1937-06-12 Nederlandse Kampioenschappen op de weg te Valkenburg

John Braspennincx landskampioen 1937.

Hij klopte Jan Verveer met 3 lengten, maar Cees Bronger en Kees Valentijn waren te Valkenburg Nederlands beste renners

Jan Theuns Onafhankelijken kampioen

Henk de Hoog bij de amateurs

Als Limburg zich op iets bijzonders voorbereidt, gebeurt dat in den regel uitstekend. Grote sportfeesten en landdagen waren steeds een succes.
Voor “tam-tam” heeft men in het uiterste Zuiden nu eenmaal een zuivere feeling, en het was daarom, dat men ook voor de Nationale kampioenschappen in het Zuiden het beste beentje voorzette om er het beste van te maken.

In Valkenburg, waar men in het verleden al meermalen een wegwedstrijd organiseerde, heeft men van soortgelijke gebeurtenissen onderhand de nodige kaas gegeten, en daarom klopte ook nu weer alles als een bus!
Als een bus, voor zover het de bemoeiingen van “Valkenburg Omhoog” betrof. Met man en macht was men gemobiliseerd, om alle onderdelen te regelen, nodig om een en ander een goed verloop te doen hebben.
’s Morgens, voordat dit sportgebeuren een aanvang nemen zou, stond Zuid-Limburg in zomerse feesttooi na de onweersbui van de nacht van Vrijdag op Zaterdag.

Drie kampioenen onder een dak. Hierboven links Johnny Braspennincx, zoon van de beroemde vader. Johnny werd Zaterdagmiddag alg. kampioen van Nederland maar vader, die ondanks zijn 49 jaar nog meereed bij de veteranen, won in deze klasse ‘ het kampioenschap. In het midden op de foto de renner Theuns, aangenomen zoon van den ouden „Bras”, die bij de onafhankelijken kampioen werd.

’s Morgens. Zaterdags, was de lucht boven de heuvels van dit wonderschone land bewolkt en we dachten dat het optimisme, waarmee men in Valkenburg en omgeving dit wielerfeest, de Nationale kampioenschappen had voorbereid, de domper opgezet zou krijgen. Maar gelukkig brak na veel moeite de zon door en daar lag Limburg weer, zoals het zijn kan op de beste ogenblikken van het jaar: en dan is de uitdrukking: wuivende korenvelden geen versleten zegswijze. Want zo is het inderdaad. En als men van Maastricht naar Valkenburg gaat dan is er weer die altijd bloeiende wisseling in groen en bloemen, die Limburg in de feesttooi zet, nodig om dit gebeuren de nodige luister te geven. Zo werd het een juichende dag van kleur en zon, en men mocht verwachten, dat duizenden naar de Cauberg zouden komen, om getuige te zijn van wat zich hier voltrekken zou.

Tribunes met vlaggen en wimpels wachtten de honderden af, die intussen niet in dien getale opkwamen, als men wel gehoopt had. In de loop van den morgen werden de tenten langs de weg opgeslagen van hen die verwachtten, aan deze wedstrijd een extraatje beter te worden. Vrouwen poetsten de stoep, mannen maakten het voortuintje in orde, en ergens voor een open venster kraaide een ouderwetse grammofoon een schoon lied, ten bewijze, dat Limburg „après tout” ook nog bij Nederland hoort. Dat lied was natuurlijk de onderhand versleten romance van „De mooie molen”.

Valkenburg, het centrum van de gebeurtenis van de dag, is intussen al met de cracks vertrouwd geworden. Al enige dagen immers wordt op en om den Cauberg getraind, en in de verschillende hotels zijn de bekende renners, die van deze wedstrijd een serieuze onderneming willen maken, het middelpunt van de belangstelling.

Vijftienduizend toeschouwers hebben deze wedstrijd gezien, en zij hebben, vooral tegen het laatste uur de spanning beleefd, die een wedstrijd als deze eigen is.

John Braspennincx jr De nieuwe algemene Nederlands Kampioen op de weg in 1937

Jan Gommers en Toon van Schendel over het parcours
In hotel Palanka logeren sinds woensdag al Antoon van Schendel en Jan Gommers, enkele van de meest ernstige overwinningskandidaten voor deze wedstrijd. Kort voor den start spraken we deze renners nog even, en zij noemden het parcours vrij lastig. De Cauberg is wel te rijden voor renners van een van Schendel- of Gommers-reputatie, maar de rust die de renner krijgt na deze berg opgeklommen te zijn, is te gering om 18 ronden lang behoorlijk op kracht te blijven. Bovendien was er, volgens van Schendel, de Geulhemerberg, en hierin zag hij een gevaar, wanneer er een honderdvijftig tegelijk zouden starten. Gelukkig is dit niet gelopen, zoals verschillende renners en ook wij dit verwachtten. Er zijn geen ongelukken van betekenis voorgevallen op dat gedeelte. Maatregelen hiertegen waren voldoende genomen. Wagons stro had men eraan besteed, om de gevaarlijke bocht te maken tot een zo mild mogelijke strandplaats.

Enige kritiek, moge dit een les zijn voor later:

De verkeersregeling was in overleg met den Provinciale Waterstaat en de Politieautoriteiten perfect in orde. Alleen over de regeling voor de Pers  die de N. W. U.- meer speciaal dhr. Swaab de Beer- had getroffen waren de Limburgse journalisten niet bijzonder te spreken. En terecht. Reeds voor de wedstrijd was dhr. Swaab als N. W. U.-autoriteit weinig coulant tegenover de Limb. Pers. De N. W. U. en de Wielersport in het algemeen hebben toch belang bij een zo groot mogelijke publicatie van nieuws, dat vóór den wedstrijd te geven is. Ongeveer 12 dagen voor den wedstrijd hebben we herhaaldelijk aan de N. W. U. opgave van de rennerslijst gevraagd. Het kantoor der N. W. U. weigerde ons die te geven. Later, eerst dinsdag, kregen we een zeer onvolledige rennerslijst via het Alg. Nederl. Persbureau in Amsterdam. Gelukkig hadden we de medewerking van „Valkenburg Vooruit", dat ons de overige rennersnamen opgaf. Zodoende konden we onze lezers gelukkig nog volledig inlichten over het programma.

Op de wedstrijddag was het gebrek aan medewerking van dhr. Swaab de Beer al even groot. Aan de on-attendheid van de N. W. U. was het te wijten, dat de wegen te laat voor het verkeer werden afgesloten. De verkeersborden wezen „vanaf 2 uur" aan. Om kwart over één probeerden de Limburgse journalisten van verschillende kranten met hun eigen wagens den Cauberg te bereiken vanaf Valkenburg. Volgens officiële aanwijzing was dit dus volkomen “en règle”.

Men liet de pers niet door en dhr. Swaab dwong de journalisten een wandeling van 20 minuten te maken, die na de woordenwisseling welke eraan voorafging tengevolge had dat de Limburgse journalisten te laat op hun persplaatsen kwamen. En dit terwijl de auto's klaar stonden, om de Pers naar de voor haar bestemde plaats te brengen. Op deze manier bewees dhr. Swaab de wielersport geen dienst, omdat immers de populariteit van de wedstrijden voor een belangrijk deel afhankelijk is: óók van de bekendheid door de Pers eraan gegeven. Dit moge een les zijn voor later. Men zal waarschijnlijk de Limburgse Pers nog wel eens nodig hebben voor grote wielerwedstrijden in deze provincie. Overigens was er geen wanklank.
Het volksdagblad  14 juni 1937
Bij de nationale weg-kampioenschappen van Nederland welke Zaterdag 13 juni te Valkenburg zijn verreden is wel duidelijk bewezen dat het Valkenburgse circuit voldoet aan de hoogste eisen welke aan een omloop voor het wereldkampioenschap kunnen worden gesteld. Sterke hellingen en dalingen, men denke aan de steile Cauberg en de niet minder steile Geulhemerberg. De eerste moest op en de tweede afgereden worden en wel achttien maal hebben ze het allerbeste van de renners gevraagd. Alleen voor de geboren wegrenners waren in deze wedstrijd de titels te verdienen. 
De landstitel kwam tenslotte terecht bij John Braspennincx die, nadat eenmaal Cees Bronger en Kees Valentijn ongelukkigerwijze uit de koers waren verdwenen de meeste aanspraak op de titel mocht maken. Bronger en Kees Valentijn, dat waren op het Valkenburgse circuit zonder overdrijving de besten van de wedstrijd. Die twee gingen de steile 1200 meter lange Cauberg op met zulk een gemak als reden ze op de vlakke weg. Dat Bronger in het begin van fiets moest veranderen en Valentijn te half-koers zijn ketting afliep was voor geen van beiden bezwaar om dadelijk al hun tegenstanders weer voorbij te snellen en zonder zichtbare inspanning weer aan de kop post te vatten. Wreed is echter dikwijls de teleurstelling voor de wegrenner. Toen van de 185 km, die te rijden waren reeds 175 km waren afgelegd trof tegenslag zowel Bronger als Valentijn opnieuw en werden beiden uitgeschakeld: Bronger door bandbreuk, de jonge Valentijn door kettingdefect.

Drie wielerkampioenen onder één dak

Braspennincx Sr.en Jr. winnaars.
Ook zijn aangenomen zoon kampioen.
Vijftienduizend toeschouwers bij de wedstrijden om het Nederlands kampioenschap.

Het was de wedstrijd voor de familie Braspennincx. „D’n Bras” Sr. won bij de Veteranen. Zijn zoon Johnny werd algemeen  kampioen en zijn aangenomen zoon, Theuns, die bij hem inwoont, werd eerste bij de Onafhankelijken. Een victoriedag dus voor „het huis Braspennincx”. Drie kampioenen onder één dak !

Over de wedstrijd in zijn geheel het volgende : Precies 2 uur starten 150 renners. Mooi opgesteld alsof er een levende damwedstrijd gespeeld wordt, staan de mannen op hun aangegeven nummer. Een wirwar van renners met alle kleurschakeringen worstelt voor de eerste maal de Cauberg op. Wij zullen de eerste 5 ronden maar buiten beschouwing laten, al zij vermeld, dat Gerrit Schulte de eerste was die met een lekke band langs den weg stond. De gemiddelde tijd was per ronde plusminus 18 minuten.

Kees Valentijn

Het eerste uur was een verkenningstocht, waarbij de „grote mannen” zich veel op den achtergrond hielden. Toch kon men al dra bespeuren wie goede en wie slechte klimmers waren. Marijn Valentijn ( kampioen 1935) viel al spoedig uit wegens defect. In de zesde ronde heeft zich een groep renners, w.o. Joep Savelberg en Jan Lambrichs uit het hoofdpeloton losgewerkt. Kees Valentijn voelt zich bij deze groep niet thuis en gaat alleen aan den haal en weet een voorsprong te behalen van ongeveer 200 meter . Ofschoon het nog vroeg is, menen Alfons Stuijts en Cor van der Star toch, dat er gevaar kan dreigen van deze kleine Brabander en zij gaan op pad om Valentijn te halen. Dit gelukt hen en twee ronden later is Stuyts alleen los gerukt, hetgeen deze sterke boy 30 km volhoudt. Ook dit is nog te vroeg, want de andere grote mannen blijven nog zeer gereserveerd, al zijn thans al talrijke kopstukken uit de strijd wegens bandenpech en ook vele renners wegens derailleur-pech. Hieronder bevonden zich ook Joep Savelberg en Willy Vroomen, die op dat moment nog in goede positie lagen.

