2008-01-07 John Braspennincx, koning der smokkelaars

John Braspennincx, Koning der kermiskoersen, Koning der smokkelaars

Tussen 1936 en 1940 werd John Braspennincx (drie keer nationaal kampioen, deelnemer aan de Tour de France en bij de Profs winnaar van in totaal 129 koersen) met een keten van overwinningen een bijzonder gevierd wielrenner, die mede bijdroeg tot een nog steeds unieke prestatie: op dezelfde dag dat hij Nederlands Kampioen werd bij de profs (Lees hier het verslag van het NK 1937 te Valkenburg), behaalde zijn vader de veteranentitel en werd zijn broer Jan kampioen bij de onafhankelijken. Braspennincx: „Voor mij persoonlijk is dat het hoogtepunt geweest”.

De wielerresultaten maakten van Braspennincx een geslaagd sportman op wiens erelijst echter een opvallend gemis is te constateren: klinkende uitslagen in buitenlandse rondes en wereldkampioenschappen. “Het was alsof de duvel ermee speelde. Ik kreeg in die koersen altijd pech”. Dieptepunt in die poel van tegenslag werd voor hem het wereldkampioenschap van 1938 in Valkenburg. Braspennincx: „Ik reed in die tijd zo verschrikkelijk hard, dat ik voor iedereen de uitgesproken favoriet was. Fausto Coppi heeft toen in interviews gezegd: de enige die het kan worden is “Bras”. Maar op het beslissende moment, toen ik eigenlijk al in gewonnen positie lag, brak mijn crank. Ik kreeg een andere fiets, maar daar sloeg de pion van door. M’n kansen waren weg. Ik stapte af. Dat kostte me ten minste veertien mille, want dat bedrag zou ik van m’n sponsor krijgen als ik won. Veertienduizend gulden… in een tijd dat we van negentien gulden per week leefden”.

John Braspennincx, foto archief Jo Hendriks

In 1942 startte hij bijna onvoorbereid in het nationaal kampioenschap op de Cauberg. Braspennincx: „Door dat smokkelgedoe had ik amper kunnen trainen, maar iemand wilde met me wedden en ik ging erop in”. Het resultaat was opzienbarend. Braspennincx: „Ik kwam op kop te zitten met Kees Bakker, die in de afdaling bij de Grendelpoort onderuit ging en mij meesleurde. Ik zwiepte regelrecht de etalage van de juwelierszaak Fevrier in en lag daar uitgestrekt tussen de gouden horloges. Ik kwam er bloedend en vol splinters uit. Ik kreeg de fiets van een gedubbelde renner en ik ben zó verschrikkelijk hard gaan rijden, dat ik met een minuut voorsprong kampioen van Nederland werd”. Ofschoon John Braspennincx een schitterende erelijst opbouwde, schrijft hij het aan het oorlogsgebeuren toe dat er uit zijn wielercarrière niet werd gehaald wat er naar zijn mening inzat. „Door de oorlog ben ik ook intensief met smokkelen begonnen”.

Daarvóór concentreerde ik me meer op het wielrennen, maar in 1940 liep het aantal wedstrijden zo sterk terug, dat ik er wat anders bij moest doen”. Ja, en sinds een Bredase pastoor hem ooit bij een oprechte biecht verzekerde dat smokkelen geen zonde hoefde te zijn, had hij afgerekend met de onzekerheid in zijn geweten.
Hij vulde zijn leven met de successen van een groot sportman, zoals hij er een was: een kasseienbeul van een wielrenner, die het vuur uit zijn pedalen kon trappen. De Belgen, een gezaghebbend volkje in het cyclisme, gaven hem de eretitel: „Koning van de kermiskoersen”. Zowat gelijktijdig in de jaren veertig veroverde hij er nog een: ‘Koning van de smokkelaars”.

John Braspennincx, “Den Bras”, die door zijn ingeboren lef en feeling voor organisatie uitgroeide tot de roemruchtigste smokkelaar van het Brabantse gebied. Toen de Justitie hem uiteindelijk te pakken kreeg als de leider van een unieke en ongeëvenaarde smokkelgang met maar liefst 50 man vast „personeel”, maakte hij een gebaar van goede wil, dat op onthutsende wijze inzage gaf in wat hij verdiende. John schonk de staat vijftien huizen en wees de plek aan waar hij zijn geld had verborgen: ingemetseld in de kelder van zijn huis, waar de ambtenaren met schop en kruiwagen de buit wegdroegen : tweehonderdduizend gulden in zilveren munt! „Dat was natuurlijk niet alles wat ik had maar maakte ik ze dat wel wijs”. Den Bras kreeg bij elkaar opgeteld in totaal 29 maanden gevangenisstraf, uitgezeten in vijf periodes: negen, acht, zes, vier en twee maanden.

Wat in oktober 1947 tijdens het twee dagen durende proces tegen de wielerheld  de justitie vooral bezig hield, was het zo onwaarschijnlijk lijkende feit dat „Den Bras” alleen-verantwoordelijke was voor die spectaculaire daden met de alom bekende kraaienpoten op vluchtroutes, met rigoureuze barricades met de in de smokkelarij baanbrekende uitvinding van de Pantserwagen als vervoerswapen. Kon één man dat wel alleen?

