1957-04-14 Valkenburg, Limburgs kampioenschap voor amateurs

Uit de plakboeken van Jan Hugens...
... met dank aan Rob Pelt die me zijn Hugens-archief ter beschikking stelde.
Eerste zege: meteen kampioen….

Jan Hugens greep onbedreigd Limburgse amateurtitel

Met ruim twintig seconden voorsprong stoof de slechts 18 jarige Jan Hugens uit Hoensbroek over de witte finishlijn, hetgeen meteen zijn eerste zegepraal bij de amateurs betekende, een victorie in het Limburgs kampioenschap, dat telde nog altijd dubbel.

Hugens heeft dit succes dubbel en dwars verdiend. Nauwelijks zat de eerste wedstrijdhelft erop, of hij toog alleen op zoek naar de overwinning.

Jan Hugens bij de laatste beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Voor velen langs het circuit leek deze ontsnapping te vroeg, maar de lange Hoensbroekenaar trok zich hiervan schijnbaar niets aan en slaagde er zelfs in een voorsprong te nemen van ruim anderhalve minuut.

De vierde beklimming van de Cauberg, foto Hugens-archief Rob Pelt

Toen ontbonden een drietal moedigen hun duivels. Favoriet Lotz sprong achter demarant Willemsen aan en ook de pittige Knoops voegde zich hierbij. Dit drietal ontketende in de drie laatste ronden nog een furieuze jacht. Zij slaagden er dan ook in de voorsprong van Hugens aanmerkelijk te reduceren, maar hem ook maar enigszins te bedreigen konden zij niet.

Frits Knoops leidt de achtervolging op de Cauberg, foto archief Heemkundekring Echterlandj
Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Onbedreigd ging Jan Hugens door de finish, terwijl Rene Lotz op fraaie wijze via een uitstekende sprint, beslag legde op de tweede plaats door Frits Knoops en Jan Willemsen in deze volgorde te kloppen.

Jan Hugens heeft de buit binnen, drinkt samen met Jan Willemsen (4e) een verdiende frisdrank, foto Hugens-archief Rob Pelt

Acht minuten nadat de profs gestart waren voor het kampioenschap van Nederland, werd het vertreksein gegeven aan de 56 Limburgse amateurs, die elf ronden oftewel 99 km voor de wielen kregen. Reeds direct na de start volgde een uitlooppoging van het trio Roth, Moonen en Hub Harings, maar lang duurde dit feest niet, want bij de volgende beklimming van de Cauberg was weer alles tezamen. Vervolgens waren het in de derde ronde van Breugel en Doek, die er tussen uit trokken. Zij wisten het twee ronden vol te houden, maar werden bij de beklimming van de Cauberg weer bij hun kraag gegrepen.

“Hier rijd ik een ereronde langs de tribunes in Valkenburg”, beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Nauwelijks was de rust hersteld of de latere winnaar van dit Limburgs kampioenschap plaatste zijn beslissende demarrage. Hij nam honderd meter, die hij in de afdaling langs de Sibbergrubbe tot ruim een halve minuut wist uit te breiden en in de zesde ronde to bijna een minuut. Als op vleugels reed de Hoensbroekenaar nog harder tegen de Cauberg op en nog sneller nam hij de afdaling, hetgeen hem opnieuw winst opleverde. Ruim anderhalve minuut drukten de chronometers langs het circuit af, ofschoon Doek, Steuten, Vranken, van Breugel en Steenbakkers een heftig tegenoffensief hadden ingezet..

 

“Hier feliciteert Rene Lotz (2e) mij met het behalen van het kampioenschap van Limburg voor amateurs 1957” beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Met nog drie ronden voor de boeg noteerde Hugens nog steeds een voorsprong van één minuut vijftien seconden, een boni die wel iets slonk toen Willemsen, Lotz en Knoops twee ronden voor het einde een nieuwe poging ondernamen om Hugens’ voorsprong teniet te doen, doch zoals reeds verteld slaagden zij hierin niet.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

Bij het ingaan van de laatste ronde hadden zij nog ruim één minuut goed te maken. Hugens kon het in deze laatste ronde dus wat kalmpjes aan doen, iets wat hij schijnbaar ook deed, want toen hij als glorieus overwinnaar over de witte streep stoof, bleek hij nog een voorsprong te bezitten van 21 seconden.

Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

De voorzitter van de KNWU, dr. P. van Dijk, verrichtte de huldigings-ceremonie en overhandigde de winnaar, die ietwat bedeesd deze ceremonie over zich heen liet gaan, de bloemen en de kampioenmedaille.

De uitslag luidde:

  1. en provinciaal kampioen van Limburg 1957: Jan Hugens, Hoensbroek
  2. R Lotz, Stein op 21 seconden
  3. Fr Knoops, Koningsbosch
  4. J. Willemsen, Nuth
  5. J. Doek, Heerlerheide op 1 min.
  6. J. Roth, Waubach
  7. P. Steenbakkers, Maastricht op 1 min. 10 seconden
  8. H. Harings, Sibbe
  9. J. Vranken, Eijsden op 1 min. 20 seconden
  10. J. Pieters, Maastricht
  11. H. Ehlen, Sittard
  12. F. Steuten, Weert
  13. P. Kohlen, Heerlerheide
  14. Fr. Ramakers, Echt
  15. W. Kamphuis, Sittard
  16. A. van Breugel, Heerlen
  17. J. van Kollenburg, Broeksittard
  18. M. Mater, Geleen
  19. G. Scholte, geleen
  20. J. van Eck, Schinnen
“Hier werd ik een paar dagen na het behalen van het kampioenschap gehuldigd” Hugens-archief Rob Pelt
Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt
Piet Gommans geeft zijn mening.. Beeld uit een van de plakboeken van Jan Hugens, Hugens-archief Rob Pelt

1924-08-02 Parijs, Wereldkampioenschap op de weg voor amateurs

Parijs 1924, het wereldkampioenschap op de weg voor amateurs

De wereldkampioenschap op de weg voor beroepsrenners werd voor het eerst georganiseerd in 1927, sinds 1921 werden er echter wel al wegkampioenschappen om de wereldtitel gehouden voor amateurs. In 1924 vond dit WK plaats op 2 augustus te Parijs.
De wedstrijd was 180 kilometer lang en ging voor een groot gedeelte over grindwegen, zodat er zeer veel lekke banden waren. 
De Nederlander Jan Maas reed bijvoorbeeld 7 maal lek; hij eindigde op de twintigste plaats op bijna 47 minuten van de winnaar. De Belg Henri Hoevenaers moest door herhaaldelijke bandenpech opgeven.

We lezen het dagblad “Het vaderland” van 4 augustus 1924:

Heden volgden wij het Wereldkampioenschap voor amateurs op den weg, waaraan 30 renners van 9 nationaliteiten deelnamen, nl. de Franschen Leducq, Blanchonnet, Wambst en Hamel, de Belgen Hoevenaars, de Cat, van den Bosch en Saive, de Zwitsers Antenen, Blattman, Lauppi en Lehner, de Engelsen Hunter, Marsh, Pilcher en Wilson, de Denen Henry Hensen en J. Johansen, de Italianen Bresciani, Ferrario, Magnotti en Piemontesi, de Polen Bochsman, Krzeninski, Garley en Muller en onze Nederlandse amateurs Jan Maas, Cees Heeren, Daan van Dijk en Nol Muller.

De Nederlandse deelnemers, v.l.n.r: Daan van Dijk, Nol Muller, Cees Heeren en Jan Maas

Zoals vooruit te voorzien was kon op een dusdanig slechten weg, die over minstens 80 km vol met zeer scherp kiezel en vlijmscherpe glasharde stenen lag, van een regelmatig verloop van den wedstrijd geen sprake zijn, Het wordt den Fransen dan ook kwalijk genomen, dat, terwijl zij in de omgeving van Parijs over ten onzent ongekend mooie wegen beschikken, voor een wereldkampioenschap een zoo treurig traject hebben uitgekozen. Het zijn niet alleen de “kwaaddenkendsten”, die enig opzet hier achter zoeken.

