2019-12-03 Jacques Nieskens

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets”

Kueb (Jacques) Nieskens, 87 inmiddels, was in de eerste helft van de jaren vijftig, vorige eeuw een van de beste amateurs in het Limburgse land. Naar eigen zeggen waren de jaren ’52, ’53 en ’54 zijn beste jaren. Dat het inderdaad beste jaren waren is ook terug te zien aan zijn palmares. Ik lees in zijn plakboeken o.a. een keer Limburgs kampioen, 3e in het eindklassement van de Ronde van Belgisch Limburg, etappezege’s in de Ronde van Limburg en de Ster van Namen en Ronde van de Twaalf Kantons, 8e in het eindklassement van Île de France. Winnaar van tal van criteriums in België, Duitsland en Nederland. Ook was hij enkele keren als 1e reserve geselecteerd voor de WK’s maar het is er nooit van gekomen. Ik was graag meegegaan naar enkele van die mooie WK‘s, ik noem met name Solingen in ’54 waar Mart van der Borgh nog mooi 3e werd.

Jacq. Nieskens met z’n zoveelste overwinningskrans

Kueb kon goed bergop maar was daarnaast ook nog eens een rappe eindspurt.  Hij maakte deel van een uitstekende lichting Limburgse amateurs en onafhankelijken, ik noem Jan Nolten, Piet Haan, de gebroeders Steevens, Kees Boelhouwers, Jef Lahaye, de gebroeders Gelissen, Piet van den Brekel, Flor van der Weijden, Harry Schoenmakers, Mart van den Borgh, Sjra Vergooszen, Nol Ehlen, en zeker nog een tiental namen moeten in dit rijtje eigenlijk ook nog benoemd worden, b.v. Fons Steuten, Willy Gramser, …

V.l.n.r: ploegleider Toine Gense, Jacq, Nieskens, Flor van der Weijden en Mart van der Borgh

In 1932 geboren in Swalmen, niet ver van Roermond. “Ik  was een echte Schwaamer zoals ze dat zeggen, ze daar allemaal “enne slaag van de meule”. Ja, Jacq kan goed vertellen over de koers en meer, en dit met, zoals meteen al met deze uitspraak blijkt, veel humor.

Bij Swalmen denk ik al meteen aan de wielerpionier Mathieu Cordang die daar ook woonachtig was. Ja zegt Jacq, ik heb hem nog gekend, al was ik toen nog een kwajongen van een jaar of tien. Hij had aan de provinciale weg in Swalmen een garage. Er waren 2 benzinepompen voor de deur, een met diesel en een met benzine. Ik zat ooit aan een van de hendels van zo’n pomp te frunniken, ik had niks in de gaten tot ik plots van achteren een oorvijg kreeg, het was Mathieu Cordang zelf… Een jaar later schat ik, dat hij is overleden, dat was in de oorlog, in 1942”.

Onthulling van het monument ter ere van Mathieu Cordang in Swalmen , 29 augustus 2018, geheel links Jacq. Nieskens. Inzet rechts: Het monument

“Ik was een knaap van zo’n 14 jaar toen ik begon met werken, dat was in Swalmen bij de houtfabriek. “Een oom van me  die was daar machinist, die wilde graag hebben dat ik daar kwam werken. Na verloop van tijd, niet lang nadat ik er was begonnen, zei tegen oom Willem, Ik blijf hier niet, ik kreeg meteen een draai om mijn oren, jij blijft hier en je word net als ik ook machinist op die stoommachine. Maar ik wilde dat niet. Ik zag in de krant staan dat er in Tegelen, bij een machinefabriek, mensen gevraagd werden waarop ik tegen mijn vader zei dat ik daar heen ging om te vragen of ik er mocht beginnen want dat hout, het interesseerde me totaal niet”. Het enige wat hij zei “als er maar brood op de plank komt”.