“Ja”, zegt John Braspennincx nu nog steeds, „maar als ik eraan terugdenk vraag ik me óók af hoe dat in ‘s hemelsnaam allemaal gekund heeft. Soms begrijp ik het zelf niet maar in die tijd ging alles vanzelf. Ik was zo  brutaal als de beul. Smokkelen is iets wat er bij je inzit of niet. Bij mij zat ’t erin. Ik kende de West Brabantse bossen als m’n broekzak, knalde in het stikdonker zonder licht met 90 kilometer per uur over de binnen weggetjes en ik had veel vrienden en onder belangrijke mensen, zoals grenspersoneel en ambtenaren. Die gooide ik plat met geld. Ik smeet er in die tijd mee. Er waren weken dat ik zestigduizend gulden aan lonen betaalde”.

Valkenburg 1937. Drie Nederlandse Kampioenen onder één dak. Hierboven links Johnny Braspennincx, zoon van de beroemde vader. Johnny werd Zaterdagmiddag alg. kampioen van Nederland maar vader, rechts, die ondanks zijn 49 jaar nog meereed bij de veteranen, won in deze klasse ‘ het kampioenschap. In het midden op de foto de renner Theuns, aangenomen zoon van de oude „Bras”, die bij de onafhankelijken kampioen werd.

“Het smokkelen was gewoon een  bedrijf geworden. Ik had thuis bijvoorbeeld een planbord met de vakantiedagen van m’n knechten. Voor mijn Personeel was ik goed. Ik betaalde correct en dat kon je tijd niet van iedere smokkelaar zeggen. Met geld heb ik een hoop bereikt, vooral bij de ambtenaren”. “De eerste die ik omkocht, betaalde zichzelf terug. Hij gaf me, dat was kort de oorlog, militaire papieren, een officiersuniform, een workticket en een plaat ‘Departement van Oorlog’ op m’n auto. Vooral met dat D.V.O-bordje had ik m’n investering rap terug, want ik kon overal gratis tanken. Mét met smokkelspul in m’n wagen. We reden toen veel tabak, daar was aardig aan te verdienen. Er ging steeds voor drie ton handel in, dat betekende dat ik er bij elke vracht zon anderhalve ton aan overhield. Ik haalde die tabak in België, vrachtbrief en lading klopten via het workticket, en de rest deden m’n contactmannen aan de grens. Ik seinde ze precies wanneer er ladingen kwamen en dat liep lang goed”. „Tips, daar draaide het om. Op die manier heb ik eens een trein, waarin een paar knechten van mij zaten die door de Duitsers gepakt waren, onderschept. Een gevangenbewaarder vertelde me alle details van het transport, ik maakte een enorm plan, ik versierde een Duits uniform, een auto met Duitse nummerplaten en op een onbewaakte overweg bij Amersfoort heb ik die trein opgehouden met een rode vlag. Een van m’n knechten wist te ontsnappen. De ander had het niet door, die was vrij stom, en bang”.

Tour de France 1937, Nederlandse ploeg aan de start — v.l.n.r: Toon van Schendel, Theofiel Middelkamp, Albert van Schendel, John Braspennincx, Gerrit van de Ruit en Piet van Nek in Parijs.

„We zijn samen eens zó beschoten, toen we op de fiets boter smokkelden, dat ‘ie van schrik vergat te trappen en alleen maar gilde. John, riep ‘ie, ze schieten ons dood. Houd m’n trui vast, zei ik, en rijen zo hard als ge kunt. De kogels floten rond onze koppen, de spaken zowat uit de wielen. Maar we kwamen veilig over. Ik was niet bang te krijgen. Ze hebben zeker twee- of driehonderd keer op me geschoten, maar ik ben er nooit van onder de indruk geraakt. Als ik op de fiets zat kon ik alles. Ik had met het wielrennen zon verschrikkelijke demarrage, dat als ik op m n pedalen ging staan, de douane geklopt was”. „Zo ben ik eens weg gespurt terwijl ze op me schoten, langs de kant van de weg in de bosje gedoken, van de overkant een dunne berkenboom naar me toe gehaald en toen de commiezen op mijn hoogte waren,  liet ik de stam los. Zo vlogen als raketten in ’t rond, die commiezen. Daar zat ik niet mee. Ik zat nergens mee. Zoals het uitkwam, pakte ik het aan”. „Ik ben eens bezig geweest met elastiek-smokkel op Frankrijk. Niet te geloven. Ik legde contacten via twee Amerikaanse militairen die een route hadden op Parijs die ik per rit vijf mille per man betaalde als ze een vracht meenamen. Er ging steeds twee ton mee naar een plaats in Parijs, waar ik ze opwachtte om die handel door te spelen naar Chinezen. Wat die er mee deden is me nog een raadsel, maar ze waren er zo gek op, dat ik miljoenen meters de grens over liet rijden. Het werd zo’n omvangrijke affaire, dat ik er een Engelse sergeant voor moest omkopen om me aan papieren te helpen die het risico verkleinden. Die man vroeg er tien mille per rit voor, die ik hem graag betaalde. Kun je nagaan hoe mijn verdiensten lagen”.

December 1970: dubbelportret van vader Jan (82) en zoon John (56) Braspennincx met hun racefiets

Zijn reputatie als „koning” verwierf John Braspennincx zich als smokkelaar met pantserwagens. Daar had de in smokkeluitrustingen toch inventieve grensstreek nog nooit van gehoord. Braspennincx: „Ik knalde er dwars de grens mee over. De slagbomen braken als lucifers. Drie had ik er gekocht, in de dump. Ze ploegden overal doorheen en dat ze veel lawaai maakten, deed me weinig, want als de gealarmeerde douane in actie kwam, kon ik ze hebben. Ze schoten voor niks. Met spijkers en kraaienpoten op de weg was ik ze zo kwijt. Ik reed tonnen tabak, boter en textiel de grens over”.