Versailles (Yvelines), de start

Onze gedelegeerde, de heer Hoornberg, heeft, nadat onze jongens bij een proefrit 14 lekke banden kregen, tevergeefs getracht het parcours gewijzigd te Krijgen. Ditmaal heeft Jan Maas alleen 7, Heeren 5, van Dijk 4 en Muller eveneens 4 banden stuk gereden. Aan de nodige zorgen voor banden materiaal heelt het niet ontbroken; verschillende fabrikaten, als Pouchois, Wolber, Hutchison, Tabucchi, zelfs Vredestein’s Browns zijn beproefd en al deze soorten zijn in den wedstrijd dooreen gereden. Niets bleek tegen de scherpe stenen bestand.

te Chartres, op kop Blanchonnet

Onze jongens hadden ook wel bijzonder pech. Het is een ieder onbegrijpelijk hoe het équipe der Fransen er door kwam met resp. 0, 1, 2 en 2 banddefecten, tesamen dus niet eens ’t aantal, hetwelk Jan Maas alleen had. Ook de Belgen verloren hun besten man Hoevenaars door aanhoudende bandenpech. Zou een wereld Kampioenschap in Nederland een dergelijk verloop hebben, dan zouden zekerde leidende mannen in de wielersport zich schamen. De Fransen verheugen zich in het succes van hun mannen. Wij hebben respect voor liet kunnen dezer renners en geloven, dat ook bij een uiterst regelmatig verloop zij van de anderen de meerderen hadden kunnen zijn, des te meer echter betreuren wij het, dat die flinke renners een zoo onwaardige overwinning hebben behaald.

te Chartres, het 2e peloton aangevoerd door Otto Lehner

Het is onmogelijk bij een groten wedstrijd een overzicht over het gehele verloop te geven. Wij waren gezeten in een auto, welke bij den staart diende te blijven en behielden dus een juist overzicht van de achterblijvers en pechvogels. Reeds na 1 km moest een Deen loslaten, hij geraakte 100 meter achter, doch wist weer bij het peloton te komen. Dan zien we den Pool Krzeninski afzakken en merken op dat hij op een baanfiets met wegwielen en zonder remmen rijdt. Een gevaarlijke onderneming over het bergachtige traject. Hij bleef achter en wij zagen hem niet meer terug. Zijn landgenoot Bochsman kan dan het tempo niet volgen en geraakt achter. Plotseling zien wij Maas alleen voor ons, hij vertelde te zijn gevallen en daardoor losgeraakt. Maar jakkert wat hij kan en komt weer bij het hoofdpeloton. De Pool Muller, die ook was losgeraakt, trachtte met Maas mede te komen, doch kon zijn wiel niet houden; hij bleef achter en wij hébben hem niet meer terug gezien.

te Houdan, de kopgroep

Dan staan wij voor Skoeld, de bekende Zweed, die in 1921 het wereldkampioenschap won. Hij staat huilend van spijt bij zijn rijwiel, waarvan onder het rijden door de onderbuis van het frame, bij het balhoofd door midden was gebroken. De jongen viel gelukkig zonder zich te bezeren. Wij namen hem met zijn rijwiel, dat netjes in tweeën werd gebroken op en hebben hem tot het einde bij ons gehad. Nog vóór er 40 km zijn gereden, zijn reeds een 8-tal renners uit het hoofdpeloton achter gebleven, terwijl de Fransen Hamel en Leducq met den Belg Hoevenaars een voorsprong van ongeveer 500 meter hebben genomen. Achteraan het hoofdpeloton zit op enige minuten een groep van 2 Engelsen, een Deen, een Italiaan en een Zweed. Maas is de eerste die een lekke band krijgt en wij geloven, dat hij er ook de meeste van alle deelnemers hoeft gekregen, juist voor Houdan (op 42 km) staat hij te verwisselen.

Onze jongens hadden ook wel bijzonder pech. Het is een ieder onbegrijpelijk hoe het équipe der Fransen er door kwam met resp. 0, 1, 2 en 2 banddefecten, tesamen dus niet eens ’t aantal van 7 maal, hetwelk Jan Maas alleen al had. Hier zien we Jan Maas de zoveelste lekke band repareren.

