1936-06-08 Piet Gommans

Piet Gommans vertelt…

‘De tijden zijn veranderd, maar één ding is gebleven. Je moet hard op de pedalen kunnen trappen. Anders tel je niet mee.”

Limburgs Dagblad 4 Maart 1984:

door Wiel Verheesen

Alsof hij maandag vijfentwintig in plaats van vijfenzeventig wordt. Het gesprek met Piet Gommans uit de Buttingstraat in Hoensbroek is net een wielerkoers. Demarreren, stilvallen, weer aanvallen. „Zie je het de hedendaagse profs al doen?”, vraagt hij. „Met fiets en rugzak naar Brussel, daar per nachttrein naar Toulouse en vervolgens starten in een vierdaagse etappekoers met Parijs als eindpunt?”

Van de wedstrijd om de Ned. kampioenschappen op den weg 1936 wist de amateur Piet Gommans uit Reuver als eerste de finish te bereiken, zodat hij niet alleen kamp. amateur, doch zelfs algemeen landskampioen werd over alle klassen. (Mooi Limburg 13-06-1936)

Piet Gommans hoeft niet eens een tandje hoger te schakelen om het antwoord op de vraag te geven. Hij schuift een paar velgen, een trapper en een schroevendraaier opzij, richting mini-werkbank in de hoek van de kamer, want een dag zonder sleutelen aan de fiets is voor hem een verloren dag. „Man”, zegt hij. „Ze lachen je uit als je het hebt over de wijze hoe wij vroeger naar de koers trokken, zeker als ze horen, dat je aan een expeditie als Toulouse-Parijs een paar tientjes hebt overgehouden. Ze stappen liever in het vliegtuig en ze logeren in de beste hotels. Renners van vandaag de dag zijn Verwend. Zij hebben geen armoede gekend.” Piet Gommans, die in de Ronde Van Blerick 1948 zijn profloopbaan afsloot met een schedelbasisfracuur als gevolg van een zware val, heeft praktisch zijn hele leven in de wielersport doorgebracht. Hij zou, als iemand bij aanklopte, meteen als raadgever van jonge renners willen optreden.

Piet Gommans begon zijn wielercarrière in 1934. In 1936 werd hij Algemeen Kampioen van Nederland op de weg als amateur. Daarbij versloeg hij Cees Pellenaars die eerste bij de profs werd (zie finishfoto).
De allerlaatste ronde die Piet Gommans gereden heeft, was de Oranje-ronde van Blerick (L)1948. Hij werd niet vermeld in de starterslijst maar ging toch echt van start. Thuis had hij al gezegd: ,,Dit wordt mijn laatste course, hier ga ik winnen!” Al snel was Gommans met drie man vooruit, er waren nog drie rondes te rijden en hij had op dat moment de meeste punten in het puntenklassement.
Hij was bezig met een prima ronde te rijden, toen het noodlot toesloeg. Gommans reed op dat moment dicht langs het publiek om minder wind te vangen. Een kind dook ineens uit het publiek voor hem de weg op, om een blaadje van "Het Thuisfront", dat men uitgooide, op te rapen. Gommans probeerde uit te wijken maar kwam ten val. De klap was zo hard dat hij aan de andere kant van de straat met zijn hoofd op de stoeprand terecht kwam.
In het ziekenhuis constateerde men dat Gommans o.a. een schedelbasis-fractuur opgelopen had. De arts stond versteld toen hij na drie dagen uit de coma bijkwam. Piet Gommans heeft het van te voren geweten: De Oranjeronde te Blerick 1948 was werkelijk zijn laatste course, het einde van zijn wielercarrière!
Piet Gommans kon na het beëindigen van zijn wielercarrière het wielerwereldje geen gedag zeggen en werd mecanicien van onze jongens. In 1949 ging hij als mecanicien al mee naar de Ronde van Zwitserland en uiteraard de Tour de France. De laatste ieder jaar tot en met 1957. Daarna heeft hij zelf de nodige begeleiding gegeven aan verschillende renners, zoals b.v. Jan Hugens.


Bericht uit Sportecho 5 april 1939: "Zoowel in de Nederlandsche, als in de Belgische pers - ook in ons blad - is gemeld dat de vorige week zondag Jan Gommers als 17e was aangekomen in den "Omloop van Luik". Wij worden er echter op gewezen, dat hier een vergissing in het spel moet zijn en dat niet Jan Gommers uit Dongen, maar PIETJE GOMMANS uit Reuver (L), die enkele jaren geleden het algemeen kampioenschap van Nederland op den weg veroverde, deze prestatie te Luik leverde. We nemen van een en ander gaarne nota en spreken tevens de hoop uit, dat de sympathieke Limburger dit jaar weer eens goed aan zijn trek moge komen. Piet Gommans is lang door het pechvogeltje achtervolgd geweest en brak verleden jaar nog een pols, zoodat nu ook voor hem de zon wel weer eens mag gaan schijnen!" einde citaat Hetty Gommans

Hij bruist nog van energie. De fiets en alles wat daarmee verband houdt boeit hem, ook al heeft hij zijn herinneringen niet in plakboeken bewaard. Aan de muur hangt slechts één foto, die duidelijk maakt, dat men bij een wielerfan op bezoek is. „De renner, die je daar ziet is Hein Gelissen uit Beek. Het is een beeld van het WK 1952 voor amateurs in Luxemburg, waar een andere Limburger, Piet van den Brekel, gediskwalificeerd werd. Hij had van fiets verwisseld op een plaats waar het niet toegestaan was. Moet je nagaan. Van den Brekel was precies gelijk met de Italiaan Ciancola in eerste stelling over de streep geflitst, maar in plaats van de regenboogtrui of minstens een plaats op het podium werd hij uit de uitslag geschrapt.” Vanmiddag, als het peloton in de Omloop Het Volk over de Vlaamse hellingen en kasseiwegen dendert, op jacht naar winst in de eerste belangrijke koers van het jaar, zit Piet Gommans aan de TV gekluisterd. Niets van hetgeen de camera in de huiskamer brengt zal hem ontgaan, maar alléén de beelden van het strijd verloop zijn voor deze gouwe ouwe niet eens genoeg. Hij heeft té lang in het vak gezeten om ook niet verder te kijken. „Ik wil zien hoe de slag in mekaar steekt. Wie flikt wie? Welke belangen worden gediend? Moet er nog een rekening uit het vorige seizoen vereffend worden? Allemaal vragen, die mij boeien.”

