een van de beste amateurs in het Limburgse land. Naar eigen zeggen waren de jaren ’52, ’53 en ’54 zijn beste jaren. Dat het inderdaad beste jaren waren is ook terug te zien aan zijn palmares. Ik lees in zijn plakboeken o.a. een keer Limburgs kampioen, etappezeges in de Ronde van Belgisch Limburg, Ster van Namen en Ronde van de Twaalf Kantons, 8e in het eindklassement van Île de France. Winnaar van tal van criteriums in België, Duitsland en Nederland. Ook was hij enkele keren als 1e reserve geselecteerd voor de WK’s maar het is er nooit van gekomen. “Ik was graag meegegaan naar enkele van die mooie WK‘s, ik noem met name Solingen in ’54 waar Mart van der Borgh nog mooi 3e werd”.

Jacq. Nieskens met z’n zoveelste overwinningskrans

Kueb kon goed bergop maar was daarnaast ook nog eens een rappe eindspurt.  Hij maakte deel van een uitstekende lichting Limburgse amateurs en onafhankelijken, ik noem Jan Nolten, Piet Haan, de gebroeders Steevens, Kees Boelhouwers, Jef Lahaye, de gebroeders Gelissen, Piet van den Brekel, Flor van der Weijden, Harry Schoenmakers, Mart van den Borgh, Sjra Vergooszen, Nol Ehlen, en zeker nog een tiental namen moeten in dit rijtje eigenlijk ook nog benoemd worden, b.v. Fons Steuten, Willy Gramser, …

V.l.n.r: ploegleider Toine Gense, Jacq, Nieskens, Flor van der Weijden en Mart van der Borgh

In 1932 geboren in Swalmen, niet ver van Roermond. “Ik  was een echte Schwaamer zoals ze dat zeggen, ze hebben daar allemaal “enne slaag van de meule”. Ja, Jacq kan goed vertellen over de koers en meer, en dit met, zoals meteen al met deze uitspraak blijkt, veel humor.

Jacq met zijn jongste broer Thom, ook coureur… foto archief J. Nieskens

Bij Swalmen denk ik al meteen aan de wielerpionier Mathieu Cordang die daar ook woonachtig was. Ja zegt Jacq, ik heb hem nog gekend, al was ik toen nog een kwajongen van een jaar of tien. Hij had aan de provinciale weg in Swalmen een garage. Er waren 2 benzinepompen voor de deur, een met diesel en een met benzine. Ik zat ooit aan een van de hendels van zo’n pomp te frunniken, ik had niks in de gaten tot ik plots van achteren een oorvijg kreeg, het was Mathieu Cordang zelf… Een jaar later schat ik, dat hij is overleden, dat was in de oorlog, in 1942”.

Onthulling van het monument ter ere van Mathieu Cordang in Swalmen , 29 augustus 2018, geheel links Jacq. Nieskens. Inzet rechts: Het monument

“Ik was een knaap van zo’n 14 jaar toen ik begon met werken, dat was in Swalmen bij de houtfabriek. “Een oom van me  die was daar machinist, die wilde graag hebben dat ik daar kwam werken. Na verloop van tijd, niet lang nadat ik er was begonnen, zei tegen oom Willem, Ik blijf hier niet, ik kreeg meteen een draai om mijn oren, jij blijft hier en je word net als ik ook machinist op die stoommachine. Maar ik wilde dat niet. Ik zag in de krant staan dat er in Tegelen, bij een machinefabriek, mensen gevraagd werden waarop ik tegen mijn vader zei dat ik daar heen ging om te vragen of ik er mocht beginnen want dat hout, het interesseerde me totaal niet”. Het enige wat hij zei “als er maar brood op de plank komt”.

De Ronde van (Belgisch) Limburg, TWC Maastricht (10 renners per ploeg) vóór de start, Kueb Nieskens, 3e van links nam 4 maal deel aan deze 5 daagse etappekoers, en won een etappe en 3e in het eindklassement

Ik ben toen met mijn fiets, er zaten niet eens banden op dus op de velgen, naar Tegelen gereden. Ik stond er aan de poort te kijken toen de baas me zag staan en vroeg:  “Jong, wat kumste doon? Of ik er mocht komen werken. Morgen zei hij, wat mij betreft morgen, morgen mag je beginnen! Maar ik moest eerst nog ontslag nemen op de houtfabriek in Swalmen. Twee weken later stond aan de zaagmachine, ijzer te zagen. Ik reed al een week op en neer naar Tegelen, toch een dikke 15 km enkele reis met mijn fiets, op de velgen toen hij van mijn collega’s vernam. Hij kwam naar me toe en vroeg “Joong, heb je geen geld voor banden?  Ik kreeg wel 3 gulden 60 reiskosten vergoeding per week, die hield ik fijn mijn zak. Ik was de benjamin van het bedrijf en moest ook wel eens boodschappen hiervoor doen, met die fiets zonder banden. Hij kwam naar me toe en zei: “En straks ga je naar Strouken, die naam vergeet ik nooit. Rijwielzaak Strouken dat was in Tegelen, je gaat daar een stel binnen en buitenbanden halen, en morgen dan kom je naar je werk met je fiets mét banden! ’s Anderendaags stond hij mij al bij de fietsenkelder op te wachten, ik heb er uiteindelijk 6 jaar gewerkt. Ik heb er een super leerschool gehad, die baas, die man was als een vader voor me.