Wij zien dan respectievelijk door bandenpech achterblijven de beide Denen, Heeren, de Belg Saive, Maas, die met den Pool Bochsman aan komt zetten, haalt de Deen Johanssen in, ziet dan Heeren in nood, houdt een beetje in en als Heeren zich bij hem aansluit, gaat het full speed verder. De Belg Saive zit er 200 M. achter en kan niet bijkomen. Wij verwachten, dat het onzen landgenoten zal gelukken het hoofdpeloton nog te halen, ondanks het scherpe tempo, dat er daar ingehouden wordt. De Zweed Frimodig wordt ingehaald en met 5 man gaat de jacht verder.

te Versailles, de Zwitser Otto Lehner

Bij de  vliegende controle te Dreux komt de Belg bij hen en vertrekt van daar zelfs voor hen. In suizende vaart gaat het dan weer voort. Na Dreux ontmoeten wij den Engelsman Munter die opgeeft en de Zwitser Blattman, die op zijn gemak terug peddelt. Niet lang daarna is Maas weer slachtoffer, dan Heeren en Saive. Wij wachten en volgen de laatste. Weer vooruitkomende zien wij Saive heel kameraadschappelijk voor de Italiaan Magnotti, die banddefect heeft, zijn pomp lenen, zelfs een paar slagen mede pompen. Hij springt weer op en vertrekt 100 meter voor de Italiaan. Wij vinden dan ook Blattman weer met een lekken band, kort vóór hem Maas en Heeren met Johanssen daarvoor de Zwitser Lauppi. Zo wordt Chateau Neuf, de eerste vaste controle, op 75 km van de start, bereikt. Wij vernemen daar, dat de Fransman Hamel aan het hoofd zit, daarachter Leducq met Hoevenaars op een halve minuut, dan een 2e peloton een minuut later, waarin onze Muller, een derde peloton op 5 minuten achter hen, een peloton waarin van Dijk, die ook al had moeten verwisselen.

te Chartres, alleen op kop de Fransman René Hamel

Van Chateau Neuf af begon de erbarmelijk slechte weg. Het eerst zien we alweer Maas sukkelen, daarna is er geen bijhouden meer aan. Maas en Heeren moeten vrij aardig om beurten van band verwisselen. In Chartres vernemen wij, dat Hoevenaars ook al door defecten veel is achter geraakt en dat Hamel, Leducq en kort daarachter Blanchonnet aan het hoofd gaan. Wij komen dan eindelijk weer eens bij van Dijk, die met de Fransman Wambst samenzit: beiden zijn door banddefecten achter geraakt.

Vlak voor de finish, Leducq lost Blanchonnet

Als wij hen hebben laten gaan en op de achtersten wachten, verschijnt het eerst Saive, die ons beduidt reeds 5 lekke banden te hebben gehad. Bij de tweede vaste controle te Ably vernemen wij, dat Muller en van Dijk pech hebben gehad en tezamen zijn gekomen; zij hadden daar 18 minuten achterstand op de leider Leducq. Wij nemen dan den Fransman Hamel met defect voorwiel op; hij moet de strijd staken; even later ook de Zweed Svensson. Wij zullen niet verder gaan met het eindeloze relaas van pech en nog slechts de uitslag vermelden.

De finish van de nieuwe wereldkampioen op de weg 1924: André Leducq
  1. André Leducq (Fransman) 5 u. 30 min. 34 4/5 sec.
  2. Otto Lehner (Zwitser) 5 u. 31 min. 36 3/5 sec.
  3. Armand Blanchonnet (Franschman) 5u. 34 min. 27 sec.
  4. Libero Ferrario (Italiaan)
  5. Georges Wambst (Franschman)
  6. Georges Antenen (Zwitser)
  7. Arturo Bresciani (Italiaan)
  8. Alfons de Cat
  9. v. d. Bosch
  10. Pilcher
  11. Piemontesi
  12. Bohlin
  13. Wilson
  14. j. G. van Dijk 6 u. 2 min. 15 sec.
  15. Magnotti
  16. Lauppi
  17. Johanssen
  18. Hansen
  19. Bochsman
  20. Jan Maas 6 u. 17 min. 10 sec.
  21. Cees Heeren 6u. 17 mm. 52 sec.
Links Otto Lehner 2e, rechts André Leducq 1e
Links Armand Blanchonnet 3e, rechts André Leducq in zijn verworven regenboogtrui
Libero Ferrario, de regerend wereldkampioen van 1923 bezette nu de 4e plaats

In de landenclassificatie is Frankrijk eerste, Italië tweede, Zwitserland derde en Nederland vierde. Er namen tien naties deel.

