1968-06-16 Jan Krekels wint Österreich-Rundfahrt

Österreich-Rundfahrt 1968

Nederlandse aangelegenheid in Oostenrijk

Jan Krekels groot triomfator

Jan Krekels geflankeerd door de Oostenrijker Georg Postl en de Pool Czeslaw Polewiak foto Jan Krekels

Na zijn overwinningen in verschillende Nederlandse klassiekers was het Krekels gelukt een voorlopige kroon te zetten op zijn amper vierjarige loopbaan als wielrenner door een indrukwekkende zege in de Ronde van Oostenrijk. Na René Lotz, Jan Pieterse en Rini Wagtmans was hij de vierde Nederlander die deze zware, bijna 1600 kilometer lange etappekoers — de eerste grote ronde na die van Olympia waaraan hij deelnam — op zijn naam schreef.

„Het is zeker zwaar geweest”, geeft Jan eerlijk toe. „Het heeft vrijwel aan één stuk door geregend, behalve de laatste dag en iedere etappe weer waren er heuvels en bergen te beklimmen.”
Toch heeft Krekels juist in die bergen zijn slag geslagen. „Ja, dat was op de Grossglockner. Op de top had ik drie minuten achterstand, maar alle concurrenten lagen achter mij en toen heb ik me maar gewoon laten vallen. In de afdaling heb ik ze allemaal gepakt. Het gekke was: hoe hoger ik klom, des te gemakkelijker ging het. Het was behoorlijk koud en dat heb ik graag.”

Jan Krekels, de winnaar van de Ronde van Oostenrijk werd in zijn woonplaats Born uitbundig gehuldigd. De krans en een aantal bekers waren de in Oostenrijk gewonnen „trofeeën”.

Hoe koud het was blijkt uit de stapels foto’s die Jan mee naar huis bracht. Te midden van de eeuwige sneeuw rijden enkele renners in een majestueuze omgeving met Jan Krekels voorop. „Ik reed het liefste van voren, dan kon ik me het beste verdedigen”, zegt hij zonder enige opsmuk, daarbij in het midden latend dat die strijdwijze enorme veel vraagt. Krekels maakte zijn woorden waar. Betekende dit dat Limburg een tweede Jan Nolten had gevonden? Hij lacht er om. „Dat wil ik niet beweren, maar het ging inderdaad wel heel lekker.”

„Mijn ploegmakkers hebben me prachtig geholpen. Zij hebben veel kopwerk voor me gedaan en het tempo bepaald. Wanneer er een kopgroep ontstond, waren zij er steeds bij om het tempo te drukken. Het waren voorbeeldige ploegmakkers. Deze sfeer is er ingebracht door onze ploegleider Janssen. Hij had het slim gespeeld. Met veel loftuitingen had hij in Oostenrijk de komst van Olympia-Tourwinnaar Leen de Groot aangekondigd. Hij stempelde hem tot favoriet en repte met geen woord over mij. Men lette niet op me en de eerste de beste rit was het meteen al raak. Ik werd tweede. Als ik niet gehinderd was, had ik al direct de gele trui gegrepen. Toen ik eenmaal dat ding om mijn schouders had, was dat stuk textiel enorm zwaar. De Oostenrijkers gingen samenwerken om mij uit de trui te fietsen. Op de Grossglockner zullen we je wat voor de ogen draaien, kreeg ik van hen te horen. Ik werd er nerveus van. Gelukkig viel alles nogal mee. In plaats van tijd te verliezen, zette ik hen nog op een grotere afstand. Het klimmen ging heerlijk en bij het dalen liep ik alsmaar op mijn collega’s uit. Het was toch wel gevaarlijk. Het zicht was soms niet meer dan een meter of twaalf. Ik heb alsmaar op die gele streep op het wegdek gekeken. Angst had ik niet, maar af en toe heb ik toch maar stiekem een kruisteken gemaakt als ik beneden was.

„Iedere dag moest ik voor de televisiecamera verschijnen om mijn relaas te doen. De eerste keer liep het niet al te best, maar daarna raakte ik er bedreven in. Voor de radio heb ik talrijke keren commentaar moeten geven. Het Oostenrijkse volk heeft hij de overwinning van harte gegund. Ik werd spontaan gehuldigd. Het leukste vond ik de reactie van een 11-jarig meisje. Zij had op witte stof een beker geborduurd met mijn en haar naam er in. Die tweede plaats in de tijdrit heeft mij bijzonder veel plezier gedaan. De Ronde van Oostenrijk is heel iets anders dan een Olympia-Tour. Elke etappe is langer dan 200 km. Er moet kilometers lang worden geklommen. Daar moet je alleen tegen de concurrentie vechten. Veel renners bezweken door de aanhoudende hitte Leen de Groot had te kampen met aanhoudende kramp. We vonden ’t jammer, want nu moesten we met minder mankracht de Oostenrijkse aanvallen afweren. Mijn vrienden hebben me echter geen moment in de steek gelaten. Vooral Henk Van der Vught was ’n meesterknecht. Hij had deze ronde verleden jaar al gereden en maakte me iedere dag opmerkzaam op geniepige trajecten of gevaarlijke belagers”