foto Tonny Strouken

Hoe ik aan het fietsen toe gekomen ben? Nou, op de fabriek in Tegelen daar kwamen 20 fietsen aan, Peugeot, sportfietsen, die kostten toen 125 gulden per stuk, super sportfietsen.  Sjaak, zei mijn baas, geef je op, dan krijg je ook een fiets. Ik dacht dat ik geen kans op een fiets zou hebben maar hij zei, Sjaak, geef je op, dan krijg je er een, ik zorg daar voor! En zo was het, ik kreeg een fiets, een Peugeot sportfiets, mét spatborden, maar die waren er al af voordat ik thuis was. Er zat wel nog geen koersstuur op. Nog geen 100 meter van ons huis was een vuilnisbelt, daar heb ik een oud stuur van een omafiets af gehaald, omgedraaid, afgezaagd en nog wat aan gelast en kijk, ik had een koersfiets! Zo ben ik aan wielrennen toe gekomen. Mijn eerste wedstrijden reed ik bij de “wielerbelang’ ( de latere NWB), dat was meen ik in 1946. De eerste wedstrijd die ik heb gewonnen, dat was in Haelen, ook dat vergeet ik nooit van mijn leven,want ik klopte daar Hans Voesten. Die Voesten won destijds bijna alles maar toen ik in Haelen met hem op de streep afkwam…Tjoep… de bloemen. Ik had wel inmiddels een andere fiets. Ik  kocht een frame van Sjef Janssen in Elsloo, Sjefke had toen nog geen winkel, het was een frame dat hij afdankte. Ik moet zeggen, ik was er erg blij mee. Met het frame op mijn rug reed ik van Elsloo naar terug naar huis. Die renfiets heb deze toen zelf opgebouwd, Sjef Janssen had me er nog enkele onderdelen bij gedaan, ja, ik koester ook goede herinneringen aan Sjef, een sympathieke man met een groot wielerhart.

Jacq. Nieskens met zijn trotse ouders

Valpartijen? Ik? Ik durf het niet te zeggen, zo vaak, ik heb mijn rechter sleutelbeen in een koers gebroken, wáár was dat ook alweer? Een flinke valpartij, hup naar het ziekenhuis, ik kreeg een harnas aan. Na verloop van tijd ging het toch kriebelen. Ik zei tegen mijn moeder, ik woonde nog thuis, Mam, ik ga wat fietsen. Kijk uit zei ze, dat je niet op je beest valt. Via de dakkapel heb ik mijn koerskleren naar buiten gegooid, mijn vriend Jef stond buiten te wachten, op naar Overpelt in België, met de fiets natuurlijk, we gingen altijd met de fiets naar de koers. Mijn ploegleider Wouters zei nog Nies, ge gaat toch niet koersen met die arm? Gelukkig waren er geen kasseien. Ik werd 2e, als ik dat niet met die arm had gehad, dan had ik gewonnen, ik kon rechts niet aan het stuur trekken. Mijn moeder wist van niks, maar ik had toch weer een mooie cent, nee frank verdient. Bij de omloop Het Volk van 1956, de aankomst was op de baan, het zogenaamde Kuipke van Gent. Bij het binnenrijden van de piste kwam ik ten val, ik brak de knieschijf van mijn rechter been, het betekende het einde van mijn wielercarrière dus van valpartijen, ik weet er alles van! In 1957 ben definitief ik gestopt.

Limburgs Dagblad 16 juni 1952

Ik ben in bezit van een gouden, zilveren en bronzen medaille van de KNWU, een keer 1e, 2e en een keer 3e in het Limburgs kampioenschap. Dat kampioenschap dat ik behaalde op het Caubergcircuit. Die Cauberg vlóóg ik altijd omhoog, ik hoefde niet eens uit het zadel te komen, ik woog immers maar een kilo of 53. Het was in 1952 dat ik het Limburgs kampioenschap won, wat was me dat een heisa daar aan de streep. Velen meenden dat ik daar onterecht op het hoogste schavot stond, dat het Hein Gelissen was, Gibson noemden we hem, die de ware kampioen was die dag. Hein zou het eerst zijn wiel over de streep hebben geduwd, het stond ’s anderendaags ook zo in de krant maar door de KNWU werd ik toch aangewezen als de ware Limburgse kampioen van 1952, de bevestiging hiervan kreeg ik later per post toegezonden, de kamprechter had het zo beslist en dit was onherroepbaar.

De medaille van het Limburgs kampioenschap 1952

Sjra Sillen, de bekende sportredacteur van de Maas en Roerbode zei later “Jacq, ze hebben je willen besodemieteren, die foto’s van de finish, die hebben ze verdraaid” Hoe dat gaat weet ik ook niet, maar ik ben en blijf toch de Kampioen van Limburg van 1952.

vooruitblik uit de krant van juni 1956 met de uitslagen van de vijf voorafgaande jaren

Piet Haan klopte ik in zijn eigen dorp Mechelen, dat was een van mijn mooiste overwinningen, toch de koers waar ik de mooiste herinneringen aan heb. Het was mijn tweede of derde wedstrijd bij de amateurs. Mijn supporters van Swalmen die wilden me zelf naar Mechelen brengen met de auto. Dat was niks voor mij, ik ben met de trein naar Maastricht gereden en van daaruit met een rugzak op de fiets naar Mechelen. Ik had me nota bene bij Piet thuis omgekleed, hij had me dat zelf aangeboden. Een man vijf  hadden afspraken gemaakt, Piet zou voor eigen publiek mogen winnen, maar mij was daarover niks verteld.

foto Tonny Strouken

De dag erna, op maandag,  moesten we in Maastricht fietsen. Radium Ronde meen ik dat het was. Ik kwam Pietje voor de koers tegen, “Sjaak, zei hij, je hebt me gisteren de das om gedaan, wil je me hier niet helpen want hier heb ik ook veel supporters zitten. Ik zelf had trouwens ook een grote supportersclub met meer dan 500 leden, die gaven iedere maandag een kwartje.  Als mijn sponsor, dhr. Evers het goed vind ga ik akkoord. Nou, die vond het na die overwinning in Mechelen wel goed. En Piet Haan? Die won hierop de Radium Ronde van Maastricht. Ik kon met Piet Haan goed door één deur, we waren goede vrienden. Met  de andere coureurs kon ik ook goed mee overweg, behalve met Harry Ehlen….