„Maar het is uit de hand gelopen toen veel andere smokkelaars ook pantsers namen. Het werd een troep en de douane gaf me overal de schuld van. Alleen: er viel niks te bewijzen. Maar het werd me te link, ik vroeg de anderen ermee op te houden en ze deden het allemaal op één na. Ik zei tegen ‘m: dan pak ik dat ding wel af. Eerst kocht ik z’n belangrijkste chauffeur om, toen twee Bredase politieagenten, die voor me moesten patrouilleren en de rest ging vanzelf: we zetten een val op, ze sloegen op de vlucht en ik reed zelf die pantser naar België, waar ik ‘m verkocht”. Zijn activiteiten met de pantserwagen-smokkel werden verraden, waarna John Braspennincx in de cel terecht kwam en veroordeeld omdat er gebeurde wat hij nooit voor mogelijk had gehouden: zijn knechten sloegen door. Braspennincx: „Dat is de grootste teleurstelling uit mijn smokkeltijd geweest ik had als held voor de balie willen staan, maar op die manier mislukte dat”.

Koning der smokkelaars, een heel bijzonder boek, een spannende roman ! Maar geen verzinsel. Geen roman die het resultaat is van de fantasie van de schrijver, zoals Graumans reeds ’n twintig maal èn met vele herdrukken schreef, doch deze keer een boek van keiharde feiten ! We hebben hier namelijk te doen, met de grootste smokkelaar, die ooit de grenspolitie van Nederland en van West-Europa tot radeloosheid heeft gebracht. Die ‘gewerkt’ heeft onder en tègen Duitse maar ook Amerikaanse en Engelse, Franse en Belgische, ja met Poolse soldaten en officieren. Die zich niet ontzien heeft op het laatst de grenzen te forceren met pantserwagens, daaruit te opereren met rookbommen en spijkerplanken en zich bloot te stellen aan een wilde drijfjacht van tientallen schietende, gemotoriseerde politie onderdelen, die echter allen vergeefs attaqueerden, met hun motoren, jeeps, stenguns en strijdwagens tegen de smokkelaar, de sportman John Braspennincx! Dat is het nu juist: tegen de sportman John Braspennincx, uit Princenhage (Nd.-Br.). En wat voor een sportcrack ! Een der geweldigste wielrenners van zijn tijd ! Het is de verdienste van de schrijver, hierop de nadruk te hebben gelegd, waardoor het psychologisch duidelijk wordt, hoe en waarom zo’n man in jaren van oorlog en chaos er toe komt te gaan smokkelen, niet alleen, maar ook, waarom een dergelijke sportreus dit deed op de wijze, waarop Braspennincx dat heeft gedaan. Er is van zulke belevenissen heel wat te vertellen. Maar het is tevens interessant en voor de historie niet onverdienstelijk, dat deze wilde ‘manier van zaken doen’ in de fel bewogen periode van de ‘veertiger jaren’, eens werd vastgelegd. De geboren verteller. Den Dré pseudoniem van Adrianus Antonius Lucien Graumans, volg de link

Toen John Braspennincx zijn straf had uitgezeten zocht hij nieuwe glorie in de wielrennerij, die hem al een grote naam had opgeleverd. Net als in de smokkelarij door verbluffende resultaten. Waartoe John Braspennincx als coureur nog in staat was, bleek in de voor hem zo grillige naoorlogse jaren, toen de smokkeldrukte het won van zijn wieleractiviteiten. Na gestopt te zijn met de pantserwagens ging hij, 98 kilo zwaar en ongetraind, de weddenschap aan om binnen drie weken twee wedstrijden te winnen. Het werden drie zeges in twee weken en een halve maand later zat hij in de gevangenis. Weer op vrije voeten (na acht maanden) hervatte hij de training en klopte zes weken later Gerrit Schulte in het omnium van Feyenoord. En wéér belandde hij niet veel later achter tralies en muren, nu wegens een aandeel in een goud-smokkel. Vanwege zijn aanraking met de justitie werd hem later een licentie geweigerd door de wielerbond en toen die uiteindelijk toch afkwam, woog Braspennincx 104 kilo hetgeen hem niet verhinderde via straffe training datzelfde seizoen nog zeven overwinningen te behalen. In 1952 maakte hij, na een overwinning in een dernywedstrijd in Dortmund, een einde aan zijn carrière. „veel te vroeg” zei hij.

klik en lees De Volkskrant 7 januari 1948

John Braspennincx overleed op 7 januari 2008 op 93 jarige leeftijd. Ondanks alle succes in sport en smokkelzaken was zijn materiële welstand, zoals hij zei, niet indrukwekkend. Hij woonde in een onopvallend rijtjeshuis in de grensplaats Zundert: „Ik kom niks te kort”, lichtte hij destijds toe „Ik ben ook niet schatrijk. Ik vraag me wel eens af waar al m’n geld gebleven is. Ik weet het niet. Als ik het zo eens bekijk, ben ik met smokkelen financieel eigenlijk niet zoveel opgeschoten. Maar dat kan me weinig schelen. Ik heb het goed zo. Ik ben tevreden. Als ik het allemaal over kon doen, deed ik het niet anders”.