Limburgs Dagblad 16-06-1968: Österreich-Rundfahrt 1968, Nederlandse aangelegenheid in Oostenrijk, Jan Krekels groot triomfator

We lezen het Limburgs dagblad van 17 juni 1968:
In de schaduw van de aloude Sint Stefans toren in Wenen klonk zondagmiddag het „Wilhelmus” ter ere van Jan Krekels. Nog eenmaal moest de man uit Born, die negen dagen lang het fel begeerde leiderstricot in de Ronde van Oostenrijk droeg, een huldiging ondergaan. Met een levensgrote lauwerkrans om de schouders stond de 20-jarige Jan op de hoogste trede van het erepodium als eindoverwinnaar van een ronde waarin de Nederlandse équipe volledig de toon aangaf. Immers Jan Krekels zorgde niet alleen voor de overwinning in het algemeen klassement, hij sleepte ook de eerste plaats in het puntenklassement in de wacht. En alsof dat nog niet voldoende was: de Nederlandse ploeg, onder aanvoering van Jan Krekels, greep met goot vertoon van overmacht de zege in het algemeen ploegenklassement.

In de twee laatste etappen etaleerde Jan Krekels nog eens overduidelijk zijn grootse vorm. Hij liet niets aan het toeval over en overzag als een veldheer hat slagveld. Alleen voor de onbekende goden, die geen rol van betekenis vermochten te spelen in het algemeen klassement, kende de Limburger nog pardon. Iedere andere coureur die Jan Krekels kon bedreigen werd door hem zelf tot de orde geroepen, dan wel door zijn trouwe ploeggenoten Henk van Vught en Wim Prinsen.
In de achtste etappe, die de karavaan zaterdag over een afstand van 155 km van Klagenfurt naar Graz voerde kregen de „kleintjes” toestemming een graantje mee te pikken. Drie Oostenrijkers, Schaïtielbauer. Hummenberger en Frisch, konden daarvan het meeste profileren.

In een tropische regenbui ging dit drietal tenslotte uitmaken wie voor de ereplaatsen in aanmerking zou komen. Het was Schattelbauer die de zege kon opeisen vóór zijn landgenoten Hummenberger en Frisch. In deze rit kon Jan Krekels het zich permitteren met een achterstand van bijna zes minuten op de winnaar tiende te arriveren, omdat hij zich in gezelschap bevond van zijn grootste rivaal de Oostenrijker Georg Postl. Laatstgenoemde was eigenlijk nog slechts da enige overgebleven concurrent voor Jan Krekels. Vrijdag kreeg namelijk de Pool Polewiak, die derde in het algemeen klassement stond, een tijdstraf van twee minuten en een geldboete van 200 Oostenrijkse shilling (circa 12 euro), omdat hij zich had laten voorttrekken. Daarmee verdwenen de illusies van de Pool — voor zover nog aanwezig — volledig naar het hiernamaals.

Dan de slotetappe van zondag, van Graz naar Wenen (229 km), niet meer veel „vuurwerk” te zien zou geven lag voor de hand. Jan Krekels zag weer toe, dat er geen verrassingen uit de bus konden komen. Daartoe behoefde hij alleen nog maar Georg Postl in de gaten te houden. Aan de finish in Wenen diende zich tenslotte de Ilaliaan Sanantonio als eerste aan. Vijfentwintig seconden later meldde zich de Oostenrijker Pruschka en vervolgens diens landgenoot Rothauer. Jan Krekels bevond zich, samen met Wim Prinsen en Henk van Vught, in een groep die ex-aequo op de tiende plaats werd geklasseerd. Daarmee was voor de Limburger de buit in het individueel en puntenklassement binnen en voor de Nederlandse equipe, die na het uitvallen van Leen de Groot nog slechts uit drie man bestond, de zege in heft algemeen ploegenklassement een feit.

De uitslag van de achtste etappe-luidde :
1. Schattelbauer (Oost.) 155 km in 3.54.19 (mat bonificatie)
2. Hummenberger (Oost.) 3.54.34 (met bon.)
3 Frisch (Oost.) 3.54.49
4. Günther Schwab (Oost.) 3.56.4
5. Robert Csenar (Oost.) 3.59.47
14. ex aequo. O.a. Czeslaw Polewiak (Polen), Georg Postl (Oost.), Jan Krekels (Ned.) en Wim Prinsen (Ned.) allen in 4.00.07
29. Henk van Vught (Ned.) 4.00.20

De uitslag van de laatste etappe luidde :
1. Sanantonio (It.) 5.37.43 (inclusief bonificatie);
2. Pruseha (Oost.) 5.38.23 (inclusief bonificatie)
3. Rothauer (Oost) 5.38.39
4. Treis (Lux.) 5.40.27
5. Köcher (W-Dld) z.t.
6. De Mol (Belg.) 4.41.09
10. ex aequo: o.a.: Prinsen (Ned.), Krekels (Ned.), van Vught (Ned.).

