1930-08-30 Liège, WK op de weg

De Italianen zegevieren

ALFREDO BINDA, winnaar bij de beroepsrenners
GIUSEPPE MARTANO, winnaar bij de amateurs

Alvast een korte samenvatting van het wedstrijdverloop:
Om 10.40 wordt op de Place de la Republique te Luik het vertrek gegeven aan 27 Profs, welke zich in een kalm tempo op weg begeven. In het uitgaan van Pepinster heeft Georges Ronsse een lekke band, doch komt in Theux weer bij. Bij de beklimming bij Francorchamps heeft Ricardo Montero gedemarreerd en is 25 meter los doch Bram Polak trekt de groep bij de vluchter. Jan van der Heijden lijdt aan maagkrampen en geeft op. Joep Franssen zit bij de hoofdgroep. Bij Stavelot stapt hij af en gaat zich hoofd en benen aan een fontein verfrissen. Het gaat zo op Marche aan waar de bevoorradingscontrole is en waar om 15.25 uur aangeland wordt. Franssen zit hier bij de groep. Na verzorgd te zijn trekt hij mee weg. Polak heeft een lekke band gekregen en arriveert 2 minuten later. De Duitser Oscar Tierbach geeft hier op. Charles Pelissier en Bram Polak komen weer bij de leiders. Te Barvaux stappen heiri Suter en Max Bulla af om zich te verfrissen. De Nederlanders gaan hier de huizen binnen om te drinken. Ze hebben veel last van de dorst. We gaan verder op naar Theux en in de berg van La Reid is de stand als volgt: Kurt Stöpel, Learco Guerra, Alfredo Binda, Georges Ronsse, Allegro Grandi, Minter, Polak en Émile Joly. Op 20 meter Leduc, op 50 meter Pélissier op 200 meter Antenen, Buse, Muller en een ander wiens nummer we niet zien, op 300 meter Bisseron en Franssen, op 500 meter Suter. In de berg van Les Forges begint de strijd. Op de top is de aankomst als volgt: Binda en Ronsse, op 300 meter Mantero op 50 meter Stöpel, op 100 meter Grandi, op 125 meter Guerra, op 50 meter Canardo op 100 meter Leduc, op 200 meter Pelissier, Bulla en Hamerlinck, op 3 min. Antena. Nog iets later volgen Franssen en daarna Polak. Joly en Nicolas Frantz hebben opgegeven. Bij aankomst zijn Alfredo Binda en Georges Ronsse bij elkaar op 1200 meter volgen Learco Guerra en Kurt Stöpel. De eersten wagen zich niet aan de sprint met gevolg dat de beide anderen ze inlopen, zodoende wordt Ronsse geklopt. 

Op 25 kilometer van de finish, bij Theux, beklimmen de beroepsrenners de zware côte. De drie Italianen leiden de kopgroep, links Learco Guerra in het midden Alfredo Binda en rechts Allegro Grandi. (v.l.n.r: Guerra, Joly, Montero, Binda, Canardo, Ronsse en Grandi. Tussen de laatste twee is op de achtergrond Charles Pélissier te zien)

De amateurs vertrekken een uur later dan de profs. Reeds aanstonds wordt er flink aan getrokken. Tot Theux blijft alles te samen, dan beginnen de afvallers te komen. Te Francorchamps zitten nog 12 man bij elkaar, doch in het dalen komen verschillende gelosten weer bij. Zo gaat het op La Roche aan. In de berg Baraque de Fraiture wordt het een lange sliert. Onze Nederlandse vertegenwoordigers zitten er nog steeds bij, behalve Cober, die een pedaal breuk heeft opgelopen. In de bevoorradingscontrole te Marche komen de renners in groep binnen met Van den Bos en Vluggen bij de leiders, Cober volgt op 2 min. Ze hebben 20 minuten korter gereden dan de profs. Te Hotton loopt Cober weer in. Daar vallen er weer slachtoffers, zowel door lekke banden als door moeheid, doch successievelijk komen deze weer bij. Vluggen krijgt ook een slapte maar is er spoedig overheen en komt dan weer bij. Iets verder krijgt hij kramp en zit langs den weg. Hij rijdt later nog een verkeerde weg en zal hun niet meer terugzien. Als we bij Aiwaille komen zijn er verschillende renners die afstappen om zich te verfrissen. Willy Cober raakt iets in moeilijkheid doch komt tenslotte weer bij de leiders. Bij de beklimming van La Reid wordt de slag gestreden. We achtervolgen Carone, Hein, Mouillifarne, Rigeaux, Van den Bos, Nemus, Gastro, dan een peloton van 6 renners, waarbij Cober, terwijl Martano en Reisch de leiding hebben met een tamelijke voorsprong. In Theux krijgt Bertolazzi bandbreuk. Cober heeft nogmaals pech met zijn pedaal, die hij thans verliest. In de berg van Theux zit Martano voorop, gevolgd door Risch. Een peloton van 4 man maakt geweldig jacht op hen. Gestri komt geweldig opzetten en te Beaufays heeft hij Risch reeds ingelopen en zit op 1500 meter van Martano, doch de aankomst is kort bij. Hij komt dan nog bij hem doch wordt in de sprint geklopt.

DE VOORBESCHOUWING

we lezen het Limburgsch dagblad van 28 augustus 1930

De wereldkampioenschappen op de weg zullen 30 augustus (1930) a.s. zal plaats vinden met vertrek en aankomst te Luik alwaar de Nederlandse kleuren zullen worden verdedigd door Joep Franssen, Jan v. d. Heijden Amsterdam, en Bram Polak Steenbergen, terwijl als amateurs zijn aangewezen Willy Cober Hoensbroek, Piet Vluggen Ulestraten en W. v.d. Heijden Limmel Maastricht. Daar laatstgenoemde Zondag voor 8 dagen te Eijsden een flinke val deed, waarbij hij een lichte hersenschudding kreeg zal hij vervangen worden door de amateur C. v.d. Bos uit Enschede, die een paar weken geleden amateurkampioen van Nederland 1930 is geworden.

We hebben het traject hier voor ons liggen en bemerken dat dit uiterst zwaar is niet alleen door den afstand welke 203 km bedraagt doch door de talloze bergen die er in voorkomen. We zullen de kansen onzer deelnemers eens nader bespreken. Beginnen we met de profs waar onze onafhankelijken legen moeten uitkomen. Jan van der Heijden Amsterdam, wegkampioen van Nederland 1930 kunnen we weinig kans geven tegen mannen als Grandi, Binda, Ronsse, Joly, e.a. en zal naar onze mening wel opgeven voor dat Marche bereikt is. Bram Polak uit Steenbergen zal het wel iets verder brengen doch ook hem zullen we niet in de voorste gelederen treffen zodat ons alleen onze Limburger Joep Franssen die als een goed bergbeklimmer bekend staat en de laatste tijd ook op het vlakke terrein beter vooruit kan dan vroeger. Indien hij nu niet te veel angst heeft in het dalen der bergen zal hij niet ver achter blijven en zeer zeker een van de 10 eerste plaatsen bezetten, indien het pechduiveltje hem zal willen verschonen. Vooruit dus Joep, houdt niet alleen de Nederlandse doch ook de Limburgse kleuren hoog en toon dat we nog waardige navolgers van Mathieu Cordang bezitten. Bij de amateurs zijn we iets beter vertegenwoordigd met onze nationale kampioen v.d. Bos, die in Duitsland veel routine heeft opgedaan hopen we succes evenals met Piet Vluggen die den laatsten tijd in zeer goede vorm is, doch vooral is onze hoop gevestigd op Wim Cober die in België een gevreesde tegenstander is. Alleen de Italianen met wie hij nog niet in aanraking kwam zullen z’n zwaarste concurrenten zijn. Doch het geen we in den laatste tijd van hem gezien hebben doet ons het beste hopen. Vorige week is hij nog op training geweest en we hebben een onderhoud gehad met enkele Belgen die hem per motor op ’t wereldtraject gevolgd hebben en deze waren uiterst enthousiast en voorspelden hem een goede kans, want in de bergen gaat hij alle op zonder afstappen en daar zijn er bij die 16-17 procent stijgen. Ook in het dalen is hij goed en heeft snelheden van 65-70 km bereikt. We voorspellen hem een van de ereplaatsen en indien hij van pech verschoond blijft wie weet of hij niet de wereldtitel bemachtigd. Vooruit dus Wim, op jou hebben allen hun hoop gericht. Toon hun dat je het waard bent. Deze week wordt er onder leiding van de ploegleider de heer J. Darmstadt nog eens flink getraind.

De Nederlandse wegrenners, die zaterdag 30 augustus 1930 deelnemen aan de wereldkampioenschappen in Luik deelnemen kwamen te Roermond bijeen. De Amsterdammer Jan van der Heijden echter ontbrak, daar hij in Brussel was. V.l.n.r: Ploegleider Dhr. J. Darmstadt (Roermond) Wim Cober (Hoensbroek), Bram Polak (Stadsche dijk), L.J. van den Bos (Enschede), Piet Vluggen (Ulestraten) en Joep Franssen (Ubachsberg) en NWU-consul Theo Houben (Blerick)

Hoe onze jongens het er af brachten; een ooggetuigenverslag door J. Damstadt:

De week voorafgaand aan het WK te Luik, op maandagmorgen 25 Augustus kwamen de Nederlandse vertegenwoordigers die aan het Wereldkampioenschap zouden deelnemen te Roermond samen. Nadat alle voorbereidingen voor de trainingsdagen waren getroffen, werd in de namiddag een trainingstocht over 200 km door Limburg gemaakt.
Dinsdagmorgen om 6 uur werd uit Roermond vertrokken naar Luik. Te Maastricht sloot zich de wielrenner Jeu Vroomen uit Heerlen bij de renners aan, die als verzorger der renners zou optreden. Om 9 uur werd Luik bereikt, waar in het hotel du Luxembourg de tenten werden opgeslagen. Na aankomst werden de renners eerst door de verzorger Vroomen even onder handen genomen Inmiddels was het twaalf uur geworden en maakten de renners zich gereed voor de eerste kennismaking met het parcours.
De eerste dag, dinsdagmiddag, werden 150 km terrein verkend van Luik ging het over Chènée naar Spa, waar de eerste grote en uiterst zware helling te nemen viel. De Cauberg bij Valkenburg, de berg bij Huls, de omgeving van Vaals, die kennen de renners, doch al deze hellingen te samen zijn niet zo zwaar als de minste van de hellingen die hier overwonnen moesten worden „Het parcours is te zwaar” was de algemene opmerking en wij zouden woensdag bemerken, dat wij het zwaarste nog lang niet hadden gezien.

Het parcours van het WK 1930 op de weg in de provincie Luik

In elk geval waren allen er thans reeds van overtuigd, dat de wereldkampioen dezen titel niet cadeau zou krijgen. Doch met dit alles bleven de jongens vol goede moed, en soigneur Vroomen zorgde er wel voor dat de goed stemming niet bedorven werd. De Duitsers Tierbach en Stöpel, profs, en hun amateur collega’s Risch en Hofman waren inmiddels ook in het hotel, waar de Nederlandse renners verbleven gearriveerd: daar kwamen nog bij de Oostenrijker Bulla, de Zwitsers Suter en Antenen. de Hongaren Tstenes en Vida; toen het tafel-tijd was geworden zaten Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Zwitserland aan één tafel: het ging er broederlijk en hartelijk toe. Na het eten werd een uurtje gewandeld, en met de concurrenten werden de kansen besproken. We zorgden er voor, dat om negen uur „Holland in rust” was.

V.l.n.r: Cober, v.d. Bos, Polak, Vluggen en Franssen

Woensdagmorgen werd gerust en werd deze voormiddag aan masseren van de renners besteed. Inmiddels arriveerden de grote mannen van de weg de Fransen André Leducq en Charles Pélissier. De Belgische wereldkampioen George Ronsse, de Luxemburger Nicolas Frantz, die in een hotel naast het onze hun intrek namen. We gingen even kennis maken en Joep Fransen bleek hier een echte tolk te zijn, met armen en benen maakte hij hun duidelijk wat hij met spreken te kort kwam, maar het slot was dat men elkaar altijd verstond en begreep. We waren spoedig het met elkaar eens en allen, ook de grote routiers, vonden het een zwaar en lastig parcours De Italianen werden algemeen als de winnaars beschouwd al zouden Leducq, Pelissier, Ronsse en Jolly ook een hartelijk woordje meespreken. Behalve de Italianen, die even buiten Luik gehuisvest waren bevonden zich woensdag alle deelnemers in Luik en dicht bij elkaar. Het was rond de hotels een hele drukte en vooral de kopstukken hadden over belangstelling niet te klagen. Woensdagmiddag maakten onze jongens, slechts een korte training over 75 km in tegenovergestelde richting van de eerste dag zodat zij het gehele parcours kenden. De dag erna werd gerust.
Vrijdagavond was het en hele drukte in het Hollandsche kamp en van alle kanten kwamen zich Hollandse vakantiegangers die te Luik vertoefden, bij ons aanbieden om aan de jongens hulp te verlenen, indien nodig. Het was een drukte van belang. Om 8 uur kwamen de Nederlandse persvertegenwoordigers, nog een uurtje in ons midden doorbrengen en toen het negen uur was zorgden wij er voor dat Holland rustte. De renners waren vol goede moed en allen overtuigd dat ze een goed figuur zouden maken.

DE WEDSTRIJD

Zaterdagmorgen om zes uur waren we present en zorgden voor een extra goed ontbijt. Om 6.30 uur begon de verzorger Jeu Vroomen met alle nog een goede massage-beurt te geven en om negen uur waren allen op de plaats van samenkomst voor de start aanwezig. De drukte die hier heerste was enorm. Duizenden en duizenden mensen waren hier aanwezig en we bemerkten zeer veel Limburgers onder de toeschouwers. een legioen van fotografen was mede aanwezig, waar ook onze jongens er ook “er op” werden gezet. Tegen tien uur werd naar de officiële startplaats vertrokken achter de officiële auto’s. Vooral de grote kopstukken werden langs de weg door de duizenden enthousiast toegejuicht: ook onze jongens hadden niet te klagen. Vele malen hoorden wij “Joep haut tich jöt!”, en Pie (tegen Vluggen) “hauw diech goot Jong!”. Joep Franssen is ook in deze streek geen vreemde. Bij de startplaats werden aan de renners nog de laatste raadgevingen gegeven en vol moed werd toen aan ’t lange en lastige parcours begonnen.

Klik en lees het dagblad “Voorwaarts”

De start had plaats ten Oosten van Luik bij Chênée. Van hier ging het naar Pepinster (16 km) waar de karavaan tot stoppen wordt gedwongen bij een spoorwegovergang, van daar verder naar Spa (29 km) en toen door de Ardennen en Luxemburg langs Francorchamps naar La Roche, van hier naar Marche (115 km), waar de voedings-contróle was ingericht: van hier uit vervolgde de route naar Remouchamps (160 km ) over Theux en Louvengne (182 km) naar Luik (203 km) Wij volgden met een goede voorraad levensmiddelen voor de deelnemers die te Marche verzorgd moesten worden.

Reeds direct na de start begint de weg te stijgen tot voor Spa en dan krijgen wij de eerste klimpartij te zien, hier hebben wij over een afstand van plm. 6 km een stijging van 300 meter Deze geweldige berg werd het eerst genomen, door de Spanjaard Mariano Cañardo die hier plm 100 meter vóór was. Dan het hoofdpeloton met een Nederlander Bram Polak op  kop. De Fransman Bisseren volgt op 100 Meter en dan de Zwitsers Heiri Suter en Georges Antenen op 600 meter Bram Polak en Joep Franssen! Het gaat nu berg af en na plm. 30 km krijgen wij den hoogste berg te nemen bij Baraque Fraiture. Wij hebben dan plm 80 km afgelegd. Even moeten wij opmerken, dat de Nederlander Jan v. d. Heijden na 30 km heeft moeten opgeven. (Wij vernamen, dat hij een lichte zonnesteek had bekomen). Later te Luik troffen wij hem in bed maakte hij het goed. Onze jongens, Joep Franssen en Bram Polak hadden tot op dat moment geen duim breed toegegeven en het was zelfs het rood wit blauwe tricot, dat zéér veel aan de kop ging! Juist op het moment dat wij de hoofdgroep verlieten om langs een tussenweg naar de voedings en contróle post te Marche te gaan, waar wij tijdig aanwezig moesten zijn werd het peloton door Franssen geleid. Grote mannen als Nic Frantz, Heiri Suter, Oscar Tierbach, e.a. zaten toen achter het peloton. Wij arriveerden inmiddels te Marche waar voor ieder land een lange tafel in gereedheid was gebracht. Wij hadden geen moeite onze plaats te vinden, spoedig hadden wij onze tafel in beslag genomen waarboven de Nederlandse driekleur wapperde, en de naam Nederland met 80 cm grote letters prijkte. Rechts van ons Frankrijk en links de Italiaanse verzorging. Wij hadden alles voor de komst van onze jongens in gereedheid gebracht. Wij wachtten nu vol spanning. Zouden de onzen er nog niet bij zijn ? Het duurde lang ! De massa mensen, die hier bij elkaar gekomen was, was enorm. Dan komen de officiële volgauto’s een luid gejuich gaat op. Ze komen ! Ze zijn met 11 man voorop. Zouden Joep Fransen en Bram Polak er nog bij zijn ? En Ja! op 50 meter voor de groep stuift de Belg Émile Joly binnen, dan een groep van 10 man, allen grote bekenden, en bij die grote bekenden één rood-wit-blauwe trui. Joep ! Joep ! klonk het van vele kanten. Alle handen hielpen. De spanning steeg ten top. Wat vonden wij op dit moment dezen eenvoudige jongen uit Ubachsberg een grote kerel!

Haastig werd hij verfrist en met een enorme snelheid, vloog hij uit de controle weg, gelijk met de grootste routiers, die de wegrensport kent. Bravo Joep ! Wij waren voldaan: wij kennen Joep, doch hadden niet gedacht, dat hij zo iets tussen deze koningen van de weg zou presteren. En Bram Polak, deze die tot 10 minuten voor Marche bij de leiders had gezeten, kreeg bandenpech en kwam enkele minuten later in de controle aan. Met alle handen werd Polak verzorgd en als een pijl schoot hij de leiders achterna, die hij na 9 km weer te pakken had. Hoe zou de aankomst zijn ?

Wij moesten in de controle blijven, om onze amateurs op te wachten, die een uur later waren vertrokken. Het eerst van de amateurs arriveerden bij de controle twee Italianen Giuseppe Martano en Eugenio Gestri, te samen met de Duitser Rudolf Risch. Enkele minuten later een groep van 15 man, waarbij één rood-wit-blauwe trui. Het was Piet Vluggen uit Ulestraten. Bravo Piet ! Je hebt je best gedaan. Vlug werd Vluggen verzorgd en vooruit! Waar is Cober en v d. Bos? Cober had een gebroken pedaal gekregen. Jammer, hij ging zo goed. Na twee minuten weer een groep, hier was v. d. Bos bij. Vlug van den Bos verzorgd en vooruit. Daar komt Cober alléén aanzetten, hij vertelt ons van zijn pech, maar vooruit, Cober zette alléén de achtervolging in en na 14 km had deze kranige knaap het peloton weer te pakken. Maar het geluk was niet op zijn hand, weer kreeg hij pech door die pedaal die weer vast liep. Wij behoefden nu niet meer in de controle te blijven. Onze jongens waren allen gepasseerd, en dat vóór vele anderen…

We gingen nu door, middels een tussenweg op Luik aan, de beroepsrenners achterna. We zagen in de hoofdgroep nog steeds Joep Fransen en Bram Polak vooraan! Toen weer langs een tussenweg op Luik aan, vol goede moed. De mensenmassa’s langs de route… het was geweldig; het leek wel, of geheel België was samen gekomen om de renners te zien. Politie te voet, per motor en te paard, zorgden overal voor een keurige regeling, (doch ook het publiek werkte hier mee). In Luik was het verkeer stil gelegd langs de straten waar de renners moesten passeren. De officials-wagens moesten te Luik ook langs andere straten naar het eindpunt. Bij de finish aangekomen speelde er muziek: een grote mensenmassa was ook hier aanwezig. Grote luidsprekers kondigden van tijd tot tijd de stand van de wedstrijd aan. Wij hadden intussen plaats gekregen op de tribune, die hier speciaal gebouwd was, onze plaatsen aangewezen onder de rood wit blauwe vlag. Alle vlaggen van de deelnemende landen wapperden op de tribune.

Attention ! attention ! kondigde de luidspreker aan: Alfredo Binda, Learco Guerra, met de Belg Georges Ronsse (wereldkampioen van 1929) hadden zich 10 km voor Luik van de anderen los weten te werken. De strijd zal gaan om de ereplaats tussen deze drie grote routiers, twee Italianen en één Belg. De luidspreker kondigde aan, dat de drie genoemde renners Luik hebben bereikt. Een geweldig lawaai stijgt op. Daar komen ze! Op de prachtige brede Asfaltstraat met het publiek achter houten hekken wordt de eindstrijd uitgevochten. De renners komen in zicht. Binda, de grote Italiaan voorop. Guerra naast hem en de Belg Ronsse er direct achter. Onder oorverdovend hoera zetten de die op 500 meter de eindspurt in: ze staan in de pedalen! Het gaat ongelooflijk hard. Binda gaat het eerste over de streep. Guerra aan zijn wiel en Ronsse op éen lengte.

Alfredo Binda en met hem Italië heeft gewonnen. De grote Italiaan is voor de derde maal „Champion du Monde”. De voorzitter der U.C.I. steekt Binda in de regenboogtrui en zet hem in de bloemen. De beide Italianen en ook de Belg Ronse rijden met bloemen langs de tribunes en worden hartelijk toegejuicht. Als 4e arriveerde Stöpel Duitsland; 5e Grandi Italië, 6e Montero Spanje, 7e Canardo Spanje. 8e Hamerlinck België, 9e Pélissier Frankrijk, 10e Bulla Oostenrijk, 11e Leducq Frankrijk, 12e Muller Duitsland, 13e Buse Duitsland, 14e Joep Fransen Nederland, 15e Suter Zwitserland, 16e Bram Polak Nederland. Alle anderen arriveerden later. De winnaar Binda reed de 203 km in dit zware terrein in 6 uur 20 minuten en 45 seconden; Joep Fransen reed dit traject in 6 uur 33 minuten 45 seconden, dus 13 minuten langer. Polak reed 7 uur 3 minuten 25 sec. Wij zien dus, dat Joep Fransen op de wereldkampioen maar 13 minuten achter was. Franssen maakte de kortste tijd van de Nederlandse deelnemers. Met deze prestatie kunnen wij ruim tevreden zijn; onze jongens hebben getoond, tussen de grote wegroutiers een eervolle plaats te kunnen bezetten; daar kunnen wij trots op zijn.

Onze amateurs hebben ook zeer eervol gereden, en had Cober geen pech gehad (tot twee maal) dan hadden wij hem zeer zeker onder de eerste zien aankomen. Piet Vluggen was de eerste Nederlandse amateur, die binnen kwam, doch kon niet worden geklasseerd, omdat hij een klein eind verkeerde weg had gereden (buiten zijn schuld), van den Bos, die ook het parcours uitreed, wat voor iemand die geen bergen gewend blijkt, een mooie prestatie is, werd 17e. Willy Cober werd 15e. Cober kwam binnen met een Zwitser, op 400 meter zetten zij de eindspurt in en deze wist Cober met 30 meter te winnen. Wereldkampioen bij de amateurs: Giuseppe Martano Italië, 2e Eugenio Gestri Italië, 3e Rudolf Risch D, 4e René Les Grevès Frankrijk, 5e Albert Buchi Zwitserland.

De uitslag der beroepsrenners luidt:

  1. Alfredo Binda, Italië 7 uur, 30 min, 45 sec
  2. Learco Guerra, Italië op 1/2 wiel.
  3. Georges Ronsse, België, op 1 wiel.
  4. Kurt Stöpel, Duitschland.
  5. Allegro Grandi, Italië,
  6. Ricardo Montero, Spanje,
  7. Mariano Cañardo, Spanje
  8. Alfred Hamerlinck, België.
  9. Charles Pélissier, Frankrijk.
  10. Max Bulla, Oostenrijk.
  11. André Leducq, Frankrijk.
  12. Muller, Luxemburg.
  13. Buse, Duitsland.
  14. Antenen, Zwitserland.
  15. Joep Franssen, Nederland.
  16. Heiri Suter, Zwitserland.
  17. Bram Polak, Nederland.

De uitslag der amateurs luidt:

1 Giuseppe Martano, Italië 7 uur, 7 min., 5 sec.
2 Eugenio Gestri Italië z.t.
3 Rudolf Risch, Duitsland z.t.
4 René Le Grevès, Frankrijk 7. 12, 35.
5 Alfred Buchi, Zwitserland z.t.
6 Karl Thallinger, Oostenrijk 7, 12, 36.
7 Jean Helsen, België z.t.
8 August Erne, Zwitserland z.t.
9 Pietro Bertolazzi Italië 7, 14, 40.
10 Kurt Szenes, Hongarije z.t.
11 Neckar, Duitsland 7, 15, 35.
12 Houdé, België 7, 15, 50.
13 Hein, Luxemburg 7, 16, 5.
14 Caironi, Zwitserland 7, 16, 35.
15 Willem Cober, Nederland 7, 21, 10.
16 Nemes, Hongarije, 7, 21 11.
17 Van den Bos, Nederland 7, 27, 6.

Na aankomst, gekleed in de kampioenstrui werd Binda, die ook in de Tour de France van zich deed spreken, op hartelijke wijze door zijn landgenoot Grandi gelukgewenst

NABESCHOUWING.

Wij kunnen ruim tevreden zijn met de prestaties van onze jongens. Zij hebben allen (op v. d. Heyden na) de wedstrijd uitgereden en zeer eervolle plaatsen bezet. Bij de profs reden Franssen en Polak een goede wedstrijd, ze waren steeds bij de hoofdgroep, uitgezonderd toen Polak een lekke band kreeg. Franssen kwam 13 minuten na Binda binnen en Polak na 20 minuten. En wat de winnaars betreft, geruime tijd heeft België zowel wat kwantiteit als kwaliteit betreft, overheerst. Dat kan nu thans niet meer gezegd worden. Frankrijk kan momenteel bogen op minstens evenveel en even goede routiers. Maar Italië spant thans wel de kroon. Heeft dit land met zijn Binda, Girardengo, Grandi, Piemontesi, Guerra e.a.  niet de grootste wegrenners? Kort geleden, 10 Augustus, had in Italië een voorbereidingsrit plaats over 130 km. Deze won Guerra met een uurgemiddelde van 39 km! En dat op de weg!

Bij de amateurs hebben Cober en v. d. Bos zich ook goed geweerd, en was Cober van pech verschoond gebleven, wie weet had hij niet een van de ereplaatsen bezet. Bij zijn aankomst werd hij door een groep Belgische supporters gehuldigd en werd een mooie bos bloemen hem aangeboden. Het geheel had een prachtig verloop.

WK 1930 amateurs uitslag

WK 1930 beroepsrenners uitslag

De wereldkampioenschappen 1930 op de weg behoren weer tot het verleden. Nederland kan over zijn vertegenwoordigers tevreden zijn! Wij kunnen niet nalaten een woord van welgemeende dank te brengen aan de wielrenner Jeu Vroomen uit Heerlen, die de jongens gedurende al die dagen gemasseerd heeft en ’n trouwe hulp was bij de voorbereidingen; wat Vroomen deed, deed hij geheel belangeloos.

2019-12-03 Jacques Nieskens

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets”

Kueb (Jacques) Nieskens, 87 inmiddels, was in de eerste helft van de jaren vijftig, vorige eeuw een van de beste amateurs in het Limburgse land. Naar eigen zeggen waren de jaren ’52, ’53 en ’54 zijn beste jaren. Dat het inderdaad beste jaren waren is ook terug te zien aan zijn palmares. Ik lees in zijn plakboeken o.a. een keer Limburgs kampioen, 3e in het eindklassement van de Ronde van Belgisch Limburg, etappezege’s in de Ronde van Limburg en de Ster van Namen en Ronde van de Twaalf Kantons, 8e in het eindklassement van Île de France. Winnaar van tal van criteriums in België, Duitsland en Nederland. Ook was hij enkele keren als 1e reserve geselecteerd voor de WK’s maar het is er nooit van gekomen. Ik was graag meegegaan naar enkele van die mooie WK‘s, ik noem met name Solingen in ’54 waar Mart van der Borgh nog mooi 3e werd.

Jacq. Nieskens met z’n zoveelste overwinningskrans

Kueb kon goed bergop maar was daarnaast ook nog eens een rappe eindspurt.  Hij maakte deel van een uitstekende lichting Limburgse amateurs en onafhankelijken, ik noem Jan Nolten, Piet Haan, de gebroeders Steevens, Kees Boelhouwers, Jef Lahaye, de gebroeders Gelissen, Piet van den Brekel, Flor van der Weijden, Harry Schoenmakers, Mart van den Borgh, Sjra Vergooszen, Nol Ehlen, en zeker nog een tiental namen moeten in dit rijtje eigenlijk ook nog benoemd worden, b.v. Fons Steuten, Willy Gramser, …

V.l.n.r: ploegleider Toine Gense, Jacq, Nieskens, Flor van der Weijden en Mart van der Borgh

In 1932 geboren in Swalmen, niet ver van Roermond. “Ik  was een echte Schwaamer zoals ze dat zeggen, ze daar allemaal “enne slaag van de meule”. Ja, Jacq kan goed vertellen over de koers en meer, en dit met, zoals meteen al met deze uitspraak blijkt, veel humor.

Bij Swalmen denk ik al meteen aan de wielerpionier Mathieu Cordang die daar ook woonachtig was. Ja zegt Jacq, ik heb hem nog gekend, al was ik toen nog een kwajongen van een jaar of tien. Hij had aan de provinciale weg in Swalmen een garage. Er waren 2 benzinepompen voor de deur, een met diesel en een met benzine. Ik zat ooit aan een van de hendels van zo’n pomp te frunniken, ik had niks in de gaten tot ik plots van achteren een oorvijg kreeg, het was Mathieu Cordang zelf… Een jaar later schat ik, dat hij is overleden, dat was in de oorlog, in 1942”.

Onthulling van het monument ter ere van Mathieu Cordang in Swalmen , 29 augustus 2018, geheel links Jacq. Nieskens. Inzet rechts: Het monument

“Ik was een knaap van zo’n 14 jaar toen ik begon met werken, dat was in Swalmen bij de houtfabriek. “Een oom van me  die was daar machinist, die wilde graag hebben dat ik daar kwam werken. Na verloop van tijd, niet lang nadat ik er was begonnen, zei tegen oom Willem, Ik blijf hier niet, ik kreeg meteen een draai om mijn oren, jij blijft hier en je word net als ik ook machinist op die stoommachine. Maar ik wilde dat niet. Ik zag in de krant staan dat er in Tegelen, bij een machinefabriek, mensen gevraagd werden waarop ik tegen mijn vader zei dat ik daar heen ging om te vragen of ik er mocht beginnen want dat hout, het interesseerde me totaal niet”. Het enige wat hij zei “als er maar brood op de plank komt”.

De Ronde van (Belgisch) Limburg, TWC Maastricht (10 renners per ploeg) vóór de start, Kueb Nieskens, 3e van links nam 4 maal deel aan deze 5 daagse etappekoers, en won een etappe en 3e in het eindklassement

Ik ben toen met mijn fiets, er zaten niet eens banden op dus op de velgen, naar Tegelen gereden. Ik stond er aan de poort te kijken toen de baas me zag staan en vroeg:  “Jong, wat kumste doon? Of ik er mocht komen werken. Morgen zei hij, wat mij betreft morgen, morgen mag je beginnen! Maar ik moest eerst nog ontslag nemen op de houtfabriek in Swalmen. Twee weken later stond aan de zaagmachine, ijzer te zagen. Ik reed al een week op en neer naar Tegelen, toch een dikke 15 km enkele reis met mijn fiets, op de velgen toen hij van mijn collega’s vernam. Hij kwam naar me toe en vroeg “Joong, heb je geen geld voor banden?  Ik kreeg wel 3 gulden 60 reiskosten vergoeding per week, die hield ik fijn mijn zak. Ik was de benjamin van het bedrijf en moest ook wel eens boodschappen hiervoor doen, met die fiets zonder banden. Hij kwam naar me toe en zei: “En straks ga je naar Strouken, die naam vergeet ik nooit. Rijwielzaak Strouken dat was in Tegelen, je gaat daar een stel binnen en buitenbanden halen, en morgen dan kom je naar je werk met je fiets mét banden! ’s Anderendaags stond hij mij al bij de fietsenkelder op te wachten, ik heb er uiteindelijk 6 jaar gewerkt. Ik heb er een super leerschool gehad, die baas, die man was als een vader voor me.

foto Tonny Strouken

Hoe ik aan het fietsen toe gekomen ben? Nou, op de fabriek in Tegelen daar kwamen 20 fietsen aan, Peugeot, sportfietsen, die kostten toen 125 gulden per stuk, super sportfietsen.  Sjaak, zei mijn baas, geef je op, dan krijg je ook een fiets. Ik dacht dat ik geen kans op een fiets zou hebben maar hij zei, Sjaak, geef je op, dan krijg je er een, ik zorg daar voor! En zo was het, ik kreeg een fiets, een Peugeot sportfiets, mét spatborden, maar die waren er al af voordat ik thuis was. Er zat wel nog geen koersstuur op. Nog geen 100 meter van ons huis was een vuilnisbelt, daar heb ik een oud stuur van een omafiets af gehaald, omgedraaid, afgezaagd en nog wat aan gelast en kijk, ik had een koersfiets! Zo ben ik aan wielrennen toe gekomen. Mijn eerste wedstrijden reed ik bij de “wielerbelang’ ( de latere NWB), dat was meen ik in 1946. De eerste wedstrijd die ik heb gewonnen, dat was in Haelen, ook dat vergeet ik nooit van mijn leven,want ik klopte daar Hans Voesten. Die Voesten won destijds bijna alles maar toen ik in Haelen met hem op de streep afkwam…Tjoep… de bloemen. Ik had wel inmiddels een andere fiets. Ik  kocht een frame van Sjef Janssen in Elsloo, Sjefke had toen nog geen winkel, het was een frame dat hij afdankte. Ik moet zeggen, ik was er erg blij mee. Met het frame op mijn rug reed ik van Elsloo naar terug naar huis. Die renfiets heb deze toen zelf opgebouwd, Sjef Janssen had me er nog enkele onderdelen bij gedaan, ja, ik koester ook goede herinneringen aan Sjef, een sympathieke man met een groot wielerhart.

Jacq. Nieskens met zijn trotse ouders

Valpartijen? Ik? Ik durf het niet te zeggen, zo vaak, ik heb mijn rechter sleutelbeen in een koers gebroken, wáár was dat ook alweer? Een flinke valpartij, hup naar het ziekenhuis, ik kreeg een harnas aan. Na verloop van tijd ging het toch kriebelen. Ik zei tegen mijn moeder, ik woonde nog thuis, Mam, ik ga wat fietsen. Kijk uit zei ze, dat je niet op je beest valt. Via de dakkapel heb ik mijn koerskleren naar buiten gegooid, mijn vriend Jef stond buiten te wachten, op naar Overpelt in België, met de fiets natuurlijk, we gingen altijd met de fiets naar de koers. Mijn ploegleider Wouters zei nog Nies, ge gaat toch niet koersen met die arm? Gelukkig waren er geen kasseien. Ik werd 2e, als ik dat niet met die arm had gehad, dan had ik gewonnen, ik kon rechts niet aan het stuur trekken. Mijn moeder wist van niks, maar ik had toch weer een mooie cent, nee frank verdient. Bij de omloop Het Volk van 1956, de aankomst was op de baan, het zogenaamde Kuipke van Gent. Bij het binnenrijden van de piste kwam ik ten val, ik brak de knieschijf van mijn rechter been, het betekende het einde van mijn wielercarrière dus van valpartijen, ik weet er alles van! In 1957 ben definitief ik gestopt.

Limburgs Dagblad 16 juni 1952

Ik ben in bezit van een gouden, zilveren en bronzen medaille van de KNWU, een keer 1e, 2e en een keer 3e in het Limburgs kampioenschap. Dat kampioenschap dat ik behaalde op het Caubergcircuit. Die Cauberg vlóóg ik altijd omhoog, ik hoefde niet eens uit het zadel te komen, ik woog immers maar een kilo of 53. Het was in 1952 dat ik het Limburgs kampioenschap won, wat was me dat een heisa daar aan de streep. Velen meenden dat ik daar onterecht op het hoogste schavot stond, dat het Hein Gelissen was, Gibson noemden we hem, die de ware kampioen was die dag. Hein zou het eerst zijn wiel over de streep hebben geduwd. Maar Sjra Sillen, de bekende sportredacteur zei later “Jacq, ze hebben je willen besodemieteren, die foto’s van de finish, die hebben ze verdraaid” Hoe dat gaat weet ik ook niet, maar ik ben en blijf toch de Kampioen van Limburg van 1952.

vooruitblik uit de krant van juni 1956 met de uitslagen van de vijf voorafgaande jaren

Piet Haan klopte ik in zijn eigen dorp Mechelen, dat was een van mijn mooiste overwinningen, toch de koers waar ik de mooiste herinneringen aan heb. Het was mijn tweede of derde wedstrijd bij de amateurs. Mijn supporters van Swalmen die wilden me zelf naar Mechelen brengen met de auto. Dat was niks voor mij, ik ben met de trein naar Maastricht gereden en van daaruit met een rugzak op de fiets naar Mechelen. Ik had me nota bene bij Piet thuis omgekleed, hij had me dat zelf aangeboden. Een man vijf  hadden afspraken gemaakt, Piet zou voor eigen publiek mogen winnen, maar mij was daarover niks verteld.

foto Tonny Strouken

De dag erna, op maandag,  moesten we in Maastricht fietsen. Radium Ronde meen ik dat het was. Ik kwam Pietje voor de koers tegen, “Sjaak, zei hij, je hebt me gisteren de das om gedaan, wil je me hier niet helpen want hier heb ik ook veel supporters zitten. Ik zelf had trouwens ook een grote supportersclub met meer dan 500 leden, die gaven iedere maandag een kwartje.  Als mijn sponsor, dhr. Evers het goed vind ga ik akkoord. Nou, die vond het na die overwinning in Mechelen wel goed. En Piet Haan? Die won hierop de Radium Ronde van Maastricht. Ik kon met Piet Haan goed door één deur, we waren goede vrienden. Met  de andere coureurs kon ik ook goed mee overweg, behalve met Harry Ehlen….

Limburgs Dagblad 15 september 1952

Ronde van Mechelen 1952, met Piet Haan op de foto van sportfotograaf Tonny Strouken

Harry was een neef van Nol Ehlen. Nol was een geweldig coureur, en altijd eerlijk. Dat laatste kon ik van Harry niet zeggen. Het had allemaal te maken met de Ronde van Swalmen van 1956. Ik zat in de slag met Fons Steuten  en Harry Ehlen, we zaten samen in de kopgroep en de afspraak was dat ik zou winnen, met niet veel machtsvertoon. Ze wisten wel dat ik niet te kloppen was. We kwamen de laatste bocht uit, ik op kop, zet niet al te hard aan, ik kijk naar Fons Steuten en flits, de “schmale remmel” vliegt me voorbij… hij klopte me en ik was zó kwaad, mijn fiets vloog over een heg en ik snoeksprongde er ook nog overheen, ik was niet moe, helemaal niet. Klaartje, de vader van Harry, die kwam naar met toe, “Sjaak , zei hij, wat die witte van mij vandaag geflikt heeft, zal je hem wel nooit vergeven”. Ik zei, over drie weken dan is de Ronde van Geleen… daar wint hij nog niet één cent !! Oei, was zijn reactie, je gaat toch geen kloterijen uithalen Sjaak? Nee dat niet, maar ik ga er wel alles aan doen, dat heeft hij nog nooit meegemaakt!

Drie weken later de thuiswedstrijd van Harry Ehlen. Ik had al een paar premies voor de neus van Harry weggekaapt en hem er nog eens op gewezen dat hij geen cent ging verdienen.  Winand Kamphuis, die was ook uit Sittard, komt naast me rijden “Kuub, als ik nu wegspring, kom je dan terughalen?”, Nee Winand, jou niet, maar die “kruppel“ die zal achter ons eindigen.

Winand sprong weg, ik haalde hem niet terug, maar een ronde of drie, vier voor het einde wordt hij weer bijgehaald. Ik zat midden in de groep, ik hield alleen Harry in de gaten. We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen, ik heb er nog krantenartikel van, ge-wel-dig.

We gaan op de streep aan, ik trek de spurt aan, ik win… en op de streep draai ik me om op de fiets en trek met mijn hand een lange neus naar Ehlen

Ik reed al die jaren bij een Belgische ploeg, Victory (Jozef Schaeken Maaseik). Voor elke wedstrijd die ik won kreeg ik 100 gulden. En natuurlijk een fiets, koerskleding en tubes (maar niet zo veel tubes). De Victory fiets heb in nog steeds, al ligt hij wel uit elkaar, het frame de onderdelen en de wielen zijn er nog. Op een gegeven moment kwam er min of meer herrie, men wilde dat ik Belg zou worden, maar dat wilde ik niet, en mijn ouders al helemaal niet. Toen ben ik overgestapt naar de Eroba ploeg van Toine Gense.

V.l.n.r: Jozef Schaeken, (Victory rijwielen) met zijn dochter, Jacq Nieskens en rechts achter Kees Boelhouwers

Ronde van Epen 1952, jonge joong, wat was het slecht weer, wat een modderballet. Piet Haan moest daar winnen, hij was weggesprongen met Leo Steevens. Ik ben daar toen alleen naar toe gereden. Toen ik er bij zat zei Pietje tegen mij “Sjaak, ik wil hier graag winnen, dan delen we de prijzen en premies” Ik vond het goed, dat hebben we daarna nog vaak gedaan, de prijzen gedeeld.

Ronde van Epen 1952, v.l.n.r: Jacq Nieskens, Piet Haan en Leo Steevens. foto Tonny Strouken

Waar ik ook een gouden herinnering aan heb overgehouden is de 3e rit van de Ster van Namen, Stavelot– Jupille in 1955. Leo Stevens, die reed in de gele leiderstrui die hij na een geweldige tijdrit om de schouders had. In die derde etappe naar Juplille was op een gegeven moment mijn derailleur kapot, ik lag ruim een minuut achter. Mijn ploegleider, Toine Gense stopte met zijn Jeep naast me, Chris van Dooren zat achter het stuur. Ik kreeg de reservefiets van Harry Schoenmakers, die had dezelfde maat fiets als mij. Gense riep “als je maar zorgt dat je binnen de tijdslimiet binnenkomt!”. Tijdslimiet? Hoezo, tijdslimiet? Als je niet maakt, dat je snel wegkomt, dan, slinger ik deze bidon naar je hoofd! En er hoeft ook niemand op me te wachten, ik kom gemakkelijk alleen terug!!

Jacq. met zijn clubgenoten van TWC Maastricht

Ik hoorde de Gens nog zeggen “kom Chris, we maken dat we wegkomen, Kueb wordt wild op die fiets” Een motorrijder bleef bij me, die vroeg op een gegeven moment of ik nog goed wijs was, zo hard ging ik bergaf. Voor mij was het geen nieuws, dalen kon ik als de beste, ja, met doodsverachting! Zoals ook bij de criteriums, ik trapte in de bochten gewoon door, velen durfden me niet te volgen. Onder aan een berg kon ik weer aansluiten en dacht, als ze nu maar niet gaan demarreren want dan word ik er zo weer afgepiert, maar het viel mee, gedurende de beklimming schoof ik al doende steeds iets meer naar voren. De Gens kwam naast me rijden en stak zijn duim op. Bij de beklimming van de Hallembaye koos ik de aanval. En niemand kon me volgen, ik won de etappe met 31 seconden voorsprong.

Jacq. Nieskens winnaar van de Grosser Mücken Preis in Krefeld, ik won daar een sportfiets. Wat doen we daar mee? vroeg mijn broer Ton. Rij er maar mee naar huis, dan is hij van jou !! zei ik.

 

1979-08-25 Valkenburg Wereld Kampioenschap op de weg voor amateurs

Solo optreden van Adje levert net geen prijs op

Klasse verloochent zich niet als het moment daar is. Voor Adje Wijnands was het grote ogenblik om zichzelf te bewijzen op zaterdag 25 augustus 1979 aangebroken.De twintigjarige Maastrichtenaar presenteerde zich nadrukkelijk in de strijd om de regenboogtrui voor amateurs. Als enige van de bepaald toch niet zwakke Oranje-brigade was Wijnands in staat constant in de voorste gelederen de strijd aan te binden met de zoveel oudere, doorgewinterde Russen, Oost-Duitsers, Zwitsers en Polen.

Ad Wijnands

Geen enkele ontsnapping miste hij. Behalve dan die ene, die laatste, belangrijke en beslissende. Omdat hij toen volkomen was opgebrand. Hij is niet groot, zeer bescheiden, zwijgzaam, nuchter en slim, uitzonderlijk slim. Wat hij al zo vaak het afgelopen jaar in koersen op eigen bodem liet zien, demonstreerde Wijnands zaterdag eens te meer. Geen seconde was hij weg uit de voorste tien. Steeds zorgvuldig een „gangmaker”, uitzoekend. Nooit koos hij verkeerd, geen moment kwam hij zelf aan de leiding.

Jos Lammertink leidt het peloton bij de beklimming van de Cauberg, links Theo de Rooij

Wat Wijnands echter tegen zat, was dat er vanaf het startschot vrijwel „plankgas” werd gereden. De Oranje-renners waren daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Wagtmans had hen dagen achtereen op het hart gedrukt, zelfs gesmeekt, om de eerste drie ronden voluit te rijden. De bondscoach werd compleet gek bij de gedachte, dat in het immense veld (175 renners) één van zijn troeven door een schlemielige valpartij zou afvallen. Nederland bleek echter niet alleen die tactiek te hanteren. De sterkste ploegen deden precies hetzelfde.
door Harry ten Asbroek

Beklimming van de Cauberg

Nooit zakte het tempo. „Ik voelde dat het moeilijk zou worden. Er werd te hard gereden om nog wat te proberen. In de laatste ronde besefte ik dat het voor mij mislukt was, ik zat kapot alhoewel, mislukt …” reageerde Wijnands toch tevreden. Teleurstelling was onvoldoende aanwezig bij zijn vijf collega’s. Er viel weinig af te dingen op het feit dat zij alle vluchten van Wijnands afschermden.

Beklimming Bemelerberg

Maar waar de concurrentie steeds met drie, vier man was vertegenwoordigd, reed Nederland (Wijnands) alleen. Toegegeven, in de grote groep van 47 renners waaruit uiteindelijk de beslissende vluchters wegglipten, waren vier oranje-truien aanwezig. Maar het niveau waarop Wijnands reed, had minimaal door nog één, eigenlijk twee Nederlanders geëvenaard moeten worden. De excuses „de dagvorm was niet de topvorm” uit vijf monden, klonk wel bijzonder pover.

Beklimming van de Bemelerberg

beklimming BemelerbergWie meer dan alle anderen in topvorm verkeerde, was de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen. Toen de Oost-Duitser Drogan, de Pool Jankiewicz en de Brit Millar de groep met Wijnands al ver achter zich hadden gelaten, daverde Giacomini als een trein naar de leiders toe. Een opvallend staaltje machtsvertoon van een even opmerkelijk renner.

Bemelerberg

Giacomini veroverde in 1976 als Junior in het Belgische Gooik zijn eerste wereldtitel. Een Jaar later werd hij voor de wielersport afgeschreven wegens een ernstige longaandoening. Via een aangepast schema van de arts van Francesco Moser kon hij toch weer in het zadel klimmen en geleidelijk aan terugkomen.

Wereldkampioene Petra de Bruin, in haar zojuist verworven regenboog trui, zoekt vrienden op tussen het publiek

Vorig Jaar werd hij militair wereldkampioen op de ploegenachtervolging en de individuele wedstrijd. Dit Jaar wrong Giacomini zich als enige Europeaan tijdens de Spartakiade tussen het voltallige Russische machtsblok, hij werd tweede. Gisteren haalde hij met een krachtige eindsprint zijn vierde gouden habijt binnen.

Het Parool 27 augustus 1979

Geen loon naar werken voor amateur Wijnands

Ad Wijnands stond er zaterdagmiddag in Valkenburg teleurgesteld bij. Een kleine vier en een half uur lang had de 20-jarige wielrenner zich voor eigen publiek uitgesloofd. Bij bijna elke ontsnapping was de Limburger attent van de partij geweest, maar het loon voor die enorme inspanning was nihil. Als „onzichtbare” gleed Wijnands in 39ste positie over de eindstreep, terwijl de Italiaan Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen bij de amateurs, door een dringende mensenmassa naar het erepodium werd gestuwd. „Ik denk”, zuchtte Wijnands, „dat dit toernooi voor mij een jaar te vroeg is gekomen. Misschien was ik nog te jong en te onervaren om ook in de laatste ronde ( de “liefhebbers” moesten elf lussen van 16 kilometer afleggen) met de besten mee te gaan. Ineens blokkeerde ik tegen die Cauberg op, voelde ik de krachten uit mijn benen wegvloeien.”

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

De kopgroep met Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Het peloton met vooraan Theo de Rooij in de achtervolging op Robert Millar, Ad Wijnands en George Mount

Bondscoach Rini Wagtmans van de KNWU, die niet terugschrikt voor gepeperde en overdreven uitspraken, noemde de prestatie van Wijnands van wereldklasse. „Van verschillende landen”, aldus de Brabantse insider, „zijn de coaches en ploegleiders vanmiddag naar me toegekomen. Allemaal met soortgelijke teksten. Zo van: „Tjonge, wat is die Wijnands een klasbak”.
door Guido de Vries

Boven op de Cauberg

Vooraan in het peloton Theo de Rooij met in zijn wiel Jan Bogaert

Doodzonde natuurlijk dat hij zijn prachtige race niet met een medaille heeft kunnen bekronen. Echt, ik durf te wedden dat hij met iets meer routine in het bezit van de regenboogtrui was gekomen. Het optreden van Ad Wijnands, de enige van de zes nationale renners die zich zaterdag in de kijker reed, belooft misschien iets moois voor de Olympische Spelen van 1980. „Ik hoop daar als een volgroeide coureur aan de start te komen”, zegt Wijnands, „en nog beter voorbereid dan nu het geval was.” Gelet op zijn leeftijd en zijn talent kan Wijnands een goede coureur worden.

Trouwens, het afgelopen jaar toonde de Maastrichtenaar met tien overwinningen aan tot de nationale top te behoren. Zoals zoveel amateurs droomt Wijnands van een carrière als professional. „Na de Spelen van Moskou”, vertelt hij, „wil ik de overgang maken. Ik denk dat ik als ronderenner kan slagen. Joop Zoetemelk is mijn grote voorbeeld. Wie weet kom ik nog wel eens bij hem in de ploeg.” Wat dat laatste betreft had Wijnands uitstekende papieren gehad als hij zich zaterdag in de hoofdprijzen had gereden. Een wereldkampioen bij de amateurs bijvoorbeeld is verzekerd van tal van aanbiedingen van „beroepsstallen”.

Op de rechte lijn naar de finish Adrie van der Poel op kop

Gianni Giacomini zit dus goed. Maar de nieuwe drager van de regenboogtrui wil voor hij „broodfietser” wordt „Moskou” meemaken. De 21-jarige renner uit Cima Dolmo geldt in Rusland nu al als een van de kanshebbers. Ter herinnering: op het afschuwelijke parcours van volgend jaar wist hij zich onlangs bij de Spartakiade als tweede te klasseren.  Gianni Giacomini heeft al een glansrijke loopbaan achter de rug. In ’76 veroverde hij de wereldtitel bij de junioren, vorig jaar pakte hij het goud bij het WK voor militairen en dit seizoen stond hij in Italië talloze malen op het erepodium. „Eigenlijk”, vind de Italiaan, „is het met mij gek gelopen. Vier jaar geleden dachten de artsen dat ik tbc had. Weg fiets, weg sport ging het bij die onderzoeken door mij heen. Aan die vervelende affaire heb ik net bij de prijsuitreiking nog even teruggedacht. Gelukkig echter zijn er nu mooie tijden voor me aangebroken. Een profcontract trekt me. Stel je voor: ik samen in de koers met die geweldige klimmer Bataglin, met die prachtige achtervolger Moser, met die slimme Saronni en die geweldige allrounders Zoetemelk en Hinault. Heerlijk toch, of niet soms?”

NRC Handelsblad 27 augustus 1979

Giacomini grossiert in wereldtitels

Wijnands geeft Oranje nog een beetje kleur

Tot twee ronden voor het eind .leek er geen vuiltje aan de zwaar bewolkte lucht voor de Nederlandse amateurformatie. Tot dat moment, na 150 kilometer, was de tactiek van bondscoach Rini Wagtmans perfect uitgevoerd. Met vier Oranje-klanten  in de eerste groep  van zo’n vijftig coureurs hadden de 30 à 40.000 enthousiaste toeschouwers nog alle hoop op een Hollandse wereldkampioen.
door Cees Olsthoorn

Finish van het WK voor Amateurs

Maar toen de strijd dan echt losbarstte moesten ze stuk voor stuk afhaken. Toen bleek toch dat de Nederlanders hun favorietenrol op eigen bodem niet konden waarmaken. Toen ook betaalde de absolute uitblinker Ad Wijnands de tol voor een race waarin hij constant mee aan de leiding is geweest. Het verloop van de schitterende finale maakte dat duidelijk. Uit een licht afgescheiden groep van twaalf renners demarreerde de Amerikaan George Mount De Engelse kampioen Robert Millar en Wijnands, de 20-jarige Maastrichtenaar die het parcours rond Valkenburg kent als zijn broekzak, sluiten snel aan. Bij het ingaan van de laatste omloop van 16 kilometer voegt ook de Pool Jan Jankiewicz zich bij hen.

Vier man op kop, maar niet voor lang. Uit de achterhoede  duiken de Oostduitser Bernd Drogan, de Deen Kim Anderson en de Italiaan Gianni Giacomini op. Drogan gaat meteen keihard door. Millar volgt met Jankiewicz. Als de voorsprong van dat drietal honderd meter bedraagt gaat Giacomini op de pedalen; staan en overbrugt met een fantastische rush het „gat”.. De volledig uitgebluste Ad Wijnands, Mount en Anderson blijven achter en worden uiteindelijk nog opgeslokt door het fel jagende peloton. De winnaar moet bij het kwartet voor op worden gezocht. Op de laatste beklimming van de Cauberg moet Millar lossen. Hij komt toch weer terug en waagt op 500 meter van de streep een alles- of-niets-poging. Jankiewicz rekent hem in, waarna de even slimme als klasserijke Giacomini uit het wiel van de Pool gemakkelijk naar de  regenboogtrui sprint. Na Claudio Corti in 1977 in Venezuela heeft Italië opnieuw een wereldkampioen bij de amateurs.

Gianni Giacomini verslaat Jan Jankiewicz en Bernd Drogan

Vreugde in het kamp van de Tifosi, teleurstelling bij de Nederlanders die tenslotte met lege handen achterbleven. Een blik op de uitslag leert dat Adrie van der Poel met een 30ste plaats onze beste landgenoot was. Rini Wagtmans wilde desondanks het woord afgang niet in de mond nemen. „Er is volgens plan gereden” aldus de opmerkelijk rustige bondscoach na afloop. „Om het gevaar van valpartijen te ontlopen zou er in de eerste drie ronden hard aan worden getrokken. Daarna moesten ze de koers controleren. Zorgen dat bij iedere ontsnapping een mannetje mee was. Zoveel mogelijk profiteren van het werk van de concurrentie en dan in de finale toeslaan luidde de opdracht” De oranje-rijders hielden zich lange tijd voorbeeldig aan dat script. En zeker Ad Wijnands.

1e Gianni Giacomini, 2e Jan Jankiewicz en 3e Bernd Drogan

De Limburgse lichtgewicht was vanaf de start niet uit de eerste rij weg te slaan. Hij behoorde dan ook tot de zeventien renners die in de vierde ronde op avontuur trokken. Twee ronden verder kreeg een groepje van zeven aansluiting, met daarbij Adrie van der Poel. Hij moest echter bij de beklimming van de Cauberg lossen. Maar met Theo de Rooy kwam Van der Poel later toch weer terug in een waaier van zestien amateurs.

Toen vervolgens in de achtste omloop ook Jac van Meer attent meesprong met weer, een klein groepje, toen leek de positie van Nederland, met vier jongens in een eerste peloton van zo’n vijftig amateurs, bijzonder riant. Het pakte, totaal anders uit Theo de Rooy: „Ik had niet zo’n beste dag vandaag. Vorig jaar op: de Nürbürgring (toen De Rooy pas op 200 meter van de streep werd  teruggepakt) kon ik bij wijze van spreken alles, nu niet. Niet dat ik slecht reed, maar dat beetje extra wat je bij ‘ zo’n wereldkampioenschap nodig hebt ontbrak gewoon. Jac van Meer liet zijn in gelijke bewoordingen uit, terwijl Adrie van der Poel wees op de valpartij waarbij hij, even na half koers, betrokken was, én de uiterste krachtsinspanning daarna om terug te komen.De enige Nederlander die wél voortreffelijk marcheerde was derhalve Ad Wijnands. Hij moest echter de tol betalen voor zijn gretigheid. Voor hem duurde het WK juist een ronde te lang. „Ik was uitgeblust” beaamde hij later nauwelijks teleurgesteld.

2e Jan Jankiewicz, 1e Gianni Giacomini, 3e Bernd Drogan

„Achteraf had ik me misschien meer moeten sparen. Maar ik voelde me goed, bovendien heb ik zo zuinig mogelijk gereden. Nee, ik hoef mezelf niks te verwijten.” Rini Wagtmans knikte bevestigend: „Ad is nog te jong om wereldkampioen te worden. Hij mist nog de macht die daarvoor nodig is. Maar het is natuurlijk geweldig wat hij hier heeft laten zien. Pure klasse. Ik ben blij dat hij amateur blijft tot na de Olympische Spelen. Is ook het beste voor hem. Geestelijk en lichamelijk is hij nog niet aan een overstap naar de beroepsrenners toe. Wie hem nu zou willen overhalen prof te worden vermoordt Wijnands als coureur.”

Resteren Jos Lammertink en Hennie Stamsnijder, de twee neven uit Twente, die zaterdag geen rol van betekenis konden spelen. „Toch had ik goeie benen,” liet Stamsnijder die in Valkenburg zijn amateur carrière afsloot, weten. „Maar toen ik in de vierde ronde lek reed, was het wereldkampioenschap voor mij voorbij. Daarna heb ik me volledig in dienst van de ploeg gesteld.” Jos Lammertink, stelde ronduit teleur. Vooraf door Wagtmans tot de grote favoriet gebombardeerd, bleef hij gedurende de hele koers vrijwel onzichtbaar: „De Cauberg heeft me opgebroken. Die was vijftig meter te lang voor mij. Wagtmans had gezegd om in m’n eigen tempo naar boven te rijden. Anders zou ik onherroepelijk kapot gaan. Dat heb ik gedaan, maar mijn tempo, was gewoonte laag om me te kunnen meten met de rest. Eén troost voor Jos Lammertink; deze week krijgt hij in het Olympisch Stadion de kans om zich op de individuele achtervolging te revancheren.

Gianni Giacomini, de nieuwe wereldkampioen op de weg

Gianni Giacomini, net 21 jaar, student geometrie, is bepaald niet een toevallige winnaar. De Italiaan die qua uiterlijk een beetje aan Saronni doet denken, is een grossier in wereldtitels. In 1976 werd hij in het Belgische Gooik wereldkampioen bij de junioren. Vorig jaar voegde hij er twee militaire WK-titels aan toe. De een in de individuele wedstrijd, de andere in de 100 km-ploegentijdrit, een onderdeel waarop hij afgelopen woensdag met de Italiaanse equipe zevende werd.

Tot vijf jaar geleden deed Giacomini aan atletiek (midden afstanden), maar vond daarna zijl weg als wielrenner. In ’77 werd hij ernstig ziek. Zijn huisdokter adviseerde toen om de fiets definitief op te bergen. De arts van Francesco Moser, dokter Falai, besliste na een uitgebreid onderzoek anders. Met een aangepast trainingsschema kon Giacomini best blijven wielrennen meende dit niet zonder reden. De ster van Gianni is daarna snel gestegen. Het ene succes volgde het ander op, met als voorlopig hoogtepunt de regenboogtrui zaterdag in  Valkenburg. Over het parcours zei Giacomini, die zeker niet voor de Olympische spelen prof wordt: „Niet zo zwaar. De wind  was lastiger dan de twee klimmetjes”.

Het vrije volk 27 augustus 1979

 

De uitslag:

1             Gianni Giacomini (ITA)               178,8 km in  4 uur 19 min. 26 sec.

2             Jan Jankiewicz (POL)

3             Bernd Drogan (GER)               op 1 sec

4             Robert Millar (GBR)              op 4 sec

5             Andreas Petermann (GDR)      op 12 sec

6             Jan Bogaert (BEL)                 op 25 sec

7             Jan Krawczyk (POL)

8             Ryzsard Szurkowski (POL)

9             Richard Trinkler (SUI)

10           Nencho Staikov (BUL)           op 34 sec

11           Thomas Barth (GER)

12           Geir Digerud (NOR)

13           Kurt Ehrensperger (SUI)

14           Giuseppe Petito (ITA)

15           Harry Hannus (FIN)

16           Charly Bérard (FRA)

17           Tommy Prim (SWE)

18           Falk Boden (GER)

19           Kim Andersen (DEN)

20           George Mount (USA)

21           Daniel Muller (SUI)

22           Herbert Spindler (AUT)            op 45 sec

23           Ludek Kubias (TCH)

24           Dieter Flögel (GER)

25           Yury Kashirin (URS)

26           Francis Castaing (FRA)

27           Aleksandr Averin (URS)

28           Volker Kassun (GER)

29           Jan Wijnants (BEL)

30           Adrie Van Der Poel (NED)

31           Urs Grobli (SUI)

32           Jostein Wilmann (NOR)

33           Leopold Karner (AUT)

34           Mustapha Nejjari (MAR)

35           Steph Jones (GBR)

36           Pierre Harvey (CAN)

37           Rocco Cattaneo (SUI)

38           Käri Puisto (FIN)

39           Ad Wijnands (NED)

40           Theo De Rooy (NED)

41           Dale Stetina (USA)

42           Ladislav Novak (TCH)

43           Francis Duteil (FRA)

44           Miguel Acha Mindeguia (ESP)         op 1 min 15 sec

45           Jac van Meer (NED)

46           Jan Hoegh (DEN)                op 4 min 56 sec

47           Fr Von Loeffelholz (GER)

48           Alexander Gousiatnikov (URS)

49           Dirk Demol (BEL)

50           Ole Kristian Silseth (NOR)          op 4 min 58 sec