Limburgsch Dagblad 4 augustus 1924
Het Vaderland 4 augustus 1924

 

1924-06-30 Omer Huyse

“Ik kwam terug en kon direct een huis kopen”

Ik keerde terug van de Tour 1926 en ik had meer dan genoeg geld om direct een schoon huis te kopen. Om maar te zeggen dat destijds toch ook nog het een en ander te verdienen was in de Tour de France. Dat was trouwens de enige koers waar zulk een hoog prijzenbedrag ter beschikking werd gesteld. In de klassiekers was het zo vet niet.
Maar kijk, ik zal hier maar de cijfers geven, dan men zich daar best van al een gedacht van maken. Ik verdiende toen 28.000 frank en een naarstige werkman zwoegde dan voor 50 frank per week. Zo ziet ge maar…”

Omer Huyse vastgelegd op de gevoelige plaat na de finish van de Tour de France van 1925, Parc des Princes te Parijs op 2 augustus ’25
Omer Huyse (geb. 22 augustus 1898 in Kortrijk, gest. 2 maart 1985 in Luingne). Professional van 1924 tot 1930

Omer won een memorabele etappe van de Tour de France. De 5de etappe van de Tour de France 1924, Les Sables-d'Olonne - Bayonne die hij won, is de langste etappe in de geschiedenis van de Tour, 482 km of 486 km (volgens bronnen). De renners vertrokken op 29 juni rond 22.00 uur vanuit Les Sables d'Olonne en eindigden de volgende dag om 18.30 uur in Bayonne, de officiële tijd voor deze etappe: 19.40 uur

Omer Huyse, geboren Kortrijkzaan in 1898 zit rustig als een maraboe wanneer hij verteld over zijn rennersloopbaan.. Hij ziet er echt nog vivant uit. Een potje bier smaakt hem best en zet hem aan nog smaakvoller verhalen op te dissen. Ook was hij een trouwe ploegmaat van Lucien Buysse in 1926. Voordien had hij al aan de Tour deelgenomen in 1924 en 1925. Hij won in 1924 bij de categorie der “onverzorgden”, de “isolé’s”. In de ronde bereikte hij een absolute plek door de langste rit uit de ganse geschiedenis te winnen, met name etappe van Sables d’Ollonne naar Bayonne, 485 km lang.

Finish van Omer Huyse in de langste etappe ooit in de Tour de France. We schrijven 1924, de 5e etappe, Sables d’Ollonne naar Bayonne, 485km !!
Le Miroir des Sports No 209, 2 Juillet 1924
Tour de France 1924, étape 5, Les Sables d’Olonne – Bayonne, 30 juin 1924, 482km …..
La plus longue étape jamais parcourue sur la Grande Boucle !!!
The longest stage ever in the Tour de France history: 482km !!!
La course:
The fifth stage of the 1924 Tour de France, the second Monday of the Tour, saw the peloton riding a mammoth 482 kilometres from Les Sables d’Olonne to Bayonne, more than nineteen hours in the saddle.
L’étape est revenue à le Belge Omer Huyse (1898-1985) qui, à 24,508 km/h de moyenne, a relégué ses 15 poursuivants à 1’11’’.
Omer Huyse (Lapize) slipped away from the peloton, taking the stage with an advantage of 1’11” over the group behind, which was led home by Bottecchia. Beeckman, who had started the day second overall, slipped down the rankings.
Les coureurs quittent Les Sables d’Olonne à 22 heures pour 482 km de route. A 02h39, les voilà à La Rochelle, à 05h37’ à Saintes, à 8h34 (avec 1 heure de retard) à Blaye, à 10h26 à Bordeaux où Barthélémy conduit un effectif de 70 unités.
La course, monotone, ne se décante que dans les 50 derniers kilomètres. Sans doute est-ce à partir de ce moment que Théophile Beeckman (leader du général à égalité avec Bottecchia) a subi quelques avaries puisque le Belge a terminé 23ème de l’étape à 7’17’’ du vainqueur.
Hector Tiberghien (Peugeot) and Giovanni Brunero were now in second, tied on time. For the Legnano rider, Brunero, this was a bonus, he having been one of the riders to miss the Giro earlier in the year, either in the dispute over appearance fees or to save himself for the Tour, choose for yourself whichever you think the more likely. A good ride in France would more than make up for shunning his home Tour.
Bien difficile de connaître la raison de cette perte de temps. Peut-être faut-il remettre en cause le professionnalisme des journalistes de l’époque ? Si l’on en croit André Reuze du « Miroir des Sports »,
« dans certaines voitures de la caravane – j’en connais au moins trois – on peut voir, durant chaque étape, entre 14 et 16 heures, et même souvent le matin, plusieurs suiveurs qui dorment.
Pour se préserver du soleil et de la poussière, deux d’entre eux se recouvrent le visage d’un mouchoir, et leurs têtes dodelinent comme s’ils étaient morts. (…)
Plusieurs de ces ronfleurs convaincus sont des envoyés spéciaux, représentant des journaux français et étrangers. Le soir, en arrivant, ils se précipitent au télégraphe, pour envoyer un compte-rendu détaillé des incidents de la course. Et tant que leurs chauffeurs ne les imiteront pas, tout ira bien. »
Omer Huyse (9ème à Paris) remportera le classement final des coureurs de 2ème catégorie.
Classement de l’étape:
1 Omer Huyse (Bel) en 19h40’
2 Ottavio Bottecchia (Ita) à 1’11’’
3 Giovanni Brunero (Ita)
4 Romain Bellenger (Fra)
5 Lucien Rich (Fra)
6 Arsène Alancourt (Fra)
7 Bartolomeo Aimo (Ita)
8 Louis Mottiat (Bel)
9 Hector Tiberghien (Bel)
10 Gaston Degy (Fra) t.m.t.
Classement général:
1 Ottavio Bottecchia (Ita) en 81h29’11’
2 Léon Scieur (Bel) en 81h32’11’’
3 Giovanni Brunero (Ita)
4 Hector Tiberghien (Bel) t.m.t.
5 Romain Bellenger (Fra) en 81h32’26’’
6 Nicolas Frantz (Lux) en 81h32’52’’
7 Marcel Huot (Fra) en 81h33’15’’
8 Théophile Beeckman (Bel) en 81h35’17’’
9 Lucien Buysse (Bel) en 81h37’34’’
10 Félix Sellier (Bel) en 81h39’8’’