Eindklassement :
1. Krekels (Ned. 41.08.45;
2. Postl (Oost.) 41.12.52;
3. Polewiak (Pol.) 41.18.40;
4. Janssens (Belg.) 41.19.10;
5. Spaniniger (Zuidsl. 41.20.08;
6. Csenar (Oost.) 41.20.59;
9. van Vught (Ned) 41.23.31;
12. Prinsen (Ned.) 41.24.15.

Puntenklassement:
1. Krekels (Ned.) 78 punten;
2. Csenar (Oost.) 67; 3. Maggioni (II.) .48;
4. Schattelbauer (Oost.) 41;
5. Van Vught (Ned.) 41.

Ploegenklassement:
1. Nederland 122.15.45
2. Steiermark (Oostenrijk) 122. 44.08
3 Polen 122.47.00

1979-08-25 Valkenburg Wereld Kampioenschap op de weg voor amateurs

Solo optreden van Adje levert net geen prijs op

Klasse verloochent zich niet als het moment daar is. Voor Adje Wijnands was het grote ogenblik om zichzelf te bewijzen op zaterdag 25 augustus 1979 aangebroken.De twintigjarige Maastrichtenaar presenteerde zich nadrukkelijk in de strijd om de regenboogtrui voor amateurs. Als enige van de bepaald toch niet zwakke Oranje-brigade was Wijnands in staat constant in de voorste gelederen de strijd aan te binden met de zoveel oudere, doorgewinterde Russen, Oost-Duitsers, Zwitsers en Polen.

Ad Wijnands

Geen enkele ontsnapping miste hij. Behalve dan die ene, die laatste, belangrijke en beslissende. Omdat hij toen volkomen was opgebrand. Hij is niet groot, zeer bescheiden, zwijgzaam, nuchter en slim, uitzonderlijk slim. Wat hij al zo vaak het afgelopen jaar in koersen op eigen bodem liet zien, demonstreerde Wijnands zaterdag eens te meer. Geen seconde was hij weg uit de voorste tien. Steeds zorgvuldig een „gangmaker”, uitzoekend. Nooit koos hij verkeerd, geen moment kwam hij zelf aan de leiding.

Jos Lammertink leidt het peloton bij de beklimming van de Cauberg, links Theo de Rooij

Wat Wijnands echter tegen zat, was dat er vanaf het startschot vrijwel „plankgas” werd gereden. De Oranje-renners waren daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Wagtmans had hen dagen achtereen op het hart gedrukt, zelfs gesmeekt, om de eerste drie ronden voluit te rijden. De bondscoach werd compleet gek bij de gedachte, dat in het immense veld (175 renners) één van zijn troeven door een schlemielige valpartij zou afvallen. Nederland bleek echter niet alleen die tactiek te hanteren. De sterkste ploegen deden precies hetzelfde.
door Harry ten Asbroek

Beklimming van de Cauberg

Nooit zakte het tempo. „Ik voelde dat het moeilijk zou worden. Er werd te hard gereden om nog wat te proberen. In de laatste ronde besefte ik dat het voor mij mislukt was, ik zat kapot alhoewel, mislukt …” reageerde Wijnands toch tevreden. Teleurstelling was onvoldoende aanwezig bij zijn vijf collega’s. Er viel weinig af te dingen op het feit dat zij alle vluchten van Wijnands afschermden.

Beklimming Bemelerberg

Maar waar de concurrentie steeds met drie, vier man was vertegenwoordigd, reed Nederland (Wijnands) alleen. Toegegeven, in de grote groep van 47 renners waaruit uiteindelijk de beslissende vluchters wegglipten, waren vier oranje-truien aanwezig. Maar het niveau waarop Wijnands reed, had minimaal door nog één, eigenlijk twee Nederlanders geëvenaard moeten worden. De excuses „de dagvorm was niet de topvorm” uit vijf monden, klonk wel bijzonder pover.

Beklimming van de Bemelerberg

beklimming BemelerbergWie meer dan alle anderen in topvorm verkeerde, was de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen. Toen de Oost-Duitser Drogan, de Pool Jankiewicz en de Brit Millar de groep met Wijnands al ver achter zich hadden gelaten, daverde Giacomini als een trein naar de leiders toe. Een opvallend staaltje machtsvertoon van een even opmerkelijk renner.

Bemelerberg

Giacomini veroverde in 1976 als Junior in het Belgische Gooik zijn eerste wereldtitel. Een Jaar later werd hij voor de wielersport afgeschreven wegens een ernstige longaandoening. Via een aangepast schema van de arts van Francesco Moser kon hij toch weer in het zadel klimmen en geleidelijk aan terugkomen.