Limburgs Dagblad 15 september 1952

Ronde van Mechelen 1952, met Piet Haan op de foto van sportfotograaf Tonny Strouken

Harry was een neef van Nol Ehlen. Nol was een geweldig coureur, en altijd eerlijk. Dat laatste kon ik van Harry niet zeggen. Het had allemaal te maken met de Ronde van Swalmen van 1956. Ik zat in de slag met Fons Steuten  en Harry Ehlen, we zaten samen in de kopgroep en de afspraak was dat ik zou winnen, met niet veel machtsvertoon. Ze wisten wel dat ik niet te kloppen was. We kwamen de laatste bocht uit, ik op kop, zet niet al te hard aan, ik kijk naar Fons Steuten en flits, de “schmale remmel” vliegt me voorbij… hij klopte me en ik was zó kwaad, mijn fiets vloog over een heg en ik snoeksprongde er ook nog overheen, ik was niet moe, helemaal niet. Klaartje, de vader van Harry, die kwam naar met toe, “Sjaak , zei hij, wat die witte van mij vandaag geflikt heeft, zal je hem wel nooit vergeven”. Ik zei, over drie weken dan is de Ronde van Geleen… daar wint hij nog niet één cent !! Oei, was zijn reactie, je gaat toch geen kloterijen uithalen Sjaak? Nee dat niet, maar ik ga er wel alles aan doen, dat heeft hij nog nooit meegemaakt!

Drie weken later de thuiswedstrijd van Harry Ehlen. Ik had al een paar premies voor de neus van Harry weggekaapt en hem er nog eens op gewezen dat hij geen cent ging verdienen.  Winand Kamphuis, die was ook uit Sittard, komt naast me rijden “Kuub, als ik nu wegspring, kom je dan terughalen?”, Nee Winand, jou niet, maar die “kruppel“ die zal achter ons eindigen.

Winand sprong weg, ik haalde hem niet terug, maar een ronde of drie, vier voor het einde wordt hij weer bijgehaald. Ik zat midden in de groep, ik hield alleen Harry in de gaten. We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen, ik heb er nog krantenartikel van, ge-wel-dig.

We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen

Ik reed al die jaren bij een Belgische ploeg, Victory (Jozef Schaeken Maaseik). Voor elke wedstrijd die ik won kreeg ik 100 gulden. En natuurlijk een fiets, koerskleding en tubes (maar niet zo veel tubes). De Victory fiets heb in nog steeds, al ligt hij wel uit elkaar, het frame de onderdelen en de wielen zijn er nog. Op een gegeven moment kwam er min of meer herrie, men wilde dat ik Belg zou worden, maar dat wilde ik niet, en mijn ouders al helemaal niet. Toen ben ik overgestapt naar de Eroba ploeg van Toine Gense.

V.l.n.r: Jozef Schaeken, (Victory rijwielen) met zijn dochter Godelieve, Jacq Nieskens en rechts achter Kees Boelhouwers

Ronde van Epen 1952, jonge joong, wat was het slecht weer, wat een modderballet. Piet Haan moest daar winnen, hij was weggesprongen met Leo Steevens. Ik ben daar toen alleen naar toe gereden. Toen ik er bij zat zei Pietje tegen mij “Sjaak, ik wil hier graag winnen, dan delen we de prijzen en premies” Ik vond het goed, dat hebben we daarna nog vaak gedaan, de prijzen gedeeld.

Ronde van Epen 1952, v.l.n.r: Jacq Nieskens, Piet Haan en Leo Steevens. foto Tonny Strouken

Waar ik ook een gouden herinnering aan heb overgehouden is de 3e rit van de Ster van Namen, Stavelot– Jupille in 1955. Leo Stevens, die reed in de gele leiderstrui die hij na een geweldige tijdrit om de schouders had. In die derde etappe naar Juplille was op een gegeven moment mijn derailleur kapot, ik lag ruim een minuut achter. Mijn ploegleider, Toine Gense stopte met zijn Jeep naast me, Chris van Dooren zat achter het stuur. Ik kreeg de reservefiets van Harry Schoenmakers, die had dezelfde maat fiets als mij. Gense riep “als je maar zorgt dat je binnen de tijdslimiet binnenkomt!”. Tijdslimiet? Hoezo, tijdslimiet? Als je niet maakt, dat je snel wegkomt, dan, slinger ik deze bidon naar je hoofd! En er hoeft ook niemand op me te wachten, ik kom gemakkelijk alleen terug!!

Jacq. met zijn clubgenoten van TWC Maastricht

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets” Een motorrijder bleef bij me, die vroeg op een gegeven moment of ik nog goed wijs was, zo hard ging ik bergaf. Voor mij was het geen nieuws, dalen kon ik als de beste, ja, met doodsverachting! Zoals ook bij de criteriums, ik trapte in de bochten gewoon door, velen durfden me niet te volgen. Onder aan een berg kon ik weer aansluiten en dacht, als ze nu maar niet gaan demarreren want dan word ik er zo weer afgepiert, maar het viel mee, gedurende de beklimming schoof ik al doende steeds iets meer naar voren. De Gens kwam naast me rijden en stak zijn duim op. Bij de beklimming van de Hallembaye koos ik de aanval. En niemand kon me volgen, ik won de etappe met 31 seconden voorsprong.

Jacq. Nieskens winnaar van de Grosser Mücken Preis in Krefeld, ik won daar een sportfiets. Wat doen we daar mee? vroeg mijn broer Ton. Rij er maar mee naar huis, dan is hij van jou !! zei ik.

 

1900-09-15 Grand Prix Bol d’Or Paris: Mathieu Cordang

15 september 1900
De Groote Prijs Bol d’Or te Parijs

Mathieu Cordang heeft den 24 uurs wedstrijd gewonnen
Laatste nieuws: Harrie Meyers stopt !