Limburger koerier 14 juni 1937
De oude Braspennincx wint bij de veteranen

Intussen is de wedstrijd voor Veteranen reeds geëindigd, waarbij een felle strijd werd ontwikkeld tussen Braspennincx Sr. en Willemsen (De vader van Jan Willemsen uit Nuth, heette hij ook Jan? Ik kende hem alleen als "Pa" Willemsen). De Brabander was in de Cauberg iets sterker en zodoende wist hij Willemsen aldaar te kloppen, ofschoon beiden ondanks hun hogen leeftijd (Braspennincx is 49 jaar) nog als jonge mannen de Cauberg opklauterden.
De nieuwe Nederlands kampioen op de weg 1937 bij de veteranen John Braspennincx sr. meldt zich bij de jurywagen

Tot op de helft van den koers is er weinig nieuws te vertellen, alleen dat reeds 60 procent  de strijd heeft gestaakt, waarvan de meesten wegens pech. De voorsprong, die Stuijts lange tijd had volgehouden en waarbij velen in hem reeds de winnaar gingen zoeken, werd mede door de Limburgse krachten te niet gedaan. Er heeft zich een kopgroep gevormd, bestaande uit de renners Hubert Sijen, Cees Bronger, Saarloos, Kees Valentijn, Theofiel Middelkamp en John Braspennincx Jr.

Wielercoryfee Gerrit Bontekoe verfrist een coureur voor hotel restaurant de Geulhemermolen onderaan de Geulhemmerberg. Wagons stro had men eraan besteed om de gevaarlijke bocht te maken tot een zo mild mogelijke strandplaats.

Deze groep heeft Alfons Stuijts achterhaald. Er begint thans tekening in de strijd te komen. Stuijts, die klaarblijkelijk te veel van zijn krachten heeft gevergd, laat thans hard na en verliest steeds terrein. De jonge generatie komt heftig opzetten, waartegen de ouderen niets vermogen. Veler hoop was gevestigd op Antoon van Schendel, welke in Frankrijk zo’n goeden naam had als klimmer, maar deze moest hier in de Cauberg in z’n Nederlandse concurrenten zijn meerderen erkennen. Van de 60 Amateurs die gestart waren, zijn er thans maar weinig meer overgebleven. Tot onze grote verbazing moest van Schendel de ons nog onbekenden amateur de Hoog uit Amsterdam in de Cauberg lossen. Henk de Hoog die nog nooit de Cauberg had gezien, klimt die op alsof het voor hem dagelijks werk is. De rest van de amateurs waren de Silva, Heeren, Banken, Janssen en Rob Souren. Deze kampioen van de Vredesbaan, rijdt hier een pracht wedstrijd, al was hij veel achter, hij bleef buitengewoon goed vol houden. Bij de profs zijn ook bij de grote mannen talrijke slachtoffers gevallen. Zo zagen wij, dat Piet van Nek, die in goede positie lag, uit de strijd moest wegens bandenpech en dat Aad van Amsterdam wegens valpartij eveneens onschadelijk werd gemaakt. Ook hij was nog fit en had op dat moment nog een kans om te winnen. Als nog drie ronden te rijden zijn, gaan wij eens uitkijken wie eventueel de winnaar zal kunnen worden. Onze eerste gedachten gaan naar Cees Bronger, die vanaf den beginne een prachtkoers heeft gereden en zelfs in de 14de ronde een voorsprong had van 50 seconden.

Limburgsch dagblad 14 juni 1937
Onafhankelijken: Hubert “Sjaak” Sijen, de wonderman.

Buitengewoon werk zagen wij dan van de Limburger Hubert Sijen, die met een onverzettelijke wil en doorzettingsvermogen, alsof het een Trueba gold, de vluchteling achter na ging en in één ronde tijds Bronger het zwijgen ging opleggen. Wij vroegen ons af, hoe deze jonge Maastrichtenaar met zo’n geweldig tempo wist vol te houden om dan nog voldoende kracht over te houden om ook de anderen nog in bedwang te houden. Zijn concurrenten profiteerden van zijn kracht, door het wieltje van hem vast te houden. Als hij Bronger te pakken heeft, maakt Valentijn van de gelegenheid gebruik om er tussen uit te gaan, maar weer was Sijen op z’n quivive om ook de kleinen Brabander tot de orde te roepen. Zodoende had Sijen pionierswerk verricht, door alle weglopers juist op het gevaarlijkste moment te gaan halen.

Hubert “Sjaak” Sijen, als eenling niet opgewassen tegen het geweld van de Magneet ploeg

Als de laatste ronde ingaat, zitten 6 renners op kop, n.l, Hubert Sijen,

Kees Valentijn, Theo Middelkamp, Jan Theuns, John Braspennincx en Jan Verveer. Vier mannen van de Magneet en twee anderen. Met grote spanning wordt de eindstrijd van deze laatste ronde tegemoet gezien. Het zijn allemaal renners die voor de overwinning in aanmerking komen.

Bij het ingaan van de laatste ronde, de kopgroep met Sijen, Valentijn, Middelkamp, Theuns, Branspennincx Jr. en Verveer

Tot aan den Geulhemerberg blijven de renners bij elkaar, doch dan schieten Braspennincx en Verveer weg en dan zien wij een gecombineerd spel beginnen. De Magneet is sterk vertegenwoordigd en tegen die macht is thans niet veel meer bestand. Het komt er niet op aan welke renner er wint, maar wel welke fabriek. Het grote gevaar dat dreigde, was ontegenzeggelijk Sijen en deze moest onschadelijk gemaakt worden. Het bleek spoedig dat Theo Middelkamp zich ging belasten om de Limburger het zwijgen op te leggen. Eerst werd Braspennincx en Verveer gelegenheid gegeven om te vluchten. Gedurende dit bedrijf werd Sijen de pas afgesneden om de vluchtende achter na te gaan. Toen de twee vluchters ver genoeg los waren, achtte Middelkamp zijn taak volbracht. In plaats dat hij zijn eigen kans verdedigde offerde hij deze op voor zijn fabriek of ? Middelkamp trok er tussen uit vlak voor de Cauberg en ging naar huis toe.

De eerste Nederlandse prof-wielerploeg Magneet – OK Cycles, dominant aanwezig op het NK te Valkenburg 1937. Bovenste rij van links naar rechts: Albert Gijsen, Gerrit Schulte, Janus Hellemons, Reynen, Aad van Amsterdam, Theo Middelkamp, Stuyts, Jan Gommers, Cees Bronger, Saarloos en chef d’equipe C. Blekemolen Niet op de foto: Ernst Muller, Jan Pijnenburg en Gerrit van de Ruit Onderste rij van links naar rechts: Van Nek, Braspenninx jr., J. Heeren, Lemmers, P. Gommans, M. Heeren, Van Gageldonk, Theuns, Koppelmans

Sijen en Theuns bleef niets anders meer over dan den eindstrijd te betwisten voor de kampioenstitel der onafhankelijken. Braspennincx en Verveer bleven tot aan de eindstreep bij elkaar en het was aan te zien, dat de een voor de ander niet tot den aanval wenste over te gaan. Het was een rechts en een links kijken, totdat plotseling Braspennincx het initiatief nam en met een geweldige sprong de leiding nam, waardoor Verveer werd verrast. Voordat Verveer goed besefte wat er gebeurde, had Braspennincx voldoende voorsprong genomen om met twee lengten te winnen.

De kampioenstrui aan! John Braspennincx Jr. werd algemeen Nederlands kampioen op de weg Zaterdagmiddag. Hierboven worden vele handen toegestoken om hem de kampioenstrui aan te trekken.

Het tweede bedrijf was Sijen contra Theuns. Sijen was zeker van zijn taak om Theuns in de sprint te kloppen en deed dus geen moeite om Theuns te lossen. Wij weten dat Sijen een geweldige sprint en zodoende dachten wij ook, dat deze stoere Limburger beslag zou leggen op een kampioenstitel. Edoch, een 400 meter voor de eindstreep, toen Sijen blijkbaar wilde gaan spurten, kon men uit de verte een gekraak horen hetwelk veroorzaakt werd door het omschakelen van de derailleur, welks kamwieltje blijkbaar het vertikte om de laatste meters z’n werk te doen. Ook Theuns hoorde dit gekraak en ofschoon hij zich reeds als een verloren man beschouwde, gaf dit hem moed om van de gelegenheid gebruik te maken. Hij ging aan den haal.

Hubert Sijen moest de ketting opleggen, waardoor het voor Jan Theuns gemakkelijk viel om zonder veel inspanning den kampioenstitel der onafhankelijken te bemachtigen. Op 30 seconden volgde Sijen, die zeer onder de indruk was. Niet zijn kracht, maar zijn fiets was oorzaak van deze teleurstelling.

Henk de Hoog uit Amsterdam de beste amateur

Als laatste bedrijf werd de strijd der amateurs uitgevochten. Deze categorie was ten gevolge van de heftige strijd der profs ver achter geraakt. Van de 60 amateurs waren er nog slechts een achttal overgebleven. Hierbij was de eenvoudige Amsterdammer de Hoog, wiens naam wij nog nooit te voren gehoord hadden, een der beste klimmers. Ofschoon wij veel hoop hadden op onze Limburgers, n.l. Banken, Janssen en de Silva, hebben zij de kracht van den Amsterdammer onderschat.

Henk de Hoog fietste van Amsterdam naar Limburg, om daar den kampioenstitel te halen voor de amateurs. Hij bracht het er kranig af. Hierboven de Hoog nadat hij achttien keer den Cauberg was opgeklommen op zijn fiets.

Je bent wegrenner, of je bent het niet, je bent klimmer of je bent het niet. Deze stelling is de laatste wedstrijd, nu de wedstrijden op de weg meer en meer in de belangstelling van de grote massa komen te staan meermalen ontwikkeld en aan de hand van den uitslag moet men zeggen dat daarvan veel van aan is. Als eerste bij de amateurs kwam over de finish gestoven een echte, ronde Amsterdamse jongen, n.l. Henk De Hoog, die in zijn hele leven nog niet zo’n berg van het formaat als de Cauberg had gezien maar hij die het toch klaar gespeeld heeft deze col achttien maal te nemen en evenveel malen de bochtige en gevaarlijke Geulhemerberg af te dalen. Een jongen uit het hartje van Holland, uit het vlakke land, won daar. Een geboren wegrenner? Ja, liet moet wel zo zijn. En in zijn sas dat ie met zijn overwinning was, temeer begrijpelijk als men weet, dat hij de laatste 30 km op eigen kracht was aangewezen en dat hij het gedurende de gehele wedstrijd zonder verzorger heeft moeten stellen. Is het niet bewonderenswaardig? — Dames en heren, zo sprak ie voor de microfoon, nadat Swaab de Beer ook hem met de gebruikelijke woorden had gehuldigd, ik ben erg gelukkig, dat ik gewonnen heb, ik ben pas zeventien jaren en in augustus wordt ik achttien. Meer weet ik niet..

Henk de Hoog Kampioen van Nederland op de weg bij de amateurs 1937. Met niet meer dan 85 cent op zak kwam de 17 jarige coureur uit Amsterdam op de fiets naar het Zuiden, om zijn kans te wagen bij het Nederlands weg-kampioenschap op de Cauberg.                                        Klik op de foto en lees meer over Henk’s behaalde kampioenschap…

De tegenstellingen van lief en leed, die men in het leven dagelijks ook pleegt te ontmoeten, treden ook in het bestaan van renners, van jonge mannen, die door middel van het stalen ros aan de kost komen, daarbij de eer van de triomf dikwijls nog het hoogst stellende. Vreugde bij de overwinnaars, teleurstelling en woede bij diegene, die misgegrepen hadden.