Wereldkampioene Petra de Bruin, in haar zojuist verworven regenboog trui, zoekt vrienden op tussen het publiek

Vorig Jaar werd hij militair wereldkampioen op de ploegenachtervolging en de individuele wedstrijd. Dit Jaar wrong Giacomini zich als enige Europeaan tijdens de Spartakiade tussen het voltallige Russische machtsblok, hij werd tweede. Gisteren haalde hij met een krachtige eindsprint zijn vierde gouden habijt binnen.

Het Parool 27 augustus 1979

Geen loon naar werken voor amateur Wijnands

Ad Wijnands stond er zaterdagmiddag in Valkenburg teleurgesteld bij. Een kleine vier en een half uur lang had de 20-jarige wielrenner zich voor eigen publiek uitgesloofd. Bij bijna elke ontsnapping was de Limburger attent van de partij geweest, maar het loon voor die enorme inspanning was nihil. Als „onzichtbare” gleed Wijnands in 39ste positie over de eindstreep, terwijl de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen bij de amateurs, door een dringende mensenmassa naar het erepodium werd gestuwd. „Ik denk”, zuchtte Wijnands, „dat dit toernooi voor mij een jaar te vroeg is gekomen. Misschien was ik nog te jong en te onervaren om ook in de laatste ronde ( de “liefhebbers” moesten elf lussen van 16 kilometer afleggen) met de besten mee te gaan. Ineens blokkeerde ik tegen die Cauberg op, voelde ik de krachten uit mijn benen wegvloeien.”

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount
De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount
De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount
Het peloton met vooraan Theo de Rooij in de achtervolging op Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Bondscoach Rini Wagtmans van de KNWU, die niet terugschrikt voor gepeperde en overdreven uitspraken, noemde de prestatie van Wijnands van wereldklasse. „Van verschillende landen”, aldus de Brabantse insider, „zijn de coaches en ploegleiders vanmiddag naar me toegekomen. Allemaal met soortgelijke teksten. Zo van: „Tjonge, wat is die Wijnands een klasbak”.
door Guido de Vries

Boven op de Cauberg

Vooraan in het peloton Theo de Rooij met in zijn wiel Jan Bogaert

Doodzonde natuurlijk dat hij zijn prachtige race niet met een medaille heeft kunnen bekronen. Echt, ik durf te wedden dat hij met iets meer routine in het bezit van de regenboogtrui was gekomen. Het optreden van Ad Wijnands, de enige van de zes nationale renners die zich zaterdag in de kijker reed, belooft misschien iets moois voor de Olympische Spelen van 1980. „Ik hoop daar als een volgroeide coureur aan de start te komen”, zegt Wijnands, „en nog beter voorbereid dan nu het geval was.” Gelet op zijn leeftijd en zijn talent kan Wijnands een goede coureur worden.

Trouwens, het afgelopen jaar toonde de Maastrichtenaar met tien overwinningen aan tot de nationale top te behoren. Zoals zoveel amateurs droomt Wijnands van een carrière als professional. „Na de Spelen van Moskou”, vertelt hij, „wil ik de overgang maken. Ik denk dat ik als ronderenner kan slagen. Joop Zoetemelk is mijn grote voorbeeld. Wie weet kom ik nog wel eens bij hem in de ploeg.” Wat dat laatste betreft had Wijnands uitstekende papieren gehad als hij zich zaterdag in de hoofdprijzen had gereden. Een wereldkampioen bij de amateurs bijvoorbeeld is verzekerd van tal van aanbiedingen van „beroepsstallen”.

Op de rechte lijn naar de finish Adrie van der Poel op kop

Gianni Giacomini zit dus goed. Maar de nieuwe drager van de regenboogtrui wil voor hij „broodfietser” wordt „Moskou” meemaken. De 21-jarige renner uit Cima Dolmo geldt in Rusland nu al als een van de kanshebbers. Ter herinnering: op het afschuwelijke parcours van volgend jaar wist hij zich onlangs bij de Spartakiade als tweede te klasseren.  Gianni Giacomini heeft al een glansrijke loopbaan achter de rug. In ’76 veroverde hij de wereldtitel bij de junioren, vorig jaar pakte hij het goud bij het WK voor militairen en dit seizoen stond hij in Italië talloze malen op het erepodium. „Eigenlijk”, vind de Italiaan, „is het met mij gek gelopen. Vier jaar geleden dachten de artsen dat ik tbc had. Weg fiets, weg sport ging het bij die onderzoeken door mij heen. Aan die vervelende affaire heb ik net bij de prijsuitreiking nog even teruggedacht. Gelukkig echter zijn er nu mooie tijden voor me aangebroken. Een profcontract trekt me. Stel je voor: ik samen in de koers met die geweldige klimmer Bataglin, met die prachtige achtervolger Moser, met die slimme Saronni en die geweldige allrounders Zoetemelk en Hinault. Heerlijk toch, of niet soms?”