“Als jong manneke werkte ik met veel vrienden van mij in de wolfabrieken te Tourcoing. We reden toen naar huis met de velo, altijd om het eerst. Ik was bijna steeds de vlugste, zodat mijn maats mij aanspoorden om te gaan koersen. Zekere dag was het feest in Frankrijk en moesten we dus niet werken. Mijn vrienden spoorden me aan om te gaan koersen in Herseaux. Maar ja dat was makkelijker gezegd; ik had geen renfiets en geen wedstrijdkledij. Daar werd echter gauw een mouw aangepast. Men sneed een lange blauwe werkbroek de pijpen af en ik kon vertrekken op een gewone burgerfiets. Ik eindigde toen achtste. De Zondag daarop startte ik te Lauwe en won. Van een velomaker uit de buurt kreeg ik mijn eerste koersmachine en meteen was ik gelanceerd, zo zegt Huyse.
Hoe het er in die tijd zoal aan toe ging wordt duidelijk gesteld door volgende anekdote: Huyse kwam zeker jaar één dag te vroeg thuis van de Tour. In het holst van de nacht klopte hij aan zijn eigen deur aan. Zijn vrouw Martha opende boven het slaapkamervenster en hoorde Omer beneden zeggen: “schrik niet, ’t is-tekik, Omer…”. Waarop vrouwe Huyse laconiek antwoordde: “Dat kan niet, want ge zijt een dag te vroeg”.

Tour de France Joseph Van Dam à l’arrivée avec Omer Huyse : [photographie de presse] / Agence Meurisse – 1926
Net als Lucien Buysse reed Omer in de naoorlogse jaren voor het Franse merk Automoto, dat in 1926 een punt plaatste achter de extrasportieve activiteiten. Verscheidene Vlaamse renners kwamen aldus op straat te staan, met alle gevolgen vandien: “een ramp was dat echt niet, want wij waren toen al grotendeels binnengespeeld. Ik heb toen een boerderijtje gekocht waar ik kippen kweekte. Mijn vrouw was daar nochtans niet te straf voor te vinden. Ik heb de zaak dan maar overgelaten en we begonnen toen een café in Risquons-Tout. Enfin, we waren niet zo moeilijk als de renners van vandaag. We waren altijd content, hé.
En als ge een beetje uitslagen maakte, kwam alles vanzelf.