Klik en lees het Vrije Volk van 9 januari 1948

Bronnen:
Limburgs Dagblad 24-12-1976 (Peter Heerkens)
https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Braspennincx
https://sportgeschiedenis.nl/wielrennen/john-braspennincx-koning-der-smokkelaars-en-kermiskoersen

 

2019-06-22 TeleVizier: rebellenclub op wielen

Voorpremière Andere Tijden Sport  met gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga op het Sportpark de Laguiten in Rijsbergen.

Op zaterdag 22 juni, de vooravond van de pijl was in er Wielerdorp Rijsbergen een première. De Andere Tijden Sport  uitzending “rebellenclub op wielen” van Wiep Idzenga en Bas Steman te zien. De eerste Nederlandse sponsorploeg in de Ronde van Frankrijk, we schrijven 1964, het seizoen was al begonnen, groen licht moest nog gegeven worden om de TeleVizier ploeg te formeren. De uitzending richt zich vooral op de vrijbuitersrol die de ploeg drie jaren lang in de Tour de France met succes en tegenslag vervulde.

In de Tour (8 TeleVizier etappe zeges) en Vuelta (17 TeleVizier dagzeges) speelt Kees Haast als de aangewezen man voor het klassement bij de TeleVizier ploeg. Een belangrijke rol, zo ook in de documentaire, allicht, hij was de kopman. Maar het liep niet van een leien dakje…

TeleVizier, dat was iets nieuws, een jonge, homogene puur Nederlandse ploeg. Waren het een soort van musketiers, zo van “een voor alleen allen voor één”?  Er zijn in ieder geval drie jaren lang veel avonturen beleefd. En er waren kansen voor iedereen en niet onbelangrijk voor een beroepsrenner: Poen! Fl. 16000 poer man in de Tour werd gezegd, maar het zou ook fl 13000 kunnen zijn geweest. Dan kun je thuis toch zeker zeggen dat het een goede Tour was geweest, niet? Geen geringe bedragen in de jaren zestig. Een van de TeleVizieren vertelde me dat hij, ondanks dat hij de Tour vroegtijdig moest verlaten, toch nog mooi 5000 florijnen kreeg. Ja, bij TeleVizier zat je blijkbaar goed.

De coureurs waren in dienst van een stichting. Verzekeringen, sociale voorzieningen, ww…? In de wielersport destijds had men er nog niet van gehoord. TeleVizier liet zien hoe het moest…. Al was het niet duidelijk of er, zoals werd aangehaald, ook kinderbijslag door de coureurs werd ontvangen. Volgens de twee aanwezige TeleVizier anciens hebben ze dat dan blijkbaar nog te goed van de Pel, ze konden zich niet herinneren ooit kinderbijslag te hebben ontvangen destijds.

De indruk is wel dat je bij de Pel op tijd betaald kreeg, je deel van het prijzengeld volgens afspraak kreeg etc. Akkoordjes met andere ploegen betekende soms een financieel extraatje in het laatje van de Pel, als je er achter kwam kreeg je je deel alsnog uitbetaald. Zo niet,dan had je gewoon pech. Men zegt dat er een Pellenaars van de jaren vijftig en een Pellenaars van de jaren zestig is. In ieder geval waren er veel coureurs, die in Franse dienst reden omdat er bij de Nederlandse ploegen niet veel te verdienen was. TeleVizier was nieuw, je reed met een  degelijke contract en er was voldoende poen te verdienen. De stelling dat TeleVizier een aantrekkelijk merk was om als coureur voor te rijden mag men best voor waar nemen. Als verzorger, mecanicien had je het ook niet slecht. De nieuwe Pel was sociaal, veel renners in buitenlandse dienst hadden het goed begrepen, daar wilden ze ook bij horen….

De gastheren Edwin Mathijssen en Wiep Idzenga

De docu “TeleVizier, rebellenclub op wielen” van Wiep Idzenga en Bas Steman met o.a.  Jo de Roo, Gerben Karstens, Cees van Espen, Bas Maliepaard, Hub Harings,  Kees Pellenaars, de mecaniekers John Krijnen en Geert Polak en noem maar op! Ze spreken nog een aardig woordje wielertaal. De uitzending is voor het eerst te zien op 7 juli 2019, NPO1.

De opkomst in Rijsbergen was licht bedroevend, maar degene die aanwezig waren hebben zich kostelijk vermaakt, van de overgebleven TeleVizieren waren slechts vertegenwoordigd door Hub Harings en Bas Maliepaard, mannen met humor. Zo ook twee van de TeveVizier-mecaniekers Johnny Krijnen en Geert Polak daarnaast ook nog Rijsbergens Tourcrack Jacques Hanegraaf. Ook Monique, de dochter van Kees Haast, schoof ook aan bij het tafelgesprek.

Nadat de voorpremière van de documentaire die geschiedenis van de vrijbuitersploeg en vooral, met de komende 2019 editie in kort verschiet, de drie Tour de France deelnames van de ploeg van de Pel, de eerste Nederlandse sponsorploeg in la grande boucle belicht.

In 1965 leek Kees Haast als eerste Nederlander op weg naar het podium in de Tour de France, tot een valpartij een einde maakte aan zijn droom. In de aflevering van Andere Tijden Sport spreken Haast en een aantal voormalig ploeggenoten over die teleurstelling. Het interview met Haast werd opgenomen vlak voordat hij in januari van dit jaar overleed.