NRC Handelsblad 27 augustus 1979

Giacomini grossiert in wereldtitels

Wijnands geeft Oranje nog een beetje kleur

Tot twee ronden voor het eind .leek er geen vuiltje aan de zwaar bewolkte lucht voor de Nederlandse amateurformatie. Tot dat moment, na 150 kilometer, was de tactiek van bondscoach Rini Wagtmans perfect uitgevoerd. Met vier Oranje-klanten  in de eerste groep  van zo’n vijftig coureurs hadden de 30 à 40.000 enthousiaste toeschouwers nog alle hoop op een Hollandse wereldkampioen.
door Cees Olsthoorn

Finish van het WK voor Amateurs

Maar toen de strijd dan echt losbarstte moesten ze stuk voor stuk afhaken. Toen bleek toch dat de Nederlanders hun favorietenrol op eigen bodem niet konden waarmaken. Toen ook betaalde de absolute uitblinker Ad Wijnands de tol voor een race waarin hij constant mee aan de leiding is geweest. Het verloop van de schitterende finale maakte dat duidelijk. Uit een licht afgescheiden groep van twaalf renners demarreerde de Amerikaan George Mount De Engelse kampioen Robert Millar en Wijnands, de 20-jarige Maastrichtenaar die het parcours rond Valkenburg kent als zijn broekzak, sluiten snel aan. Bij het ingaan van de laatste omloop van 16 kilometer voegt ook de Pool Jan Jankiewicz zich bij hen.

Vier man op kop, maar niet voor lang. Uit de achterhoede  duiken de Oostduitser Bernd Drogan, de Deen Kim Anderson en de Italiaan Gianni Giacomini op. Drogan gaat meteen keihard door. Millar volgt met Jankiewicz. Als de voorsprong van dat drietal honderd meter bedraagt gaat Giacomini op de pedalen; staan en overbrugt met een fantastische rush het „gat”.. De volledig uitgebluste Ad Wijnands, Mount en Anderson blijven achter en worden uiteindelijk nog opgeslokt door het fel jagende peloton. De winnaar moet bij het kwartet voor op worden gezocht. Op de laatste beklimming van de Cauberg moet Millar lossen. Hij komt toch weer terug en waagt op 500 meter van de streep een alles- of-niets-poging. Jankiewicz rekent hem in, waarna de even slimme als klasserijke Giacomini uit het wiel van de Pool gemakkelijk naar de  regenboogtrui sprint. Na Claudio Corti in 1977 in Venezuela heeft Italië opnieuw een wereldkampioen bij de amateurs.

Gianni Giacomini verslaat Jan Jankiewicz en Bernd Drogan

Vreugde in het kamp van de Tifosi, teleurstelling bij de Nederlanders die tenslotte met lege handen achterbleven. Een blik op de uitslag leert dat Adrie van der Poel met een 30ste plaats onze beste landgenoot was. Rini Wagtmans wilde desondanks het woord afgang niet in de mond nemen. „Er is volgens plan gereden” aldus de opmerkelijk rustige bondscoach na afloop. „Om het gevaar van valpartijen te ontlopen zou er in de eerste drie ronden hard aan worden getrokken. Daarna moesten ze de koers controleren. Zorgen dat bij iedere ontsnapping een mannetje mee was. Zoveel mogelijk profiteren van het werk van de concurrentie en dan in de finale toeslaan luidde de opdracht” De oranje-rijders hielden zich lange tijd voorbeeldig aan dat script. En zeker Ad Wijnands.

1e Gianni Giacomini, 2e Jan Jankiewicz en 3e Bernd Drogan

De Limburgse lichtgewicht was vanaf de start niet uit de eerste rij weg te slaan. Hij behoorde dan ook tot de zeventien renners die in de vierde ronde op avontuur trokken. Twee ronden verder kreeg een groepje van zeven aansluiting, met daarbij Adrie van der Poel. Hij moest echter bij de beklimming van de Cauberg lossen. Maar met Theo de Rooy kwam Van der Poel later toch weer terug in een waaier van zestien amateurs.

Toen vervolgens in de achtste omloop ook Jac van Meer attent meesprong met weer, een klein groepje, toen leek de positie van Nederland, met vier jongens in een eerste peloton van zo’n vijftig amateurs, bijzonder riant. Het pakte, totaal anders uit Theo de Rooy: „Ik had niet zo’n beste dag vandaag. Vorig jaar op: de Nürbürgring (toen De Rooy pas op 200 meter van de streep werd  teruggepakt) kon ik bij wijze van spreken alles, nu niet. Niet dat ik slecht reed, maar dat beetje extra wat je bij ‘ zo’n wereldkampioenschap nodig hebt ontbrak gewoon. Jac van Meer liet zijn in gelijke bewoordingen uit, terwijl Adrie van der Poel wees op de valpartij waarbij hij, even na half koers, betrokken was, én de uiterste krachtsinspanning daarna om terug te komen.De enige Nederlander die wél voortreffelijk marcheerde was derhalve Ad Wijnands. Hij moest echter de tol betalen voor zijn gretigheid. Voor hem duurde het WK juist een ronde te lang. „Ik was uitgeblust” beaamde hij later nauwelijks teleurgesteld.