De uitslag van het NK 1937 op de weg
Verslag van de wedstrijd voor beroepsrenners, onafhankelijken en amateurs:

Om 2 uur werd aan 150 deelnemers het startschot gegeven. Het weer was tamelijk warm en er stond een lichte wind waarvan de renners geen hinder hadden. De eerste ronde wordt een beetje terrein verkend. Gerrit v. d. Ruit en de Korver komen met 150 meter voorsprong door, in 3e positie Gijsen en dan volgt de groep. In de 2e ronde gaat C. Valentijn die bij de beklimming van de Cauberg het snelst is, op kop met de Korver, Stuyts en v. d. Ruit. De voorsprong van dit groepje is 300 meter op het peloton. Marinus Valentijn heeft pech met zijn versnellingsapparaat en moet opgeven. Verschillende opgaven vielen reeds aan te stippen als van Clignet, Reynen, Louis van Schijndel, Reuter, Hellemons, v. d. Broek e.a. Overige vermeldenswaardige gebeurtenissen doen zich de volgende ronden niet voor. Het peloton wordt in stukken uiteengerukt. Als we met de volgauto tegen het einde van de 7e ronde langs de renners rijden zijn Bronger en C. Valentijn weg met Overweel en v. d. Baan aan hun wiel. Stuyts heeft 45 sec. achterstand op deze leiders. C. Valentijn weg. Een renner in vorm weet dikwijls zelf niet waartoe hij in staat is. Dat zien we de volgende ronde als we met onze volgauto langs de renners suizen. We rijden eerst het grote peloton voorbij, waarin we zien van Amsterdam, v. d. Ruit, Gageldonk, van Tichelt, Vaessen, de Hoog, Lambrichs e.a. Piet Gommans, de landskampioen 1936 demarreert om op een groep voor hem te geraken, waarbij we o.a. zien Gijsen, Stuyts, v. d. Star, v. d. Baan, Verveer, en Saarloos. We passeren dan Bronger en Overweel en moeten dan ver rijden Kees Valentijn zit zeker met 2 min. voorsprong op de grote groep. Kees vertelde ons na afloop dat hij van mening was dat de overige renners gevallen waren want hij was nog niet eens van plan geweest om zó hard weg te komen! Kees Valentijn rijdt dan in prachtig tempo gedurende 20 km alleen op kop maar Bronger en Overweel lopen op hem in en als de ketting van Valentijn afloopt gaan zij hem even voorbij. Kees heeft echter rap hersteld en krijgt terug aansluiting.

Bij de tiende beklimming van de Cauberg neemt Stuyts een voorsprong. Alleen v. d Star kan hem volgen, en met een achterstand van ongeveer 5 sec. komt hij als tweede op de top aan. Bronger, Overweel, Gijzen, J. v. d. Baan en Valentijn jr., volgen op een halve minuut. Daarachter komt een peloton van 17 renners, dat  1 min. 25 sec. achter ligt en waarin we o.a. opmerken, J. Braspennincx, H. Sijen, Motké, Peek, H. de Hoog (de eerste amateur), J. Verveer, Middelkamp, A. van Schendel, A. Vaessen, Hopstaken. Het grote peloton, dat hierna  kwam en zeker een achterstand had van ongeveer 2 minuten werd aangevoerd door G. v. d. Ruit. Aan te stippen valt dat de Roosendaalsche amateur Hopstaken die nog in fraaie positie zat door pech moest opgeven. In het geheel waren nog slechts een goede 40 renners in koers. Prachtig werk van Bronger. Stuyts wordt al spoedig nagezet door Bronger. De Roosendaler nadere steeds meer op Stuyts die hij weet te bereiken. Met kracht demarreert Bronger over Stuyts heen die moet lossen en achter geraakt. Bronger vindt het nog wat te vroeg en laat zich inlopen door Verveer, Overweel, C. Valentijn en Saarloos. Verveer was dus prachtig bijgekomen. 

Middelkamp, Sijen, Braspennincx en Theuns trokken er ook tussenuit om zich bij de kop te voegen. Maar nu gaat Bronger plotseling weg en toont zijn capaciteiten. Na in de eerste ronde ongeveer 2 minuten te hebben achter gestaan, na al het werk, dat hij heeft moeten verzetten om deze achterstand in te lopen, na de bergen, die hij heeft moeten verzetten om bij te komen, na kilometers lang achter Stuyts aangejaagd te hebben, gaat hij.... rustig lopen. Met elke kilometer groeit zijn voorsprong en bij het begin van de 14e ronde heeft hij reeds 48 seconden veroverd op een groep van 8 achtervolgers: Overweel, J. Braspenninx, C. Valentijn, H. Sijen, J. Theuns, Middelkamp en J. Saarloos. Stuyts ligt op ongeveer 1,5 minuut, terwijl A. van Schendel is teruggevallen tot op ongeveer 2 minuten met H. de Hoog (1e amateur) en A. Maas aan zijn wiel. Telkens als Bronger de Cauberg opgaat wint hij veld. Zijn voorsprong groeit tot 54 sec. Maar dan gaat C. Valentijn in de achtervolgende groep aan het sleuren. In de 17e ronde liep Kees Valentijn Bronger in, die zich tactisch liet terugvallen met de bedoeling tegen het einde opnieuw voorsprong te nemen. C. Valentijn liep intussen 20 sec. uit, maar werd toen ook ingelopen.

De strijd zou gestreden worden tussen Bronger, Verveer, Sijen, Theuns, Valentijn en Braspennincx met Bronger en C. Valentijn als de grote favorieten. Maar toen kwam voor Bronger bandbreuk terwijl 7 km voor het einde C. Valentijn wegens kettingpech de strijd moest staken. Kees Valentijn kreeg dit ongeval toen hij nog juist voorsprong had genomen.... De eindsprint is gereden tussen Johny Braspennincx en Verveer. Met 3 lengten voorsprong won Johny Braspenninx. Theuns en Sijen volgden op de derde en vierde plaats, aangezien Middelkamp, toen hij in de gaten kreeg dat er voor hem niets meer te verdienen viel dan een medaille, de strijd staakte. Theuns werd kampioen van de onafhankelijken en de Hoog (Amsterdam), die met 10 min. achterstand aankwam, werd amateur-kampioen. Een keurige prestatie van deze 17-jarige jongen. Dit kereltje was vrijdag even per fiets naar Valkenburg gekomen en had zonder verzorging de strijd aangepakt.

De uitslagen bij de veteranen werd de oude Braspennincx kampioen, en met Theuns die bij Braspennincx inwoont, kreeg Princenhage dus drie kampioenen ineens.

Hier volgen de uitslagen:

1 John Braspennincx, algemeen kampioen, tijd over 182 K.M. 5 uur 31 min. 37 sec.; 2 Jan Verveer, Lokeren (België), 3 Fred Mosterd, Rotterdam.

Onafhankelijken: 1 Jan Theuns, Princenhage, tijd 5 uur 32 min. 26 sec., 2 Hubert Sijen, Maastricht, 3 J. Saarloos, Rotterdam.

Amateurs: 1 Henk de Hoog, Amsterdam in 5 uur 41 min. 52 sec.; 2 L.Heeren, Breda, 3 Jan Banken, Ubach over Worms (Lb.)

Veteranen: 1 J. Braspennincx sr., Princenhage 50 K.M. in 1 uur 40 min. 10 sec., 2 . J. Willemsen, Nuth (Lb.), 3. W. Buitendijk, Rotterdam.

Sport in beeld De revue der sporten jrg 30 1937 no 46 14-06-1937
Een goede generale repetitie.

De nationale wegkampioenschappen droegen dit maal een bijzonder karakter omdat zij waren te beschouwen als een generale repetitie voor het volgende jaar, wanneer op het zelfde circuit de internationale wegkampioenschappen verreden zullen worden. Alle hens waren aan dek, om het verloop van de koers zo goed mogelijk te doen slagen. De besturen der gemeenten, waardoor heen het circuit gelegd was, hadden hun volle medewerking verleend, terwijl ook de Prov. Waterstaat zijn onmisbare steun verleende door het verkeer over de prov. wegen, die een deel van ’t circuit uitmaakten gesloten te houden en over andere wegen om te leggen. Een groot aantal rijksveldwachters en manschappen van de Koninklijke Marechaussee, wier directe chefs zich mede op de hoogte stelden van de loop der zaken, hielden goede orde langs de weg. De totale organisatie van de wegkampioenschappen berustte bij de Ver. „Valkenburgs Belang”. De regeling was in orde, zodat men met een gerust hart de wereldkampioenschappen in 1938 tegemoet kan zien. Valkenburg, Zuid-Limburg, de N.W.U. gaat een grote tijd tegemoet.

 

1936-05-02 2e Ronde van Valkenburg

Ronde van Valkenburg 1936

De eerste ronde in dit seizoen een waar succes.

Gommans wint bij de amateurs, Pellenaars bij de profs.

De 2e Ronde van Valkenburg is rijk geweest aan spannende momenten en bittere strijd. Wat hebben we Slaats bewonderd die gedurende 11 ronden de strijd alleen aangebonden heeft tegen het hele peloton en zich kranig weerde, doch toen hij merkte dat een klein ploegje los was zich wijselijk door deze liet inlopen en met deze samen doorging. Ook Marinus Valentijn en Ebeling die lange tijd met hun tweeën de strijd aanbonden en daarom vonden we het zo jammer dat Ebeling op het laatst zijn zwoegen door een lek bandje zag teloor gaan. Ook Muller moeten we bewonderen voor zijn taai volhouden, want reeds in het begin raakte hij om de een of andere oorzaak achter en heeft het grootste gedeelte alleen moeten rijden, hetgeen een zware strijd is.

Kees Pellenaars, die met veel overleg te werk ging heeft verdiend gewonnen en was geen ogenblik in moeilijkheden. v. d. Ruit en J. Braspennincx kunnen we tegelijk noemen, want beiden hebben hard gewerkt om zich bij de leider te voegen, terwijl op het laatst Middelkamp en Meerschaert zeer gevaarlijk kwamen opzetten en voor de leiders een groot gevaar werden. Onze Limburgse jongens Lambrichs, Vluggen, Clignet en Velraeds hebben zich met ere geweerd en leverden een schone koers. De Belgen die anders zo een belangrijke rol speelden hebben ditmaal niet veel gepresteerd en we kunnen met voldoening constateren dat de Hollanders hun ditmaal met hun eigen wapenen bestreden hebben en wel de onderlinge samenwerking, want het was zeer goed bezien toen Slaats weg was en daarna Pellenaars dat v. d. Ruit en Braspennincx kwamen opzetten om hun collega’s te helpen. Dat was mooi werk en indien ze bij de 2e  Kasteel Kermis Koers te Hoensbroek aanstaande hetzelfde systeem toepassen dan zijn we er van verzekerd dat ook daar de Belgen een toontje lager zullen zingen.

Ronde van Valkenburg 1936. beeld van de wedstrijd

VOORBESCHOUWING

Limburgsch dagblad 9 april 1936
Limburger koerier 9 maart 1936:

De Ronde van Valkenburg

Het parcours wordt verbeterd.