25 Jun 1964 Vorst-wielrennen-ronde Van Frankrijk Voor de vierde etappe van de ronde van frankrijk bespraken een aantal nederlandse renners hun kansen. Vlnr: leo van dongen jan janssen (drager van de groene trui) henk nijdam en piet damen. Auteur: Ge Van Der Werff  In: Vorst

Tour de France 1965, TeleVizier, 16 Juni 1965 Ten huize van ploegleider Kees Pellenaars vond de tourploeg voorstelling plaats— met Gerben Karstens, Kees Pellenaars, Bas Maliepaard, Cees Haast, Rik Wouters, Leo van Dongen, Huub Harings, Cees van Espen, Jo de Roo, Jo de Haan en Henk Nijdam

14 juni 1966 TeleVizierploeg voor Tour de France 1966

Mooi dat ook de Ronde van Spanje ter sprake kwam, waar bij twee deelnames niet minder dan 17 etappezeges werden behaald, toch geen geringe prestaties. Keest Haast, de kopman tijdens de drie door TeleVizier gereden Ronden van Frankrijk vormde de rode draad tijdens de gesprekken. Tevens waren er weer wielertruien van verzamelaar Henk Theuns te bewonderen, maar ook 2 originele Tour de France koersmachines van de vermaarde TeleVizierploeg.

De TeleVizier Batavus 1966 (Leo Knops) van Remy Rijwielen Ossendrecht

De locomotief Tour de France van Bas Maliepaard, gerestaureerd door zijn mecanicien en goede vriend Geert Polak

Bekijk Andere Tijden Sport: Televizier, de Brabantse cowboys in de Tour de France hier op nos.nl :

Na de video kwamen de gesprekken over de enthousiast ontvangen docu op gang. Tenslotte werd de deelnemers gevraagd te vertellen wat de wielersport voor hen betekende, een anekdote, een bijzonder moment of wellicht wat ze met Kees Haast hebben gedeeld.

Bas Maliepaard: Niks verdiend en toch gelachen. Ik had getekend bij Pellenaars voor een paar banden en een trui, toen was ik nog amateur, later werd ik toen prof, in 1959, in het zelfde jaar nog, en moest ik voor Vredestein gaan rijden. Ik kreeg een brief van een advocaat dat ik verplicht werd voor Vredestein te gaan rijden. Ik zeg, ik heb helemaal niet getekend, ik ga naar Frankrijk. Dat vonden ze niet goed. Ja zei ik, ik ga toch. Joop Middelink van de bandenfabriek Radium die wilde mij in zijn ploeg, die zei je hebt getekend bij Vredestein, NIKS DAARVAN ik heb helemaal NIKS getekend. Toen ben ik naar Pellenaars gegaan, die had onder mijn contract, van die banden en een trainingsbroek, eronder bijgetikt dat ik als ik prof werd dat ik voor Vredestein zou gaan rijden. Dat was een slecht kant van de Pel. Hij was een man met twee gezichten, misschien wel drie. Een goeie kant was dat toen ik thuis zat zonder werk, belde hij me ’s avonds om 11 uur op, Bas zei hij, heb je al werk? Nee nog niet, hij zei dan moet je naar die en die ingenieur gaan die heb werk voor je, dus toch wel mooi dat hij aan me dacht. Ik vond hem erg sociaal voelend.

Bas Maliepaard

Johnny Krijnen: Ik wil nog effe terug komen op het bekende geval van Cees Haast in de tunnel, het is al vele malen verteld, het mooie was, ik kom ’s avonds bij het hotel, daar zat hij dan met zijn tulband op. Ik zeg Kees hoe gaat het? Ja goed jong, hij nog vrij vlug, kom we gaan een bierke pakken. Mag dat dan wel met die kop van jouw? Ha, zei Kees, ik hoef niet met mijn kop te drinken ik drink met mijn mond, haha, maar je heb wel mijn leven gered. Dat klopt want Haast lag daar half bewusteloos, voor het zelfde geld was hij daar verdronken.

Ondanks zijn hoofdwonde blijft Kees Haast dapper doorstrijden in de Ronde van Frankrijk Na de achttiende etappe staat hij als beste man van de televizier-ploeg geklasseerd in het algemeen klassement. ANPFOTO. 11-07-1966.

Over het sociale gedrag van Pellenaars het volgende. Ik heb zelfs bij Pellenaars ingewoond. Ik woonde in Bussum, dat was 112km heen en weer, over Raamsdonkveer en Utrecht enz. Soms was ik daar de hele week en op donderdag “sodemieter nu maar op en kom zaterdag maar terug want dan zijn de klassiekers”. Ik herinner me dat ik jarig was, dat was dan maar één keer per jaar, ik kreeg van mevrouw Pellenaars een enveloppe met 150 gulden en de Pel zei dat ik naar een bepaald autobedrijf moest rijden. En laat daar maar van mij, op die ouwe auto van jouw 4 nieuwe banden zetten, ja ik heb er heel goeie herinneringen aan.

Hub Harings: Voor Gerben Karstens en Jo de Roo moest ik samen met Jo de Haan drinken halen, we stopten bij een café, we moesten daar de kelder in, we graaiden naar een paar flessen maar toen we weer naar boven wilden was de deur dichtgeklapt en konden we niet meer naar buiten. We hebben daar 5 minuten in de kelder opgesloten gezeten, gelukkig, de fietsen er staan er nog. We konden aan de voet van een col weer terug aansluiten bij het peloton, toen hebben we alle flessen toch maar weggegooid. Dat was met wijlen Jo de Haan.