De in sportkringen terecht geestdriftig ontvangen overwinning van de Maastrichtenaar Harrie Meyers in het korte afstand nummer om de hoofdprijs der “wereldtentoonstelling” te Parijs is drie dagen later gevolgd door een tweede overwinning in het lange afstandsnummer, welke direct weer onze nationale trots aangaat. Men moge dan al zeggen, ”het is maar sport” toch zullen er weinigen zijn die niet met een stil genoegen vernemen dat de 2 Nederlandse, Limburgse, jongens, meedingend aan de internationaalste aller internationale wedstrijden, die wellicht ooit op sportgebied werden geleverd zich elk in een van beide hoofdnummers op de eerste plaats hebben gesteld. Voorlopig staat ons land voor 1900 reeds aan de spits van een wereld-wielersport en dat is al iets!  We zijn Zaterdagavond in Parijs, op de baan naast de tentoonstelling der automobielen en rijwielen. Het is 6 uur in de avond. De grote wedstrijd om den Bol d’or zal zo aanstonds beginnen.

L’Auto-vélo 15 mai 1897: journal comique & illustré / rédacteur en chef Mascabille

In een bocht van de baan zit Mathieu Cordang. Hij heeft zich het gehele jaar van deelneming aan wedstrijden onthouden, alleen met grote doel in het oog houdend en daarvoor ook steeds ijverig trainerend. Hoe dichter de dag van den Bol d’Or naakte hoe meer werk hij van zijn training maakt.

Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900;

Van uit Maastricht ondernam hij dagelijks tochtjes van een paar honderd km en zijn vrienden beweren, dat hij sneller en taaier is dan ooit. Cordang heeft achteruit-gebouwde tandems te zijner beschikking, bemand met de beste Hollandse equipiers. Tot zijn gangmakers behoren: Jan Mulder, van der Tuijn, Diehle, Schmidt, van der Knoop, Willem Mulder, Viruly en Durenkamp.


Er zijn 4 speciale machines gebouwd van een Duits rijwielmerk, de “Niederrheinische Fahrradwerke Fabrik” te Kempen, zijn sponsor, twee van deze hebben een gearing van 104, beide andere van 112 inches.

De gangmaking wordt geleid door de bekende heer Diehle. Cordang is verreweg favoriet bij het publiek. Bij mij volstrekt niet, omdat zijne gangmaking niet kon opwegen tegen die van Walters en Huret, zelfs niet bij die van Rohl en Garin. Hij wilde per se niet starten. Alle moeite is in het werk gesteld om andere tandems te engageren. Het lukte niet. Natuurlijk was er geen denken aan, toe te geven aan zijn wil. Hij moest starten. Op zijn uitdrukkelijk verlangen heeft Chevallier voor zijn keuken zorg gedragen.

Chevalier, zijn trainer, masseert hem. Cordang is opgewekt, vol ernstige moed. Kort daarna is het voor de rijders tijd om zich naar den afrit te begeven. Eer allen gereed zijn en een fotograaf in de reeds vallende schemering een kiekje genomen heeft is het reeds een kwartier over den bepaalde tijd en mijn chronometer wijst kwart over zes als het startschot valt. In het geheel zijn 12 renners voor den Bol d’Or ingeschreven, te weten Cordang (Nederland), Walters (Engeland), Foureaux (Frankrijk), Oliver (Frankrijk), Garin (Frankrijk), Chevalier (Frankrijk), Huret (Frankrijk), Muller (Italië) Frederick (Zwitserland), Robl (Duitschland). Fischer, Ariès en Alleaume ontbreken op het appèl..

De laatste minuut voor aanvang van de 14uurs race met gangmaking. Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900

Het eerste pistoolschot valt, Walter vliegt voort, direct achterna gezet door Huret en Cordang; hun motortandemtweewielers vangen hen op en voort gaat ’t in woeste vaart.

Walter zet door, na korte tijd is hij zijn mededingers al een baan voor. Hij rijdt de kilometer in 60-65 seconden. Cordang doet ’t op zijn dode gemak. Hij schijnt niets geen haast te willen maken, werkt zich na drie kwartier een paar ronden achter.

In het eerst uur:
1. Walters 55KM 125M
2. Huret op 2 ronden
3. Robl op 9 ronden
4. Garin op 13 ronden
5. Fréderick op 13 ronden
6. Foureau op 13 ronden
7. Muller op 18 ronden
8. Cordang op 28 ronden
9. Chevalier op 30 ronden
10. Olivier op 40 ronden

Na ongeveer 1 uur te hebben gereden had ik mij even van het middenterrein verwijderd. Toen ik terugkwam zocht ik tevergeefs naar Cordang. Meneer was afgestapt en naar zijn box gegaan om zich aan te kleden! Ik er natuurlijk direct heen, pakte ‘m beet, trok hem ’t middenterrein op, plakte ‘m op z’n kar, gaf ’t sein aan een der gangmakers om eveneens op te stappen en toen trok Cordang, onder donderend applaus, er van door. De tandems liepen echter niet zo hard als die van Walters, maar toch peddelde hij er hardnekkig achter, evenwel steeds nog in de overtuiging, dat hij het zó tegen den Engelsman niet houden kon. Het is nu 7 uur en ’t wordt donker. De petroleumverlichting werpt spookachtige schijnsels op de door woeste kreten opgehitste renners. ’t Weer is prachtig.