Valkenburg, dat het vorig jaar het wielerseizoen op den weg op zoon schitterende wijze sloot, valt de eer te beurt het wielerseizoen op den weg 1936 op gelijke wijze te openen, want de ronde van Valkenburg is de eerste, die onder de NWU bepalingen in Zuid-Limburg wordt verreden, namelijk op Zaterdag, 2 Mei a.s. Met de voorbereidende werkzaamheden is de vereniging „Valkenburg’s Belang" reeds druk bezig en de secretaris der organisatie dhr. Sjir Pisters deelde ons mede, dat in het parcours een kleine wijziging zal komen en dat voorts enige verbeteringen zullen worden aangebracht. Het is een verblijdend teken, dat zich nu reeds meerdere renners hebben opgegeven. De ronde wordt wederom verreden voor nieuwelingen, amateurs en, beroepsrenners niet onafhankelijken in omloop van 1700 meter, thans echter respectievelijk over 35, 55 en 100 kilometer. Bij de nieuwelingen en amateurs worden enkel Nederlandse deelnemers toegelaten, namelijk 30 nieuwelingen en 40 amateurs. Voor de profs met onafhankelijken bedraagt het maximum aantal 50. Deze klasse wordt met internationale deelname. 

Limburgsch dagblad 9 maart 1936
Vorig jaar reden elf Belgen mede en een Duitser. Voor dit jaar wordt liet aantal Belgen nog ingekrompen en gebracht op hoogstens zes, zonder daardoor echter een mindere klas Belgen te brengen. Onder de deelnemende Belgen zullen we de faire winnaar van 1935 Juul Schepers aantreffen. Zat dit jaar een Valentijn, Pellenaars, van Oers of de Groen of een stoere Limburger in faire strijd de Belgen van de eerste plaatsen doen wijken? De kansen zijn iets verhoogd, door vermindering van het getal Belgen, doet daarom wordt niet in een mindere klasse naar renners uit België gezocht. Getracht wordt een Duits team hier te krijgen. Zoals gezegd, worden de wedstrijden onder de NWU bepalingen verreden en zonder in het bezit te zijn van een NWU licentie behoeft men zich dus niet op te geven en zonder dat de licentie getoond kan worden, wordt geen aanmelding aangenomen. Hieraan wordt de hand gehouden ter voorkoming van onaangenaamheden voor organisators en ook voor renners. In totaal wordt dit jaar voor ƒ 850.— aan prijzen gegeven. Bij de amateurs een koersrijwiel als 1e prijs, bij de nieuwelingen een frame en bij de beroepsrenners is de 1e prijs ƒ 150.—, 2e prijs ƒ 120.—, 3e prijs ƒ 100.—, 4e prijs ƒ 75.—, 5e prijs ƒ 60.—, 6e prijs ƒ 50.—, 7e prijs ƒ 40.— en zo vervolgens iedere lagere prijs iets minder, totaal 20 prijzen. Met het oog op de te verwachten vele inschrijvingen, want velen van het vorige jaar willen gaarne terugkomen naar Valkenburg, wordt de renners in overweging gegeven met hun aanmelding niet te lang te wachten, temeer waar — naast de komende wegwedstrijden in België — ook de Ronde van Valkenburg wel in aanmerking zal komen om onze Hollandsche jongens aan de slag te zien, waarvan er ook gaarne aan de Ronde van Frankrijk zouden willen deelnemen. Ter voorkoming van teleurstelling wacht men dus niet te lang. Een mooie plaats in de Ronde van Valkenburg, zo vroeg in het seizoen, is zeker een goede reclame voor de rest van het seizoen. Het mooie feest, dat Valkenburg het vorig jaar in oktober beleefde, zal dus nu hopelijk in nog grotere drukte op 2 Mei — dus in het voorseizoen — plaats hebben, sport en nering ten voordele. Het secretariaat is gevestigd Walramplein 13.
Limburgsch dagblad 1 mei 1936:

Nederlands beste renners komen

Sterke Limburgse vertegenwoordiging

Pellenaars favoriet

Wij constateren het met genoegen, dat de z.g. „rondes”‘ – in het Vlaamse land worden zij populair „kermiskoersen” genoemd – in Zuid-Limburg burgerrecht hebben verkregen, sterker gezegd, dat zij het hart hebben gestolen van alles wat zich met de schone wielersport pleegt op te houden, in welk opzicht ook. Dit is een verblijdend teken, waar algemeen de klacht wordt geuit, dat de belangstelling voor deze sport dalende is. De verovering heeft niet veel moeite gekost, zonder slag of stoot gaf de grote massa zich gewonnen, toen op initiatief van burgemeester Martin in Eygelshoven, bij gelegenheid van de Oranjefeesten aldaar de eerste ronde in Zuid-Limburg werd georganiseerd, in navolging van België, waar bijna elk plaatsje zijn „kenniskoers” heeft. Het Eygelshovense voorbeeld werkte aanstekelijk, in verschillende plaatsen stak men de koppen bij elkaar, men voegde de daad bij ’t woord en thans zijn wij zoo ver, dat wij elk jaar van een zeker aantal, rondes verzekerd zijn.

Valkenburg, het schone Geulstadje, heeft dit jaar de primeur. Morgen, Zaterdag 2 mei 1936, wordt de tweede Ronde van Valkenburg verreden en na de ervaringen welke men in die eerste heeft opgedaan belooft dit wielerfestijn er een van de grootste betekenis ie worden. De dagen van voorbereiding zijn voor de Valkenburgse organisatoren onder leiding van Sjir Pisters achter de rug, alles is tot in de puntjes geregeld; de deelnemers zijn allen bekend en het wachten is nu op de publieke belangstelling en op schoon weer, want zonder de medewerking hieraan kan de tweede Ronde het niet stellen om aan de algemene verwachtingen te voldoen.

Limburgsch dagblad 1 mei 1936
We krijgen als voorspel een 55 K.M. wedstrijd voor amateurs

Dat voorspel , met veertig deelnemers, zal wel eerder een grote slag worden, want als de voortekenen niet bedriegen zal de amateurwedstrijd in alle hevigheid betwist worden.. Veertig amateurs, het getal zegt niks, maar wie nemen er allemaal deel? En dat zegt alles!

Zuid-Limburg is vertegenwoordigd door Sjaak Sijen, de winnaar van 1935, Lebon, Jansen, Derij van Maastricht, van Loo en Lemmens uit Gulpen, Da Silva, Hugo Peters en Kleintjes uit Heerlen, van Ommeren Amby, Juul Beckers Heer, Victor Reynaerts Valkenburg, Jeuf Hendriks Sibbe, H. Knarren Vaals, J. Bastings Mechelen-Wittem, G. Verschueren Schinnen, Ramaekers Hoensbroek, Meijer Kerkrade, van Oosterbosch Schinveld en Vinken te Geleen.

Noord-Limburg komt naar Valkenburg met Hoffman, Motké en Schemen (Roermond), Gommans Reuver, Beulen Swalmen en Smits (Tegelen).

Noord-Brabant zal vertegenwoordigd zijn door Hein Janssen, de kampioen van Nederland 1935, Schipper, van Est, Dinteloord, Hendriks (Tilburg), Scherens (Hilvarenbeek), Tilburgs, van den Heuvel en Sanderse (Helmond)

Gelderland zakt af met Heuting, Gemonde, Montfrooij en Janssen (Arnhem), Pieper Dieren en van Swelm te Nijmegen.

De overwinnaar van het vorige seizoen, Sijen vindt dit jaar een heel sterk veld tegen zich geplaatst en zal zich danks zijn Belgische routine niet gemakkelijk gewonnen geven. Naast Sijen kunnen we als de zwaarste concurrenten voor de erepalm aanduiden van Zuid-Limburg Bastings uit Mechelen-Wittem, van Loo uit Gulpen. Deze won vorig jaar met voorsprong het traject in Valkenburg bij de nieuwelingen. Verder de plaatselijk favoriet Victor Reynaerts, welke echter zijn ogen goed de kost zal moeten geven, want men wint niet enkel met duwen op de pedalen. Voorts als v. Ommeren het zal uithouden, 55 K.M. lang en bij de hoofdgroep zal kunnen blijven, is hij allicht in staat de besten in de sprint te kunnen vloeren. Met dit vijftal zal Zuid-Limburg ’n goed figuur slaan, alhoewel al de anderen onmiddellijk achter hen als outsiders beschouwd moeten worden.

Noord-Limburg stuurt ons zes afgevaardigden waarvan weer blijkt dat Gommans, die het vorige jaar een eervolle tweede plaats bezette wel de kopman zal zijn. Ch. Hofman was verleden jaar 2e bij de nieuwelingen en klopte een hele groep in de sprint, waaronder Toontje Pijnenburg (Tilburg). Hij zal zich dus zeker in deze klasse weten te onderscheiden. Het bewijs dat hij bij de amateurs op zijn plaats is, heeft Hofman enige maanden geleden geleverd, door Gommans in Noord-Limburg op een trainingsrit te kloppen. De vier anderen zullen echter aan dit tweetal evenmin toegeven.

Noord-Brabant, de bakermat van de wegrenners in Nederland. Acht afgevaardigden, waaronder Hein Janssen de landskampioen 1935 der amateurs en Schipper, de afgevaardigde naar de wereldkampioenschappen 1935 te Floreffe.

Hein Janssen uit Breda, Nederlands kampioen op de weg 1935

Beiden zijn de laatste tijd flink op dreef, getuige de laatste uitslagen, zodat wij ook hen onmiddellijk bij de favorieten moeten plaatsen. De amateur Scherens heeft veel in België gereden en ook voldoende ereplaatsen behaald om in Valkenburg een goed figuur te kunnen slaan. De anderen zijn wel minder bekend doch zullen alles in het werk stellen om onze pronostiek met de pedalen te vergruizelen

Gelderland: De bestbekende is Willy Kleijnen, welke verleden jaar 7e werd hij de amateurs in Valkenburg. Maar zijn stadgenoot van Swelm, die in Vlaanderen in de leer is bij Middelkamp en zijn form heeft bewezen in de laatste ronden in Nederland, is ook niet een van de minsten. Het zou ons dan ook helemaal niet verwonderen, mocht van Swelm als overwinnaar uit de strijd komen. Wij aarzelen dan ook niet met van Swelm als favoriet te geven. Verder verschijnt Arnhem met 5 afgevaardigden van de wielerclub „Reto” te Arnhem, allemaal flinke renners, waarvan ons de prestaties op den weg echter niet genoegzaam bekend zijn en waarover wij na de Ronde zullen kunnen oordelen.

Men dient verder niet uit het oog te verliezen dat dit jaar de wedstrijd 55 km zal zijn. De KAVEEWEE schonk een prachtbeker als nimmer te voren in Valkenburg is uitgeloofd. Een andere milde gever schonk een prachtige plaquette terwijl nog een tiental andere prijzen, totaal 15, alle bestaande uit renmateriaal, te halen zijn.

Later, wij hopen op een sportleven eerlijke strijd tussen het sterke amateurpeloton.

De Profs en Onafhankelijken

De profs en onafhankelijken zijn in ploegen ingedeeld. Eerstens de Oranjeploeg (de Nederlanders van buiten Limburg die allen in een Oranjetrui starten. Dan de Limburgse ploeg. Vervolgens de Belgische ploeg (de Belgen in rode trui) en de Duitse ploeg (in witte trui)

Het eerste zullen we de Oranjeploeg de revue laten passeren. Het is de inrichters gelukt alles wat Nederland aan wegrenners kan presteren in de Ronde van Valkenburg zal zitten. Zodat de Oranjeploeg niet alleen in aantal of kwantiteit, doch ook in kwaliteit er het sterkste voor staat. Te beginnen met onzen landskampioen 1932 en 1935 Marinus Valentijn, welke in de Ronde van Valkenburg als eerste Nederlander de 4e plaats bezette, en ook dit jaar een van de hoofdkluiven zal willen meenemen.