2e Jan Jankiewicz, 1e Gianni Giacomini, 3e Bernd Drogan

„Achteraf had ik me misschien meer moeten sparen. Maar ik voelde me goed, bovendien heb ik zo zuinig mogelijk gereden. Nee, ik hoef mezelf niks te verwijten.” Rini Wagtmans knikte bevestigend: „Ad is nog te jong om wereldkampioen te worden. Hij mist nog de macht die daarvoor nodig is. Maar het is natuurlijk geweldig wat hij hier heeft laten zien. Pure klasse. Ik ben blij dat hij amateur blijft tot na de Olympische Spelen. Is ook het beste voor hem. Geestelijk en lichamelijk is hij nog niet aan een overstap naar de beroepsrenners toe. Wie hem nu zou willen overhalen prof te worden vermoordt Wijnands als coureur.”

Resteren Jos Lammertink en Hennie Stamsnijder, de twee neven uit Twente, die zaterdag geen rol van betekenis konden spelen. „Toch had ik goeie benen,” liet Stamsnijder die in Valkenburg zijn amateur carrière afsloot, weten. „Maar toen ik in de vierde ronde lek reed, was het wereldkampioenschap voor mij voorbij. Daarna heb ik me volledig in dienst van de ploeg gesteld.” Jos Lammertink, stelde ronduit teleur. Vooraf door Wagtmans tot de grote favoriet gebombardeerd, bleef hij gedurende de hele koers vrijwel onzichtbaar: „De Cauberg heeft me opgebroken. Die was vijftig meter te lang voor mij. Wagtmans had gezegd om in m’n eigen tempo naar boven te rijden. Anders zou ik onherroepelijk kapot gaan. Dat heb ik gedaan, maar mijn tempo, was gewoonte laag om me te kunnen meten met de rest. Eén troost voor Jos Lammertink; deze week krijgt hij in het Olympisch Stadion de kans om zich op de individuele achtervolging te revancheren.

Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen op de weg

Gianni Giacomini, net 21 jaar, student geometrie, is bepaald niet een toevallige winnaar. De Italiaan die qua uiterlijk een beetje aan Saronni doet denken, is een grossier in wereldtitels. In 1976 werd hij in het Belgische Gooik wereldkampioen bij de junioren. Vorig jaar voegde hij er twee militaire WK-titels aan toe. De een in de individuele wedstrijd, de andere in de 100 km-ploegentijdrit, een onderdeel waarop hij afgelopen woensdag met de Italiaanse equipe zevende werd.

Tot vijf jaar geleden deed Giacomini aan atletiek (midden afstanden), maar vond daarna zijl weg als wielrenner. In ’77 werd hij ernstig ziek. Zijn huisdokter adviseerde toen om de fiets definitief op te bergen. De arts van Francesco Moser, dokter Falai, besliste na een uitgebreid onderzoek anders. Met een aangepast trainingsschema kon Giacomini best blijven wielrennen meende dit niet zonder reden. De ster van Gianni is daarna snel gestegen. Het ene succes volgde het ander op, met als voorlopig hoogtepunt de regenboogtrui zaterdag in  Valkenburg. Over het parcours zei Giacomini, die zeker niet voor de Olympische spelen prof wordt: „Niet zo zwaar. De wind  was lastiger dan de twee klimmetjes”.

Het vrije volk 27 augustus 1979

 

De uitslag:

1             Gianni Giacomini (ITA)               178,8 km in  4 uur 19 min. 26 sec.

2             Jan Jankiewicz (POL)

3             Bernd Drogan (GER)               op 1 sec

4             Robert Millar (GBR)              op 4 sec

5             Andreas Petermann (GDR)      op 12 sec

6             Jan Bogaert (BEL)                 op 25 sec

7             Jan Krawczyk (POL)

8             Ryzsard Szurkowski (POL)

9             Richard Trinkler (SUI)

10           Nencho Staikov (BUL)           op 34 sec

11           Thomas Barth (GER)

12           Geir Digerud (NOR)

13           Kurt Ehrensperger (SUI)

14           Giuseppe Petito (ITA)

15           Harry Hannus (FIN)

16           Charly Bérard (FRA)

17           Tommy Prim (SWE)

18           Falk Boden (GER)

19           Kim Andersen (DEN)

20           George Mount (USA)

21           Daniel Muller (SUI)

22           Herbert Spindler (AUT)            op 45 sec

23           Ludek Kubias (TCH)

24           Dieter Flögel (GER)

25           Yury Kashirin (URS)

26           Francis Castaing (FRA)

27           Aleksandr Averin (URS)

28           Volker Kassun (GER)

29           Jan Wijnants (BEL)

30           Adrie Van Der Poel (NED)

31           Urs Grobli (SUI)

32           Jostein Wilmann (NOR)

33           Leopold Karner (AUT)

34           Mustapha Nejjari (MAR)

35           Steph Jones (GBR)

36           Pierre Harvey (CAN)

37           Rocco Cattaneo (SUI)

38           Käri Puisto (FIN)

39           Ad Wijnands (NED)

40           Theo De Rooy (NED)

41           Dale Stetina (USA)

42           Ladislav Novak (TCH)

43           Francis Duteil (FRA)

44           Miguel Acha Mindeguia (ESP)         op 1 min 15 sec

45           Jac van Meer (NED)

46           Jan Hoegh (DEN)                op 4 min 56 sec

47           Fr Von Loeffelholz (GER)

48           Alexander Gousiatnikov (URS)

49           Dirk Demol (BEL)

50           Ole Kristian Silseth (NOR)          op 4 min 58 sec

1976-03-27 Amstel Gold Race

Bennie en Freddy

Zuid Limburg, met zijn heuvels, die wij bergen mogen noemen, zijn trage glooiingen met mozaïek van weiden en geploegd akkerland, met zijn bospartijen en zijn menselijke nederzettingen. Het ligt er op deze zaterdag 27 maart winters guur en winderig bij, Men ziet de ze van ver  aankomen, men viert de Amstel Goldrace 1976.

Amstel Gold Race 1976 met Raymond Poulidor, Freddy Maertens, André Gevers, Michel Pollentier en Ferdinand Bracke

De nederzettingen zijn ervoor uitgelopen naar de afgezette kruispunten, wegen en weggetjes voor de doortochten.  Een handvol politieauto’s onder huilende sirene en blauw zwaailicht. Nog een handvol politiemotoren, die witgejaste en –gehelmde reuzen dragen, luid over de velden tierende reclame-auto’s, Amstel Gold auto’s  met wakkere Amstel Gold-officials en met KNWU-officials, een Mercedes-bolide met als gekoesterde lading de Amstel Gold-Miss en nog meer auto’s, wier luidsprekers veel te luide muziek lozen. Een zwerm van pakweg 4 dozijn grommende Harley Davidsons en BMW’s verkondigen de Amstel Goldrace: kakelbont beschilderde Volvo’s en Peugeots, die op hun ruggen glimmende, ranke racefietsen dragen en veel te dikke ploegleiders aan boord hebben.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Diverse auto’s die opzichtig melden toe te behoren aan De gazet van Antwerpen, L’equipe of Avro’s Sportpanorama, tientallen auto’s met NL, B, F en D nummerborden, die anoniem, maar niet minder vloekend, scheldend en tierend met de claxons, hun mannen van de media door bochten en over de heuvels sleuren. Geschatte lengte van deze wolk van lawaai en benzinedampen, van kop tot staart, een paar kilometer.  In de zich snel verplaatsende wolk, bij het begin van de race, in Heerlen, 120 hoofdrolspelers, die duwend op de pedalen en trekkend aan de sturen als wielerprofs het dagelijks brood verdienen.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

We staan onder aan de Adsteeg, in de jaren zestig toneel van enkele opeenvolgende Nederlands Kampioenschappen op de weg, Bennie Ceulen supporteren, de enige (Nederlands-) Limburgse coureur in koers.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Daar is het peloton; in de rug gedekt door een wielerregisseur, die zich in zijn volle lengte, door het open dak van zijn wagen, gebarend, wenkend, zwaaiend met zijn rode vlag, door Zuid Limburg laat rollen.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops
Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Op kop onder andere Michel Pollentier en Piet van Katwijk, we zien Jan Raas, wereldkampioen Hennie Kuiper, Nidi en Fedor den Hertog, Andre Gevers, Freddy Maertens, , Marc Demeyer, Bert Pronk, Ferdi Bracke.

Adsteeg Beek, ©Peter Knops
Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Waar is Bennie, heb je hem gezien? Ik meen van wel, of toch niet? In de verte een Maes Pils Rokado renner eenzaam in de achtervolging, full speed de Adsteeg opsprintend. Hij is het, onze Limburgse favoriet, teruggeslagen door pech, maar hij geeft niet op

„hup Bennie, Allez Bennie !!”

Adsteeg Beek, ©Peter Knops

Bennie Ceulen, de enige Limburgse beroepsrenner in de Amstel Gold Race, kwam méér tegen dan alleen hechte ploegentactiek van de Flandria’s. De jonge Maastrichtenaar werd reeds vroeg door een lekke band getroffen. Na een felle jacht keerde hij weliswaar in de straten van Valkenburg (61 km) terug in de staart van het peloton, maar een nieuwe tube zonder lucht en een gebroken pion betekenden definitief het einde.

Bennie Ceulen, lekke band in de aanloop van Elsloo naar de Adsteeg in Beek, ©Peter Knops

„Tegen die pech was ik niet opgewassen”, aldus een ontgoochelde Bennie Ceulen. De enige troost was dat later niemand van zijn landgenoten, opgewassen bleek tegen het geweld van een superieure Maertens.