Hub Harings in gesprek met Jacques Hanegraaf

Jacq Hanegraaf: Zo’n anekdote heb ik niet, mijn plaatsgenoot Kees Haast is van een andere generatie dan ik ben, maar als ik de verhalen zo hoor, en ook uit eigen ervaring tijdens en na mijn eigen wielercarrière opmaak is dat er in die tijd van Kees bij de Televizier ploeg heel veel van hem werd verwacht. Hij was de kopman, om zo maar te gaan voor het klassement van de Ronde van Frankrijk, er was in die tijd geen voorbereiding, er was geen parcourskennis. En kennis over techniekbeheersing, het afdalen bijvoorbeeld zoals ze dat nu met Chris Froome en al die andere wel doen. Onze Kees Haast ging er voor, er werd veel van hem verwacht. Als je dan ook ziet hoe hij in het video fragment dat we net zagen zijn verwondingen bagatelliseert, als je het goed bekijkt is hij bijna gescalpeerd, maar onze Kees Haast zegt “we gaan er weer voor, en morgen is er weer een nieuwe dag”. Ik moet eerlijk zeggen, nu ik de documentaire van “Andere Tijden Sport” heb gezien, heb ik nog veel meer respect voor Kees, dan ik al in mijn jeugd had, tijdens mijn wielercarrière had. Want ik begrijp nu wat er in hem omging. Postuum durf ik te zeggen, Kees, ik ben blij dat je de laatste jaren zo trots bent geweest want wij zijn ook oh zo trots.

Geert Polak

Geert Polak: Ik zou graag vertellen wat het wielrennen voor mij betekend want het loopt nog steeds als een rode draad door mijn leven. Toen Bas Maliepaard en ik zestien jaar waren, zijn we samen gaan koersen. Bas is een echte grote geworden, hij heeft de Tour de France gereden maar ik heb ook een aantal Tour de France’en mogen doen. Weliswaar als mecanieker, maar ik heb toch de Tour gedaan. Ik word nog regelmatig betrokken bij dingen die met het wielrennen te maken hebben, zie vandaag. Het doet me goed er vandaag ook weer bij te zijn. Het was een fantastische tijd, een tijd die je bij blijft en waar ik een goed gevoel over heb.

Tenslotte is Monique, de dochter van Kees Haast aan het woord. Ik ben heel trots op ons Pa, hij is altijd een hele lieve zorgzame hartelijke man geweest. Hierop volgend  werd gezamenlijk nog het glas geheven op Kees, TeleVizier en de  documentaire, én natuurlijk Johan van der Velde, hou je haaks Johan

TeleVizier Tour de France ploeg 1964:

Tour de France 1964, 1e etappe, Rennes – Lisieux, 215 km Laatste voorbereidingen voor de start van de Tour 1964 — met Jacques van der Klundert, Leo van Dongen, Cees van Espen en Cees Haast in Rennes.

Eerste Nederlandse sponsorploeg in de Tour de France. Het overblijfsel van de TeleVizier-ploeg bij de ereronde aan het eind van de Tour de France 1964. Vanaf links: Jo de Haan, Cees Haast, Henk Nijdam, Rik Wouters en ploegleider Kees Pellenaars. foto privé-collectie Rik Wouters. . — met Cees Haast, Rik Wouters, Kees Pellenaars, Jo de Haan en Henk Nijdam in Parijs Frankrijk.

Tour de France 1964, 22e etappe B, Versailles – Paris, individuele tijdrit, 26,5 km. Jacques Anquetil wint de afsluitende tijdrit en de gele trui, Jan Janssen wint de groene trui. -met Kees Pellenaars, Jan Janssen, Cees Haast, Jo de Haan, Rik Wouters en Henk Nijdam bij Parc des Princes.

TeleVizier Tour de France ploeg 1965:

Klik voor TeleVizier in de Tour van ’65

TeleVizier Batavus Tour de France ploeg 1966:

Tour de France 1966, 3e etappe A, Tournai 20.8 km, ploegentijdrit, 23 Juni Mannen van Pellenaars vormden snelste equipe Succes voor de Televizieren in de ploegentijdrit over 20 km (2 ronden), die donderdagmorgen rond Doornik werd gehouden. De mannen van Pellenaars slaagden er namelijk in om in deze rit, die alleen meetelde voor het ploegenklassement, te winnen. Nu moet gezegd worden, dat niet alle formaties de indruk gaven deze rit tegen het horloge au serieux te nemen. De voornaamste concurrenten waren dan ook de ploegen met Belgen, die voor het talrijke eigen publiek wel wat wilden laten zien. Maar tegen het geweld van de rood-witte Nederlanders, die steunden op de treinlopers Zilverberg, Nijdam en Karstens, waren zij niet opgewassen Al na de eerste ronde, waarin Pellenaar’s formatie Rik Wouters (“Ik had die eerste kilometers op kop moeten rijden en dat kan ik nu eenmaal niet”) en Leo van Dongen (lekke band) kwijt raakten, werd het duidelijk, dat dc mannen van de Pel hoge ogen zouden gaan gooien. Zij bleven namelijk met 13 min. 58 sec. als enigen onder de veertien minuten in deze eerste ronde. Het dichtst bij kwam die Belgische ploeg van Guillaume Driessens met groene truidrager Reybroeck (14.03). Teleurstellend waren toen al de tijden van Peugeot met die wereldkampioenen Ferdinand Bracke en Tommy Simpson (14.14), de onder leiding staande Belgische formatie van Marien met Rik van Looy en Ward Sels (14.18) en vooral van de Fordploeg, die ondanks Anquetil niet verder dan 14.24 kwam. In de eerste ronde werden de televizieren (13.56) slechts door Pelfothen van Jan Janssen. Tenslotte bleek de tijdrit die de kas van de Televizierploeg weer behoorlijk spekte, het volgende resultaat opgeleverd: 1. Televizier: 27 min 54sec 2. Smiths op 15sec 3. Pelforth-Sauvage-Lejeune op 21sec 4. Mann-Grundig op 1min 45sec 5. Solo-Superia op 2min 45sec 6. KAS-Kaskol op 3min 40sec 7. Ford France op 3min 55sec 8. Molteni-Hutchinson op 4min 20sec 9. Fagor op 5min 10. Mercier op 5min 55sec 11. Filotex-Fiorelli op 7min 12. Kamome-Dilecta-Dunlop op 8min 30sec 13. Peugeot-BP op 9min 40sec