De Ronde van (Belgisch) Limburg, TWC Maastricht (10 renners per ploeg) vóór de start, Kueb Nieskens, 3e van links nam 4 maal deel aan deze 5 daagse etappekoers, en won een etappe en 3e in het eindklassement

Ik ben toen met mijn fiets, er zaten niet eens banden op dus op de velgen, naar Tegelen gereden. Ik stond er aan de poort te kijken toen de baas me zag staan en vroeg:  “Jong, wat kumste doon? Of ik er mocht komen werken. Morgen zei hij, wat mij betreft morgen, morgen mag je beginnen! Maar ik moest eerst nog ontslag nemen op de houtfabriek in Swalmen. Twee weken later stond aan de zaagmachine, ijzer te zagen. Ik reed al een week op en neer naar Tegelen, toch een dikke 15 km enkele reis met mijn fiets, op de velgen toen hij van mijn collega’s vernam. Hij kwam naar me toe en vroeg “Joong, heb je geen geld voor banden?  Ik kreeg wel 3 gulden 60 reiskosten vergoeding per week, die hield ik fijn mijn zak. Ik was de benjamin van het bedrijf en moest ook wel eens boodschappen hiervoor doen, met die fiets zonder banden. Hij kwam naar me toe en zei: “En straks ga je naar Strouken, die naam vergeet ik nooit. Rijwielzaak Strouken dat was in Tegelen, je gaat daar een stel binnen en buitenbanden halen, en morgen dan kom je naar je werk met je fiets mét banden! ’s Anderendaags stond hij mij al bij de fietsenkelder op te wachten, ik heb er uiteindelijk 6 jaar gewerkt. Ik heb er een super leerschool gehad, die baas, die man was als een vader voor me.

foto Tonny Strouken

Hoe ik aan het fietsen toe gekomen ben? Nou, op de fabriek in Tegelen daar kwamen 20 fietsen aan, Peugeot, sportfietsen, die kostten toen 125 gulden per stuk, super sportfietsen.  Sjaak, zei mijn baas, geef je op, dan krijg je ook een fiets. Ik dacht dat ik geen kans op een fiets zou hebben maar hij zei, Sjaak, geef je op, dan krijg je er een, ik zorg daar voor! En zo was het, ik kreeg een fiets, een Peugeot sportfiets, mét spatborden, maar die waren er al af voordat ik thuis was. Er zat wel nog geen koersstuur op. Nog geen 100 meter van ons huis was een vuilnisbelt, daar heb ik een oud stuur van een omafiets af gehaald, omgedraaid, afgezaagd en nog wat aan gelast en kijk, ik had een koersfiets! Zo ben ik aan wielrennen toe gekomen. Mijn eerste wedstrijden reed ik bij de “wielerbelang’ ( de latere NWB), dat was meen ik in 1946. De eerste wedstrijd die ik heb gewonnen, dat was in Haelen, ook dat vergeet ik nooit van mijn leven,want ik klopte daar Hans Voesten. Die Voesten won destijds bijna alles maar toen ik in Haelen met hem op de streep afkwam…Tjoep… de bloemen. Ik had wel inmiddels een andere fiets. Ik  kocht een frame van Sjef Janssen in Elsloo, Sjefke had toen nog geen winkel, het was een frame dat hij afdankte. Ik moet zeggen, ik was er erg blij mee. Met het frame op mijn rug reed ik van Elsloo naar terug naar huis. Die renfiets heb deze toen zelf opgebouwd, Sjef Janssen had me er nog enkele onderdelen bij gedaan, ja, ik koester ook goede herinneringen aan Sjef, een sympathieke man met een groot wielerhart.

Jacq. Nieskens met zijn trotse ouders

Valpartijen? Ik? Ik durf het niet te zeggen, zo vaak, ik heb mijn rechter sleutelbeen in een koers gebroken, wáár was dat ook alweer? Een flinke valpartij, hup naar het ziekenhuis, ik kreeg een harnas aan. Na verloop van tijd ging het toch kriebelen. Ik zei tegen mijn moeder, ik woonde nog thuis, Mam, ik ga wat fietsen. Kijk uit zei ze, dat je niet op je beest valt. Via de dakkapel heb ik mijn koerskleren naar buiten gegooid, mijn vriend Jef stond buiten te wachten, op naar Overpelt in België, met de fiets natuurlijk, we gingen altijd met de fiets naar de koers. Mijn ploegleider Wouters zei nog Nies, ge gaat toch niet koersen met die arm? Gelukkig waren er geen kasseien. Ik werd 2e, als ik dat niet met die arm had gehad, dan had ik gewonnen, ik kon rechts niet aan het stuur trekken. Mijn moeder wist van niks, maar ik had toch weer een mooie cent, nee frank verdient. Bij de omloop Het Volk van 1956, de aankomst was op de baan, het zogenaamde Kuipke van Gent. Bij het binnenrijden van de piste kwam ik ten val, ik brak de knieschijf van mijn rechter been, het betekende het einde van mijn wielercarrière dus van valpartijen, ik weet er alles van! In 1957 ben definitief ik gestopt.