Middelkamp, Stuijts en Heeren, de afgevaardigden van de N.W.U. op de “wereldkampioenschappen 1935 te Floreffe. Alle drie en bijzonder Middelkamp hebben zowel in België als in Nederland hun sporen op de weg verdiend. En wie zou het verwonderen als „de oude” Braspenninx eens het veld te Valkenburg murw reed. Braspenninx immers is zijn loopbaan op de weg begonnen en die oude liefde tot de weg keert steeds terug, ondanks de verlokkelijke baancontracten. Wie verdedigde de Oranjekleuren in 1932 op den Rocco di Papa, bij gelegenheid der wereldkampioenschappen in Italië’? Braspenninx, Bogaert en Valentijn! Kees Pellenaars heeft ons zelf verklaard, dat hij de vorige ronde in 1933 had moeten winnen en Pellenaars, de anders gemoedelijke Brabander, doch in koers een harde duivel en taaie tegenstander, zint thans op wraak. Het Z.-Limburgse publiek kent slechts één favoriet onder de Oranjeploeg en dat is onze Kees. De Groen liet het vorig jaar in Valkenburg een stevige indruk achter evenals Kees Valentijn en de jonge Braspennincx in dit trio zal zeker vechten om een oranjetrui het eerst over de meet te zien bollen. De jonge Braspennincx zit reeds in vorm, getuige zijn overwinning in de ronde van het Haarlemmermeer en zijn goed rijden in Purmerend en Oss. Een nieuw gezicht voor Valkenburg geeft Verveer en Peters, met Gommers en Louis Reynen (kampioen onafhankelijken 1935). Verveer en Ger. Peters deden reeds in internationale wegwedstrijden van zich spreken. Eerstgenoemde kwam voor enige weken met een schitterende 19e plaats uit de strijd in Parijs-Brussel, 380 K.M. uit circa 150 deelnemers en waarop veel Belgische renners hun slagveld vonden. Peters (Eindhoven) eindigde al enige oranjetrui in de Ronde van Vlaanderen (250 K.M.) een ware afvalwegwedstrijd vanwege het gure en zware weer. Beiden zullen in Valkenburg bij hun eerste debuut een joyeuzen entree willen doen.

Louis Reynen, de kampioen der onafhankelijken 1935, zal zeer zeker zijn beste beentje willen voorzetten, terwijl Gommers al goed presteerde op de ronde van Oss. Martens van Tilburg vormt ook een nieuwe verschijning in ’t Zuiden en het zal ons benieuwen wat deze trainingsvriend van Frans Slaats zal bereiken. Resten ons nog Jan van Hout en Frans Slaats. Beiden hebben hun sporen op de binnen- en buitenlandse wielerbanen dubbel en dwars verdiend. We zijn dan ook zeer benieuwd wat hun prestatie te Valkenburg zal worden. Jan van Hout zal allicht plaatselijk favoriet zijn, want in zijn geboorteplaats Valkenburg heeft men de werelduurrecordhouder nog niet op de weg aan het werk gezien. Een renner die ausdauer heeft om een wereldrecord op de baan op zijn naam te brengen heeft toch ook macht genoeg in zijn lijf om in een 100 K.M. wegwedstrijd een goed figuur te slaan. Frans Staats, die ook zijn debuut op de weg begonnen is in Noord-Brabants doch zich langzamerhand tot een wereldkracht op de baan heeft geopenbaard, zal zeker proberen om in het zog van Braspennincx en Pellenaars te blijven. En tenslotte krijgen we nog de jonge Gijsen, die de ronde van Purmerend en Oss heeft gewonnen. Alle commentaar is hier overbodig!

Limburger koerier 1 mei 1936
 Ontegenzeggelijk een zeer sterk „veld”.

Summa summarum zal het toch wel iedereen met ons eens zijn, dat deze Oranjeploeg bijna niet versterkt kan worden. Dat zowel de Limburgse ploeg evenals de twee buitenlandse ploegen, hieraan de handen vol zullen hebben, wie zal het durven ontkennen? Als favorieten uit den Oranjeploeg durven we naar voren te schuiven Marinus Valentijn, Kees Pellenaars en Theo Middelkamp, mits deze laatste zijn form reeds ver genoeg gevorderd is. Een en twintig stoere Limburgers vormen de Limburgse ploeg. Het zijn Piet Vluggen, Velraedts, Gebroeders Vroomen, Muller, Clignet. Savelsberg, Le Haen, Lambrichs, Koumans, E. Hermans, Pietje Ramakers, Piet Kersten, Arn. Vaessen. Scholten, Pisters, Hermans (Banholt), Kuipers, Krol, Gerritsen en Kortis.

Al dezen hebben hun naam hoofdzakelijk te danken aan de wielerbanen, doch hij het opkomen van de wegronden in Limburg (waarvan burgemeester Martin de geestelijke vader is), hebben velen zich speciaal op de weg voorbereid en niet zonder succes.

Speciaal voor wegwedstrijden lijken ons Vluggen, Velraedts en Willy Vroomen (winnaar Eygelshoven 1934) Muller (winnaar Roermond 1935), Le Haen. P. Ramaekers, Giel Hermans en Kortis de besten. Kortis was in 1935 te Valkenburg de eerste Limburger.

Ramaekers was vorig jaar door een valpartij een ronde achter geraakt en maakte zich erg populair door de wijze waarop hij Pellenaers weer op den hoofdgroep sleepte. Bovendien hebben de laatste tijd in België aan allerhande wegwedstrijden deelgenomen, hoofdzakelijk met het doel om zich de form op de weg te verzekeren en zich in de z-Limburg ronden te onderscheiden: Piet Vluggen, Velraedts, Muller, Ramaekers en Giel Hermans. Van deze vijf maken we dan ook de Limburgse kopstukken.

Piet Vluggen
Onze buitenlandse gasten.

De Duitse ploeg zal bestaan uit Rudi en Toni Reinländer, Alfred Ebeling, Gerh. Esser en Fritz Heitzer. Van deze zijn Ebeling en de oudste Reinlander de beste. Ebeling reed het vorig jaar in de Ronde van Roermond als een van de besten doch had in Valkenburg met onkans af te rekenen. Voor het laatst hebben wij de Belgische ploeg bewaard. Hij zal beslaan uit de winnaar van 1935 Juul Schepers, Louis Duerloo (in ’35 2e in de ronde van Valkenburg) en vier nieuwe renners, die nog niet in Valkenburg reden. In de eerste plaats noemen we Eloi Meulenberg, de glorierijke overwinnaar van Parijs— Brussel, die Bonduel en Hardiquest in de sprint wist te vloeren. Meulenberg is zeker een van de besten, want het selectie commitée heeft hem aangewezen als lid van de Belgische landsploeg voor deelname aan de a.s. Ronde van Frankrijk.

Verder krijgen we Flander Horemans, die zijn grote naam in de Vlaanderens ere zal willen aandoen en een flink debuut maken in de ronden van Limburg.

Rest ons nog Toon Loncke, de Belgische Limburger, welke eveneens in den hoofdgroep te vinden zal zijn, doch over te weinig sprint beschikt en het zal moeten hebben – wil hij tenminste de erepalm behalen – van zich los te rukken. Doch, daarmede is Loncke niet gewonnen, want de sterke Ernst Muller heeft ons gezworen een weggelopen Belg zolang te gaan halen en zo dikwijls het peloton weer bij de roden trui te brengen, al moet hij er zelf na halve koers bij neervallen. Dat is rennerstaal !

Memoreren we nu nog even de diverse favorieten Valentijn, Pellenaars, Middelkamp, Vluggen, Velraets, Willy Vroomen, Muller, Ramaekers, Guill. Hermans, Ebeling en Rudi Reinlander dan moeten we van de Belgen er bij voegen Juul Schepers, Duerloo en Meulenberg.

Deze veertien kleppers houden ons inziens de winnaar zeker in. Wij zijn er zeker van overtuigd, dat Juul Schepers, die het parcours op zijn duimpje kent (kwestie van verzet, enz.) zijn overwinning van 1935 graag zal willen herhalen, maar wij geloven niet dat hij z’n zege nogmaals kan bevestigen, doch wel een ereplaats zal behalen. Duerloo zal thans trachten, daar hij vorig jaar beweerde bij verrassing geklopt te zijn, allemaal zijn achterwiel te laten zien, waartoe hij zeker in staat is, doch indien de samengepakte spierbundels van de Limburgers en van de sterke Oranjeploeg uit elkaar vliegen, dan is het nog niet zo heel zeker dat het een Belgische zege zal worden. Voor Meulenberg vrezen wij, dat de 100 K.M. wat licht wegen. Deze renner heeft blijk gegeven op den lange afstand, wanneer alle renners op de knieën zitten, niet alleen nog uithoudingsvermogen te hebben, doch ook nog zo veel reserve om een sprint af te dwingen van een Bonduel en Hardiquest, welke beiden bekend staan als zeer sterke sprinters na een zware wegwedstrijd. Beide Duitsers achten we voor een eindoverwinning te zwak. Wanneer zulks toch zou gebeuren zouden we het meer als een verrassing kunnen beschouwen.

Van onze Limburgers menen wij dat Giel Hermans de overwinning nog wat zwaar zal zijn, Willy Vroomen te veel baanrenner, terwijl Velraets nog wel eens met inzinkingen te kampen heeft, welke hem wel eens noodlottig kunnen worden voor een eindzege. Pietje Ramaekers komt nog wat macht te kort, hetgeen hij echter aanvult met twee lepe ogen, toch wij hem toch ook niet tot een eindzege vasthouden. Resteert ons nog Piet Vluggen en Ernst Muller. Van beide weten wij dat het zeer taaie en van geen opgeven wetende renners zijn. Muller bewees zulks met de ronde van Roermond en een zeer goede plaats in Purmerend. Piet Vluggen plaatste zich voor kort nog 10e in de Ronde van Belgisch Limburg in een weer nog te slecht om een hond naar buiten te jagen, want de Belgische renners gaven met bosjes op verkleumd van de koude. Wie echter de ronde van Valkenburg wil winnen zal over pure macht moeten beschikken en in dat geval lijkt het ons, dat Ernst Muller, de sterke Canera, de meerdere is van Piet Vluggen. Dit zware parcours met zijn afstoppen en in gang sleuren is meer naar de tand van Muller dan van Piet Vluggen en Muller houden we dan ook over als de Limburgse favoriet!

De favorieten van den Oranjeploeg waren Valentijn, Pellenaars en Middelkamp en onomwonden durven we zeggen dat hier Pellenaars het beste in staat is om zelfs de landskampioen Valentijn en de sterke Middelkamp achter zich te houden. Vorig jaar kwam Pellenaars wat laat op de hoofdgroep en werd daardoor door Valentijn geklopt en Middelkamp heeft verleden jaar bewezen op het laatste van het seizoen de besten niet te duchten, maar wij vrezen dat voor hem het seizoen nog niet ver genoeg gevorderd is om een zege af te dwingen.