In het tweede uur:
1. Walters 106 KM. 105 M.
2. Huret op 11 ronden, 100 KM. 600 M
3. Robl op 13 ronden, 99 KM. 500 M
4. Fréderick op 21 ronden, 96 KM. 150 M
5. Garin op 22 ronden, 95 KM. 150 M
6. Foureau op 23 ronden
7. Cordang op 37 ronden
8. Muller op 39 ronden
9. Chevallier op 64 ronden
10. Olivier op 78 ronden

In het derde uur:
1. Walters 150 KM. 560 M.
2. Huret op 13 ronden, 145 KM. 600 M
3. Robl op 16 ronden, 143 KM. 560 M
4. Garin op 20 ronden, 141 KM
5. Fréderick op 24 ronden, 139 KM. 560 M
6. Foureau op 27 ronden, 138 KM. 500 M
7. Cordang op 39 ronden, 132 KM. 560 M
8. Muller op 57 ronden, 123 KM. 500 M
9. Chevallier op 93 ronden, 104 KM. 500 M
10. Olivier op 106 ronden, 101 KM. 260 M

Het zeer talrijke publiek juichte vooral voor Walter. Hij sloeg toen zijn eigen record, dat op 196 KM. 666 M. stond.

In het vierde uur:
1. Walters 210 KM. en 18 M. (wereldrecord)
2. Robl op 28 ronden, 186 KM
3. Garin op 32 ronden, 184 KM
4. Fréderick op 37 ronden, 181 KM
5. Cordang op 41 ronden, 179 KM
6. Huret op 43 ronden, 177 KM
7. Foureau op 44 ronden, 177 KM
8. Muller op 85 ronden, 166 KM
9. Chevallier op 119 ronden,
10. Olivier op 136 ronden,

Huret heeft malheur: zijn begeleidende motor vliegt in brand, aan blussen valt niet te denken, temeer nog daar een paar onverstandigen door water het hunne bijdragen om het petroleum zich nog meer te doen verspreiden. De machine die Huret voor deze gelegenheid speciaal had laten maken kostte 6000 francs, hij was geheel ontredderd. Huret die sterk favoriet was, had al zeer weinig geluk, daar in het eerste uur ook al een achterband van zijn rijwiel sprong..


Huret was kapot en verzekerde, nooit ofte nimmer meer te zullen rijden, gaf den strijd op. De gangmakers kwamen naar mij toe, en boden nu aan om Cordang te pacen. Wat te doen in zo’n kritiek geval ? Natuurlijk “top”: de affaire was beklonken en Cordang keek als werd hij door den bliksem getroffen, toen hij den motortriplet van Huret achter zich hoorde om hem kond te doen, dat deze, plus twee prachtige tandems, ter zijner beschikking was. Dat was naar zijn zin! Het gaf hem moed om alsnu “met versnelden pas” er tussen uit te trekken. Walters liep ondertussen maar geregeld in snel tempo door en uur voor uur werd aangekondigd, dat hij steeds meer en meer op Cordang uitliep. Deze had evenwel niet de minste vrees voor Walters, wel wetende wat er na het 12e of zeker na het 18e uur gebeuren zou. Niet alleen dat Cordang weet, dat hij op het laatst verreweg in de beste conditie is, maar ook, omdat elk sportman kon zien, dat Walters aan zijne wilskracht het te wijten had, dat hij zich op ’t laatst geheel uitgeput zou gevoelen. Cordang krijgt dus gangmakende tandems van Huret ter beschikking en zet nu voor het eerst door. Kolossaal loopt hij in, telkens als hij Walter inhaalt en voorbij trapt dondert ’t van het gejuich.

In het vijfde uur:
1. Walters 248 KM. 455 M. (vroeger record van Walter was 246 km. 300 m.)
2. Robl op 37 ronden, 230 KM
3. Cordang op 46 ronden, 225 KM., 455 M
4. Garin op 53 ronden, 222 KM. 400 M
5. Fréderick op 53 ronden, 222 KM. 300 M
6. Foureau op 72 ronden, 212 KM. 455 M
7. Muller op 109 ronden 194, KM. 300 M
8. Chevallier op 138 ronden, 178 KM. 300 M
9. Olivier op 166 ronden

Om één uur (7e uur) is de stand :
1. Walters 296 KM. 300 M.,
2. Robl 275 KM. 800 M.,
3. Cordang 266 KM. 800 M.,
4. Fréderick 264 KM. 300 M.,
5. Garin 256KM. 300 M.,
6. Foureau 250 KM.,
7. Muller 223 KM.
8. Chevallier 223 KM.,
9. Olivier 196 KM. 300 M.


Een beetje na het zesde uur valt de Hollandsche gangmaking, die Rohl aanzette. Een der gangmakers is vrij ernstig gewond.

In het zevende uur is de volgorde:
1. Walters 338 KM. 210 M.,
2. Robl 317 KM. 750 M.,
3. Fréderick 303 KM. 710 M.,
4. Cordang 303 KM. 210 M.,
5. Garin 288 KM.,
6. Foureau 285 KM.,
7. Muller 255 KM., 710 M.
8. Chevalier is 84 KM. achter en Olivier 110 KM. achter.
Walters wordt toegejuicht.

In het achtste uur:
1. Walters 381 KM. 568 M.
2. Robl 356 KM.; Cordang 345 K M.;
3. Fréderick 339 KM.;
4. Garin 929 KM.;
5. Foureau 322 K.M. Alle anderen zijn ver achter.

Het negende uur,
1. Walters brengt zijn negen-uur record dat 420 K.M. 566 M. was op 428 K.M. 550 M.
2. Robl 396 K.M.;
3. Cordang 890 K.M.;
4. Garin 370 K.M.;
5. Fréderick 368 K.M.;
6. Foureau 322 K.M.

Zeker 2000 mensen hebben, voorzien van proviand. 24 uren achtereen naar de racers gekeken „Fanatieken” noemt men hen. Tegen 5 uur in den ochtend, toen ’t begon te schemeren, lagen de meesten hunner aan weerskanten van de leuning om de baan te slapen, op enkelen na, die de arme, afgetobde rijders maar gillend aanvuurden. In dat zeurig grijze licht, bij die verveling van de toeschouwers, werden de meeste rijders door onmacht bevangen. Dat eerste ochtenduur is het „klassieke uur van de onmacht” bij 24 uurs wedstrijden.
Alleen Walters, Robl en Cordang houden hun razende vaart vol.