Tour de France 1966, Privas – Bourg d’Oisans, 203.5 km, 6 Juli 1966 Bij warm weer is voor iedere renner water een eerste vereiste. Gelukkig hebben de mensen die langs de route wonen daar begrip voor zoals hier een lieve dame de bidon van Jos van der Vleuten vult.

 

De Televizier etappezeges in de Ronde van Frankrijk waren voor:

27-06-1964 6e etappe: Henk Nijdam
26-06-1965 5e etappe deel a : Cees Van Espen
29-06-1965 8e etappe: Jo De Roo
23-06-1966 21e etappe: Gerben Karstens
23-06-1966 3e etappe A, ploegentijdrit: TeleVizier
23-06-1966 3e etappe B: Gerben Karstens
05-07-1966 14e etappe deel a: Jo De Roo
12-07-1966 20e etappe: Henk Nijdam

Voor iedereen die de wereldpremière gemist heeft, TeleVizier: rebellenclub op wielen wordt zondagavond 7 juli 2019 uitgezonden op NPO1.

2018-04-19 boekpresentatie “Janssen 68”

Boekpresentatie

“Janssen 68”

Het nieuwe boek van sportjournalist Raymond Kerckhoffs en fotograaf Tonny Strouken

V.l.n.r: Raymond Kerckhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen & Tonny Strouken

Tour de France 1968 in een notendop: ‘Niets wijst er op dat Janssen de 55e editie van de Tour gaat winnen. Op de slotdag staat hij slechts derde in het klassement, op 16 seconden achterstand van de Belgische geletruidrager Herman Van Springel. Maar in de afsluitende tijdrit naar de wielerbaan van Vincennes in Parijs buigt Janssen de achterstand om in een voorsprong van 38 seconden. Van Springel redt het niet en moet genoegen nemen met de tweede plaats in het eindklassement. Huilend neemt Janssen de huldiging door supporters in ontvangst en krijgt het geel om de schouders.’

Jan Janssen vertelt over zijn Tourzege

Om te sfeer van 21 juli 1968 nog eens op te roepen enkele bewegende beelden (Ik heb er zelf vorig jaar geknutseld met de beschikbare beelden, deels in kleur !!), van de laatste rit en huldiging van de Tour de France winnaar Jan Janssen in 1968. TdF1968, 22ème étape B, Melun-Paris La Cipale (C.L.M.), 55,2 KM. 21 juillet Jan Janssen, le premier hollandais Terminé le Parc des Princes. Pour la première fois, le Tour de France s’achève dans le bois de Vincennes, au vélodrome de la Cipale:

Op uitnodiging van Tonny, ik sprak hem vorige week bij de Amstel Gold Race, was ook ik aanwezig bij de boekpresentatie. Uiteraard veel wielercoryfeeën present, ik zag en sprak o.a. Ab Geldermans, Jo de Roo, Christian Prudhomme, Bennie Ceulen, Ben Koken, Jan Krekels, Hub en Ger Harings, Hennie Kuiper, Cor Schuring etc, bijgaand enkele beelden van de presentatie.

Liefst 68 foto’s uit het rijke archief van Strouken en bijpassende teksten wordt de spannende Ronde van Frankrijk nog eens herbeleefd. Niet alleen de ontknoping op de wielerbaan in het Bois des Vincennes was spectaculair; drie weken lang gebeurden op de Franse wegen de meest gekke dingen. Met slechts drie ploegmaten aan zijn zijde wist Janssen vanuit een outsiderpositie heel verrassend deze Tour de France op zijn naam te schrijven. Ik heb nog ergens een grammofoonplaat liggen met het radioverslag en op de B kant, of was dat nou net de A kant een lied van Ted de Braak, dan nu een gouden herinnering bekroond met een boek met de prachtige titel “Janssen 68”, ge wel dig !

Tonny Strouken, Raymond Kerckhoffs

Wielerman en Sportfotograaf Tonny Strouken (1936) reisde in zijn carrière, sinds het WK van 1948, met zijn fotocamera de wereld rond in opdracht van alle grote dagbladen en sportmagazines. Hij behaalde diverse internationale fotografieprijzen, o.a. een kleinood als de zilveren camera.

Tonny Strouken, Raymond Kerckhoffs

Raymond Kerckhoffs volgt al dertig jaar lang als toonaangevende sport- journalist voor o.a. De Telegraaf het peloton over de hele wereld op de voet.

Tonny Strouken, Raymond Kerckhoffs

In 1968 volgde Tonny Strouken vanaf de motor de hele Tour de France in het kielzog van Jan Janssen. Hij kent de Zuid-Hollander al vanaf 1956 toen hij foto’s maakte van het criterium in Wijnandsrade voor aspiranten, dat door Janssen gewonnen werd.