Houden we dus over Duerloo, Muller en Pellenaars. Mocht de zege in een eindsprint betwist worden, dan staat het onomstotelijk vast dat Pellenaars zijn sprintkwaliteiten zal lonen. Mocht het anders uitvallen, wie zal het dan zijn, die ’s avonds de ovatie in ontvangst moet nemen. Zal het de faire Duerloo zijn of zal het zich Muller moeten laten welgevallen?

Limburgsch dagblad 4 mei 1936

Prachtige zege van de Ned. renners

Gommans wint bij de amateurs

Onder geweldige belangstelling, er waren naar schatting meer dan 10.000 toeschouwers, is Zaterdag de Ronde van Valkenburg verreden. Het stemt werkelijk tot genoegen, dat de overwinning ditmaal niet in Belgische handen is gekomen, maar dat de zege bij een onzer landgenoten is beland en wel bij Kees Pellenaars. De eerste daarop volgende vier plaatsen werden ook door landgenoten bezet, hetgeen het succes van de Nederlandse rijders des te groter maakte. Bij de Amateurs zegevierde Gommans, die zelfs enige krachten van naam achter zich liet.

De start van de 2e Ronde van Valkenburg 1936

Om 1.30 uur wordt ’t vertreksein gegeven aan 43 Amateurs. De eerste ronde afgelegd in 2 min. 37 1/5 sec. met Hein Janssen aan het hoofd, doch de groep zit gesloten bij elkaar. De 2e ronde wordt in 2 min. 29 1/5 sec. afgelegd en het is Smits die voor Sijen als eerste over de meet gaat. Ramaekers en Beulen raken iets achter. In de 3e ronde heeft zich een groep los gemaakt en is het Motké die hier de leiding heeft. Sijen en Brauns volgen even later. De 4e ronde wordt door Tilburgs geleid, doch de groep blijft gesloten. Brauns en Sijen zijn weer bijgelopen. In de 5e ronde passeert Smits weer het eerst de streep, gevolgd door Sijen, v. Loo, Tilburgs en een hele groep, even later volgt Kleintjes en daarna een groep getrokken door Heyting, Brauns Megen en enkele anderen. In de 6e ronde komt v. Swelm met enkele meters voorsprong voorbij, gevolgd door Pieper, Scherens, Reynaerts, Schipper en een hele groep; dan volgt Kleintjes, even later Sanders, Meyer, Brauns, Beulen, Ramaekers en Peters. In de 7e ronde heeft Smits de leiding, gevolgd door v. Swelm, Pieper, Reynaerts en een hele groep. Bij de 8e ronde beeft Gommans een 30 Meter voorsprong op het peloton, dat aangevoerd werd door Smits, Reynaerts, Tilburgs en daarna volgen Kleintjes, Sanders, Meyer Heyting, Ramaekers, Beulen, Peters; Hendriks en Ramaekers zijn 1 ronde achter. Ook in de 9e ronde weet Gommans zijn voorsprong te handhaven, gevolgd door Sijen en Jansen, die een kleine voorsprong op de groep hebben, die geleid wordt door v. Loo, terwijl een tweede groep volgt waarin Kleintjes, Sanders, Heyting, Meyer en Ramaekers, die reeds een ronde achter zijn. Brauns geeft op. Gommans wordt door Sijen en Jansen ingelopen en in de 10e ronde passeert Sijen als 1e, op 25 Meter volgt de hoofdgroep, getrokken door Banken. Peters komt te vallen. In de 11e ronde hebben Gommans, Jansen en Sijen 30 meter voorsprong op de groep, die geleid wordt door v. Ommeren, Schipper en Banken In de 12e ronde hebben de 3 leiders 5 sec. voorsprong op het peloton dat onder leiding van Banken flink jacht maakt. Verschillende renners zijn reeds een ronde achter en anderen hebben de strijd gestaakt. Ook in de 13e ronde en 14e ronde is de stand hetzelfde, doch dan moeten de leiders hun voorsprong afgeven en weet de groep te vervoegen, waarin vooral Schipper en Banken een groot aandeel hebben gehad. Baetsen komt te vallen en moet van verdere strijd afzien. In de 16e ronde is het Schipper die de groep leidt. Scherens en van Loo zijn verachterd. Daarna zien we N. Jansen het peloton aanvoeren, maar Schipper zit in de groep, evenals de overige favorieten. De 18e en 19e ronden worden weer door Schipper geleid. Vinken raakt een ronde achter, ook v. Loo is verachterd en volgt op 2 min. Steeds zien we de gesloten groep voorbij komen en telkens zijn het Schipper H. Jansen, Smits, Sijen, Gommans, Banken en Reynaerts die aan de kop zitten, v. d. Brink geeft op. Dan valt de groep in twee delen. De eerste wordt geleid door Smits, Sijen, Gommans, enz., terwijl de tweede groep bestaande uit 10 renners en getrokken door Lemmens op 45 sec. volgt. N. Jansen verachterd. Er zijn dan 22 ronden gereden en de stand blijft tot aan de 30e ronde ongewijzigd. Groep 2 maakt echter flink jacht en bij de 3e ronde zijn de groepen hervormt, v. Loo en Hendriks hebben opgegeven. Gommans komt met 40 meter voorsprong voorbij en weet deze voorsprong te behouden; de groep wordt geleid door Kleijnen. Het einde nadert, maar Gommans bluft steeds met een 40-tal meters voor de groep uitrijden. We raken aan de laatste ronde en Gommans weet zijn voorsprong nog iets te vergroten, niettegenstaande in de groep flink gejaagd wordt, waarbij vooral Smits, H. Jansen, Schipper en Banken zich onderscheiden. Met de overwinning in zicht stormt Gommans vooruit en weet met 100 Meter voorsprong te zegevieren. In de sprint welke door de hele groep betwist wordt weet Smits te zegevieren voor H. Jansen, Schipper, Banken enz.

Winnaar bij de amateurs, Reuvenaar Piet Gommans wordt gefeliciteerd door burgemeester Hens van Valkenburg

Hier volgt de uitslag:

  1. P. Gommans, Reuver, in 1 uur 36 min.
  2. P. Smits, Tegelen, op 100 Meter.
  3. H. Jansen, Breda.
  4. P. Schippers, Amsterdam.
  5. Banken, Eygelshoven.
  6. J. Sijen, Maastricht.
  7. J. v. Swelm, Nijmegen.
  8. W. v. Ommeren, Maastricht.
  9. L. Motké, Roermond.
  10. E. de Silva Heerlerheide.
  11. .1. v. Oosterbosch.
  12. V. Reynaerts, Valkenburg.
  13. J. Scherens.
  14. W. Lemmens.
  15. Tos. Bastings.
  16. G. Verschuren.
  17. H. Montfrooy.
  18. J. Pieper.
  19. P. v. d. Heuvel.
  20. J. Schemen.

Pellenaars passeert als eerste de finish

Om 4 uur wordt het startschot gelost voor de Profs. 48 renners stormen de baan op, die een verwoede strijd leveren. Het is Willy Vroomen die de eerste ronde de leiding heeft en de eerste ronde aflegt in 2 min. 31 3/5 sec. De groep is spoedig compleet, doch dit duurt niet lang, want reeds in de tweede ronde is Kuypers achter geraakt, welk voorbeeld spoedig door Krol gevolgd wordt. In de 5e ronde wordt een record gereden en is het Emile Hermans die in den tijd van 2 min. 25 1/5 sec de ronde aflegt en tevens de premie van ƒ 5 door burgemeester Hens geschonken in de wacht sleept, In de 6e ronde komt hij met 50 Meter voorsprong op het peloton voorbij maar Pellenaars weet zich bij de vluchter te voegen en de volgende ronde zien we deze twee met 50 Meter voorsprong op het peloton voorde groep getrokken wordt voor Gijzen en Kees Valentijn. In de volgende ronde is de groep, die door Pellenaars getrokken wordt, weer intact. A. Braspennincx zit iets achter, maar weert zich flink. Kuypers, die gevallen is, geeft op. Ook Scholten geeft de strijd op en meerdere volgen. Krol raakt een ronde achter. Van de beroemde Belgen blijkt nog niet veel uit te gaan en alleen in de 9e ronde is het Jules Schepers die de groep leidt, doch die zien we later opgeven. Bij de volgende ronde is het Muller en Le Haan die de groep leiden. Het is een felle strijd en we zien Velraedts en Ebeling zich van de groep losmaken en met een 50-tal Meter voorsprong voorbij komen, maar de groep weet onder leiding van de Groen een flink tempo er in te zetten, zodat de vluchtelingen weer gehaald worden. Ramaekers raakt een ronde achter en zal later opgeven. Kortis die gevallen is geeft ook op, evenals Krol, die een ronde achter is. Jan van Hout is bij de Bras terecht gekomen en samen volgen ze op 50 sec. van de kopgroep, welke enkele ronden door M. Valentijn en Ebeling geleid wordt. Deze twee weten dan een 100 Meter voorsprong te nemen en deze voorsprong een tiental ronden lang vol te houden, maar dan weten Slaats en Lambrichs zich bij dit tweetal te voegen en komen in de 22e ronde met een kleine voorsprong op de groep, die door Stuyts geleid wordt, voorbij. Tijdens deze jacht onderscheidt zich vooral Ebeling, die met M. Valentijn het grote werk doet. In 1 uur zijn afgelegd 38.8 K.M., zodat er niet geslapen wordt. Braspenning heeft de strijd gestaakt, v. Hout volgt op 1 min. 11 sec. en zal later ook opgeven. Reynen en Willy Vroomen staken, evenals Le Haan, die door een val opgeeft In de 20e ronde heeft een valpartij plaats gehad en raken er nog enkele rijders uit de strijd. Gommers, Ramaekers en Koumans geven op. Stuyts komt enkele malen aan de kop voorbij. Muller raakt iets achter en volgt op 100 Meter. Hij weet echter weer iets in te lopen, maar dan gaat Peters er van door en komt enkele malen met een 40-tal Meter voorsprong voorbij, zodat de groep moet gaan jagen. Hierdoor raakt Muller weer iets achter. De 50 km worden afgelegd in 1 uur 18 min. Heeren en Velraedts doen flink kopwerk en weten de vluchter weer bij te brengen. De groep valt in twee stukken. Voorop leiden Heeren, Velraedts, Slaats, Peters, Vluggen en K. Valentijn. Daarna passeert Groen alleen en dan volgt het peloton getrokken door Kees Pellenaars. Slaats gaat er dan alleen vandoor en neemt 40 meter op de groep, die door Velraeds getrokken wordt, terwijl groep 2 onder leiding van Pisters op 80 Meter volgt. Kersten, die 2 ronden achter ligt, geeft de strijd op, evenals Reinlander. Slaats vergroot zijn voorsprong geregeld en trapt er flink op los. Op 22 sec. volgt groep 1 onder leiding van J. Braspennincx en Heeren. Op 30 sec. Pellenaars en Lambrichs. Op 40 sec. Hooremans, Martens, Klignet, Stuyts en M. Valentijn. M. Vroomen, die gevallen is, komt samen met Muller voorbij. In de 36e ronde heeft Slaats 30 sec. op groep 1, geleid door K. Valentijn en hierbij is Pellenaars en Lambrichs gekomen. Groep 2 onder leiding van v. d. Ruit en Toon Loncke. Pellenaars weet zich uit de groep los te maken en volgt op 30 sec. van Slaats, terwijl de groep die weer bij elkaar is gekomen op 47 sec. volgt. Muller en M. Vroomen zitten nog steeds achter. Er begint enige tekening te komen, want in de 39e ronde hebben we de volgende stand. Op kop Slaats, op 32 sec. Pellenaars, op 42 sec. v. d. Ruit en J. Braspennincx en daarna C. Heeren, waarna de groep, onder leiding van Peters, Lambrichs, Velraedts, de Groen, Vluggen, enz.