Het dertiende uur:
1. Walters 600 KM. 50 M.;
2. Cordang 550 KM.;
3. Robl 533 KM.;
4. Garin 522 KM.;
5. Fréderick 508 KM.;
6. Foureau 492 KM.

Les sports à l’ Exposition, le Meeting Cycliste, Bol d’Or, 15 septembre 1900

Na 15 uur krijgt Cordang hevige spierkrampen. Hij stijgt af en gaat naar zijn kamertje, na een geweldige massage is hij weer geheel hersteld. Hij steekt met gymnastische passen de baan over en begint opnieuw. Het publiek brengt hem een ovatie.

In het achttiende uur is Walter Cordang nog meer dan 50 KM. voor. Na 18 uur schijnt de zon zo fel op de baan, dat de afgematte rijders slechts met moeite hun gangmakers volgen. Ook Cordang, die heus niet aan overgevoeligheid lijdt, geeft telkens tekens van te willen rusten. De tong hangt allen uit de mond. Walters laat zich bij elke ronde het hoofd natspuiten Bij Cordang gaat de moed er uit. Hij schijnt geen hoop meer te hebben op de eerste plaats.

Het achtiende uur:
1. Walters 794 KM. 50 M.;
2. Cordang 742 KM.;
3. Robl 700KM.;
4. Fréderick 691 KM.;
5. Garin 668 KM.;
6. Foureau 646 KM.

Er bleven toen slechts acht mededingers over.

Bij het twintigste uur is de stand:
1. Walters 829 KM. 900 M.;
2. Cordang 814 KM. 500 M.;
3. Robl 764 KM.;
4. Fréderick 757 KM. 500 M.;
de vier anderen ver achter.

Walter schijnt zeer vermoeid; Chevallier heeft het reeds lang opgegeven. Na het negentiende uur is Walter uitgeput. Hij lijdt vooral pijn aan zijn knie. Frederick en Cordang naderen in steeds sneller tempo Walters’s record. Bij het begin van het twintigste uur kwam een dier afschuwelijke incidenten van deze afbeulende sport. Sedert enige tijd reeds gaf Walters duidelijk blijken dodelijk vermoeid te zijn. Hij spande al zijn wilskracht in om zijn tegenstanders het hoofd te bieden. En plotseling, na gekampt te hebben tot de uiterste grens van zijn kracht, liet hij zich als een zak van zijn wiel vallen, van zijn stuurloos zwaaiend wiel. De man was zo overspannen, dat hij ijlde. Men kon hem moeilijk in bedwang houden, in zijn opgewondenheid wilde hij weer opstijgen, gillende om zijn rijwiel. Maar toen hij eindelijk weer bijkwam, was hij zo zwak, dat er van opnieuw beginnen geen sprake was. Na ongeveer een half uur alles te hebben geprobeerd, vroeg men hem om verder te rijden, waarna hij antwoordde “deze race behoort mij, geef me mijne machine, opdat ik verder rijde.”

Hij stond op, of liever men hielp hem opstaan, maar even ras viel hij weer in en sliep dadelijk. Toen droeg men hem weg en… . hij is weggebleven. Tussen twee haakjes, zij gezegd dat ik nog nooit een wielrenner vóór den start zoo wild heb zien kijken als Walters. Het was alsof hij dol was; z’n ogen rolden heen en weer zonder bepaald iemand aan te zien. In één woord: hij was als krankzinnig. Aller vermakelijkst was het, te zien hoe Cordang, als hij Walters passeerde, dezen aankeek. Het was alsof hij zeggen wilde: “Stakker, het loopt af met je!”

De stakker had de tranen in de ogen. Erg spijtig moest hij de wedstrijd opgeven, die hij anders zeer waarschijnlijk zou hebben gewonnen Men was dan ook zeer sympathiek voor den Engelsman gestemd. Hij had alle records van 4 tot 20 uur verbeterd. Doch het ongeluk van den een is het geluk van den ander; nu was Cordang eerste.

Een-en-twintigste uur:
1. Cordang 851 KM. 800 M.;
2. Walter 829 KM. 900 M.;
3. Robl 62 KM. achter Cordang;
4. Fréderick 76 KM. achter Cordang.


Cordang bleef een en dezelfde gang houden, maar alleszins was zichtbaar, dat hij niet in goede conditie was, want hij stapte telkens af, dan voor dit, dan voor dat. Den voorsprong, dien Walters met het 18e uur had, zou Cordang niet meer hebben kunnen inlopen, wanneer deze rijder had doorgereden. Maar, in het 16e uur was reeds duidelijk te zien, dat Walters zeer moeilijk trapte, hoewel Cordang geregeld met dezelfde snelheid doorgingen gemakkelijk voort peddelde. Dat gaf hem dan ook moed genoeg om voort te gaan. Bij ’t ogenblik, dat Walters afstapte, ging Cordang er van door om den verloren afstand in te halen. Hij was overtuigd, dat hij slechts een half uur behoefde door te peddelen, dan mocht Walters weer komen, want dan was er geen kans meer voor hem. Toen Walters geheel van de baan verdween, maakte Cordang zich niet meer moe om de eenvoudige reden, dat de andere rijders hem geen kwaad konden doen.

Het laatste uur legde hij zelfs heel kalm af, iets dat anders zijne gewoonte niet is. Daarin kwam hij ook nog te vallen en wilde toen niet meer opstappen omdat het niet nodig was, daar de andere rijders hem onmogelijk meer konden inhalen. Het publiek moedigde hem evenwel zozeer aan, dat hij ten slotte weer opstapte en zonder gangmaking alsnu op zijn gemak ging toeren. Aan het applaus kwam toen geen einde. Steeds luider wordt hij toegejuicht: “Allez, de Boer”, schreeuwden de mensen. Onvermoeibaar bij die ovaties trapte hij voort, kilometer na kilometer. Eindelijk, bij zijn eindspurt als van een wedstrijd op de korte baan, rijdt hij tegen het wiel van zijn gangmaker aan, valt, en bezeert zich deerlijk. Toen nog weer wilde hij het opgeven. Maar zijn vrienden geven hem weer moed.