Amstel Gold Race 1976 — met Aad van den Hoek, Hennie Kuiper, Gerard Vianen, Jos Schipper, Didi Thurau, Günter Haritz, Joop Zoetemelk en Cees Priem in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops
Amstel Gold Race 1976 — met Michel Laurent, Roger Swerts, Christian Seznec, Cees van Dongen, Freddy Maertens, Joop Zoetemelk, Wim de Waal, Michel Pollentier, Jos Schipper, Régis Ovion en Piet van Katwijk in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops
Amstel Gold Race 1976 — met Cees Bal, Jean-Pierre Danguillaume, Roy Schuiten en Jan Raas in Valkenburg, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops
Richting voet van de Cauberg, Bennie Ceulen heeft alweer aangepikt bij de staart van het peloton Amstel Gold Race 1976 — met Bennie Ceulen, Willy Van Malderghem, Herve Vermeeren en Richard Bukacki in Strabeek, Limburg, Netherlands. Foto ©Leo Knops.

Zes uren en 230 kilometer later, als de finishplaats Meerssen wordt binnengereden, zijn het er nog 42 renners in koers. Freddy Maertens heeft het hardst gefietst van allemaal en wint.

Amstel Gold Race 1976, Heerlen – Meerssen, 230km, 27 Maart 1976 In de beginfase ontsnapt Wim de Waal, hij wordt op de 2e beklimming van de Keutenberg ingelopen door Jan Raas, Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk en Freddy Maertens.
Freddy Maertens zet de demarrage door en fietst solo naar de finish.
Amstel Goldrace 1976, winnaar Maertens met Amstel Goldrace trophee

Freddy Maertens wint. De Gold Race-Miss zendt hem haar glimlach en kust hem. Ook beurt hij een goudglanzend horreur; te groot voor een naar menselijke maat geschapen prijzenkast.

Het Parool 03-04-1976 WIM JUNGMAN, Limburgsch dagblad 29-03-1976 NINO TOMADESSO

1 Freddy Maertens (Flandria-Velda) 5hr 53min 8sec
2 Jan Raas (TI-Raleigh-Campagnolo) op 4’29”
3 Luc Leman (Miko-De Gribaldy-Superia) 5’19”
4 Patrick Béon (Peugeot-Esso-Michelin)
5 Hennie Kuiper (TI-Raleigh-Campagnolo)
6 Joop Zoetemelk (Gan-Mercier-Hutchinson) 5’32”
7 Roger Swerts (Molteni-Campagnolo) 6’36”
8 Roy Schuiten (Lejeune-BP) 6’47”
9 Frans Verbeeck (Ijsboerke-Colnago)
10 Cornelius ‘Cees’ Bal (Molteni-Campagnolo)
11 Cees Priem (Frisol-Gazelle)
12 Piet Van Katwijk (TI-Raleigh-Campagnolo)
13 Eric Van De Wiele (Maes Pils-Rokado)
14 Marc Lievens (Molteni-Campagnolo)
15 Régis Ovion (Peugeot-Esso-Michelin)
16 Jean-Pierre Danguillaume (Peugeot-Esso-Michelin)
17 Willy Van Neste (Frisol-Gazelle)
18 Henk Prinsen (Frisol-Gazelle)
19 Paul Lannoo (Frisol-Gazelle)
20 Raymond Poulidor (Gan-Mercier-Hutchinson)
21 Michel Pollentier (Flandria-Velda)
22 Ghislain Van Landeghem (Maes Pils-Rokado)
23 Bert Pronk (TI-Raleigh-Campagnolo)
24 Christian Seznec (Gan-Mercier-Hutchinson)
25 Wim De Waal (Lejeune-BP)
26 Michel Laurent (Miko-De Gribaldy-Superia)
27 Patrick Perret (Miko-De Gribaldy-Superia)
28 Raymond Delisle (Peugeot-Esso-Michelin)
29 Ferdinand Bracke (Lejeune-BP)
30 Fedor Den Hertog (Frisol-Gazelle) 10’46”
31 André Gevers (Lejeune-BP)
32 Roger Gilson (Frisol-Gazelle) 12’51”
33 Wim Prinsen (Gero-Eurosol)
34 Co Hoogendoorn (TI-Raleigh-Campagnolo)
35 Adri Jos Schipper (Ormas-Sharp)
36 Nidi Den Hertog (Frisol-Gazelle)
37 Gérard Tabak (Frisol-Gazelle)
38 Karl-Heinz Bohnen (Maes Pils-Rokado)
39 Jean-Pierre Berckmans (Molteni-Campagnolo)
40 Roland Smet (Lejeune-BP)
41 Albert Hulzebosch (Ormas-Sharp)
42 Giovanni Jimenez Ocampo (Gero-Eurosol)