Slaats weet zijn voorsprong te behouden maar Pellenaars wordt door v. d. Ruit en Braspennincx ingelopen en volgen op 31 sec. Op 54 sec. de groep, onder leiding van de Groen en Velraeds. M. Vroomen heeft opgegeven en Muller volgt op 1/2 ronde. Slaats ziet het nutteloze van alleen aan de kop te gaan in en laat zich door v. d. Ruit, Pellenaars en Braspennincx inlopen en deze 4 hebben 42 sec. voorsprong op de groep, die door Meerschaert geleid wordt. De 4 vluchters weten hun voorsprong geleidelijk te vergroten en brengen deze op 1 min. 12 sec. op groep Middelkamp, Heeren, Lambrichs, Verveer, Meerschaerts, enz. In de 51e ronde wordt Muller door de 4 vluchter ingelopen en gaat met deze verder. Deze 5 hebben 1,09 sec. op Middelkamp en Meerschaerts en 1,26 sec. op groep Stuyts, Heeren, Lambrichs, Clignet, v. d. Leur, Duerloo, Gijzen, enz.

Het wordt thans een verwoede strijd, want Middelkamp en Meerschaerts komen geweldig opzetten en bedreigen de leiders. In de groep weert zich Stuyts los te maken en gaat alleen er vandoor. Ook Lambrichs en Heeren maken zich uit de groep los, evenals Peters, terwijl de groep bestaat uit de Groen, Velraedts, Clignet, v. d. Leur, Vluggen, Verveer, Hooremans, Duerloo en Ebling.

In de 59e ronde is de stand als volgt: Op kop: v. d. Ruit, Pellenaars, Slaats, Braspenning en Muller. Op 27 sec. Middelkamp en Meerschaert. Op 1 min. 25 sec. Lambrichts, Stuyts en Heeren. Op 1 min. 40 sec. K. Valentijn. Op 1 min. 45 sec. Peters. Op 1 min. 50 sec. Velraeds. Vluggen, v. d. Leur, Klignet, Duerloo. de Groen, Gijsen, Ebeling, Hooremans en M. Valentün.

Dan komt de laatste ronde met een flinke strijd en weet Pellenaars met gering verschil voor v. d. Ruit te zegevieren.

Kees Pellenaars, winnaar van de 2e Ronde van Valkenburg wordt gehuldigd door burgemeester Hens , Foto Jo Hendriks (Het epos van wielerstad Valkenburg deel 1)

De uitslag luidt:

  1. K. Pellenaars, in 2 uur 37 min. 30 sec, gem. 38.200 meter
  2. G. v. d. Ruit, op 1/2 lengte
  3. F. Slaats, op 1 lengte
  4. J. Braspennincx
  5. Middelkamp, op 25 sec
  6. L. Meerschaerts (B.), on 25 sec
  7. C. Heeren, op 1 min. 20 sec
  8. A. Stuyts
  9. J. Lambrichs, 1e Limburger
  10. K. Valentijn, op 1 min. 40 sec.
  11. Alb. Gijzen
  12. P. Vluggen
  13. M. Valentijn
  14. J. Klignet
  15. Verveer
  16. Duerloo
  17. de Groen
  18. M. Velraedts
  19. Fl. Hooremans (B.)
  20. A, Loncke (B.)
  21. v. d. Leur
  22. G. Peters
  23. A. Ebeling (lekke band)
  24. E. Muller, op 1 ronde.
Limburgsch dagblad 4 mei 1936
Limburger koerier 4 mei 1936
Kees Pellenaars, winnaar van de 2e Ronde van Valkenburg

1979-08-25 Valkenburg Wereld Kampioenschap op de weg voor amateurs

Solo optreden van Adje levert net geen prijs op

Klasse verloochent zich niet als het moment daar is. Voor Adje Wijnands was het grote ogenblik om zichzelf te bewijzen op zaterdag 25 augustus 1979 aangebroken.De twintigjarige Maastrichtenaar presenteerde zich nadrukkelijk in de strijd om de regenboogtrui voor amateurs. Als enige van de bepaald toch niet zwakke Oranje-brigade was Wijnands in staat constant in de voorste gelederen de strijd aan te binden met de zoveel oudere, doorgewinterde Russen, Oost-Duitsers, Zwitsers en Polen.

Ad Wijnands

Geen enkele ontsnapping miste hij. Behalve dan die ene, die laatste, belangrijke en beslissende. Omdat hij toen volkomen was opgebrand. Hij is niet groot, zeer bescheiden, zwijgzaam, nuchter en slim, uitzonderlijk slim. Wat hij al zo vaak het afgelopen jaar in koersen op eigen bodem liet zien, demonstreerde Wijnands zaterdag eens te meer. Geen seconde was hij weg uit de voorste tien. Steeds zorgvuldig een „gangmaker”, uitzoekend. Nooit koos hij verkeerd, geen moment kwam hij zelf aan de leiding.

Jos Lammertink leidt het peloton bij de beklimming van de Cauberg, links Theo de Rooij

Wat Wijnands echter tegen zat, was dat er vanaf het startschot vrijwel „plankgas” werd gereden. De Oranje-renners waren daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Wagtmans had hen dagen achtereen op het hart gedrukt, zelfs gesmeekt, om de eerste drie ronden voluit te rijden. De bondscoach werd compleet gek bij de gedachte, dat in het immense veld (175 renners) één van zijn troeven door een schlemielige valpartij zou afvallen. Nederland bleek echter niet alleen die tactiek te hanteren. De sterkste ploegen deden precies hetzelfde.
door Harry ten Asbroek

Beklimming van de Cauberg

Nooit zakte het tempo. „Ik voelde dat het moeilijk zou worden. Er werd te hard gereden om nog wat te proberen. In de laatste ronde besefte ik dat het voor mij mislukt was, ik zat kapot alhoewel, mislukt …” reageerde Wijnands toch tevreden. Teleurstelling was onvoldoende aanwezig bij zijn vijf collega’s. Er viel weinig af te dingen op het feit dat zij alle vluchten van Wijnands afschermden.

Beklimming Bemelerberg

Maar waar de concurrentie steeds met drie, vier man was vertegenwoordigd, reed Nederland (Wijnands) alleen. Toegegeven, in de grote groep van 47 renners waaruit uiteindelijk de beslissende vluchters wegglipten, waren vier oranje-truien aanwezig. Maar het niveau waarop Wijnands reed, had minimaal door nog één, eigenlijk twee Nederlanders geëvenaard moeten worden. De excuses „de dagvorm was niet de topvorm” uit vijf monden, klonk wel bijzonder pover.

Beklimming van de Bemelerberg

beklimming BemelerbergWie meer dan alle anderen in topvorm verkeerde, was de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen. Toen de Oost-Duitser Drogan, de Pool Jankiewicz en de Brit Millar de groep met Wijnands al ver achter zich hadden gelaten, daverde Giacomini als een trein naar de leiders toe. Een opvallend staaltje machtsvertoon van een even opmerkelijk renner.

Bemelerberg

Giacomini veroverde in 1976 als Junior in het Belgische Gooik zijn eerste wereldtitel. Een Jaar later werd hij voor de wielersport afgeschreven wegens een ernstige longaandoening. Via een aangepast schema van de arts van Francesco Moser kon hij toch weer in het zadel klimmen en geleidelijk aan terugkomen.

Wereldkampioene Petra de Bruin, in haar zojuist verworven regenboog trui, zoekt vrienden op tussen het publiek

Vorig Jaar werd hij militair wereldkampioen op de ploegenachtervolging en de individuele wedstrijd. Dit Jaar wrong Giacomini zich als enige Europeaan tijdens de Spartakiade tussen het voltallige Russische machtsblok, hij werd tweede. Gisteren haalde hij met een krachtige eindsprint zijn vierde gouden habijt binnen.

Het Parool 27 augustus 1979

Geen loon naar werken voor amateur Wijnands

Ad Wijnands stond er zaterdagmiddag in Valkenburg teleurgesteld bij. Een kleine vier en een half uur lang had de 20-jarige wielrenner zich voor eigen publiek uitgesloofd. Bij bijna elke ontsnapping was de Limburger attent van de partij geweest, maar het loon voor die enorme inspanning was nihil. Als „onzichtbare” gleed Wijnands in 39ste positie over de eindstreep, terwijl de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen bij de amateurs, door een dringende mensenmassa naar het erepodium werd gestuwd. „Ik denk”, zuchtte Wijnands, „dat dit toernooi voor mij een jaar te vroeg is gekomen. Misschien was ik nog te jong en te onervaren om ook in de laatste ronde ( de “liefhebbers” moesten elf lussen van 16 kilometer afleggen) met de besten mee te gaan. Ineens blokkeerde ik tegen die Cauberg op, voelde ik de krachten uit mijn benen wegvloeien.”

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount
De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount
De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount
Het peloton met vooraan Theo de Rooij in de achtervolging op Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Bondscoach Rini Wagtmans van de KNWU, die niet terugschrikt voor gepeperde en overdreven uitspraken, noemde de prestatie van Wijnands van wereldklasse. „Van verschillende landen”, aldus de Brabantse insider, „zijn de coaches en ploegleiders vanmiddag naar me toegekomen. Allemaal met soortgelijke teksten. Zo van: „Tjonge, wat is die Wijnands een klasbak”.
door Guido de Vries

Boven op de Cauberg

Vooraan in het peloton Theo de Rooij met in zijn wiel Jan Bogaert

Doodzonde natuurlijk dat hij zijn prachtige race niet met een medaille heeft kunnen bekronen. Echt, ik durf te wedden dat hij met iets meer routine in het bezit van de regenboogtrui was gekomen. Het optreden van Ad Wijnands, de enige van de zes nationale renners die zich zaterdag in de kijker reed, belooft misschien iets moois voor de Olympische Spelen van 1980. „Ik hoop daar als een volgroeide coureur aan de start te komen”, zegt Wijnands, „en nog beter voorbereid dan nu het geval was.” Gelet op zijn leeftijd en zijn talent kan Wijnands een goede coureur worden.

Trouwens, het afgelopen jaar toonde de Maastrichtenaar met tien overwinningen aan tot de nationale top te behoren. Zoals zoveel amateurs droomt Wijnands van een carrière als professional. „Na de Spelen van Moskou”, vertelt hij, „wil ik de overgang maken. Ik denk dat ik als ronderenner kan slagen. Joop Zoetemelk is mijn grote voorbeeld. Wie weet kom ik nog wel eens bij hem in de ploeg.” Wat dat laatste betreft had Wijnands uitstekende papieren gehad als hij zich zaterdag in de hoofdprijzen had gereden. Een wereldkampioen bij de amateurs bijvoorbeeld is verzekerd van tal van aanbiedingen van „beroepsstallen”.

Op de rechte lijn naar de finish Adrie van der Poel op kop

Gianni Giacomini zit dus goed. Maar de nieuwe drager van de regenboogtrui wil voor hij „broodfietser” wordt „Moskou” meemaken. De 21-jarige renner uit Cima Dolmo geldt in Rusland nu al als een van de kanshebbers. Ter herinnering: op het afschuwelijke parcours van volgend jaar wist hij zich onlangs bij de Spartakiade als tweede te klasseren.  Gianni Giacomini heeft al een glansrijke loopbaan achter de rug. In ’76 veroverde hij de wereldtitel bij de junioren, vorig jaar pakte hij het goud bij het WK voor militairen en dit seizoen stond hij in Italië talloze malen op het erepodium. „Eigenlijk”, vind de Italiaan, „is het met mij gek gelopen. Vier jaar geleden dachten de artsen dat ik tbc had. Weg fiets, weg sport ging het bij die onderzoeken door mij heen. Aan die vervelende affaire heb ik net bij de prijsuitreiking nog even teruggedacht. Gelukkig echter zijn er nu mooie tijden voor me aangebroken. Een profcontract trekt me. Stel je voor: ik samen in de koers met die geweldige klimmer Bataglin, met die prachtige achtervolger Moser, met die slimme Saronni en die geweldige allrounders Zoetemelk en Hinault. Heerlijk toch, of niet soms?”

NRC Handelsblad 27 augustus 1979

Giacomini grossiert in wereldtitels

Wijnands geeft Oranje nog een beetje kleur

Tot twee ronden voor het eind .leek er geen vuiltje aan de zwaar bewolkte lucht voor de Nederlandse amateurformatie. Tot dat moment, na 150 kilometer, was de tactiek van bondscoach Rini Wagtmans perfect uitgevoerd. Met vier Oranje-klanten  in de eerste groep  van zo’n vijftig coureurs hadden de 30 à 40.000 enthousiaste toeschouwers nog alle hoop op een Hollandse wereldkampioen.
door Cees Olsthoorn

Finish van het WK voor Amateurs

Maar toen de strijd dan echt losbarstte moesten ze stuk voor stuk afhaken. Toen bleek toch dat de Nederlanders hun favorietenrol op eigen bodem niet konden waarmaken. Toen ook betaalde de absolute uitblinker Ad Wijnands de tol voor een race waarin hij constant mee aan de leiding is geweest. Het verloop van de schitterende finale maakte dat duidelijk. Uit een licht afgescheiden groep van twaalf renners demarreerde de Amerikaan George Mount De Engelse kampioen Robert Millar en Wijnands, de 20-jarige Maastrichtenaar die het parcours rond Valkenburg kent als zijn broekzak, sluiten snel aan. Bij het ingaan van de laatste omloop van 16 kilometer voegt ook de Pool Jan Jankiewicz zich bij hen.

Vier man op kop, maar niet voor lang. Uit de achterhoede  duiken de Oostduitser Bernd Drogan, de Deen Kim Anderson en de Italiaan Gianni Giacomini op. Drogan gaat meteen keihard door. Millar volgt met Jankiewicz. Als de voorsprong van dat drietal honderd meter bedraagt gaat Giacomini op de pedalen; staan en overbrugt met een fantastische rush het „gat”.. De volledig uitgebluste Ad Wijnands, Mount en Anderson blijven achter en worden uiteindelijk nog opgeslokt door het fel jagende peloton. De winnaar moet bij het kwartet voor op worden gezocht. Op de laatste beklimming van de Cauberg moet Millar lossen. Hij komt toch weer terug en waagt op 500 meter van de streep een alles- of-niets-poging. Jankiewicz rekent hem in, waarna de even slimme als klasserijke Giacomini uit het wiel van de Pool gemakkelijk naar de  regenboogtrui sprint. Na Claudio Corti in 1977 in Venezuela heeft Italië opnieuw een wereldkampioen bij de amateurs.

Gianni Giacomini verslaat Jan Jankiewicz en Bernd Drogan

Vreugde in het kamp van de Tifosi, teleurstelling bij de Nederlanders die tenslotte met lege handen achterbleven. Een blik op de uitslag leert dat Adrie van der Poel met een 30ste plaats onze beste landgenoot was. Rini Wagtmans wilde desondanks het woord afgang niet in de mond nemen. „Er is volgens plan gereden” aldus de opmerkelijk rustige bondscoach na afloop. „Om het gevaar van valpartijen te ontlopen zou er in de eerste drie ronden hard aan worden getrokken. Daarna moesten ze de koers controleren. Zorgen dat bij iedere ontsnapping een mannetje mee was. Zoveel mogelijk profiteren van het werk van de concurrentie en dan in de finale toeslaan luidde de opdracht” De oranje-rijders hielden zich lange tijd voorbeeldig aan dat script. En zeker Ad Wijnands.

1e Gianni Giacomini, 2e Jan Jankiewicz en 3e Bernd Drogan

De Limburgse lichtgewicht was vanaf de start niet uit de eerste rij weg te slaan. Hij behoorde dan ook tot de zeventien renners die in de vierde ronde op avontuur trokken. Twee ronden verder kreeg een groepje van zeven aansluiting, met daarbij Adrie van der Poel. Hij moest echter bij de beklimming van de Cauberg lossen. Maar met Theo de Rooy kwam Van der Poel later toch weer terug in een waaier van zestien amateurs.

Toen vervolgens in de achtste omloop ook Jac van Meer attent meesprong met weer, een klein groepje, toen leek de positie van Nederland, met vier jongens in een eerste peloton van zo’n vijftig amateurs, bijzonder riant. Het pakte, totaal anders uit Theo de Rooy: „Ik had niet zo’n beste dag vandaag. Vorig jaar op: de Nürbürgring (toen De Rooy pas op 200 meter van de streep werd  teruggepakt) kon ik bij wijze van spreken alles, nu niet. Niet dat ik slecht reed, maar dat beetje extra wat je bij ‘ zo’n wereldkampioenschap nodig hebt ontbrak gewoon. Jac van Meer liet zijn in gelijke bewoordingen uit, terwijl Adrie van der Poel wees op de valpartij waarbij hij, even na half koers, betrokken was, én de uiterste krachtsinspanning daarna om terug te komen.De enige Nederlander die wél voortreffelijk marcheerde was derhalve Ad Wijnands. Hij moest echter de tol betalen voor zijn gretigheid. Voor hem duurde het WK juist een ronde te lang. „Ik was uitgeblust” beaamde hij later nauwelijks teleurgesteld.

2e Jan Jankiewicz, 1e Gianni Giacomini, 3e Bernd Drogan

„Achteraf had ik me misschien meer moeten sparen. Maar ik voelde me goed, bovendien heb ik zo zuinig mogelijk gereden. Nee, ik hoef mezelf niks te verwijten.” Rini Wagtmans knikte bevestigend: „Ad is nog te jong om wereldkampioen te worden. Hij mist nog de macht die daarvoor nodig is. Maar het is natuurlijk geweldig wat hij hier heeft laten zien. Pure klasse. Ik ben blij dat hij amateur blijft tot na de Olympische Spelen. Is ook het beste voor hem. Geestelijk en lichamelijk is hij nog niet aan een overstap naar de beroepsrenners toe. Wie hem nu zou willen overhalen prof te worden vermoordt Wijnands als coureur.”

Resteren Jos Lammertink en Hennie Stamsnijder, de twee neven uit Twente, die zaterdag geen rol van betekenis konden spelen. „Toch had ik goeie benen,” liet Stamsnijder die in Valkenburg zijn amateur carrière afsloot, weten. „Maar toen ik in de vierde ronde lek reed, was het wereldkampioenschap voor mij voorbij. Daarna heb ik me volledig in dienst van de ploeg gesteld.” Jos Lammertink, stelde ronduit teleur. Vooraf door Wagtmans tot de grote favoriet gebombardeerd, bleef hij gedurende de hele koers vrijwel onzichtbaar: „De Cauberg heeft me opgebroken. Die was vijftig meter te lang voor mij. Wagtmans had gezegd om in m’n eigen tempo naar boven te rijden. Anders zou ik onherroepelijk kapot gaan. Dat heb ik gedaan, maar mijn tempo, was gewoonte laag om me te kunnen meten met de rest. Eén troost voor Jos Lammertink; deze week krijgt hij in het Olympisch Stadion de kans om zich op de individuele achtervolging te revancheren.

Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen op de weg

Gianni Giacomini, net 21 jaar, student geometrie, is bepaald niet een toevallige winnaar. De Italiaan die qua uiterlijk een beetje aan Saronni doet denken, is een grossier in wereldtitels. In 1976 werd hij in het Belgische Gooik wereldkampioen bij de junioren. Vorig jaar voegde hij er twee militaire WK-titels aan toe. De een in de individuele wedstrijd, de andere in de 100 km-ploegentijdrit, een onderdeel waarop hij afgelopen woensdag met de Italiaanse equipe zevende werd.

Tot vijf jaar geleden deed Giacomini aan atletiek (midden afstanden), maar vond daarna zijl weg als wielrenner. In ’77 werd hij ernstig ziek. Zijn huisdokter adviseerde toen om de fiets definitief op te bergen. De arts van Francesco Moser, dokter Falai, besliste na een uitgebreid onderzoek anders. Met een aangepast trainingsschema kon Giacomini best blijven wielrennen meende dit niet zonder reden. De ster van Gianni is daarna snel gestegen. Het ene succes volgde het ander op, met als voorlopig hoogtepunt de regenboogtrui zaterdag in  Valkenburg. Over het parcours zei Giacomini, die zeker niet voor de Olympische spelen prof wordt: „Niet zo zwaar. De wind  was lastiger dan de twee klimmetjes”.

Het vrije volk 27 augustus 1979

 

De uitslag:

1             Gianni Giacomini (ITA)               178,8 km in  4 uur 19 min. 26 sec.

2             Jan Jankiewicz (POL)

3             Bernd Drogan (GER)               op 1 sec

4             Robert Millar (GBR)              op 4 sec

5             Andreas Petermann (GDR)      op 12 sec

6             Jan Bogaert (BEL)                 op 25 sec

7             Jan Krawczyk (POL)

8             Ryzsard Szurkowski (POL)

9             Richard Trinkler (SUI)

10           Nencho Staikov (BUL)           op 34 sec

11           Thomas Barth (GER)

12           Geir Digerud (NOR)

13           Kurt Ehrensperger (SUI)

14           Giuseppe Petito (ITA)

15           Harry Hannus (FIN)

16           Charly Bérard (FRA)

17           Tommy Prim (SWE)

18           Falk Boden (GER)

19           Kim Andersen (DEN)

20           George Mount (USA)

21           Daniel Muller (SUI)

22           Herbert Spindler (AUT)            op 45 sec

23           Ludek Kubias (TCH)

24           Dieter Flögel (GER)

25           Yury Kashirin (URS)

26           Francis Castaing (FRA)

27           Aleksandr Averin (URS)

28           Volker Kassun (GER)

29           Jan Wijnants (BEL)

30           Adrie Van Der Poel (NED)

31           Urs Grobli (SUI)

32           Jostein Wilmann (NOR)

33           Leopold Karner (AUT)

34           Mustapha Nejjari (MAR)

35           Steph Jones (GBR)

36           Pierre Harvey (CAN)

37           Rocco Cattaneo (SUI)

38           Käri Puisto (FIN)

39           Ad Wijnands (NED)

40           Theo De Rooy (NED)

41           Dale Stetina (USA)

42           Ladislav Novak (TCH)

43           Francis Duteil (FRA)

44           Miguel Acha Mindeguia (ESP)         op 1 min 15 sec

45           Jac van Meer (NED)

46           Jan Hoegh (DEN)                op 4 min 56 sec

47           Fr Von Loeffelholz (GER)

48           Alexander Gousiatnikov (URS)

49           Dirk Demol (BEL)

50           Ole Kristian Silseth (NOR)          op 4 min 58 sec