Als de laatste minuten aangekondigd worden spurten alle mededingers. En het laatste pistoolschot verrast het publiek, dat zijn toejuichingen niet spaart voor de in zéér goede gang eindigende strijders. En onder een uiterste opgewondenheid van het gillende, met hoeden en zakdoeken zwaaiende publiek, eindigt Cordang eerste.

Cordang, vainqueur du Bol d’Or

Cordang, de winnaar, won, maar hij heeft niet gegeven wat hij kon. Hij reed 956 K.M. 778 M. en bleef daarmee ruim 73 K.M. onder ’t geen hij verleden jaar in den Haag heeft gedaan. Men beweert, dat hij ontevreden was over zijn gangmakers. Walter, de verslagene, heeft tot het 18e uur zijn eigen records van het vorig jaar overtroffen. Cordang was achter toen Walter naar ’t gasthuis werd gebracht. Doch dat bewast niets. Cordang was toen fris en slechts 50 km achter, een klein getal op 4 uur rijden.

Een kwartier later verlaten de overwinnaars de baan, voorop Cordang met zijn legendarische grote sigaar in den mond. Het publiek brengt hun een laatste ovatie en poetst hem dadelijk naar zijn kamertje, nam een koude douche, liet zijn onbeduidende kwetsuren even verbinden, kleedde zich aan, stapte in een rijtuig, reed met zijne vrienden naar het hotel en begaf zich ter ruste. ’s Nachts belde hij de lui op en vroeg om eten. ’s Morgens te 6 uur was hij weer present en ging ene wandeling maken. Hij gevoelt zich weer springlevend en fris en is tevreden Walters te hebben geklopt. Hij zegt tenminste dat hij dezen rijder altijd op de 24 uur zal kunnen slaan, omdat de Engelsman geen krachten heeft voor dezen afstand.

De stemming van het publiek: … et ils tournaient toujours

1e Cordang met 956 K.M. 775 M.
2e Robl, 894 K.M. 775 M.;
3e Garin, 890 K.M. 275 M.;
4e Fréderick, 872 K.M. 775 M.;
5e Foureau, 844 K.M. 275 M.;
6e Walter 829 K.M. 900 M.;
7e Muller 739 K.M. 275 M.;
8e Olivier 630 K.M. 775 M.

De premies zijn:
7 fr. per kilometer voor den tweeden aangekomene; 4 fr. voor den derden; 2 fr. 50 voor den vierden; 2 fr. voor den vijfden, 1 fr. 50 voor den zesden. Walter krijgt 3000 fr., als eerste na zes, na twaalf en na achttien uur rijden.

Mathieu Cordang was professional van 1896 tot 1900. In 1897 ontging hem de winst in Parijs-Roubaix toen hij op de wielerbaan van Roubaix (Robaais) ten val kwam. De latere tourwinnaar Maurice Garin wachtte niet op de gevallen Cordang en won met twee meter voorsprong de koers. Garin was uitgeput en Cordang werd toegejuicht door het publiek. Hij rookte – zoals zo vaak – een dikke Gigerl sigaar op het middenterrein. Daaraan ontleende hij zijn bijnaam ‘Mister Tabacco’. Het hoogtepunt van zijn profcarrière kwam in hetzelfde jaar. Op de wielerbaan in Crystal Palace in Londen reed hij maar liefst vijf wereldrecords. Zo reed hij de tijdens de Bol d’Or 1900 een werelddagrecord, door (met gangmaking) in 24 uur 999 kilometer en 651 meter te fietsen. Daarna legde Cordang zich weer toe op het stayeren. In 1898 won hij de Grote Prijs van Amsterdam. Tijdens de Olympische Zomerspelen 1900 in Parijs won hij goud op de 3 kilometer, maar deze koers van professionals werd later niet officieel erkend door het IOC. Voor hij beroepsrenner werd was Cordang matroos op de grote vaart. Na zijn wielercarrière had hij een garagebedrijf in Swalmen. Hij overleed in 1942 op 72-jarige leeftijd aan een longontsteking.

Een jaar eerder, klik en lees het verslag van Cordang’s wereldrecord Den Haag 1899:

Op 17 september 1899 brak de Limburger Mathieu Cordang het wereldrecord over 24 uur achter de motortandem van John D. Diehle op de Scheveningse baan. Hij reed 1030 kilometer en 110 meter of een gemiddelde van 42 kilometer en 921 meter per uur, terwijl Diehle urenlang uit de baan moest met zijn tandem, omdat het stroomde van de regen, waarop Cordang alleen verder reed. Le record de 24 heures au chiffre colossal de 1030 kilomètres. Klik en lees verder….

Harrie Meijers

Wij menen met grote zekerheid te weten, dat Harrie Meijers met deze eeuw ook inderdaad zijn racerscarrière zal besluiten. Hij gaat bij zijn vader in de zaak, die te Maastricht een bloeiende brouwerij heeft. Men kan dus zeggen, dat Meijers — die met enige banen nog contract heeft en van wie we dus nog enkele overwinningen zullen hebben te boeken — met de Grand Prix de l’Exposition de kroon heeft gezet op al zijn overwinningen. En daarom is het hier de plaats nog even in liet kort na te gaan, wat Meijers op de baan gepresteerd heeft.