Limburgs Dagblad 16 juni 1952

Ik ben in bezit van een gouden, zilveren en bronzen medaille van de KNWU, een keer 1e, 2e en een keer 3e in het Limburgs kampioenschap. Dat kampioenschap dat ik behaalde op het Caubergcircuit. Die Cauberg vlóóg ik altijd omhoog, ik hoefde niet eens uit het zadel te komen, ik woog immers maar een kilo of 53. Het was in 1952 dat ik het Limburgs kampioenschap won, wat was me dat een heisa daar aan de streep. Velen meenden dat ik daar onterecht op het hoogste schavot stond, dat het Hein Gelissen was, Gibson noemden we hem, die de ware kampioen was die dag. Hein zou het eerst zijn wiel over de streep hebben geduwd. Maar Sjra Sillen, de bekende sportredacteur zei later “Jacq, ze hebben je willen besodemieteren, die foto’s van de finish, die hebben ze verdraaid” Hoe dat gaat weet ik ook niet, maar ik ben en blijf toch de Kampioen van Limburg van 1952.

vooruitblik uit de krant van juni 1956 met de uitslagen van de vijf voorafgaande jaren

Piet Haan klopte ik in zijn eigen dorp Mechelen, dat was een van mijn mooiste overwinningen, toch de koers waar ik de mooiste herinneringen aan heb. Het was mijn tweede of derde wedstrijd bij de amateurs. Mijn supporters van Swalmen die wilden me zelf naar Mechelen brengen met de auto. Dat was niks voor mij, ik ben met de trein naar Maastricht gereden en van daaruit met een rugzak op de fiets naar Mechelen. Ik had me nota bene bij Piet thuis omgekleed, hij had me dat zelf aangeboden. Een man vijf  hadden afspraken gemaakt, Piet zou voor eigen publiek mogen winnen, maar mij was daarover niks verteld.

foto Tonny Strouken

De dag erna, op maandag,  moesten we in Maastricht fietsen. Radium Ronde meen ik dat het was. Ik kwam Pietje voor de koers tegen, “Sjaak, zei hij, je hebt me gisteren de das om gedaan, wil je me hier niet helpen want hier heb ik ook veel supporters zitten. Ik zelf had trouwens ook een grote supportersclub met meer dan 500 leden, die gaven iedere maandag een kwartje.  Als mijn sponsor, dhr. Evers het goed vind ga ik akkoord. Nou, die vond het na die overwinning in Mechelen wel goed. En Piet Haan? Die won hierop de Radium Ronde van Maastricht. Ik kon met Piet Haan goed door één deur, we waren goede vrienden. Met  de andere coureurs kon ik ook goed mee overweg, behalve met Harry Ehlen….

Limburgs Dagblad 15 september 1952

Ronde van Mechelen 1952, met Piet Haan op de foto van sportfotograaf Tonny Strouken

Harry was een neef van Nol Ehlen. Nol was een geweldig coureur, en altijd eerlijk. Dat laatste kon ik van Harry niet zeggen. Het had allemaal te maken met de Ronde van Swalmen van 1956. Ik zat in de slag met Fons Steuten  en Harry Ehlen, we zaten samen in de kopgroep en de afspraak was dat ik zou winnen, met niet veel machtsvertoon. Ze wisten wel dat ik niet te kloppen was. We kwamen de laatste bocht uit, ik op kop, zet niet al te hard aan, ik kijk naar Fons Steuten en flits, de “schmale remmel” vliegt me voorbij… hij klopte me en ik was zó kwaad, mijn fiets vloog over een heg en ik snoeksprongde er ook nog overheen, ik was niet moe, helemaal niet. Klaartje, de vader van Harry, die kwam naar met toe, “Sjaak , zei hij, wat die witte van mij vandaag geflikt heeft, zal je hem wel nooit vergeven”. Ik zei, over drie weken dan is de Ronde van Geleen… daar wint hij nog niet één cent !! Oei, was zijn reactie, je gaat toch geen kloterijen uithalen Sjaak? Nee dat niet, maar ik ga er wel alles aan doen, dat heeft hij nog nooit meegemaakt!