Tour de France cycliste : Bottecchia, Omer Huyse, Van Dam et Aimé Dossche à l’arrivée  : [photographie de presse] / Agence Meurisse
Toen ik in die tijd de Tour de France meereed, moesten de meeste renners de hotelkosten zelf betalen. Maar als ge er in slaagde een rit te winnen, dan stonden de hoteliers te wachten om de vedette van de dag in hun zaak te krijgen, waar hij dan alles kosteloos kreeg. Alleen moest de renner dan ’s avonds een toerke maken in het café, kwestie van klanten tevreden stellen. Voor mij niet gelaten hoor, want voor gratis eten en drinken en slapen wou ik dat wel doen…
En over eten en drinken gesproken. Wat speelden de Flandriens van toen zoal binnen? “Ha-ja, dat is niet moeilijk hé. We hadden vier eetzakjes per rit; daar zat een beetje van alles in. Vooral belegde broodjes, een paar kippenbilletjes, suiker en nog wat fruit. Als drinken had ik altijd graag bier, blond of zwart, dat was me om het even, als het maar bier was.
Of ik daar geen slappe benen van kreeg? Helemaal niet. Kijk, ik had bij mijn eerste Tour nog nooit een col gezien en toch kwam ik als eerste boven op de Aubisque. En ik had toen ook al een paar flesjes bier soldaat gemaakt. Wij maakten daar echt zoveel apel niet rond in de tijd…. Ik zeg het nog eens, we waren altijd content hé. En hoe lastiger het was, hoe liever ik het had.

Parc des Princes [vélodrome], 20/7/24, arrivée du Tour de France, le coureur cycliste Omer Huyse : [photographie de presse] / [Agence Rol]
Omer Huyse, Tour de France, au Parc des Princes, le 27 juillet 1924 : [photographie de presse] / [Agence Rol]
Omer Huyse kraait nog van plezier als hij over dat Spaans kamermeisje vertelt: “Ha-ha-ha, dat was nog een stoot zie. We zaten eens voor een koers in Spanje. We konden geen Spaans spreken en de mensen daar verstonden natuurlijk geen Vlaams. Ik had graag een paar eieren gehad voor mijn ontbijt. Maar om dat aan het kamermeisje wijs te maken, was een andere historie. Toen het met woorden niet hielp, ging ik op mijn hurken zitten, hield een hand onder mijn achterste en riep alsmaar kotkot-kot-kedei. Wat dat meisje daarvan gedacht heeft weet ik niet, maar feit is dat ze als de bliksem verdween en we hebben ze nooit meer teruggezien. Een garçon is ons toen maar komen bedienen…

o1-o7-1925, col d’Aubisque, Tour de France, Huyse [devant] Benoit : [photographie de presse] / [Agence Rol] – 1925
Een ander frappante geschiedenis uit de herinneringen van Omer Huyse is deze van de auto van de Tour-verslaggever Karel van Wijnendaele: We reden een lange col op en toen we bijna boven waren zagen we Karel en een paar van zijn collega’s aan de kant van weg staan, naast de auto die niet verder kon. Karel vroeg ons hem een beetje te duwen. Dat hebben we dan maar gedaan. Maar eens boven begon het vehikel geweldig te roken en even later stond het wagentje in brand. Blussen hebben we niet gedaan, want we moesten ook een beetje aan de koers denken ook, hé…

Legendarische etappe Bayonne Luchon van 1926, de zwaarste Tourrit ooit verreden : hier Lucien Buysse et Omer Huyse samen op kop bij de beklimming van de col d’Aubisque : [photographie de presse] / Agence Meurisse – 1926
En zo gaat de tijdgenoot van Lucien Buysse maar door. Met verhalen en souvenirs, waarmee een ganse krant gevuld zou kunnen worden. Och mensen, er gebeurde toen veel meer dan nu, in de huidige ronden zit men te chicaneren om seconden, in onze tijd was dat om uren…

Feest na de thuiskomst van de Tour de France, Omer Huyse in een open rijtuig door de gemeente in het zonnetje gezet.  Foto: archief Gratienne Huyse

Door Stefan van Laere, Het Volk Sport extra editie, 30 juni 1976

De buste ter ere van Omer Huyse in Moeskroen
2014_07_09 A Mouscron le Bourgmestre Alfred Gadenne a inauguré une stèle à l’effigie de Omer Huyse « 1898-1985 », coureur Luingnois, qui avait gagné la plus longue étape du Tour de France en 1924 « Les Sables d’Olonne –Bayonne.

https://fr.wikipedia.org/wiki/Omer_Huyse