De 2e December 1879 te Maastricht geboren, begon Meijers in 1895 te racen. Hij kwam dat jaar verscheidene malen uit als amateur en niet minder dan 22 prijzen -enkel de eerste en tweede geteld- waren zijn deel. In 1896 vergrootte hij zijn collectie medailles en kunstvoorwerpen met niet weinige. Ze alle op te noemen, de overwinningen, die hij toen behaalde, het ware waarlijk ondoenlijk. Herinneren wij er slechts aan, dat hij hielp het Jaap Eden-vaandel winnen. In 1897 won Meijers het kampioenschap van Nederland en verder, tegen Kingma en Guerry, den brassard. Te Brussel klopte hij Fischer en Van den Born, te Amsterdam niemand minder dan Arend….

Harrie Meyers (1879 – 1928) wielerpionier. Limburger Harrie Meyers behoorde tot de eerste generatie van de internationaal succesvolle wielrenners uit Nederland. De Maastrichtenaar, slechts 16 jaar oud was hij toen hij professional werd. Gespecialiseerd in de sprint. In 1897 werd hij Nederlands kampioen in deze discipline en herhaalde dit nog vier keer in 1898, 1899, 1900 en 1902. In de eerste UCI Track World Championships in 1900 eindigde hij tweede in de sprint, in tandem race en werd samen met Gian Ferdinando Tomaselli wereldkampioen. In 1902 werd hij opnieuw tweede in de sprint en in 1903 eindigde hij op de derde plaats in het wereldkampioenschap. Tweemaal won Harrie Meyers de Sprint Classic Grand Prix de Paris en eindigde ook twee keer 2e.

Meijers heeft op alle banen van Europa en op enige in Amerika met afwisselend geluk gestreden. In vele zeer belangrijke wedstrijden kwam hij eerste aan, in de allerbelangrijkste wist hij zich toch minstens in de finale te plaatsen. Het kampioenschap van Nederland — ce n’est pas gros jurer, toegegeven, maar we herinneren er gaarne aan om ons nog eens zijn mooie, zelf geziene eindspurten te binnen te brengen — zijn match tegen Howard, zijn rijden in den Koninginnenprijs En geen sprinter is zo groot of hij heeft wel eens het achterwiel van Meijers gezien. Nu viert Meijers straks zijn lustrum. En zijn feest zal tevens zijn vaarwel zijn aan den rensport Den 2e December wordt hij 21 jaar. Op dien dag wensen we hem een huldeblijk aan te bieden namens allen, die bewondering gevoelen voor den kranige Nederlandse renner.

Harrie Meyers (1879 – 1928) een Nederlandse wielerpionier. Hoewel de Limburger bekend stond als sprinter startte Harrie Meyers ook in de eerste zesdaagse in 1899 in New York’s “Madison Square Garden”. In de officieus verreden tandem race over 2000 meter bij de Olympische Spelen van 1900 in Parijs Meyers won de gouden medaille, samen met Tomaselli. Hij won ook de sprint voor professionals, de “Grand Prix de l’Exposition”. De prijs was 15 000 frank, dat was het grootste bedrag dat ooit, vóór de Eerste Wereldoorlog, werd betaald voor een sprintzege.

Mathieu Cordang was vooral lange-afstands renner, doch kwam ook vaak op de baan uit. Hij reed veel met levende gangmaking. Op bijgaande foto staat de Limburgse kampioen van weleer te midden van een hele groep mannen. “Allemaal gangmakers, allemaal. Het volledige Dunlop-team, dat waren veertig man, voor mij alleen! Ze reden op vier- en vijfwielers voor mij uit. Ze konden tot 57 kilometer per uur maken, de renner zelf haalde er 40. Het waren beroepslui, vast in dienst bij Dunlop. De levende gangmaking is al lang verdwenen. Ze was heel duur, want reis, verblijf en werken van die lui moest de renner allemaal betalen. Er werd toen weinig zonder gangmaking gereden.” Mathieu Cordang vertelt van de wielersport uit de achttien-negentiger jaren. “Het was een voorname sport, de fijne lui interesseerden zich ervoor. De wegen waren wel minder goed dan nu, maar er was geen druk verkeer op, dus meer veiligheid. Op de baan kon enorm veel publiek samenstromen. Ik had al voor wel 136.000 mensen gereden. Dat kon animerend zijn!” „Ik heb het fietsen in Zeeland, het was in 1894, nog geleerd op de hoge fietsen. Daarna kwamen de solitaires, met dunne massieve raderen, gevolgd door de cushions, met dikke, vaste banden, en de geplakte Dunlops, met canvas om de velgen, doch al reeds met luchtvulling..” Hoe zwaar die vehikels wel waren? „Ze waren zeker zwaar, tot 57 kg toe; de bekende Centaur woog nog maar 40 kg”. Mathieu Cordang, ooit met Jaap Eden een van de vermaardste Nederlandse renners, vertelt in korte woorden over zijn carrière. “Ik debuteerde in 1894 als amateur; op 24 juni van dat jaar behaalde ik de eerste prijs in de wegwedstrijd Amsterdam—Arnhem, later insgelijks op Leiden—Utrecht. In 1895 werd ik wereldkampioen-amateur lange afstand; het volgende jaar professional. In 1897 te Parijs en Londen. In Londen brak ik alle records tussen 4 en 24 uren en reed 1000 kilometer in 24 uur, 12 minuten en 21 seconden. In 1900 won ik in Parijs de Bol d’Or op de 24-uren-rit te Parijs en ik brak het Europees record door 39.575 km per uur zonder gangmaking te rijden”. Welke onderdeel van de wielersport ik de meest sportieve vind? „Het gewone wielrennen, op weg of baan. Voor motorgangmaking voelde Cordang minder. “Ik had het begin van de motorgangmaking beleefd en daardoor een zware val gedaan. Het rijden achter motoren was toen zeer gevaarlijk, haast al mijn concurrenten uit die dagen zijn dan ook gesneuveld. Toen zwoer ik, het was omstreeks 1900, niet meer achter die monsters te zitten en trok me uit de wielersport terug”.