Jan Janssen en Christian Prudhomme

21 juli 1968.  In het Bois des Vincennes in Parijs wint Jan Janssen, als eerste Nederlander, de Tour de France. Niet ver van die bewuste wielerbaan in de Franse hoofdstad kijkt een zevenjarige Franse jongen zijn ogen uit. Hij ziet voor het eerst beelden van de Tour de France, het is Christian Prudhomme. Die zevenjarige jongen van toen, de huidige directeur van de Tour de France, reikte het eerste exemplaar van een boek over die bewuste Tour uit aan Janssen. “Ik was bij thuis bij mijn ouders, zag Jan Janssen de Tour winnen op onze zwart-wit televisie. Het waren de eerste beelden ooit die ik zag van de Tour de France”…

Emoties bij Jan Janssen en Christian Prudhomme, vrienden voor het leven

Vanwege zijn goede relatie met Janssen was Strouken in staat om tijdens deze voor Nederland historische Ronde van Frankrijk unieke beelden van Jan te maken.

“Janssen 68” kan besteld worden via info@parkhotelvalkenburg.nl  met vermelding van uw NAW-gegevens en het aantal boeken dat u wenst te ontvangen. Het boek kost trouwens €39,50
Zie hiervoor ook: parkhotelvalkenburg boekpresentatie jan janssen 68

Mijn gesigneerd exemplaar met opdrachten/ handtekeningen van Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken en Ab Geldermans 

Ab Geldermans toont de voorlopige samenstelling van de ploeg voor de Tour van 68

Jos van de Mortel opende de presentatie

De boekpresentatie Jan Janssen 68, aandacht voor mooie anekdotes …

Emile Peerenbooms, Hennie Kuiper

Christian Prudhomme

Christian Prudhomme

Video van André Jansen (WAF): Ab Geldermans, Arie den Hartog, Eddy Beugels, Gerard Vianen en Huub Zilverberg over Jan Janssen en de Tour de France van 1968:

Tour de France 1968 op WAF

Ab Geldermans, Arie den Hartog, Gerard Vianen, Eddy beugels, Jan Janssen en Huub Zilverberg over TdF 1968.

Geplaatst door André Jansen op donderdag 24 maart 2016

 

Christian Prudhomme, Jan Janssen

Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken

Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken

Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken

Raymond Kerkhoffs, Christian Prudhomme, Jan Janssen, Tonny Strouken

Zonder die laatste tijdrit van Melun naar Parijs was het leven van Jantje heel anders gelopen. Voor hij die dag aan de start kwam, had Janssen een achterstand van 16 seconden op de Vlaamse geletruidrager Herman van Springel, die als een betere tijdrijder werd beschouwd. Bovendien had hij slechts een voorsprong van 1 minuut 40 op de uitgesproken tijdritspecialist en houder van het werelduurrecord Ferdinand Bracke, die opmerkelijk goed de bergen doorgekomen was. Niets wees daarom die zondagochtend in Melun op een Hollandse tourzege. Toch geloofde Janssen erin, getuige zijn opmerking tegen Trouw-verslaggever Frans Nypels: „Nog nooit heb ik zo dicht bij de verwezenlijking van mijn ideaal gestaan. Dacht je nou werkelijk dat Jan Janssen zich de kaas van het brood laat eten?” En zo gebeurde het. Janssen reed als een ’dolle stier’ en had na afloop in het Parc des Princes 38 seconden voorsprong op Herman van Springel en zelfs 3 minuut 3 op Ferdinand Bracke. Hij huilde van geluk en kon op het moment dat hij zijn vrouw Cora met dochter Karin (’Die kleine had een heel leuk jurkje aan’) in haar armen zag niets anders uitbrengen dan: „Cora, kind, ik heb ’m!” en „Karin, papa heeft de Tour gewonnen!” trouw.nl

Jan Janssen

50 jaar terug in de tijd… Na-Tour portret, op bezoek bij Jan en Cora Janssen, 1968, 😉):

Als Jan vertelt is het muisstil, v.l.n.r: Coby Strouken, Jos van de Mortel, Tonny Strouken, Koos Tacx, Sophie Tacx, Cora Janssen en Ab Geldermans

Nederlandse Tour de France ploeg uit Breda naar Vittel vertrokken. Jan Janssen in gesprek met ploegleider Ab Geldermans

Uiteraard had Jan zijn wollen gele trui uit 1968 bij zich, wol was duidelijk niet geschikt voor het rijden in de regen

Toen Janssen in de Pyreneeën tijdens de beklimming van de Tourmalet meer dan drie minuten verloor op zijn belangrijkste concurrenten Poulidor en Bracke, leek de Ronde verloren. Maar langzaam maar zeker veroverde Janssen terrein terug (Poulidor viel in de veertiende rit naar Albi en stapte later af) en toen hij in de laatste Alpenrit in Sallanches als vijfde eindigde, vertrouwde hij NOS-verslaggever Jean Nelissen uitgeput toe: „Ik heb mijn Tour gered.” Dat was zo, al kon hij toen niet vermoeden dat een onbekende renner op de voorlaatste dag nog bijna roet in het eten zou gooien. Maar toen ook de onbekende André Poppe sneuvelde, kon het echt niet meer fout gaan.  trouw.nl

De eerste Nederlandse Tour winnaar ooit….

Hub Harings, Jo de Roo

Bert van Marwijk, zo als bekend ook een wieler-enthousiast, ook present..

Janssen 68, ontspanning met een hapje en een drankje

Herinnering aan juni 2015, Parkhotel Valkenburg Expositie over Historische Tour de France 1968: