1971-06-20 Nederlands wegkampioenschap profs Valkenburg

Joop Zoetemelk, een waardige kampioen.

De 24-jarige wielerprof uit Rijpwetering behoorde bij die groep van dertien renners, die zich in de tweede ronde van het bijna tien kilometer lange circuit afscheidde van het peloton. Als makkers had hij Eef Dolman en Wim Bravenboer bij zich, maar van dit tweetal heeft de bruisend enthousiaste Zoetemelk in zijn 170 kilometer durende strijd tegen zes vertegenwoordigers van Pellenaars’ Goudsmit-Hoff equipe pas in de slotfase van Eef Dolman de hulp gekregen waarop hij recht had. Toen Zoetemelk namelijk op ongeveer vijftig kilometer voor het einde meesprong met de taaie Wim Prinsen, was het Dolman, die de gretige Gerben Karstens de doorgang belette.

Joop Zoetemelk, foto Wiel Vasmeer

Zo kreeg het nationale kampioenschap een boeiend slot met het duo Zoetemelk in eerste linie. Karstens, afgeremd door Dolman, op anderhalve minuut, daarachter de „Franse” renners Janbroers (Peugeot) en Harry Jansen (Sonolor) met als bewaker Matthijs de Koning in de wielen. Heel even dreigden er moeilijkheden tussen de twee aan kop toen Prinsen weigerde deel te nemen aan het zware werk. “Kom op”, schreeuwde Zoetemelk. “Nee” antwoordde Prinsen. „Dan stop ik ook” dreigde de Mars-Flandriaman. „Dan wordt Karstens kampioen” repliceerde de kleinste man van Pellenaars. „Of Dolman”, brieste Zoetemelk. Dat was voldoende. Prinsen wist maar al te goed, dat vrijwel geen renner zo snel de meters van een stijgend parkoers neemt als Dolman. Prinsen zette zich opnieuw in de pedalen. Hij nam overmoedig de leiding bij de beklimming van de laatste Cauberg aan de top waarvan de finish lag. De slimme Zoetemelk trok zonder moeite mee omhoog om op ongeveer honderd meter voor het spandoek genadeloos toe te slaan.

Rini Wagtmans en Joop Zoetemelk, foto Wiel Vasmeer

Voorbeschouwing

FAVORIETEN WEER OP CAUBERG

Strijd om de wielertitels wordt boeiender dan ooit

Limburgs Dagblad 12 juni 1971

Zondagmiddag om 1 uur gaan de beroepsrenners van start voor jaarlijkse koers waarbij het Nederlands kampioenschap te verdienen of te verdedigen valt. Op de Valkenburgse Cauberg- Op een parcours dat door de jaren heen wereldvermaardheid heeft verworven. Een helling van 12 procent die als de grote „brokkenmaker” kan fungeren. Ken helling ook die vele wielercracks al de das heeft omgedaan. Of hen soms in één grandioze klap tot de top van de wielersport heeft gebracht.

Rene Pijnen en Joop Zoetemelk, foto Wiel Vasmeer

Enkele jaren heeft de Adsteeg in Beek als een uitstekende plaatsvervanger gefungeerd. Er zijn daar in Beek adembenemende koersen gehouden. Uitstekend georganiseerd. Met duizenden toeschouwers. Maar Valkenburg hééft nou eenmaal die naam in de wielersport die de wielermassa doet vergeten dat ook andere plaatsen dan het Geulstadje in staat zijn evenement op dit niveau te organiseren. Valkenburg heeft namelijk de beschikking over een „beul” die zijn weerga in de vaderlandse wielersport niet vindt: de Cauberg.

Evert Dolman en Jan Krekels, foto Wiel Vasmeer

Door, de keuze van het parcours is het uitgesloten dat het een saai koersje gaat worden. Ken Wim van Est, een Wout Wagtmans. kenners van het vak dus, voorspellen dat het juist dit jaar enorm zal gaan spannen. Het is niet doenlijk om een winnaar te voorspellen maar de namen van Gerben Karstens. Jan Krekels en Harrie Stevens springen toch duidelijk naar voren.

Caubergcircuit NK 1971

Als favoriet nummer 1 geldt echter de momenteel zeer sterk rijdende Wim Schepers. Wie gezien heeft met welk een gemak de coureur onlangs in Simpelveld de Hulsberg nam, hoe soepel Schepers daar dansend naar boven ging moet toegeven dat de man uit Meers-Elsloo ook op de Cauberg een beste kans maakt. Een hele beste.

Direct na hem dient Joop Zoetemelk genoemd te worden. Hij steekt in grote vorm en behoort ook tot de betere klimmers. Evenals ook Rini Wagtmans. En dan is er nog altijd een zekere Jan Janssen. Deze coureur waarvan men zegt dat hij in zijn „nadagen” rijdt kan zeer zeker voor een verrassing zorgen. Jan Janssen werd wereldkampioen, Jan Janssen won de Tour de France. Hij fietste van de ene zege naar de andere. En nu, in 1971, is deze coureur, die gezegd heeft dat hij geen Tour de France meer zal rijden, al weer en nog altijd enkele malen in de voorste gelederen geëindigd. Jan Janssen, met een bijzonder sterke Limburgse supportersclub achter zich, geldt als de grote outsider voor dit kampioenschap.

Plaatselijk favoriet Ton Habets en Rini Wagtmans, foto Wiel Vasmeer

Er bestaat voorts ook nog een Goudsmit-Hofploeg. Met coureurs die als het moet allemaal uitstekend voor de dag kunnen komen. Het prijzenschema is zodanig dat elke coureur verdient. Zondag  20 juni  1971. Historische dagen voor Valkenburg. Omdat de kampioenschap er na dertien jaren terug van is. Topsport voor het Geulstadje.

Dankzij het Limburgs Dagblad. In de eerste week van juni al was het op de Cauberg een wielrendrukte van belang: er werd en wordt getraind dat de stukken er af vliegen. Eén ding staat vast: de Cauberg heeft een egaal wegdek gekregen. Hetgeen de heer Goud van de KNWU de opmerking ontlokte: Hier vliegen de renners naar boven. Maar dat zal nog moeten blijken. Wij houden het toch meer op de uitspraak van oud-consul. de heer Pisters: de Cauberg is ook nu, moeilijker dan men denkt.

deelnemerslijst NK 1971

wedstrijdverslag

Nederlaag voor Goudsmit Hoff

JOOP ZOETEMELK STERKE KAMPIOEN

Limburgs Dagblad 21 juni 1971

Na het kampioenschap voor de Dames (winnares Keetie van Oosten- Hage) en de Amateurs (winnaar Jan Spetgens, lees het uitgebreide fotoverslag alhier) was het op zondag 20 juni 1971 de beurt aan de beroepsrenners. Joop Zoetemelk is een waardige en sterke landskampioen van de beroepsrenners geworden. Drie ronden voor het einde zei hij met Wim Prinsen de kopgroep van twaalf man vaarwel en eendrachtig samenwerkend bouwde dit tweetal aan een onoverbrugbare voorsprong welke bij het ingaan van de laatste de ronde anderhalve minuut bedroeg.

Links Leo Duijndam en Evert Dolman, Rechts Cees Stam en René Pijnen in actie op de Cauberg, foto Wiel Vasmeer

Aan het wiel van Prinsen ging Zoetemelk voor de laatste maal tegen de Cauberg op. Maar voor de kenners stond al vast wie dit duel ging winnen, bij het ingaan van de laatste steile bocht demarreerde de klimmer Zoetemelk en met een voorsprong van wel twintig meter op Prinsen ging hij zegevierend over de eindstreep. Veel later arriveerde een gedesillusioneerde Gerben Karstens, die beslag legde op de derde plaats voor Evert Dolman die zijn taak als hulp voor Zoetemelk weer voortreffelijk had gedaan.  Hoewel de strijd om de nationale titel niet tussen ploegen hoort en pleegt te gaan was het dat in feite wel al betrof het nu slechts twee groeperingen.

Het dertiental waaruit tenslotte de winnaar kwam en dat vanaf de vierde ronde de strijd heeft beheerst, bestond immers uit zes mannen van Goudsmit Hoff: Gerben Karstens, Harry Steevens, Cees Rentmeester, Mathijs de Koning, Wim Prinsen en Leo Duyndam terwijl Mars Flandria was vertegenwoordigd door het drietal  Joop Zoetemelk, Eef Dolman en Jan Bravenboer.

Valkenburger Ton Habets in actie op zijn Cauberg, foto Wiel Vasmeer

Dan waren er nog de eenlingen Harry Janssen van Sonolor Lejeune, Ben Janboers van Peugeot en René Pijnen van Bic. Eerder behoorde Cees Stam van Ketting ook nog tot de kopgroep, maar hij raakte achterop door materiaalpech en staakte tenslotte de strijd. In feite heeft het Mars-trio door beter koersinzicht het Goudsmit Hoff-zestal een duidelijke nederlaag toegebracht. Dolman en Bravenboer stelden zich volledig in dienst van hun beste troef Zoetemelk en deze deed het voortreffelijk. Hij was het, die alle demarrages meteen beantwoordde. Vijf ronden voor het einde begon Gerben Karsten aan een fel offensief, maar Zoetemelk bleef aan zijn wiel. Laatstgenoemde wist, dat hij met Karstens minder kans zou hebben op de eindzege en daarom deed hij ook geen kopwerk.

door Harry Theunissen

Limburgs Dagblad 21 juni 1971

Alle pogingen van het Pellenaars-zestal om Zoetemelk „onder het behang te plakken” liepen op niets uit. Toen Prinsen in de achttiende ronde demarreerde, zag Zoetemelk daar wél perspectief in. Aanvankelijk voelde Prinsen weinig voor een vlucht met de Mars-man, maar na een kort overleg met Zoetemelk besloot de discipel van de Pel het te wagen. En hij verloor. Karstens begreep wel wie van de twee koplopers het duel ging winnen. Hij stelde nog alles in het werk om het tweetal te achterhalen, maar hij kreeg Dolman aan zijn achterwiel en daardoor kon de Karst het gat niet meer dichten.

Zo kreeg de laatste fase van dit kampioenschap van de broodrijders nog een alleszins interessant slot dat de vijftienduizend toeschouwers met de grootste belangstelling volgden. Zoals gezegd, ontstond de definitieve afscheiding al in de vierde ronde. Wagtmans, Benjamins, Krekels, Serpenti, Van der Vleuten, Vianen en Van Leeuwen misten de aansluiting en hadden al vlug een achterstand van een minuut. Wagtmans probeerde nog weg te komen, maar de Molteni-man kreeg niet de minste steun en daarom viel hij uit. Halverwege de wedstrijd, waaraan slechts 39 profs deelnamen, kwam het peloton nog tot op 35 seconden van de hoofdmacht, maar toen daar het tempo werd opgevoerd door demarrages van de Goudsmit Hoff-zes waren de achtervolgers op het zware parkoers met veel tegenwind maar gelukkig zonder regen, kansloos en liep hun achterstand op tot vele minuten, Jan Krekels was een van de velen die er geen heil meer in zag en afstapte. De achterhoede die meer dan een kwartier achterstand had, bestond uit het vijftal Holst, Gerrits, Van Deene, Van den Berg, en Aarts. Zij behoorden tot de 21 die de wedstrijd uitreden en daarmee een prijs van ongeveer honderd gulden verdienden.

Vanaf de 4e ronde vormde een kopgroep van 13 coureurs het verdere verloop van het kampioenschap

Joop Zoetemelk: „Cauberg mijn enige kans”

Die Cauberg was mijn enige kans om ooit kampioen van Nederland te worden. Als we volgend jaar weer ergens anders rijden, dan gaat de titel naar iemand als Peter Kissner”. Deze woorden van Joop Zoetemelk logen er niet om. Maar de kersverse kampioen bij de profs liet hierna onmiddellijk volgen, dat hij in de Ronde van Spanje veel routine had opgedaan in bergsprints.

v.l.n.r. Joop Zoetemelk, Eef Dolman en Mathijs de Koning op de top van de Cauberg, foto Wiel Vasmeer

„Daarom wist ik ook precies hoe ik Wim Prinsen moest aanpakken als het zo ver was. Op het vlakke stuk voor de laatste bocht wilde hij wéér niet overnemen. Maar hij moest volgens mijn plannen op kop rijden in de klim. Daarom bracht ik een kunstje in de praktijk, dat ik van Eric de Vlaeminck heb afgekeken. Ik versnelde, ging schuin links voor Prinsen rijden en toen hij aanzette, kneep ik heel even in mijn remmen. Prinsen schoot me toen voorbij. Hij moest nu wel omhoog. Ik heb erg goed op hem zitten letten.” In zijn rood-wit-blauwe tricot glunderde Joop Zoetemelk nog na over het slagen van zijn tactiek en verduidelijkte hierna hoe hij zijn rivaal tenslotte versloeg. „Na de laatste bult in de Cauberg schakelde ik naar een sprintversnelling en toen Prinsen dat zag zette hij aan. Daarna heb ik alles op alles gezet. Ik ging met 53×18 naar boven en schakelde een paar honderd meter voor het einde naar een versnelling van 53×13. Met alle kracht die ik in me had stoof ik naar boven en hierna was Wim Prinsen een verslagen man.”

Aan de voet van de Cauberg, vijf ronden voor het einde begon Gerben Karsten aan een fel offensief, Karstens leidt hier voor Wim Bravenboer, in de achtergrond Zoetemelk en Prinsen, foto nationaal archief

HONDERDDUIZEND FRANCS VAN MARS-FLANDRIA
Leuk extraatje voor kampioen Zoetemelk
Wagtmans: „Cauberg grandioos parcours”

Sjefke Janssen, chef d’equipe van Mars Flandria’s amateurs was een van de gelukkigste mensen van het afgelopen weekeinde waarin het Limburgs Dagblad wielerminnend Nederland weer een Cauberg als wedstrijdmaker gebracht heeft. De man uit Elsloo was al méér dan content toen hij zaterdagmiddag bij de amateurstrijd de drie eerstaankomenden als “zijn” jongens kon feliciteren.

Zoetemelk springt halverwege de Cauberg, op ongeveer vijftig kilometer voor het einde, met de taaie Wim Prinsen mee, foto nationaal archief

Jefke Janssen voelde zich de koning te rijk toen hij, als groots “plaatsvervanger van Briek Schotte zondagmiddag bij de finish van de profs opnieuw een overbekende Mars-Flandria-figuur als eerste over de eindstreep zag gaan: een waardig kampioen in de eigenlijk te frêle figuur van Joop Zoetemelk.

Aanvankelijk voelde Prinsen weinig voor een vlucht met Joop Zoetemelk, maar na een kort overleg met de Mars-Flandriaman besloot de discipel van de Pel het te wagen. En hij verloor, foto nationaal archief

door Breur Loffeld

Zoetemelk een NAAM in de internationale wielersport.

Janssen: „Mars-Flandria had 100.000 Belgische franken extra uitgeloofd als een Mars-Flandriaan de titel kon wegsiepen. Joop reed enorm sterk. Hij had bovendien de niet te onderschatten steun van Eef Dolman en Wim Bravenboer. Twee jongens die alles uit hun kast verreden hebben om Joop te helpen. Zoetemelk heeft door deze overwinning enorm veel zelfvertrouwen gekregen. Joop gaat nu ineens op een heel andere manier naar de Tour de France dan alleen maar om zijn tweede plaats van verleden jaar te verdedigen”.

helaas geen goeie finishfoto van de nieuwe kampioen

Limburgs Dagblad 21 juni 1971: Daar gaat Joop, mede dank zij Mars kampioen bij de profs

Rini Wagtmans voelde zich sterk. En was ook sportief: „Ik ben blij dat de trui bij een vedette terecht is gekomen. De naam Zoetemelk zegt echt wel iets in het buitenland. Overigens was het hier een formidabel parkoers. Ik hoop dat het volgend jaar de kampioenschappen weer hier op de Cauberg gehouden worden”.

De eerste Limburger die zondag over de eindstreep ging was Harry Stevens: „Ik reed goed. Maar ik kreeg een lekke band toen de slag viel. Ik ben natuurlijk toch gedemarreerd om weer bij te komen, maar toen ik nog zo’n 50 meter van het kopgroep je was, reed ik wéér plat. En toch ben ik bij de kopgroep gekomen. En in de laatste ronde, het was of de duvel ermee speelde, kreeg ik opnieuw een kapotte band. Nou. dan ben je wel weg, hè? We zullen maar zeggen dat ik geen geluk gehad heb.”

In de laatste honderden meters naar de finish werd Wim Prinsen volledig verrast door de man uit Rijpwetering. Wim prinsen passeert de streep als 2e, foto nationaal archief

WIELERSPORT NIET „DOOD”

De pessimisten hebben ongelijk gekregen. De pessimisten die de laatste maanden uitbazuinden, dat de Nederlandse wielersport op weg is naar haar graf. Zaterdag en zondag is op de even befaamde als beruchte Valkenburgse Cauberg het bewijs geleverd, dat de „levensgeesten” waarachtig nog niet zijn geweken. De tienduizenden, die ondanks de vaak erbarmelijke weersomstandigheden twee dagen de klim omzoomden, hebben kunnen constateren dat ook in ons land een wielerwedstrijd nog altijd een bijzonder boeiende bezigheid kan zijn.

door Will J. Poulssen

Joop Zoetemelk met zijn eerste (bij de profs behaalde) nationale kampioenstricot, foto’s Wiel Vasmeer

Joop Zoetemelk, van wie zo lang werd beweerd, dat hij o zo moeilijk in het offensief durfde te gaan, trotseerde op het Caubergcircuit niet alleen alle aanvallen, maar liet in de beslissende slotfase duidelijk zien, dat hij het eigen initiatief beslist niet schuwt.

Hij moest optornen tegen de aanvalsdrift van de mannen uit de „colonne” van Kees Pellenaars. Vooral tegen de kleine Wim Prinsen die van geen wijken wist en als snelle sprinter terecht door Joop Zoetemelk werd gevreesd. In de laatste honderden meters naar de finish werd de „vlo uit Hank” echter volledig verrast door de man uit Rijpwetering.

Enfin: twee dagen wielersport van hoog gehalte hebben bewezen, dat deze sport heus nog niet „dood” is. Dat was overigens niet in het laatst te danken aan bet Caubergcircuit. Na dertien jaar bleek overduidelijk, dat men voor een titelstrijd met allure en sfeer in het Geulstadje moet zijn. Het Limburgs Dagblad heeft dit met de organisatie van dit evenement duidelijk aangetoond. Met deze wetenschap verlieten de duizenden dan ook gisteravond de Valkenburgse contreien.

Zoetemelk op het hoogste schavot, verdient winnaar en tevens fl 5000,- rijker door de extra premie van Mars-Flandria, foto nationaal archief

Op het podium tijdens het spelen van de nationale hymne, v.l.n.r. Wim Prinsen, Miss Limburgs Dagblad, Joop Zoetemelk en Gerben Karstens, foto nationaal archief

Uitslag NK 1971 bij de beroepsrenners:

  1. J. Zoetemelk, Rijpwetering, 190 km in 4.49.04
  2. W. Prinsen, Hank
  3. G. Karstens. Prinsenbeek op 1.06
  4. E. Dolman. ‘s-Gravendeel op 1.12
  5. H. Janssen, Westzaan op 3.01
  6. B. Janbroers, Amsterdam
  7. M. de Koning, Scherpenzeel
  8. R. Pijnen. Woensdrecht
  9. C. Rentmeester, Ovezande op 3.05
  10. W. Bravenboer, Klaaswaal op 4.55
  11. H. Stevens. Elsloo op 5.08
  12. H. van Leeuwen, Den Haag op 10.46
  13. H. Benjamins. Hollandseveld op 10.54
  14. W. Wanders. Meerssen
  15. J. Serpenti, Wijk aan Zee op 10.59
  16. J. v.d. Vleuten. Helmond op 11.17
  17. D. Holst. Amsterdam op 17.23
  18. M. Gerrits. Oploo op 22.51
  19. G. van Deene. Den Haag op 36.49
  20. W. v.d. Berg, Wateringen
  21. W. Aarts. Gronsveld op 44.25

foto nationaal archief, volg de link

foto nationaal archief, volg de link

September 2018, Joop Zoetemelk trekt voor de volkskrant zijn Nederlandse kampioenentrui van 1971 nog eens aan. de Volkskrant Foto FaceBook ©Stephan Vanfleteren

1979-08-25 Valkenburg Wereld Kampioenschap op de weg voor amateurs

Solo optreden van Adje levert net geen prijs op

Klasse verloochent zich niet als het moment daar is. Voor Adje Wijnands was het grote ogenblik om zichzelf te bewijzen op zaterdag 25 augustus 1979 aangebroken.De twintigjarige Maastrichtenaar presenteerde zich nadrukkelijk in de strijd om de regenboogtrui voor amateurs. Als enige van de bepaald toch niet zwakke Oranje-brigade was Wijnands in staat constant in de voorste gelederen de strijd aan te binden met de zoveel oudere, doorgewinterde Russen, Oost-Duitsers, Zwitsers en Polen.

Ad Wijnands

Geen enkele ontsnapping miste hij. Behalve dan die ene, die laatste, belangrijke en beslissende. Omdat hij toen volkomen was opgebrand. Hij is niet groot, zeer bescheiden, zwijgzaam, nuchter en slim, uitzonderlijk slim. Wat hij al zo vaak het afgelopen jaar in koersen op eigen bodem liet zien, demonstreerde Wijnands zaterdag eens te meer. Geen seconde was hij weg uit de voorste tien. Steeds zorgvuldig een „gangmaker”, uitzoekend. Nooit koos hij verkeerd, geen moment kwam hij zelf aan de leiding.

Jos Lammertink leidt het peloton bij de beklimming van de Cauberg, links Theo de Rooij

Wat Wijnands echter tegen zat, was dat er vanaf het startschot vrijwel „plankgas” werd gereden. De Oranje-renners waren daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Wagtmans had hen dagen achtereen op het hart gedrukt, zelfs gesmeekt, om de eerste drie ronden voluit te rijden. De bondscoach werd compleet gek bij de gedachte, dat in het immense veld (175 renners) één van zijn troeven door een schlemielige valpartij zou afvallen. Nederland bleek echter niet alleen die tactiek te hanteren. De sterkste ploegen deden precies hetzelfde.
door Harry ten Asbroek

Beklimming van de Cauberg

Nooit zakte het tempo. „Ik voelde dat het moeilijk zou worden. Er werd te hard gereden om nog wat te proberen. In de laatste ronde besefte ik dat het voor mij mislukt was, ik zat kapot alhoewel, mislukt …” reageerde Wijnands toch tevreden. Teleurstelling was onvoldoende aanwezig bij zijn vijf collega’s. Er viel weinig af te dingen op het feit dat zij alle vluchten van Wijnands afschermden.

Beklimming Bemelerberg

Maar waar de concurrentie steeds met drie, vier man was vertegenwoordigd, reed Nederland (Wijnands) alleen. Toegegeven, in de grote groep van 47 renners waaruit uiteindelijk de beslissende vluchters wegglipten, waren vier oranje-truien aanwezig. Maar het niveau waarop Wijnands reed, had minimaal door nog één, eigenlijk twee Nederlanders geëvenaard moeten worden. De excuses „de dagvorm was niet de topvorm” uit vijf monden, klonk wel bijzonder pover.

Beklimming van de Bemelerberg

beklimming BemelerbergWie meer dan alle anderen in topvorm verkeerde, was de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen. Toen de Oost-Duitser Drogan, de Pool Jankiewicz en de Brit Millar de groep met Wijnands al ver achter zich hadden gelaten, daverde Giacomini als een trein naar de leiders toe. Een opvallend staaltje machtsvertoon van een even opmerkelijk renner.

Bemelerberg

Giacomini veroverde in 1976 als Junior in het Belgische Gooik zijn eerste wereldtitel. Een Jaar later werd hij voor de wielersport afgeschreven wegens een ernstige longaandoening. Via een aangepast schema van de arts van Francesco Moser kon hij toch weer in het zadel klimmen en geleidelijk aan terugkomen.

Wereldkampioene Petra de Bruin, in haar zojuist verworven regenboog trui, zoekt vrienden op tussen het publiek

Vorig Jaar werd hij militair wereldkampioen op de ploegenachtervolging en de individuele wedstrijd. Dit Jaar wrong Giacomini zich als enige Europeaan tijdens de Spartakiade tussen het voltallige Russische machtsblok, hij werd tweede. Gisteren haalde hij met een krachtige eindsprint zijn vierde gouden habijt binnen.

Het Parool 27 augustus 1979

Geen loon naar werken voor amateur Wijnands

Ad Wijnands stond er zaterdagmiddag in Valkenburg teleurgesteld bij. Een kleine vier en een half uur lang had de 20-jarige wielrenner zich voor eigen publiek uitgesloofd. Bij bijna elke ontsnapping was de Limburger attent van de partij geweest, maar het loon voor die enorme inspanning was nihil. Als „onzichtbare” gleed Wijnands in 39ste positie over de eindstreep, terwijl de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen bij de amateurs, door een dringende mensenmassa naar het erepodium werd gestuwd. „Ik denk”, zuchtte Wijnands, „dat dit toernooi voor mij een jaar te vroeg is gekomen. Misschien was ik nog te jong en te onervaren om ook in de laatste ronde ( de “liefhebbers” moesten elf lussen van 16 kilometer afleggen) met de besten mee te gaan. Ineens blokkeerde ik tegen die Cauberg op, voelde ik de krachten uit mijn benen wegvloeien.”

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Het peloton met vooraan Theo de Rooij in de achtervolging op Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Bondscoach Rini Wagtmans van de KNWU, die niet terugschrikt voor gepeperde en overdreven uitspraken, noemde de prestatie van Wijnands van wereldklasse. „Van verschillende landen”, aldus de Brabantse insider, „zijn de coaches en ploegleiders vanmiddag naar me toegekomen. Allemaal met soortgelijke teksten. Zo van: „Tjonge, wat is die Wijnands een klasbak”.
door Guido de Vries

Boven op de Cauberg

Vooraan in het peloton Theo de Rooij met in zijn wiel Jan Bogaert

Doodzonde natuurlijk dat hij zijn prachtige race niet met een medaille heeft kunnen bekronen. Echt, ik durf te wedden dat hij met iets meer routine in het bezit van de regenboogtrui was gekomen. Het optreden van Ad Wijnands, de enige van de zes nationale renners die zich zaterdag in de kijker reed, belooft misschien iets moois voor de Olympische Spelen van 1980. „Ik hoop daar als een volgroeide coureur aan de start te komen”, zegt Wijnands, „en nog beter voorbereid dan nu het geval was.” Gelet op zijn leeftijd en zijn talent kan Wijnands een goede coureur worden.

Trouwens, het afgelopen jaar toonde de Maastrichtenaar met tien overwinningen aan tot de nationale top te behoren. Zoals zoveel amateurs droomt Wijnands van een carrière als professional. „Na de Spelen van Moskou”, vertelt hij, „wil ik de overgang maken. Ik denk dat ik als ronderenner kan slagen. Joop Zoetemelk is mijn grote voorbeeld. Wie weet kom ik nog wel eens bij hem in de ploeg.” Wat dat laatste betreft had Wijnands uitstekende papieren gehad als hij zich zaterdag in de hoofdprijzen had gereden. Een wereldkampioen bij de amateurs bijvoorbeeld is verzekerd van tal van aanbiedingen van „beroepsstallen”.

Op de rechte lijn naar de finish Adrie van der Poel op kop

Gianni Giacomini zit dus goed. Maar de nieuwe drager van de regenboogtrui wil voor hij „broodfietser” wordt „Moskou” meemaken. De 21-jarige renner uit Cima Dolmo geldt in Rusland nu al als een van de kanshebbers. Ter herinnering: op het afschuwelijke parcours van volgend jaar wist hij zich onlangs bij de Spartakiade als tweede te klasseren.  Gianni Giacomini heeft al een glansrijke loopbaan achter de rug. In ’76 veroverde hij de wereldtitel bij de junioren, vorig jaar pakte hij het goud bij het WK voor militairen en dit seizoen stond hij in Italië talloze malen op het erepodium. „Eigenlijk”, vind de Italiaan, „is het met mij gek gelopen. Vier jaar geleden dachten de artsen dat ik tbc had. Weg fiets, weg sport ging het bij die onderzoeken door mij heen. Aan die vervelende affaire heb ik net bij de prijsuitreiking nog even teruggedacht. Gelukkig echter zijn er nu mooie tijden voor me aangebroken. Een profcontract trekt me. Stel je voor: ik samen in de koers met die geweldige klimmer Bataglin, met die prachtige achtervolger Moser, met die slimme Saronni en die geweldige allrounders Zoetemelk en Hinault. Heerlijk toch, of niet soms?”

NRC Handelsblad 27 augustus 1979

Giacomini grossiert in wereldtitels

Wijnands geeft Oranje nog een beetje kleur

Tot twee ronden voor het eind .leek er geen vuiltje aan de zwaar bewolkte lucht voor de Nederlandse amateurformatie. Tot dat moment, na 150 kilometer, was de tactiek van bondscoach Rini Wagtmans perfect uitgevoerd. Met vier Oranje-klanten  in de eerste groep  van zo’n vijftig coureurs hadden de 30 à 40.000 enthousiaste toeschouwers nog alle hoop op een Hollandse wereldkampioen.
door Cees Olsthoorn

Finish van het WK voor Amateurs

Maar toen de strijd dan echt losbarstte moesten ze stuk voor stuk afhaken. Toen bleek toch dat de Nederlanders hun favorietenrol op eigen bodem niet konden waarmaken. Toen ook betaalde de absolute uitblinker Ad Wijnands de tol voor een race waarin hij constant mee aan de leiding is geweest. Het verloop van de schitterende finale maakte dat duidelijk. Uit een licht afgescheiden groep van twaalf renners demarreerde de Amerikaan George Mount De Engelse kampioen Robert Millar en Wijnands, de 20-jarige Maastrichtenaar die het parcours rond Valkenburg kent als zijn broekzak, sluiten snel aan. Bij het ingaan van de laatste omloop van 16 kilometer voegt ook de Pool Jan Jankiewicz zich bij hen.

Vier man op kop, maar niet voor lang. Uit de achterhoede  duiken de Oostduitser Bernd Drogan, de Deen Kim Anderson en de Italiaan Gianni Giacomini op. Drogan gaat meteen keihard door. Millar volgt met Jankiewicz. Als de voorsprong van dat drietal honderd meter bedraagt gaat Giacomini op de pedalen; staan en overbrugt met een fantastische rush het „gat”.. De volledig uitgebluste Ad Wijnands, Mount en Anderson blijven achter en worden uiteindelijk nog opgeslokt door het fel jagende peloton. De winnaar moet bij het kwartet voor op worden gezocht. Op de laatste beklimming van de Cauberg moet Millar lossen. Hij komt toch weer terug en waagt op 500 meter van de streep een alles- of-niets-poging. Jankiewicz rekent hem in, waarna de even slimme als klasserijke Giacomini uit het wiel van de Pool gemakkelijk naar de  regenboogtrui sprint. Na Claudio Corti in 1977 in Venezuela heeft Italië opnieuw een wereldkampioen bij de amateurs.

Gianni Giacomini verslaat Jan Jankiewicz en Bernd Drogan

Vreugde in het kamp van de Tifosi, teleurstelling bij de Nederlanders die tenslotte met lege handen achterbleven. Een blik op de uitslag leert dat Adrie van der Poel met een 30ste plaats onze beste landgenoot was. Rini Wagtmans wilde desondanks het woord afgang niet in de mond nemen. „Er is volgens plan gereden” aldus de opmerkelijk rustige bondscoach na afloop. „Om het gevaar van valpartijen te ontlopen zou er in de eerste drie ronden hard aan worden getrokken. Daarna moesten ze de koers controleren. Zorgen dat bij iedere ontsnapping een mannetje mee was. Zoveel mogelijk profiteren van het werk van de concurrentie en dan in de finale toeslaan luidde de opdracht” De oranje-rijders hielden zich lange tijd voorbeeldig aan dat script. En zeker Ad Wijnands.

1e Gianni Giacomini, 2e Jan Jankiewicz en 3e Bernd Drogan

De Limburgse lichtgewicht was vanaf de start niet uit de eerste rij weg te slaan. Hij behoorde dan ook tot de zeventien renners die in de vierde ronde op avontuur trokken. Twee ronden verder kreeg een groepje van zeven aansluiting, met daarbij Adrie van der Poel. Hij moest echter bij de beklimming van de Cauberg lossen. Maar met Theo de Rooy kwam Van der Poel later toch weer terug in een waaier van zestien amateurs.

Toen vervolgens in de achtste omloop ook Jac van Meer attent meesprong met weer, een klein groepje, toen leek de positie van Nederland, met vier jongens in een eerste peloton van zo’n vijftig amateurs, bijzonder riant. Het pakte, totaal anders uit Theo de Rooy: „Ik had niet zo’n beste dag vandaag. Vorig jaar op: de Nürbürgring (toen De Rooy pas op 200 meter van de streep werd  teruggepakt) kon ik bij wijze van spreken alles, nu niet. Niet dat ik slecht reed, maar dat beetje extra wat je bij ‘ zo’n wereldkampioenschap nodig hebt ontbrak gewoon. Jac van Meer liet zijn in gelijke bewoordingen uit, terwijl Adrie van der Poel wees op de valpartij waarbij hij, even na half koers, betrokken was, én de uiterste krachtsinspanning daarna om terug te komen.De enige Nederlander die wél voortreffelijk marcheerde was derhalve Ad Wijnands. Hij moest echter de tol betalen voor zijn gretigheid. Voor hem duurde het WK juist een ronde te lang. „Ik was uitgeblust” beaamde hij later nauwelijks teleurgesteld.

2e Jan Jankiewicz, 1e Gianni Giacomini, 3e Bernd Drogan

„Achteraf had ik me misschien meer moeten sparen. Maar ik voelde me goed, bovendien heb ik zo zuinig mogelijk gereden. Nee, ik hoef mezelf niks te verwijten.” Rini Wagtmans knikte bevestigend: „Ad is nog te jong om wereldkampioen te worden. Hij mist nog de macht die daarvoor nodig is. Maar het is natuurlijk geweldig wat hij hier heeft laten zien. Pure klasse. Ik ben blij dat hij amateur blijft tot na de Olympische Spelen. Is ook het beste voor hem. Geestelijk en lichamelijk is hij nog niet aan een overstap naar de beroepsrenners toe. Wie hem nu zou willen overhalen prof te worden vermoordt Wijnands als coureur.”

Resteren Jos Lammertink en Hennie Stamsnijder, de twee neven uit Twente, die zaterdag geen rol van betekenis konden spelen. „Toch had ik goeie benen,” liet Stamsnijder die in Valkenburg zijn amateur carrière afsloot, weten. „Maar toen ik in de vierde ronde lek reed, was het wereldkampioenschap voor mij voorbij. Daarna heb ik me volledig in dienst van de ploeg gesteld.” Jos Lammertink, stelde ronduit teleur. Vooraf door Wagtmans tot de grote favoriet gebombardeerd, bleef hij gedurende de hele koers vrijwel onzichtbaar: „De Cauberg heeft me opgebroken. Die was vijftig meter te lang voor mij. Wagtmans had gezegd om in m’n eigen tempo naar boven te rijden. Anders zou ik onherroepelijk kapot gaan. Dat heb ik gedaan, maar mijn tempo, was gewoonte laag om me te kunnen meten met de rest. Eén troost voor Jos Lammertink; deze week krijgt hij in het Olympisch Stadion de kans om zich op de individuele achtervolging te revancheren.

Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen op de weg

Gianni Giacomini, net 21 jaar, student geometrie, is bepaald niet een toevallige winnaar. De Italiaan die qua uiterlijk een beetje aan Saronni doet denken, is een grossier in wereldtitels. In 1976 werd hij in het Belgische Gooik wereldkampioen bij de junioren. Vorig jaar voegde hij er twee militaire WK-titels aan toe. De een in de individuele wedstrijd, de andere in de 100 km-ploegentijdrit, een onderdeel waarop hij afgelopen woensdag met de Italiaanse equipe zevende werd.

Tot vijf jaar geleden deed Giacomini aan atletiek (midden afstanden), maar vond daarna zijl weg als wielrenner. In ’77 werd hij ernstig ziek. Zijn huisdokter adviseerde toen om de fiets definitief op te bergen. De arts van Francesco Moser, dokter Falai, besliste na een uitgebreid onderzoek anders. Met een aangepast trainingsschema kon Giacomini best blijven wielrennen meende dit niet zonder reden. De ster van Gianni is daarna snel gestegen. Het ene succes volgde het ander op, met als voorlopig hoogtepunt de regenboogtrui zaterdag in  Valkenburg. Over het parcours zei Giacomini, die zeker niet voor de Olympische spelen prof wordt: „Niet zo zwaar. De wind  was lastiger dan de twee klimmetjes”.

Het vrije volk 27 augustus 1979

 

De uitslag:

1             Gianni Giacomini (ITA)               178,8 km in  4 uur 19 min. 26 sec.

2             Jan Jankiewicz (POL)

3             Bernd Drogan (GER)               op 1 sec

4             Robert Millar (GBR)              op 4 sec

5             Andreas Petermann (GDR)      op 12 sec

6             Jan Bogaert (BEL)                 op 25 sec

7             Jan Krawczyk (POL)

8             Ryzsard Szurkowski (POL)

9             Richard Trinkler (SUI)

10           Nencho Staikov (BUL)           op 34 sec

11           Thomas Barth (GER)

12           Geir Digerud (NOR)

13           Kurt Ehrensperger (SUI)

14           Giuseppe Petito (ITA)

15           Harry Hannus (FIN)

16           Charly Bérard (FRA)

17           Tommy Prim (SWE)

18           Falk Boden (GER)

19           Kim Andersen (DEN)

20           George Mount (USA)

21           Daniel Muller (SUI)

22           Herbert Spindler (AUT)            op 45 sec

23           Ludek Kubias (TCH)

24           Dieter Flögel (GER)

25           Yury Kashirin (URS)

26           Francis Castaing (FRA)

27           Aleksandr Averin (URS)

28           Volker Kassun (GER)

29           Jan Wijnants (BEL)

30           Adrie Van Der Poel (NED)

31           Urs Grobli (SUI)

32           Jostein Wilmann (NOR)

33           Leopold Karner (AUT)

34           Mustapha Nejjari (MAR)

35           Steph Jones (GBR)

36           Pierre Harvey (CAN)

37           Rocco Cattaneo (SUI)

38           Käri Puisto (FIN)

39           Ad Wijnands (NED)

40           Theo De Rooy (NED)

41           Dale Stetina (USA)

42           Ladislav Novak (TCH)

43           Francis Duteil (FRA)

44           Miguel Acha Mindeguia (ESP)         op 1 min 15 sec

45           Jac van Meer (NED)

46           Jan Hoegh (DEN)                op 4 min 56 sec

47           Fr Von Loeffelholz (GER)

48           Alexander Gousiatnikov (URS)

49           Dirk Demol (BEL)

50           Ole Kristian Silseth (NOR)          op 4 min 58 sec

1976-03-27 Amstel Gold Race

Bennie en Freddy

Zuid Limburg, met zijn heuvels, die wij bergen mogen noemen, zijn trage glooiingen met mozaïek van weiden en geploegd akkerland, met zijn bospartijen en zijn menselijke nederzettingen. Het ligt er op deze zaterdag 27 maart winters guur en winderig bij, Men ziet de ze van ver  aankomen, men viert de Amstel Goldrace 1976.

Amstel Gold Race 1976 met Raymond Poulidor, Freddy Maertens, André Gevers, Michel Pollentier en Ferdinand Bracke

De nederzettingen zijn ervoor uitgelopen naar de afgezette kruispunten, wegen en weggetjes voor de doortochten.  Een handvol politieauto’s onder huilende sirene en blauw zwaailicht. Nog een handvol politiemotoren, die witgejaste en –gehelmde reuzen dragen, luid over de velden tierende reclame-auto’s, Amstel Gold auto’s  met wakkere Amstel Gold-officials en met KNWU-officials, een Mercedes-bolide met als gekoesterde lading de Amstel Gold-Miss en nog meer auto’s, wier luidsprekers veel te luide muziek lozen. Een zwerm van pakweg 4 dozijn grommende Harley Davidsons en BMW’s verkondigen de Amstel Goldrace: kakelbont beschilderde Volvo’s en Peugeots, die op hun ruggen glimmende, ranke racefietsen dragen en veel te dikke ploegleiders aan boord hebben.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Diverse auto’s die opzichtig melden toe te behoren aan De gazet van Antwerpen, L’equipe of Avro’s Sportpanorama, tientallen auto’s met NL, B, F en D nummerborden, die anoniem, maar niet minder vloekend, scheldend en tierend met de claxons, hun mannen van de media door bochten en over de heuvels sleuren. Geschatte lengte van deze wolk van lawaai en benzinedampen, van kop tot staart, een paar kilometer.  In de zich snel verplaatsende wolk, bij het begin van de race, in Heerlen, 120 hoofdrolspelers, die duwend op de pedalen en trekkend aan de sturen als wielerprofs het dagelijks brood verdienen.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

We staan onder aan de Adsteeg, in de jaren zestig toneel van enkele opeenvolgende Nederlands Kampioenschappen op de weg, Bennie Ceulen supporteren, de enige (Nederlands-) Limburgse coureur in koers.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Daar is het peloton; in de rug gedekt door een wielerregisseur, die zich in zijn volle lengte, door het open dak van zijn wagen, gebarend, wenkend, zwaaiend met zijn rode vlag, door Zuid Limburg laat rollen.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Op kop onder andere Michel Pollentier en Piet van Katwijk, we zien Jan Raas, wereldkampioen Hennie Kuiper, Nidi en Fedor den Hertog, Andre Gevers, Freddy Maertens, , Marc Demeyer, Bert Pronk, Ferdi Bracke.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Waar is Bennie, heb je hem gezien? Ik meen van wel, of toch niet? In de verte een Maes Pils Rokado renner eenzaam in de achtervolging, full speed de Adsteeg opsprintend. Hij is het, onze Limburgse favoriet, teruggeslagen door pech, maar hij geeft niet op

„hup Bennie, Allez Bennie !!”

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Bennie Ceulen, de enige Limburgse beroepsrenner in de Amstel Gold Race, kwam méér tegen dan alleen hechte ploegentactiek van de Flandria’s. De jonge Maastrichtenaar werd reeds vroeg door een lekke band getroffen. Na een felle jacht keerde hij weliswaar in de straten van Valkenburg (61 km) terug in de staart van het peloton, maar een nieuwe tube zonder lucht en een gebroken pion betekenden definitief het einde.

Bennie Ceulen, lekke band in de aanloop van Elsloo naar de Adsteeg in Beek, ©Peter Knops

„Tegen die pech was ik niet opgewassen”, aldus een ontgoochelde Bennie Ceulen. De enige troost was dat later niemand van zijn landgenoten, opgewassen bleek tegen het geweld van een superieure Maertens.

Amstel Gold Race 1976 — met Aad van den Hoek, Hennie Kuiper, Gerard Vianen, Jos Schipper, Didi Thurau, Günter Haritz, Joop Zoetemelk en Cees Priem in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops

Amstel Gold Race 1976 — met Michel Laurent, Roger Swerts, Christian Seznec, Cees van Dongen, Freddy Maertens, Joop Zoetemelk, Wim de Waal, Michel Pollentier, Jos Schipper, Régis Ovion en Piet van Katwijk in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops

Amstel Gold Race 1976 — met Cees Bal, Jean-Pierre Danguillaume, Roy Schuiten en Jan Raas in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops

Richting voet van de Cauberg, Bennie Ceulen heeft alweer aangepikt bij de staart van het peloton Amstel Gold Race 1976 — met Bennie Ceulen, Willy Van Malderghem, Herve Vermeeren en Richard Bukacki in Strabeek, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops.

Zes uren en 230 kilometer later, als de finishplaats Meerssen wordt binnengereden, zijn het er nog 42 renners in koers. Freddy Maertens heeft het hardst gefietst van allemaal en wint.

Amstel Gold Race 1976, Heerlen – Meerssen, 230km, 27 Maart 1976 In de beginfase ontsnapt Wim de Waal, hij wordt op de 2e beklimming van de Keutenberg ingelopen door Jan Raas, Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk en Freddy Maertens.

Freddy Maertens zet de demarrage door en fietst solo naar de finish.

Amstel Goldrace 1976, winnaar Maertens met Amstel Goldrace trophee

Freddy Maertens wint. De Gold Race-Miss zendt hem haar glimlach en kust hem. Ook beurt hij een goudglanzend horreur; te groot voor een naar menselijke maat geschapen prijzenkast.

Het Parool 03-04-1976 WIM JUNGMAN, Limburgsch dagblad 29-03-1976 NINO TOMADESSO

1 Freddy Maertens (Flandria-Velda) 5hr 53min 8sec
2 Jan Raas (TI-Raleigh-Campagnolo) op 4’29”
3 Luc Leman (Miko-De Gribaldy-Superia) 5’19”
4 Patrick Béon (Peugeot-Esso-Michelin)
5 Hennie Kuiper (TI-Raleigh-Campagnolo)
6 Joop Zoetemelk (Gan-Mercier-Hutchinson) 5’32”
7 Roger Swerts (Molteni-Campagnolo) 6’36”
8 Roy Schuiten (Lejeune-BP) 6’47”
9 Frans Verbeeck (Ijsboerke-Colnago)
10 Cornelius ‘Cees’ Bal (Molteni-Campagnolo)
11 Cees Priem (Frisol-Gazelle)
12 Piet Van Katwijk (TI-Raleigh-Campagnolo)
13 Eric Van De Wiele (Maes Pils-Rokado)
14 Marc Lievens (Molteni-Campagnolo)
15 Régis Ovion (Peugeot-Esso-Michelin)
16 Jean-Pierre Danguillaume (Peugeot-Esso-Michelin)
17 Willy Van Neste (Frisol-Gazelle)
18 Henk Prinsen (Frisol-Gazelle)
19 Paul Lannoo (Frisol-Gazelle)
20 Raymond Poulidor (Gan-Mercier-Hutchinson)
21 Michel Pollentier (Flandria-Velda)
22 Ghislain Van Landeghem (Maes Pils-Rokado)
23 Bert Pronk (TI-Raleigh-Campagnolo)
24 Christian Seznec (Gan-Mercier-Hutchinson)
25 Wim De Waal (Lejeune-BP)
26 Michel Laurent (Miko-De Gribaldy-Superia)
27 Patrick Perret (Miko-De Gribaldy-Superia)
28 Raymond Delisle (Peugeot-Esso-Michelin)
29 Ferdinand Bracke (Lejeune-BP)
30 Fedor Den Hertog (Frisol-Gazelle) 10’46”
31 André Gevers (Lejeune-BP)
32 Roger Gilson (Frisol-Gazelle) 12’51”
33 Wim Prinsen (Gero-Eurosol)
34 Co Hoogendoorn (TI-Raleigh-Campagnolo)
35 Adri Jos Schipper (Ormas-Sharp)
36 Nidi Den Hertog (Frisol-Gazelle)
37 Gérard Tabak (Frisol-Gazelle)
38 Karl-Heinz Bohnen (Maes Pils-Rokado)
39 Jean-Pierre Berckmans (Molteni-Campagnolo)
40 Roland Smet (Lejeune-BP)
41 Albert Hulzebosch (Ormas-Sharp)
42 Giovanni Jimenez Ocampo (Gero-Eurosol)