Drie weken later de thuiswedstrijd van Harry Ehlen. Ik had al een paar premies voor de neus van Harry weggekaapt en hem er nog eens op gewezen dat hij geen cent ging verdienen.  Winand Kamphuis, die was ook uit Sittard, komt naast me rijden “Kuub, als ik nu wegspring, kom je dan terughalen?”, Nee Winand, jou niet, maar die “kruppel“ die zal achter ons eindigen.

Winand sprong weg, ik haalde hem niet terug, maar een ronde of drie, vier voor het einde wordt hij weer bijgehaald. Ik zat midden in de groep, ik hield alleen Harry in de gaten. We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen, ik heb er nog krantenartikel van, ge-wel-dig.

We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen

Ik reed al die jaren bij een Belgische ploeg, Victory (Jozef Schaeken Maaseik). Voor elke wedstrijd die ik won kreeg ik 100 gulden. En natuurlijk een fiets, koerskleding en tubes (maar niet zo veel tubes). De Victory fiets heb in nog steeds, al ligt hij wel uit elkaar, het frame de onderdelen en de wielen zijn er nog. Op een gegeven moment kwam er min of meer herrie, men wilde dat ik Belg zou worden, maar dat wilde ik niet, en mijn ouders al helemaal niet. Toen ben ik overgestapt naar de Eroba ploeg van Toine Gense.

V.l.n.r: Jozef Schaeken, (Victory rijwielen) met zijn dochter, Jacq Nieskens en rechts achter Kees Boelhouwers

Ronde van Epen 1952, jonge joong, wat was het slecht weer, wat een modderballet. Piet Haan moest daar winnen, hij was weggesprongen met Leo Steevens. Ik ben daar toen alleen naar toe gereden. Toen ik er bij zat zei Pietje tegen mij “Sjaak, ik wil hier graag winnen, dan delen we de prijzen en premies” Ik vond het goed, dat hebben we daarna nog vaak gedaan, de prijzen gedeeld.

Ronde van Epen 1952, v.l.n.r: Jacq Nieskens, Piet Haan en Leo Steevens. foto Tonny Strouken

Waar ik ook een gouden herinnering aan heb overgehouden is de 3e rit van de Ster van Namen, Stavelot– Jupille in 1955. Leo Stevens, die reed in de gele leiderstrui die hij na een geweldige tijdrit om de schouders had. In die derde etappe naar Juplille was op een gegeven moment mijn derailleur kapot, ik lag ruim een minuut achter. Mijn ploegleider, Toine Gense stopte met zijn Jeep naast me, Chris van Dooren zat achter het stuur. Ik kreeg de reservefiets van Harry Schoenmakers, die had dezelfde maat fiets als mij. Gense riep “als je maar zorgt dat je binnen de tijdslimiet binnenkomt!”. Tijdslimiet? Hoezo, tijdslimiet? Als je niet maakt, dat je snel wegkomt, dan, slinger ik deze bidon naar je hoofd! En er hoeft ook niemand op me te wachten, ik kom gemakkelijk alleen terug!!

Jacq. met zijn clubgenoten van TWC Maastricht

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets” Een motorrijder bleef bij me, die vroeg op een gegeven moment of ik nog goed wijs was, zo hard ging ik bergaf. Voor mij was het geen nieuws, dalen kon ik als de beste, ja, met doodsverachting! Zoals ook bij de criteriums, ik trapte in de bochten gewoon door, velen durfden me niet te volgen. Onder aan een berg kon ik weer aansluiten en dacht, als ze nu maar niet gaan demarreren want dan word ik er zo weer afgepiert, maar het viel mee, gedurende de beklimming schoof ik al doende steeds iets meer naar voren. De Gens kwam naast me rijden en stak zijn duim op. Bij de beklimming van de Hallembaye koos ik de aanval. En niemand kon me volgen, ik won de etappe met 31 seconden voorsprong.

Jacq. Nieskens winnaar van de Grosser Mücken Preis in Krefeld, ik won daar een sportfiets. Wat doen we daar mee? vroeg mijn broer Ton. Rij er maar mee naar huis, dan is hij van jou !! zei ik.

 

1928-05-02 Joep Franssen breekt 24 uur record

Joep Franssen’s 24-uur recordpoging op de weg

Op woensdag 2 Mei 1928 deed de regerend Nederlandse kampioen op de weg, de Limburgse beroepsrenner Joep Franssen een poging om het 24 uurs-record op de weg te verbeteren. Om hierin te slagen zou hij in dit tijdvak méér dan 680 km moeten afleggen. Als traject was gekozen de weg van Grathem naar Blerick visa versa. Voor gangmaking en verzorging stonden hem enkele auto’s, twee koks, een masseur en tal van helpers ter beschikking.

Het eerste 24-uurs record werd in 1885 gereden en wel op een 3-wieler. Hart, Nibbrig en Holst reden toen In 24 uren 273 K.M. Wanneer men bedenkt dat hun „racekarretje'” ongeveer 30 kg woog, zo moest men ook met het oog op de toestand der wegen, enz. dit een mooie prestatie noemen. In 1886 reed Joh. Huijser 274.5 km daarna lukte het aan J. W. Holst op een “half hoog model” ’t nog tot 317 km te brengen. Toen was de beurt aan Joh. Faber, die in 20 uren reeds 406 km afgelegd had, maar daarna staakte. Dan volgen :
1897  Jhr. de Jong v. Beek en Donk 440 km 948 meter
1898  J. Schrauwen 487 km. 744 meter
1901  J. Okon 526 km 60 meter
1901  J. D. Diehle 545 km 40 meter
1921  A. v. Amelsbeek 607 km 500 meter.
1922  J. Höhle 643 km
1928  H. J. Bruining 680 km.

Men zal begrijpen dat voor zulk een 24 uur rit heel wat komt kijken en dat verzorging, voorbereiding, enzovoort zeer omvangrijk zijn. Een vroeger recordhouder had bijv. in 24 uren tijd ook 24 lekke bandjes, terwijl zijn gangmaak-auto 7 keer van band verwisselen moest.

Franssen heeft voor zijn onderneming de Bergougnan banden gebruikt, welke bij vroegere soortgelijke ritten uitstekend voldeden. Met grote spanning werd het resultaat van deze rit door de Nederlandse wielersportvrienden tegemoet gezien maar dat het hierbij niet van een leien dakje verliep zal duidelijk worden uit onderstaande verzameling foto’s en krantenknipsels. Bij de ringoven te Neer bijvoorbeeld was men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg.

Tot twee keer toe passeerde Jüpke Franssen een stuk weg, waarop basalt keien waren gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Op beide plaatsen versperden telkens twee zware walsen de weg. Evenwel werd de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeiden dat toe. Feit was dat circa 10 km van het traject in zeer slechte staat was maar het bracht Joep Franssen niet van zijn stuk en verbeterde het record met bijna 100 km. Een record dat 42 jaar stand hield tot dat Jos Raaymakers uit Hoensbroek op 25 augustus 1970 het record verpulverde door maar liefst 1401 km 600 meter in één etmaal te rijden achter een auto met vergelijkbaar windscherm als waar Franssen mee reed, op het traject Brunssum – Posterholt visa versa. Dit record is door de KNWU echter nooit erkend omdat deze zich niet meer bezig hielden met dergelijke record-pogingen 

Tilburgse courant 10 april 1928

Limburgsch Dagblad 17 april 1928

Limburger Koerier 21 april 1928

We lezen het Limburgs Dagblad van 03 mei 1928:

FRANSSEN’S AANVAL OP HET 24-UUR RECORD.

De Limburger, Joep Franssen van Ubachsberg, die reeds het Limburgse en het Nederlandse wegkampioenschap wist te veroveren, begon gisteren zijn aanval op het 24-uurrecord, onlangs door de Amsterdammer H. J. Bruining verbeterd en gebracht op 680 km.

Om 9.00 uur begon er een gezellige drukte te heersen en het Kerkplein te Heerlen, waar reeds Franssen met zijn verzorger, de bekende Camille Bayens van de Brusselse winterbaan, waren gearriveerd. Kort na elkaar kwamen toen ook de verschillende auto’s binnen, die den tocht geheel of gedeeltelijk zouden meemaken. Daarbij waren er drie van de heren Hanssen, Ir. Koster en Wolf en Hertzdahl, die als gangmaker waren ingericht. Nadat de zaken geregeld waren, werd naar Roermond gereden, waar gestopt werd voor  restaurant Cox. Hier verzamelden zich de verschillende officials enz. De heer Darmstadt uit Roermond, de voorzitter van het comité tot voorbereiding van deze tocht, heette allen hartelijk welkom bij deze recordpoging van Franssen. Toen enkele weken geleden de renner Bruining het 24-uur record op 680 km bracht stelden velen zich de vraag of er geen Limburger zou kunnen gevonden worden, om dit te verbeteren. En Franssen, die er natuurlijk voor gevraagd werd, verklaarde liever vandaag een poging te doen dan morgen.

Het vertrek van Joep Franssen uit Heerlen bij zijn poging om het 24-uur record te verbeteren, in beeld ook 3 van de van windscherm voorziene gangmakerauto’s.

Het was inmiddels al wat later geworden, dan men verwachtte. Om rond 13.00 uur werd eerst uit Roermond, waar de start plaats had, vertrokken. Daar werden de laatste toebereidselen gemaakt en te precies half twee gaf de heer Hintackers, burgemeester van Heel, het startsein. Franssen begon zijn 24-uurrit op het traject Grathem – Horn – Haelen – Neer – Kessel – Baarlo – Hout-Blerick – Blerick van km paal 43 tot km paal 72, 200 meter voorbij de Blerickse Wielerbaan, een weg dus van 29 km, die Franssen op en neer rijdt.

Franssen begon na de start om 13.30 uur met een 40 km gangetje. Het eerste gedeelte van de weg is goed. Na een kwartier rijden heeft Franssen voor het eerst pech. Bij de ringoven te Neer is men aan ’t bomen kappen en juist als Franssen met zijn auto er arriveert ligt een van de bomen dwars over de weg. Oponthoud! De auto kan niet verder, Franssen gaat er alleen van door en later, wanneer de boom is opgeruimd, kan hij weer achter zijn gangmaker gaan liggen. Dat doet hij schitterend. Hij zit prachtig op zijn fiets, lost de wagen niet één keer, maar spoort telkens aan tot groter snelheid. Onder Baarlo heeft hij die zelfs tot 60 km opgevoerd.

Er zijn echter grote belemmeringen. Zo goed als het eerste gedeelte van het traject is, zo slecht is het tweede. Tot twee keer toe passeren we een stuk weg, waarop basalt is gestrooid in stukken van 10 cm middellijn. Franssen foetert er over, alléén de auto moet weer achterblijven, want op beide plaatsen versperren telkens twee zware walsen de weg. Evenwel wordt de medewerking van de werklieden gevraagd en deze zeggen dat toe. Op de terugweg hebben we eens precies nagegaan welk gedeelte van de weg goed, welk slecht is.  Van Blerick af is de weg over een afstand van 5 km goed, dan volgt 1,5 km vol gaten, 5,5 km is weer goed, maar dan komt 1 km vol gaten en kuilen, kortom een zeer slechte weg. Hier werken de vier walsen, volgt 1 km goede en weer 6 km slechte weg. De laatste 7 km zijn goed. Van een 20 km lang traject is dus 10 km bepaald slecht. Op de eerste terugtocht van Blerick heeft Franssen weer twee keer pech. Zijn gangmaker moet voor de overweg wachten en hij moet alleen een 5 km weg rijden. Wanneer de gangmaker hem heeft ingehaald knapt een band. De reservefiets is niet direct bij de hand weer vijf minuten oponthoud. En toch, toch hebben we goede moed. Want Franssen heeft over de eerste 25 km 7 minuten minder gedaan dan Bruining.

Het eerste uur maakte hij 43 km (Bruining 34km) dus 9 km meer. Het gaat dus meteen al goed met Franssen’s poging. We geven hier naast elkaar de resultaten die Bruining voor enkele weken en Franssen gisteren behaalde:

Toen Franssen dus ongeveer kwart na zeven vier keer het traject Grathem—Blerick had afgelegd, nam hij enkele ogenblikken rust. Zijn verzorger bood hem de nodige hulp en na een klein kwartiertje gerust te hebben stapte „Jüpke” weer op zijn fiets. Hij voelde zich nog uitnemend en ieder kan gemakkelijk berekenen met welke gemiddelde snelheid Franssen langs de weg vliegt. Gelukkig heeft hij alle medewerking van de mensen die langs de weg met bomenkappen en wegverbetering bezig zijn. De wegmakers zorgden telkens een gedeelte van de weg ingewalst te hebben, wanneer Franssen kwam, de boomkappers zorgden dat er geen bomen meer over de weg lagen, wanneer de kampioen arriveerde. Daarenboven hebben de wegwerkers thans tegen de nacht hun gedeelte geheel gewalst en geen basaltblokken meer los op de weg laten liggen. De gangmaking is thans overgenomen door de wagen van de heren Wolf en Hertzdahl, De wagen van ir. Koster heeft tot nu toe dienst gedaan.

Limburgsch Dagblad 7 mei 1928

De 300 km werden afgelegd in 8 uur 23 minuten 15 seconden, 350 km in 10.5.15 en de 400 km in 11.27.42. Den gehele acht door was er overal langs de weg een enorme belangstelling. Joep werd telkens en telkens luid toegeroepen en beantwoordde alles met een lachende hoofdknik Franssen heeft momenten gehad, soms 10 minuten tot een kwartier van 70 a 72 km per uur; en dan nog gaf hij tekens van harder, harder, doch de gang maker achtte het wenselijk niet harder te rijder, hetgeen, gezien den komende nacht, zeer wijs gehandeld was.

Terugkomend van Blerick op ongeveer 10 km afstand van de startplaats knapte de band van de gangmaker-auto. Hierdoor ging de auto aan het slingeren en Franssen viel. Bij de laatste rust klaagde bij ten gevolge hiervan over kramp. Ook zijn gemiddelde snelheid is in deze voor-middernachtelijke uren enigszins verminderd en bedroeg de laatste uren 37 km. Toch loopt hij nog voortdurend op Bruining uit, hetgeen uit onderstaande vergelijking moge blijken.

 

Omstreeks 23.30 uur kreeg Franssen de 3e lekke band. en er werd weer van karretje verwisseld.Overal langs de weg is grote belangstelling. Onverminderd duurt de belangstelling van het publiek voort, ook thans om 24.00 uur nog, in de nacht van Woensdag op Donderdag, nu we dit schrijven.

Tijdens de nachturen bereikte Franssen een gemiddelde snelheid van 38 km. Om 2.00 uur moest hij enige kilometers op eigen kracht rijden, daar de lantaarns defect raakten.

Zo juist is Franssen weer vertrokken. Hij had wederom tweemaal het traject gereden achter de wagen van dhr. Hanssen, die een keurige achter verlichting had. Het weer is Franssen gunstig. Gedurende den gehele rijtijd al is het ongeveer blad stil. Nu in de avond- en voornachtsuren wordt Franssen’s poging gunstig door maanlicht.

Om 3.00 uur is Franssen nog geheel fris. Toen hij meende in Grathem even te moeten afstappen voor massage, kreeg hij de boodschap om door te rijden naar Blerick, alwaar zijn bad klaar stond. Met een glimlach zegt Joep : „Gank fort, dan rie ich noa Blierik !”

Tijdens de nacht speelden zich verschillende toneeltjes af, d.w.z na het vertrek van Joep om 3.00 uur nodigde de kok Lindelauf het rustende peloton uit om te komen dineren. Het menu bestond uit een heerlijk bordje „snert” Zo gaat het gewoonlijk : wanneer de soldaten op nachtdienst zijn, geeft het snert, zo ook hier.

De bijkok Kuijpers uit Heerlen was de gehelen nacht een uitstekende hulp. Tijdens den nacht maakte de Burgemeester van Grathem en de burgemeester van Heel de toer eenmaal mee, alsook de wachtmeester Hulsman en rijksveldwachter Vilu. Aan deze heren komt een woord van warmen dank toe voor de goede hulp en steun. Gaarne en met alle bereidwilligheid werden alle wensen van het comité door voornoemde heren vervuld.

Thans zijn wij gekomen aan het kritieke moment, de overgang van de nacht naar de dag. Zij, die niet met de wielersport op de hoogte zijn, zullen het niet weten, doch het aanbreken van de dag is voor den renner ’t zwaarste uur, waaraan het al of niet welslagen van strijd gelegen ligt.

Om 3.30 uur stapt Franssen te Blerick af, en wordt hij in een warm bad gestopt. De verzorger blijft dan ruim een half uur met hem bezig, masseren, wassen, voeding enz. Toen Franssen om 4.15 uur weer opstapte kon men zien, dat de zonsopgang ook parten speelde. Met een heel kalm gangetje ging het naar Grathem. Na een uur rijden tekende zich het voor de renner gunstige verloop en begon hij weer steeds harder te rijden en spoedig was hij weer in vorm.

Nu kwam het hoogtepunt van het oude record in zicht (680 km). Franssen zelf had men zo goed als niets gezegd hoe hij er eigenlijk voor stond, tot dat hij om plusminus 10.45 uur de 680 km bereikte; toen had hij nog ruim 2,5 uur tijd om te verbeteren, hetgeen hij schitterend volbracht. Toen hij om 13.30 uur den laatste zogenaamde sprint maakte, bereikte Franssen een snelheid van 68 km per uur. Na de eindsprint naar Grathem, alwaar hij onder geschreeuw en gejoel van het zeer groot aantal opgekomen publiek naar binnen werd gedragen, werd hij toevertrouwd aan zijn verzorger.

Onder geschreeuw en gejoel van het in zeer groot aantal opgekomen publiek wordt Joep Franssen naar binnen gedragen.

De verzorging en opfrissing van Fransen nam 2,5 uur in beslag, gedurende welke tijd nog steeds meer wielersportenenthousiasten zich op het eindpunt verzamelden. Omstreeks 16.00 uur wordt na het nemen van enkele foto ’s het sein tot vertrek gegeven. Franssen was weer de oude van voorheen, alleen zijn benen begonnen stijf te worden. Aangezien te Blerick geweldig veel voor het welslagen van dit record is gedaan vooral door de Heeren v. Heukelom, Houben, Hufsmit enz. werd besloten den recordhouder naar Blerick te brengen, en namens hem alle sportvrienden te bedanken voor de goede hulp aldaar ondervonden. Te Blerick werd Franssen verrast door 2 kransen, namelijk een van de Wielerclub „De Valk” en een van meerdere sportliefhebbers. De hulp in Blerick was uitstekend.

Vandaar ging het via Venlo naar Roermond Hotel Cox. waar even werd gepauzeerd. De Heeren Kirschen en v.d. Berg resp. Secretaris N.W.B, en Hoofdredacteur van Sport-Echo waren juist vertrokken, zodat te Roermond het officiële gedeelte voor wat betreft de sluiting van de „course” kwam te vervallen.

Te Roermond was een geweldige belangstelling om Jüpke, de recordhouder, te feliciteren. Omstreeks 18.00 uur vertrok de rij van auto’s naar Heerlen, eerst werd te Sittard bij N.V. Becco nog eens gepauzeerd waarna een foto aldaar werd gemaakt. Op de Sittarderweg te Heerlen werd halt gehouden bij J. Kessels. broodfabrikant, alwaar Franssen werd gehuldigd door dhr. S. Herzdahl, hem werd een prachtige krans aangeboden. Dhr. Hertzdahl sprak warme woorden van hulde en sympathie aan Franssen, dat hij het record met bijna 100 km wist te verbeteren.

Daarna sprak dhr. Meens uit Sittard warme woorden van hulde uit namens de sportbroeders van Sittard. Dhr. van Els sprak daarna een woord hartelijke dank uit aan de dhr. Hertzdahl, die op zo’n schitterende wijze aan het welslagen van deze tour had medegewerkt, en speciaal zijn chauffeur mr. Ramakers verdiende een extra pluimpje. Zoals reeds eerder gezegd waren dhrn. Hertzdahl, Hanssen en ir. Koster de gangmakers van Franssen en het welslagen van de recordpoging is mede aan hen te danken. Met erewijn en een „lang zal hij leven”, werd Joep bij Kessels spontaan gehuldigd.

Daarna bracht het muziekkorps St. Franciscus Joep een serenade en bood dhr. Kessels Franssen namens voornoemde vereniging een prachtig bouquet bloemen aan. Ondertussen was een geweldige massa volk op straat verschenen. Dhr. Kessels had reeds gezorgd voor een optocht en zo trok de muziek van St. Franciscus gevolgd door alle wagens die hadden deelgenomen spelende door Heerlens straten; het was overal zwart van de mensen. Bij Lindelouf Kerkplein werd de stoet geëindigd en het was de gehelen avond nog zeer druk van mensen die Joep kwamen feliciteren.

Ten overvloedde volgen hier de tijden en het aantal afgelegde K.M. per 25 km: 

Limburgs Dagblad 4 mei 1928

Limburger Koerier 7 mei 1928

Joep Franssen met krans werd zondag 6 mei 1928 gehuldigd na het behalen van het 24 uur record, 777km 400m door het bestuur van de Heerlense Wielerbaan aldaar

Limburger Koerier 12 mei 1928

Nieuwe Venlosche courant 4 juni 1928

Nieuwe Venlosche courant 23 juni 1928