https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMKB06%3A000008466%3A00007
1937 De eerste Nederlandse prof-wielerploeg Magneet – OK Cycles Bovenste rij van links naar rechts: Albert Gijsen, Gerrit Schulte, Janus Hellemons, Reynen, Aad van Amsterdam, Theo Middelkamp, Stuyts, Jan Gommers, Cees Bronger, Saarloos en chef d’equipe C. Blekemolen Niet op de foto: Ernst Muller, Jan Pijnenburg en Gerrit van de Ruit Onderste rij van links naar rechts: Van Nek, Braspenninx jr., J. Heeren, Lemmers, P. Gommans, M. Heeren, Van Gageldonk, Theuns, Koppelmans

Hij is, de vroegere wegkampioen en mecanicien van Pellenaars’ Tour de France ploeg, op dezelfde dag jarig als Gerrie Knetemann. „De zesde maart. Het verschil zit ‘m overigens niet alleen in het bouwjaar”, aldus Gommans. „Zo link als De Kneet in de koers en ook daarbuiten is, zo gehaaid ben ik nooit geweest. Het verandert verder niks aan mijn opvatting over hem, dat hij een toprenner is geweest.” Iemand uit een gouden generatie waartoe ook Jan Raas, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper hebben behoord. „In een eerder stadium hadden wij eveneens van dergelijke toppers. Denk maar eens aan Jo de Roo, Peter Post en Jan Janssen, of nóg eerder aan Wim van Est, Jan Nolten, Wout Wagtmans, Theo Middelkamp en Gerrit Schulte. Begrijp me goed. Ik kan mij wel een^ opwinden als ik zie hoe perfect alles voor de hedendaagse renners geregeld is in tegenstelling tot vroeger, maar ik weet ook als geen ander hun prestaties te waarderen. Daar doen de commerciële belangen, waar ik het al over had, niets aan af.” Betere verzorging, uitgekiend materiaal, ploegensysteem en premiestelsel. De tijden veranderen. Oók in het cyclisme. „Het zijn”, zegt hij, „allemaal prima zaken, maar het komt er in eerste instantie toch op aan, datje zo hard mogelijk op de pedalen kunt duwen. Als je in de finale niet bij de eersten zit tel je niet mee. De vorstelijke bedragen gaan dan naar andere bankrekeningen.

Limburgs Dagblad 4 maart 1984 Klik en lees de krant

Piet Gommans (‘Limburger in hart en nieren’) vormt al een twee-eenheid met de wielersport sinds hij met de bagage sjouwde van renners, die op het vroegere baantje van Blerick aan de slag gingen. „Mijn ouders hadden vlakbij de baan een café. Amper een halfjaar -na mijn geboorte in Heer waren zij naar het noorden van de provincie verhuisd. In het café kwamen de : renners vaak hun gewonnen prijzen ophalen. Ik raakte helemaal in de ban van de sport. Nu nog ruik ik de massageolie op de benen van Richter en Moeskops, legendarische sprinters uit een lang vervlogen tijdperk. Mijn vader» vond het maar niks, dat ikzelf ook wilde koersen. Het plan liet mij niet los en toen wij naderhand naar Reuver verhuisd waren begon ik te sparen om een racefiets te kunnen kopen. Ik was negentien toen mijn droom in vervulling ging.

Nieuwe Venlosche courant 13 Juni 1936

Drie jaar later werd ik op dezelfde fiets kampioen van Nederland. Het was 8 juni 1936, de verjaardag van mijn vader.” De titel werd behaald in Hoogerheide. Het was een open kampioenschap. Profs, onafhankelijken en amateurs tegelijk aan de start. Ruim driehonderd man in totaal. Iedere categorie, inclusief de naderhand opgeheven klasse van onafhankelijken, kreeg wél een aparte kampioen. Piet Gommans was nog amateur. Kees Pellenaars, die op de tweede plaats beslag legde, veroverde de hoofdprijs bij de beroepsrenners. „De Pel probeerde mij voor zijn karretje te spannen. Wij maakten deel uit van een kopgroep, die uit een man of negen bestond. ‘Trek je de sprint voor mij aan?’, vroeg hij in de laatste ronde. ‘Ik zal je goed betalen. Bovendien word jij dan toch nog eerste van de amateurs. Ik gaf geen antwoord. Bekijk het maar, dacht ik. Een paar kilometer vóór het einde demarreerde ik. Toen ik omkeek zag ik, dat ik dat de kans er was om stand te houden.” Het lukte. Aan de streep had hij twee lengten over. Hoewel Pellenaars als profkampioen gehuldigd werd keek hij allesbehalve vriendelijk naar Gommans.

Uit het prachtige boek Heerlen Wielerstad door Wiel Verheesen: Over de wielerhistorie van een stad Ter gelegenheid van de Europese Kampioenschappen tijdrijden voor Beloften die in 2006 in Heerlen zijn gehouden heeft sportjournalist Wiel Verheesen de rijke wielerhistorie van Heerlen opgetekend. In een reeks verhalen komen niet alleen de wedstrijden en organisaties van recente datum aan de orde. Er wordt ook teruggegaan naar de eerste decennia na de oorlog en naar de periode die aan de Tweede Wereldoorlog voorafging. Wiel Verheesen schrijft over het Nederlands kampioenschap in 1929 met Joep Franssen, over mensen als Piet Gommans, Jan Hugens en Eddy Merkx, over de Ronde van Nederland in 1948, het kunstwielrijden op Heerlerheide, over de KKK-ronde en de Omloop van de Mijnstreek en uiteraard de Profronde: show en amusement, ook over de veldrit in Hellegat en de Amstel Gold Race. Kortom, een boek dat tekst en uitleg geeft over alle evenementen en persoonlijkheden die in Heerlen met wielrennen te maken hadden.

„Naderhand hebben wij het goed met mekaar kunnen vinden. Dacht je anders, dat ik in de jaren vijftig een aantal keren met hem als mecanicien naar de Tour de France was getrokken?

Limburgsch Dagblad 11 Augustus 1950:
Piet Gommans glundert bij het ophalen van oude herinneringen, waarbij figuren uit een voorbije periode van de vaderlandse wielergeschiedenis verschijnen als Janus Hellemons, Buuron, Hopstaken, v.d. Heijden, Valtentijn e.a., Je moet weten, dat ik al van mijn zesde jaar af met mijn vader naar het wielrennen ging kijken. Ik was zo trots als een aap, als ik het koffertje van een of ander grootheid mocht dragen en als je dan nog een kwartje kreeg voor dat karweitje was je dag helemaal goed". Van dat alsmaar rennen zien kreeg Piet Gommans zelf goesting erin en op 1 Aug. 1933 werd hij lid van wielerclub „De Valk" te Blerick en trad als actief renner op. Het duurde niet lang, voordat Piet Gommans op de voorgrond trad en toen hij in Juni 1936 — hij, de amateur die algemeen kampioen van Nederland werd, was hij een onzer sterkste troeven voor de Olympiade in Berlijn. Hij zou de Olympische Spelen niet beleven, aangezien hij tijdens de selectiewedstrijden ziek werd. „Ik was in die dagen een beetje overtraind en bovendien voelde ik mij niet goed. Tot op vandaag weet ik nog niet wat mij overkomen is", vertelt Piet Gommans verder, alsmaar namen en dat: uit zijn geheugen goochelend. Maar we ging hij datzelfde jaar met Gerrit Schulte, naar de wereldkampioenschappen op de weg in Zwitserland. Het fortuin was hen hier niet gunstig. In de 14e ronde kreeg hij een lekke band, en dat bezorgde hen een achterstand van 7 minuten Deze tegenslag is typisch voor de pech vogel Piet Gommans geweest. Pechvogel ja dat is hij inderdaad geweest. Geen greintje fortuin heeft Piet Gommans in zijn carrière ontmoet. In 1939 marcheerde hij, zoals de Vlamingen het plegen te noemen, terribel en in 1940 toen Piet Gommans op het punt stond grote beloften in te lossen ontketende nazi-Duitsland de tweede wereldoorlog in al zijn hevigheid, ieders en ook zijn illusies vernietigend. Tijdens de bezetting stond zijn fiets op zolder, maar niet zodra waaide de wind weer uit een gunstige hoek en nam het vaderlandse wielerleven zijn aanloop naar een normaal niveau of Piet Gommans hervatte zijn oude stiel, reed overal, waar hij maar kon en was ook in België een graag geziene coureur. Maar in 1948 maakte een ernstige val te Blerick aan zijn carrière 'n einde. Hij, die al negen maal zijn sleutelbeen brak, liep toen een schedelbasisfractuur op, zweefde enige maanden op de rand van de dood, maar tegen het einde van het jaar herstelden zijn krachten en in Jan. 1949 keerde hij in de huiselijke kring terug. Hij achtte het toen maar het beste om er een punt achter te zetten. Hij ging in de groothandel van zijn schoonvader, en zou een gezapig burger zijn geworden, ware het niet, dat de liefde voor de wielersport diep in zijn hart nog brandde en toen hij de uitnodiging kreeg om als mecanicien van de nationale ploeg in de Ronde van Nederland op te traden, greep hij de kans met beide handen aan....
Limburgs Dagblad 30 juli 1955: De groeten uit de Tour En hier is dan de beloofde kaart van Piet Gommans uit Hoensbroek van de Nederlandse Tour de Franceploeg met de hartelijke groeten aan alle sportvrienden en bekenden. De kaart is ondertekend door Wim van Est. Jan Nolten, Jef Hinsen, Wout Wagtmans, Daan de Groot, Hein van Breenen, Piet Gommans, Jos. Guerlache, Cees Joossen en Kees Pellenaars.

Onvergetelijk jaren. Weetje nog? Wim van Est als eerste Nederlander in de gele trui en vervolgens bij de afdaling van de Col d’Aubisque in het ravijn. Of Jan Nolten, die zich manifesteerde als een klimmer van wereldformaat en duelleerde met Coppi, Bartali, Geminiani en andere toppers. Nolten was een groot renner, maar te wisselvallig om uiteindelijk de grote slag, een ereplaats of nóg meer, in de Ronde van Frankrijk binnen te halen.” Wout Wagtmans is er dichter bij geweest, zowel in 1953 als 1956, maar ook hij redde het niet. Het is alsof Piet Gommans weer met het witte eskadron over Alpen en Pyreneeën trekt als hij terugdenkt aan de euforie van toen.

PIET GOMMANS UITVERKOREN VOOR DE MAGNEET-PLOEG. In navolging van enkele grootere rijwielfabrieken in het buitenland, heeft de Magneet-rijwielfabriek te Weesp het plan opgevat om nog dit jaar een eigen ploeg samen te stellen, die zal uitkomen op diverse grootere internationale wegcoursen. Reeds heeft bovengenoemde fabriek een keuze gedaan uit de voornaamste en beste wegcoureurs van Nederland, ten einde dit plan zoo goed mogelijk te doen slagen. Tot een dezer uitverkorenen behoort onze algemeen kampioen op den weg, Piet Gommans, die, met nog enkele renners van super klasse, in de komende wedstrijden de Magneet-kleuren zal verdedigen. Gemeld zij nog, dat dit de eerste Nederlandsche fabrieksploeg zal zijn. (Mooi Limburg 10-04-1937)

„Ik weet nog, dat wij tijdens de Tour 1953 een rustdag hadden in Monte Carlo. De ploeg was uitgenodigd door een Nederlander, die aan de Rivièra een hotel had. Iedereen ging mee, behalve Wagtmans. ‘Ik concentreer mij op de etappe van morgen’, zei hij. ‘Die win je toch niet voegde Gerrit Voorting er aan toe, want Gino Bartali is jarig. Reken maar, dat hij zal toeslaan. Hoe de verjaardag van Bartali verder is verlopen doet verder niet ter zake, wél dat hij in Gap als tweede over de finish reed, enkele seconden na … Wagtmans.” Het nationaal kampioenschap, dat Piet Gommans in 1936 veroverde leverde hem een afvaardiging naar de wereldkampioenschappen op. De titelstrijd werd in Zwitserland verreden. „Ons land had een volledige profploeg afgevaardigd, maar bij de amateurs waren wij met slechts twee man present. Gerrit Schulte en ik. Geen van de twee bereikte de finish.”

Piet Gommans (foto wielersite.net)

„Weet je wat ik mij van de trip ook al tijd herinner? Arie van Vliet werd op de Oerlikonbaan in Zürich wereldkampioen sprint. De volgende dag zijn wij met heel stel naar Küssnacht getrokken. Daar werd een herdenkingsbijeenkomst gehouden op de plaats waar precies een jaar eerder de Belgische koningin Astrid bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen.”

De Waarheid 25 Augustus 1951

Als Piet Gommans, die jarenlang in Hoensbroek een rijwielzaak had, over zijn eerste WK vertelt en daarbij de naam van zijn toenmalige ploegmakker Gerrit Schulte laat vallen, voegt hij er onmiddellijk aan toe hoeveel bewondering hij altijd voor deze wielerreus heeft gehad. „Schulte was uniek. Een vechter van nature. Hij had geen doping nodig. Zijn karakter was al een enorme stimulans. Op een gegeven moment, het was in Olympia’s Tour door Nederland voor amateurs op het einde van de jaren vijftig, zei hij tegen mij: ‘Piet, nu heb ik mijn betere ik ontdekt. Ik wist meteen wat en wie hij bedoelde. Schulte was in de ban van mijn plaatsgenoot Jan Hugens, die toen nog aan het begin stond van zijn loopbaan.” Hugens verwierf als piepjong amateur reeds faam als tijdrijder. Hij schitterde in alle grote koersen en het was logisch, dat men hem een geweldige carrière als prof voorspelde.

GOMMANS WEER ONAFHANKELIJKE Men zal zich herinneren hoe 3e Limburgsche amateur-renner Piet Gommans eind 1936 te Hoogerheide algemeen kampioen van Nederland werd. Hij is daarop naar de klasse der beroepsrenners overgegaan, reed hier bijwijlen uitstekend, doch had dan weer £ Gommans heeft nu voor dit seizoen besloten het als onafhankelijke te probeeren omdat hij dan aan meer wedstrijden kan deelnemen. Bovendien hoopt hij bij deze categorie het perioden dat het heelemaal niet ging. zelfvertrouwen te herwinnen dat hem terug den renner zal doen zijn die in 1936 te Hoogerheide 300 concurrenten uit het wiel reed.

„Hij heeft”, zegt Piet Gommans, „schitterende dingen laten zien, maar hij werd niet de internationale topper, die hij had kunnen worden. Wijlen de fameuze Jacques Anquetil, uurrecordhouder en vijfvoudig winnaar van de Tour, kocht hem weg. Anquetil sloeg twee vliegen in een klap. Hij had een ijzersterke helper aan zijn zijde en tegelijk een concurrent minder. Man, als ik in gedachten Jan Hugens weer zie rijden, dan denk ik: hij had de grote klasse.”

Op zekere dag stond Piet Gommans voor de keuze, of in de handel van zijn schoonvader gaan of in het vak stappen, dat zijn hart had. Piet Gommans koos het laatste en zo kan men hem sedert een maand of drie in een rijwielzaak aan de Amstenraderweg te Hoensbroek vinden, waar hij voor zich en. de zijnen een goed stuk brood verdient. Zijn halve familie van vaders kant zit in de metaalindustrie en waar Piet Gommans van huis uit niet alleen machinebankwerker is, maar bovendien in zijn beste jaren een coureur van erkende kwaliteit en klasse was lag het voor de hand, dat hij het laatste koos, waarvoor hij enige papieren en diploma’s in de wacht moest slepen, zonder welke hij een eigen zaak niet kon beginnen, al viel aan zijn vakmanschap niet te twijfelen. He: bloed kruipt nu eenmaal waai het niet gaan kan en zo loopt Piet Gommans met grote en kleine sleutels in zijn werkplaats rond, repareert en verkoopt fietsen en tussen zijn dagelijkse beslommeringen door treedt hij op geregelde tijden als mecanicien van de Ned. Tour de France-ploeg op. Dezer dagen nog pakte hij zijn koffers met allerhande materiaal, aangezien de N.W.U. zijn diensten weer van node had voor de Ned. ploeg in de wereldkampioenschappen te Luik en Moorslede. Piet Gommans is als het ware met de wielersport vergroeid en er is maar weinig voor nodig om hem aan het praten te krijgen over zijn overigens niet erg fortuinlijke carrière — hij brak negen maal zijn sleutelbeen en zijn laatste val in Blerick bracht hem aan de rand van het graf— en hij overrompelt zijn bezoeker met jaartallen en data, dat zijn vulpen over het papier van zijn blocnote schiet om hem op de voet te kunnen volgen. Klik op de krant en lees verder..

1966 Batavus-Televizier

Nieuw restauratie project: Batavus Televizier beroepsrennersploeg 1966

Ik dacht eerst 1965 maar toen sponsorde Batavus nog niet. Deze oldtimer ga ik binnenkort demonteren, poetsen, en weer monteren, natuurlijk andere wielen, (campagnolo record hoge flens naven, tubevelgen).

Ik sprak van de week met Huub Harings, destijds een van de mannen van Televizier, hij zei me dat hij dat jaar én in de Tour van 1966 hij op een dergelijke fiets reed. (zie onderstaande foto’s) Mooie informatie is dat zijn verzet destijds in de Tour 52/44 x 14/25 was, aan de etappe aangepast kransjes wisselen, daar was geen sprake van, al wist Huub niet te vertellen of dat bij een Anquetil, Poulidor, Aimar of Janssen wel het geval was. Zie ook de foto van Emile Arbes, de Paloma 1965 van Federico Bahamontes hij reed in 1965 met het volgende verzet 53/44 x 16/18/20/22/24.

Ik zoek daarom nog:
-kamwiel campagnolo 44T
-freewheel 5-speed: 14-25
en ook een Reynolds 531 transfer, maar daar is nog wel aan te komen zag ik op het www.

Batavus Televizier 1966
Batavus Televizier 1966

Over Batavus

gevonden op: 

Vanaf 1970, na overname van Magneet en PFG (de al eerder samengevoegde merken Phoenix-Fongers-Germaan) verandert deze naam in Batavus Intercycle B.V.
In 1986 gaat Batavus failliet. Het bedrijf wordt overgenomen door de Atag Cycle Group. Van 1986 tot 1992 is Batavus officieel leverancier voor de Koninklijke Nederlandse Wielerunie (KNWU). Eind jaren negentig wordt Batavus opgenomen in de Accell Group.

1966 Televizier Batavus ploeg voor Tour de France , v.l.n.r. Maliepaard, De Roo, Haast, Van der Vleuten, Zilverberg, Karstens, ploegleider Kees Pellenaars, Nijdam, Van Dongen, Wouters en Harings

foto; Hub Harings
Hub Harings wint, ik dacht in Boom 1966, ik moet het nog eens bij hem navragen, op een dergelijke Batavus

Bij het demonteren van de klemband merkte ik al meteen dat de klembeugel van de commandeurs een zwakke plek had. Bij een test van de inmiddels gemonteerde achterderailleur waarvoor ik de commandeurs voorzichtig terug op het frame zette brak de klemband bij het handmatig krachtig rekken van de derailleurkabel in tweeën. Wat een geluk dat mijn amigo Hub nog zo’n klemband voor me had, anders was het een duur grapje geworden. Ik had op facebook en Marktplaats al een advertentie gezet, prijzen tot 75 euro voor een dergelijke commandeur, dat is waar je rekening mee moet houden, al denk ik dat de meeste verkopers gefixeerd zijn op ebay.com met zijn buitensporige prijzen.

52T & 49T, ik zoek 44T wie kan me helpen?

BREV. INTER Campagnolo 1.370″ x 24 TPI (British I.S.O.)
De gebroeders Harings, v.l.n.r: Jan, Frits, Hub en Ger. Foto Tonny Strouken
Detail van bovenstaande foto van Tonny Strouken: De Batavus van Hub Harings, de remgrepen zijn hier nog MAFAC, later zouden bijna alle “Televizieren” Universal remgrepen monteren, het was Jo de Roo die daar het eerste mee kwam, de hendelafstand is bij universal blijkbaar korter op de bocht. Zie ook onderstaande foto met de universal remgrepen op de Paloma racefiets van Federico Bahamontes

Reynolds 531

 

 

 

ik zoek een kamwiel 44 tanden, wie kan helpen?
Emile Arbes: Sur le vélo Paloma de F.Bahamontes il à 53/44 et 16/18/20/22/24 !
Dit is het model Campagnolo Nuovo Record RD, bouwjaar 1968 of 1969, ik heb nog een Campagnolo Record type 1963 liggen, die ik op deze fiets ga monteren, dezelfde als op onderstaande foto van Emile Arbes
Sur le vélo Paloma de F.Bahamontes il à 53/44 et 16/18/20/22/24 ! Merci Emile !!

Ik sprak met Emile Arbes, hij bezit diverse racefietsen waarbij dit ook het geval is, hier “le vélo Paloma de Federico Bahamontes van 1965, ik ben op zoek naar deze remgrepen, wie kan helpen?

Campagnolo Record 1052/1 (1973-1977)

Trivia
1966 Vijf Ritzeges in de Tour de France voor de Televizier-Batavusploeg waarvan twee voor Gerben Karstens, één voor Jo de Roo, één voor Henk Nijdam en de ploegentijdrit.

1967 Jos van der Vleuten wint het puntenklassement van de Ronde van Spanje. Er werden in totaal negen etappes in deze ronde gewonnen door de Televizier-Batavusploeg, maar merkwaardig genoeg niet door Van der Vleuten. Nijdam en Karstens worden elk drie keer gehuldigd. Jo de Roo schrijft Omloop het Volk op zijn naam.

1967 Twee 21-jarige nieuwelingen van de Televizier-Batavusploeg, Evert Dolman en Jan Harings, winnen een etappe in de Vuelta, net als Van der Vleuten en Nijdam. Karstens wint maar liefst vier maal.

1975 Tineke Fopma wordt Wereldkampioene bij de amateurs te Mettet op een Batavus

1979 Amateur wielerploeg Batavus domineert in Nederland met onder andere Piet Hoekstra en Egbert Koersen.

1985 Peter Harings pakt de dubbel. Hij wordt zowel op de weg als bij het veldrijden Nederlands kampioen bij de amateurs. Harings koerst voor de Batavus-Gonso ploeg.

1946-08-26 Gé Peters, 1946 een succesvol jaar, nationaal én wereldkampioen

Gerard “Gé” Peters,  een groot baanrenner.

In 1944 bracht hij het wereldrecord in de kilometer met vliegende start op 1:03.5.

Hiernaast was hij in 1946 naast Nederlands kampioen ook de eerste wereldkampioen achtervolging ooit bij de beroepsrenners.

Met Gerrit Schulte werd hij in 1950 en 1951 ook Europees kampioen ploegenkoers, de twee behaalden in diezelfde discipline ook nog zilver in 1953, 1954 en 1955.

Hij reed één keer de Tour de France, de beroemde editie van 1951 waarin Wim van Est de gele trui droeg. De legendarische ploegleider Kees Pellenaars omschreef Gé Peters ooit als ‘die lange dweil die zo vreselijk hard kon fietsen’.

Gé Peters, alles behalve een opschepper;  eerder bescheiden en vriendelijk. Ook op de fiets was hij een gentlemen en daardoor, zo word gezegd, niet zo geschikt voor het wielermetiér, dat in de jaren veertig en vijftig veel meer een aangelegenheid was van cowboys als Van Steenbergen, Schulte en Braspennincx.

Het was nog maar het begin van een carrière waaraan pas twintig jaar later een einde zou komen.

Snapshot van het koppel Kees Pellenaars – Gé Peters in het Hallenstadion te Zürich 1945

Zijn grootste bekendheid dankt Peters met name  aan de zesdaagsen. Hij won te Gent in 1950, Parijs in 1950 en 1953, Berlijn in 1954, Antwerpen in 1954 en te Münster in 1955.

Gé Peters was ongenaakbaar in de Europese sportpaleizen waar hij, door zijn ranke charmante verschijning maar ook door zijn strijdlust, een populaire verschijning was, vaak als koppelgenoot van Gerrit Schulte, maar vlak na de bevrijding ook met Cees Pellenaars.

HELDEN VAN HAARLEM https://www.heldenvanhaarlem.nl/helden/ge-peters

In de Bredasche courant van 24 november 1945 lezen we over de het eerste succes te Zurich over dit koppel het volgende:

Pellenaars-Peters reden in Zürich. Un coureur formidable. Bredasche courant 24 november 1945
Pellenaars-Peters reden in Zürich
Un coureur formidable

Pel zit breeduit te grijnzen achter zijn bord soep, als we bij hem binnenstappen. Hij is juist thuis uit Zürich, waar hij met zijn maat Gerrit Peters in het schitterende Hallenstadion tot de meest-geliefde buitenlandse gasten behoorde. We behoeven niet veer te vragen. Wie Pel kent, ziet met één oogopslag „wat voor weer het is. „Ik ben tevreden over mijn hernieuwde Zwitserse kennismaking. We hebben weer een goeden indruk achtergelaten bij het publiek, dat zeer enthousiast was” zegt Kees. Uiteraard hebben de goede resultaten van Peters de aandacht getrokken en tevens het feit dat Pel dit keer geen uitgesproken sprinter tot maat heeft gekozen. Peters verenigt in zich in kwaliteiten van een sprinter, een uitstekende jump, bliksemsnel aanvoelen van de situatie en een merkwaardige eindsnelheid – met die van een rasecht achtervolger – gelijkmatig rijder met veel uithoudingsvermogen.

Bredasche courant 24 november 1945

Het rijden van het koppel Pellenaars-Peters heeft dan ook geheel andere aspecten gekregen. Pel behoeft niet meer het ondankbare en minder opvallende werk te doen. Dit is in Zwitserland ook reeds onder de aandacht gekomen en dit werd vanzelfsprekend nog verhoogd door uitspraken in de Belgische vakpers, die over het algemeen niet zo scheutig is met lof-uitingen over buitenlanders.

Gé Peters in 1946

Het „Le jeune Peters, un coureur formidable”, is den jongen sympathieke renner vooruit gereisd! Naar Zwitserland en zijn eerste optreden is daar in goede aarde gevallen. Het was nog maar een bescheiden en in het geheel niet spectaculair optreden. Hij won de 500 meter vliegende start voor Kaers, Coppi en Kubler en werd tweede  bij den 1 km tijdrit staande start. In het totaal klassement eindigde het Nederlandse koppel met een half punt verschil op de tweede plaats en met veel belangstelling wordt er in Zürich uitgekeken naar de koppelwedstrijd op 2 december a.s., waarvoor Pellenaars-Peters direct werden geëngageerd.

Daar zullen zij rijden tegen de volgende koppels: Naye – v. Meershaut (B), Cools – v. Simaeys (B), Mignat – Guillier (Fr), Kubler – Diggelman (Zw) Gebr. Weilenmann (Zw.) en tegen het Zwitsers-Franse koppel Egli – Guimbrétière. Ook Schulte – Boeyen zullen dan van de partij zijn. Aan werk ontbreekt het voorlopig nog niet.

Het volgende programma moet worden afgewerkt: 25 Nov. Gent, 2 Dec. Zürich, 9 Dec. Brussel, 16 Dec Parijs, 23 Dec. Brussel, 25 Dec. Gent, 31 Dec. Brussel (nacht koers), 6 Jan. Parijs, 13 Jan. Brussel, 20 Jan. Zürich en 27 Jan. Parijs. Naar Amerika? Tot eind Januari werden slechts contracten afgesloten, daar er onderhandelingen gaande zijn met Chapman voor vijf zesdaagsen in Amerika. Chapman wilde eerst het koppel Pellenaars—Slaats, doch Kees heeft zijn condities geseind met Peters als maat en de kansen staan volgens hem erg gunstig.

De eerstvolgende in het oog springende prestaties van Gé Peters worden behaald in het hierop  volgende jaar 1946:  Het Nederlands- en Wereldkampioenschap achtervolging, onderstaande krantenartikelen  maken duidelijk welke talenten Peters tevoorschijn toverde.

 

Limburgs Dagblad 17 juli 1946
De Nationale kampioenschappen op de baan 1946

De morgen Zondag te verrijden baannummers voor het kampioenschap van Nederland zijn, met het oog op de aanstaande wereldkampioenschappen te Zürich, zeker belangrijk te noemen. C. Bijster moet bij de amateur-sprinters zijn titel verdedigen tegen Hijzelendoorn. We geven eerstgenoemde een goede kans om zijn titel te kunnen behouden. Arie van Vliet is sneller als Derksen en zal Zondag zijn kansen weer met succes verdedigen.

Het meest interessante nummer is ongetwijfeld de achtervolging. Peters, een knaap, die snel carrière maakte, is een ernstig concurrent van Gerrit Schulte op dit nummer.

Limburgs Dagblad 27 juli 1946
Niet Schulte, maar Peters kampioen achtervolging

Dertigduizend toeschouwers beleefden gisteren in het Olympisch Stadion te Amsterdam een sensatie, toen Peters in een prachtige eindstrijd om het kampioenschap achtervolging Schulte sloeg, daarmede den blonden reus uit Den Bosch voor de eerste maal in zijn wielercarrière een zware nederlaag toebrengend. Zwaar was deze nederlaag zeker, niet vanwege het feit, dat Peters met enkele meters verschil won, maar wel in verband met de manier, waarop het gebeurde. Peters liep na den start onmiddellijk uit en na drie ronden lag hij twintig meter voor op Schulte. Deze beging do o.i. tactische fout om door een extra krachtsinspanning te trachten niet alleen zijn achterstand in te lopen, maar zelfs een kleinen voorsprong te verkrijgen, hetgeen hem inderdaad gelukte. Maar Peters had zijn krachten beter verdeeld. Hij had nog voldoende reserve om in de tweede vijf ronden het tempo vol te houden en tenslotte te verhogen. Drie ronden voor het einde lag Schulte nog iets voor, maar daarna moest hij bukken voor het tempo van Peters. In de laatste anderhalve ronde bleek Poters over een machtigen eindspurt te beschikken, waar tegenover Schulte machteloos stond.

De waarheid 29 juli 1946
De waarheid 27 augustus 1946

Gerard Peters: de grote favoriet voor de wereldtitel achtervolging

Door Jan Cornelisse

In het begin van Februari 1939. had de Nederlandse Wielren Unie eindelijk succes met haar voorstel een wereldkampioenschap in te stellen voor die renners, die zich op andere nummers dan de sprint, de stayers en de wegrensport uitblonken .Dat waren mannen als Jan Pijnenburg, Gerrit Schulte, Dethmer Klink. Dirk Groenewegen, de Fransen Archambaud, Founier, de Italiaan Giuseppe Olmo en al die anderen, die In de omnium en de koppelwedstrijden uitblonken. Men stelde voor een poursuite kampioenschap bij de wereldkampioenschappen te brengen en in 1938 had de UCI reeds toestemming gegeven dit nummer als een bijnummer op het programma in het Olympisch Stadion te zetten: het werd toen een officieus wereldkampioenschap, dat door Gerrit Schulte werd gewonnen !

1939 kwam en ook bet wereldkampioenschap voor de achtervolgers stond op het programma van Milaan ! Dethmer Klink, die blozende jongeman uit de Wieringermeer die het kampioenschap van Nederland op zijn naam had gebracht door Jan Pijnenburg te onttronen, was onze man en wat voor een. Daar op de snelle Vigorellibaan reed Klink de snelste tijd in de serie: 6 min 20.4 sec. over de 5 km en dat in een rit waarin hij ln den Engelsman Hill geen tegenstander van formaat had. Men vermoedde toen dat hij regelrecht op het wereldkampioenschap zou afstevenen, want de Fransman Louis Aimar, ook een specialist op dit nummer, achtte men tegen den Wieringer niet in staat te winnen, evenmin als de Italiaan Fabio Battesini en den Belg Somers die in hun series hard moesten vechten tegen resp. den Deen Jacobsen en den Duitser Hofmann waarbij zij tijden gemaakt hadden van 6.23 en 6.23.2. De finales werden echter niet gereden want inmiddels was het oorlog in Europa! Dethmer Klink zou deze kans nooit meer krijgen. De oorlog ging voorbij en nu in Zürich kan men dan dit nummer afwerken en wederom staat daar een landgenoot die een greep naar het wereldkampioenschap der poursuite-coureurs gaat doen: Gerard Peters!

We hebben hem Zaterdagmiddag op de Oerlikonbaan zijn serie zien rijden tegen den Belgische kampioen René Adriaensens en de wijze waarop hij die rit won stempelde hem tot den wereldkampioen in spé. In een uitermate soepele stijl draaide hij in die rit naar de overwinning en hij lag veruit in gewonnen positie toen zijn achterband leegliep. Zo was ook de Italiaan Vito Ortelli in de halve finale gekomen toen zijn Zwitserse tegenstander Hugo Koblet in de tweede helft van de rit een lekke band kreeg. De nieuwe ster aan de wielerhemel Roger Piel, een jonge Fransman, die kort geleden het Franse kampioenschap onverwacht won van Blanchet had zich voor de halve finale geplaatst door den Luxemburger Marcel Poiré geheel in te lopen. De Deen Petersen had zich door een walk over in de halve finale geplaatst. Nu zult ge beweren : ja maar, hoe kunt ge nu beweren dat Gerard Peters kampioen zal worden. Welnu, dat zal ik u zeggen! Omdat zowel de Italiaan Ortelli als Roger Piel hoewel van zeer grote klasse, mij niet het zuivere type van den achtervolger lijken Ortelli zat op zijn zadel te schuiven en dat, toen de rit nauwelijks halverwege was en Roger Piel’s rit -was een copy van de rit van den Italiaan. Zn’ reden op winst in de eerste helft wetend, dat zij in de laatste kilometers in moeilijkheden kwamen. Welnu en ze reden zo hard dat zfl weliswaar tegen Peters een kleine voorsprong zeiden kunnen bewerkstelligen als zij tegen hem in de halve finale zouden komen, maar die zou niet groot genoeg zijn om iets tegen Peters in de laatste kilometers uit te richten. Ja de Deen Petersen zou voor een verrassing kunnen zorgen, doch naar de tijden die hij te Kopenhagen maakte te oordelen lijkt hij me wel een aardig temporenner doch geen man van de extra-klasse. Ik voorzie dan ook een finale Gerard Peters – Roger Piel op Dinsdagavond En  onze landgenoot als wereldkampioen!

Ik zou me sterk, heel sterk moeten vergissen als het anders ware Let maar eens op! De waarheid 27-08-1946

Het vrije volk 28 augustus 1946
Gé Peters Koning der Zesdaagse
Limburgs Dagblad 28 augustus 1946
Peters wereldkampioen der achtervolgers!
Onze landgenoot wint in grootse stijl
Piel overtuigend geslagen

Nederland heeft zijn eersten wereldkampioen: Gerrit Peters! In de finale achtervolging, die drie minuten na middernacht op de Oerlikon-baan bij Zürich werd gehouden, versloeg onze landgenoot den Fransman Piel op meer dan overtuigende wijze.

We wisten het reeds: Peters was in uitstekende vorm. Dit bewees hij bij de nationale kampioenschappen toen hij Gerrit Schulte, die tot dan toe onze favoriet op dit nummer was, op overtuigende wijze wist te kloppen. Daarna heeft Gerrit Peters snel carrière gemaakt en heeft zich in zeer korten tijd een wereldfaam weten te verwerven. Algemeen werd hij dan ook beschouwd als de nieuwe wereldkampioen. Hij heeft inderdaad aan de verwachtingen beantwoord. De wijze waarop Peters met zijn tegenstander in de finale afrekende, was er een van grootse allure. De enthousiaste toejuichingen van het duizendkoppige publiek waren een verdiende beloning voor zijn fraaie rijden. We mogen het nu gerust zeggen: Peters staat als achtervolger op eenzame hoogte. Hij is wereldkampioen in den volle zin van het woord. Intussen is deze finale tussen onzen landgenoot en den Fransman Piel niet zonder incidenten verlopen. Het begon al met het te laat aan den start verschijnen van Piel Het publiek werd ongeduldig en liet dit openlijk blijken. Als Piel zich eindelijk verwaardigde aan den start te komen, was er iets niet in orde met zijn fiets. Weer wachten. Het was dicht bij elven als het startschot gelost werd. Piel nam direct een voorsprong van enige meters en wist deze ook bij het ingaan van de derde ronde te behouden. Toen was er weer iets niet in orde. Plotseling stak de Fransman zijn hand omhoog om te beduiden, dat hij een lek bandje had. De rit werd afgelast. De toeschouwers konden de gedragingen van Piel maar zeer matig appreciëren. Vlak voordat opnieuw het startschot zou gelost worden, bleek, dat nu de fiets van Peters niet in orde was, zodat we weer even geduld moesten betrachten totdat onze landgenoot van rijwiel had verwisseld. Maar nu kwam Piel tot de ontdekking, dat er iets niet klopte met zijn ketting. Het publiek werd zo rumoerig, dat de politie moest Ingrijpen om de orde te herstellen. Ruim een kwartier later werd opnieuw gestart. Weer was het Piel, die als een razende wegstoof en een ruimen voorsprong wist te nemen. Dan opnieuw sensatie: in de vierde ronde stak Peters zijn hand omhoog: lekke band!

Het was intussen reeds zo laat geworden, dat de officials voorstelden de finale tot Donderdagavond uit te stellen. Maar Piel wilde daar niets van weten. Het was bijna middernacht als de starter opnieuw het vertreksein gaf. Nu echter was Peters op zijn hoede. Hij hield hetzelfde tempo als van den Fransman en stond juist op het punt een voorsprong te nemen als andermaal de rit moest worden afgebeld. Weer een lekke band bij Peters.

Eindelijk! Toch zouden de toeschouwers nog waar voor hun geld krijgen. Om precies drie minuten na middernacht werd opnieuw begonnen. Van meet af aan gaf peters nu den Fransman geen schijn van kans. Als een wervelwind draaide onze landgenoot zij ronden en toen de finish in zicht kwam, was Piel reeds kansloos verslagen. Peters werd wereldkampioen der achtervolgers in den tijd van 6 minuten 33 4/5 sec.

Leeuwarder koerier 2 september 1946
De waarheid 3 september 1946